Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren

Geldend van 05-06-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren;

gelet op de titel 4:2 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren;

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • Molens: molens die de status van rijksmonument hebben.

  • Rijksmonumenten: monumenten die zijn opgenomen in het monumentenregister, vastgesteld ingevolge artikel 6 van de Erfgoedwet.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor:

  • 1.

    Onderhoud van (monumentale) molens in gemeente De Fryske Marren:

  • 2.

    Restauratie van rijksmonumenten met een publieksfunctie.

Artikel 4. Berekening van de subsidie

Subsidie wordt alleen verstrekt in de volgende twee subsidie categorieën:

  • 1.

    Molens: de hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten per molen per jaar, met een maximum van € 5.000,- per aanvraag.

  • 2.

    Rijksmonumenten met een publieksfunctie: een subsidie bedraagt maximaal 20 % van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,- per aanvraag.

  • 3.

    Onder subsidiabele kosten wordt verstaan de kosten ten behoeve van de instandhouding van monumenten, zoals is bepaald in bijlage 1 ‘Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten gemeente De Fryske Marren.’

Artikel 5. Aanvraag

In aanvulling op artikel 7, eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening De Fryske Marren dient de aanvrager een restauratieplan met gespecificeerde begroting in te dienen.

Artikel 6. Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 10, derde lid, aanhef en onder u, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren is de volgende aanvullende weigeringsgrond van toepassing:

  • 1.

    Er wordt geen subsidie toegekend indien voor hetzelfde pand in de voorafgaande periode van 5 jaar subsidie is toegekend.

Artikel 7. Bijzondere bepalingen/ verplichtingen

De aanvrager dient

  • 1.

    de werkzaamheden uit te voeren volgens het ingediende en door het college goedgekeurde restauratieplan.

  • 2.

    Pas te beginnen met de werkzaamheden nadat het college een besluit heeft genomen op de subsidieaanvraag

Artikel 8. Verantwoording

  • 1.

    In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening De Fryske Marren, dient de subsidieaanvrager nadat de restauratie is gerealiseerd een financieel overzicht in te dienen. Dit financieel overzicht dient aangeleverd te worden inclusief facturen.

  • 2.

    Wanneer de daadwerkelijke kosten hoger zijn dan bij de aanvraag is vermeld, wordt de vaststelling gebaseerd op de kosten zoals vermeld in de aanvraag.

  • 3.

    Wanneer de daadwerkelijke kosten lager zijn dan bij de aanvraag is vermeld, wordt de subsidie naar evenredigheid vastgesteld waarbij wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kosten.

Artikel 9. Subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door het college.

Artikel 10. Verdeling subsidieplafond

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 3.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze subsidieregeling is van toepassing op aanvragen van subsidie die worden verstrekt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling

  • 3.

    De subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren, zoals vastgesteld op 27 juni 2017 wordt ingetrokken.

  • 4.

    Op de subsidies die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, blijft de subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren, vastgesteld op, 27 juni 2017, van toepassing.

  • 5.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske

  • Marren.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van De Fryske Marren op 19 mei 2026,

gemeentesecretaris, burgemeester,

Ditta Cazemier Leo Pieter Stoel

Bijlage 1 Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten gemeente De Fryske Marren

Hoofdstuk 1.1. Algemene bepalingen subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten, voor zover dat is bepaald in deze bijlage, met dien verstande dat:

a. kosten uitsluitend subsidiabel zijn voor zover de werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen:

1°. zijn gericht op maximaal behoud van de monumentale waarden van het monument, in het bijzonder historische materialen en constructies;

2°. sober en doelmatig zijn; en

3°. technisch noodzakelijk zijn;

b. kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade subsidiabel zijn;

c. kosten van vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen subsidiabel zijn;

d. kosten van reconstructie niet subsidiabel zijn, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn;

e. kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen voor veranderd gebruik, comfortverbetering of verfraaiing niet subsidiabel zijn, en kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen voor verduurzaming enkel subsidiabel zijn, indien zij acceptabel zijn en expliciet in deze Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt; en

f. kosten van werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel zijn.

Hoofdstuk 1.2. Uitwerking algemene bepalingen

Algemeen

In hoofdstuk 1.1 staan algemene bepalingen ten aanzien van subsidiabele kosten. Deze bepalingen gelden voor alle subsidiabele kosten, genoemd in deze bijlage.

Deze bijlage ‘Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten’ (hierna: Leidraad) is opgesteld op basis van de Leidraad die door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt gehanteerd voor haar subsidieregelingen voor monumenten. Daarbij heeft men aansluiting gezocht bij de indeling van werkzaamheden bij de reeds bestaande ‘STABU-hoofdcodering’. STABU staat voor Standaardbestek voor de Burger- en Utiliteitsbouw. De Leidraad is gebaseerd op dezelfde codering als STABU. Voor specifieke werkzaamheden, die niet of onvoldoende in de STABU-hoofdcodering voorkomen, is een nieuwe codering toegevoegd. Dit is bijvoorbeeld gebeurd voor werktuigbouwkundige installaties, ‘klinkende’ onderdelen van monumenten (zoals orgels) en ‘groene’ monumenten (zoals parken en tuinen). In het instandhoudingsplan, met name in de werkomschrijving of het bestek en in de begroting, moeten de onderdelen zoals genoemd in deze Leidraad terug te vinden zijn.

Kosten van werkzaamheden die niet zijn opgenomen in de Leidraad komen niet voor subsidieverlening in aanmerking. In een aantal gevallen is aangegeven welke kosten niet subsidiabel zijn. Deze niet-subsidiabele kostenposten zijn telkens bedoeld ter verduidelijking en als afbakening om aan te geven waar de grens tussen subsidiabel en niet-subsidiabel ligt, maar zijn niet limitatief.

Waar in de Leidraad wordt gesproken over ‘instandhouding’, wordt zowel op normaal onderhoud als op restauratie gedoeld. In de Leidraad is geen onderscheid gemaakt in onderhoud en restauratie. Ten aanzien van veel werkzaamheden zou dan met percentages moeten worden gewerkt, wat in veel gevallen een arbitraire grens zou opleveren. Dat levert onwenselijke situaties op.

Vanwege de brede opzet van de landelijke leidraad is deze ook toepasbaar op andere subsidieregelingen van het Rijk, provincies en gemeenten voor monumentenzorg. Waar de leidraad van het Rijk zich uitsluitend richt op rijksmonumenten, geldt op gemeentelijk niveau dat er ook gemeentelijke monumenten bestaan. Er is geen verschil in de wijze van instandhouding van een rijks- of gemeentelijk monument. Daarom is deze gemeentelijke Leidraad toepasbaar op zowel rijks- als gemeentelijke monumenten, die in deze Leidraad gezamenlijk worden aangeduid als ‘monument’. De Leidraad is tevens toepasbaar op monumentale molens, aangezien deze in de gemeente beschermd zijn als rijksmonument of gemeentelijk monument. Aangezien binnen de gemeente De Fryske Marren geen archeologische rijksmonumenten aanwezig zijn, zijn in deze gemeentelijke Leidraad hierover geen bepalingen opgenomen.

Technisch noodzakelijk, sober en doelmatig

De werkzaamheden moeten strekken tot instandhouding van het monument, ze moeten sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van monumentale waarden. Sober en doelmatig houdt in dit verband in dat de werkzaamheden gericht moeten zijn op maximaal behoud van monumentale waarden, dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade worden voorkomen. Behoud gaat hierbij vóór herstel, herstel vóór vervanging en vervanging vóór reconstructie. Het reconstrueren van monumenten is in beginsel niet subsidiabel.

Bij (materiaal)technisch noodzakelijk gebleken vervanging dienen de nieuwe onderdelen in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking én kwaliteit zoveel mogelijk overeen te komen met de afkomende, te vervangen onderdelen. Het is uiteindelijk ter beoordeling aan de gemeente of aan voornoemde uitgangspunten wordt voldaan.

In gevallen waarin in het verleden onderdelen zijn vervangen met gebruikmaking van niet-passende materialen of bijvoorbeeld afwijkende detaillering, is het aan de gemeente om te beoordelen of vervanging in een beter passende uitvoering gewenst is ter versterking van de monumentale waarden en op die grond subsidiabel kan worden gesteld. Voorbeelden van dergelijke uitzonderlijke gevallen zijn het vervangen van een kunststof hemelwaterafvoer door een zinken uitvoering, of het vervangen van een golfplaten dakbedekking door riet of dakpannen.

