Regeling vervalt per 01-01-2029

Subsidieregeling onderzoek en experiment voor makers Gemeente Arnhem 2026

Geldend van 05-06-2026 t/m 31-12-2028

Intitulé

Subsidieregeling onderzoek en experiment voor makers Gemeente Arnhem 2026

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM;

Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;

Gezien de Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 –2028, ‘Standplaats Arnhem’;

Overwegende dat:

  • Het faciliteren van culturele en creatieve makers centraal staat in de Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025-2028 ‘Standplaats Arnhem’.

  • De gemeente Arnhem het lokale maakklimaat wil stimuleren en versterken en van daaruit kijkt naar wat makers nodig hebben om zich te ontwikkelen.

  • Vernieuwing voor de culturele sector cruciaal is om aantrekkelijk te blijven, omdat cultuur mee moet bewegen met maatschappelijke veranderingen en nieuwe technologieën om zo aan te sluiten bij actuele vraagstukken.

  • Samenwerken over disciplines heen steeds belangrijker wordt, omdat veel actuele vraagstukken en artistieke ontwikkelingen juist ontstaan op het snijvlak van disciplines.

  • Door verschillende invalshoeken te combineren, bijvoorbeeld technologie en kunst, op een vernieuwende manier naar oplossingen kan worden gezocht en de toekomst kan worden verbeeld.

  • Zonder ruimte om te proberen en te falen de artistieke kwaliteit en ontwikkeling van makers stagneert.

BESLUIT:

vast te stellen: Subsidieregeling onderzoek en experiment voor makers Gemeente Arnhem 2026 en de Toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene Subsidieverordening Arnhem 2016;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;

  • d.

    Maker: individuele culturele en creatieve maker die een professionele beroepspraktijk uitoefent en werkzaam is in één van de volgende culturele velden: beeldende kunst (waaronder schilderkunst, beeldhouwkunst, performance art, installatiekunst, tekenkunst), digitale cultuur (waaronder games en internetkunst), muziek, theater, mode, literatuur, film, dans, design, fotografie, ontwerp/vormgeving, architectuur & stedenbouw, strip, the culture, nachtcultuur, of een mix hiervan;

  • e.

    Experiment en onderzoek: experiment en onderzoek omvat het testen van nieuwe ideeën, werkwijzen, en presentatievormen om de eigen beroepspraktijk artistiek te verdiepen of maatschappelijke vraagstukken en opgaven toekomstbestendig, duurzamer en maatschappelijk relevanter te maken;

  • f.

    Cross-over: vorm van samenwerking of innovatie waarbij kennis, technologie of methoden binnen de kunst en cultuursector of uit verschillende sectoren, disciplines of toepassingsgebieden, worden gecombineerd om nieuwe oplossingen, producten, diensten of maatschappelijke meerwaarde te creëren;

  • g.

    Samenwerking: een vorm van samenwerking tussen de maker en de samenwerkingspartner met het oog op het gezamenlijk uitvoeren of ontwikkelen van activiteiten en het delen van verantwoordelijkheden en middelen, waarbij ieder een aantoonbare inhoudelijke en/of financiële bijdrage levert aan het project;

  • h.

    Samenwerkingspartner: de partner waarmee bij de uitvoering wordt samengewerkt door de aanvrager. De samenwerkingspartner heeft rechtspersoonlijkheid (naamloze vennootschap, besloten vennootschap, stichting, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, kerkgenootschap) en is werkzaam in de culturele sector of een andere sector, zoals Energie, Duurzaamheid, Circulariteit, Techniek, Wetenschap, Voedsel en Gezondheid, Toerisme, Sport, Onderwijs, Welzijn, Zorg;

  • i.

    Subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies vanuit deze regeling;

  • j.

    Vooronderzoek: verkennend onderzoek om de huidige situatie in kaart te brengen, achtergrondinformatie te verzamelen en mogelijke problemen of onzekerheden te identificeren voordat een groter project of onderzoek begint;

  • k.

    Activiteit: een activiteit op het vlak van beeldende kunst (waaronder schilderkunst, beeldhouwkunst, performance art, installatiekunst, tekenkunst), digitale cultuur (waaronder games en internetkunst), muziek, theater, mode, literatuur, film, dans, design, fotografie, ontwerp/vormgeving, architectuur & stedenbouw, strip, the culture, nachtcultuur, of een mix hiervan.

