Verordening kwaliteitsbevordering straattaxivervoer Breda 2025

Geldend van 06-06-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening kwaliteitsbevordering straattaxivervoer Breda 2025

De raad van de gemeente Breda;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 juni 2025;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 82, 82a, 82c en 87 van de Wet personenvervoer 2000;

overwegende:

  • dat artikel 82 van de Wet personenvervoer 2000 gemeenten de mogelijkheid geeft om regels te stellen die in het belang zijn van de kwaliteit van op de gemeentelijke openbare weg aangeboden taxivervoer;

  • dat op grond van artikel 82a van de Wet personenvervoer regels gesteld kunnen worden over:

    • a.

      de herkenbaarheid van een auto waarmee taxivervoer op de gemeentelijke openbare weg wordt aangeboden;

    • b.

      de eisen en verplichtingen te stellen aan bestuurders van een in onderdeel a bedoelde auto;

    • c.

      de indiening en behandeling van klachten van consumenten over taxivervoer;

    • d.

      de wijze waarop wordt aangetoond dat aan de ingevolge de onderdelen a tot en met c gestelde regels wordt voldaan;

    • e.

      de vergoedingen die zijn verschuldigd voor de uitvoeringskosten die samenhangen met de af te geven documenten en vergunningen en met de instandhouding van die documenten en vergunningen;

  • dat Breda ondanks een aantal jaren van taxikwaliteitsbeleid nog steeds te kampen heeft met een onvoldoende kwaliteit van het (straat-)taxivervoer voor de klant,

  • dat er sprake is van een toenemende druk op de Bredase taximarkt door een steeds grotere instroom van chauffeurs op de taxi-opstapmarkt, onder gelijktijdige gestage groei van besteld vervoer, met name bij taxi-platforms zoals Uber en Bolt;

  • dat het niet uit te sluiten is dat er in zekere mate illegale en ondermijnende activiteiten plaatsvinden binnen de Bredase taxibranche;

  • dat er een gebrek is aan zelfregulerend vermogen van de taxibranche ten aanzien van de Bredase opstapmarkt, waardoor het stellen van aanvullende regels noodzakelijk wordt geacht;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening kwaliteitsbevordering straattaxivervoer Breda 2025

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;

  • Beperkingen (vergunning): regels die bij de vergunningverlening aan de vergunning worden verbonden en die inperkingen van de reikwijdte van de betreffende vergunning inhouden;

  • Chauffeur: bestuurder van een voertuig waarmee taxivervoer voor de opstapmarkt wordt verricht;

  • Chauffeurskaart: een door het Kiwa Register namens de bevoegde minister verstrekt verplicht landelijk document voor het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur dat de bestuurder identificeert en de rij- en rusttijden registreert;

  • Examen Taxivervoer Breda (ETB): een examen, inclusief alle daaraan verbonden exameneisen, dat een verplicht onderdeel vormt van de Gemeentelijke Taxivergunning Breda;

  • ETB-certificaat: een op naam van de examenkandidaat gesteld fysiek of digitaal bewijs waaruit blijkt dat de kandidaat voldaan heeft aan de exameneisen zoals die gesteld zijn als verplicht onderdeel van de Gemeentelijke Taxivergunning Breda;

  • Gedragsprotocol: een door de chauffeur na afloop van de examenmodules ondertekende verklaring van instemming met correcte gedragsnormen bij het aanbieden van taxivervoer voor de opstapmarkt in de gemeente Breda;

  • Gemeentelijke Taxivergunning Breda: een door burgemeester en wethouders af te geven vergunning voor het aanbieden van taxivervoer voor de opstapmarkt in de gemeente Breda;

  • GTB-bewijs: een compact fysiek bewijs van de Gemeentelijke Taxivergunning Breda dat additioneel aan genoemde vergunning fungeert;

  • GTB-vergunning: Gemeentelijke Taxivergunning Breda;

  • Landelijke vergunning voor taxivervoer: door het Kiwa register verstrekte vergunning voor taxivervoer;

  • Openbare weg: de openbare weg zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994;

  • Opstapmarkt: het aanbieden van taxivervoer vanaf daarvoor aangewezen taxistandplaatsen en via het aanhouden van een taxi door personen op de openbare weg, waarbij de taxi niet is besteld;

  • Taxivervoer: het tegen betaling aanbieden van vervoer in een voertuig aan personen;

  • Vergunninghouder: houder van een Gemeentelijke Taxivergunning Breda;

  • Voorschriften (vergunning): zaken die bij de vergunningverlening aan de vergunning worden verbonden en waaraan de vergunninghouder zich moet houden;

  • Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

HOOFDSTUK 2 GTB-VERGUNNING

Artikel 2.1 GTB-Vergunning

  • 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een geldige GTB-vergunning van burgemeester en wethouders taxivervoer voor de opstapmarkt aan te bieden op het grondgebied van de gemeente Breda.

