Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Eemsdelta 2026

Geldend van 05-06-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-04-2026

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Eemsdelta 2026

De raad van de gemeente Eemsdelta;

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 15 april en 6 mei 2026;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98 en 99 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3. eerst lid, 3.1.4. eerst lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9. eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2, en 3.3.8 van het Rechtpositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

besluit vast te stellen, de volgende verordening:

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Eemsdelta 2026

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;

  • griffier; de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;

  • raadslid: lid van de gemeenteraad;

  • Rechtspositiebesluit: het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie (en bijzondere commissie)

  • 1.

    Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 120,00 per maand.

  • 2.

    Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van € 120,00 per maand.

  • 3.

    Een raadslid dat vaste voorzitter is van de raadscommissie zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Eemsdelta 2026 wordt, in de maanden waarin hij/zij een vergadering van een oordeelsvormende raadscommissie voorzit, een toelage toegekend van 50% van het bedrag, genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1.

    Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2.

    Een raads- of commissielid levert binnen 4 weken na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

  • 3.

    Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na schoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

  • 1.

    Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als raadslid, als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

  • 2.

    Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

  • 3.

    De maximale vergoeding per jaar per raadslid van de scholing bedraagt:

    • a.

      voor raadsleden: de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit;

    • b.

      voor commissieleden niet zijnde raadsleden: 50% van de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit;

  • 4.

    In voorkomende gevallen beslist het presidium op basis van meerderheid van stemmen.

Artikel 5. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 6. Betaling vaste vergoedingen

De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1.

    Tenzij het Rechtspositiebesluit of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen.

  • 2.

    Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een door het college vastgesteld declaratieformulier en bewijsstukken.

  • 3.

    Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.

Artikel 8. Titel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2026 gemeente Eemsdelta" en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot 1 april 2026.

  • 2.

    De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2021 wordt ingetrokken per datum inwerkingtreding van deze verordening.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Eemsdelta, 26 mei 2026

B. Visser

Voorzitter

T.G.C. Kramer-Klein

Griffier