Subsidieregeling inclusieve kinderopvang en onderwijs gemeente Maastricht 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-10-2026

Intitulé

Subsidieregeling inclusieve kinderopvang en onderwijs gemeente Maastricht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op inclusieve kinderopvang en inclusief onderwijs in 2035 door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Inclusieve kinderopvang en inclusief onderwijs gemeente Maastricht 2026.

Artikel 1: Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Awb: Algemene wet Bestuursrecht;

  • Asv: Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

  • BSO: Buitenschoolse Opvang;

  • College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;

  • Doorgaande ontwikkellijn: een doorlopend, op elkaar afgestemd traject van leren en ontwikkelen, waarbij overgangen soepel verlopen en professionals samenwerken om de ontwikkeling van een kind consistent te volgen en te ondersteunen;

  • Gecertificeerde Kinderopvang: kinderopvangvoorziening die voldoet aan alle wettelijke kwaliteitseisen en daarom is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK);

  • Inclusief onderwijs: alle kinderen zijn welkom en kunnen meedoen, ongeacht hun ontwikkeling, beperking, achtergrond, gedrag, gezondheid of thuissituatie. Onderwijs past zich aan het kind aan — niet andersom;

  • Inclusieve kinderopvang: alle kinderen zijn welkom en kunnen meedoen, ongeacht hun ontwikkeling, beperking, achtergrond, gedrag, gezondheid of thuissituatie. De opvang past zich aan het kind aan — niet andersom;

  • Interprofessionele samenwerking: het samenwerken van meerdere beroepsgroepen waarbij ieders expertise wordt ingebracht, met als doel betere, integrale ondersteuning te bieden dan één professional of één discipline alleen kan;

  • Jeugdwet: de Nederlandse wet die regelt welke ondersteuning, hulp en zorg jongeren (0–18 jaar) en hun ouders kunnen krijgen wanneer er problemen zijn in de opvoeding, ontwikkeling, veiligheid of psychische gezondheid;

  • Kansengelijkheid: het principe dat iedereen gelijke mogelijkheden moet hebben om succesvol te zijn, waarbij verschillen in startpositie actief worden gecompenseerd zodat talent — niet afkomst — bepalend is voor iemands toekomst;

  • Kindratio: het aantal kinderen per pedagogisch medewerker dat maximaal is toegestaan volgens de wet Kinderopvang;

  • Ondersteuningsbehoeften: een specifieke hulpvraag of voorwaarde die nodig is om een leerling verder te helpen in zijn ontwikkeling. Het gaat niet om het probleem zelf, maar om wat er nodig is om het probleem te verminderen of het leren mogelijk te maken;

  • Peuteropvang: opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar, aangeboden onder de Wet Kinderopvang, met als doel ontwikkeling, spelen en voorbereiding op de basisschool;

  • Prikkelarme ruimte: een rustige, overzichtelijke en minimaal ingerichte plek waar geluid, licht, beweging en visuele afleiding sterk zijn verminderd;

  • Reguliere klas: de standaard groep leerlingen binnen het basisonderwijs of voortgezet onderwijs waarin kinderen onderwijs krijgen zonder dat er sprake is van een speciale onderwijsvoorziening;

  • SBO: Speciaal Basis Onderwijs, is voor leerlingen met lichte leer- of gedragsproblemen, gericht op terugkeer naar het regulier onderwijs;

  • Schoolondersteuningsteam: een multidisciplinair overlegteam binnen de school dat samen met leraren, ouders en externe partners bepaalt welke ondersteuning een leerling nodig heeft, hoe die wordt uitgevoerd en hoe de voortgang wordt gevolgd;

  • Schooljaar: 1 augustus tot en met 31 juli

  • SO: Speciaal Onderwijs, is voor leerlingen met zware, complexe (zintuiglijke, lichamelijke of verstandelijke) beperkingen;

  • Subsidiejaar: Het subsidiejaar loopt gelijk met het schooljaar, van 1 augustus tot en met 31 juli

  • Voorschoolse educatie: een voorschool is een locatie voor kinderopvang die VVE aanbiedt. De voorschol betreft de periode 2 tot en met 4 jaar. De gemeente bepaalt welke programma’s op de voorschool gebruikt mogen worden;

  • Voorschoolse voorziening: een kinderopvanglocatie waar voorschoolse educatie (VE) wordt aangeboden aan peuters van 2 tot 4 jaar die risico hebben op een (taal)achterstand, volgens door de gemeente vastgestelde criteria. De voorziening moet voldoen aan landelijke kwaliteitseisen;

  • Vroegschoolse educatie: voor kleuters uit groep 1 en groep 2 van de basisschool. De basisschool is verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie;

  • Vroegsignalering: ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen tijdig herkennen, bijvoorbeeld op taal, motoriek of sociaal-emotioneel gebied, zodat passende ondersteuning kan worden ingezet;

  • VVE : voor- en vroegschoolse educatie;

  • ZvW: Zorgverzekeringswet.

Artikel 2: Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 genoemde activiteiten.

Artikel 3: Activiteiten

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van inclusieve kinderopvang en onderwijs waarbij sprake is van het uitvoeren van één of meer van de onderstaande activiteiten:

  • A.

    Inclusieve kinderopvang en voorschoolse voorzieningen

    Subsidiabel zijn activiteiten gericht op het realiseren en versterken van inclusieve kinderopvang, waaronder:

    • het bieden van geïntegreerde opvang- en ontwikkelarrangementen waarin pedagogisch professionals samenwerken met jeugdzorg- of zorgprofessionals (bijvoorbeeld binnen peuteropvang of VVE-groepen)

    • het aanpassen van de groepsgrootte ten behoeve van inclusieve opvang

    • het combineren van voorschoolse educatie (VVE) met zorg en ondersteuning, zodat kinderen met diverse verschillende ontwikkelbehoeften gezamenlijk kunnen deelnemen

    • deskundigheidsbevordering en coaching van pedagogisch professionals gericht op inclusieve werkwijzen en vroegsignalering

    • het bevorderen van interprofessionele samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdzorg en andere relevante partners

    • het ontwikkelen en implementeren van inclusieve pedagogische werkwijzen en programma’s binnen de kinderopvang

    • het ondersteunen van een doorgaande ontwikkellijn van kinderopvang naar primair onderwijs voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften.

  • B.

    Inclusieve buitenschoolse en sociale activiteiten

    • toegankelijk maken van BSO voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften

    • inclusieve sport-, cultuur- of naschoolse activiteiten

    • projecten gericht op kansengelijkheid en brede ontwikkeling

  • C.

    Onderwijsondersteuning in de reguliere setting

    Subsidiabel zijn activiteiten gericht op het versterken van ondersteuning binnen de reguliere klas, waaronder:

    • differentiatie en maatwerk in instructie of leerstofextra begeleidingsuren voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften

    • inzet van orthopedagogen, psychologen of gedragsspecialisten

    • coaching of deskundigheidsbevordering van leraren gericht op inclusieve onderwijsvormen

    • structurele deelname aan het schoolondersteuningsteam (SOT)

  • D.

    Duurzame aanpassingen in de fysieke en pedagogische leeromgeving

    • het creëren van toegankelijke of prikkelarme ruimtes

    • aanpassingen voor leerlingen met visuele, auditieve of motorische beperkingen

    • de eerste inrichting van flexibele leer- en ontwikkelruimtes

  • E.

    Samenwerking en afstemming

    • samenwerking met speciaal onderwijs (SO/SBO) gericht op kennisdeling of begeleiding in de reguliere school

    • samenwerking met Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) gericht op kennisdeling of begeleiding in de reguliere school

    • interprofessionele samenwerking met jeugdteams, wijkteams of zorgpartners

Artikel 4: Doelgroep

  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door het bestuur van een gecertificeerde kinderopvangvoorziening die is ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en gevestigd is in de gemeente Maastricht, en die voldoet aan de wettelijke vereisten uit de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en alle hieruit vloeiende wet- en regelgeving.

  • 2. Subsidie kan worden aangevraagd door het bevoegd bestuur van een onderwijsstichting van het primair onderwijs in gemeente Maastricht.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1. Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond voor de looptijd van twee subsidiejaren in totaal €1.000.000,-.

  • 2. Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond in totaal per schooljaar:

    • 2026/2027 € 500.000,-

      2027/2028 € 500.000,-

  • 3. Voor categorie A, B en C samen geldt het volgende budgetplafond per schooljaar: € 400.000,-

  • Voor categorie D en E samen geldt het budgetplafond per schooljaar: € 100.000,-

Artikel 6: Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de activiteit zoals bedoeld in artikel 3.

  • 2. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, onderdeel A is een cofinanciering vanuit het onderwijs vereist.

  • 3. Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór aanvang van het betreffende schooljaar waar de subsidieaanvraag over gaat.

    • b.

      kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met de gemeente Maastricht.

    • c.

      reguliere onderwijsinzet die onder de basiskwaliteit valt.

    • d.

      bouwkundige aanpassingen die onder huisvesting vallen.

    • e.

      individuele zorg die valt onder de Jeugdwet of Zorgverzekeringswet.

Artikel 7: Wijze van verdeling

  • 1. Verdeling van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in deze subsidieregeling.

  • 3. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 4. Indien door subsidieaanvrager een aanvraag wordt ingediend voor meerdere schoollocaties en deze binnen het subsidieplafond niet allemaal kunnen worden gehonoreerd, kan het college besluiten om voor minder locaties subsidie te verstrekken dan waarvoor subsidieaanvrager subsidie heeft aangevraagd.

  • 5. In het geval de situatie van lid 4 zicht voordoet, wordt met de aanvrager in overleg getreden over de keuze van de schoollocaties die in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 8. De aanvraag

  • 1. De aanvraag voor een subsidie dient:

    • een plan van aanpak met doelen, doelgroep en beoogd effect te bevatten.

    • een beschrijving van de activiteiten en verwachte impact op inclusie te bevatten.

    • een overzicht te bevatten van de aan de activiteit verbonden begrote inkomsten en uitgaven (begroting)

    • de wijze van monitoring en rapportage te bevatten.

  • 2. Uit de aanvraag moet aantoonbaar blijken dat alle partijen betrokken bij de uitvoering van het plan van aanpak zijn meegenomen in de voorbereiding van de aanvraag en dat zij de aanvraag onderschrijven.

  • 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 9. Aanvraagtermijn

  • 1. Een subsidieaanvraag kan jaarlijks van1 april tot en met 30 april in het jaar voor het daaropvolgend schooljaar worden ingediend.

  • 2. Voor projecten of activiteiten die plaatsvinden in het schooljaar 2026-2027, maar niet starten aan het begin van het schooljaar, geldt het volgende: In afwijking van het gestelde in de tweede lid van dit artikel, dient een subsidieaanvraag voor deze projecten of activiteiten uiterlijk in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober 2026 te zijn ontvangen door de Gemeente Maastricht.

  • 3. De aanvraag dient digitaal te worden ingediend via het digitale subsidieloket van de gemeente Maastricht.

  • 4. In geval van een technische storing van het elektronische systeem, waardoor het indienen van de inschrijving kort voor het verstrijken van de termijn zoals bedoeld in het 1e lid niet mogelijk is, kan het college deze termijn verlengen. De nieuwe termijn is dan van toepassing voor alle subsidieaanvragers voor het betreffende subsidiejaar.

  • 5. De subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk om de situatie zoals beschreven in het 5e lid schriftelijk te melden bij het college door middel van gebruikmaking van het e-mailadres dat op het aanvraagformulier wordt vermeld.

Artikel 10. Beslistermijn

  • 1. Het college beslist uiterlijk op 30 juni van het jaar waarin de complete aanvraag om een subsidie is ingediend.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor kalenderjaar 2026 dat het college uiterlijk 31 december 2026 beslist.

Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden

Subsidieverlening kan worden geweigerd als:

  • a.

    voor de activiteit reeds subsidie is verleend door het college;

  • b.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;

  • c.

    de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten gericht op individuele kinderen of uitbreiding van het reguliere personeel op de groep;

  • d.

    uit rapporten van toezichthouders van de inspectie kinderopvang en voorschoolse educatie blijkt dat gedurende een langere periode zorgen bestaan over de kwaliteit van dienstverlening van de aanvragen.

  • e.

    uit rapporten van toezichthouders van de onderwijsinspectie blijkt dat gedurende een langere periode zorgen bestaan over de kwaliteit van dienstverlening van de aanvrager.

Artikel 12. Verplichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.

