Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2026

Geldend van 04-06-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2026

De concerndirecteur van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling en de directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

gelet op:

  • -

    Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 1.3 en 5.18 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2021;

  • -

    artikel 2, 3, 4 en 7 van het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging algemeen directeur 2021;

overwegende,dat het om redenen van doelmatigheid wenselijk is de aan de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling alsmede de aan de directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond opgedragen en daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden, te ondermandateren, onvolmachten en ondermachtigen aan ondergeschikte managers en medewerkers;

besluiten:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1. In dit besluit wordt onder maatwerkvoorziening verstaan: maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de verlening van ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:

    • a.

      ondervolmacht als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek om namens de gemeente privaatrechtelijke handelingen te verrichten;

    • b.

      ondermachtiging om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 1.2 Indeling cluster

  • 1. Het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling kent de volgende onderdelen met elk één of meer afdelingshoofden of directeuren:

    • a.

      afdeling Clusterondersteuning MO met twee afdelingshoofden Clusterondersteuning MO;

    • b.

      directie Sport, Onderwijs en Cultuur met een directeur Sport, Onderwijs en Cultuur;

    • c.

      directie Maatschappelijke Ondersteuning in de Wijk met een directeur Maatschappelijke Ondersteuning in de Wijk en een directeur Maatschappelijke Ondersteuning;

    • d.

      directie Maatschappelijke Zorg en Jeugdhulp met een directeur Maatschappelijke Zorg en Jeugdhulp;

    • e.

      directie GGD Rotterdam-Rijnmond en Preventie & Welzijn met een directeur Publieke Gezondheid en Welzijn/directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond;

  • 2. De onderdelen zijn onderverdeeld in de volgende afdelingen en teams met elk een afdelingshoofd of teammanager:

    • a.

      afdeling Clusterondersteuning MO:

      • 1°.

        team Financieel advies en ondersteuning;

      • 2°.

        team Strategie;

      • 3°.

        team Strategische bedrijfsvoering;

      • 4°.

        team Leren, Onderzoek en Processen;

      • 5°.

        team Rotterdampas & AJT;

      • 6°.

        team Data en Analyse;

      • 7°.

        team Meldpunt Zorgsignalen en Fraude;

      • 8°.

        team Functioneel beheer;

      • 9°.

        team Digitaal informatie advies;

      • 10°.

        team Secretariaat en publieksreacties;

      • 11°.

        team Projecten A;

      • 12°.

        team Projecten B;

      • 13°.

        team Projecten C;

      • 14°.

        team Projecten D;

    • b.

      directie Sport, Onderwijs en Cultuur:

      • 1°.

        Sport, Natuur & Recreatie;

      • 2°.

        Onderwijs;

      • 3°.

        Cultuur;

    • c.

      directie Maatschappelijke Ondersteuning in de Wijk:

      • 1°.

        Rayon Zuid Binnen;

      • 2°.

        Rayon Zuid Buiten;

      • 3°.

        Rayon Noord Binnen;

      • 4°.

        Rayon Noord Buiten;

      • 5°.

        Vraagwijzers;

      • 6°.

        Directe Ondersteuning en Kwaliteit;

      • 7°.

        Gemeentelijke Inzet & Projecten;

      • 8°.

        WMO;

      • 9°.

        Jongerenloket;

      • 10°.

        Geldplein;

      • 11°.

        Leerrecht & Ondersteuning;

    • d.

      directie Maatschappelijke Zorg en Jeugdhulp:

      • 1°.

        Ondersteuning en Hulp;

      • 2°.

        Zorg en Bescherming;

      • 3°.

        Participatie & Stedelijke Zorg;

      • 4°.

        Uitvoeringsorganisatie Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond;

    • e.

      directie GGD Rotterdam-Rijnmond en Preventie & Welzijn:

      • 1°.

        Preventie & Welzijn;

      • 2°.

        Publieke Gezondheid;

      • 3°.

        Strategie en Ondersteuning;

      • 4°.

        Tuberculosebestrijding;

  • 3. De afdelingen en teams van de directie Maatschappelijke ondersteuning in de wijk, zijn als volgt onderverdeeld over de betreffende directeuren:

    • a.

      onder de directeur Maatschappelijke ondersteuning in de wijk vallen:

      • 1°.

        Rayon Zuid Binnen;

      • 2°.

