Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762399
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762399/1
Beleidsregels vrijlating van giften en schadevergoedingen 2026 gemeente Leudal
Geldend van 05-06-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels vrijlating van giften en schadevergoedingen 2026 gemeente LeudalHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal,
Gelet op:
- -
Artikel 31, tweede lid, onderdeel l, m en n, van de Participatiewet;
Besluit vast te stellen de Beleidsregels vrijlating van giften en schadevergoedingen 2026 gemeente Leudal.
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- 1.
De wet: de Participatiewet;
- 2.
Gift: een betaling, of meerdere betalingen uit vrijgevigheid door een natuurlijk persoon of door een instelling waarvoor niets wordt terugverlangd;
- 3.
Vrijlaten: de gift niet tot het inkomen of vermogen rekenen;
- 4.
Problematische schuld: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden;
- 5.
Materiële schadevergoeding: een vergoeding voor schade of verlies van iets dat de cliënt al had;
- 6.
Immateriële schadevergoeding: een vergoeding voor geleden emotionele/immateriële schade;
- 7.
Kalenderjaar: 1 januari tot en met 31 december;
- 8.
Periodieke gift: de ontvangst van twee of meer giften in een kalenderjaar;
- 9.
Eenmalige gift: de ontvangst van één gift in een kalenderjaar.
Alle andere begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede andere wet- en regelgeving.
Artikel 2. Vrijlating van giften in individuele gevallen
Het college beschouwt de volgende categorieën giften als verantwoord in de zin van artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet. Deze giften worden daarom vrijgelaten:
- 1.
Giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders een vergoeding vanuit de bijzondere bijstand of een Wmo-voorziening verstrekt had kunnen worden;
- 2.
Giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;
- 3.
Giften die worden verstrekt voor de aflossing van problematische schulden die ontstaan zijn voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;
- 4.
Giften van charitatieve instellingen, zoals maar niet beperkt tot, de voedselbank, kledingbank en Stichting Urgente Noden.
Artikel 3. Beoordeling giften
-
1. Giften worden niet tot de middelen voor de bijstand gerekend, voor zover de ontvangen giften niet meer bedragen dan het in artikel 31, lid 2 sub m van de Participatiewet bedoelde bedrag per kalenderjaar. Als de uitkering gedurende het kalenderjaar is toegekend, geldt het bedoelde bedrag voor de periode vanaf datum toekenning tot en met 31 december van het betreffende kalenderjaar.
-
2. Voor giften lager dan de vrijlatingsgrens geldt geen meldingsplicht, maar er is een meldingsverzoek voor giften van € 500,- of meer.
-
3. Voor zover periodieke giften hoger zijn dan het in lid 1 genoemde bedrag, wordt het meerdere in beginsel als inkomen aangemerkt, maar blijft een specifieke afweging noodzakelijk om te beoordelen of de gift uit een oogpunt van bijstandsverlening toch verantwoord is.
-
4. Voor zover een eenmalige gift hoger is dan het in lid 1 genoemde bedrag, wordt het meerdere in beginsel als vermogen aangemerkt, maar blijft een specifieke afweging noodzakelijk om te beoordelen of de gift uit een oogpunt van bijstandsverlening toch verantwoord is.
Artikel 4. (Im)materiële schadevergoedingen
-
1. De schadevergoeding die belanghebbende ontvangt voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade.
-
2. De schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen (misgelopen inkomen), wordt aangemerkt als inkomen over de periode waarop de vergoeding betrekking heeft.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2026.
Artikel 6. Hardheidsclausule
In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels indien toepassing van deze beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 7. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregels vrijlating van giften en schadevergoedingen 2026 gemeente Leudal”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 19 mei 2026.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL
De secretaris,
mr. drs. J.J.Th.L. Geraedts
De burgemeester,
D.H. Schmalschläger
Toelichting
Artikelsgewijs
Artikel 1 Begripsbepaling
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 2. Vrijlating van giften in individuele gevallen
In artikel 2 zijn regels opgenomen over het vrijlaten van giften in het kader van artikel 31, eerste lid, onderdelen m en s van de Wet. Bij de vrijlating van giften wordt geen onderscheid gemaakt tussen giften van instellingen en giften van personen. Door de giften niet volledig in aanmerking te nemen wordt voorkomen dat de Participatiewet een ontmoediging vormt voor de vrijgevigheid van instellingen of personen. Uitgangspunt is dat initiatieven van charitatieve instellingen en particulieren zoveel mogelijk wordt gerespecteerd.
Deze beleidsregels verschaffen helderheid over welke giften niet tot de middelen worden gerekend. Het omgekeerde is niet het geval. Van de giften die niet vallen onder de giften die vrijgelaten zijn, mag niet automatisch worden aangenomen dat deze wel een middel zijn dat in aanmerking moet worden genomen. Met betrekking tot deze giften zal altijd nog een specifieke afweging gemaakt moeten worden of de gift toch uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is.
Lid 1
Giften voor kosten waarvoor bijzondere bijstand mogelijk is worden niet gerekend tot de middelen waarmee bij de algemene bijstand rekening wordt gehouden. Dit is ook het geval als de bijzondere bijstand tot een bepaald bedrag de kosten vergoedt en de gift hoger is.
Lid 2
Wanneer kosten medisch noodzakelijk zijn, kan de gift vrijgelaten worden als deze de levensstandaard niet verhoogt. Dit is bijvoorbeeld het geval als de belanghebbende een gift ontvangt voor het aanschaffen van noodzakelijke hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een scootmobiel, of voor de kosten van een (tandarts)behandeling of therapie. Als de gift bestemd is voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan dan wel ter vrije besteding is, geldt dit niet.
Lid 3
De Participatiewet biedt maar beperkte mogelijkheden tot bijstandsverlening in schulden. Het hebben van problematische schulden is in algemene zin een belemmering in het sociaal functioneren. Als een derde hierin de bijstandsgerechtigde tegemoet wil komen worden deze bedragen in beginsel niet als middel in aanmerking genomen.
Lid 4
Verstrekkingen van de voedselbank, de kledingbank, Stichting Urgente Noden en dergelijke charitatieve instellingen worden niet als middel aangemerkt. Voor deze giften geldt geen meldingsplicht.
Artikel 3. Beoordeling giften
Lid 1
Met het oog op uitvoeringsgemak is ervoor gekozen de giftendrempel toe te rekenen aan een kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Heeft belanghebbende minder dan de in artikel 31 lid 2 sub m genoemde grens ontvangen, dan mag het restant niet mee worden genomen naar het volgend jaar. Voor belanghebbenden die een uitkering toegekend hebben gekregen, geldt dat de drempel van de in artikel 31 lid 2 sub m genoemde grens geldt voor de periode vanaf datum toekenning tot en met 31 december van het betreffende kalenderjaar.
Lid 2
Giften tot het drempelbedrag vallen niet onder de actieve inlichtingenplicht. De uitkeringsgerechtigde is namelijk zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de giften en het tijdig melden. Echter, staat het gemeenten vrij om de uitkeringsgerechtigde te vragen inzicht te geven in de door hem ontvangen giften. Ook kan zij in meer algemene zin van hem vragen om giften die een aanmerkelijke waarde hebben, waarbij is gekozen voor een bedrag van € 500 of meer ineens, te melden. Op die manier kan de gemeente samen met bijstandsgerechtigde beter voorkomen dat op een later moment onbedoeld sprake is van een schending van de inlichtingenplicht of dat aan het einde van het kalenderjaar pas blijkt dat onverwacht de vrijlatingsgrens is overschreden.
Lid 3
Als de giften hoger zijn, wordt bij periodieke giften het meerdere in beginsel als inkomen aangemerkt, maar blijft een specifieke afweging noodzakelijk om te beoordelen of de gift toch uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is.
Onder ‘periodiek’ wordt verstaan: de ontvangst van twee of meer giften in een kalenderjaar. Het is niet vereist dat deze giften van één persoon afkomstig zijn. De ontvangst van één gift van persoon 1 en één gift van persoon 2 in één kalenderjaar wordt ook als periodiek beschouwd.
Lid 4
Als de giften hoger zijn, wordt bij incidentele giften het meerdere in beginsel als vermogen aangemerkt, maar blijft een specifieke afweging noodzakelijk om te beoordelen of de gift toch uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is.
Onder ‘eenmalig’ wordt verstaan: de ontvangst van maximaal één gift in een kalenderjaar. Als de belanghebbende een tweede gift ontvangt binnen kalenderjaar, wordt dit vanaf deze tweede gift gezien als een periodieke ontvangst van een gift.
Artikel 4. (Im)materiële schadevergoedingen
Lid 1
Een materiële schadevergoeding is een vergoeding voor schade die direct in geld is uit te drukken. Het gaat om een vergoeding voor schade of verlies van iets dat de klant al had. Het kunnen al gemaakte kosten zijn zoals bijvoorbeeld brandschade of een kapotte auto. Of kosten die nog gemaakt moeten worden zoals bijvoorbeeld kosten voor fysiotherapie.
Lid 2
Een schadevergoeding voor het verlies van inkomsten uit werk is inkomen. Het is bestemd voor de kosten van levensonderhoud en wordt daarom verrekend met de uitkering. Door tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid kan iemand zijn baan verliezen. Het gevolg zal vaak zijn dat het inkomen voor een bepaalde periode, of zelfs helemaal, weg valt. Het proces van afhandelen van de schade kan lang duren. De schadevergoeding kan dan ook gaan over een periode die in het verleden ligt. Daarom wordt beoordeeld op welke periode de vergoeding betrekking heeft. Het bedrag van de schadevergoeding wordt gedeeld door het aantal maanden waarop deze vergoeding betrekking heeft. En wordt dan maandelijks gekort op de uitkering. In de meeste gevallen gaat het echter om één bedrag, waarbij het bedrag per maand niet duidelijk is. De klant zal moeten aantonen om welk verlies van arbeidsvermogen het gaat. Dit kan bijvoorbeeld met salarisspecificaties of jaaropgaven, maar ook door een overzicht van toekomstige schade opgemaakt door een letstelschadespecialist.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 6. Hardheidsclausule
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 7. Citeertitel
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl