Verordening gemeentelijke ombudsman Bunschoten 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 09-06-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Verordening gemeentelijke ombudsman Bunschoten 2026

De raad van de gemeente Bunschoten,

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 april 2026, nummer 1231812;

Gelet op het bepaalde in hoofdstuk IVc en artikel 149 van de Gemeentewet en het bepaalde in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht:

Besluit

  • 1.

    De Verordening gemeentelijke ombudsman Bunschoten 2026 vast te stellen

  • 2.

    De Verordening gezamenlijke ombudsman 2018 in te trekken

Artikel 1 Instelling ombudsman

Er is een gemeentelijke ombudsman en een plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman.

Artikel 2 Benoeming, zittingsduur en nevenfuncties

  • 1. De ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman worden voor een periode van zes jaar benoemd en kunnen eenmaal worden herbenoemd.

  • 2. De raad besluit tenminste zes maanden voor afloop van de benoemingstermijn over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman.

  • 3. Benoeming vindt alleen plaats nadat de voor de kandidaat-ombudsman en de kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een Verklaring omtrent het gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

  • 4. Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 81r Gemeentewet, vervullen de ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede invulling van de functie van (plaatsvervangend) ombudsman.

  • 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 81r Gemeentewet, zijn de ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman in elk geval niet tevens bestuurder van de gemeente Bunschoten of persoon in dienst van de gemeente Bunschoten.

  • 6. De gemeenteraad ontvangt bij voordracht een lijst van nevenfuncties van de kandidaat-ombudsman en kandidaat-plaatsvervangend ombudsman.

Artikel 3 Financiële middelen

De ombudsman en zijn plaatsvervanger ontvangen ieder een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ter grootte van

  • Jaarlijks een vaste vergoeding van € 750,=

  • € 200,= per daadwerkelijke inschakeling (totaal onderzoek + verslag)

  • € 75,= per vooronderzoek dat niet leidt tot verder onderzoek en een verslag

Hiernaast worden reiskosten vergoed die de ombudsman en zijn plaatsvervanger voor de uitoefening van de werkzaamheden moeten maken.

Artikel 4 Bemiddeling

  • 1. De (plaatsvervangend) ombudsman kan gedurende een onderzoek de verzoeker en het bestuursorgaan voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen.

  • 2. De (plaatsvervangend) ombudsman brengt ook na een geslaagde bemiddeling een verslag uit.

Artikel 5 Werkinstructie

Voor zover de ombudsman dit nodig acht, maakt hij een werkinstructie voor zijn werkzaamheden.

Artikel 6 Ontvangstbevestiging en toezending verzoekschrift

  • 1. De (plaatsvervangend) ombudsman bevestigt de ontvangst van het verzoekschrift schriftelijk aan de verzoeker.

  • 2. Indien hij een onderzoek als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht instelt, zendt hij tevens een afschrift van het verzoekschrift aan het bestuursorgaan en aan degene over wiens gedragingen wordt geklaagd.

Artikel 7 Het verslag

  • 1. De ombudsman brengt na elke klachtafhandeling, ook na een geslaagde bemiddeling, een rapport zoals bedoeld in artikel 9:36 Algemene wet bestuursrecht uit.

  • 2. De ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman zenden jaarlijks vóór 1 april een verslag van hun werkzaamheden van het voorgaande jaar aan de gemeenteraad en aan het college.

  • 3. De ombudsman kan door een raadscommissie worden uitgenodigd voor de bespreking van het verslag om dit toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden.

  • 4. De ombudsman kan direct na het afsluiten van een onderzoek de raad inlichten over zijn bevindingen en oordeel.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.

Artikel 9 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als:

Verordening gemeentelijke ombudsman Bunschoten 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de raad van de gemeente Bunschoten van 28 mei 2026.

de griffier

drs. E. Hoogstraten

de voorzitter

J.L. Geurts