        Rayon Zuid Buiten;

      • 3°.

        Rayon Noord Binnen;

      • 4°.

        Rayon Noord Buiten;

      • 5°.

        Vraagwijzers;

      • 6°.

        Directe Ondersteuning en Kwaliteit;

      • 7°.

        Gemeentelijke Inzet & Projecten;

      • 8°.

        WMO;

    • b.

      onder de directeur Maatschappelijke Ondersteuning vallen:

      • 1°.

        Jongerenloket;

      • 2°.

        Geldplein;

      • 3°.

        Leerrecht & Ondersteuning;

      • 4°.

        Armoede en Schulden;

      • 5°.

        Inclusief Samenleven;

  • 4. Afdelingen kunnen zijn onderverdeeld in teams met teamleiders of teammanagers en teams kunnen zijn onderverdeeld in subteams met teamleiders.

Artikel 1.3 Managementlagen, organisatiestructuur

De managementlagen van het cluster MO zijn onderverdeeld in:

  • a.

    eerste managementlaag, zijnde de concerndirecteur;

  • b.

    tweede managementlaag, zijnde de directeuren die hiërarchisch onder de concerndirecteur vallen;

  • c.

    derde managementlaag, zijnde de afdelingshoofden die hiërarchisch onder een directeur vallen, de rayonmanagers en het hoofd Clusterbureau;

  • d.

    vierde managementlaag, zijnde de teammanagers die hiërarchisch onder een manager in de derde managementlaag vallen;

  • e.

    vijfde managementlaag, zijnde de teamleiders die hiërarchisch onder een teammanager vallen.

Artikel 1.4 Bevoegdheden in projectorganisaties

  • 1. De concerndirecteur stelt een lijst vast waaruit is op te maken welke managers als ambtelijk opdrachtgever kunnen worden aangewezen.

  • 2. De bevoegdheden van de volgende projectfunctionarissen zijn gemaximeerd tot de volgende bedragen exclusief btw:

    • a.

      tot en met € 100.000 voor projectmanagers;

    • b.

      tot en met € 50.000 voor projectleiders;

    • c.

      tot en met € 15.000 voor projecttaakmanagers.

  • 3. De ambtelijk opdrachtgever is onbeperkt bevoegd met dien verstande dat bij besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst, waaronder mede begrepen een publiekrechtelijke overeenkomst, met een geldelijke waarde van meer dan €250.000 exclusief btw, een verantwoordelijk directeur mede ondertekent.

Artikel 1.5 Bevoegdheden bovengeschikte

De in dit besluit ondergemandateerde bevoegdheden kunnen ook worden uitgeoefend door de hiërarchisch bovengeschikte van de ondergemandateerde medewerker.

Artikel 1.6 Plaatsvervanging

  • 1. De aan een directeur ondergemandateerde bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door een door hem aangewezen andere directeur.

  • 2. De aan een afdelingshoofd ondergemandateerde bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door een door hem aangewezen afdelingshoofd of een door hem aangewezen teammanager van zijn afdeling.

  • 3. De aan een teammanager ondergemandateerde bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door een door hem aangewezen teammanager of een teamleider van dezelfde afdeling.

  • 4. De aan een teamleider ondergemandateerde bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid of verhindering worden uitgeoefend door een door hem aangewezen teamleider van dezelfde afdeling.

Artikel 1.7 Financiële begrenzingen bevoegdheden

  • 1. De bevoegdheden van de ondergemandateerden zijn gemaximeerd tot de volgende bedragen exclusief btw:

    • a.

      tot en met € 250.000 voor managers in de derde managementlaag;

    • b.

      tot en met € 50.000 voor managers in de vierde managementlaag;

    • c.

      tot en met € 15.000 voor managers in de vijfde managementlaag.

  • 2. Voor directeuren gelden geen financiële beperkingen, onverminderd het bepaalde in artikel 2.1 van dit besluit.

  • 3. Indien sprake is van plaatsvervanging als bedoeld in artikel 1.6, geldt de financiële begrenzing die op de betreffende plaatsvervanger zelf van toepassing is.

Artikel 1.8 Overige begrenzingen bevoegdheden

  • 1. De bevoegdheden van de concerndirecteur worden ondergemandateerd aan de tweede managementlaag, tenzij het gaat om de bevoegdheden die in dit besluit zijn voorbehouden aan de concerndirecteur.

  • 2. In ieder geval zijn de volgende bevoegdheden van ondermandaat uitgesloten voor managers in de derde tot en met vijfde managementlaag:

    • a.

      het opstellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels;

    • b.

      het besluiten tot het afzien van terugvordering van meer dan € 5.000 bij een ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende subsidie, bij onverschuldigde betaling of bij een ten onrechte ontvangen voorziening in het kader van de Wmo 2015.

  • 3. De bevoegdheden beperken zich tot het beleidsterrein van de directie, de afdeling of het team waarin de medewerker werkzaam is.

Artikel 1.9 Algemene bevoegdheden in de derde laag

Een medewerker in de derde managementlaag wordt binnen het eigen beleidsterrein gemandateerd tot:

  • a.

    het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst in het kader van de interne bedrijfsvoering met dien verstande dat voorafgaande instemming is verkregen van de directeur Financiën, Inkoop en Juridisch van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning;

  • b.

    het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst, waaronder een publiekrechtelijke overeenkomst, in het kader van de uitvoering van de aan hem ondergemandateerde bevoegdheden alsmede het verrichten van rechtshandelingen ter uitvoering hiervan;

  • c.

    het nemen van besluiten met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden, bedoeld in de afdelingen 4.4.1, 4.4.2 en 4.4.3 en paragraaf 4.4.4.1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op de in dit besluit aan hem gemandateerde bevoegdheden;

  • d.

    het kwijtschelden van schulden van debiteuren op grond van redelijkheid en billijkheid tot en met een bedrag van ten hoogste € 5.000 per debiteur;

  • e.

    het uitoefenen van de bevoegdheden inzake de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • f.

    een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom opleggen als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht met inbegrip van het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de aan hen gemandateerde bevoegdheden;

  • g.

    het geven van een bestuurlijke waarschuwing;

  • h.

    het besluiten op verzoeken van betrokkenen in het kader van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming;

  • i.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht, ten behoeve van de bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de Wet inburgering 2021.

Artikel 1.10 Algemene bevoegdheden in de vierde laag

  • 1. Indien elders in dit besluit is bepaald dat een medewerker in de derde managementslaag gemandateerd wordt tot het verstrekken van een subsidie, wordt deze bevoegdheid tevens gemandateerd aan een medewerker in de vierde managementslaag, voor zover dit tot het eigen beleidsterrein behoort.

  • 2. De bevoegdheden, bedoeld in artikel 1.9, worden tevens gemandateerd aan een medewerker in de vierde managementslaag.

Artikel 1.11 Vertegenwoordiging bij bezwaarschrift- en beroepsprocedures

  • 1. De medewerker die een besluit waartegen bezwaar is gemaakt heeft voorbereid, kan het college vertegenwoordigen bij de Algemene bezwaarschriftencommissie of bij de bestuursrechter.

  • 2. De kwaliteitsmedewerker, stafadviseur, wijkteamleider of wijkteammedewerker, werkzaam binnen de directie waar een besluit is genomen waartegen bezwaar is gemaakt, kan het college vertegenwoordigen bij een ambtelijke hoorzitting, bij een hoorzitting van de Algemene bezwaarschriftencommissie of bij een zitting van de bestuursrechter.

  • 3. De bevoegdheden, bedoeld in de vorige leden, worden tevens gemandateerd aan de beleidsadviseur, werkzaam binnen het cluster, die belast is met de beleidsadvisering over de grondslag van het besluit, alsmede de juridisch adviseur die werkzaam is ten behoeve van het cluster, of een andere, daartoe door de medewerker in de derde laag, aangewezen persoon.

Hoofdstuk 2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot overeenkomsten

Artikel 2.1 Overeenkomsten met financiële waarde

De volgende medewerkers worden gemandateerd tot het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst, waaronder mede begrepen een publiekrechtelijke overeenkomst, met een geldelijke waarde van meer dan €250.000 exclusief btw:

  • a.

    de concerndirecteur samen met een directeur die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waaronder de overeenkomst valt;

  • b.

    een directeur samen met een medewerker in de derde managementlaag van de directie onder wiens verantwoordelijkheid de overeenkomst valt.

Artikel 2.2 Overeenkomsten zonder financiële waarde

  • 1. Een medewerker in de derde managementlaag wordt ten aanzien van de eigen beleidsterreinen gemandateerd tot het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst zonder financiële verplichtingen voor de gemeente.

  • 2. Het hoofd Rotterdampas wordt tevens gemandateerd tot het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst zonder financiële verplichtingen voor de gemeente.

Hoofdstuk 3 Directie en Clusterondersteuning MO

Artikel 3.1 Directieleden

  • 1. Aan de directeur Maatschappelijke Zorg en Jeugdhulp worden de bevoegdheden gemandateerd die verband houden met het uitoefenen van de taken van de directie Maatschappelijke Zorg en Jeugdhulp.

  • 2. Aan de directeur Publieke Gezondheid en Welzijn worden de bevoegdheden gemandateerd die verband houden met het uitoefenen van de taken van de directie GGD Rotterdam-Rijnmond en Preventie & Welzijn, voor zover het Preventie & Welzijn betreft.

  • 3. Aan de directeur Maatschappelijke Ondersteuning in de Wijk worden de bevoegdheden gemandateerd die verband houden met het uitoefenen van de taken van de onder diens verantwoordelijkheid vallende afdelingen en teams, genoemd in artikel 1.2, derde lid.

  • 4. Aan de directeur Maatschappelijke Ondersteuning worden de bevoegdheden gemandateerd die verband houden met het het uitoefenen van de taken van de onder diens verantwoordelijkheid vallende afdelingen en teams, genoemd in artikel 1.2, derde lid.

  • 5. Aan de directeur Sport, Onderwijs en Cultuur worden de bevoegdheden gemandateerd die verband houden met het uitoefenen van de taken van de directie Sport, Onderwijs en Cultuur alsmede de bevoegdheid tot:

    • a.

      het besluiten tot het kwijtschelden van schulden van debiteuren op grond van redelijkheid en billijkheid tot een bedrag van € 50.000 per debiteur, met betrekking tot huurovereenkomsten inzake het Recreatieoord Hoek van Holland;

    • b.

      het besluiten tot invorderen, waaronder het nemen van een procesbesluit, en in der minne regelen van geldvorderingen tot een bedrag van € 50.000 per debiteur, met betrekking tot huurovereenkomsten inzake het Recreatieoord Hoek van Holland.

Artikel 3.2 Clusterondersteuning MO

Aan het hoofd Clusterondersteuning MO worden de bevoegdheden gemandateerd die verband houden met het uitoefenen van de taken van de teams binnen de afdeling Clusterondersteuning MO als genoemd in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel a.

Artikel 3.3 Klachtafhandeling

  • 1. Aan de teammanager Secretariaat en Publieksreacties wordt mandaat verleend tot het behandelen van klachten die betrekking hebben op het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, met uitzondering van klachten over de GGD-taakuitoefening, genoemd in de Wet publieke gezondheid, waaronder het schriftelijk in kennis stellen van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht, het oordeel daarover alsmede de conclusies die daaraan worden verbonden als bedoeld in artikel 9:12 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. Deze bevoegdheid wordt ook gemandateerd aan de teamleider Publieksreacties.

Artikel 3.4 Verstrekking AOW- en Jeugdtegoed

Aan de teammanager Rotterdampas & AOW- en Jeugdtegoed wordt mandaat verleend tot het verstrekken van een AOW- of jeugdtegoed als bedoeld in de vigerende Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam.

Artikel 3.5 Aanvragen Europese subsidies

  • 1. Aan de teammanager Strategie wordt mandaat verleend tot het aanvragen, in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van Europese subsidies ten behoeve van de gemeente.

  • 2. Deze bevoegdheid wordt ook gemandateerd aan de teamleider Internationale zaken en Europese subsidies.

Hoofdstuk 4 Sport, Onderwijs en Cultuur

Artikel 4.1 Afdelingshoofd Sport, Natuur en Recreatie

Aan het afdelingshoofd Sport, Natuur en Recreatie wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Sport, Natuur en Recreatie;

  • b.

    het aanvragen, in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van:

    • 1°.

      subsidies, met uitzondering van Europese subsidies;

    • 2°.

      financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen;

  • c.

    het aanvragen van een vergunning, toestemming of ontheffing alsmede het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing.

Artikel 4.2 Afdelingshoofd Cultuur

Aan het afdelingshoofd Cultuur wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Cultuur;

  • b.

    het aanvragen, in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van:

    • 1°.

      subsidies, met uitzondering van Europese subsidies;

    • 2°.

      financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen;

  • c.

    het aanvragen van een vergunning, toestemming of ontheffing alsmede het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing.

Artikel 4.3 Afdelingshoofd Onderwijs

Aan het afdelingshoofd Onderwijs wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Onderwijs;

  • b.

    het aanvragen van een vergunning, toestemming of ontheffing, alsmede het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing;

  • c.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2021;

  • d.

    het vertegenwoordigen van het college in het overlegorgaan, genoemd in de Procedure Overleg lokaal onderwijsbeleid van de gemeente Rotterdam;

  • e.

    het verlenen van een instemmende verklaring aan het bevoegd gezag van een school inzake het inrichten van een nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;

  • f.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet kinderopvang, voor zover geen betrekking hebbend op:

    • 1°.

      het verstrekken van een gemeentelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1.13 van deze wet;

    • 2°.

      het houden van toezicht als bedoeld in artikel 1.61 van deze wet, welke taak onder verantwoordelijkheid van de directeur publieke gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond wordt uitgevoerd.

Artikel 4.4 Teammanager Primair Onderwijs

Aan de teammanager Primair Onderwijs wordt mandaat verleend bevoegd tot:

  • a.

    het vaststellen en wijzigen van roosters met betrekking tot het schoolzwemmen en het organiseren van het vervoer met betrekking tot schoolzwemmen;

  • b.

    het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten inzake het vervoer voor schoolzwemmen en het gebruik van zwemaccommodaties.

Artikel 4.5 Teammanager Onderwijshuisvesting

Aan de teammanager Onderwijshuisvesting wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2021;

  • b.

    het verlenen van een instemmende verklaring aan het bevoegd gezag van een school inzake het inrichten van een nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 4.6 Teammanager Het Jonge Kind

Aan de teammanager Het Jonge Kind wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheden in verband met aanvraag en registratie als bedoeld in paragraaf 1 van afdeling 3 van hoofdstuk 1 van de Wet kinderopvang alsmede in het kader hiervan het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang.

Hoofdstuk 5 Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg

Artikel 5.1 Afdelingshoofd Publieke Gezondheid

Aan het afdelingshoofd Publieke Gezondheid wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Publieke Gezondheid;

  • b.

    het uitoefenen van de taken die aan het college zijn opgedragen in het kader van de Wet publieke gezondheid en die onder verantwoordelijkheid van de directeur publieke gezondheid GGD worden uitgevoerd.

Artikel 5.2 Afdelingshoofd Participatie en Stedelijke Zorg

  • 1. Aan het afdelingshoofd Participatie en Stedelijke Zorg wordt mandaat verleend tot:

    • a.

      het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Participatie en Stedelijke Zorg;

    • b.

      het uitoefenen van taken en bevoegdheden in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod;

    • c.

      het uitoefenen van de taken die aan het college zijn opgedragen in het kader van de Participatiewet;

    • d.

      het uitoefenen van de taken die aan het college zijn opgedragen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • e.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

    • f.

      het uitoefenen van de gemeentelijke taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet op de lijkbezorging.

  • 2. In het kader van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam is het afdelingshoofd Participatie en Stedelijke Zorg bevoegd tot het uitoefenen van de in het eerste lid genoemde taken en bevoegdheden voor regiogemeenten, voor zover deze taken en bevoegdheden betrekking hebben op het uitvoeren van de functie beschermd wonen, bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 5.3 Afdelingshoofd Ondersteuning en Hulp

Aan het afdelingshoofd Ondersteuning en Hulp wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Ondersteuning en Hulp;

  • b.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet inburgering en de Wet inburgering 2021.

Artikel 5.4 Afdelingshoofd Preventie en Welzijn

Aan het afdelingshoofd Preventie en Welzijn wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Preventie en Welzijn;

  • b.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet op de jeugdverblijven, met uitzondering van het houden van toezicht en het sluiten van een jeugdverblijf, bedoeld in de artikelen 7 en 10 van die wet;

  • c.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden in het kader van de Wet publieke gezondheid onder verantwoordelijkheid van de directeur publieke gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond;

  • d.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • e.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • f.

    het uitoefenen van de gemeentelijke taken en bevoegdheden bij of krachtens de Jeugdwet.