Artikel 13. Verantwoording en vaststelling

  • 1. In afwijking van de Asv dient de aanvrager voor 1 juni na het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2. Bij subsidies van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 75.000,- overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3. Bij subsidies van meer dan €75.000,- overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

    • d.

      een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant.

Artikel 14. Hardheidsclausule

  • 1. In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2. Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 15. Slotbepaling

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 oktober 2026.

  • 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inclusieve kinderopvang en onderwijs gemeente Maastricht 2026.

Ondertekening

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 26 mei 2026:

De Secretaris a.i.,

G.G.H.M. Haanen

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Toelichting bij de subsidieregeling inclusieve kinderopvang en onderwijs Maastricht 2026

A. Onderwijsondersteuning in de reguliere setting

Subsidiabel zijn activiteiten gericht op het versterken van ondersteuning binnen de reguliere klas. Hierbij kun je denken aan:

Observaties in de groep met aansluitende coachinggesprekken.

Reflectiesessies met het team over pedagogisch handelen.

Meekijken met groepsdynamiek en adviseren over aanpak.

Teamtrainingen over gedrag, executieve functies, prikkelverwerking, of ontwikkelingsstimulering.

Intervisie of casuïstiekbesprekingen gericht op groepsniveau.

Workshops over omgaan met diversiteit in de klas of vroegsignalering van ontwikkelingsproblemen.

Voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders over ontwikkeling, gedrag of spelend leren.

Advies aan leerkrachten over hoe zij oudercommunicatie kunnen versterken.

De inzet moet leiden tot versterking van de basisondersteuning in de klas, zodat het hele team beter toegerust is om met verschillen tussen kinderen om te gaan.

B: Inclusieve kinderopvang en voorschoolse voorzieningen

Subsidiabel zijn activiteiten gericht op het realiseren en versterken van inclusieve kinderopvang,

Hierbij kun je denken aan:

Trainingen voor pedagogisch medewerkers over inclusieve pedagogiek, omgaan met diversiteit, prikkelverwerking of ontwikkelingsverschillen.

Intervisie of casuïstiekbesprekingen gericht op groepsniveau.

Inrichten van een prikkelarme of rustgevende hoek voor kinderen die snel overprikkeld raken.

Aanpassingen in routines zodat kinderen met verschillende behoeften kunnen meedoen.

Afstemming met jeugdgezondheidszorg, wijkteams of scholen over een inclusieve doorgaande lijn.

Organiseren van ouderbijeenkomsten over inclusie, ontwikkeling of opvoedondersteuning.

Analyse van groepsdynamiek en advies over aanpassingen in het pedagogisch handelen.

Aanpassingen in spel- en leeractiviteiten zodat alle kinderen kunnen deelnemen.

C: Aanpassingen in de fysieke en pedagogische leeromgeving

Hierbij kun je denken aan:

Brede looppaden en voldoende manoeuvreerruimte voor kinderen met hulpmiddelen.

Verlaagde of verstelbare tafels en stoelen.

Toegankelijke speelhoeken waar materialen op grijphoogte staan.

Prikkelarme werkplekken of “stiltehoeken”.

Gebruik van lichtfilters of dimbare verlichting.

Drempelloze ingangen en deuren die makkelijk openen.

Toegankelijke toiletten en verschoonruimtes.

Buitenruimtes met verschillende zones: actief, rustig, sensorisch, groen.

D. Samenwerking en afstemming

Hierbij kun je denken aan:

Overdrachtsgesprekken tussen pedagogisch medewerkers en leerkrachten over groepsniveau (geen individuele dossiers).

Orthopedagogen, psychologen of gedragsspecialisten die groepsgericht advies geven aan zowel opvang als school.

Ouder-kind-activiteiten die de overgang van opvang naar school versterken.

Trainingen voor pedagogisch medewerkers én leerkrachten samen, bijvoorbeeld over:inclusieve pedagogiek, executieve functies, gedrag en groepsdynamiek, meertaligheid, spelend leren.

E. Inclusieve buitenschoolse en sociale activiteiten

Hierbij kun je denken aan:

Sport- en beweegactiviteiten waarbij rekening wordt gehouden met verschillende motorische niveaus.

Wandelen of speurtochten met duidelijke structuur, visuele ondersteuning en rustmomenten.

Observaties door orthopedagogen of gedragsspecialisten tijdens BSO activiteiten met advies aan het team.