Een plan wordt op deze punten getoetst aan de hand van de bevindingen in het inspectierapport en detailfoto’s van de gebreken enerzijds en de in het plan opgenomen werkzaamheden anderzijds. De blijkens het inspectierapport meest urgente werkzaamheden zullen normaal gesproken in het plan moeten zijn opgenomen. Is dat niet het geval en wordt subsidie gevraagd voor andere werkzaamheden, dan zal dit in de aanvraag moeten worden onderbouwd. Om het plan als doelmatig te kunnen aanmerken, zal de eigenaar moeten verklaren dat de niet opgenomen urgente werkzaamheden binnen de in het inspectierapport aangegeven termijn worden uitgevoerd.

Behoud van monumentale waarden

Alleen de werkzaamheden die direct verband houden met de instandhouding van de monumentale waarden van het monument kunnen worden gesubsidieerd. Werkzaamheden moeten ook noodzakelijk zijn voor de instandhouding. Zo zal bijvoorbeeld herstel van voegwerk dat technisch gezien nog goed is, niet subsidiabel zijn. Instandhouding van monumentale vaste interieuronderdelen is subsidiabel. Het onderhoud of vervanging van niet-monumentale onderdelen in het interieur is niet subsidiabel, want niet noodzakelijk voor de instandhouding van monumentale waarden. Vervanging van niet-monumentale onderdelen van de bouwkundige schil van het monument kan daarentegen wel subsidiabel zijn als dit noodzakelijk is voor het behoud van monumentale waarden. Hierbij kan vervanging door beter op de monumentale waarden afgestemde materialen subsidiabel zijn als dit gewenst is, zoals in de paragraaf ‘Technisch noodzakelijk, sober en doelmatig’ beschreven. Werkzaamheden aan een niet-monumentale aan- of uitbouw zijn alleen subsidiabel voor zover deze noodzakelijk zijn voor het behoud van monumentale waarden.

Verduurzaming

Instandhoudingswerkzaamheden gaan vaak gepaard met werkzaamheden die worden verricht ter verbetering van de duurzaamheid van met name de gebouwde monumenten, zoals isolatiemaatregelen, de aanleg van duurzame installaties of de plaatsing van zonnepanelen. Monumenteigenaren kunnen voor dergelijke werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen gebruik maken van specifiek daarvoor ingestelde subsidieregelingen. Daarbij kunnen voor monumenten aangepaste voorwaarden gelden, zodat de minimale vereisten (zoals het isolatieniveau) ook voor monumenten haalbaar zijn. Verduurzamingskosten (zoals kosten van het aanbrengen van isolatie of duurzame installaties) zijn op grond van deze Leidraad in beginsel niet subsidiabel. Een uitzondering geldt voor enkele maatregelen die niet los gezien kunnen worden van wel subsidiabele instandhoudingswerkzaamheden en die in deze Leidraad specifiek zijn vermeld (in hoofdstuk 1.3, paragrafen 30. Kozijnen, ramen en deuren en 34. Beglazing). Bij gevel-, vloer- en dakisolatie bestaat de na-isolatie veelal uit een isolatiepakket dat aan het monument wordt toegevoegd. Als instandhoudingswerkzaamheden aan de dakbedekking bijvoorbeeld gepaard gaan met de isolatie van het dak, dan zijn de instandhoudingswerkzaamheden wel subsidiabel en de kosten die samenhangen met het aanbrengen van het isolatiepakket niet. Bij vensterisolatie wordt verduurzaming bij voorkeur gerealiseerd met behoud van het historische venster. Afhankelijk van de omstandigheden kan het toepassen van bijvoorbeeld dun isolatieglas of binnenvoorzetbeglazing uitkomst bieden. Indien het echter om materiaaltechnische redenen noodzakelijk is om een vensteronderdeel te vervangen, kan om verduurzaming niet te belemmeren een minimale aanpassing van de detaillering worden geaccepteerd, als voldoende rekening is gehouden met de monumentale waarde. Het vervangen van kozijnen of beglazing zonder materiaaltechnische redenen is niet subsidiabel, want dit waarborgt niet het maximale behoud van de monumentale waarde. Het algemene uitgangspunt is dat behoud gaat voor vernieuwen, zoals ook is verwerkt in de systematiek van de Restauratieladder en is omschreven in het afwegingskader Verduurzaming van monumenten. Voor het verduurzamen van een monument is in vrijwel alle gevallen een omgevingsvergunning nodig.

Groene monumenten

De subsidiabele instandhoudingskosten voor groene monumenten zijn samengebracht in hoofdstuk 1.3, in paragraaf 92. Daarnaast zijn ook de paragrafen 01 en 05 van hoofdstuk 1.3 van toepassing. De overige paragrafen van hoofdstuk 1.3 zijn niet van toepassing op groene monumenten.

Interieur

Voor zover het werkzaamheden aan het interieur van het monument betreft, wordt het volgende opgemerkt. In de Leidraad is bij de subsidiabele kosten niet telkens onderscheid gemaakt tussen kosten van werkzaamheden aan de buitenkant van een monument en van werkzaamheden aan de binnenkant van een monument. Uitgangspunt is dat kosten die betrekking hebben op werkzaamheden aan de binnenkant van een monument, slechts subsidiabel zijn indien die werkzaamheden strekken tot behoud van de monumentale waarde van het monument of bijvoorbeeld om constructieve reden noodzakelijk zijn. Zo zal het ‘witten’ van binnenmuren in de meeste gevallen niet subsidiabel zijn omdat dit niet noodzakelijk is voor de bescherming van de monumentale waarde of een constructieve noodzaak heeft. Dit schilderwerk is wel subsidiabel indien pleisterwerk om constructieve of technische redenen vervangen moet worden.

Of interieuronderdelen daadwerkelijk monumentale waarde bezitten, dient in eerste instantie, voor zover mogelijk, beoordeeld te worden aan de hand van hetgeen vermeld is in het besluit tot aanwijzing van het monument. Biedt dit onvoldoende uitsluitsel, dan zullen de monumentale waarden nader bepaald kunnen worden aan de hand van een cultuurhistorisch of bouwhistorisch rapport of een andere publicatie die op de monumentale waarden ingaat. Daarnaast kan het ook dat de gemeente in het kader van de vaststelling van de subsidiabele kosten, aan bepaalde onderdelen monumentale waarde toegekend.

Het interieur van een monument bestaat uit vaste en losse onderdelen.

Het Burgerlijk Wetboek (art. 3:4) is bepalend voor de vraag of iets kan worden aangemerkt als vast interieuronderdeel van een gebouw. De vuistregels zijn in dit verband grofweg: is iets hecht verbonden met het gebouw of maakt iets het gebouw als gebouw compleet.

Ten aanzien van de fysieke hechtheid van de verbinding werd in het verleden ook wel gesproken van ‘aard- en nagelvast’. Hierbij kan worden gedacht aan vloeren, plafonds, schouwen en betimmeringen, hecht verankerd (kerk)meubilair, maar ook aan wandbespanningen en geschilderd behangsel.

Voor de vraag of een gebouw incompleet is, moet worden gekeken of het gebouw zonder het interieuronderdeel als gebouw incompleet – onaf – is. Voorbeelden van dit soort interieuronderdelen zijn deuren (die betrekkelijk eenvoudig uit hun hengsels zijn te lichten) en wandafwerkingen, aangebracht op of voor onafgewerkte muurvlakken, die zonder beschadiging zijn te verwijderen. Het gaat hierbij overigens om het gebouw en niet zozeer om de functie die het heeft. Het ontbreken van een object dat van belang is voor de functie, bijvoorbeeld voor de eredienst in een kerkgebouw, maakt dit gebouw niet incompleet.

Voor zover vaste interieuronderdelen van belang zijn voor de monumentale waarde van het monument, zijn de kosten van werkzaamheden aan deze onderdelen in beginsel subsidiabel. Onderhoud of vervanging van niet-monumentale interieurelementen, zoals recent aangebrachte vloeren, keukens en badkamers, is niet subsidiabel. Hetzelfde geldt voor het aanbrengen van nieuwe elementen. Ook het aanbrengen, vervangen of onderhouden van niet-monumentale verwarmingsinstallaties, elektrotechnische en andere moderne installaties, is niet subsidiabel. In de praktijk zijn installaties zelden subsidiabel, want het aantal historische installaties is immers zeer beperkt.

Losse interieurelementen en de werkzaamheden daaraan, zijn niet subsidiabel. Bij losse interieurelementen (veelal de inrichting) kan gedacht worden aan gebruiksvoorwerpen, gordijnen, kandelaars, los meubilair, kerkschatten, schilderijen, vloerbedekking en tapijten.

Hiermee is uiteraard niet gezegd dat losse voorwerpen en objecten niet van waarde kunnen zijn in relatie tot het monument. Hiervan is namelijk in veel gevallen sprake. Subsidiëring van dergelijke – ‘roerende’ – zaken is echter niet mogelijk.

Veiligheid

De Arbeidsomstandighedenwet stelt eisen met betrekking tot veiligheid, gezondheid en welzijn van degenen die met de uitvoering van werk belast zijn. Deze wet is ook van toepassing op instandhoudingswerkzaamheden. Er moeten zogenoemde Arbo-voorzieningen worden getroffen om risico’s zo veel mogelijk te beperken. Met betrekking tot de instandhouding van het monument wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke bouwplaatsvoorzieningen (steigers, dakrandbeveiliging, en dergelijke) en voorzieningen van meer permanente aard (zoals ladder- en veiligheidshaken, loopbruggen, luiken en verlichting).

De tijdelijke bouwplaatsvoorzieningen zijn uitsluitend nodig, indien ingrijpende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. In de regel wordt hiervoor een (hoofd)aannemer ingeschakeld. Het treffen van de benodigde tijdelijke voorzieningen valt onder de verantwoordelijkheid van de aannemer (zie hoofdstuk 1.3, paragrafen 01.04 en 01.05).

Het komt vaak voor dat delen van monumenten zeer moeilijk of niet bereikbaar zijn zonder een hoogwerker, kraan of steiger. Om reguliere inspecties en werkzaamheden goed en veilig te kunnen uitvoeren is het in zo’n situatie noodzakelijk voorzieningen van meer permanente aard aan te brengen om die gedeelten steeds gemakkelijk te kunnen bereiken. Voorbeelden van dergelijke voorzieningen zijn loopbruggen in ruimten boven gewelven in kerken, ladder- en veiligheidshaken, klimhaken (voldoende en op de juiste plaats) en dak- en torenspitsluiken. Hoewel zelden een verfraaiing, zijn dergelijke Arbo-voorzieningen noodzakelijk om monumenten in stand te kunnen blijven houden. Het aanbrengen, mits tot een minimum beperkt en deskundig uitgevoerd, is dan ook subsidiabel (zie hoofdstuk 1.3, paragrafen 32, 33 en 70).

Indieningsvereisten bij grotere ingrepen

In geval van ingrijpende werkzaamheden moeten meer stukken bij de subsidieaanvraag gevoegd worden dan bij normaal onderhoud. Het kan hierbij gaan om tekeningen en specialistische rapporten.

De tekeningen worden onderscheiden in: opnametekeningen (bestaande toestand en gebrekentekeningen), plantekeningen (nieuwe toestand, hoe de gebreken worden verholpen, of welke wijzigingen worden aangebracht) en aanvullende tekeningen (zoals doorsneden, principedetails en werktekeningen). Het vervaardigen van tekeningen behoort bij het opstellen van een plan voor restauratiewerkzaamheden en andere grotere ingrepen en is in dat kader subsidiabel (zie paragraaf 01.04 van de Leidraad bij ‘architecten-/plankosten’).

Diverse specialistische werkzaamheden worden in de planvorming niet door de (restauratie)architect uitgevoerd, maar door andere specialisten. In dit verband kan gedacht worden aan adviezen op bouwfysisch, constructief of installatietechnisch gebied, aan bouwhistorisch- of interieuronderzoek, aan beeldhouwwerk, bijzonder schilderwerk en werkzaamheden aan installaties en interieur en aan specialistische werkzaamheden ten behoeve van groene monumenten (zoals het opstellen van tuinhistorische adviezen). Dergelijke werkzaamheden door derden (zoals adviseurs, onderzoekers en restauratoren) zijn subsidiabel, mits ze noodzakelijk zijn.

Voorzieningen en apparatuur

In specifieke gevallen is in het verleden geadviseerd of voorgeschreven om voorzieningen te treffen of apparatuur te installeren. Daarbij kan gedacht worden aan beschermende voorzieningen voor gevels, gebrandschilderde ramen, houten of natuurstenen vloeren, aan reiniging of behandeling van gevels en beeldhouwwerken of aan het aanbrengen van vogel- en ongedierte werende voorzieningen. Voorts kan het gaan om het plaatsen van installaties voor bliksemafleiding of ter voorkoming of vertraging van verval, zoals kathodische bescherming.

Het kan ook zijn dat in vooroverleg over een instandhoudingsplan een dergelijke voorziening of installatie is geadviseerd. Indien er door monumentenzorg is geadviseerd of voorgeschreven is de voorziening te treffen of de apparatuur te installeren, of dit in het kader van de subsidieaanvraag als noodzakelijk beoordeelt, zijn de kosten daarvan subsidiabel.

Zelfwerkzaamheid

Voor de instandhouding van een monument is specifiek vakmanschap doorgaans onontbeerlijk. De regelgeving biedt een eigenaar van een monument de ruimte om instandhoudingswerkzaamheden geheel of gedeeltelijk zelf uit te voeren of door eigen personeel te laten uitvoeren in het kader van een door hem gedreven onderneming of organisatie (zie hoofdstuk 1.3, paragraaf 01.04).

In het algemeen geldt dat de kosten van ‘zelfwerkzaamheid’ alleen dan subsidiabel zijn indien de eigenaar achteraf kan aantonen (bijvoorbeeld door middel van een accountantsverklaring) hoeveel uren door hemzelf of zijn personeel binnen het kader van een door hem gedreven onderneming of organisatie zijn besteed aan subsidiabele werkzaamheden. Uren die zijn besteed buiten het kader van de door hem gedreven onderneming gelden als ‘doe-het-zelf’-uren en zijn niet subsidiabel.

Meerwerk

Tijdens de uitvoering van een instandhoudingsplan kunnen onverwacht gebreken aan het licht komen, waardoor extra werkzaamheden noodzakelijk zijn om de monument in stand te kunnen houden. Mits het subsidiabele instandhoudingswerkzaamheden betreft, kan de begrotingspost ‘onvoorzien’ voor de dekking hiervan gebruikt worden.

Informatie en toegang voor publiek

Kosten die verband houden met het geven van informatie aan bezoekers, zoals het aanbrengen of vernieuwen van richting- en informatieborden, zijn niet subsidiabel. Ook kosten die verband houden met het toegankelijk maken of ontsluiten van een monument voor het publiek zijn niet subsidiabel. Het betreft kosten, gerelateerd aan het vergroten van het draagvlak voor monumenten, die niet direct noodzakelijk zijn voor de instandhouding ervan.

Hoofdstuk 1.3. Subsidiabele kosten

00. ALGEMEEN

00. 04 AANBESTEDING/INSCHRIJVING

Subsidiabel zijn de kosten van:

- de coördinatievergoeding van de (hoofd)aannemer tot een maximum van 3% van de kosten van die subsidiabele werkzaamheden, die apart aanbesteed worden.

01. VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN

01.02 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Keuring van materialen, bouwstoffen en grond:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het keuren van te verwerken materialen, bouwstoffen (zoals natuursteen en leien) en grond, mits de keuring noodzakelijk is en wordt uitgevoerd door een bekwaam keuringsinstituut.

01.03 VERZEKERINGEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- de premie van een Construction All Risk verzekering (CAR) tot een maximum van 0,4% van de subsidiabele kosten.

01.04 VERREKENING WIJZIGING KOSTEN EN PRIJZEN

Aannemerskosten:

De subsidiabele aannemerskosten zijn onder te verdelen naar:

- de te verwerken materialen op grond van deze Leidraad,

- de loonkosten van het aannemerspersoneel (op basis van de tabel in bijlage 4, hoofdstuk 2, paragraaf 4 van de landelijke Subsidieregeling instandhouding monumenten: hierna Sim)

- de werkzaamheden uitgevoerd door onderaannemers,

- in geval van ingrijpende werkzaamheden, de opslagkosten voor een bouwplaats (algemene bouwplaatskosten ABK, algemene kosten AK en winst en risico W&R) tot een maximum van 20% (op basis van de Sim, bijlage 4, hfst 2, §5)

- stelposten en verrekenposten,

- onvoorziene werkzaamheden tot een maximum van 5%.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– precario en andere gemeentelijke heffingen,

– heffingen voortkomend uit onder andere milieuregelgeving,

– renteverlies, financiering, notaris, afsluitprovisie en dergelijke.

Zelfwerkzaamheid

Subsidiabel zijn de kosten van:

– te verwerken materialen,

– afschrijving of huur van het benodigde materieel,

– arbeidsuren van de eigenaar of zijn personeel, mits die ten behoeve van werkzaamheden aan zijn monument zijn gemaakt in het kader van een door hem gedreven onderneming of organisatie en ze achteraf kunnen worden aangetoond (bijvoorbeeld door middel van een accountantsverklaring). Dit is met inbegrip van de arbeidsuren voor de coördinatie (aansturing) van vrijwilligers die subsidiabele werkzaamheden uitvoeren.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

- arbeidsuren van de eigenaar of vrijwilliger die zelf instandhoudingswerkzaamheden verricht (de ‘doe-het-zelf’-uren van de eigenaar of vrijwilliger).

Architecten-/plankosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het opstellen van het instandhoudingsplan met de daarbij behorende stukken (zoals plan, begroting, werkomschrijving en eventuele tekeningen) tot een maximum overeenkomstig de tabel, bedoeld in de Sim, bijlage 4, hfst 2, §4.

Begeleidingskosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het begeleiden van de uitvoering van de werkzaamheden – bestaande uit het jaarlijks opstellen van het jaarprogramma, het opvragen van offertes, de prijsvorming en het verstrekken van de opdrachten, de begeleiding en controle tijdens de uitvoering, de oplevering van het uitgevoerde werk en de financiële verantwoording – tot een maximum overeenkomstig de tabel, bedoeld in de tabel in de Sim, bijlage 4, hfst 2, §2.

Overige kosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

– abonnementen zoals op/voor de:

• Monumentenwacht of een vergelijkbare organisatie (inclusief de kosten van het inspecteren en uitvoeren van noodreparaties en het treffen van noodmaatregelen om verdere degradatie te voorkomen),

• controle van de bliksembeveiligingsinstallatie,

• controle van de brandbeveiligingsinstallatie.

– accountantsonderzoek en -verklaring, mits bij de beschikking tot subsidieverlening opgelegd, tot een maximumbedrag van € 5.000,

– taxatierapport ter vaststelling van de herbouwwaarde als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder c, onder 2°, tot een maximumbedrag van € 2.500 per monument of zelfstandig onderdeel,

– bouw- en kleurhistorisch onderzoek,

– archeologisch onderzoek voor zover noodzakelijk voor instandhoudingswerkzaamheden aan gebouwde of groene monumenten,

– tuinhistorisch onderzoek, inhoudende een chronologische weergave van de geschiedenis met bronvermelding, historische afbeeldingen, historisch kaartmateriaal en fasekaarten, e.e.a. als uitgangspunt voor het beheerplan,

– specifieke onderzoeken, zoals voor gebouwde monumenten:

• bouwfysisch onderzoek (onder andere naar vocht- en zoutproblemen),

• constructie-/bouwtechnisch onderzoek,

• werktuigbouwkundig onderzoek,

– specialistische werkzaamheden door derden, zoals voor:

• beeldhouwwerk,

• bijzonder schilderwerk,

• werkzaamheden aan monumentale vaste interieuronderdelen (zoals historische behangsels of houtsnijwerk),

• advisering inzake specifieke onderwerpen of problemen.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– onderzoek dat niet gericht is op instandhouding, maar voortvloeit uit andere regelgeving, zoals milieutechnisch bodemonderzoek, flora- en faunaonderzoek of stikstofberekeningen.

Legeskosten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- leges betreffende de omgevingsvergunning tot een maximum van 1,5% van de subsidiabele kosten.

Omzetbelasting (btw):

Subsidiabel zijn de kosten van:

- omzetbelasting (btw) tot een maximum van 21%, tenzij deze fiscaal verrekenbaar is.

Tussentijdse aanpassing van de btw-percentages wordt beschouwd als meer- of minderwerk.

Prijsindexering:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- prijsindexering tot een maximum van 3% per jaar (cumulatief).

01.05 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN

Aanvullende tekeningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het vervaardigen van aanvullende detail- en uitvoerings-/werktekeningen tot een maximum overeenkomstig de tabel, bedoeld in de Sim, bijlage 4, hfst 2, §3, mits dergelijke tekeningen nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de correcte uitvoering van het plan.

Overige bescheiden:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het opstellen/vervaardigen van overige bescheiden zoals rapporten met opname of advies inzake bouwfysische of constructieve problemen of problemen met de waterhuishouding of de bodem (bijvoorbeeld van grondmechanische of geochemische aard), mits dergelijke bescheiden nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

01.06 ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg en onderhoud van Arbo-voorzieningen van meer permanente aard ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden.

Hiervoor wordt verwezen naar de paragrafen 32, 33, 70 en 84. Tijdelijke Arbo-voorzieningen op de bouwplaats vallen onder de verantwoordelijkheid van de aannemer (zie daarvoor de paragrafen 01.04 en 01.05).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– Arbo-voorzieningen die verband houden met het verkrijgen of behouden van een gebruiksvergunning (zoals afscheidingen, hekken, trappen en verlichting).

05. BOUWPLAATSVOORZIENINGEN

05.00 ALGEMEEN

Groot materieel:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het inzetten van groot materieel (zoals bij voorbeeld damwanden, hijskranen, rijplaten en steigers), dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden,

- het inzetten van paardentractie.

10. STUT- EN SLOOPWERK

10.00 ALGEMEEN

Saneringen en verwijderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het (tijdelijk) verwijderen van materialen of onderdelen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden, inclusief het daarvoor in te zetten materieel (zoals containers).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het saneren of verwijderen van materialen, onderdelen of constructies vervuild met of door asbest,

– het terugplaatsen van niet-monumentale materialen of onderdelen na het uitvoeren van noodzakelijke instandhoudingswerkzaamheden,

– het maken van doorbraken en overige werkzaamheden voor zover voortvloeiend uit comfortverbetering en/of veranderd gebruik.

Stut en stempelwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- stut- en stempelwerk tijdens de werkzaamheden.

Beschermende voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- beschermende voorzieningen voor monumentale onderdelen (zoals het voor of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dichtleggen van een dak, afdekken van een vloer en inpakken van het orgel en meubilair, of het beschermen van bomen).

12. GRONDWERK

12.00 ALGEMEEN

Civiele werken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het schoon en op diepte houden van waterlopen en waterpartijen (zie ook paragraaf 17),

- instandhouding van aard- en waterwerken (zie ook paragraaf 17).

Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de desbetreffende paragrafen.

14. BUITENRIOLERING EN DRAINAGE

14.00 ALGEMEEN

Riolering en drainage:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding en zo nodig vernieuwing van de aansluitingen van de hemelwaterafvoeren op de (hoofd)riolering, tot maximaal één meter uit de gevel van het monument,

- instandhouding en zo nodig vernieuwing van de riolering, voor zover ten behoeve van de hemelwaterafvoeren, tot maximaal één meter uit de gevel van het monument,

- aanleg en onderhoud van drainage ten behoeve van een adequate waterafvoer.

15. TERREINVERHARDINGEN

15.00 ALGEMEEN

Bestrating:

Subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van bestrating (zoals straten, paden en stoepen), voor zover onderdeel van de monument, en het periodiek aanvullen van de top- of verhardingslaag (keien, klinkers, en dergelijke),

– herstel van de bestrating na werkzaamheden aan hemelwaterafvoeren, riolering en drainage als genoemd in paragraaf 14.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– de paden en stoepen in een niet beschermde tuin van een monument.

17. TERREININRICHTING

17.00 ALGEMEEN

Deze paragraaf gaat over bouwkundige en weg- en waterbouwkundige elementen. Deze kunnen zelfstandig beschermd zijn of deel uitmaken van een historische (groen)aanleg.

Bouwkundige elementen (geen gebouw zijnde):

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van bouwkundige elementen zoals grafzerken, hekwerken, lantaarns, pergola’s, standbeelden, vee- en wildroosters, vee- en wildwering, vlonders en zonnewijzers,

- vervanging van dergelijke bouwkundige elementen indien herstel niet meer mogelijk is.

Voor omvangrijke metsel-, smeed- en timmerwerkzaamheden aan bouwkundige elementen wordt verwezen naar de paragrafen 22, 43 en 45.

Bruggen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van bruggen,

– het aanbrengen van een eenvoudige houten loopbrug, indien de verbinding van belang is voor de aanleg en de voorganger geheel verdwenen is.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– reconstructie van een geheel verdwenen brug.

Civiele werken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van aardwerken zoals greppels, heuveltjes, motteheuvels, taluds, terrassen, vliedbergen en dergelijke, met inbegrip van het maaien van taluds,

– het aanbrengen, instandhouding of vervanging van afdekmaterialen (zoals worteldoek),

– instandhouding van molenbergen, molenerven en molenwerven voor zo ver gelegen binnen een cirkel met het hart van de molen als middelpunt en een middellijn die gelijk is aan die van het wieken-kruis of tot maximaal zes meter uit de buitengevel van de watergedreven molen,

– herstel van reliëf door het aanvullen van terreingedeelten die aan erosie of inklinking onderhevig zijn geweest.

Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de paragrafen 21, 22, 24, 25, 43 en 90.

Waterpartijen en waterlopen inclusief bijbehorende stuwen en duikers, waterpeilen en waterkwaliteit:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van waterlopen van poldermolens en watergedreven molens met de vanouds daarbij behorende elementen en onderdelen (zoals krooshekken, lossluizen, beschoeiingen, stuwen en wachtdeuren) binnen een cirkel met het hart van de molen als middelpunt en een middellijn die gelijk is aan die van het wiekenkruis of tot maximaal zes meter uit de buitengevel van de watergedreven molen,

- het uitbaggeren van waterlopen en waterpartijen, inclusief het afvoeren of tijdelijk opslaan van de uitkomende bagger in depot en het afwerken van het depot na inklinking, mits met gesloten grondbalans,

- het opschonen van windhoeken (het plaatselijk verwijderen van opgehoopt blad en takhout),

- het verwijderen van overmatige plantengroei,

- instandhouding en het werkzaam houden van duikers en stuwen,

- het aanbrengen van nieuwe, eenvoudige duikers, overstorten, stuwen, gemaaltjes en pompen, die nodig zijn voor het handhaven of verbeteren van het waterpeil.

20. FUNDERINGSPALEN EN DAMWANDEN

20.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van funderingspalen of damwanden (hout, beton of staal),

- vervanging of het aanbrengen van funderingspalen of damwanden (hout, beton of staal).

21. BETONWERK

21.00 ALGEMEEN

Betonconstructies:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van betonconstructies (zoals wanden, vloeren, daken, kolommen, liggers, portalen, consoles, balkons, klokkenstoelen en dergelijke),

- instandhouding van betonnen onderdelen (zoals balusters, cementrustiek, dorpels, hekwerken, gevelbanden en -ornamenten),

- instandhouding van civiele en militaire werken (zoals sluis- en kademuren, forten en schuilplaatsen).

Funderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- herstel van betonnen funderingsconstructies,

- vervanging van betonnen funderingsconstructies indien herstel niet meer mogelijk is,

- aanleg van een betonnen funderingsconstructie in aanvulling op of ter vervanging van de bestaande (houten) funderingsconstructie, indien deze niet meer voldoet.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

- wijziging van een betonnen funderingsconstructie, zoals bij het uitdiepen van het souterrain of het uitbreiden van een kelder.

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het behandelen van betonwerk tegen gevolgschade door roestende wapening,

- het behandelen van betonnen onderdelen of constructies, indien overlast van vocht/water niet door drainage alleen kan worden weggenomen (zoals het waterdicht maken van een kelder),

- het behandelen van betonwerk tegen graffiti, indien noodzakelijk en mits de behandeling omkeerbaar of de aan te brengen coating verwijderbaar/afbreekbaar is.

22. METSELWERK

22.00 ALGEMEEN

Metselwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van (dragend) metselwerk zoals van gevels, wanden, gewelven, kolommen, molenrompen, fabrieksschoorstenen, tuinmuren en dergelijke (uiteraard alleen voor zover beschermd),

- herstel van scheuren en het vervangen van kapotte stenen (inboeten).

Voegwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van het voegwerk inclusief het op bijpassende manier opnieuw aanbrengen van uitgevallen voegwerk,

- het op bijpassende manier vervangen van voegwerk, doch uitsluitend omdat de waterkerende werking van het metselwerk van de gevel niet meer voldoende is.

Funderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- herstel van gemetselde funderingsconstructies,

- vervanging van gemetselde funderingsconstructies indien herstel niet meer mogelijk is.

Afdekkingen en bekledingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding of, indien om constructieve of materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het vervangen van houten, metalen of (natuur-)stenen afdekkingen en bekledingen van opgaand metselwerk, geveltoppen, kroonlijsten en dergelijke.

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het met water (onder lage druk en temperatuur, zonder toegevoegde materialen als zand of chemicaliën) reinigen van metselwerk ter verwijdering en bestrijding van mos, algen en dergelijke,

- het om bouwfysische redenen behandelen van metselwerk, indien overlast van vocht/water niet door drainage alleen kan worden weggenomen (zoals het waterdicht maken van een kelder),

- het behandelen van metselwerk tegen graffiti, indien noodzakelijk en mits de behandeling omkeerbaar of de aan te brengen coating verwijderbaar/afbreekbaar is,

- het schoonmaken van de bovenkant van stenen gewelven, indien technisch noodzakelijk.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

- het impregneren van gevelmetselwerk.

24. RUWBOUWTIMMERWERK

24.00 ALGEMEEN

Houtconstructies:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van houten draag-, gewelf-, kap- en vakwerkconstructies zoals balken, gootconstructies, gordingen, hijsbalken, kapspanten, muurstijlen en sporen,

- instandhouding van het staande werk van molens,

- instandhouding van het gaande werk van molens (zie ook paragraaf 90),

- instandhouding van ingebouwde en vrijstaande klokkenstoelen en klokkentorens/dakruiters met alle daarbij behorende onderdelen als onderslagbalken, vlonders en trappen (zie ook paragraaf 91),

- instandhouding van orgelbalkons, balgstoelen en andere houten orgelconstructies (zie ook paragraaf 91),

- instandhouding van houten elementen en onderdelen (zoals balustrades, hekwerken, spalieren, schuttingen, luifels, stellingen en veranda’s),

- indien om constructieve of materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het versterken of gedeeltelijk of geheel vervangen van de hiervoor bedoelde houtconstructies.

Funderingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van houten funderingsconstructies,

- het gedeeltelijk of geheel vervangen van houten funderingsconstructies indien herstel niet meer mogelijk is.

Beschietingen, bekledingen en betimmeringen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding en, indien om constructieve of materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het gedeeltelijk of geheel vervangen van dakbeschot, gewelfbeschot, vloerdelen en dergelijke,

- instandhouding en, indien om constructieve of materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het gedeeltelijk of geheel vervangen van bijbehorende betimmeringen (zoals rachels, tengels, panlatten, roeflatten en klossen)

- instandhouding van balgen- en uurwerkkamers (zie voor orgels en uurwerken ook paragraaf 91).

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- een curatieve behandeling tegen houtaantasters als insecten, schimmels en zwammen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige,

- bescherming tegen vocht/water door middel van vochtwerende, dampremmende lagen, mits bouwfysisch noodzakelijk,

- een conserverende behandeling van het gaande en staande werk van molens,

- het schoonmaken van de bovenkant van houten gewelven, indien technisch noodzakelijk.

25. METAALCONSTRUCTIEWERK

25.00 ALGEMEEN

Metaalconstructies:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van gietijzeren, smeedijzeren of stalen constructies.

Behandelingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

– een roestwerende behandeling of beschermlaag.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het aanbrengen van brandwerende of brand-isolerende voorzieningen.

26. BOUWKUNDIGE KANAALELEMENTEN

26.00 ALGEMEEN

Schoorstenen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van schoorstenen met bijbehorende schoorsteenkanalen,

- instandhouding van schoorsteenkappen en roosters.

Schachten en kokers:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding en, indien om constructieve of materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het gedeeltelijk of geheel vervangen van schachten en kanalen (zoals ventilatie- en rookgasafvoerkanalen) en stortkokers.

30. KOZIJNEN, RAMEN EN DEUREN

30.00 ALGEMEEN

Kozijnen, ramen, deuren en dergelijke:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van kozijnen, ramen en deuren (zoals stijlen aanscherven, onderdorpels vervangen),

- instandhouding van vensteronderdelen (zoals schuiframen, raamluiken en dergelijke),

- instandhouding van daklichten, dakkoepels en dakstraten,

- instandhouding van elementen zoals galmborden, dakluiken en dergelijke,

- het gedeeltelijk of geheel vervangen van hiervoor genoemde onderdelen en elementen, mits constructief of materiaaltechnisch noodzakelijk. Daarbij moeten de nieuwe onderdelen zoveel mogelijk overeenkomen met de te vervangen onderdelen. Als de vervanging wordt gecombineerd met verduurzaming, kan een minimale aanpassing van de detaillering goed gekeurd worden, als voldoende rekening is gehouden met de monumentale waarde (zoals het op passende wijze aanbrengen van kierdichting in houten vensters of een koudebrugonderbreking in een stalen venster).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het vervangen van een stalen venster door een venster in afwijkend materiaal en afwerking, zoals aluminium of kunststof,

– het vervangen van stopverf door glaslatten,

– het vervangen van buitenbeglazing door binnenbeglazing.

Hang- en sluitwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van hang- en sluitwerk van ramen, deuren en luiken (zoals deurkloppers, deurkrukken, gehengen, scharnieren en sloten),

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het aanbrengen van extra veiligheidsvoorzieningen zoals bij voorbeeld dievenklauwen,

– het periodiek nalopen en smeren van hang- en sluitwerk.

31. SYSTEEMBEKLEDINGEN

31.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale systeembekledingen (zoals felsplaat- en profielplaatbekledingen).

32. TRAPPEN EN BALUSTRADEN

32.00 ALGEMEEN

Trappen en balustraden:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van trappen en traponderdelen (zoals trapbomen, traptreden, balustraden, leuningen, traphekken en trapluiken).

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg en onderhoud van voorzieningen, conform de Arbo-wet- en regelgeving, ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden (zoals loopbruggen, trappen, ladders, hekken en trapluiken).

33. DAKBEDEKKINGEN

33.00 ALGEMEEN

Dak- en gevelbedekkingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van dakbedekkingen (zoals riet, pannen, leien, lood, zink en bitumineuze dakbedekking),

- instandhouding of het aanbrengen van ventilatiepannen en –roosters,

- instandhouding van afdekkingen en bedekkingen (zoals van koper, lood, zink, leien, natuursteen en dergelijke) van onder andere gevels, zijwangen van dakkapellen, ornamenten, dakranden en –daklijsten,

- indien om materiaaltechnische redenen noodzakelijk: het gedeeltelijk of geheel vervangen van dak- en gevelbedekkingen.

Voor het saneren en verwijderen van asbesthoudende onderdelen zie paragraaf 10.

Balkons, luifels en dergelijke:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van afdekkingen en bekledingen (zoals van koper, lood, zink, bitumineuze afdekking en dergelijke) van en op balkons, luifels, galerijen, veranda’s en dergelijke,

- indien om materiaaltechnische redenen noodzakelijk: het gedeeltelijk of geheel vervangen van dergelijke afdekkingen en bekledingen.

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- een bescherming tegen vocht/water door middel van vochtwerende, dampremmende lagen, mits bouwfysisch noodzakelijk.

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg en onderhoud van voorzieningen, conform de Arbo-wet- en regelgeving, ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden (zoals ladderhaken en dakluiken; bij monumentale constructies dient het aantal tot een minimum beperkt te blijven en de bevestigingsplaatsen zorgvuldig gekozen te worden).

34. BEGLAZING

34.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van glas-in-lood ramen, al dan niet gebrandschilderd,

– het aanbrengen van tegen teloorgang en vandalisme beschermende voorzetbeglazing bij bijzonder ontworpen glas-in-loodramen, waaronder gebrandschilderd glas mits noodzakelijk,

– het vervangen van kapotte beglazing, mits noodzakelijk om het monument wind- en waterdicht te houden en het geschiedt op een bij het venster passende wijze en met een in stijl passende glassoort.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het aanbrengen van isolerende beglazing in andere gevallen dan hierboven vermeld,

– het periodiek bewassen van ramen.

35. NATUUR- EN KUNSTSTEEN

35.00 ALGEMEEN

Natuursteenwerken en -beeldhouwwerken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van natuursteenwerken (zoals balustraden, bordessen, dorpels, gevelbanden, kolommen, neuten, plinten, stoeppalen, traptreden en vloeren, of hunebedden),

- instandhouding van natuurstenen beeldhouwwerken (decoratieve elementen en ornamenten zoals klauwstukken, kruisbloemen, pinakels en voluten),

- indien om materiaaltechnische of andere redenen noodzakelijk, het gedeeltelijk of geheel vervangen van natuursteenwerken en natuurstenen beeldhouwwerken.

Behandelingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- indien om materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het conserverend behandelen van natuursteenwerken (bijvoorbeeld met de ‘Ibach-methode’),

- het behandelen van natuur- en kunststeenwerk tegen graffiti, indien noodzakelijk en mits de behandeling omkeerbaar of de aan te brengen coating verwijderbaar/ afbreekbaar is.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het impregneren van natuur- en kunststeenwerk.

36. VOEGVULLING

36.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van voegvullingen/mortels ten behoeve van de noodzakelijke afwerking of afdichting (zoals dilatatievoegen),

- indien om technische redenen noodzakelijk, het op bijpassende wijze vervangen of aanbrengen van voegvullingen of mortels ten behoeve van afwerking of afdichting.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– het aanbrengen van voegvullingen van PUR-schuim, kit en dergelijke.

37. NA-ISOLATIE

37.00 ALGEMEEN

Isolatie:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van historisch waardevol isolatiemateriaal (zoals boekweitdoppen, houtkrullen, mos, schelpen, slakkenwol en zeegras).

Na-isolatie:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- het (na-)isoleren van een monumentale waterinstallatie om bevriezing daarvan te voorkomen.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

- het aanbrengen van overig isolatiemateriaal.

38. GEVELSCHERMEN

38.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale gevelschermen (zoals wind- en zonneschermen).

40. STUKADOORWERK

40.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van binnen- en buitenstucwerk,

- instandhouding van stucwerk ornamenten, zowel binnen als buiten,

- indien om materiaaltechnische of constructieve redenen noodzakelijk, het gedeeltelijk of geheel vervangen van het stucwerk,

- het gebruiken van stucwerkdragers en stucwerkprofielen.

41. TEGELWERK

41.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentaal tegelwerk (zoals vloer- en wandtegels, tegeltableaus in/op schouwen en mozaïekwerk),

- het vervangen van kapotte tegels.

42. DEKVLOEREN EN VLOERSYSTEMEN

42.00 ALGEMEEN

Vloerafwerkingen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale vloerafwerkingen (zoals terrazzo-, granito-, parket- en stalvloeren),

- het aanbrengen van vloerbeschermende voorzieningen, mits noodzakelijk.

Voor instandhouding van geschilderde vloerdecoraties zie paragraaf 46.

43. METAAL- EN KUNSTSTOFWERK

43.00 ALGEMEEN

Metaalwerken en metalen ornamenten:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van metaalwerken (zoals monumentale gietijzeren/smeedijzeren/stalen hekwerken, balusters, kolommen en molenassen),

- instandhouding van decoratieve metalen ornamenten (zoals bol, haantje, kruis, windvaan, wijzerplaat en zonnewijzer).

Roosters en dergelijke:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van vloerluiken en -roosters,

- instandhouding van ventilatieroosters (zoals gevelroosters voor de ventilatie van de kruipruimte),

- instandhouding van gaasramen en roosters ter bescherming van monumentale onderdelen,

- instandhouding van blad- en sneeuwroosters in goten,

- het vervangen of aanbrengen van roosters of luiken, indien technisch of bouwfysisch noodzakelijk,

- het aanbrengen en in stand houden van vogel- en ongediertewerende voorzieningen zoals gaasramen en roosters.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

- het aanbrengen van roosters of luiken ten behoeve van nieuwe installaties.

Hijs- en ankerwerken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van hijswerken (zoals hijsankers, hijshaken, hijskatrollen en dergelijke),

- instandhouding van ankerwerken en bevestigingen (zoals gevelankers, bevestigingshaken en ophangstangen),

- het aanbrengen van ankers en bevestigingen.

44. PLAFOND- EN WANDSYSTEMEN

44.00 ALGEMEEN

Plafonds en wanden:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale plafonds en wanden van onder andere glas, hout, leem, leer, metaal en textiel, al dan niet bevestigd op tengel- en rachelwerk, riet, steengaas en dergelijke,

- instandhouding van al dan niet geschilderde plafond- en wanddecoraties en ornamenten (zie hiervoor ook de paragrafen 46, 47 en 48).

45. AFBOUWTIMMERWERK

45.00 ALGEMEEN

Aftimmerwerk:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van aftimmerwerk buiten (zoals gevelbetimmeringen, dakkapellen, frontons, boei- en gootlijsten, windveren, dak- en gevellijsten, pilasters, dakluiken, schoorsteenborden en uileborden),

- instandhouding van aftimmerwerk binnen (zoals architraven, dagbetimmeringen, deurlijsten, koplijsten, lambriseringen, orgelkassen, plinten, raamblinden, vensterbanken en vloerluiken),

- instandhouding van decoratieve houten elementen (zoals festoenen en sierlijstwerk).

Behandelingen en voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- een curatieve behandeling tegen houtaantasters als insecten, schimmels en zwammen, mits deze aantoonbaar actief zijn en de behandeling wordt uitgevoerd door een ter zake deskundige,

- bescherming tegen vocht/water door middel van vochtwerende, dampremmende lagen, mits bouwfysisch noodzakelijk.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– een preventieve behandeling tegen houtaantasters.

46. SCHILDERWERK

46.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- schilderwerk buiten,

- schilderwerk binnen voor zover het de binnenzijde van kozijnen, ramen en deuren in de buitengevel betreft,

- instandhouding van bijzonder schilderwerk binnen of geschilderde decoraties (zoals muur-, wand-, plafond- en vloerschilderingen),

- het periodiek reinigen van schilderwerk.

47. BINNENINRICHTING

47.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale interieurs en interieurelementen voor zover die hecht met het gebouw verbonden zijn zoals bedsteden, grafzerken, haarden, hekwerken, kasten, kerkbanken, orgelkassen, schouwen en tochtportalen,

- specialistisch schoonmaakwerk,

- preventieve maatregelen (zoals de aanschaf en het aanbrengen van apparatuur voor vocht-/klimaatbeheersing mits bouwfysisch noodzakelijk.

- onderzoek en begeleiding door een gekwalificeerde deskundige (zie paragraaf 01.04).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– werkzaamheden ten behoeve van de instandhouding van losse interieurelementen (zoals boeken, gebruiksvoorwerpen, gordijnen, kandelaars, los meubilair, rouwborden en schilderijen),

– regulier schoonmaakwerk (zoals afstoffen, boenen, poetsen en stofzuigen).

48. BEHANGWERK, VLOERBEDEKKING EN STOFFERING

48.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale interieurafwerkingen in de vorm van behangwerk, vaste vloerbedekking of stoffering (zoals geschilderde behangsels, goudleer en textiele bespanningen; vaste tapijten en lopers; bovendeur- en schoorsteenstukken),

- het aanbrengen van voorzieningen tegen ongedierte,

- indien bouwfysisch noodzakelijk, het aanbrengen van interieurbeschermende voorzieningen (zoals vocht-/klimaatbeheersing),

- onderzoek en begeleiding door een ter zake deskundige (zie paragraaf 01.04).

50. DAKGOTEN EN HEMELWATERAFVOEREN

50.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van (onder andere gietijzeren, koperen, loden, natuurstenen en zinken) goten of gootbekledingen, vergaarbakken en hemelwaterafvoeren,

- indien om materiaaltechnische redenen noodzakelijk, het gedeeltelijk of geheel vervangen van goten of gootbekledingen, vergaarbakken en hemelwaterafvoeren.

51. BINNENRIOLERING

51.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- de instandhouding van binnenriolering met bijbehorende onderdelen (zoals appendages, pompen en putten), voor zover het monumentale waterinstallaties of sanitair betreft.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– de instandhouding of aanleg van binnenriolering ten behoeve van niet-monumentale waterinstallaties of sanitair.

52. WATERINSTALLATIES

52.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale waterinstallaties met bijbehorende onderdelen (zoals appendages, pompen en verdelers).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale waterinstallaties of de aanleg van nieuwe installaties.

53. SANITAIR

53.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentaal sanitair met bijbehorende onderdelen (zoals kranen, toiletpotten en wastafels).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentaal sanitair of de aanleg van nieuw sanitair.

54. BRANDBESTRIJDINGSINSTALLATIES

54.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van brandbestrijdingsinstallaties,

- aanleg of onderhoud van brandbestrijdingsinstallaties en –voorzieningen (inclusief brandblussers en brandslanghaspels) en aangelegd conform de voorschriften inzake brandpreventie,

- aanleg of onderhoud van voorzieningen ter voorkoming en/of ten behoeve van een snelle bestrijding van een brand.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– voorzieningen of maatregelen die verband houden met het verkrijgen of behouden van een gebruiksvergunning (zoals noodverlichting, ontruimingsalarm en vluchtwegaanduiding).

55. GASINSTALLATIES

55.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale gasinstallaties met bijbehorende onderdelen (zoals appendages, leidingen en tanks).

56. PERSLUCHT- EN VACUUMINSTALLATIES

56.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale perslucht- en vacuüminstallaties met bijbehorende onderdelen (zoals appendages, leidingen en tanks).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale perslucht- en vacuüminstallaties met bijbehorende onderdelen, of de aanleg van nieuwe installaties.

60. VERWARMINGSINSTALLATIES

60.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale verwarmingsinstallaties met bijbehorende onderdelen (zoals kachels, verwarmingsketels en radiatoren).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale verwarmingsinstallaties of de aanleg van nieuwe installaties.

61. VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES

61.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van onder andere binnen- en buitenroosters, ventilatie- en dakkappen,

- aanleg en onderhoud van ventilatie- en bevochtigingsinstallaties ter bescherming van interieurs, mits bouwfysisch noodzakelijk.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties of de aanleg van nieuwe installaties (zoals WarmteTerugWin-installaties).

62. KOELINSTALLATIES

62.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale koelinstallaties met bijbehorende onderdelen.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale koelinstallaties of de aanleg van nieuwe installaties (zoals airconditioning).

70. ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES

70.00 ALGEMEEN

Elektrotechnische installaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale elektrotechnische installaties met bijbehorende armaturen, schakelaars en dergelijke onderdelen.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale elektrotechnische installaties of de aanleg van nieuwe installaties,

– vervanging of aanleg van leidingen of bedrading.

Bliksemafleidingsinstallaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg en het onderhoud van bliksemafleidingsinstallaties, mits geadviseerd of voorgeschreven door monumentenzorg en aangelegd conform de geldende voorschriften (NEN-EN-IEC 62305 beveiligingsklasse LPL III of LPL II),

- visuele inspectie van een LPL III-installatie om het jaar en een volledige inspectie eens in de vier jaar,

- visuele inspectie van een LPL II-installatie het ene jaar en een volledige inspectie het daaropvolgende jaar.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– aanleg of onderhoud van overspanningsbeveiliging.

Arbo-voorzieningen:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg en onderhoud van voorzieningen, conform de Arbo-wet- en regelgeving, ten behoeve van veilig inspecteren en uitvoeren van werkzaamheden (zoals elektrotechnische installaties met bijbehorende verlichtingsarmaturen).

75. COMMUNICATIE- EN BEVEILIGINGSINSTALLATIES

75.00 ALGEMEEN

Communicatie-installaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale communicatie-installaties met bijbehorende onderdelen.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van niet-monumentale communicatie-installaties of de aanleg van nieuwe installaties (zoals een modern intercomsysteem).

Brandmeldinstallaties:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg of onderhoud van brandmeldinstallaties.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– doormelding aan een meldkamer waaronder het abonnement en de lijnhuur.

Inbraakbeveiligingsinstallaties:

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– aanleg of onderhoud van inbraakbeveiligingsinstallaties,

– doormelding aan een meldkamer waaronder het abonnement en de lijnhuur.

78. GEBOUWENBEHEERSYSTEMEN

78.0 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- aanleg of onderhoud van gebouwenbeheersystemen.

80. LIFTINSTALLATIES

80.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale personen- en goederenliftinstallaties.

81. ROLTRAPPEN EN ROLPADEN

81.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale roltrappen en rolpaden.

82. HEF- EN HIJSINSTALLATIES

82.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale hef- en hijsinstallaties (zoals hefplateaus, hijsbalken en hijsankers).

83. GOEDERENTRANSPORT- EN -DISTRIBUTIESYSTEMEN

83.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van monumentale goederentransport- en distributiesystemen.

84. GEVELONDERHOUDINSTALLATIES

84.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van monumentale gevelonderhoud-installaties.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– aanleg van een nieuwe glazenwasinstallatie.

90. WERKTUIGBOUWKUNDIGE INSTALLATIES

90.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van werktuigbouwkundige installaties en onderdelen aan/in/van bij voorbeeld:

o civiele monumenten (zoals brug- en sluisbedieningswerken),

o industriële monumenten (zoals machinerieën en werktuigen),

o molens (zoals de onderdelen van het gaande werk).

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– instandhouding van later aangebrachte/toegevoegde installaties (zoals een modernere maalderij-installatie, een mechanische bemaling, een elektrisch bewegingswerk en dergelijke) en bijbehorende werken, tenzij deze expliciet in de registeromschrijving van een monument zijn opgenomen.

91. KLINKENDE ONDERDELEN VAN MONUMENTEN (luidklokken, beiaarden, orgels, uurwerken, e.d.)

91.00 ALGEMEEN

Veel werkzaamheden voor met name de functionele instandhouding van klinkende onderdelen van monumenten zijn specifiek en specialistisch van aard. Daarom is hiervoor een aparte paragraaf opgenomen.

Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, www.cultureelerfgoed.nl, is een lijst gepubliceerd van de klinkende onderdelen van monumenten die voldoende monumentale waarde hebben. Voor klinkende onderdelen die nog niet eerder op hun monumentale waarde zijn beoordeeld, kan de monumentale waarde worden vastgesteld in het kader van de behandeling van de subsidieaanvraag. De beoordeling van deze klinkende onderdelen vindt daarbij plaats aan de hand van de waarderingscriteria die eveneens zijn gepubliceerd op de website www.cultureelerfgoed.nl.

Luidklokken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van de luidklokken (werkzaamheden zoals het opvullen van slagplekken, het herstel van kronen en dergelijke),

- instandhouding van de klokophanging (werkzaamheden aan onder andere stroppen en kloklagers),

- instandhouding van klepels en slaghamers (werkzaamheden zoals het uitgloeien van klepels, de revisie en afstelling van de klepelophanging, de vervanging van moderne klepels door historisch verantwoorde klepels en dergelijke),

- instandhouding van de luidinrichting (werkzaamheden aan onder andere luidassen, luidwielen, luidarmen, luidtouwen/-kettingen en luidmotoren),

- onderzoek en begeleiding door een gekwalificeerde deskundige.

Voor de klokkenstoel of klokkentoren/dakruiter en bijbehorende onderdelen zie paragraaf 24.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– vervanging van een historisch verantwoorde klepel of klepelophanging door een moderne uitvoering,

– vervanging van mechanische slaghamers door magneethamers,

– het buiten gebruik stellen of vervangen door een nieuwe luidklok.

Beiaarden:

Zie onder luidklokken. Daarnaast:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van de tractuur van het handspel en automatisch spel,

- instandhouding van de speeltrommel, de (gewichts-)aandrijving van de speeltrommel en noten,

- instandhouding van mechanische speelhamers,

- instandhouding van het klavier,

- vervanging van versleten onderdelen door historisch verantwoorde replica’s/kopieën,

- onderzoek en begeleiding door een gekwalificeerde deskundige.

Voor de klokkenstoel of klokkentoren/dakruiter en bijbehorende onderdelen zie paragraaf 24.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– herstel van elektronische speelwerken en bandspeelwerken,

– vervanging van de gewichtsaandrijving van een speeltrommel door een elektromotor,

– werkzaamheden aan magneethamers.

Orgels:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van het instrument (werkzaamheden aan onder andere windvoorziening, windladen, tractuur, claviatuur, pijpwerk, klankgeving en stemming),

- schilderwerk in het kader van een algeheel herstel van het instrument,

- functionele instandhouding van het instrument (periodieke werkzaamheden zoals stemwerk door een ervaren orgelstemmer, het schoonmaken en bijregelen van mechanieken en het afregelen van de windvoorziening),

- aanleg en onderhoud van klimaatbeheersingsapparatuur in of nabij het instrument (zoals bij voorbeeld luchtvochtigheidsmeter, luchtbevochtiger en klimaatregelaar),

- onderzoek en begeleiding door een gekwalificeerde deskundige.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– wijziging van de klankgeving (intonatie),

– een stemhulp,

– herstelwerk als gevolg van onoordeelkundig stemwerk.

Uurwerken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

- instandhouding van het uurwerk en zijn aandrijving (werkzaamheden aan onder andere uurwerkframe, gewichten, draden/kabels/kettingen/touwen, katrollen, valkisten, opwindsysteem, gelijkloop-inrichting, slaghamers en bijbehorende afhoudveren),

- schilder- en verguldwerk aan uurwerk en wijzerplaat (conservering van de aangetroffen toestand of herstel van de uit onderzoek gebleken oorspronkelijke toestand),

- functionele instandhouding van het instrument (periodieke werkzaamheden zoals het schoonmaken, smeren en zo nodig bijregelen van de bewegende delen),

- onderzoek en begeleiding door een gekwalificeerde deskundige.

Niet subsidiabel zijn de kosten van:

– werkzaamheden aan wijzerring-/wijzerplaatverlichting,

– het ombouwen/wijzigen van mechanisch uurwerk naar elektrisch uurwerk,

– werkzaamheden aan moederklokken en afstandgestuurde elektronica.

92. GROENE MONUMENTEN (begraafplaatsen, parken, tuinen, e.d.)

92.00 ALGEMEEN

Het gaat hier om werkzaamheden aan de monumentale aangelegde elementen van een groen monument, zoals beplanting, paden, waterlopen en vijvers. Werkzaamheden aan kleine beschermde gebouwde elementen binnen een groenaanleg, zoals bruggetjes, priëlen, standbeelden, grafmonumenten of tuinmuren, kunnen in samenhang met de werkzaamheden aan de aangelegde elementen ook subsidiabel zijn. Voor werkzaamheden aan de andere beschermde gebouwde elementen, zie de voorgaande paragrafen.

Subsidiabel zijn de kosten van

– instandhouding van grasland

– instandhouding van laanbeplantingen

– instandhouding van parkbosranden

– instandhouding van solitairen en boomgroepen

– instandhouding van zichtassen en zichtlijnen

– instandhouding van kleine beschermde gebouwde elementen in een groenaanleg

– instandhouding van waterpartijen en waterlopen

– instandhouding van wegen, paden en terrassen

Alleen onder voorwaarden subsidiabel: werkzaamheden aan aangelegde elementen die aantoonbaar medebepalend zijn voor de hoofdkarakteristiek van de groenaanleg, bijvoorbeeld omdat ze in hun context uniek of zeldzaam zijn. Het betreft de volgende elementen van een groen monument:

– boomgaarden en leifruitcollecties

– borders, rozenperken en klimplanten

– hagen, topiaria en berceaus

– heestergroepen

– kuipplantencollectie

– aardwerken

Niet subsidiabel zijn de kosten van instandhouding van:

– hakhoutbos

- lei- en knotbomen

– parkbos