Artikel 5.5 Afdelingshoofd Zorg en Bescherming

Aan het afdelingshoofd Zorg en Bescherming wordt mandaat verleend tot:

  • a.

    het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsterrein Zorg en Bescherming;

  • b.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden ter voorbereiding van besluitvorming, bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod.

Artikel 5.6 Teammanager Bijzondere Taken

Aan de teammanager Bijzondere Taken wordt mandaat verleend tot het uitvoeren van de gemeentelijke taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onderdeel f.

Artikel 5.7 Teammanager Detentie & Re-integratie

Aan de teammanager Detentie & Re-integratie wordt mandaat verleend tot het aanvragen van autorisatie voor de Injus berichtenbox re-integratie ex- gedetineerden en het machtigen van medewerkers met gemeentelijke nazorgtaken tot het gebruik maken van de autorisatie, bedoeld in artikel 51c van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke Ondersteuning

Artikel 6.1 Afdelingshoofd Leerrecht en Ondersteuning

Aan het afdelingshoofd Leerrecht en Ondersteuning wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Leerplichtwet 1969.

Artikel 6.2 Afdelingshoofd Geldplein Rotterdam

  • 1. Aan het afdelingshoofd Geldplein wordt in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening mandaat verleend tot:

    • a.

      het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten met burgers in het kader van de verlening van sociale kredieten;

    • b.

      het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten met burgers in het kader van de verlening van saneringskredieten;

    • c.

      het vestigen van zakelijke zekerheden ten gunste van de gemeente ten behoeve van de kredieten, bedoeld in onderdeel a;

    • d.

      in afwijking van artikel 1.9, onderdeel d, het kwijtschelden van nog niet verschenen termijnen van kredieten tot een bedrag van € 15.000 per debiteur;

    • e.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het Bankreglement Geldplein Rotterdam 2025;

    • f.

      het bepalen of een schuld, inclusief een fraudeschuld die een belanghebbende heeft, wordt meegenomen in de schuldregeling.

  • 2. Aan het afdelingshoofd Geldplein wordt tevens ondermandaat verleend te besluiten tot:

    • a.

      het uitbrengen van advies als bedoeld in artikel 432a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

    • b.

      het indienen van een verzoek tot onderbewindstelling als bedoeld in artikel 432, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6.3 Teammanager Advies en Financiën Geldplein Rotterdam

Aan de teammanager Advies en Financiën Geldplein Rotterdam worden tevens de in artikel 6.2 bedoelde bevoegdheden gemandateerd.

Artikel 6.4 Bewindvoering

De medewerkers, aangesteld ten behoeve van de uitvoering van bewindvoeringstaken bij Geldplein Rotterdam, worden gemandateerd tot het besluiten tot aanvaarden van de benoeming tot bewindvoerder door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, ter bescherming van meerderjarigen, als bedoeld in artikel 435, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6.5 Schuldbemiddelaars

De schuldbemiddelaars bij Geldplein Rotterdam worden in het kader van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 2 van het Bankreglement Geldplein Rotterdam 2025, gemandateerd en gemachtigd tot:

  • a.

    het afgeven van verklaringen als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onderdeel f, van de Faillissementswet;

  • b.

    het opstellen van een verzoek om een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet;

  • c.

    het opstellen en indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b van de Faillissementswet;

  • d.

    het indienen van een verzoek om een moratorium als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • e.

    het opstellen en indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287, vierde lid, van de Faillissementswet.

Artikel 6.6 Overige medewerkers Geldplein Rotterdam

De medewerkers schuldhulpverlening van Geldplein Rotterdam worden gemandateerd en gemachtigd tot:

  • a.

    het bieden van schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en kortdurende ondersteuning in de vorm van budgetbegeleiding, coaching, voorlichting en preventie om de zelfredzaamheid van de burger te vergroten;

  • b.

    het doen van een aanbod aan een burger tot een eerste gesprek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Artikel 6.7 Rayonmanagers en het Afdelingshoofd Gemeentelijke Inzet & Projecten

De rayonmanagers en het afdelingshoofd Gemeentelijke Inzet & Projecten worden gemandateerd en gemachtigd tot:

  • a.

    het bieden van basishulp en kortdurende zorg en ondersteuning als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • b.

    het besluiten over een verstrekking uit het budget dat het wijkteam ter beschikking heeft voor acute situaties;

  • c.

    het verstrekken van een maatwerkvoorziening;

  • d.

    het verstrekken van een individuele voorziening als bedoeld in artikel 1.1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • e.

    het besluiten tot het aangaan en ondertekenen van een bruikleenovereenkomst met een gebruiker van een maatwerkvoorziening;

  • f.

    het geven van de opdracht tot het bestellen of huren van een maatwerkvoorziening bij een leverancier waarmee de gemeente een raamovereenkomst heeft gesloten;

  • g.

    het toeleiden naar informele wijknetwerken en algemene voorzieningen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, overige voorzieningen als bedoeld in de Jeugdwet, vrijwilligersprojecten en burgerinitiatieven.

Artikel 6.8 Medewerkers in de vierde en vijfde managementlaag

  • 1. De teammanagers van vraagwijzers, wijkteams, Gemeentelijke Inzet & Projecten en WMO en de teammanager van Children’s Zone en de managers van de wijkteams worden gemandateerd tot het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 1.9, onderdeel h, en artikel 6.7, onderdelen a tot en met g.

  • 2. De teammanager Leerlingenvervoer wordt in het kader van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Rotterdam gemandateerd en gemachtigd tot:

    • a.

      het besluiten op een aanvraag voor leerlingenvervoer;

    • b.

      het besluiten tot terugvordering van de kosten van ten onrechte verstrekte vervoersvoorzieningen;

    • c.

      het vaststellen van formulieren met betrekking tot de uitvoering van die verordening.

  • 3. De teammanager Sociaal Medische Advisering wordt in het kader van de Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang Rotterdam gemandateerd en gemachtigd tot:

    • a.

      het verstrekken van tegemoetkomingen voor kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie;

    • b.

      het vaststellen van formulieren met betrekking tot de uitvoering van die verordening.

  • 4. De teammanager Mentale Gezondheid en Opvoeden wordt in het kader van Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang Rotterdam gemandateerd en gemachtigd tot:

    • a.

      het verstrekken van tegemoetkomingen voor kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie;

    • b.

      het besluiten tot terugvordering van de kosten van ten onrechte verstrekte vervoersvoorzieningen.

Artikel 6.9 Medewerkers Directie Maatschappelijke ondersteuning in de Wijk/Wijkteams

  • 1. De medewerkers van de Wijkteams worden gemandateerd en gemachtigd tot:

    • a.

      het afhandelen van meldingen en aanvragen voor een voorziening als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

    • b.

      het bieden van basishulp en kortdurende zorg en ondersteuning als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

    • c.

      het vaststellen van het ondersteuningsplan of het goedkeuren van het pgb-plan en het ondertekenen van het ondersteuningsverslag, bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025.

  • 2. Onder medewerkers in dit artikel wordt tevens verstaan medewerkers die niet in dienst zijn van de gemeente maar wel onder feitelijk toezicht en onder aansturing van de gemeente werkzaam zijn.

Artikel 6.10 Medewerkers Directie Maatschappelijke ondersteuning in de Wijk/Vraagwijzers

De medewerkers van de Vraagwijzers worden gemandateerd en gemachtigd tot:

  • a.

    het afhandelen van meldingen en aanvragen voor een voorziening als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • b.

    het vaststellen van de identiteit, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Participatiewet.

Artikel 6.11 Medewerkers directie Maatschappelijke ondersteuning in de Wijk/WMO

De medewerkers van WMO worden gemandateerd en gemachtigd tot:

  • a.

    het in het kader van de Wmo 2015 afhandelen van meldingen of aanvragen voor een voorziening als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • b.

    het in het kader van de Wmo 2015 vaststellen van het ondersteuningsplan of het goedkeuren van het pgb-plan, als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • c.

    het vaststellen van de identiteit, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Participatiewet.

Artikel 6.12 Afdelingshoofd Jongerenloket

Het afdelingshoofd Jongerenloket wordt binnen zijn beleidsterrein gemandateerd en gemachtigd tot:

  • a.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025;

  • b.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Participatiewet;

  • c.

    het aanvragen van autorisatie voor Suwinet-Inkijk voor het Jongerenloket en het machtigen tot het gebruik maken van de autorisatie, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit SUWI;

  • d.

    het uitvoeren van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet inburgering en de Wet inburgering 2021.

Artikel 6.13 Sociaal raadslieden

  • 1. Aan sociaal raadslieden wordt de bevoegdheid gemandateerd om dienstverleningsovereenkomsten aan te gaan met burgers die zich tot de gemeente wenden voor hulp in verband met de wettelijke taken die de gemeente uitvoert.

  • 2. Deze dienstverlening betreft juridische advisering en ondersteuning en wordt geboden door onafhankelijk opererende professionals.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 7.1 Intrekking oude regeling

Het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2023 wordt ingetrokken.

Artikel 7.2 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 7.3 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 3 april 2026.

E. Hadziavdic

Concerndirecteur cluster Maatschappelijke Ontwikkeling

Y.T.H.P. van Duijnhoven

Directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond

Toelichting op Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2026 (BOOO MO 2026)

Algemeen

Het BOOO MO 2026 is ter vervanging van het BOOO MO 2023 en treedt na publicatie in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. De belangrijkste redenen voor vervanging zijn gelegen in een aantal doorgevoerde reorganisaties bij het cluster en de wijziging van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2021 (hierna: MVMR 2021) en het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging algemeen directeur 2021 (hierna: BOOO AD 2021) in het kader van bevoegdheden in projectorganisaties.

Besluit concerndirecteur MO en besluit Directeur PG GGD RR

De functie van directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond valt samen met de functie van directeur Welzijn en Publieke Gezondheid. In artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, wordt dit tot uitdrukking gebracht door de benaming ‘directeur Publieke Gezondheid en Welzijn/directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond’.

Hiërarchisch gezien valt de directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond niet onder de concerndirecteur cluster MO (dit in tegenstelling tot de directeur Welzijn en Publieke Gezondheid). In lijn hiermee is ook artikel 5.16 van het MVMR 2021. Hierin zijn door het college rechtstreeks aan de directeur PG GGD RR bevoegdheden gemandateerd, waarbij niet de lijn Algemeen Directeur-Concerndirecteur is gevolgd. Er zijn overigens maar twee bepalingen waarbij dit onderscheid van belang is, en waarin dit ook expliciet tot uitdrukking is gebracht, te weten artikel 4.3, onderdeel f, subonderdeel 2 en artikel 5.4, onderdeel c, van het BOOO MO 2026.

Systematiek

Dit besluit is ingekaderd door de bepalingen die in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zijn opgenomen. Het BOOO MO 2026 dient vanwege de gelaagde structuur gelezen te worden in combinatie met het MVMR 2021 en het BOOO AD 2021. Hieruit blijkt de hiërarchische lijn college/burgemeester> algemeen directeur> concerndirecteur. Op grond van de Awb blijft de mandaatgever bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen en kan de mandaatgever ook instructies geven. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ondanks het feit dat er mandaat is geregeld om een besluit te nemen, het college toch gevraagd wordt om dit besluit zelf te nemen of om hiermee in te stemmen. Dit is vooral aan de orde bij politiek en bestuurlijk gezien zwaarwegende kwesties. Een voorbeeld hiervan is de contrairprocedure waarbij ondanks het mandaat van JD om namens het college een besluit op bezwaar te nemen, het college (op verzoek van een directeur van het beleidsverantwoordelijke cluster) gevraagd kan worden om een ander besluit te nemen.

Bevoegdheden in projectorganisaties

Met ingang van 1 januari 2026 is, in aansluiting op een reeds doorgevoerde wijziging in het MVMR 2021, het BOOO AD 2021 aangepast in verband met de uitoefening van bevoegdheden in projectorganisaties.

Dit noodzaakt ook tot een wijziging van alle ondermandaatbesluiten van de onderdelen van de gemeente die te maken hebben met projecten waarbij ambtelijke opdrachtgevers worden aangewezen. Artikel 1.4 van het BOOO MO 2026 is hiermee in overeenstemming gebracht.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.2 Indeling cluster

De reden om extra in te gaan op de indeling in het cluster, heeft te maken met het feit dat in artikel 1.8, derde lid, is bepaald dat de bevoegdheden zich beperken zich tot het beleidsterrein van de directie, de afdeling of het team waarin de medewerker werkzaam is. Dit is zonder de kennis van de indeling van het cluster niet altijd helder. Bovendien verschaft dit het nodige inzicht met het oog op toepassing van artikel 1.5 waarin is bepaald dat de in dit besluit ondergemandateerde bevoegdheden ook kunnen worden uitgeoefend door de hiërarchisch bovengeschikte van de ondergemandateerde medewerker.

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl