Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762332
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762332/1
Subsidieregeling uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026
Geldend van 04-06-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op:
- -
artikel 1.6 van de Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019, en
- -
artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;
besluit vast te stellen de navolgende Subsidieregeling uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
De bijlage bij deze subsidieregeling bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze subsidieregeling.
Artikel 1:2 Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor alle activiteiten die zijn opgenomen in de regeling.
Artikel 1:3 Doelstellingen
Het doel van subsidie op grond van deze subsidieregeling is het bijdragen aan het realiseren van de volgende doelstellingen:
- a.
sterke sectoroverstijgende netwerken: het realiseren van een veilige, ondersteunende en geïntegreerde pedagogische omgeving, waarin kinderen en jongeren in Den Haag optimaal kunnen leren en zich ontwikkelen en de samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn, gemeente, ouders en andere partners voorop staat;
- b.
samen leren: het realiseren van een inclusief taalrijk en samenhangend breed ontwikkelaanbod, op het gebied van cultuur, sport en sociale ontwikkeling, met een doorgaande lijn voor alle kinderen en jongeren in Den Haag, een kansrijke in- en doorstroom van voorschoolse educatie tot en met vervolgonderwijs, zodat ieder kind en iedere jongere de kans krijgt zich gezond te ontwikkelen onder en na schooltijd;
- c.
professionals in positie: het versterken van de professional in de Haagse kinderopvang en het Haagse onderwijs, met als doel het bieden van een stabiel, veilig en aantrekkelijk leer- en werkklimaat, het ontstaan van multidisciplinaire teams en het realiseren van voldoende personeel met een sterke pedagogische-didactische basis op Haagse kinderopvang en scholen; of
- d.
toekomstbestendige arbeidsmarkt en veerkrachtige stad: het realiseren van flexibele leeromgevingen in de Haagse regio die kinderen, jongeren en studenten voorbereiden op een veranderende samenleving en arbeidsmarkt, door hen te betrekken bij maatschappelijke opgaven en te zorgen voor hun sociale welzijn en weerbaarheid, verbreding van hun wereldbeeld, en versterking van hun digitale vaardigheden, zodat zij betekenisvol kunnen bijdragen aan een veerkrachtige stad.
Artikel 1:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor uitvoering van de activiteiten, genoemd in deze regeling.
Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen
Artikel 2:1 Aanvraag subsidie
-
1. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier.
-
2. In afwijking van artikel 8, tweede lid van de ASV, legt de aanvrager de volgende gegevens over:
- a.
een beschrijving op hoofdlijnen van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en op welke wijze deze bijdragen aan en gericht zijn op het bereiken van de doelstellingen genoemd in artikel 1:3; en
- b.
een overzicht van de scholen of locaties waar de activiteiten plaatsvinden.
- a.
Artikel 2:2 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend in één van de volgende periodes:
- a.
in de periode van 1 tot en met 30 september van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft; of
- b.
in de periode van 1 december direct voorafgaand aan, tot en met 31 oktober van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Artikel 2:3 Beslistermijn
Het college beslist binnen 20 weken, nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.
Hoofdstuk 3 Subsidie voor locaties met voorschoolse educatie en scholen
Artikel 3:1 Doel van de subsidie
Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is de sectoren kinderopvang met locaties voorschoolse educatie, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in staat te stellen op hun locaties en scholen activiteiten te organiseren die bijdragen aan het realiseren van alle in artikel 1:3 genoemde doelstellingen.
Artikel 3:2 Activiteiten
Subsidies op grond van dit hoofdstuk worden uitsluitend verstrekt voor activiteiten waarmee uitvoering wordt gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in artikel 3:1.
Artikel 3:3 Doelgroep
Subsidies voor de sector:
- a.
kinderopvang worden uitsluitend verstrekt aan houders, die volgens het LRK minimaal één kindercentrum met voorschoolse educatie in Den Haag exploiteren;
- b.
primair onderwijs worden uitsluitend verstrekt aan een bevoegd gezag van in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs;
- c.
voortgezet onderwijs worden uitsluitend verstrekt aan een bevoegd gezag van in Den Haag gevestigd scholen voor voortgezet onderwijs; en
- d.
middelbaar beroepsonderwijs worden uitsluitend verstrekt aan een mbo-instelling met een hoofdvestiging in Den Haag en meer dan één vestiging in Den Haag.
Artikel 3:4 Subsidieplafond per doelgroep
-
1. Het college stelt voor kalenderjaar 2027 een subsidieplafond vast van in totaal € 16.033.000,- met deelplafonds van:
- a.
€ 1.200.000,- voor de sector kinderopvang als bedoeld in artikel 3:3, onder a;
- b.
€ 9.333.000,- voor de sector primair onderwijs als bedoeld in artikel 3:3, onder b;
- c.
€ 4.200.000,- voor de sector voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 3:3, onder c; en
- d.
€ 1.300.000,- voor de sector middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 3:3, onder d.
- a.
Artikel 3:5 Wijze van berekening, hoogte en verdeling van de subsidie per sector
-
1. De subsidie voor een houder van een locatie met voorschoolse educatie in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4 eerste lid, onder a, te delen door het aantal kindplaatsen op 1 februari van het jaar van aanvraag, van alle locaties met voorschoolse educatie in Den Haag, en dit bedrag per kindplaats te vermenigvuldigen met het aantal kindplaatsen met voorschoolse educatie van de aanvrager welke op 1 februari van het jaar van aanvraag, in het LRK staan geregistreerd.
-
2. De subsidie voor het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs in Den Haag bestaat uit drie onderdelen:
- a.
het eerste onderdeel voor scholen met een achterstandsscore met drempel;
- b.
het tweede onderdeel voor scholen met een achterstandsscore zonder drempel;
- c.
het derde onderdeel voor speciale scholen voor basisonderwijs:
- a.
-
3. Het college berekent het bedrag per onderdeel op de volgende wijze:
- a.
als eerste deelt het college 83% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door de som van alle achterstandsscores met drempel op bassischolen in Den Haag, en vermenigvuldigt dit met de som van alle achterstandsscores zonder drempel van Haagse basisscholen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
- b.
als tweede deelt het college 10% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door de som van alle achterstandsscores zonder drempel in Den Haag, en vermenigvuldigt dit met de som van alle achterstandsscores zonder drempel van Haagse basisscholen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
- c.
als derde deelt het college door 7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door het aantal NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% NNCA-leerlingen en vermenigvuldigt dit met de som van alle NNCA-leerlingen op een speciale school voor basisonderwijs met meer dan 35% NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag.
- a.
-
4. De subsidie voor een bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs berekent het college als volgt:
- a.
voor een school met een relatieve achterstandsscore met drempel gelijk aan of groter dan 0,100 wordt de achterstandsscore met drempel van de school vermenigvuldigd met het resultaat van 73% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores met drempel van scholen in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag met een relatieve achterstandsscore gelijk aan of groter dan 0,100;
- b.
voor een school met een relatieve achterstandsscore met drempel kleiner dan 0,100 wordt de achterstandsscore vermenigvuldigd met het resultaat van 9,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores van scholen in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag met een relatieve achterstandsscore kleiner dan 0,100;
- c.
voor elke school met een achterstandsscore zonder drempel wordt de achterstandsscore zonder drempel vermenigvuldigd met het resultaat van 14,6% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores zonder drempel van scholen voor voortgezet onderwijs in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
- d.
voor elke school voor voortgezet speciaal onderwijs met meer dan 35% NNCA-leerlingen, het aantal NNCA-leerlingen te vermenigvuldigen met 2,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van de NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% en alle NNCA-leerlingen en dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal NNCA-leerlingen met meer dan 35% NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag; en
- e.
voor elke school voor voortgezet speciaal onderwijs, het aantal NNCA-leerlingen te vermenigvuldigen met 2,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van de NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% en alle NNCA-leerlingen en dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag.
- a.
