Programma Recreatie en Toerisme Buitengebieden Dordrecht

Geldend van 03-06-2026 t/m heden

Voorwoord

Dordrecht heeft goud in handen! Onze stad beschikt over een unieke combinatie van stad, water en natuur, met de Biesbosch als groene achtertuin. Deze buitengebieden zijn van grote waarde voor de natuur, voor onze inwoners en voor bezoekers die hier komen voor rust, natuurbeleving en ontspanning. Tegelijk zien we dat de druk op deze gebieden toeneemt. Steeds meer mensen ontdekken de Biesbosch, waardoor natuur en recreatie onder spanning komen te staan.

Met het programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden zetten we een belangrijke stap om die balans te bewaren en tegelijkertijd de buitengebieden recreatief en toeristisch aantrekkelijker te maken. We willen zorgen voor een gevarieerd en aantrekkelijk recreatief aanbod. Dat doen we door betere toegankelijkheid, passende voorzieningen en het benutten van de unieke identiteit van onze groene gebieden. We maken het mogelijk dat inwoners dichtbij huis kunnen genieten van een gezonde leefomgeving, waar ze kunnen spelen, bewegen en ontmoeten. En dat bezoekers Dordrecht langer weten te waarderen en naast de binnenstad ook de buitengebieden bezoeken.

Dit programma bevat voor de speerpunten tot 2040. Het is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met inwoners, ondernemers, agrariërs, natuurorganisaties en partners zoals Staatsbosbeheer, Provincie Zuid-Holland en het Biesboschnetwerk. Samen hebben we gekeken naar kansen, knelpunten en oplossingen. Want alleen met elkaar kunnen we deze ambities waarmaken.

Onze ambitie is helder: recreatie en toerisme ontwikkelen in balans met natuur en landschap. Zo behouden we de rust en kwaliteit die Dordrecht en de Biesbosch zo bijzonder maken en creëren we tegelijkertijd een fijne en gezonde leefomgeving voor onze inwoners én economische meerwaarde voor ondernemers.

Ik nodig u van harte uit om samen met ons onze buitengebieden verder te ontwikkelen. Dordrecht heeft goud in handen: laten we dat koesteren en benutten.

Marc Merx
Wethouder Recreatie

1 Inleiding

''Het Buitengebied heeft grote intrinsieke kwaliteiten en biedt meerwaarde voor de stad, als plek van rust en ontspanning. Vanuit de eigen kenmerken en kwaliteiten van het Buitengebied willen we antwoorden bieden op de huidige maatschappelijke vraagstukken en richting geven aan passende initiatieven. Van ‘achtertuin’ kan het buitengebied zich steeds meer ontwikkelen tot voorland (Dordtse Omgevingsvisie 2.0, 2025)''

1.1 Aanleiding

Dordrecht is een aantrekkelijke stad en dit is niet onopgemerkt gebleven. Steeds meer mensen willen in Dordrecht wonen en werken. Ook is Dordrecht een toegangspoort naar Nationaal Park De Biesbosch en trekt daardoor bezoekers van buitenaf. Dat zorgt voor een toenemende vraag naar recreatiemogelijkheden. In ‘Balanceren in de Biesbosch[1]’ is afgesproken dat de omliggende gemeentes het Nationaal Park zoveel mogelijk ontlasten door de stedelijke rand te benutten voor recreatie.

In de Dordtse Omgevingsvisie 2.0 zijn zeven doelen vastgelegd:

  • 1.

    Aantrekkelijke stad 

  • 2.

    Bereikbare stad 

  • 3.

    Gezonde stad 

  • 4.

    Toekomstbestendige economie 

  • 5.

    Klimaatbestendige stad in 2040 

  • 6.

    Duurzame en klimaatneutrale stad in 2040 

  • 7.

    Biodiverse stad

Het programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden 2040 (hierna: Programma RTB) is een thematische en gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie voor de buitengebieden en valt onder de omgevingswet. Het heeft raakvlakken met alle zeven doelen, maar draagt in sterke mate bij aan de doelen aantrekkelijke stad, gezonde stad, toekomstbestendige economie en biodiverse stad.

Dit programma is mede tot stand gekomen met een financiële bijdrage en inhoudelijke input van de provincie Zuid-Holland. Dit programma en het gebiedsprogramma Buitengebied (nog in ontwikkeling) vullen elkaar aan. In de omgevingsvisie zijn de gezonde en biodiverse stad benoemt als prioritaire doelen.

1.2 Totstandkoming

Dit programma is tot stand gekomen door een zorgvuldig en uitgebreid participatieproces. Dit heeft geleid tot een programma dat goed onderbouwd is en breed wordt gedragen. In de bijlage kan u de resultaten vinden van alle stappen. Een beknopte samenvatting van de stappen die gedaan zijn: 

  • Aansturing en reflectie vanuit de stuurgroep Buitengebied.

  • Ambtelijke aansturing vanuit een begeleidingsteam en werksessies met diverse beleidsterreinen.

  • Verkennende gesprekken vooraf met een tiental organisaties en semioverheden die actief zijn in de buitengebieden.

  • Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, waaronder een behoeftenonderzoek, een inwonersonderzoek waar 1410 inwoners op gereageerd hebben via o.a. Doe Mee Dordrecht en het Inwonerspanel Drechtsteden, bezoekersonderzoek en onderzoek naar economische waarde.

  • Balanstafel: In de buitengebieden zoeken we naar balans tussen recreanten en de omgeving. Daarom hebben we een expertsessie georganiseerd om hierover door te praten. 

  • Agendering en reflectie met betrokkenen van het Programma Landelijk Gebied - Eiland van Dordt.

  • Werksessie in combinatie met het traject van de gemeente voor nieuw hondenbeleid.

  • Werksessie met zeventien stakeholders en ondernemers van vaarrecreatie.

  • Werksessie met circa veertig (maatschappelijke) ondernemers in en om de buitengebieden.

  • Afstemming met het gebiedsprogramma buitengebied.

  • Afstemming met het programma stadspark.

  • Presentatie over het onderzoek bouwstenen en het conceptprogramma en vervolgens consultatie over een aantal thema’s bij de gemeenteraad.

  • Een meedenkmiddag voor inwoners en andere betrokken met circa 130 deelnemers.

  • Een meedenkavond met enkele brede maatschappelijke organisaties.

1.3 Leeswijzer

Het programma is als volgt opgebouwd: 

  • Hoofdstuk 2 bevat een schets van de economische, culturele en natuurwaarden van de buitengebieden, en een samenvatting van de belangrijkste conclusies uit de uitgevoerde onderzoeken;

  • Daarna volgen de belangrijkste opgaven en kansen die worden gezien voor toerisme en recreatie in de buitengebieden in hoofdstuk 3; 

  • De belangrijkste opgaven zijn vertaald naar vijf speerpunten die te vinden zijn in hoofdstuk 4;

  • Tot slot volgt de in hoofdstuk 5 de uitvoering van het programma.

Alle resultaten uit de verschillende onderzoeken zijn beschikbaar in deel B van het programma. In dit deel zijn alleen de belangrijkste conclusies samengebracht die de basis vormen voor verdere uitvoering.

1.4 Definities en Toelichtingen

NNN-gebieden: Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk verbindt natuurgebieden met elkaar en het omringende agrarisch gebied. 

Natura 2000: In Natura 2000-gebieden worden plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. De wet natuurbescherming beschermt Natura 2000-gebieden. Nationaal Park De Biesbosch is een van de 160 Natura 2000 gebieden in Nederland. 

Bestemmingsmanagement: ‘’Inspanningen gericht op het realiseren van een zo groot mogelijke positieve impact van het gastvrijheidsdomein voor een stad of regio. De positieve impact bestaat uit sociale, ecologische en economische waarde. Bestemmingsmanagement draagt bij aan de kwaliteit van leven voor inwoners, de optimalisatie van bezoekerservaringen en een toekomstbestendige sector voor ondernemers en werknemers. Aan deze inspanningen ligt zoveel mogelijk een integrale aanpak ten grondslag. Daarom vraagt bestemmingsmanagement nadrukkelijk om afstemming met andere domeinen.’’ (CELTH/NBTC, 2022) Met bestemmingsmanagement streven we naar een optimum tussen groeiende bestemming en bestemming in bloei. Dit doen we in samenwerking met het Nationaal Park de Biesbosch, om te voldoen aan de gezamenlijke doelstelling van het Biesboschnetwerk om het Nationaal Park zoveel mogelijk te ontlasten.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Recreatiekerngebieden: In dit programma worden vier gebieden aangewezen die als ‘recreatiekerngebied’ functioneren. Deze gebieden functioneren als overgangspunt naar de buitengebieden. Op deze locaties is het voorzieningenniveau potentieel hoger dan in andere gebieden en is intensieve recreatie mogelijk.

Stadspark: In het programma streven we naar een goede overgang tussen stad en platteland. Het stadspark heeft hier een cruciale rol in. 

2 De buitengebieden van Dordrecht

In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste resultaten beschreven uit de onderzoeken naar de buitengebieden en wat deze resultaten betekenen.

Een mooie basis:

  • In Dordrecht hebben inwoners veel groene recreatieruimte beschikbaar: 131 m2 per persoon, dit is 2,5 keer zoveel als gemiddeld in Zuid-Holland (53 m2)[2] 

  • De buitengebieden zijn belangrijk voor inwoners: 93% van de respondenten uit de inwonersenquête bezoekt het gebied. 77% is blij dat de natuur zo dichtbij is, 44% ziet voordelen voor hun (mentale) gezondheid en 40% is blij dat het gebied is opengesteld voor bezoekers. 

  • Inwoners van Dordrecht ervaren nog nauwelijks drukte of overlast in de buitengebieden. De gebieden waar de meeste inwoners drukte ervaren zijn de Sliedrechtse Biesbosch/ Merwelanden (29% ervaart drukte) en de Louisa- en Cannemanspolder/ De Elzen (19% ervaart drukte). 

  • De buitengebieden hebben een hoge natuurwaarde: met Natura 2000 gebied en NNN-gebied. Het is zeer belangrijk om deze natuurwaarde te blijven beschermen bij verdere ontwikkeling van de buitengebieden. Staatsbosbeheer gebruikt hier de recreatiezonering uit 2022 voor. Deze zonering heeft nog geen status en ook niet alle Dordtse gebieden zijn hierin verwerkt. 

  • In gemeente Dordrecht ligt de dichtheid van vrijetijdsvoorzieningen voor recreatie in de natuur nog relatief laag in vergelijking met provinciaal en landelijk niveau, er is dus nog ruimte voor meer passend kwalitatief aanbod. 

  • We zien stijgende trends in de interesse voor agrotoerisme, waterrecreatie, riviercruises en uniekere vormen van verblijfsrecreatie. Deze ontwikkelingen zien we als kansrijk voor de buitengebieden van Dordrecht, met de vele agrarische ondernemers, het waterrijke landschap en de ruimte voor uniekere verblijfsconcepten. 

  • De vele agrarische ondernemingen in de buitengebieden bieden kansen voor nevenactiviteiten bij agrariërs; denk bijvoorbeeld aan educatie, verkoop van streekproducten, agrotoerisme of recreatieve routes (zoals laarzenpaden of paden langs kreken).

Maar wat ook opvalt:

  • Het aantal bezoekers gaat toenemen: In 2035 zijn er naar verwachting 23.000 meer inwoners in Dordrecht en ook het verwachte aantal bezoekers groeit (+28% in Zuid-Holland in 2035). 

  • Het aantal voorzieningen in de buitengebieden is beperkt, zowel qua horeca, verblijfsrecreatie als andere voorzieningen die buitenrecreatie ondersteunen. De buitengebieden hebben slechts 8% van het aantal slaapplaatsen in Dordrecht (exclusief Europarcs de Biesbosch). De logiesheffing die dit de gemeente oplevert was in 2024 €1.235.000,-. 

  • Respondenten zijn minder tevreden over het aanbod aan voorzieningen. Specifiek benoemt men het ontbreken van toiletvoorzieningen, zwemlocaties, horecavoorzieningen en informatievoorziening. 

  • Veiligheid en bereikbaarheid van de buitengebieden zijn een aandachtspunt. Er worden kansen gezien om verkeersstromen beter van elkaar te scheiden, reizen met openbaar vervoer naar de buitengebieden mogelijk te maken en toegankelijkheid van de wegen en paden te verbeteren. Het ontbreken van OV en het opheffen van de waterbus naar de Merwelanden wordt als een zorg gezien. 

  • Routes in de buitengebieden kunnen verbeterd worden. Vooral de verbindingen tussen verschillende deelgebieden kunnen beter, er is behoefte aan een rondje voor ruiters en qua vaarrecreatie is er behoefte aan meer aanlegplekken en beter onderhoud van bestaande voorzieningen. 

  • Het aandeel banen in de vrijetijdssector is beperkt: dit is slechts 4,8% in Dordrecht in vergelijking 5,6% provinciaal en 6,6% landelijk. Het aandeel banen in de vrijetijdssector in Dordrecht is met 2,8% gedaald tussen 2019 en 2023. 

  • De buitengebieden zijn onvoldoende bekend. De informatievoorziening wordt als beperkt, versnipperd en verouderd ervaren. Er is behoefte aan een gezamenlijke en uniforme uitstraling waarmee de unieke combinatie van stad, water en natuur sterker ingezet wordt voor profilering. 

  • Bezoeken zijn kortdurend: 60% van de bezoekers - met name uit de gemeente Dordrecht - is een uur of korter in de buitengebieden. 

  • Het grootste deel van de bezoekers komen van buiten de gemeente Dordrecht (62%). Daarmee zijn de buitengebieden ook een belangrijke regionale bestemming. De buitengebieden worden vooral incidenteel bezocht: de meeste bezoekers komen minder dan 1 keer per maand. 

  • Bezoekersspreiding en concentrering is beperkt: bezoekers komen vooral op plekken in de buitengebieden die recreatief goed ontwikkeld en toegankelijk zijn vanaf parkeerterreinen en met auto en fiets goed bereikbaar zijn (zoals recreatiekerngebied Hollandse Biesbosch). Bezoekers komen vooral op bepaalde momenten: vooral in augustus en in het weekend zijn er meer bezoekers dan op andere momenten. Het aantal bezoeken varieerde van 24.500 in het minst bezochte deelgebied tot 198.000 in het meest bezochte in 2024. 

  • Sinds het Parkschap is opgeheven is er gebrek aan structurele middelen voor beheer en onderhoud. Voorzieningen in het Nationale Park zoals steigers, bebording en recreatieve infrastructuur, zijn verouderd of vragen om herstel. Ook is niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor het beheer van bepaalde routes of voorzieningen.

Concluderend:

Dordrecht heeft goud in handen: veel groene ruimte per inwoner, hoge natuurwaarden en een bevolking die de buitengebieden waardeert zonder te veel drukte te ervaren. De vrijetijdseconomie in Dordrecht is vooral geconcentreerd in de binnenstad, terwijl de buitengebieden voornamelijk een dag-bestemming zijn. Met dit programma kunnen de buitengebieden economisch versterkt worden en kan de werkgelegenheid binnen de recreatie en toerisme sector toenemen. 

Door de buitengebieden toeristisch-recreatief aantrekkelijker en beter toegankelijk te maken, kan Dordrecht zowel de groeiende bevolking als een toenemend aantal bezoekers op een kwalitatieve manier bedienen in recreatieruimte. Dit vraagt aandacht voor verbeteringen in infrastructuur en voorzieningen. Hierbij is het van belang om bezoekersspreiding en beheer van drukte te monitoren, zodat de rust en kwaliteit die nu zo gewaardeerd worden behouden blijven.

Het stimuleren van divers aanbod, bijvoorbeeld door agrotoerisme verder te ontwikkelen. Of de unieke combinatie van stad, water en natuur beter te benutten, kan bezoekers langer vasthouden en de buitengebieden onderscheiden van andere bestemmingen. Een voorwaarde voor deze ontwikkeling is de kwaliteit van de buitengebieden te waarborgen en de hoge natuurwaarden te beschermen. Op deze manier kunnen de buitengebieden van Dordrecht een duurzame, economische én recreatieve meerwaarde bieden en een volwaardige bijdrage leveren aan de doelen van de omgevingsvisie.

Samenvatting onderzoek Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden van Dordrecht

3 Ambities recreatie en toerisme

In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ambities geformuleerd voor de buitengebieden op basis van de omgevingsvisie (schuin gedrukt) en aangevuld met de bevindingen uit de diverse onderzoeken en participatiemomenten.

3.1 Hoofdambities

Groene recreatieruimte dichtbij voor iedereen

Het is belangrijk dat iedereen dichtbij huis toegang heeft tot een gezonde leefomgeving. Iedere bewoner dient vanuit de woning binnen 300 meter toegang te hebben tot een groenblauwe speel-, beweeg-, sport- en ontmoetingsruimte. Bij voorkeur is dit een plek, indien niet haalbaar een groenblauwe route.

Met 131 m² groen per inwoner biedt Dordrecht veel groene ruimte dichtbij huis. De buitengebieden wordt door het merendeel van de inwoners bezocht en gewaardeerd vanwege de nabijheid en rust. De huidige bezoekers komen voornamelijk op de goed toegankelijke plekken. Er liggen kansen om de toegankelijkheid en daarmee de spreiding van bezoekers verder te verbeteren, zodat meer mensen kunnen profiteren van deze groene ruimte.

Gevarieerd en hoogwaardig recreatief aanbod

We zien mogelijkheden voor extensieve recreatie en horeca in het buitengebied, maar moeten de natuurwaarden te allen tijde beschermen. We gaan ruimte bieden voor verblijfsrecreatie in het Buitengebied passend bij de landschappelijke kwaliteit.

Dordrecht beschikt over veel recreatieruimte, maar het aanbod van voorzieningen is beperkt ten opzichte van de vraag: er is weinig horeca, verblijfsrecreatie en andere voorzieningen die een diverse (water)recreatie-ervaring ondersteunen. Bezoekers komen vaak kort en incidenteel, wat aangeeft dat er ruimte is om het recreatief aanbod te verrijken en aantrekkelijker te maken, zodat mensen langer en vaker in de buitengebieden verblijven. De verwachte extra bezoekers zorgen ook voor behoefte aan meer voorzieningen.

Ontwikkelingen in balans met de omgeving

Voorwaarde voor alle ontwikkelingen in het buitengebied is dat de kernkwaliteiten van het landschap aantoonbaar behouden blijven en dat er wordt bijgedragen aan de versterking daarvan.

De buitengebieden hebben hoge natuurwaarden en de draagkracht wordt momenteel nergens overschreden. Ook gebruikt Staatsbosbeheer een recreatiezonering (2022) die goed werkt. Tegelijkertijd neemt de vraag naar recreatie in de toekomst toe door bevolkingsgroei en een stijgend aantal toeristen en recreanten. Om de balans te behouden, is gerichte planning nodig: uitbreiding van recreatieve mogelijkheden moet samengaan met bescherming van de natuur. Er moet goed worden nagedacht over waar welke ontwikkelingen wel kunnen én vooral ook waar niet. We willen daarom het recreatieaanbod vooral versterken buiten Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland. Hiervoor worden met name de recreatiekerngebieden benut en versterkt.

3.2 Aanvullende punten uit de Dordtse Omgevingsvisie 2.0

  • Ter plaatse van de vier recreatiekerngebieden is intensievere recreatie toegestaan en clusteren we ontwikkelingen op het gebied van recreatie.  

  • De recreatiekerngebieden zijn goed bereikbare locaties, zowel met de fiets als met de auto, en bieden een hogere intensiteit van recreatie direct rondom het knooppunt. Ruimtelijke voorwaarde is dat de ruimte niet verrommelt. Hier wordt een kader voor opgesteld.  

  • Ook de strook aan de westzijde van de A16 valt onder het buitengebied, met daarbij Willemsdorp en de grotere (verblijfs)recreatielocatie EuroParcs De Biesbosch. 

  • Naast enkele grotere recreatielocaties, mogen agrariërs op kleine schaal overnachtingen aanbieden in het Buitengebied. Hiervoor mag niet worden bijgebouwd, maar kan wel meervoudig ruimtegebruik worden toegepast. Hierdoor kan bestaande bebouwing ingezet worden voor recreatieve doeleinden. 

  • De zuidelijke stadsrand vormt een bijzonder overgangsgebied tussen de stad, de Nieuwe Dordtse Biesbosch en het agrarische buitengebied. Ontwikkelingen in dit gebied toetst de gemeente aan de kwaliteiten ervan. Die kwaliteiten zijn: ruimtebeleving, afwisselend landschap, weidsheid, waterranden, historie en erfgoed en beleving. 

  • Er is een grondwaterbeschermingsgebied bij Kop van 't Land. Recreatieve mogelijkheden of bebouwing is vergunning plichtig bij gemeente en provincie.  

  • Recreatie vanuit de stad naar de Hollandse Biesbosch kan beter gespreid worden. Fietsen motiveren om grote verkeersbewegingen te voorkomen en op drukke momenten de pieken van autoverkeer op een acceptabel niveau te houden.

4 Speerpunten 2040

Voorgaande ambities zijn vertaald naar vijf speerpunten die richting geven aan de verdere ontwikkeling van de vrijetijdssector van de buitengebieden richting 2040. Hierin is de input van de diverse participatiestappen, zoals de werksessie over vaarrecreatie, de werksessie met ondernemers, de meedenkmiddag en de gesprekken ZH-PLG Eiland van Dordt, zo zorgvuldig mogelijk verwerkt. In deze gesprekken hebben we de speerpunten voorgelegd en hebben we concrete acties voor het uitvoeringsprogramma aangescherpt. 

Speerpunt A: Beleefbare en aantrekkelijke buitengebieden 

Dit speerpunt gaat over (inclusieve) voorzieningen in de buitengebieden. 

Speerpunt B: Bereikbare buitengebieden 

Dit speerpunt gaat zowel over de verbindingen naar de buitengebieden als de verbindingen binnen de gebieden. 

Speerpunt C: Bekende buitengebieden 

Dit speerpunt gaat over de vindbaarheid van herkenbare bestemmingen in de buitengebieden. 

Speerpunt D: Buitengebieden in balans 

Dit speerpunt gaat over respect voor huidige waarden, de noodzaak voor bestemmingsmanagement voor huidige en toekomstige leefbaarheid en hoe je dit o.a. via een zonering in goede banen kan leiden. 

Speerpunt E: Buitengebieden: daar werk je samen aan 

Dit speerpunt gaat zowel over samenwerking tussen partijen als samenwerking binnen de gemeente om deze speerpunten richting 2040 te realiseren.

Speerpunt A Beleefbare en aantrekkelijke buitengebieden

Er wordt geïnvesteerd in een buitengebied dat uitnodigt om te beleven, te ontspannen en te ontdekken. De buitengebieden worden daarmee nog beter beleefbaar en aantrekkelijker gemaakt. De natuur, het water, het agrarisch landschap en de open ruimte vormen een aantrekkelijk decor voor de vrijetijdsbeleving van bewoners en bezoekers.

Waarom is dit belangrijk?

De voorzieningen zijn te beperkt als je de beschikbare ruimte vergelijkt met de vraag en waardering vanuit inwoners. Tegelijkertijd geeft een deel van de inwoners aan dat ze de buitengebieden niet kunnen bezoeken vanwege hun gezondheid. Er zijn momenteel zeer beperkt voorzieningen voor mensen met een handicap. Toegankelijkheid vinden we als gemeente belangrijk, dus iedere inwoner moet in de buitengebieden terecht kunnen en zich welkom voelen. Ook andere bezoekers zijn er maar kort en vooral op de plekken die al verder ontwikkeld zijn.

Welke ontwikkelrichtingen zien we?

Een hogere voorzieningsdichtheid voor dagrecreatie:

  • Voldoende horecavoorzieningen, zodat bezoekers toegang hebben tot een maaltijd, een drankje en toiletvoorzieningen. Dit zal het bezoek aan de buitengebieden waarschijnlijk ook verlengen.

  • Voldoende (toegankelijke) toiletvoorzieningen. Dit voorziet in een belangrijke vraag onder inwoners en zorgt er tegelijkertijd voor dat bezoekers makkelijker de buitengebieden kunnen beleven.

  • Meer openbare zwemwatervoorzieningen. Er is behoefte aan meer openbaar zwemwater. Het huidige aanbod is beperkt, zeker in verhouding tot het aantal inwoners en de groeiende behoefte aan verkoeling. Niet alle locaties in het buitengebied zijn geschikt, maar er zijn kansen in combinatie met waterberging.

  • Voorzieningen voor de zakelijke markt: vergaderen in het groen is een snelgroeiende trend en een interessante doelgroep voor Dordrecht. De buitengebieden bieden hiervoor een ideale, inspirerende locatie die rust, ruimte en natuur combineert.

Meer kleinschalige goed ingepaste verblijfsrecreatie: de ruimte voor verblijfsrecreatie wordt momenteel beperkt benut. Er is behoefte aan meer mogelijkheden om te overnachten in het buitengebied. Dit is een gemiste kans voor zowel ondernemers, inwoners, bezoekers als de gemeente zelf. Hierbij zien we de volgende ontwikkelrichtingen:

  • Er is buiten Natura 2000 en NNN ruimte voor natuurgerichte verblijfsrecreatie van circa 50 plekken van 100m2 per stuk. Vanuit de diverse onderzoeken is gebleken dat hier vraag en dat er ecologische draagkracht is. De gemeente ondersteunt daarom initiatieven voor duurzame, kleinschalige initiatieven zoals kamperen, camperplaatsen, eco-lodges of natuurgerichte concepten zoals tiny houses. Mits goed ingepast in de natuurlijk omgeving. Dit draagt bij aan de lokale economie en versterkt de beleving van het landschap.

  • Multifunctioneel ruimtegebruik ten behoeve van recreatie en toerisme in agrarisch gebied is (onder bepaalde voorwaarden) mogelijk, met een voorkeur voor hergebruik van bestaande bebouwing.

  • Beperkte uitbreidingsmogelijkheid voor (bestaande) aanbieders met kansrijke en landschappelijk goed ingepaste plannen, zoals bed and breakfast en/of wellness.

Beleefbaar DNA van het gebied: inzetten op erfgoed-, landbouw en natuurbeleving. De buitengebieden van Dordrecht herbergen veel verhalen die nog nauwelijks worden verteld, maar het waard zijn om te delen. Erfgoed, landbouw en natuur samen vormen de identiteit van het gebied, dus er wordt ingezet op meer beleving van die drie thema’s. De focus ligt dan ook op het (nog) sterker voorzien in de vraag vanuit cultuur- en natuurliefhebbers. Dat kan via de volgende manieren:

  • Faciliteren van educatieve initiatieven over erfgoed, landbouw en natuur;

  • Ontwikkelen van themaroutes over erfgoed, landbouw en natuur over bestaande recreatieve infrastructuur met passend aanbod, zoals informatiepunten en/of panelen met gelaagde en aantrekkelijke informatie;

  • Niet overal is extra beleving gewenst, zoals in bepaalde delen van het Natura 2000-gebied. Vanaf de rand van deze gebieden kunnen meer belevingspunten, zoals uitkijktorens, kijkwanden en extra meerpalen worden gerealiseerd om de natuurervaring te versterken. Hiermee wordt op een gepaste wijze uitwerking gegeven aan de gewenste beleving.

