Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden 2026

Geldend van 05-06-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden;

gelet op het bepaalde in de Participatiewet, en de Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rheden 2026,

Besluit vast te stellen: Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden 2026

Artikel 1 Begripsbepaling

  • 1. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en de Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rheden 2026.

  • 2. In deze nadere regels wordt verstaan onder:

    • a.

      BBL: Beroeps Begeleidende Leerweg.

    • b.

      Toeslag: de individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 36 van de Participatiewet.

    • c.

      Referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de aanvraag zoals beschreven in artikel 5.3 van de verordening.

    • d.

      UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

    • e.

      Verordening: Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rheden 2026.

    • f.

      WFS: Wet studiefinanciering 2000.

    • g.

      WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten.

Artikel 2 Aanvraag en besluitvorming

  • 1. Als bijlagen bij de aanvraag, genoemd in hoofdstuk 5 van de verordening, worden bewijsstukken gevoegd die nodig zijn om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt, te weten:

    • a.

      Een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • b.

      Een kopie van alle jaaropgaven van inkomsten die betrekking hebben op de referteperiode;

    • c.

      Een kopie van alle bankafschriften van alle rekeningen waarover de aanvrager of het gezin beschikt waaruit het saldo blijkt dat aan het begin en het eind van de referteperiode en op 1 januari van ieder jaar gelegen in de referteperiode aanwezig is; en

    • d.

      Een kopie van de bewijsstukken waaruit het saldo van vermogensbestanddelen, anders dan genoemd in c van dit artikel, blijkt dat op 1 januari van ieder jaar gelegen in de referteperiode aanwezig is.

  • 2. In afwijking van het vorige lid behoeven:

    • a.

      Enkel de bijlagen bedoeld in lid 2 onder artikel c en d overlegd te worden wanneer de inwoner een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ heeft ontvangen;

    • b.

      Enkel bewijsstukken opgevraagd te worden vanaf de voorgaande peildatum.

  • 3. Het college kan aanvullende informatie van de inwoner verlangen indien dit nodig is voor het vaststellen van het recht.

  • 4. Wanneer de inwoner ononderbroken over de referteperiode een bijstandsuitkering heeft ontvangen, verstrekt het college de toeslag ambtshalve, zonder dat een schriftelijke aanvraag nodig is.

Artikel 3 Uitzicht op inkomensverbetering

  • 1. Wanneer de inwoner uitzicht heeft op inkomensverbetering komt hij niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in ieder geval verondersteld ten aanzien van de inwoner die:

    • a.

      op de peildatum uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt en/of studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS of BBL;

    • b.

      in de 12 maanden voorafgaand aan de peildatum een opleiding of onderwijs als bedoeld in sub a heeft gevolgd.

  • 2. Wanneer in een andere situatie dan genoemd in het eerste lid door het college kan worden vastgesteld dat er sprake is van uitzicht op inkomensverbetering, dan kan het college de aanvraag om de toeslag afwijzen.

  • 3. Indien hetgeen genoemd in de leden 1 en 2 niet geldt voor de inwoner wordt hij geacht geen uitzicht op inkomensverbetering te hebben.

Artikel 4 Omstandigheden van de inwoner

  • 1. Wanneer de inwoner onvoldoende inspanning heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen en zijn krachten en bekwaamheden onvoldoende heeft ingezet heeft hij geen recht op de individuele inkomenstoeslag.

  • 2. Indien een maatregel in verband met de arbeids- en participatieverplichting door UWV of gemeente is opgelegd in de referteperiode wordt individueel beoordeeld of de inwoner voldoende inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.

  • 3. Als door het college of het UWV een waarschuwing is gegeven wordt deze niet als maatregel beschouwd.

Artikel 5 Schenden van de inlichtingenplicht

  • 1. Niet in aanmerking komt de inwoner die in de referteperiode door het schenden van de inlichtingenplicht een inkomen heeft gehad hoger dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

  • 2. Niet in aanmerking komt de inwoner die in de referteperiode door het schenden van de inlichtingenplicht een vermogen heeft gehad hoger dan de vermogensgrens genoemd in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet.

Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026, onder gelijktijdige intrekking van de 'Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden', vastgesteld op 14 december 2017;

  • 2. Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Rheden 2026’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare collegevergadering van 7 april 2026,

Het college voornoemd,

Burgemeester,

Secretaris