Regeling delegaten en mandaten gemeenteraad Heemskerk 2026

Geldend van 09-06-2026 t/m heden

Intitulé

Regeling delegaten en mandaten gemeenteraad Heemskerk 2026

Wettelijke grondslag: Hoofdstuk 10 Algemene wet bestuursrecht en artikel 156 Gemeentewet

Hoofdstuk 1 Delegaten

Artikel 1 Delegatie op grond van de Wet open overheid

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gedelegeerd de bevoegdheid:

  • a.

    te besluiten op aan de raad gerichte verzoeken om informatie op grond van artikel 4.3 van de Wet open overheid;

  • b.

    te besluiten tot verdagen van beslistermijnen met betrekking tot aan de raad gerichte verzoeken om informatie op grond van artikel 4.4 van de Wet open overheid.

Artikel 2 Delegatie op grond van de Algemene wet bestuursrecht

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gedelegeerd de bevoegdheid:

  • a.

    te besluiten tot verdagen van beslistermijnen in zaken die de raad aangaan op grond van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    te besluiten tot het vaststellen van verschuldigdheid en de hoogte van dwangsommen in zaken die de raad aangaan op grond van artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3 Delegatie op grond van de Wegenverkeerswet 1994

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gedelegeerd de bevoegdheid te besluiten tot het vaststellen van de grenzen van de bebouwde kom of kommen op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 4 Delegatie op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gedelegeerd de bevoegdheid te besluiten tot het aanwijzen van wegen of weggedeelten waarover aangewezen gevaarlijke stoffen uitsluitend mogen worden vervoerd op grond van artikel 24 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Artikel 5 Delegatie op grond van de Gemeentewet

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gedelegeerd de bevoegdheid te besluiten tot het aanwijzen van locaties als tijdelijk huis der gemeente voor het voltrekken van huwelijken op grond van artikel 108 en 147 van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 1a Delegatie wijzigen omgevingsplan

Artikel 6 Delegatie vaststellen omgevingsplan

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gedelegeerd de bevoegdheid het omgevingsplan vast te stellen in de volgende gevallen:

  • a.

    het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een onherroepelijk geworden omgevingsvergunning;

  • b.

    het wijzigen van het omgevingsplan voor zover dat onder de Wet ruimtelijke ordening als uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan was opgenomen;

  • c.

    wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, voor zover hierin geen beleidsvrijheid meer is toegekend;

  • d.

    wijzigingen van technische aard;

  • e.

    wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan;

  • f.

    het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en fouten.

Artikel 7 Informatieplicht

Het college informeert de raad indien het toepassing geeft aan artikel 6 van deze regeling.

Hoofdstuk 2 Mandaten

Artikel 8 Mandaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht

Aan de juridisch medewerkers van team Bestuur & Organisatie wordt gemandateerd de bevoegdheid:

  • a.

    tot het verzenden van ontvangstbevestigingen naar aanleiding van een bezwaarschrift of de mededeling dat bezwaar is gemaakt op grond van artikel 6:14 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    tot het in de gelegenheid stellen om een bezwaarschrift aan te vullen op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    tot het nemen van een verdagingsbesluit op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    tot het bekendmaken van beslissingen op bezwaar op grond van artikel 7:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • e.

    tot het vergoeden van proceskosten van bezwaar op grond van artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • f.

    te besluiten om een bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9 Mandaat Wet Bibob bij wijziging omgevingsplan op aanvraag

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gemandateerd de bevoegdheid op grond van artikel 4.19b van de Omgevingswet om toepassing te geven aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur bij een aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen.

Artikel 10 Mandaat benoeming en ontslag leden Adviescommissie omgevingskwaliteit

Aan het college van burgemeester en wethouders wordt gemandateerd de bevoegdheid op grond van artikel 5, vijfde lid, van de Verordening op de Adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Heemskerk tot de benoeming en het ontslag op eigen aanvraag van leden en plaatsvervangers van de Adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Heemskerk.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 11 Inwerkingtreding, intrekking en overgangsrecht

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

  • 2.

    Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling worden ingetrokken:

    • de ‘Regeling delegaten en mandaten gemeenteraad Heemskerk 2024’, vastgesteld op 25 april 2024; en

    • het ‘Delegatiebesluit wijzigen omgevingsplan Heemskerk 2023’, vastgesteld op 24 november 2022.

  • 3.

    De onder de werking van de op grond van het tweede lid ingetrokken regelgeving genomen besluiten blijven van kracht en behouden hun werking.

Artikel 12 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling delegaten en mandaten gemeenteraad Heemskerk 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heemskerk

in zijn openbare vergadering van 28 mei 2026

de raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,

Toelichting bij hoofdstuk 1a

Artikel 6

Het vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit biedt een mogelijkheid om de besluitvorming bij het wijzigen van het omgevingsplan te versnellen. Het delegatiebesluit is een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan.

Ad a.

Gelet op artikel 4.17 van de Omgevingswet moet een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit waaraan geen termijn is verbonden binnen een termijn van vijf jaar in het omgevingsplan worden opgenomen. Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met onherroepelijk geworden omgevingsvergunningen is een administratieve handeling. Hetzelfde geldt voor het verwerken van overige onherroepelijk geworden omgevingsvergunningen in het omgevingsplan.

Ad b.

Onder de Wet ruimtelijke ordening kunnen in bestemmingsplannen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten worden opgenomen. Met een uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid kan het college van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan binnen door de gemeenteraad aangegeven grenzen het bestemmingsplan wijzigen. Onder de Omgevingswet bestaan deze wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten niet meer en kan het college van burgemeester en wethouders dergelijke plannen niet meer vaststellen.

Ad c.

Bij het vaststellen van de huidige bestemmingsplannen heeft de gemeenteraad al geoordeeld dat bepaalde wijzigingen van de plannen door het college van burgemeester en wethouders moeten worden uitgevoerd in de vorm van wijzings- en uitwerkingsplannen. Om ervoor te zorgen dat het college van burgemeester en wethouders deze taken kunnen blijven uitvoeren moet de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan worden gedelegeerd. Dit zorgt voor een beleidsneutrale overgang van deze uitvoeringstaken.

Ad d.

Het omgevingsplan wordt digitaal gepubliceerd via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar gesteld op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Als het omgevingsplan moet worden aangepast vanwege technische wijzigingen, bijvoorbeeld vanwege nieuwe (versies van) software of digitale standaarden voor het omgevingsplan, is er sprake van een administratieve handeling. Er is geen inhoudelijke besluitvorming vereist. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor deze technische wijzigingen van het omgevingsplan.

Ad e.

De toelichting op het omgevingsplan heeft een ondersteunende functie op de regels van het omgevingsplan. Een tekstuele of grammaticale wijziging in de toelichting op het omgevingsplan heeft geen wezenlijke invloed op de fysieke leefomgeving. Er is daarom sprake van een administratieve handeling. Deze handeling wordt door het college van burgemeester en wethouders uitgevoerd.

Ad f.

Het is mogelijk dat in de regels van het omgevingsplan verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en andere fouten voorkomen. Dit soort fouten moeten zo snel als mogelijk is worden aangepast om hinder bij burgers en initiatiefnemers te voorkomen. Dergelijke correcties worden door het college van burgemeester en wethouders uitgevoerd.

Artikel 7

De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de gevallen waarin het college van burgemeester en wethouders een wijziging van het omgevingsplan heeft vastgesteld. Op deze manier kan de gemeenteraad zicht houden op de wijze waarop het college van burgemeester en wethouders de gedelegeerde bevoegdheden toepast.