Regeling vervalt per 01-01-2031

Subsidieregeling Passende Ondersteuning: Weerbaar en mentaal gezond - Tilburg 2027 – 2030

Geldend van 04-06-2026 t/m 31-12-2030

Intitulé

Subsidieregeling Passende Ondersteuning: Weerbaar en mentaal gezond - Tilburg 2027 – 2030

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023;

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;

  • Herstelondersteuning: ondersteuning bij het werken aan persoonlijk en maatschappelijk herstel waarbij de eigen regie voorop staat. Vaak een combinatie van educatie en zelfhulp met ondersteuning vanuit ervaringsdeskundigheid op basis van peer-support. Centraal staat niet het behandelen of genezen maar het (zoveel mogelijk) op eigen kracht weer vormgeven van het leven met de kwetsbaarheden die er zijn.

  • Individuele lichte ondersteuning: ondersteuning gericht op individuele inwoners van de doelgroepen genoemd in deze subsidieregeling.

  • Collectieve lichte ondersteuning: ondersteuning in de vorm van groepsactiviteiten (herstelcursussen, workshops, lotgenotencontact, etc.) gericht op de doelgroepen zoals genoemd in deze subsidieregeling.

  • Inloopvoorziening: een voorziening waar inwoners gebruik van kunnen maken zonder een aanvraagprocedure tot een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo, Jeugdwet of anderszins te hoeven doorlopen.

  • Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb;

  • Liquiditeit : daarbij wordt gekeken of de aanvrager in staat is korte schulden te voldoen;

  • Solvabiliteit: Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens).

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 en 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Doelstellingen

Subsidie wordt uitsluitend verleend aan activiteiten die:

  • 1.

    Bijdragen aan de samenhangende bestuurlijke doelstellingen vanuit het kader passende ondersteuning Tilburg:

    • Psychische problematiek is bespreekbaar

    • Kinderen en jongeren ontwikkelen zich optimaal in een veilige en kansrijke omgeving.

    • Herstelzorg en ondersteuning is beschikbaar voor mensen met psychische kwetsbaarheid en NAH

  • 2.

    Bijdragen aan een inclusieve gemeente waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.

Artikel 4. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die:

  • 1.

    Zijn gericht op inloopvoorzieningen, collectieve en/of individuele lichte ondersteuning en herstelondersteuning voor de volgende doelgroepen: inwoners met huidige of voormalige ggz problematiek, psychische kwetsbaarheid, verslaving en niet-aangeboren hersenletsel, en;

  • 2.

    Bijdragen aan de volgende bestuurlijke doelstellingen: Tilburgers die het nodig hebben bieden we passende ondersteuning. De ondersteuning is gericht op het hervinden van evenwicht zodat zij naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving, en;

  • 3.

    Bijdragen aan een of meerdere van de volgende impactdoelstellingen:

    • a.

      Psychische problematiek is bespreekbaar, inwoners kunnen laagdrempelig ergens terecht voor een gesprek hierover en er is ondersteuning beschikbaar als er meer nodig is. Psychisch kwetsbare inwoners van Tilburg doen mee en worden gewaardeerd in eigen kunnen en mogen zijn wie ze zijn in verbinding met anderen.

    • b.

      Kinderen en jongeren ontwikkelen zich optimaal in een veilige en kansrijke omgeving. Ze zijn voldoende weerbaar om goed om te kunnen gaan met alledaagse uitdagingen. Jongeren met een risico op psychische kwetsbaarheid worden gezien en er is een extra steuntje in de rug beschikbaar als dat nodig is. Dit kan zijn in de vorm van een inloop, een luisterend oor, lotgenotencontact of doorverwijzing naar lichte ondersteuning.

    • c.

      Herstelzorg en ondersteuning is beschikbaar voor mensen met psychische kwetsbaarheid en NAH (na opname, behandeling etc.). waardoor mensen meer zelf regie krijgen en sneller normaliseren en participeren en een nieuwe crisis of zwaardere zorgvraag voorkomen wordt, en;

  • 4.

    Bijdragen aan een inclusieve stad waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.

Artikel 5. Subsidieaanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 4.

  • 2. In aanmerking voor subsidie komen de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 en direct verbonden kosten daaraan.

Artikel 7. Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten voor:

  • 1. Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen.

  • 2. Activiteiten met een partijpolitiek of godsdienstig karakter.

  • 3. Kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag wordt verzonden.

  • 4. Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen en lasten.

  • 5. Kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties.

Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag

  • 1. Subsidieaanvragen dienen uiterlijk 24 augustus 2026 om 12.00 uur volledig te zijn ingediend via het daarvoor vastgestelde online aanvraagformulier. Onvolledige aanvragen kunnen door het college buiten behandeling worden gelaten.

  • 2. Een subsidieaanvraag bedraagt minimaal € 9.000 per jaar.

  • 3. Aanvragen worden ingediend volgens de methodiek Impactgericht subsidiëren en de daarbij behorende formats. Zie voor de formats en een handleiding: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/

  • 4. De aanvraag voor subsidie omvat:

    • a.

      Een volledig ingevuld online aanvraagformulier met voldoende informatie over op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria (artikel 11, lid 3).

    • b.

      Een activiteitenplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals opgenomen in artikel 3 en 4.

    • c.

      Bij aanvragen boven de € 30.000 een verandertheorie en onderzoeksplan waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 en 4.

    • d.

      Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten per activiteit/activiteitengroep waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze wordt weergegeven en voldoende wordt onderbouwd, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 6 en 7. Zie voor een handreiking voor het uitwerken van de begroting de modellen A en B op: www.tilburg.nl/subsidies

    • e.

      Indien van toepassing geeft u een toelichting op afwijkingen tussen de begroting en de meest recente realisatiecijfers

    • f.

      Indien wij nog niet beschikken over uw meest recente jaarrekening, dan voegt u die toe als bijlage bij uw aanvraag

    • g.

      De aanvragers die geen subsidie ontvingen op grond van de voormalige ‘Subsidieregeling Passende ondersteuning: weerbaar en mentaal gezond 2024-2026’ en de aanvragers die een subsidie van € 30.000,- of meer aanvragen, voegen aan het online aanvraagformulier de volgende bijlagen toe: een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Daarnaast voegt u een kopie bankafschrift toe om te controleren dat uw opgegeven banknummer juist is. U kunt uiteraard alle overbodige informatie weghalen; minimaal zichtbaar moet zijn uw tenaamstelling en banknummer.

  • 5. Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen.

Artikel 9. Subsidievorm en de hoogte van de subsidie

  • 1. Het college verstrekt op grond van deze regeling subsidies voor de duur van vier jaar, met dien verstande dat het college aanvullende verplichtingen zoals bedoeld in artikel 13 lid 2 kan opleggen aan subsidieontvangers die een score behalen van 70 tot en met 114 punten (op het beoordelingskader als bedoel in artikel 11, lid 3) alsook aanvragers die geen subsidie ontvangen op grond van de voorgaande regeling ‘Passende Ondersteuning – Weerbaar en mentaal gezond 2024-2026’. Het college behoudt zich het wettelijke bevoegdheid voor om de subsidieverleningen aan voornoemde subsidieontvangers te wijzigen tot een subsidieverlening voor de duur van twee jaar indien uit het toets moment zoals bedoeld in artikel 13 lid 2 sub c blijkt dat niet aan de bij verleningsbeschikking opgelegde verplichtingen is voldaan. Aanvragers dienen met deze aanvullende verplichtingen en consequentie rekening te houden bij hun aanvraag.

  • 2. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ASVT.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor 2027, 2028, 2029 en 2030 wordt bekend gemaakt bij de programmabegroting van de betreffende jaren. Publicatie vindt plaats vóór aanvang activiteiten.

  • 2. Het subsidieplafond wordt jaarlijks geïndexeerd. De indexering wordt vastgesteld in de Subsidienota.

Artikel 11. Wijze van verdeling

  • 1. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie en vervolgens de opeenvolgende gerangschikte aanvragen, tot het subsidieplafond wordt bereikt.

  • 3. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingsitems met bijbehorende subcriteria (zie bijlage I voor het beoordelingskader):

    • I.

      Aanpak & kwaliteit (maximaal 24 punten)

    • II.

      Impact (maximaal 30 punten)

    • III.