  • 2. Een GTB-vergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Het is de vergunninghouder verboden om een vergunningsbewijs en het bijbehorende GTB-vignet al of niet tegen betaling ter beschikking te stellen van een derde voor het aanbieden van taxivervoer.

  • 3. Alleen chauffeurs kunnen in aanmerking komen voor een GTB-vergunning.

  • 4. Een GTB-vergunning wordt verleend voor maximaal vijf jaar.

Artikel 2.2 Toelatingseisen GTB-vergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan een chauffeur een GTB-vergunning verlenen als er geen sprake is van de weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.4 en er in ieder geval voldaan is aan de volgende eisen:

    • a.

      de chauffeur beschikt over een geldige inschrijving bij de Kamer van Koophandel die niet ouder is dan drie maanden, ofwel van het eigen taxibedrijf ofwel van het bedrijf waarbij de chauffeur aantoonbaar in loondienst is; en

    • b.

      de chauffeur beschikt over een geldig ETB-certificaat dat op naam van de chauffeur is gesteld.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen waarin meer of andere toelatingseisen zijn opgenomen dan die genoemd in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 2.3 Aanvraag GTB-vergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders of een door hen aangewezen rechtspersoon stellen het aanvraagformulier voor een GTB-vergunning vast.

  • 2. Een aanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders of een door hen aangewezen rechtspersoon door middel van het onder het eerste lid vermelde aanvraagformulier.

  • 3. Bij de aanvraag wordt in elk geval het Examencertificaat Taxivervoer Breda op naam van aanvrager en een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel meegestuurd;

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen waarin meer of andere gegevens worden verlangd dan de gegevens in het vorige lid, voor zover deze gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor het nemen van een zorgvuldige beslissing op de aanvraag noodzakelijk zijn.

  • 5. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning zijn leges verschuldigd.

Artikel 2.4 Weigeringsgronden GTB-vergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders weigeren een GTB-vergunning:

    • a.

      als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met hetgeen in de aanvraag, het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, is vermeld;

    • b.

      als aanvrager niet voldoet aan de eisen zoals genoemd in de artikelen 2.2 en 2.3;

    • c.

      als het naar het oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is dat aanvrager of de onderneming waar aanvrager voor rijdt, niet voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen;

    • d.

      als er binnen één jaar na intrekking van een GTB-vergunning opnieuw een aanvraag voor een GTB-vergunning wordt ingediend door de betreffende vergunninghouder.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen een GTB-vergunning weigeren in geval van en onder de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

  • 3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het vorige lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob, om een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob worden gevraagd.

Artikel 2.5 Beslistermijn vergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn als bedoeld in het vorige lid met maximaal acht weken verlengen.

  • 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.6 Voorschriften en beperkingen vergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een GTB-vergunning onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de GTB-vergunning verbinden in het belang van de kwaliteit van het op de gemeentelijke openbare weg aangeboden taxivervoer en de veiligheid en openbare orde op de standplaats.

  • 2. De beperkingen waaronder een GTB-vergunning wordt verleend en de aan de vergunning verbonden voorschriften kunnen door burgemeester en wethouders ambtshalve of op aanvraag worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken.

  • 3. Het is vergunninghouder verboden om in strijd te handelen met de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften en beperkingen.

Artikel 2.7 Toonplicht GTB-vergunning en GTB-bewijs

  • 1. Het is verboden voor een vergunninghouder om op het grondgebied van de gemeente Breda taxivervoer voor de opstapmarkt aan te bieden zonder dat hij de aan hem afgegeven GTB-vergunning bij zich draagt.

  • 2. De vergunninghouder geeft de aan hem afgegeven GTB-vergunning ter controle af op eerste vordering van een ambtenaar in functie of een andere door burgemeester en wethouders aangewezen persoon die in opdracht van burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht met het doel om de kwaliteit van het taxivervoer te bevorderen.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de GTB-vergunning zichtbaar is voor derden, zoals, maar niet uitsluitend, in de vorm van het GTB-bewijs aan de voorzijde van de taxi.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop het GTB-bewijs moet worden ingeleverd en – in voorkomende gevallen – weer kan worden opgehaald, in geval van schorsing, intrekking of het vervallen van de GTB-vergunning.

Artikel 2.8 Verplichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen in nadere regels verplichtingen opleggen aan de vergunninghouder over onder meer eisen aan de toonplicht van de chauffeurskaart en de landelijke vergunning voor taxivervoer, de herkenbaarheid van het voertuig, het Examencertificaat Taxivervoer Breda en een klachtenprocedure voor klanten.

Artikel 2.9 Intrekking of schorsing GTB-vergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een GTB-vergunning schorsen of intrekken als:

    • a.

      de vergunning is verleend in strijd met een wettelijk voorschrift;

    • b.

      de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte onjuiste of onvolledige informatie, inclusief informatie in relatie tot de eisen en voorwaarden bij de aanvraag en toelating tot het Examen Taxivervoer Breda zoals aangegeven in artikel 3.1 en 3.2, en een ander besluit op de aanvraag zou zijn genomen als bij het nemen daarvan de juiste informatie volledig bekend was geweest;

    • c.

      de vergunninghouder taxivervoer verricht in strijd met de voorschriften of beperkingen die aan de GTB-vergunning zijn verbonden of de krachtens deze verordening gestelde nadere regels;

    • d.

      het voertuig dat door de chauffeur wordt gebruikt, niet voldoet aan de landelijke eisen die aan een taxivoertuig worden gesteld;

    • e.

      dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in het belang van de kwaliteit van taxivervoer noodzakelijk is, onder meer vanwege veranderde wetgeving of gewijzigde omstandigheden of inzichten, op basis van een nadere onderbouwing en motivering;

    • f.

      er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;

    • g.

      de gemeenteraad besluit tot invoering van een nieuw systeem van vergunningverlening in de taxibranche;

    • h.

      het naar het oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is of is vast komen te staan dat de vergunninghouder niet of niet meer voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen;

    • i.

      de vergunninghouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.2 gestelde toelatingseisen;

    • j.

      de vergunninghouder niet of niet meer voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.8 gestelde verplichtingen;

    • k.

      de vergunninghouder daarom verzoekt.

  • 2. Als burgemeester en wethouders op grond van het eerste lid overgaan tot schorsing, is deze schorsing in elk geval voor bepaalde tijd met een maximum van 16 weken.

  • 3. Als burgemeester en wethouders op grond van het eerste lid overgaan tot schorsing of intrekking van de vergunning, is het vergunninghouder verboden om nog taxivervoer op de opstapmarkt in de gemeente Breda te verrichten. In het geval van een intrekking kan de vergunninghouder een jaar na de intrekking een nieuwe GTB-vergunning aanvragen.

  • 4. De keuze tussen schorsing van een bepaalde duur of intrekking van de GTB-vergunning door burgemeester en wethouders wordt uitgewerkt en vastgesteld in de nadere regels en/of de eveneens door burgemeester en wethouders vast te stellen beleidsregels.

Artikel 2.10 Vervallen GTB-vergunning

  • 1. Een GTB-vergunning vervalt van rechtswege:

    • a.

      een dag na het overlijden of het intreden van wettelijke onbekwaamheid van de vergunninghouder;

    • b.

      zodra de vergunninghouder zijn activiteiten als vervoerder heeft beëindigd;

    • c.

      een dag nadat het rijbewijs van de vergunninghouder ongeldig is verklaard;

    • d.

      een dag nadat de chauffeurskaart van de vergunninghouder is ingetrokken of vervallen;

    • e.

      een dag nadat de landelijke vergunning voor taxivervoer van de vergunninghouder is ingetrokken of vervallen;

    • f.

      een dag na beëindiging van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, van het eigen bedrijf van de chauffeur of van het bedrijf waarbij de chauffeur in loondienst is.

