Verordening op de raadscommissies 2026

Geldend van 05-06-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-06-2026

Intitulé

Verordening op de raadscommissies 2026

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

gezien het voorstel van de voorzitter en de griffier van 12 mei 2026

gelet op artikel 82 en 87 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende Verordening op de raadscommissies 2026

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Raadscommissie: een commissie, ingesteld door de raad als bedoeld in artikel 82 van de wet;

  • b.

    Lid: lid van een raadscommissie;

  • c.

    Voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger;

  • d.

    Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens vervanger;

  • e.

    Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

  • f.

    Agendacommissie: een commissie, ingesteld door de raad, die ten doel heeft het procedureel voorbereiden van commissievergaderingen;

  • g.

    Fractie: een verzameling van personen die tot dezelfde politieke groepering behoren;

  • h.

    Vergadering: vergadering van een raadscommissie;

  • i.

    Wet: Gemeentewet.

HOOFDSTUK 2 INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING

Artikel 2 Instelling raadscommissies

  • 1. De raad stelt de volgende raadscommissies in:

    • a.

      Raadscommissie Bestuur, Financiën, Veiligheid en Economische zaken (BFVE)

    • b.

      Raadscommissie Woonomgeving (WO)

    • c.

      Raadscommissie Samenlevingszaken (SLZ)

  • 2. De raadscommissies worden ingesteld voor een periode, gelijk aan de zittingsperiode van de raad.

  • 3. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, stelt de agendacommissie een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies voor of stelt voor dat de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.

Artikel 3 Taken

Een raadscommissie:

  • a.

    brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

  • b.

    kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a;

  • c.

    voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van onderwerpen, bedoeld onder a; en

  • d.

    voert overleg met ambtenaren, inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen, gericht op het verzamelen van informatie.

Artikel 4 Samenstelling

  • 1. Een raadscommissie bestaat uit twee of drie raads- of commissieleden per fractie.

  • 2. Het in het eerste lid genoemde lid wordt door de raad op voordracht van de fracties benoemd.

  • 3. Zowel een raadslid als een niet-raadslid kan lid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13,14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op een niet-raadslid.

  • 4. Per fractie kunnen maximaal twee niet-raadsleden tot lid worden benoemd.

  • 5. Een lid kan zich laten vervangen door een lid van de raad of een benoemd niet-raadslid.

Artikel 5 Voorzitter

  • 1. De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.

  • 2. De voorzitter fungeert als technisch voorzitter.

  • 3. Indien de vaste voorzitter en diens plaatsvervanger verhinderd zijn wijst de raadscommissie uit haar midden een lid aan dat als voorzitter optreedt.

  • 4. De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het doen naleven van deze verordening;

    • d.

      wat de wet of deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6 Zittingsduur en vacatures

  • 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en een plaatsvervanger eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Het lidmaatschap van een lid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.

  • 3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.

  • 4. De raad kan de voorzitter ontslaan.

  • 5. Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daar¬van schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

  • 7. Het lidmaatschap van een niet-raadslid, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer ver-tegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 7 Commissiegriffier

  • 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier;

  • 2. De commissiegriffier is in iedere ver¬gadering aanwezig en verricht zijn taken ingevolge deze verordening onder aansturing en verantwoordelijkheid van de voorzitter;

  • 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een commissiegriffier van een andere raadscommissie of door de griffier.

  • 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in een vergadering deelnemen.

  • 5. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.

HOOFDSTUK 3 AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER

Artikel 8 Burgemeester en wethouders

  • 1. Het lid van het college van wie delen van diens portefeuille tot het takenpakket van de commissie behoort, is in de regel in de vergadering aanwezig en kan, na toestemming van de voorzitter, deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Indien de burgemeester of een wethouder niet aanwezig kan zijn meldt hij dit aan de commissiegriffier of aan de griffier.

HOOFDSTUK 4 VERGADERINGEN

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen

Artikel 9 Vergaderfrequentie

  • 1. Elke raadscommissie vergadert volgens een jaarlijks door de agendacommissie vast te stellen rooster. Een vergadering van een raadscommissie vindt in de regel plaats in het gemeentehuis.

  • 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste drie fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 3. De voorzitter kan in een voorkomend geval een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier en de agendacommissie.

Artikel 10 Oproep

  • 1. De voorzitter doet ten minste vijf dagen voor een vergadering een oproep aan de leden onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

  • 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 87, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de op¬roep aan de leden ter beschikking gesteld.

  • 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, moet deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering in het bezit zijn van de commissie. Hiervoor volstaat digitale toezending van de stukken.