      Activeren en motiveren (maximaal 30 punten)

    • IV.

      Samenwerking & toegevoegde waarde (maximaal 20 punten)

    • V.

      Prijs/kwaliteit (maximaal 24 punten)

  • 4. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item II. Impact, genoemd in artikel 11 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 5. Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item III. Verbondenheid, samenredzaamheid en onderlinge hulp, genoemd in artikel 11 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 6. Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item IV. Samenwerking en toegevoegde waarde, genoemd in artikel 11 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 7. Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item V. Financiële duurzaamheid, genoemd in artikel 11 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 8. Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item ‘Aanpak en kwaliteit’, genoemd in artikel 11 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 9. Indien toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de aanvraag als eerste is binnengekomen hoger eindigt in de rangschikking.

Artikel 12. Weigeringsgronden

Subsidieaanvraag kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen ook (al dan niet deels) geweigerd worden indien:

  • 1.

    Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet;

  • 2.

    De organisatie geen aantoonbare kennis heeft van de Tilburgse sociale infrastructuur van maatschappelijke voorzieningen en van de doelgroep;

  • 3.

    Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

  • 4.

    De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

  • 5.

    Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid;

  • 6.

    Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;

  • 7.

    De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;

  • 8.

    Het aangevraagde bedrag niet in verhouding staat tot het bereik c.q. de impact van de activiteiten, ook ten opzichte van andere aanvragen binnen deze subsidieregeling;

  • 9.

    Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.

  • 10.

    De subsidieaanvraag als onvoldoende wordt beoordeeld: in het beoordelingskader zoals bedoeld in artikel 11.3 minder dan 70 punten heeft behaald.

  • 11.

    Het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

Artikel 13. Verplichtingen

Het college kan in de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen opleggen.

  • a.

    Het college verwacht in de verleningsbeschikking in ieder geval aanvullende verplichtingen op te leggen aan subsidieontvangers die:

    • i.

      een score behalen van 70 tot en met 114 punten (op het beoordelingskader als bedoeld in artikel 11, lid 3) en

    • ii.

      aanvragers die geen subsidie ontvangen op grond van de voorgaande regeling ‘Passende Ondersteuning Weerbaar en mentaal gezond 2024-2026’.

  • b.

    Voornoemde aanvullende verplichtingen houden verband met de beoordelingscriteria uit het beoordelingskader als bedoel in artikel 11, lid 3 en zullen naar verwachting zien op criteria waarop de betreffende subsidieontvanger lager heeft gescoord.

  • c.

    In de periode september tot en met oktober 2028 zal op basis van een tussentijdse verantwoording getoetst worden of de subsidieontvangers aan hun aanvullende verplichtingen hebben voldaan. Het college kan naar aanleiding van dit toets moment gebruikmaken van haar wettelijke bevoegdheid om de subsidieverlening van vier jaar te wijzigen naar een subsidieverlening van twee jaar.

  • d.

    Uiterlijk 31 oktober 2028 worden deze subsidieontvangers geïnformeerd of het college van deze bevoegdheid gebruik zal maken. Aanvragers dienen met deze aanvullende verplichtingen en consequentie rekening te houden bij hun aanvraag.

Artikel 14. Verantwoording

De manier waarop de ontvanger verantwoording af moet leggen over de ontvangen subsidie is afhankelijk van het totaal van de aan de ontvanger in één kalenderjaar verleende subsidies. U kunt hierover gedetailleerde informatie vinden in de artikelen 16 tot en met 20 van de ‘ASVT’.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het college kan één of meer bepalingen van deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepaling te dienen doelen.

Artikel 16. Slotbepalingen

  • 1. Dit is een regeling zoals bedoeld in artikel 3 van de ASVT. De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken. Dit betekent ook dat de verantwoordingsartikelen van de ASVT onverkort van toepassing zijn.

  • 2. Deze subsidieregeling treedt in werking 1 dag na publicatie.

  • 3. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2030 met dien verstande dat vaststellingen van subsidies die onder deze regeling vallen nog onder deze regeling worden afgehandeld.

  • 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ‘Passende Ondersteuning 2027 – 2030 Tilburg.

  • 5. Publicatie vindt plaats op tilburg.nl/subsidies en Overheid.nl.

Ondertekening