  • 2. Een GTB-vergunning is van rechtswege met onmiddellijke ingang en voor een gelijke periode geschorst als:

    • a.

      het rijbewijs van de vergunninghouder is geschorst, ingehouden of ingenomen;

    • b.

      de chauffeurskaart of landelijke vergunning voor taxivervoer van de vergunninghouder is geschorst;

    • c.

      aan de vergunninghouder een Ontzegging Besturen Motorrijtuigen (OBM) is opgelegd.

HOOFDSTUK 3 Examen Taxivervoer Breda (ETB)

Artikel 3.1 Aanvraag Examencertificaat Taxivervoer Breda

  • 1. Een aanvraag voor een ETB-certificaat wordt ingediend bij burgemeester en wethouders of, als burgemeester en wethouders daarvoor een rechtspersoon hebben aangewezen, bij deze aangewezen rechtspersoon.

  • 2. Voor het indienen van een aanvraag voor een ETB-certificaat wordt gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders of een door hen aangewezen rechtspersoon vastgesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag worden de volgende geldige documenten overgelegd:

    • a.

      Een kopie van een geldige landelijke chauffeurskaart op naam van aanvrager;

    • b.

      een kopie van een geldige landelijke vergunning voor taxivervoer;

    • c.

      een kopie van een geldig rijbewijs op naam van aanvrager;

    • d.

      een kopie van een geldig paspoort;

    • e.

      een kopie van het kentekenbewijs van het taxivoertuig waarmee normaliter taxivervoer wordt aangeboden;

    • f.

      een recente en goed gelijkende pasfoto van de chauffeur die voldoet aan dezelfde eisen als een pasfoto voor een identiteitsdocument.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen waarin meer of andere gegevens worden verlangd dan de gegevens in het vorige lid, voor zover deze gegevens voor het nemen van een zorgvuldige beslissing op de aanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn.

  • 4. De uitvoerings- en examineringskosten voor een ETB-certificaat en de bijbehorende kosten voor de verplichte ETB-modules komen ten laste van de aanvragende chauffeur en moeten voorafgaand aan het examen betaald worden aan burgemeester en wethouders of aan een door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen rechtspersoon.

  • 5. Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de uitvoerings- en examineringskosten vast.

Artikel 3.2 Toelatingseisen voor het behalen van het ETB-certificaat

  • 1. Om in aanmerking te komen voor een ETB-certificaat moet de chauffeur:

    • a.

      Voldaan hebben aan alle eisen voor een aanvraag zoals genoemd in artikel 3.1.

    • b.

      de volgende examenmodules met goed gevolg hebben afgelegd, georganiseerd door burgemeester en wethouders of als burgemeester en wethouders daartoe een rechtspersoon hebben aangewezen, door deze aangewezen rechtspersoon:

      • i.

        module Houding, Gedrag en Integriteit bestaande uit een workshop en mondelinge toets;

      • ii.

        module Levensreddend Handelen;

      • iii.

        module Stadskennis, bestaande uit de onderdelen Algemene stadskennis Breda en Stratenkennis Breda;

    • c.

      een door burgemeester en wethouders vastgesteld Gedragsprotocol over gedrags- en kwaliteitsregels voor akkoord hebben ondertekend.

  • 2. Burgemeester en wethouders of een door hen daartoe aangewezen rechtspersoon verstrekken schriftelijk of digitaal een deelcertificaat van elke met goed gevolg afgelegde examenmodule aan de chauffeur.

  • 3. Burgemeester en wethouders of een door hen daartoe aangewezen rechtspersoon verstrekken een ETB-certificaat aan elke chauffeur die het volledige examen met goed gevolg heeft afgelegd, waarbij tevens voldaan is aan alle toelatingseisen uit artikel 3.2, eerste lid. Het ETB-certificaat wordt verstrekt binnen drie weken nadat aan alle toelatingseisen is voldaan.

  • 4. Burgemeester en wethouders of de door hen daartoe aangewezen rechtspersoon kunnen de termijn als bedoeld in het vorige lid met maximaal drie weken verlengen.

  • 5. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen waarin meer of andere toelatingseisen zijn opgenomen dan die genoemd in het eerste tot en met vierde lid.

  • 6. Burgemeester en wethouders of een door hen daartoe aangewezen rechtspersoon kunnen een chauffeur vrijstelling verlenen van een of meer toelatingseisen of onderdelen daarvan zoals genoemd in het eerste lid, als zij van oordeel zijn dat de chauffeur heeft aangetoond dat op gelijkwaardige wijze aan deze toelatingseisen is voldaan.

  • 7. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de vrijstelling zoals genoemd in het vorige lid.

  • 8. Aan de mogelijkheid tot het verlenen van vrijstelling en het verbinden van voorschriften hieraan, kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen.

Artikel 3.3 Weigeringsgronden ETB-certificaat

Burgemeester en wethouders of, als burgemeester en wethouders daartoe een rechtspersoon hebben aangewezen, deze aangewezen rechtspersoon, weigeren afgifte van het ETB-certificaat als:

  • a.

    naar het oordeel van burgemeester en wethouders of van de onder de aanhef van dit artikel genoemde rechtspersoon de aanvraag onjuistheden ten opzichte van de feitelijke situatie bevat;

  • b.

    aanvrager niet voldoet aan de eisen zoals genoemd in artikel 3.2 en de daarop gebaseerde nadere regels.

Artikel 3.4 Beslistermijn aanvraag en verstrekking ETB-certificaat

  • 1. Burgemeester en wethouders of een door hen daartoe aangewezen rechtspersoon starten binnen drie weken na ontvangst van een volledige aanvraag als bedoeld in artikel 3.1 de planning van het ETB voor de betreffende chauffeur.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de maximale geldigheidsduur van ETB-deelcertificaten als nog niet aan alle verplichtingen van het ETB is voldaan.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de termijn waarbinnen een chauffeur na het behalen van een ETB-module het ETB-certificaat of deelcertificaat ontvangt.

HOOFDSTUK 4 HANDHAVING EN SANCTIES

Artikel 4.1 Naleving en handhaving

  • 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een goede kwaliteit van de uitvoering, het toezicht en de handhaving van wat bij of krachtens deze verordening is bepaald.

  • 2. Burgemeester en wethouders wijzen personen of categorieën van personen aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van wat bij of krachtens deze verordening is bepaald.

  • 3. Burgemeester en wethouders stellen beleidsregels vast over de handhaving van wat bij of krachtens deze verordening is bepaald.

Artikel 4.2 Sancties

  • 1. Overtreding van een of meerdere voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 2.1, eerste en tweede lid, artikel 2.6, derde lid, artikel 2.7 en artikel 2.8 van deze verordening, vormt een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet op de economische delicten, voor zover de overtreding niet al ingevolge andere wettelijke regelingen als strafbare gedraging gesanctioneerd wordt.

  • 2. Onverminderd bestuursrechtelijke sancties, is strafrechtelijke sanctionering van toepassing conform geldende wet- en regelgeving, waaronder mede dat wat bij of krachtens deze verordening is bepaald.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1 Nadere regels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen in het belang van een goede uitvoering van de in deze verordening geregelde onderwerpen.

Artikel 5.2 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen één of meer artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover een dergelijk besluit, gelet op het belang van de aanvrager of vergunninghouder, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 5.3 Overgangsbepaling

  • 1. Voor houders van een KTB-vergunning op grond van de Taxiverordening Breda, zoals vastgesteld op 11 oktober 2018, worden de verboden als genoemd in de artikelen 2.1 en 2.7 zes maanden na inwerkingtreding van de Verordening kwaliteitsbevordering straattaxivervoer Breda 2025 van kracht, onverminderd het bepaalde in het tweede lid.

  • 2. Voor houders van een KTB-vergunning op grond van de Taxiverordening Breda, zoals vastgesteld op 11 oktober 2018, kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen over de kwaliteitsregels, de toonplicht en zichtbaarheid van het KTB-keurmerkcertificaat, de koppeling daarvan met de identiteit van de dienstdoende taxichauffeur, alsmede over een vervangend KTB-keurmerkcertificaat bij verlies of diefstal.

Artikel 5.4 Intrekking

De Taxiverordening Breda, zoals vastgesteld op 11 oktober 2018, wordt ingetrokken.

Artikel 5.5 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

2. Deze verordening is ook van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening en waarop burgemeester en wethouders nog niet hebben beslist. Burgemeester en wethouders kunnen vragen om de al ingediende aanvraag aan te vullen.

Artikel 5.6 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsbevordering straattaxivervoer Breda 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025

, Voorzitter

, Griffier