  • Door het bewustzijn van inwoners over de waardevolle natuur in hun ‘achtertuin’ te vergroten worden bewoners actief betrokken bij de bescherming van het gebied.

Aanbod voor iedereen: toegankelijke voorzieningen voor alle bezoekers, waaronder senioren, gezinnen met kinderen en mensen met een handicap, zodat iedereen toegang heeft tot een hoogwaardige natuurbeleving. Hierbij zien we in ieder geval de volgende ontwikkelrichtingen:

  • Rolstoel en kinderwagenvriendelijke paden die kleinere rondjes (1-3 kilometer) mogelijk maken en die duidelijk zijn aangegeven;

  • Voldoende rustvoorzieningen op korte afstand van elkaar;

  • Grotere parkeerplaatsen nabij de recreatiekerngebieden met aan alle kanten voldoende ruimte om in- en uit te stappen;

  • Informatieborden met grote letters op lage hoogte met eventueel een audio-functie of vertaling in braille;

  • Toegankelijke belevingspunten aan het water droog blijven. Denk aan overdekte of verhoogde (vis)steigers met leuningen;

  • Grotere bekendheid van de off-road rolstoelen en rolstoeltoegankelijke fluisterboten in het Biesboschcentrum. Het Biesboschcentrum is al in bezit van een rolstoeltoegankelijke fluisterboot.

Veilige buitengebieden: er zijn signalen over zowel nachtelijke overlast op bepaalde locaties in de buitengebieden in de avond/nacht, zoals in de Merwedelanden en in de agrarische gebieden. Maar ook over ongewenst of onveilig gedrag, zoals asociaal vaargedrag of recreanten die hun hond uitlaten op locaties waar dit niet is toegestaan. De gemeente vindt het belangrijk dat alle bezoekers zich veilig voelen en zich gedragen op een manier dat de natuur of andere recreanten hier geen hinder van ondervinden. De gemeente zet daarom in op zowel gedragscampagnes als het verbeteren van toezicht en handhaving.

Speerpunt B Bereikbare buitengebieden

We willen dat inwoners en bezoekers zich gemakkelijk kunnen verplaatsen naar en in het buitengebied, of dat nu te voet, over water, met de fiets, te paard of met de auto is. Goede bereikbaarheid maakt het aantrekkelijker en veiliger om het gebied te bezoeken. Duurzame mobiliteit en wordt gestimuleerd, zodat verplaatsingen niet alleen efficiënt maar ook milieuvriendelijk verlopen en bijdragen aan een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving.

Waarom is dit belangrijk?

De buitengebieden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan beweging en natuurbeleving, en daarmee aan de mentale en fysieke gezondheid van onze inwoners. Momenteel wordt dit potentieel onvoldoende benut. Sommige delen van de buitengebieden zijn namelijk moeilijk toegankelijk vanuit Dordrecht óf vanuit de rest van het buitengebied. Er is geen openbaar vervoer en dat wordt zowel gemist door de inwoners als ondernemers. Tegelijkertijd zijn er signalen over onveilige verbindingen of ontbreken er schakels in het recreatief netwerk. Dit maakt het bezoekersspreiding lastiger, omdat goede verbindingen daarvoor cruciaal zijn. Tot slot zijn er zorgen over zowel de kwaliteit van aanlegvoorzieningen voor vaarrecreatie als toekomstige bevaarbaarheid door het dichtslibben van kreken. Dit beperkt het gebruik en het plezier van bezoekers.

Herijking recreatieve routes

Op basis van onze expertise en gesprekken met diverse stakeholders tijdens participatiestappen zijn de recreatieve routes geanalyseerd. We concluderen dat de basis op orde is, maar dat wel kansen zijn om routes te optimaliseren of uit te breiden. Wandelen en fietsen zijn de recreatievormen waar verreweg het meeste gebruik van gemaakt wordt. Per modaliteit kan er ingezet worden op het volgende:

  • Wandelen: onderzoek of er kleinere wandelrondjes vanuit de omliggende wijken kunnen worden gerealiseerd. En onderzoek of de bestaande wandelrondjes in recreatiekerngebieden kunnen worden geoptimaliseerd met meer rustpunten en paden die ook voor mensen in een rolstoel of kinderwagen goed toegankelijk zijn. In de overige gebieden heeft de realisatie van gescheiden wandelpaden ook de voorkeur, bijvoorbeeld via boerenlandpaden of een volwaardig ommetje bij de Oost-Zuidhaven. Het is ook interessant om te onderzoeken of er vanaf de dijken meer beleving richting het water kan worden toegevoegd: via uitkijkpunten, maar ook lange onverharde afstandspaden voor recreanten zonder hond. Door een zogenaamd ‘achtjes’-ontwerp ontstaan meer routes, zodat het landschap in verschillende richtingen en combinaties te verkennen is en daarmee meer beleving biedt.

  • Fietsen: door de combinatie van fietsverkeer en autoverkeer met relatief hoge snelheden op smalle wegen is er een gevoel van onveiligheid op o.a. de Oude Veerweg, Van Elzelingenweg, oversteek Provinciale Weg naar het nieuwe dagrecreatieterrein en de kruising bij Kop van ’t Land. Bredere of gescheiden (fiets)paden vergroten zowel de beleving als gevoel van veiligheid. Extra breedte biedt ruimte aan andere vormen van recreatie op fietspaden, zoals skeeleren. Door het Wantij vormen de Merwedelanden een aparte bestemming. Er is slechts één fietsverbinding via de Blauwe Brug. Andere verbindingen zijn vanwege natuuroverwegingen of kostenoogpunt op korte termijn niet realistisch. Wellicht kan een fietspontje tussen het Biesboschcentrum en Ottersluis daarbij helpen. In het verleden is deze helaas niet rendabel gebleken.

  • Paardrijden: de recreatieve vraag concentreert zich rondom de Louisa- en Cannemanspolder, Elzen/Viersprong en Nieuwe Dordtse Biesbosch. Door het bestaande aanbod daar te optimaliseren en een compleet rondje te maken voldoen we in de toekomst aan de behoefte en voorkomen we overlast aan andere recreanten.

  • Openbaar vervoer: uit de diverse onderzoeken en participatie blijkt er een grote behoefte is aan openbaar vervoer. Met name een route naar Kop van ’t Land en de route naar recreatiekerngebieden de Merwelanden wordt gemist. Voor sommige ondernemers betekent het schrappen van de route (waterbus en reguliere bus) naar de Merwelanden inkomstenderving.

  • Mountainbiken: er is beperkte vraag naar mountainbiken. Het beoogde MTB-parcours op de Merwedeheuvel zal aan dit aanbod bijdragen.

  • Varen: uitbreiden van het huidige vaargebied is niet mogelijk. Behoud en optimalisatie is daarentegen wel mogelijk, denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van afmeervoorzieningen, het onderzoeken van de bevaarbaarheid van de kreken in de Merwelanden en het uitbreiden van gecombineerde vaar – en wandeltochten, zoals bij polder Stededijk. 

Welke ontwikkelrichtingen zien we?

Betere verbindingen naar duidelijke entrees en poorten: Uit de onderzoeken en de participatie blijkt dat de bereikbaarheid van de buitengebieden via logische en veilige fietsroutes te wensen over laat. Logische verbindingen naar recreatiekerngebieden en entrees zijn belangrijk, zodat inwoners en bezoekers het buitengebied veilig en eenvoudig kunnen bereiken. Hierbij zien we in ieder geval de volgende ontwikkelrichtingen:

  • Duidelijke, fijne en veilige wandel- en fietsroutes vanuit de omliggende wijken én fietsroutes vanuit het centrum naar de entrees en recreatiekerngebieden. We zien kansen om het Stadspark (noord-zuid verbinding) aan te sluiten op de Hania’s Polder. Het stadspark zelf sluit aan op de oost-west verbindingen en is daardoor een belangrijke route voor een groene omgeving naar de buitengebieden.

  • Er wordt ook verkend of de parkeervoorzieningen op de juiste plek liggen en beter ingepast kunnen worden in het landschap bij de recreatiekerngebieden en overige entrees van de buitengebieden.

  • Het versterken van bestaande fietscorridors zoals de Wantijdijk en de route richting het dagrecreatieterrein aan de provinciale weg.

Stimuleren van duurzaam vervoer, incl. OV: Het gebruik van fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit wordt aangemoedigd om de buitengebieden op een milieuvriendelijke manier bereikbaar te maken. Hierbij wordt uitgegaan van het ontwerpprincipe STOMP (stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten, privéauto), waardoor actievere vormen van mobiliteit (zoals voetgangers) voorrang krijgen op autoverkeer. Momenteel is het niet mogelijk om met openbaar vervoer het buitengebied te bezoeken. In 2032 komt er een nieuwe vervoersconcessie. Op de korte termijn kan samenwerking met de pilot Publieke Mobiliteit verkend worden. De regio Smart Delta Drechtsteden organiseert deze pilot om te onderzoeken hoe er buiten de traditionele dienstregeling toch vervoer geboden kan worden als het gaat om, bijvoorbeeld, leerlingenvervoer, wmo, etc.

Optimalisatie recreatieve infrastructuur: Een goed functionerende recreatieve infrastructuur is essentieel. De basis is op orde, maar er worden her en der logische verbindingen gemist. Ook zijn er signalen over onveilige en onaantrekkelijke verbindingen, doordat auto- en recreatief verkeer over dezelfde smalle wegen lopen waarop relatief hard mag worden gereden. Hierbij zien we in ieder geval de volgende ontwikkelrichtingen:

  • Zo veel mogelijke gescheiden (en bredere) fiets- en wandelpaden om de veiligheid en beleving te verbeteren; 

  • Doorontwikkeling van de recreatieve infrastructuur voor met name wandelaars en reguliere fietsers en op een aantal locaties voor MTB en ruiters.

Versterken van waterbeleving: Water is onlosmakelijk verbonden met Dordrecht en de buitengebieden. Er zijn zorgen over de toekomstige bevaarbaarheid van de kreken. Er wordt aangegeven dat de kreken dicht lijken te slibben. Ook zijn er zorgen over de staat van onderhoud van een aantal aanlegvoorzieningen. De gemeente Dordrecht wil de kwaliteit van afmeervoorzieningen in de Biesbosch verbeteren door deelname aan het vrijwillige Biesbosch Vaantje. Hiermee worden fondsen geworven die specifiek kunnen worden geïnvesteerd in vaarrecreatie. Het is belangrijk dat de Sliedrechtse Biesbosch ook in de toekomst bevaarbaar blijft. De gemeente zal zich daar met gebiedspartners voor inzetten, met respect voor de Natura 2000 opgaven.

Speerpunt C Bekende buitengebieden

Iedereen is van harte welkom in de buitengebieden van de gemeente Dordrecht. De focus ligt daarbij op het zo goed mogelijk bedienen van inwoners, onder de overtuiging dat hiermee tegelijkertijd ook bezoekers worden aangesproken. We willen dat inwoners en bezoekers weten wat de buitengebieden te bieden hebben. Door informatie, communicatie en zichtbaarheid te verbeteren, wordt het gebied aantrekkelijker en meer gebruikt.

Waarom is dit belangrijk?

Voor de buitengebieden worden verschillende benamingen gebruikt. De buitengebieden van Dordrecht blijven voor een gedeelte van de inwoners een onbekende plek. Een groot deel van het publiek geeft aan dat natuur, recreatiemogelijkheden en lokale initiatieven moeilijk te vinden zijn. Voorzieningen en routes zijn niet altijd vindbaar of goed aangegeven. Hierdoor missen ondernemingen bezoekers, voelen inwoners zich minder verbonden en blijft de druk op bekende locaties hoog. Door actief te werken aan de bekendheid van álle voorzieningen en plekken wordt het makkelijker om bezoekers beter te spreiden, lokale ondernemingen te ondersteunen en meer mensen te laten genieten van dit unieke deel van Dordrecht. Tevens draagt bekendheid aan de buitengebieden ook bij aan een aantrekkelijke stad om te wonen en te leven.

Welke ontwikkelrichtingen zien we?

Betere fysieke zichtbaarheid: we verbeteren de markeringen en bewegwijzering vanuit de stad en toegangswegen zoals de N3 naar en in het buitengebied, zodat bezoekers beter weten waar ze zijn en wat er te ontdekken valt en om te helpen om gewenst gedrag te sturen. Veel bezoekers, waaronder inwoners, zullen op pad gaan zonder vooraf (online) informatie op te zoeken. Daarom is het van belang om ook ter plekke de informatievoorziening op orde te hebben. Door dit op te nemen in het programma, verankeren we een deel van de wens van de Gemeenteraad zoals geuit in de motie over toeristische borden van 4 juli 2023.

Vergroten van de bekendheid van de buitengebieden We zetten in op eenduidige benamingen van de verschillende gebieden. Daarnaast worden de buitengebieden sterker gepositioneerd als beginpunten van Nationaal Park de Biesbosch, met focus op de unieke combinatie van natuur, landbouw en erfgoed dicht bij de stad. Deze identiteit wordt zichtbaar gemaakt bij de entrees en recreatiekerngebieden van de buitengebieden, in afstemming met de andere toegangen tot de Biesbosch, zodat het herkenbaar en onderscheidend blijft. Dit draagt op haar beurt weer bij aan speerpunt 4: buitengebieden in balans. Het Dagrecreatieterrein aan de Provincialeweg biedt bijvoorbeeld mogelijkheden voor lokale recreatie én kan fungeren als startpunt voor bezoekers die via de pont de Brabantse kant van de Biesbosch willen verkennen.

Promotie van lokale activiteiten en ondernemers: we zetten de buitengebieden op de kaart door lokale evenementen en ondernemers onder de aandacht te brengen via campagnes, sociale media en samenwerkingen met regionale partners. Als gemeente willen we onze ondernemers steunen waar mogelijk en laten zien wat ons buitengebied rijk is. Dat doen we primair via Dordrecht Marketing & Partners en BeleefdeBiesbosch.nl

Versterking van het Biesboschcentrum: het Biesboschcentrum heeft een belangrijke functie binnen recreatiekerngebied de Hollandse Biesbosch. Voor de ontwikkeling van dit Programma kan het Biesboschcentrum in grote mate bijdragen aan elk van de vijf speerpunten.

Speerpunt D Buitengebieden in balans

De ontwikkeling van de buitengebieden moet samengaan met een versterking van de leefomgeving en leefbaarheid voor inwoners. Zo blijft het gebied aantrekkelijk en waardevol, nu én in de toekomst.

Waarom is dit belangrijk?

De buitengebieden zijn voor inwoners en bezoekers een belangrijke vrijetijdsbestemming, maar herbergen ook hoge natuurwaarden. In de omgevingsvisie staat het belang van biodiversiteit weergegeven. Tegelijkertijd verwachten we dat de vraag naar recreatie en toerisme gaat toenemen. Door toename van het aantal inwoners en verbreding van het recreatieseizoen waardoor het aantal toeristen zal toenemen. De toename aan riviercruises biedt ook kansen om een nieuwe groep aan toeristen kennis te laten maken met de buitengebieden en Nationaal Park de Biesbosch. De gemeente wil ervoor zorgen dat recreatie en toerisme op een verantwoorde manier plaatsvindt. We willen ontwikkelen met respect voor natuur en leefbaarheid. Uit het onderzoek waar dit programma op gestoeld is blijkt dat de draagkracht op het gebied van leefbaarheid, leefomgeving en economie nog nergens wordt overschreden. Wel zijn er een aantal aandachtspunten en lijkt er ruimte om op een aantal plekken passend aanbod (door) te ontwikkelen. Het is essentieel dat de verschillende waarden van de buitengebieden zowel nu als in de toekomst in balans blijven.

Zoneringskaart

Voor het beoordelen van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruikgemaakt van een zoneringskaart. Door te zoneren houdt men rekening met de juiste combinatie van recreatie en toerisme met andere waarden. Een zoneringskaart is nadrukkelijk een middel en geen doel. 

Staatsbosbeheer heeft in 2022 een zoneringskaart gemaakt voor een deel van de buitengebieden. De raad heeft destijds geen wensen of bedenkingen kenbaar gemaakt op het gebruik van de kaart. Daarom is die kaart als basis genomen. De gebieden binnen Dordrecht die hier niet op stonden zijn toegevoegd om een volledig beeld te krijgen en deze kaart als gezamenlijk uitgangspunt te kunnen hanteren. Deze kaart is opgenomen als praatplaat voor gebiedspartners, initiatieven en het college en heeft geen vaste status.  

In de Omgevingsvisie 2.0 zijn drie recreatiekerngebieden aangewezen. Recreatiekerngebied de Hollandse Biesbosch (ook wel bekend als ‘de Merwelanden’), het Dagrecreatieterrein aan de Provinciale weg en het gebied tussen Schenkeldijk en de Elzen. Met dit programma voegen we hier een vierde recreatiekerngebieden aan toe. Elk gebied heeft een eigen identiteit en ontwikkelrichtingen (zie tabel 4.1).

Recreatiekerngebieden

  • Hollandse Biesbosch, Biesboschcentrum Dordrecht en directe omgeving

  • Hania’s Polder, in combinatie met het gebied tussen sportpark Schenkeldijk tot de Elzen (Louisa- en Cannemanspolder / Viersprong)

  • Het toekomstige Dagrecreatieterrein aan de Provincialeweg

  • Willemsdorp en Europarcs hebben de potentie om in de toekomst met meer voorzieningen buiten het park interessanter te worden voor een bredere doelgroep

Zoneringskaart
afbeelding binnen de regeling
Deze kaart heeft geen vaste status

De recreatievraag dient zoveel mogelijk ingevuld te worden in deze recreatiekerngebieden. Daarbuiten is doorontwikkeling van recreatie ook mogelijk, maar met een andere insteek:

  • Vlakbij de stadsrand, ten oosten van de Zuidendijk, is op termijn meer intensieve en matig intensieve recreatie mogelijk, zoals verblijfsrecreatie, wellness, en een hogere dichtheid aan wandel- en fietspaden; 

  • In de agrarische gebieden is meer extensieve recreatieve mogelijk, zoals agrotoerisme en boerenlandpaden. 

  • Door een nieuwe opgave van Staatsbosbeheer is de Otterpolder wordt de Otterpolder als rustgebied beschouwd. Hierdoor wordt de zonering mogelijk aangepast naar extensieve recreatie. Op termijn wordt gekeken naar mogelijkheden voor extensieve beleving. 

  • In de Hel- en Zuilespolder is de bezoekintensiteit meer passend bij een zone met intensieve recreatie, dan de huidige status als matig intensief gebied. Het is nu een belangrijk uitloopgebied dat veel recreanten trekt. De gemeente heeft zorgen in hoeverre de planvorming door Rijkswaterstaat deze recreatieve functie gaat beïnvloeden. Vanuit recreatief oogpunt is het essentieel dat het gebied in het geheel openbaar toegankelijk blijft; ook met eventuele kanovaart. En dat de gemeente gecompenseerd wordt voor het verlies van dit gebied. 

  • In Polder Stededijk liggen kansen om de bestaande extensieve recreatie te versterken.

Welke ontwikkelrichtingen zien we?

Bestemmingsmanagement staat centraal: Het aantrekken van meer bezoekers is nadrukkelijk geen doel van dit programma. De toenemende vraag naar recreatie en toerisme moet in goede banen worden geleid. Dat doen we door het in balans verder ontwikkelen en beheren van de buitengebieden. Dit betekent inzetten op kwaliteit: natuur beschermen en passend beleven, waarbij rust en ruimte behouden blijven. Ook vraagt dit om actieve procesbegeleiding: het begeleiden van initiatieven, het beoordelen op concept, doelgroep, schaal/omvang en spreiding van bezoek. Monitoring is een essentieel onderdeel van het programma. Inwoners- en bezoekersonderzoeken dienen met regelmatig uitgevoerd te worden om te evalueren en waar nodig tijdig bij te sturen.  

Bestemmingsmanagement doen we in nadrukkelijke samenwerking met de partners van het Nationaal Park de Biesbosch. Dit programma loopt voorop in die samenwerking, en zal moeten geïntegreerd worden in het plan van bestemmingsmanagement inclusief de monitoring voor het gehele Nationale Park. 

Door de ambities uit dit programma wordt Dordrecht indirect ook aantrekkelijker als meerdaagse bestemming. Hier ligt een extra opgave om ook de impact op de leefomgeving en leefbaarheid van de stad te monitoren. 

Zorgvuldige ruimtelijke afweging: bij nieuwe plannen kijken we standaard naar de samenhang tussen ecologische, economische en maatschappelijke belangen, zodat keuzes bijdragen aan een gezonde en vitale leefomgeving.  

Behoud en versterking van natuur en landschap: We zetten in op het beschermen van waardevolle natuur, landschappen en biodiversiteit, en versterken deze waar mogelijk door natuurontwikkeling en landschappelijke inpassing. We willen dat bij elke ontwikkeling rekening wordt gehouden met natuur, milieu, erfgoed, biodiversiteit en het (cultuur)landschap. Dit betekent dat niet overal alles kan. Sommige plekken zijn beter geschikt voor ontwikkelingen dan anderen en sommige plekken zijn volledig uitgesloten van nieuwe ontwikkelingen. De verdere ontwikkeling van recreatie en toerisme vindt daarom zoveel mogelijk plaats buiten Natura 2000-gebied en NNN. Daarbij wordt ingezet op locaties zoals het nieuwe Dagrecreatieterrein aan de Provinciale weg, de nog open te stellen Merwedeheuvel, de overgangszone, Hania’s Polder en Louisa– en Cannemanspolder. Tegelijkertijd biedt dit kansen om de identiteit én beleving van Nationaal Park de Biesbosch buiten haar grenzen te versterken en een Biesboschbeleving te bieden buiten het Nationale Park. 

Agrarisch gebied recreatief benutten: Nieuwe initiatieven moeten elkaar versterken in plaats van verdringen. De landbouwtransitie kan een middel zijn om recreatieve beleving toe te voegen aan het agrarisch gebied door nevenactiviteiten (zoals een boerderijwinkel of accommodatie) toe te staan. Het toevoegen van recreatie en toerisme aan het agrarisch gebied lijkt mogelijk, zolang landbouw de hoofdfunctie blijft. Dit kan bijdragen aan natuur, educatie en verbreding van agrarische bedrijfsvoering. Er wordt actief ingezet op een aantrekkelijk en toegankelijk agrarisch gebied. Door het landelijk gebied beter bereikbaar te maken, bijvoorbeeld via boerenpaden in combinatie met groen- blauwe dooradering. En ruimte te bieden voor activiteiten op het erf, zoals verblijf, dagrecreatie en de verkoop van streekproducten. De gemeente wil samen met agrariërs verkennen hoe recreatie en toerisme op een passende manier kunnen worden toegevoegd, met oog voor hun belangen en de omgeving. Dit doen we in het overlegorgaan van het Programma Landelijk Gebied en door een duidelijke plek voor initiatieven en ondernemers te bieden. 

Duurzaam en natuur inclusief recreatie en toerisme: bij elke nieuwe ontwikkeling worden initiatiefnemers uitgedaagd om projecten zo duurzaam en natuur inclusief mogelijk uit te voeren. Tevens gaat de gemeente zelf bij de werving en selectie van ondernemers in het buitengebied kansrijke initiatieven mede beoordelen op deze punten. Projecten en ondernemers dragen op die manier bij aan een sterke economie én biodiversiteit, ook buiten de natuurgebieden.

Speerpunt E Buitengebieden: daar werk je samen aan

Een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van de buitengebieden is samenwerking. Inwoners, (maatschappelijke)ondernemers en overheden zijn nodig om actief mee te denken en samen te werken aan de verdere ontwikkeling van de buitengebieden. Alleen door samen te werken ontstaan betere ideeën, groeit de betrokkenheid en kan dit programma effectief én daadkrachtig worden uitgevoerd.

Waarom is dit belangrijk?

Beslissingen over de buitengebieden gaan impact hebben op natuur, recreatie en landbouw. Door samen te werken ontstaat meer draagvlak, betere kennisuitwisseling en balans tussen verschillende belangen. De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen een stem heeft en samen aan een buitengebied gewerkt wordt waar iedereen graag komt. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek en participatie met ondernemers dat de maatschappelijke en economische waarde van de buitengebieden nog onvoldoende wordt benut.

Gebiedspartners

In het beheer en ontwikkeling van de buitengebieden spelen verschillende partijen een rol. Hierbij een korte beschrijving van een aantal belangrijke gebiedspartijen:

  • Gemeente Dordrecht: opdrachtgever en coördinator van dit programma. Stelt de omgevingsvisie en omgevingsplannen vast. Geeft omgevingsvergunningen af. Initieert bepaalde acties. Beheert grote delen van de buitengebieden. Heeft grote delen van de buitengebieden in eigendom en verpacht delen onder voorwaarden. 

  • Provincie Zuid-Holland: bevoegd gezag voor die delen van de buitengebieden die onderdeel zijn van Natura 2000 en NNN. Tegelijkertijd trekt het programma’s voor landbouwtransitie (Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied), natuurherstel, landschapsbeheer, heeft het polder De Biesbosch aangewezen als Kroonjuweel, en stimuleert recreatie en toerisme met Bestemming in Balans, en stelt hier - onder voorwaarden - subsidie voor beschikbaar, zoals voor de ontwikkeling van dit programma. 

  • Staatsbosbeheer: eigenaar en /of beheerder van grote delen van de buitengebieden. 

  • Nationaal Park De Biesbosch georganiseerd in het Biesbosch Netwerk: samenwerking tussen onder andere Staatsbosbeheer en de gemeenten Dordrecht, Altena en Drimmelen om een duurzame balans te realiseren tussen natuurbescherming, recreatie, economie en veiligheid. 

  • Rijkswaterstaat: Stuurt op brede waterveiligheid en voert projecten uit die invloed hebben op de buitengebieden. Het Rijk vastgoedbedrijf is tevens ook eigenaar van een aantal gebieden in de Buitengebieden. Waaronder de Oost-Zuid haven. 

  • Waterschap Hollandse Delta: verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van hoofdwatergangen, kunstwerken en dijken. Werkt aan opgaven rond waterkwantiteit, waterkwaliteit en -zuivering (rioolwaterbeheer). Voor het onderhoud van de dijken delegeert WSHD dit aan de gemeente. 

  • Agrariërs: grote delen van de buitengebieden worden gebruikt als agrarisch gebied en zijn daarbij bepalend voor een deel van de identiteit en belevingskansen van de buitengebieden. De meeste agrariërs zijn georganiseerd in Land- en Tuinbouw Organisatie Eiland van Dordt. Niet alle agrariërs voelen zich hierdoor vertegenwoordigt. 

  • (Maatschappelijke) ondernemers: naast agrariërs zijn er tal van verenigingen en ondernemers die aanbod aanbieden en/of ontwikkelen rondom dagrecreatie, horeca en verblijfsrecreatie.

Welke ontwikkelrichtingen zien we?

Actieve samenwerking tussen en met inwoners, ondernemers en organisaties: samenwerking is een sleutelvoorwaarde voor succes. De gemeente, inwoners, agrariërs, recreatieondernemers, natuurorganisaties en verenigingen betrekken elkaar actief bij planvorming voor nieuwe projecten, producten en diensten in de buitengebieden. Het is wenselijk als ondernemers zich organiseren om de samenwerking te versterken en het aanbod gezamenlijk verder te ontwikkelen. We stimuleren de vereniging van de ondernemers binnen zodat ideeën, belangen en kennis blijvend gedeeld kunnen worden. Uitwisseling tussen verschillende partijen wordt gestimuleerd, zodat goede voorbeelden, lokale kennis en vakmanschap breder worden benut. Een initiatief waar ondernemers gebruik van kunnen maken is het ondernemersfonds. 

Aanspreekpunt voor nieuwe initiatieven: Als gemeente bieden we ruimte en waar mogelijk ondersteuning aan initiatieven die bijdragen aan de opgaven en speerpunten van dit programma en de omgevingsvisie. Hierbij is het enerzijds van belang om goed inzicht te hebben in welke initiatieven er liggen bij ondernemers én anderzijds dat inwoners en ondernemers zich welkom voelen bij de gemeente om ideeën aan te dragen en samen te kijken naar de mogelijkheden. Intern werkt de gemeente aan betere afstemming om het buitengebied integraal te benaderen.  

Transparante communicatie: besluiten, plannen en voortgang uit dit programma worden helder en toegankelijk gecommuniceerd, zodat inwoners en gebiedspartners weten wat er speelt en hoe men kan bijdragen. Heldere en toegankelijke communicatie draagt bij aan duidelijkheid over het beleid en de keuzes die daarin gemaakt worden. Dit verhoogt de betrokkenheid van belanghebbenden en bevordert het gevoel van eigenaarschap over ontwikkelingen in het gebied. Bovendien ondersteunt transparantie een voorspelbare en consistente besluitvorming en draagt het bij aan een positief imago en de herkenbaarheid van de buitengebieden. 

Financiële borging van beheer en onderhoud: voor openbare voorzieningen en infrastructuur zijn blijvend investeringen nodig. Enerzijds voor beheer en onderhoud van bestaande voorzieningen/ infrastructuur en anderzijds voor de ontwikkeling, het beheer en onderhoud van nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast bieden de buitengebieden kansen voor economische ontwikkeling. Dit genereert inkomsten voor de gemeente, denk bijvoorbeeld aan toeristenbelasting/logiesheffing. De gemeente overweegt daarom om een deel van de inkomsten in te zetten voor herinvestering in dit programma. Daarnaast zet de gemeente zich in om:

  • Subsidies voor financiering van inrichting en/of beheer van maatregelen waar mogelijk vanuit dit programma aan te vragen; 

  • Passende verdienmodellen te ondersteunen die de kwalitatieve beleving van de buitengebieden versterken, zoals het Biesbosch Vaantje of nieuwe publiek-private samenwerkingen;  

  • Publiek-private samenwerking te verkennen om daarmee de aanleg en beheer van kwalitatief openbaar toegankelijk recreatieve voorzieningen te kunnen financieren. 

Samenvatting Speerpunt A tot en met D: Ontwikkelrichtingen per deelgebied

Ontwikkelrichtingen per deelgebied

Deelgebied

Kansrijke ontwikkelrichtingen

Sliedrechtse Biesbosch/ Merwelanden

  • Huidig aanbod versterken: uitbreiden van voorzieningen voor plezier-, harmonie- en verbindingszoekers (zie bijlage voor toelichting op de leefstijlen). 

  • Nieuw publiek aantrekken: richten op avontuur-, stijl- en inzichtzoekers. 

  • Verbinding met polder Stededijk versterken door toevoegen van een aanlegsteigers voor extensieve recreatie 

  • Versterken van de Merwedeheuvel 

  • Versterken van het Biesboschcentrum

Overgangszone Stad-Achterland

  • Identiteit versterken: voorzieningen voor verbindings- en harmoniezoekers, leefstijlen die het open agrarische landschap waarderen. 

  • Kleinschalig aanvullend aanbod: vooral in thema’s anders dan horeca, passend bij het agrarische karakter van het gebied. Denk aan wandel- en fietspaden, maar ook voorzieningen zoals kleinschalige wellness.

Nieuwe Dordtse Biesbosch (NNN gebied)

  • Behoud van huidige aantrekkelijkheid voor inzicht-, rust- en verbindingszoekers; beperkt extra aanbod toevoegen om deze leefstijlen niet te verstoren.

Hania’s Polder (geen NNN gebied)

  • Onderzoek naar de mogelijkheid tot toevoegen zwemwater op deze locatie 

  • Intensiveren van recreatieve mogelijkheden in de Hania’s Polder

Dagrecreatieterrein Provinciale Weg

  • Uitvoer conform vastgesteld voorlopig ontwerp 

  • Ontwikkeling horeca, met name gericht op stijlzoekers 

  • Aanbieden openbare toiletvoorziening bij nog te ontwikkelen horeca 

  • Inzetten op extra faciliteiten voor mensen met een fysieke beperking

Louisa- en Cannemanspolder

  • Huidige leefstijlen versterken: aanbod afstemmen op rust- en verbindingszoekers. 

  • Onderzoek naar mogelijkheid voor intensiveren van recreatieve mogelijkheden

Viersprong/ de Elzen

  • Wanner mogelijk horeca door ontwikkelen: ter ondersteuning van beleving voor rust- en verbindingszoekers.

Agrarische gebieden

  • Aanbod richten op harmonie- en verbindingszoekers, die het agrarische landschap extra waarderen. 

  • Toevoegen wandelmogelijkheden langs groenblauwe dooradering en dijklinten 

  • Multifunctioneel ruimtegebruik ten behoeve van recreatie en toerisme in agrarisch gebied is (onder bepaalde voorwaarden) mogelijk, met een voorkeur voor hergebruik van bestaande bebouwing.

Dordtse Biesbosch (afgesloten deel)

  • Minimale toevoegingen gericht op inzichtzoekers of beleving aan de randen; aanbod zoals excursies past goed bij hun interesse in verdieping en rustige omgevingen.

Oost-Zuidhaven

  • Avontuurzoekers bedienen: verder ontwikkelen van struinpaden en vergelijkbaar aanbod, met minimale toevoegingen om de wilde, rustige natuur te behouden.

Willemsdorp & Europarcs

  • Cultuurhistorie uitlichten: 

    • Willemsdorp als twee-na oudste dorp van het eiland van Dordrecht. Ontstaan rond 1820. 

    • verder vertellen van het WOII-verhaal van Willemsdorp.

  • Aanbod buiten het bungalowpark ontwikkelen: voorzieningen richten op inzichtzoekers die interesse hebben in de historische context.

5 Uitvoering van het programma

Vanuit de speerpunten zijn acties opgesteld. De acties worden na vijf jaar geëvalueerd. Successen en leerpunten zijn belangrijke input om te kunnen bijsturen op bestemmingsmanagement in de hierop volgende periode. 

In dit hoofdstuk worden acties benoemd. Acties kunnen verkenningen zijn, de initiatieffase voor een concreet project vormen of over aansturing gaan. Zowel de verkenningen als de initiatieffase van beoogde projecten in dit uitvoeringsprogramma worden zoveel mogelijk met bestaand budget en binnen de huidige capaciteit uitgevoerd. Deze acties krijgen prioriteit omdat de actie van belang is voor de brede uitvoering van het programma of er momentum is in de samenwerking met partners of van zeer groot belang is vanuit de participatie.  

Ook worden er aanbevelingen gegeven tot acties. Deze kunnen nu nog niet omgezet worden in acties omdat er nog geen geld of capaciteit beschikbaar is, of omdat er afhankelijkheden zijn van andere ontwikkelingen. Als er middelen beschikbaar komen kunnen deze aanbevelingen omgezet worden in concrete acties. Er wordt verkend of er relevante subsidies beschikbaar zijn.

Vooruitlopend op de uitvoering heeft de gemeente tijdens het opstellen van voorliggende programma specifiek advies gevraagd op:

  • De ontwikkelrichting qua leefstijlen voor de horecavoorzieningen Viersprong, Merwedeplas in recreatiekerngebied de Hollandse Biesbosch en het toekomstige Dagrecreatieterrein aan de Provinciale Weg; 

  • Advies over de recreatieve kansen voor het Biesboschcentrum Dordrecht; 

  • Advies over de recreatieve kansen voor de Merweheuvel; 

  • Advies over het recreatief gebruik van de Hel- en Zuilespolder; 

  • Advies aan het gebiedsprogramma buitengebied (in ontwikkeling); 

  • Advies aan het hondenbeleid van de gemeente Dordrecht.

Speerpunt A: Beleefbare en aantrekkelijke buitengebieden 

Dit speerpunt gaat over (inclusieve) voorzieningen in de buitengebieden. 

Speerpunt B: Bereikbare buitengebieden 

Dit speerpunt gaat zowel over de verbindingen naar de buitengebieden als de verbindingen binnen de gebieden. 

Speerpunt C: Bekende buitengebieden 

Dit speerpunt gaat over de vindbaarheid van herkenbare bestemmingen in de buitengebieden. 

Speerpunt D: Buitengebieden in balans 

Dit speerpunt gaat over respect voor huidige waarden, de noodzaak voor bestemmingsmanagement voor huidige en toekomstige leefbaarheid en hoe je dit o.a. via een zonering in goede banen kan leiden. 

Speerpunt E: Buitengebieden: daar werk je samen aan 

Dit speerpunt gaat zowel over samenwerking tussen partijen als samenwerking binnen de gemeente om deze speerpunten richting 2040 te realiseren.

Uitvoering van het programma
afbeelding binnen de regeling

Acties in uitvoering

Acties in uitvoering

Speerpunt

Actie

A

Het (door)ontwikkelen van de horeca bij de Merwedeplas en het Nieuwe Dagrecreatieterrein aan de provinciale weg.

A

Inzetten op maximale recreatie bij de Hel- en Zuilespolder.

A

Aansluiten bij het Spelen, Bewegen, Sport en Ontmoeten beleid (in ontwikkeling).

A

Verkenning naar de waterkwaliteit bij de Hania's Polder om - bij goed resultaat - op lange termijn zwemmen op deze locatie mogelijk te maken.

A

Het opstellen van randvoorwaarden voor verblijfsrecreatie onder andere bij de boer, zoeken naar mogelijke locaties en dit opnemen in het omgevingsplan.

A

Het realiseren van een tweede vlinderbos.

A

Ontwikkeling en openstelling van de mountainbikeroute op de Merwedeheuvel.

A

Bij de ontwikkeling van nieuwe horeca toegankelijke toiletten opnemen als verplichting.

B

Meedoen aan het Biesboschvaantje, waarbij we binnen het Biesboschnetwerk het belang van toekomstige bevaarbaarheid blijven benadrukken.

B

In 2025/2026 worden in samenwerking met het Biesboschnetwerk en het Biesboschvaantje de Sionspolder en Hengstpolder opgeknapt en aanmeervoorzieningen toegevoegd.

Verkennen van (vraaggericht) kleinschalig openbaar vervoer.

Verkennen van een volwaardig ruiterrondje.

C

Verkenning en realisatie van herkenbare en uniforme bewegwijzering, waarbij we ook aansluiten bij de motie rondom bebording en inzetten op duidelijke entreepunten van de recreatiekerngebieden.

D

Het opstellen van een ontwikkelkader buitengebieden als onderdeel van programma buitengebieden (in ontwikkeling).

D

Het herijken van de recreatiekerngebieden met de Provincie Zuid-Holland.

D

Bestemmingsmanagement project in Nationaal Park de Biesbosch in samenwerking met het Biesboschnetwerk.

D

Het stimuleren van duurzaam en natuur-inclusief toerisme door dit op te nemen in de startnotitie Toerisme (in ontwikkeling).

E

Verkennen of de inkomsten uit toeristenbelasting in de gemeente Dordrecht (deels) kunnen terugvloeien naar de vrijetijdssector incl. cofinanciering van dit programma.

Acties noodzakelijk voor de aansturing van het gebied

Acties noodzakelijk voor de aansturing van het gebied

Speerpunt

Actie

A

De gemeente spant zich voortdurend in om toezicht en handhaving door haar eigen BOA’s te optimaliseren en daarin nauw samen te werken met politie en BOA’s van andere overheden, o.a. via regulier overleg en eventuele handhavingsconvenanten. 

A

De gemeente ondersteunt, als de capaciteit het toelaat, initiatiefnemers om educatieve initiatieven te ontwikkelen over erfgoed, landbouw en natuur.

A

Privaat-Publieke samenwerking voor themaroutes over erfgoed, landbouw en natuur over bestaande recreatieve infrastructuur, zoals informatiepunten en/of panelen met gelaagde en aantrekkelijke informatie. De gemeente gaat hier niet actief regie op voeren maar is wel ondersteunend mits de capaciteit het toelaat.

C

Aanbod van de buitengebieden zichtbaar maken door middel van communicatie

E

Organiseren van programma management

E

Communicatie over het programma en de acties

E

Doorlopende verkenning/subsidiescan over hoe bestaande en nieuwe openbaar toegankelijke recreatieve en toeristische infrastructuur en voorzieningen gefinancierd kunnen worden.

Aanbevelingen

Voor deze acties is op dit moment geen geld of capaciteit beschikbaar

Aanbevelingen

Speerpunt

Actie

A

Verkennen van inclusieve routestructuren voor rolstoelen en kinderwagens.

A

Gedragscampagnes op het gebied van (loslopende) honden, zwerfafval, vaar - en zwemgedrag 

A

Kwaliteit van bestaande recreatie van Polder Stededijk versterken door opwaardering van de bestaande aanmeervoorziening, het aanleggen van een kwalitatief onverhard wandelpad en een kijkwand. Dit gebied blijft extensief.

Voor deze acties is op dit moment geen geld of capaciteit beschikbaar en/of zijn afhankelijk van andere ontwikkelingen of partners

Aanbevelingen

Speerpunt

Actie

A

Verkenning naar de realisatie van meer belevingspunten zoals uitkijkpunten, uitkijktorens en/of kijkhutten rondom kwetsbare natuurgebied. Mogelijk locaties zijn bijvoorbeeld de Dordtse Biesbosch, Hania's Polder, Merwedelanden, polder Stededijk, Hel en Zuilespolder en op termijn mogelijk ook de Otterpolder.

A

Beleefbaarheid van het Wantij ten oosten van de buitengebieden versterken door belevingspunten en wandelroutes te verkennen. 

A

Samen met VHRD locaties voor rolstoelvriendelijke vissteigers in de buitengebieden in kaart brengen. De gemeente heeft geen financiën voor het aanleggen van extra voorzieningen en trekt op met VHRD op om investering en exploitatie te organiseren.

A

Wanneer mogelijk (door)ontwikkeling van horeca bij de Viersprong/de Elzen. Staatsbosbeheer heeft, in samenwerking met de gemeente Dordrecht, als voorbereiding op de initiatieffase onderzoek laten uitvoeren naar de ontwikkelrichting.

B

Verkenning van wandelroutes vanuit de omliggende wijken door aan te sluiten bij de wijkuitwerkingsplannen van het mobiliteitsplan.

B

Verkenning van fietsroutes vanuit de omliggende wijken door aan te sluiten bij de wijkuitwerkingsplannen van het mobiliteitsplan.

B

Verkennen van de kansen om de 3‑30‑300-300 norm toe te passen op de rand van het stedelijk gebied aan de kant van de buitengebieden.

B

Verkenning naar het toevoegen van wandelrondjes aan de Oost-Zuidhaven, onverharde paden over dijken en boerenlandpaden door het agrarisch gebied.

B

Verkennen welke extra vaarvoorzieningen (zoals toiletten, vuilcontainers of meerpalen) met behulp van o.a. het Biesbosch Vaantje op termijn gerealiseerd kunnen worden.

B

Verkenning of de parkeervoorzieningen op de juiste plek liggen en beter ingepast kunnen worden in het landschap bij de recreatiekerngebieden en overige entrees van de buitengebieden.

B

In programma van eisen voor de nieuwe OV-concessie in 2032 ontsluiting van recreatiegebieden op laten nemen.

B

Verkenning naar vrijliggende fiets- en wandelpaden langs de Oude Veerweg, Van Elzelingenweg, oversteek Provinciale Weg naar het nieuwe dagrecreatieterrein en de kruisingen bij Kop van ’t Land en Zeedijk/Oude Veerweg. Bij de ontwikkeling van dagrecreatieterrein aan de provinciale weg wordt gekeken naar de aansluiting met de provinciale weg. 

B

Verkenning naar vergroening van wandel- en fietspaden.

B

Verkenning naar het toevoegen van andere vormen van dagrecreatie op de Merwedeheuvel.

B

Optimaliseren van sluistijden voor recreatief vaarverkeer.

B

De bevaarbaarheid van de kreken in de toekomst onderzoeken.

D

Monitoren van bestemmingsmanagement.

D

Recreatief benutten van het agrarisch gebied door initiatieven en/of kansen rondom boerenpaden, boerderijwinkels, verblijfsaccommodaties en dagrecreatie te stimuleren.

D

Verkennen van het beter benutten van de Louisa Cannemanspolder.

E

Opzetten van een toeristisch en mogelijk ook recreatief platform voor ondernemers om samenwerking en kennisdeling te stimuleren.

Bijlage 1 PDF Bijlage

  • [1]

    ‘Balanceren in de Biesbosch’ is op 26 mei 2021 behandelt in de gemeenteraad; er zijn geen wensen of bedenkingen meegegeven. Terug naar link van noot.

  • [2]

    De 131 m2 beschikbare groene recreatieruimte per persoon is berekend op basis van alle huidige groene recreatieruimte op het Eiland van Dordt dat groter is dan 1ha en openbaar toegankelijk. Dit is exclusief de omliggende rivieren, de gebieden in de recreatiezonering die zijn afgesloten voor recreatie en spaarbekken de Grote Rug, maar inclusief het Wantij en bevaarbare kreken op het Eiland. Toekomstig geplande recreatieruimte zoals het nieuwe Dagrecreatieterrein aan de Provincialeweg is hierin nog niet opgenomen. Terug naar link van noot.