Artikel 11 De agenda

  • 1. De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de vergadering vast.

  • 2. Een lid kan een agendaverzoek, middels het daarvoor bestemde formulier, indienen bij de agendacommissie, wanneer minimaal drie fracties dit verzoek ondersteunen.

  • 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, in afstemming met de agendacommissie, na de oproep tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 4. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

  • 5. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voor-bereid acht, kan de raadscommissie aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen.

  • 6. Wanneer de raadscommissie een voorstel niet rijp vindt voor besluitvorming, kan hij het voorstel terugleggen in handen van het college.

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken

  • 1. Stukken die openbaar zijn worden elektronisch ter inzage gelegd via het door de gemeente aangewezen digitale platform. Deze elektronische beschikbaarstelling geldt als de rechtsgeldige vorm van terinzagelegging.

  • 2. Stukken die op grond van de Wet open overheid, of andere wettelijke bepalingen niet openbaar zijn, worden niet ter inzage gelegd.

  • 3. Stukken waar op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd blijven in afwijking van het bepaalde in dit artikel onder berusting van de griffier. De griffier verleent een lid op verzoek inzage of stelt het betreffende stuk digitaal beschikbaar in het raadsinformatiesysteem waar het enkel toegankelijk is nadat het lid met persoonlijke gegevens heeft ingelogd.

Artikel 13 Openbare kennisgeving

  • 1. Een vergadering wordt ter openbare kennisgeving gebracht door aankondiging op de website van de gemeenteraad en in het door de gemeente daarvoor gebruikte huis-aan-huis-blad

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 14 Opening vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de vergadering als meer dan de helft van het aantal fracties vertegenwoordigd is.

  • 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip van ten minste 24 uur na de oproep. Een dergelijke oproep kan ook via de digitale weg aan de commissieleden worden gedaan.

  • 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raads-commissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als meer dan de helft van het aantal fracties vertegenwoordig is.

Artikel 15 Inspreken inwoners

  • 1. Een inwoner of een andere belanghebbende, of zijn vertegenwoordiger, kan in een vergadering inspreken over een onderwerp dat is geagendeerd tijdens een oordeelsvormend agendapunt.

  • 2. Het woord kan door een inspreker niet gevoerd worden over:

    • a.

      zaken waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) tegen loopt;

    • b.

      zaken waar de gemeente en/of de gemeenteraad niet over gaat;

    • c.

      informatie waar geheimhouding als bedoeld in hoofdstuk Va van de wet op rust;

    • d.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • e.

      een gedraging waarover een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

    • f.

      hetzelfde onderwerp waarover de inspreker al eerder heeft ingesproken.

  • 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit tot 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffie, onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover de inspreker het woord wenst te voeren.

  • 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 5. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft verleend. De voorzitter kan een deelnemer aan de vergadering toestaan aan de inspreker een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en een deelnemer aan de vergadering.

  • 6. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Artikel 16 Vragenhalfuur

  • 1. Voorafgaand aan een reguliere commissievergadering is er een vragenhalfuur, be¬doeld voor het stellen van vragen door een lid van de commissie aan een lid van het college als bedoeld in artikel 8, eerste lid of aan een ander lid. Dit vragenhalfuur vindt in gezamenlijkheid van alle commissies plaats.

  • 2. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur een vraag wil stellen, meldt dit uiterlijk 8.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffie, onder vermelding van het onderwerp. Bij voorkeur wordt ook de vraag geformuleerd onder vermelding van het oogmerk of doel van de vraag.

  • 3. De voorzitter kan een vraag niet toelaten indien er onvoldoende tijd is om alle vragen te behandelen of wanneer de vraag een technisch/informatief karakter heeft.

  • 4. Na de beantwoording door het lid van het college of het bevraagde lid krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 5. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het lid van het college, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

Artikel 17 Verslag

Van een commissievergadering wordt een beeld- en/of geluidopname gemaakt. Deze opname wordt gearchiveerd en is via de website van de raad te raadplegen.

Artikel 18 Advies; geen stemmingen

  • 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.

  • 2. Tijdens een vergadering van de raadscommissie heeft elke aanwezige fractie 1 stem.

  • 3. In het advies worden de standpunten opgenomen van alle fracties.

  • 4. In een vergadering vindt geen stemming plaats, met uitzondering van een stemming over geheimhouding als bedoeld in artikel Va van de wet en met betrekking tot de orde.

Artikel 19 Vergaderwijze

  • 1. De raadscommissie is bedoeld om een voorstel dat voorgelegd wordt aan de raad te verduidelijken, waarbij:

    • a.

      op eerder ingediende technische vragen een lid aanvullende vragen kan stellen;

    • b.

      het lid van het college de gelegenheid heeft om onduidelijkheden weg te nemen;

    • c.

      de fracties onderbouwd aangeven of er nog politieke pijnpunten in het voorstel zitten en welke dat zijn;

    • d.

      een raadscommissie het college kan verzoeken het voorstel te verduidelijken;

    • e.

      de leden van een commissie elkaar kunnen bevragen over politieke standpunten en eventuele discussiepunten voor het debat in de raad. Dit heeft een verkennend karakter, bijvoorbeeld over de aankondiging van raadsinstrumenten.

    • f.

      het politieke debat en de besluitvorming vindt plaats in de gemeenteraad.

  • 2. De beraadslaging vindt plaats volgens de structuur van het BOB-model. Dit houdt in dat agendapunten tijdens commissievergaderingen beeldvormend of oordeelsvormend van aard zijn. Beeldvorming is gericht op het inwinnen van technische informatie over een onderwerp op voorstel bij medewerkers of externen. Oordeelsvorming is gericht op politieke invloed en ruimte zoeken door middel van debat met het college en tussen fracties.

  • 3. De agendacommissie kan een voorstel doen voor de wijze van behandeling. De beraadslaging vindt plaats in maximaal twee termijnen per onderwerp, tenzij op voorstel van de voorzitter of de commissie anders wordt besloten.

  • 4. Technische vragen dienen uiterlijk 4 werkdagen voor de behandeling via de griffie te worden gesteld en worden bij voorkeur voor de commissievergadering beantwoord.

  • 5. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 6. Ter afsluiting van een termijn adviseert de commissie overeenkomstig één van de volgende mogelijkheden:

    • a.

      als hamerstuk doorzenden naar de raad; als alle fracties dit adviseren

    • b.

      als stemstuk doorzenden naar de raad; als een of enkele fracties dit adviseren; tijdens de raadsvergadering vindt slechts besluitvorming plaats over een dergelijk stuk

    • c.

      als bespreekstuk doorzenden naar de raad; als één van de fracties dit adviseert en waarbij deze aangeeft wat daartoe de reden is

    • d.

      het stuk niet doorzenden naar de raad als het voorstel niet rijp is voor behandeling in de gemeenteraad, de commissie adviseert dit voorstel niet te agenderen voor de raad.

    • e.

      een stuk zonder raadsvoorstel en -besluit is afdoende besproken; dit is van toepassing indien geen raadsbehandeling volgt.

  • 7. Een lid mag in één spreektermijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 8. Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een ordevoorstel of de interrupties.

  • 9. Een fractie heeft per agendapunt maximaal 1 woordvoerder.

Artikel 20 Schriftelijke vragen

  • 1. Een commissielid dat geen raadslid is dient schriftelijke politieke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

  • 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raads- en commissieleden en het college of de burgemeester.

  • 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen tien werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

  • 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raads- en commissieleden toegezonden. Tenzij vragensteller tevoren aangeeft dit niet wenselijk te vinden.

  • 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende commissievergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde commissievergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 21 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en ieder lid kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3. Over een voorstel van orde beslist een raadscommissie terstond.

Artikel 22 Handhaving orde; schorsing

  • 1. De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

  • 2. De voorzitter roept een spreker tot de orde die zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort. Een spreker die hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter het woord ontnemen over het aanhangige onderwerp.

  • 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde een vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4. De voorzitter kan aan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedraging de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddel¬lijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid boven¬dien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

HOOFDSTUK 5 BESLOTEN VERGADERING

Artikel 23 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepas-sing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 24 Verslag besloten vergadering

  • 1. In afwijking op artikel 18 van deze verordening wordt van een besloten vergadering geen geluid- of beeldopname openbaar gemaakt. Van een besloten vergadering wordt een schriftelijk kort verslag gemaakt en indien dat gewenst is, wordt een woordelijk verslag gemaakt.

  • 2. Voor een verslag, daaronder een concept mede begrepen, geldt een verplichting tot geheimhouding. De verplichting duurt voort totdat die verplichting opgeheven wordt door de raadscommissie die de geheimhouding opgelegd heeft of de gemeenteraad.

  • 3. Een verslag van een besloten vergadering dat nog niet vastgesteld is, wordt achter inlog beschikbaar gesteld voor raads- en commissieleden.

  • 4. Een verslag en besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een zo nodig besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de verplichting tot geheimhouding.

  • 5. Een vastgesteld verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 25 Geheimhouding

Voor de afloop van een besloten vergadering beslist een raadscommissie overeenkomstig artikel 87 van de wet of een verplichting tot geheimhouding zal gelden omtrent schriftelijke informatie die voor of tijdens die vergadering overgelegd is of nadien nog overgelegd zal worden.

De raadscommissie die de geheimhouding heeft opgelegd kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

HOOFDSTUK 6: TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 26 Toehoorders en pers; geluid- en beeldregistraties

  • 1. Een toehoorder of vertegenwoordiger van de pers woont een openbare vergadering uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  • 3. Degene die in de vergaderzaal tijdens een vergadering geluid- of beeldregistraties wil maken doet hiervan mededeling aan de voorzitter en gedraagt zich naar diens aanwijzingen.

  • 4. De voorzitter is bevoegd wanneer de orde in een vergadering op enigerlei wijze door een toehoorder wordt verstoord, deze te doen vertrekken.

  • 5. De voorzitter is bevoegd een toehoorder die bij herhaling de orde in een vergadering verstoort voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN

Artikel 27 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist een raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 28 Intrekking oude verordening

De ‘Verordening op de raadscommissies 2021’ wordt ingetrokken.

Artikel 29 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juni 2026.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 juni 2026

de griffier,

de voorzitter,

Toelichting

ARTIKELSGEWIJS

Artikel 3. Taken

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad. Voor Noordoostpolder is overwegend het eerste model van toepassing.

De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad: die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.

De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In artikel 3 van het Model Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2021 is om dit te coördineren een agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.

Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden, zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet).

Artikel 4. Samenstelling

De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid voor dat een raadscommissie bestaat uit bepaald aantal leden per fractie. Voor alle fracties, maar met name gericht op kleine fracties, is er de mogelijkheid om max. twee commissieleden te benoemen die geen raadslid zijn. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.

De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties (tweede lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een commissielid betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie verder de toelichting op het derde lid).

Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen.

Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een commissie gelijk aan die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden.

Om er voor te zorgen dat iedere fractie – met name ook de kleine fracties – in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt het vierde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend (raads- of commissie-)lid kan aandragen.

Artikel 5. Voorzitter

De raad benoemt de voorzitters. Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden.

Artikel 6. Zittingsduur en vacatures

De zittingsperiode van de leden van een commissie en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.

Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).

De raad kan een lid van een raadscommissie, op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen, ontslaan (derde lid). Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van het eerste lid recht op een eigen lid.

Artikel 10 en 11. Oproep en agenda

Het eerste lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken (elektronisch) stuurt (eerste lid). De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid).

Als omtrent stukken op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 25). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken.

Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede en vierde lid.

Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het Reglement van Orde van de gemeenteraad Noordoostpolder.

Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken

Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging in het gemeentehuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden (tweede lid). Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem op de gemeenteraadssite.

De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering en die geheim moeten blijven onder berusting van de griffier. Hij verstrekt dergelijke stukken achter inlog voor de raads- en commissieleden op de gemeenteraadssite of ze worden ter inzage gelegd voor raads- en commissieleden (vijfde lid).

Artikel 13. Openbare kennisgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. In artikel 14 wordt vastgelegd op welke wijze commissievergaderingen worden aangekondigd.

Artikel 14. Opening vergadering en quorum

Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 11 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, kan worden vergaderd (eerste lid).

Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.

Artikel 15. Inspreken inwoners

Het geven van spreekrecht aan inwoners is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is ervoor gekozen het inspreken mogelijk te maken bij de commissievergaderingen. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Daarom is het inspreekrecht opgenomen in de Verordening. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’) en daarom in Noordoostpolder ook niet mogelijk.

Het spreekrecht geldt alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie staan (eerste lid).

De uitzondering op het spreekrecht voor besluiten waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan (tweede lid) is niet van toepassing is op voorgenomen besluiten.

In het derde lid is ervoor gekozen om een inwoner maximaal vijf minuten het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.

Artikel 18. Advies; geen stemmingen

Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat, indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.

Artikel 19. Vergaderwijze

Lid 2, Deelname aan beraadslaging door anderen. Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen.

Artikel 21. Voorstellen van orde

Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.

Artikel 22. Handhaving orde en schorsing

Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 23 opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de voorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (vierde lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 28.

Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.

Artikel 23. Algemeen over besloten vergaderingen

Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 87 van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven.

Artikel 24. Verslag besloten vergadering

Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffier.

Artikel 25. Geheimhouding

Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (art. 89, vierde lid, van de wet. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

Artikel 26. Toehoorders en pers; geluid- en beeldregistraties

Artikel 26, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde lid voorziet hierin.

Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beleed mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat inwoners die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.