Beleidsregel leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne gemeente Sluis 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne gemeente Sluis 2026

Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis;

gelet op het bepaalde in artikel:

  • artikel 160 lid 1a van de Gemeentewet;

  • artikel 4:81, 483 en 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht en;

  • artikel 2,3,6 en 7 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;

  • artikel 2a,2b, 6,7,8,10,11a,12,13 en15 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;

Overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen over de toepassing en uitleg van de voornoemde wettelijke voorschriften;

Besluiten:

  • 1.

    Vast te stellen de Beleidsregel leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne gemeente Sluis 2026.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag dat ze wordt gepubliceerd en werken terug tot 1 januari 2026, onder gelijktijdige intrekking van eerder gemaakte afspraken leefgeld en eigen bijdragen.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

TWOO : Wet: Wet tijdelijke regeling ontheemden Oekraïne;

RooO : de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;

GOO : Gemeentelijke opvangvoorziening Oekraïners, zoals bedoeld in artikel 1 sub g van de regeling;

POO : Particuliere opvang Oekraïners, zoals bedoeld in artikel 1 sub h van de regeling;

RMO : Regeling Medische Zorg Ontheemden;

Ontheemde : de ontheemde zoals bedoeld in artikel 1 sub c van de regeling

Leefgeld : een maandelijkse financiële toelage voor voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 b van de regeling;

Buitengewone Kosten : noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 11 van de regeling;

Gezin : de gezinsleden gezamenlijk, zoals bedoeld in artikel 1 sub f van de regeling, waaronder:

  • echtgenoten of aan gehuwden gelijkgestelde partners;

  • hun minderjarige kinderen, mits ongehuwd en van hen afhankelijk;

  • de vader, moeder, of een andere volwassene die volgens het recht of de praktijk In Nederland verantwoordelijk is voor de minderjarige en ongehuwde ontheemde;

  • aan gehuwden gelijkgestelde partners:

  • degene die zijn partnerschap heeft geregistreerd en niet duurzaam gescheiden leeft van zijn geregistreerde partner;

  • degene die met zijn of haar partner een gezamenlijke huishouding voert.

Van een gezamenlijke huishouding is sprake als twee personen hun hoofdverblijf hebben in een woning Of kamer op een opvanglocatie en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins;

Loondervingsuitkering:

een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW), de Ziektewet (ZW), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (AOV), alsmede een uitkering of inkomstenvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg (WAZO) aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) of toeslag op grond van de Toeslagenwet.

Inkomsten:

inkomsten worden voor de berekening van het leefgeld en de eigen bijdrage netto in aanmerking genomen. Er wordt geen rekening gehouden met het vakantiegeld of andere reserveringen en vergoedingen (zoals bijvoorbeeld reiskostenvergoeding).

Het gedeelte van het inkomen waar beslag op is gelegd en/of een ingehouden bijdrage telt wel mee voor de berekening.

Vrijwilligersvergoeding:

in de gemeentelijke opvangvoorziening artikel 11a van de Regeling.

  • 1.

    Een ontheemde kan door het college van burgemeester en wethouders nader aan te wijzen werkzaamheden verrichten in en rondom de gemeentelijke opvangvoorziening, voor de uitvoering waarvan een vergoeding kan worden gegeven.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor een evenredige verdeling van het aanbod van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, over de in de opvangvoorziening verblijvende ontheemden die daarvoor in aanmerking wensen te komen.

  • 3.

    De vergoeding die een ontheemde ontvangt voor het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 14,– per week.

Hoofdstuk 2. Leefgeld

Artikel 2. Aanvraag

  • 1.

    De ontheemde kan schriftelijk/ via een email voor zichzelf en eventuele gezinsleden, boven de 18 jaren, een aanvraag voor leefgeld of vergoeding buitengewone kosten indienen bij de het college.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, wordt het recht op leefgeld ambtshalve vastgesteld op het moment dat de ontheemde gaat verblijven in de GOO in de gemeente Sluis.

Artikel 3. Recht op leefgeld

Ontheemden hebben recht op leefgeld als de ontheemde:

  • in de gemeente is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, en;

  • verblijft in een GOO of (indien van toepassing) in een POO, en;

  • geen inkomsten uit arbeid, uitkering of toeslag ontvangt die hoger zijn dan 115% van de toepasselijke leefgeldnorm;

  • er wordt voldaan aan de richtlijn RTB, (als er een sticker in het paspoort zit of een los O document verstrekt door de IND aanwezig is).

Artikel 4. Recht op vergoeding buitengewone kosten

Ontheemden hebben recht op een vergoeding voor buitengewone kosten, vernoemd in artikel 7 lid 3 sub 1 van de regeling, als de ontheemde:

  • in de gemeente is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, en;

  • verblijft in een GOO of (indien van toepassing) POO, en;

  • noodzakelijke kosten heeft die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht worden door de ontheemde zelf te worden betaald.

  • De ontheemde moet zijn inkomen (na aftrek van de eigen bijdrage) boven de van toepassing zijnde leefgeldnorm gebruiken om de noodzakelijke kosten te betalen. Ook moet het vermogen boven de vermogensgrens voor de bijzondere bijstand hiervoor worden gebruikt.

Artikel 5. Ingangsdatum leefgeld en vergoeding buitengewone kosten

  • 1.

    Leefgeld wordt toegekend vanaf de datum van de aanvraag, maar niet eerder dan de datum van het feitelijk verblijf in de opvang.

  • 2.

    Bij de ambtshalve beoordeling van het recht op leefgeld (bij vestiging in de GOO) wordt het leefgeld toegekend vanaf het moment dat de ontheemde verblijft in de GOO.

  • 3.

    Als de inschrijving in de BRP later plaatsvindt dan de datum van het feitelijk verblijf in de opvang, en dit is te wijten aan de ontheemde, dan wordt het leefgeld toegekend vanaf de datum van inschrijving in de BRP.

  • 4.

    In afwijking van het eerste, tweede en derde lid is de ingangsdatum van het leefgeld:

  • de eerste van de maand volgend op de maand waarin de ontheemde inkomsten uit arbeid, uitkering of toeslag heeft verworven;

  • de eerste van de maand volgend op de maand van aankomst in de opvang als de ontheemde

  • afkomstig is uit een andere gemeente in Nederland en daar leefgeld ontving.

  • 5.

    Een vergoeding van buitengewone kosten wordt toegekend vanaf de datum van aanvraag.

Artikel 6. Wijze van verstrekking

  • 1.

    Het leefgeld wordt verstrekt via een uitbetaling op een Nederlandse betaalrekening van de aanvrager of een ander meerderjarig gezinslid, in de eerste week van de maand.

  • 2.

    Als de ontheemde nog geen Nederlandse betaalrekening heeft, wordt het leefgeld contant als voorschot verstrekt en later verrekend.

Artikel 7. Hoogte leefgeld en vergoeding buitengewone kosten

  • 1.

    De hoogte van het leefgeld wordt bepaald conform artikel 10 van de regeling voor een ontheemde in de gemeentelijke opvang of (indien van toepassing) op grond van artikel12 van de regeling ontheemden in een particuliere opvang.

  • 2.

    Als er inkomsten zijn, lager dan 115% van de leefgeldnorm, dan worden deze inkomsten in de maand volgend op de maand waarin de inkomsten zijn verworven in mindering gebracht op de leefgeldnorm. De ontheemde moet na korting van de inkomsten in ieder geval blijven beschikken over 115% van de leefgeldnorm. Inkomsten lager dan 15% van de leefgeldnorm worden niet gekort.

  • 3.

    De hoogte van de vergoeding van buitengewone kosten wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, dan wel op een door het college in redelijkheid vast te stellen tegemoetkoming.

    • 1.

      De ontheemde kan bij de gemeente een aanvraag indienen voor vergoeding van buitengewone kosten. Buitengewone kosten zijn in ieder geval:

      • a.

        reiskosten voor een verblijfsrechtelijke procedure;

      • b.

        kosten die de ontheemde moet maken wegens noodzakelijke en niet verzekerde medische kosten;

      • c.

        reiskosten voor schoolvervoer van leerplichtige minderjarigen, waarbij de enkele reisafstand minimaal 10 kilometer is.

Voorwaarden om voor een vergoeding van buitengewone kosten in aanmerking te komen zijn:

  • d.

    De aanvraag voor buitengewone kosten moet vóór het maken van de kosten bij de gemeente worden ingediend.

  • e.

    Kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming kunnen alsnog binnen een redelijke termijn worden aangevraagd. Wat een redelijke termijn is hangt af van de persoonlijke omstandigheden van het geval.

  • f.

    De vergoeding van buitengewone kosten voorziet in de meest goedkope, duurzame en adequate vorm van de kosten.

  • g.

    Kosten die al zijn betaald, of waarin op een andere wijze kan worden voorzien, of waarvoor de ontheemde aanspraak kan maken of een beroep kan doen op een passende voorliggende voorziening, komen niet voor vergoeding in aanmerking.

  • h.

    Voor aanspraken op (medische) zorg is de Regeling Medische Zorg Ontheemden (RMO) in beginsel een passende en toereikende voorziening.

Artikel 8. Beëindiging, beperking of intrekking van het leefgeld

  • 1.

    De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd als de ontheemde:

    • a.

      inkomsten heeft uit arbeid in loondienst of als zelfstandige, in Nederland of in een ander land, hoger dan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm (RooO);

    • b.

      een loondervingsuitkering en/of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt, hoger dan115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm;

    • c.

      gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;

    • d.

      inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt;

    • e.

      geen gebruik meer maakt van opvang omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;

    • f.

      de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen.

  • 2.

    De verstrekking van het leefgeld kan worden beperkt of ingetrokken als de ontheemde:

    • a.

      ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de regeling;

    • b.

      een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen.

    • c.

      Voor nadere regelgeving verwijzen we naar het sanctiebeleid Gemeentelijke Opvang Oekraïner 2026.

  • 3.

    De beëindiging/(gedeeltelijke) intrekking gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken.

  • 4.

    Afzien van intrekken leefgeld. Op grond van artikel 2b van de Regeling wordt bij de ontheemde die inkomsten uit arbeid of een loondervingsuitkering ontvangt, maar waarvan die inkomsten lager zijn dan 115% van de voor de ontheemde geldende hoogte van leefgeldverstrekkingen, het leefgeld niet ingetrokken.

Artikel 9. Terugvordering leefgeld

  • 1.

    Het college vordert vanaf 1 januari 2026 te veel of ten onrechte verstrekt leefgeld terug als dit het gevolg is van het niet of niet tijdig doorgeven van wijzigingen door de ontheemde. Voor 1 januari 2026 te veel verstrekt leefgeld wordt niet teruggevorderd.

  • 2.

    Het college vordert niet meer terug dan dat er is verstrekt.

Artikel 10. Invordering leefgeld

  • 1.

    Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 Awb genoemde betalingstermijn van zes weken.

  • 2.

    De ontheemde wordt verzocht de vordering ineens in zijn geheel te voldoen. Als dat niet mogelijk is kan de ontheemde binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking een betalingsregeling treffen.

  • 3.

    Als de ontheemde uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling verrekend. Hierbij wordt rekening gehouden met de wettelijke norm van115% van het leefgeld, (leefgeldnorm x 115% + eigen bijdrage = drempelbedrag) .

Hoofdstuk 3. Eigen bijdrage

Artikel 11. Doelgroep eigen bijdrage

  • 1.

    Met ingang van 1 januari 2025 brengt het college maandelijks een eigen bijdrage in rekening voor de opvang van meerderjarige ontheemden uit Oekraïne die vallen onder de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en die verblijven in de GOO.

  • 2.

    De volgende ontheemden, en hun meerderjarig gezinslid, betalen een eigen bijdrage:

    • a.

      de meerderjarige ontheemde met inkomsten uit arbeid, in binnen- en/of buitenland;

    • b.

      de meerderjarige ontheemde die inkomsten uit een loondervingsuitkering ontvangt;

    • c.

      de meerderjarige ontheemde die gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;

    • d.

      de meerderjarige ontheemde die inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.

  • 3.

    Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd als het inkomen van het gezin lager is dan het van toepassing

  • 4.

    zijnde drempelbedrag. Het drempelbedrag is gelijk aan de leefgeldnorm + de eigen bijdrage x 115%.

Artikel 12. Hoogte eigen bijdrage

  • 1.

    De eigen bijdrage bestaat uit:

    • a.

      een bijdrage voor gas, water en energiekosten voor de opvang, en;

    • b.

      Indien van toepassing, een bijdrage voor de catering, als de ontheemde in een GOO verblijft waar maaltijden worden verstrekt.

  • 2.

    De hoogte van de eigen bijdrage voor gas, water en energiekosten wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de regeling. Per 1 oktober 2025 is dit € 244,22 per maand per meerderjarige ontheemde, tot maximaal € 488,44 per maand per gezin.

  • 3.

    De hoogte van de eigen bijdrage voor de catering wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 10 lid 2 van de regeling. Per 1 oktober 2025 is dit € 252,18 per maand per volwassene ontheemde, met een maximum van € 504,36.

  • 4.

    De hoogte van de eigen bijdrage wijzigt wanneer dit in de regeling wordt aangepast.

Artikel 13. Innen van de eigen bijdrage

  • 1.

    De hoogte en de ingangsdatum van de eigen bijdrage wordt meegedeeld per beschikking.

  • 2.

    De eigen bijdrage is maandelijks met ingang van de eerste van de maand verschuldigd over de voorgaande maand. De bijdrage moet zijn betaald voor de 25e van de maand waarin de eigen bijdrage moet worden betaald.

  • 3.

    Bij het niet tijdig betalen van de eigen bijdrage wordt eenmaal een herinnering verzonden met een termijn van 14 dagen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de termijn van de herinnering wordt een aanmaning verstuurd met een termijn van 14 dagen.

  • 5.

    Bij achterstand van de maandelijkse eigen bijdrage kan geen betalingsregeling worden getroffen als daarnaast ook nog maandelijks de eigen bijdrage moet worden betaald.

Invordering eigen bijdrage

  • 1.

    Indien de ontheemde de bij beschikking opgelegde eigen bijdrage niet binnen de gestelde termijn voldoet, wordt deze bijdrage aangemerkt als een civielrechtelijke vordering van de gemeente op de ontheemde .

  • 2.

    De gemeente probeert de vordering in eerste instantie minnelijk te innen door middel van een schriftelijk verzoek tot betaling, gevolgd door een aanmaning. De aanmaning voldoet aan de eisen uit de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK).

  • 3.

    Indien betaling na aanmaning uitblijft, kan het college besluiten om de vordering te innen via een civielrechtelijke procedure bij de kantonrechter.

  • 4.

    Bij een toewijzend vonnis wordt het vonnis ten uitvoer gelegd door een gerechtsdeurwaarder, die namens de gemeente beslag kan leggen op loon, uitkering, bankrekening of andere verhaalsmiddelen van de belanghebbende, conform de regels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  • 5.

    Alle redelijke kosten die voortvloeien uit de invordering, waaronder gerechtelijke kosten, buitengerechtelijke incassokosten en kosten van tenuitvoerlegging, kunnen op de ontheemde worden verhaald, mits voldaan is aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten.

  • 6.

    In het geval van blijvend onvermogen of bijzondere omstandigheden die naar het oordeel van het college leiden tot een schrijnende situatie, kan het college besluiten af te zien van (verdere) invordering of toepassing geven aan de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 15.

Hoofdstuk 4. Inlichtingenplicht

Artikel 14. Leefgeld/eigen bijdrage en inlichtingenplicht

  • 1.

    De ontheemde is verplicht om uiterlijk binnen twee weken nadat de gemeente daarom heeft verzocht, mededeling te doen over zijn inkomsten en gezinssamenstelling.

  • 2.

    De Oekraïense ontheemde is verplicht om in geval van verandering in inkomsten of gezinssamenstelling de gemeente daarvan onverwijld (binnen 7 dagen) schriftelijke mededeling te doen;

  • 3.

    Onder inkomen wordt verstaan:

    • a.

      inkomen uit arbeid in Nederland of het buitenland;

    • b.

      inkomen uit zelfstandig bedrijf in Nederland of het buitenland;

    • c.

      een loondervingsuitkering;

    • d.

      een toeslag op grond van de Toeslagenwet.

  • 4.

    Indien en voor zover de schending van de inlichtingenplicht zich heeft voorgedaan voordat deze beleidsregel in werking is getreden, wordt het daardoor ten onrechte verstrekte leefgeld niet teruggevorderd.

Hoofdstuk 5. Kwetsbare ontheemden

Het college van burgemeester en wethouders houdt bij uitvoering van deze regeling rekening met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met psychische aandoeningen.

  • Ten uitvoering van het eerste lid bepaalt het college van burgemeester en wethouders of de ontheemde bijzondere opvangbehoeften heeft.

  • Indien de ontheemde overeenkomstig het tweede lid bijzondere opvangbehoefte heeft, wordt naast verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid en artikel 12, specifieke steun en begeleiding geboden.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere dringende gevallen een artikel of artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan, gelet op het belang van de belanghebbende, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag dat ze wordt gepubliceerd en werken terug tot 1 januari 2026, onder gelijktijdige intrekking van eerder gemaakte afspraken leefgeld en eigen bijdragen.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel leefgeld en eigen bijdrage ontheemde Oekraïne gemeente Sluis 2026”.

Doel

Deze beleidsregel heeft als doel aan te geven welke invulling Burgemeester en Wethouders geven aan een aantal bevoegdheden met betrekking tot leefgeld en eigen bijdrage die zijn opgenomen in de Regeling.

Afbakening Deze beleidsregel is van toepassing op Oekraïense ontheemden die op basis van de GOO Regeling in de gemeente Sluis verblijven.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door

Burgemeester en wethouders van gemeente Sluis

Burgemeester

Mr. M.M.D. Vermue

Gemeentesecretaris

Mw. S.I. Minnaert