Artikel 2. Toepassingsbereik en doel

  • 1. Het doel van deze regeling is het stimuleren van professionele culturele en creatieve makers uit Arnhem door hen ruimte te bieden voor experiment en onderzoek.

  • 2. De regeling biedt de mogelijkheid om nieuwe artistieke richtingen van de beroepspraktijk te verkennen zonder directe productie- en of presentatiedruk. Hiermee draagt de regeling bij aan een veerkrachtig en vernieuwend cultureel veld in Arnhem.

  • 3. De activiteit of reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet bijdragen aan vernieuwing en verduurzaming van de beroepspraktijk van de maker.

  • 4. Doel van deze regeling is ook om het netwerk van en voor makers groter te maken en duurzame verbindingen tot stand te brengen. De samenwerking met een partner is ook bedoeld om de impact van de activiteit of reeks van activiteiten te vergroten en de professionele ontwikkeling van de maker te versnellen.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die vernieuwend zijn voor de beroepspraktijk van de aanvrager, zijnde een Maker.

  • 2. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

    • a.

      Maker is een natuurlijk persoon, staat ingeschreven in de gemeente Arnhem en/of heeft aantoonbaar zijn/haar beroepspraktijk in de gemeente Arnhem en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

    • b.

      Maker is professioneel werkzaam in de culturele sector blijkend uit CV en heeft minimaal 5 jaar geleden een kunstopleiding afgerond of is minimaal 5 jaar geleden als autodidact diens carrière gestart.

    • c.

      Maker werkt bij de activiteit of reeks van activiteiten samen met een samenwerkingspartner.

    • d.

      De samenwerkingspartner kan per aanvraagronde maximaal twee keer als partner optreden. Indien een samenwerkingspartner binnen dezelfde ronde in meer dan twee aanvragen wordt opgevoerd, kunnen uitsluitend de eerste twee volledig en tijdig ingediende aanvragen voor subsidie in aanmerking worden gebracht.

    • e.

      De activiteit of reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd heeft een eenmalig karakter en vindt plaats in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en/of de Regio Foodvalley.

    • f.

      De activiteit of reeks van activiteiten neemt maximaal zes maanden in beslag.

    • g.

      De activiteit of reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet plaatsvinden in de periode 1 januari t/m 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de aanvraag is gedaan.

    • h.

      De activiteit of reeks van activiteiten heeft geen winstoogmerk.

    • i.

      Bij de activiteit of reeks van activiteiten mogen geen dieren worden gebruikt.

    • j.

      De activiteit of reeks van activiteiten mag niet bestaan uit een masterclass, workshop of cursus van de maker bij alleen de samenwerkingspartner.

    • k.

      De maker ontvangt geen meerjarige ondersteuning van een van de Rijkscultuurfondsen.

    • l.

      De activiteit of reeks van activiteiten is niet reeds op een andere manier door gemeente Arnhem of anderszins gefinancierd, direct dan wel indirect (via het programma van een gesubsidieerde instelling).

    • m.

      De activiteit of reeks van activiteiten wordt niet al via een Stroomversneller/ Groeispurt subsidie van Cultuur Academy gefinancierd.

    • n.

      Gedurende de looptijd van deze regeling kan een aanvrager maximaal twee keer subsidie vanuit deze regeling krijgen toegekend.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

  • 1. Alleen redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na eventuele aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit of reeks van activiteiten zoals beoogd met deze regeling, kunnen voor subsidie in aanmerking komen.

  • 2. Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      Kosten van een studie of opleiding (college- en lesgeld, verplichte studieboeken en materialen, verplichte excursies).

    • b.

      Kosten van activiteiten in het kader van of als onderdeel van een (kunstvak)opleiding waar de aanvrager studiepunten voor ontvangt en/of wanneer het project onderdeel is van het curriculum.

    • c.

      Kosten voor activiteiten gericht op het (door)ontwikkelen van cultuur-educatief aanbod in het basis- en middelbaar onderwijs.

    • d.

      Kosten zoals inkoop horeca en reguliere exploitatiekosten.

    • e.

      Materiaalkosten die niet direct gebonden zijn aan de activiteit of reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

    • f.

      Kosten van de huur, hypotheek of aankoop van een woning of werkruimte van de subsidieaanvrager.

    • g.

      Kosten van activiteiten die gestart zijn voordat het college een besluit heeft genomen op de subsidieaanvraag.

    • h.

      Aanvragen die voornamelijk of in zijn geheel gericht zijn op het maken en presenteren van een artistiek product, zoals een toneelstuk, concert, kunstwerk, boek of expositie en waarbij een substantieel deel van de activiteiten en/of het budget (meer dan 50%) hieraan wordt besteed.

    • i.

      Kosten van de eigen uren die de aanvrager in het traject stopt, voor zover die kosten meer bedragen dan 50% van het aangevraagde subsidiebedrag.

    • j.

      Kosten van de uren van een mentor of begeleider vanuit de samenwerkingspartner voor zover die kosten meer bedragen dan 10% van het aangevraagde subsidiebedrag.

    • k.

      Kosten van apparatuur en/of materiaal met een verwachte levensduur van meer dan twee jaar specifiek benodigd voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voor zover deze kosten meer bedragen dan 20% van het aangevraagde subsidiebedrag;

    • l.

      Reiskosten, voor zover die meer bedragen dan 10% van het aangevraagde subsidiebedrag.

    • m.

      Kosten van activiteiten die onderdeel uitmaken van een groter programma met een bredere financieringsconstructie met aanvullende fondsen of begrotingsposten.

    • n.

      Kosten van het tijdelijk en/of permanent in dienst nemen/aantrekken van additionele arbeidskrachten (loondienst en/of ZZP) om op die manier een capaciteitsprobleem op te lossen.

    • o.

      Kosten die direct voortvloeien uit het opnemen van muziek of een video, voor zover die meer bedragen dan 20% van het aangevraagde subsidiebedrag.

    • p.

      Onvoorziene kosten die meer dan 5% van de totale begroting bedragen.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor de regeling bedraagt € 150.000 per jaar voor de jaren 2027 en 2028.

  • 2. Het college kan de hoogte van het subsidieplafond wijzigen.

Artikel 6. Hoogte subsidie

  • 1. Er kan maximaal €7500,- subsidie worden verstrekt. Het minimaal aan te vragen subsidiebedrag is €1000,-.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de totale subsidiabele kosten van de activiteit/reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 7. Indieningsvereisten aanvraag

  • 1. De aanvraag wordt ingediend via een aanvraagformulier op de website van de gemeente Arnhem onder subsidies kunst, cultuur en evenementen.

  • 2. De subsidieaanvraag wordt ingediend tussen 1 september en 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de activiteit of reeks van activiteiten plaatsvindt.

  • 3. Indien een aanvraag niet aan de vereisten uit dit artikel voldoet zal aanvrager in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag te complementeren, met dien verstande dat daarbij niet kan worden afgeweken van de deadline van de indieningstermijn zoals vermeld in het tweede lid.

  • 4. Per aanvrager kan maximaal één aanvraag per subsidieronde worden ingediend.

  • 5. Uitsluitend aanvragen die voor het einde van de indieningstermijn zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel compleet zijn, worden in behandeling genomen. Een aanvraag wordt in behandeling genomen indien is bijgevoegd:

    • a.

      een door de aanvrager en samenwerkingspartner ondertekend (naam en handtekening) projectplan van minimaal 2 en maximaal 4 pagina’s, met daarin opgenomen:

      • informatie over de eigen beroepspraktijk;

      • informatie over de activiteit/ reeks van activiteiten die aanvrager wil uitvoeren en de locatie van de activiteit/reeks van activiteiten;

      • concrete ontwikkeldoelen/leerdoelen en toelichting over de koppeling tussen de ontwikkeldoelen en de activiteit/reeks van activiteiten;

      • een korte omschrijving van welke nieuwe kennis de aanvrager gaat opdoen door de activiteit/reeks van activiteiten en hoe die nieuwe kennis en de samenwerking helpt bij het innoveren van de beroepspraktijk van de aanvrager;

      • een realistische planning en fasering;

      • heldere informatie over de keuze voor de samenwerkingspartner, informatie over de achtergrond van de samenwerkingspartner en de rolverdeling;

    • b.

      een sluitende, realistische begroting met dekkingsplan inclusief een toelichting daarop (maximaal 2 A4). De ingediende begroting heeft uitsluitend betrekking op het ontwikkeltraject waarvoor binnen deze regeling subsidie wordt aangevraagd. Bij een aanvrager die Btw plichtig is dient de begroting exclusief Btw te worden ingediend;

    • c.

      een CV (maximaal 2 A4);

    • d.

      als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij het college heeft aangevraagd of indien onderstaand document is gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan als bijlage:

      • een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel.

  • 3. Daarbij geldt dat:

    • a.

      De aanvraag en de daarbij behorende bijlagen zijn gesteld in het Nederlands;

    • b.

      Het college kan na overleg met de aanvrager toestemming verlenen voor het indienen van de aanvraag in de Engelse taal als dat de kwaliteit van de aanvraag ten goede komt en dit een correcte beoordeling van de aanvraag niet belemmert.

Artikel 8. Wijze van beoordeling en verdeling

  • 1. De aanvraag voor een activiteit of reeks van activiteiten, zoals vermeld in deze regeling, wordt op basis van de volgende wegingscriteria beoordeeld:

    • a.

      Mate van vernieuwing: de mate waarin de activiteit/reeks van activiteiten bijdraagt aan de artistieke ontwikkeling van de maker, door het verkennen van nieuwe invalshoeken, werkwijzen, technieken, thematiek, samenwerkingen of contexten van de eigen praktijk. Gekeken wordt in hoeverre de maker zich buiten bestaande routines of eerder werk begeeft, of de activiteit een duidelijke ontwikkelstap vormt binnen het oeuvre of de praktijk en in welke mate sprake is van experiment of onderzoek: 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • b.

      Relevantie voor de praktijk van de maker en duurzame kwaliteit van de aanpak: de mate waarin de activiteit of reeks van activiteiten betekenisvol is voor de duurzame ontwikkeling en positionering van de maker. In hoeverre sluit de activiteit aan bij de huidige praktijk, ambities of ontwikkelvragen van de maker en draagt de activiteit bij aan een duurzame ontwikkeling in diens oeuvre (artistiek, professioneel, inhoudelijk)? 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • c.

      Uitvoerbaarheid/haalbaarheid en professionaliteit: is de aanvrager professioneel en in staat het experiment/onderzoek goed uit te voeren en is de activiteit/reeks van activiteiten haalbaar op basis van middelen en planning? En is de aanpak doordacht. 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 3 = max. 30

  • 2. Punten worden per criterium in stappen van 2 toegekend (0,2,4,6,8,10)

  • 3. De adviescommissie hanteert bij elk individueel criterium de volgende puntensystematiek:

    Score

    Beoordeling

    Omschrijving

    10

    Uitmuntend

    De aanvraag voldoet in uitzonderlijke mate aan het criterium. Zij is op dit punt voorbeeld stellend, zeer overtuigend en kent geen noemenswaardige zwakke punten.

    8

    Goed

    De aanvraag voldoet ruimschoots aan het criterium. Zij is sterk uitgewerkt, met slechts kleine aandachtspunten.

    6

    Voldoende

    De aanvraag voldoet op een solide manier aan het criterium. Er zijn duidelijke sterke punten, maar ook enkele tekortkomingen of onzekerheden.

    4

    Onvoldoende

    De aanvraag voldoet slechts gedeeltelijk aan het criterium. Belangrijke elementen ontbreken, zijn onvoldoende onderbouwd of roepen twijfels op.

    2

    Zwak

    De aanvraag voldoet in zeer beperkte mate aan het criterium. De onderbouwing ontbreekt, is zwak, onduidelijk of grotendeels ontoereikend.

    0

    Zeer zwak

    De aanvraag voldoet niet aan het criterium, of het criterium is niet behandeld of niet relevant gemaakt.

  • 4. Een aanvraag kan in totaal maximaal 130 punten behalen. Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de in het eerste lid weergegeven criteria stelt het college vervolgens een rangorde van de aanvragen vast.

  • 5. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

  • 6. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die een gelijk aantal punten hebben het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangorde van die aanvragen vastgesteld door de aanvraag met de hoogste score op ‘Mate van vernieuwing’ bovenaan te plaatsen. Als dit geen uitsluitsel biedt, wordt de onderlinge rangorde van betreffende aanvragen vastgesteld door de aanvraag met de hoogste score op ‘Relevantie voor de praktijk van de maker en kwaliteit van de aanpak’ bovenaan te plaatsen.

  • 7. Indien bij de laatste aanvraag vóór het plafond bereikt is niet het volledig aangevraagde bedrag kan worden verleend, maar twee derde of meer, dan wordt de aanvraag gedeeltelijk verleend. In deze situatie zullen burgemeester en wethouders de aanvrager vragen om een nieuwe, sluitende, begroting toe te sturen. Indien er minder dan twee-derde van het aangevraagde bedrag kan worden verleend, wordt de aanvraag geweigerd.

Artikel 9. Adviescommissie

  • 1. Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen om subsidie is er een ambtelijke commissie. De ambtelijke commissie adviseert het college over de aanvragen binnen deze regeling met in achtneming van artikel 8 en over de hoogte van de subsidies die worden toegekend. De adviescommissie bestaat uit medewerkers van de afdeling Cultuur van de gemeente Arnhem aangevuld met een medewerker vanuit Cultuur Academy

  • 2. De commissie beoordeelt de aanvragen:

    • a.

      Afzonderlijk als commissielid aan de hand van het bepaalde in artikel 8, eerste lid.

    • b.

      In samenhang als commissie met het geheel van de aanvragen per ronde.

Artikel 10. Verlening en vaststelling van de subsidie

  • 1. Na het einde van de indieningstermijn als bedoeld in artikel 7, tweede lid, beoordeelt het college of de volledige aanvragen in aanmerking komen voor subsidiëring. Het college beslist uiterlijk binnen 3 maanden na 1 oktober. Het college maakt deze beslissing binnen 3 weken nadat zij is genomen schriftelijk bekend aan de aanvrager.

  • 2. Subsidies worden direct vastgesteld. Dat betekent dat de aanvrager geen verantwoording hoeft af te leggen over de kosten en de uitgevoerde activiteiten. De verleningsbeschikking is in dat opzicht tevens de vaststellingsbeschikking.

  • 3. Betaling van het subsidiebedrag vindt plaats zo spoedig mogelijk na verzending van de beschikking.

Artikel 11. Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 10 van de Asv genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:

  • a.

    Er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de activiteiten van de aanvrager niet in voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang zijn;

  • b.

    De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • c.

    De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • d.

    De activiteiten een politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk doel hebben;

  • e.

    De aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet;

  • f.

    De activiteiten naar het oordeel van het college onderdeel zijn van de reguliere ontwikkeling of beroepspraktijk van een maker en daarom zonder subsidie uitgevoerd kunnen worden;

  • g.

    de aanvrager de artistieke activiteiten tot de datum van indiening van de aanvraag om subsidie op grond van deze regeling hoofdzakelijk hobbymatig of op amateurniveau heeft uitgevoerd, blijkend uit het cv van de aanvrager;

  • h.

    de aanvraag is gedaan namens meerdere aanvragers of meerdere aanvragers separaat een aanvraag indienen voor dezelfde samenwerking;

  • i.

    bij de aanvraag een samenwerkingspartner is betrokken waarvoor de maker in dienstverband of opdracht werkzaam is, of waarmee de maker familiaire banden in de eerste of tweede graad heeft.

Artikel 12. Verplichtingen

  • 1. Bij een besluit tot subsidieverlening worden aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring en gebruikt daarvoor het format dat de gemeente hanteert;

    • b.

      de subsidieontvanger vermeldt in publicaties, persberichten en presentaties dat activiteiten mede tot stand zijn gekomen door een bijdrage van de gemeente Arnhem. Vermelding geschiedt o.a. door middel van opname van het logo van de gemeente.

    • c.

      de subsidieontvanger verleent desgevraagd medewerking aan een publiek presentatiemoment waarin de maker een korte presentatie geeft over het doorlopen traject, de uitgevoerde activiteiten en de opgedane inzichten gedurende de subsidieperiode ten behoeve van kennisdeling met publiek en andere makers.

Artikel 13. Afwijkingsmogelijkheid

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.

Artikel 14. Evaluatie en monitoring

Deze regeling wordt na 1 jaar geëvalueerd.

Artikel 15. Inwerkingtreding

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.

  • 2. Deze subsidieregeling vervalt op 1 januari 2029.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling onderzoek en experiment voor makers Gemeente Arnhem 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 26 mei 2026.

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris,

de burgemeester,

TOELICHTING

Het cultuurbeleid van de gemeente Arnhem ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 – 2028' is gericht op de versterking van het maakklimaat in de stad. Een cultuurbeleid bezien vanuit het standpunt en belang van culturele en creatieve makers. Een belang als individu, als collectief en werkend in een keten. Als student, jong talent en gevestigd maker. Een beleid dat oog heeft voor wat een maker nodig heeft en dat inzet op ontwikkelruimte, zowel in financiële zin als in ruimtelijke zin, als in coachende en begeleidende zin. Een beleid dat daarmee ook smoel, karakter, identiteit en profiel geeft aan Arnhem als culturele stad. Namelijk een stad waar in relatieve rust en luwte ruimte wordt geboden aan experiment en ontwikkeling, maar waar tegelijk vernieuwing centraal staat en spannende en nog onbekende kunst en cultuur gemaakt en gepresenteerd wordt.

Het doel van de regeling

Het primaire doel van de Makersregeling is het stimuleren van artistiek experiment en onderzoek, talentontwikkeling en vernieuwing bij professionele makers in brede zin. De regeling stelt makers die met een samenwerkingspartner een plan indienen in staat een professionele groei door te maken. De maximale subsidiebijdrage bedraagt € 7.500 per plan.

De verplichte samenwerking met een samenwerkingspartner is bedoeld om de impact van de activiteit of reeks van activiteiten te vergroten en de professionele ontwikkeling van de maker te versnellen. Het dwingt tot "buiten je eigen hokje denken" door kennis, netwerken en disciplines te combineren. Daarbij komt dat organisaties/bedrijven vaak beschikken over zakelijke, technische, inhoudelijke of marketingkennis waar een individuele maker minder toegang toe heeft.

Samenwerken stelt de maker in die zin in staat om zich op korte termijn nieuwe kennis eigen te maken en tegelijk om een netwerk op te bouwen. Hierdoor ontstaat inbedding in een veld (binnen- en buiten het kunstcircuit) en daarmee potentiële vernieuwing (nieuwe vormen, methodes of samenwerkingen, doorbreken van vaste patronen) en artistieke groei.

Achterliggend maatschappelijk doel van de subsidieregeling is het stimuleren van innovatie om op die manier de culturele infrastructuur en het makersklimaat van de stad Arnhem te versterken.

De activiteit of reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op:

  • a.

    Ontwikkeling van een nieuwe werkwijze binnen de eigen discipline (bijvoorbeeld een schilder die met andere materialen of formats wil experimenteren)

  • b.

    Het verkennen van een nieuwe discipline of vorm (bijvoorbeeld een beeldend kunstenaar die met theater wil werken, een schrijver die voor het eerst audio wil gebruiken)

  • c.

    Artistiek onderzoek naar een nieuwe inhoudelijke richting of thematiek binnen de eigen praktijk

  • d.

    Samenwerkingen met andere makers of professionals, binnen of buiten de culturele sector, die leiden tot nieuwe inzichten of werkwijzen (bijvoorbeeld andere contexten, doelgroepen of manieren van delen)

  • e.

    Activiteiten in relatie tot maatschappelijke vraagstukken (zoals zorg, inclusie, duurzaamheid of de leefomgeving)

  • f.

    Verkenning van nieuwe technieken of middelen, waaronder ook digitale toepassingen (zoals audiovisuele middelen, digitale tools, 3D printen of andere technologie)

  • g.

    Reflectie- en ontwikkeltrajecten niet zijnde een opleiding of een studie (bijvoorbeeld coaching, residenties, feedbacksessies of onderzoekstrajecten gericht op verdieping van de praktijk)

  • h.

    Ontwikkeling van prototypes

  • i.

    Vooronderzoek Mogelijke vormen van vooronderzoek zijn proefopstellingen, materiaal- en techniekonderzoek, werkbezoeken, veldonderzoek, locatieverkenningen, gesprekken met experts, archiefonderzoek en het verzamelen van bronmateriaal, publieke testsessies of besloten try-outs, reflectie- en ontwikkeltrajecten onder begeleiding van een coach of dramaturg.

  • j.

    Nieuwe vormen van inclusieve dienstverlening of cultuurparticipatie. Te denken valt aan kleine pilots waarbij een maker iets nieuws probeert om mensen met een beperking, laaggeletterden of neurodivergente mensen beter te betrekken, co-creatie met ervaringsdeskundigen, experimenten met andere communicatievormen (visuele uitleg, pictogrammen, easy language, gebarentaal, tactiele elementen), experimenten met ‘prikkelarme’ openingstijden, het wegnemen van digitale drempels.