Artikel 3:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Hoofdstuk 4 Subsidie voor houders voorschoolse educatie en besturen primair onderwijs
Artikel 4:1 Doel van subsidie
Het doel van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is het door houders met locaties voorschoolse educatie en besturen primair onderwijs bijdragen aan het realiseren van één of meerdere van de in artikel 1:3 genoemde doelstellingen waarbij zij de subsidie naar eigen inzicht inzetten, met in het bijzonder aandacht voor preventie, gebiedsgerichte samenwerking en verbinding met partners van voorschoolse educatie en primair onderwijs.
Artikel 4:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten gericht op:
- a.
het intensiveren, uitbreiden of stimuleren van activiteiten die bijdragen aan het bereiken van één of meerdere van de in artikel 1:3 genoemde doelstellingen op Haagse scholen in het primair onderwijs of op Haagse kindercentra;
- b.
het realiseren van preventieve inzet; of
- c.
het tot stand brengen en versterken van samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en andere organisaties in de wijk die zich richten op welzijn, zorg, sport en cultuur, waarin collectiviteit en solidariteit centraal staan.
Artikel 4:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:
- a.
een houder met ten minste twee locaties die voorschoolse educatie in Den Haag aanbieden; of
- b.
schoolbesturen primair onderwijs ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen.
Artikel 4:4 Subsidieplafond per doelgroep
Voor subsidies op grond van dit hoofdstuk geldt voor het kalenderjaar 2027 een subsidieplafond van in totaal € 3.133.000,- verdeeld over de volgende deelplafonds:
- a.
sector kinderopvang: € 800.000,- per kalenderjaar; of
- b.
sector primair onderwijs: € 2.333.000,- per kalenderjaar.
Artikel 4:5 Wijze van berekening, hoogte en verdeling van de subsidie
-
1. De subsidie voor een houder van twee of meer locaties met voorschoolse educatie in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 4:4 eerste lid, onder a, te delen door het aantal kindplaatsen op 1 februari van het jaar voorafgaand aan de uitvoering, van alle houders met twee of meer locaties met voorschoolse educatie in Den Haag, en dit bedrag per kindplaats te vermenigvuldigen met het aantal kindplaatsen met voorschoolse educatie van de houder welke op die datum in het LRK staan geregistreerd.
-
2. De subsidie voor een schoolbestuur van een school voor primair onderwijs in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 4:4, eerste lid, onder b, te delen door de som van de achterstandsscore zonder drempel op peildatum 1 februari van het jaar voorafgaand aan de uitvoering van alle scholen voor primair onderwijs in Den Haag en dit bedrag te vermenigvuldigen met de achterstandsscore zonder drempel van alle Haagse scholen voor primair onderwijs van het schoolbestuur.
Artikel 4:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals genoemd in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Hoofdstuk 5 Subsidie voor stedelijke netwerken
Paragraaf 5.1 Facilitering bestuurlijk overleg
Artikel 5:1:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen van samenwerking tussen het college en de sectoren kinderopvang, primair onderwijs en voortgezet onderwijs in Den Haag waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder a, genoemde doelstellingen.
Artikel 5:1:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten:
- a.
de facilitering van het platform kinderopvang, waarbij de aanvrager:
- 1°
met alle houders van een kinderopvang in Den Haag afstemt, hen consulteert en de coördinatie voert ten behoeve van het platform kinderopvang ter voorbereiding van de Haagse Onderwijskamer; en
- 2°
alle houders van een kinderopvang in Den Haag na iedere bijeenkomst van het platform kinderopvang informeert via een nieuwsbrief;
- 1°
- b.
de facilitering van het platform voor het primair onderwijs, waarbij in ieder geval de volgende activiteiten worden verricht:
- 1°
het coördineren en afstemmen met en consulteren van het platform primair onderwijs, ter voorbereiding van het overleg van de Haagse Onderwijskamer;
- 2°
het delen en terugkoppelen van informatie en vragen uit ambtelijke overleggen primair onderwijs; en
- 1°
- c.
de facilitering van het platform voor het voortgezet onderwijs, waarbij in ieder geval de volgende activiteiten worden verricht:
- 1°
het coördineren en afstemmen met en consulteren van besturen, vertegenwoordigd in het platform voortgezet onderwijs, ter voorbereiding van het overleg van de Haagse Onderwijskamer; en
- 2°
het delen en terugkoppelen van informatie en vragen uit ambtelijke overleggen voortgezet onderwijs.
- 1°
Artikel 5:1:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5:1:2 wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer worden aangewezen.
Artikel 5:1:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 5:1:1 bedraagt maximaal € 80.000,- per aanvraag, per kalenderjaar.
Artikel 5:1:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 5:1:2 geldt een subsidieplafond van € 240.000,- voor het kalenderjaar 2027, met de volgende deelplafonds voor:
- a.
€ 80.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5:1:2, onder a;
- b.
€ 80.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5:1:2, onder b; en
- c.
€ 80.000,- voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5:1:2, onder c.
Artikel 5:1:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 5.2 Netwerk veilige school
Artikel 5:2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het onderhouden van netwerken gericht op schoolveiligheid ten behoeve van scholen in het primair en voortgezet onderwijs, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder a, genoemde doelstellingen.
Artikel 5:2:2 Activiteiten
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de inzet van een programmamanager primair onderwijs en een programmamanager voortgezet onderwijs:
- a.
het versterken van een veilig leer- en leefklimaat op en rond scholen; en
- b.
het verbinden en verbeteren van de samenwerking van partners gericht op schoolveiligheid.
Artikel 5:2:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5:2:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 5:2:4 Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie als bedoeld in artikel 5:2:2, bedraagt per aanvraag, per kalenderjaar maximaal € 75.000,-.
-
2. Een subsidie voor de inzet van een programmamanager in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5:2:2, bedraagt per aanvraag, per kalenderjaar maximaal € 75.000,-.
Artikel 5:2:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 5:2:2 geldt een subsidieplafond van € 150.000,- per kalenderjaar.
Artikel 5:2:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 5.3 Versterken samenwerking sector kinderopvang, onderwijs en partners in de wijk
Artikel 5:3:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is de samenwerking tussen kindercentra, scholen, ouders, omgeving en partners in de Haagse wijken te verstevigen, verbeteren en verduurzamen zodat kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder a en b, genoemde doelstellingen.
Artikel 5:3:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het uitvoeren, coördineren, stimuleren en organiseren van gezamenlijke activiteiten voor scholen en kindercentra in Haagse wijken en het beschikbaar stellen van beheerders die ingezet worden ten behoeve van het beheer van de Haagse sporttuinen.
Artikel 5:3:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5:3:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 5:3:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt maximaal € 750.000,- per aanvraag, per kalenderjaar.
Artikel 5:3:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf geldt een subsidieplafond van € 750.000,- per kalenderjaar.
Artikel 5:3:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Artikel 5:3:7 Aanvraag subsidie
In aanvulling op artikel 2:1 bevat de aanvraag ook een jaarplan en begroting.
Hoofdstuk 6 Subsidie Samen leren
Paragraaf 6.1 Activiteiten in de wijk ter bevordering van gelijke kansen en inlopen onderwijsachterstanden
Artikel 6:1:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het aanbieden van activiteiten tijdens en na schooltijd waaraan kinderen uit de wijk waarin de uitvoerende school in Den Haag gehuisvest is, kunnen deelnemen om gelijke kansen te bevorderen en eventuele onderwijsachterstanden in te lopen of te voorkomen waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:1:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de uitvoering van aanvullend ontwikkelaanbod in de wijk, inclusief het detacheren van personeel, waarbij de activiteiten:
- a.
gericht zijn op de talentontwikkeling van de kinderen en jongeren in de wijk;
- b.
worden uitgevoerd voor minimaal tien in Den Haag gevestigde scholen voor het voortgezet onderwijs met een achterstandsscore met een drempel hoger dan 110; en
- c.
aansluiten op de onderwijsprogramma's van de scholen.
Artikel 6:1:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:1:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:1:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 6:1:2 bedraagt maximaal € 640.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:1:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:1:2 geldt een subsidieplafond van € 640.000, - per kalenderjaar.
Artikel 6:1:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.2 Bevorderen van een soepele en transparante aanmelding bij het primair onderwijs
Artikel 6:2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het leveren van een bijdrage aan een eerlijke en transparante aanmeldprocedure voor Haagse leerlingen in het primair onderwijs in Den Haag, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:2:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de coördinatie en uitvoering van de aanmeldprocedure voor Haagse kinderen en nieuwkomers voor het primair onderwijs in Den Haag en het in stand houden en verbeteren van de applicaties die de aanmeldprocedure in het primair onderwijs ondersteunen.
Artikel 6:2:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:2:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:2:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 6:2:2 bedraagt maximaal € 480.000,- per aanvraag, per kalenderjaar.
Artikel 6:2:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:2:2 geldt een subsidieplafond van € 480.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:2:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 6.3 Bevorderen van een transparante aanmelding bij het voortgezet onderwijs
Artikel 6:3:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is de overstap van alle leerlingen uit het primair onderwijs naar het voorgezet onderwijs eerlijk, gelijktijdig en zo soepel mogelijk te laten verlopen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:3:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een activiteitenprogramma voor het instandhouden en updaten van de applicatie die de BOVO-procedure ondersteunt, inclusief het instandhouden van een centrale helpdesk voor ouders en de scholenwijzer.
Artikel 6:3:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:3:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:3:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:3:2 maximaal € 560.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:3:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:3:2 geldt per kalenderjaar een subsidieplafond van € 560.000,-.
Artikel 6:3:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 6.4 Cultuureducatie
Artikel 6:4:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het stimuleren van een brede, culturele ontwikkeling van leerlingen op Haagse scholen in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs. waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:4:2 Activiteiten
Subsidie ten behoeve van cultuureducatie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de uitvoering van de culturele activiteiten zoals opgenomen in de Brochure Vonk voor primair onderwijs en Expeditie C voor voortgezet onderwijs.
Artikel 6:4:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen voor primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.
Artikel 6:4:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:4:2 bedraagt voor het kalenderjaar 2027 maximaal:
- a.
€ 14,75 voor iedere leerling die op 1 februari voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd bij DUO stond ingeschreven op de school in het primair onderwijs; of
- b.
€ 10,- voor iedere leerling die op 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd bij DUO stond ingeschreven op de school in het voortgezet onderwijs.
Artikel 6:4:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:4:2 geldt een subsidieplafond van € 700.000,- per kalenderjaar voor het primair onderwijs en € 240.500,- per kalenderjaar voor het voortgezet onderwijs.
Artikel 6:4:6 Wijze van verdeling
Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde subsidieplafond verleent het college de subsidie naar rato van het aantal leerlingen voor wie subsidie is aangevraagd en die op de peildatum genoemd in artikel 6:4:4, eerste lid onder a dan wel b, staan ingeschreven bij DUO op de school of scholen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 6:4:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.5 Kopklas
Artikel 6:5:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is om bij Haagse leerlingen met een achterstand in de Nederlandse taal deze achterstand met extra inzet en aandacht in korte tijd weg te werken, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:5:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het realiseren van een kopklas voor door scholen in het primair onderwijs geselecteerde leerlingen die staan ingeschreven bij een school voor primair onderwijs gevestigd in Den Haag en die op locatie van het voortgezet onderwijs een taalprogramma volgen.
Artikel 6:5:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:5:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:5:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt maximaal € 85.000,- per kopklas per kalenderjaar.
Artikel 6:5:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf geldt een subsidieplafond van € 425.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:5:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.6 Kinderopvang: Kwaliteit voorschoolse educatie
Artikel 6:6:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bieden van voorschoolse educatie aan doelgroepkinderen en het verhogen van deelname van het aantal doelgroepkinderen. Dit om de taal- en de sociaal-emotionele ontwikkeling van doelgroepkinderen te stimuleren en te zorgen dat zij met zo min mogelijk taalontwikkelingsachterstand op school starten, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:6:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van voorschoolse educatie en het verhogen van het bereik van doelgroepkinderen met een of meer van de onderstaande activiteiten:
- a.
activiteiten, die gericht zijn op toeleiding en bevorderen dat doelgroepkinderen vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar deelnemen aan de voorschoolse educatie en die:
- 1°
de bekendheid met voorschoolse educatie bij de ouders van doelgroepkinderen vergroten;
- 2°
gericht zijn op het enthousiasmeren van ouders met doelgroepkinderen, zodat de doelgroepkinderen worden aangemeld voor voorschoolse educatie;
- 3°
ondersteuning bieden aan ouders bij plaatsing van hun peuter op een locatie met voorschoolse educatie;
- 4°
deelname aan ouder-kindactiviteiten bevorderen voorafgaand aan plaatsing op de voorschoolse educatie; of
- 5°
deelname van doelgroepkinderen en ouders aan de Dag van Voorschool bevorderen;
- 1°
- b.
activiteiten gericht op het realiseren van een soepele overgang van doelgroepkinderen naar het basisonderwijs;
- c.
activiteiten gericht op het versterken van de rol van ouders van doelgroepkinderen die de taal en de sociaal- emotionele ontwikkeling van hun kind bevorderen;
- d.
activiteiten gericht op (bij-)scholing van pedagogisch medewerkers voorschoolse educatie op grond van de Wet kinderopvang;
- e.
activiteiten gericht op het opstellen en uitvoeren van de resultaatafspraken voor- en vroegschoolse educatie;
- f.
activiteiten gericht op het coachen van pedagogisch medewerkers op grond van de Wet kinderopvang of het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; of
- g.
activiteiten gericht op het gebruik van een voorschools educatieprogramma.
Artikel 6:6:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan houders van kindercentra met voorschoolse educatie in Den Haag, die als zodanig is ingeschreven in het LRK en beschikt over een in Den Haag gevestigde locatie met voorschoolse educatie.
Artikel 6:6:4 Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie bedraagt maximaal per kindercentrum per kalenderjaar:
- a.
een bedrag per locatie, die de aanvrager in gebruik heeft als kindercentrum met voorschoolse educatie, gebaseerd op het aantal aangeboden contracturen volgens de volgende staffel:
- 1°
van 400 tot 6.000 contracturen: € 10.850,-;
- 2°
van 6.001 tot 13.000 contracturen: € 21.700,-:
- 3°
van 13.001 tot 20.000 contracturen: € 32.550,-;
- 4°
van 20.001 tot 28.000 contracturen: € 43.400,-;
- 5°
van 28.001 tot 36.000 contracturen: € 54.250; en
- 6°
voor elke volgende duizend uur: € 1.500,-;
- 1°
- b.
€ 4,40 per contractuur van een doelgroepkind aan wie de aanvrager voorschoolse educatie aanbiedt tot een maximum van 640 uur op jaarbasis en waarbij het doelgroepkind tenminste 400 uur deelneemt;
- c.
de maximum uur prijs per contractuur van een doelgroepkind aan wie de aanvrager voorschoolse educatie aanbiedt met een maximum van 640 uur op jaarbasis en waarbij het doelgroepkind tenminste 400 uur deelneemt; en
- d.
een kindercentrum dat gedurende het jaar voorschoolse educatie gaat aanbieden, kan ter overbrugging een subsidie aanvragen op basis van de nog te realiseren contracturen in het lopende jaar.
- a.
-
2. Voor het bepalen van de maximale subsidie wordt de prognose van het kindercentrum voor het totaal aantal contracturen van doelgroepkinderen voor het jaar waarvoor aangevraagd wordt als uitgangspunt genomen.
-
3. De subsidie als in artikel 6:6:4, eerste lid, onder b en c, kan op aanvraag van de houder in april en oktober van het jaar waar de subsidie op ziet worden verhoogd. De basis van die verhoging wordt gevormd door het totaal aantal aangeboden contracturen door de houder, zoals blijkt uit het gemeentelijk registratiesysteem.
Artikel 6:6:5 Verplichtingen
Onverminderd artikel 8:1 gelden voor de subsidieontvanger op grond van deze paragraaf de volgende verplichtingen:
- a.
de subsidieontvanger is aangesloten op en werkt met het gemeentelijk registratiesysteem; en
- b.
de subsidieontvanger hanteert een maximum uurtarief voor voorschoolse educatie dat lager of gelijk is aan de maximum uurprijs.
Artikel 6:6:6 Verlenging deelname voorschoolse educatie
-
1. In afwijking van de definitie van doelgroepkind kan de houder van een kindercentrum met voorschoolse educatie de periode van voorschoolse educatie voor een kind van 48 maanden eenmalig verlengen met maximaal drie maanden tot uiterlijk 51 maanden, zonder toestemming van de gemeente, indien dit in het belang is van de ontwikkeling van het kind.
-
2. Een verlenging van de voorschoolse educatie in de leeftijd van 51 tot 53 maanden is alleen toegestaan op aanvraag van de houder, na schriftelijke toestemming van het college en uitsluitend indien het belang van de ontwikkeling van het kind dit vereist.
Artikel 6:6:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend één van de tijdvakken overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid.
Paragraaf 6.7 Kinderopvang: Toegang tot een peutervoorziening
Artikel 6:7:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bieden van toegang tot een peutervoorziening voor alle Haagse peuters om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:7:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor één of meer van de onderstaande activiteiten:
- a.
het aanbieden van de gecontracteerde uren voor een peuter op een peutervoorziening door de houder van een kindercentrum;
- b.
activiteiten gericht op het realiseren van een goede start van peuters naar het basisonderwijs; of
- c.
activiteiten die de bekendheid met een peutervoorziening bij ouders vergroten.
Artikel 6:7:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een houder van een kindercentrum met een locatie in Den Haag en die als zodanig geregistreerd is in het LRK, voor een peuter die geen doelgroepindicatie voorschoolse educatie heeft en van wie de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
Artikel 6:7:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie in aanmerking komen de kosten van de gecontracteerde uren die onder de maximum uurprijs blijven van een peutervoorziening, voor maximaal 8 uur per week, met een maximum van 416 uur per kalenderjaar, voor een Haagse peuter die voor meer dan 240 contracturen op jaarbasis, evenredig verdeeld over ten minste 38 weken, bij een volledig kalenderjaar staat ingeschreven.
Artikel 6:7:5 Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie bedraagt de maximum uurprijs, vermenigvuldigd met het aantal contracturen, verminderd met de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, zoals opgenomen in de VNG-Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang voor het betreffende kalenderjaar.
-
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor een peuter van wie de ouders in bezit zijn van een Ooievaarspas, de maximum uurprijs, vermenigvuldigd met het aantal contracturen.
Artikel 6:7:6 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van deze paragraaf geldt per kalenderjaar een subsidieplafond van € 300.000,-.
Artikel 6:7:7 Wijze van verdeling
-
1. Het college verleent subsidies aangevraagd in de periode genoemd in artikel 2:2, eerste lid onder a waarbij het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond naar rato van het aantal aangeboden contracturen van peutervoorzieningen.
-
2. Het college verleent subsidies aangevraagd in de periode genoemd in artikel 2:2, eerste lid onder b als volgt:
- a.
honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats in volgorde van indiening bij het college, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt;
- b.
als de aanvrager krachtens artikel 4:5, van de Awb de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de subsidieaanvraag de datum waarop de subsidieaanvraag volledig is ingediend.
- a.
Artikel 6:7:8 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in één van de tijdvakken overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid.
Paragraaf 6.8 Nieuwkomers primair onderwijs
Artikel 6:8:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het voor nieuwkomers vergroten van de kansen op instroom in het primair onderwijs en deelname aan de Nederlandse samenleving, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:8:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het in stand houden van een gemeentebreed netwerk van onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers in het primair onderwijs in Den Haag op basis van het kaderdocument nieuwkomers primair onderwijs en die:
- a.
gericht zijn op het ondersteunen en begeleiden van nieuwkomers die ingeschreven zijn op een Haagse basisschool;
- b.
gericht zijn op het bevorderen van de instroom in het regulier onderwijs;
- c.
gericht zijn op Nederlands taalonderwijs;
- d.
niet gerealiseerd kunnen worden uit de Rijksbekostiging voor intensief NT2 onderwijs aan nieuwkomers; en
- e.
in lijn zijn met de afspraken tussen schoolbesturen voor het primair onderwijs die nieuwkomersonderwijs aanbieden, zoals jaarlijks door de betrokken schoolbesturen vastgelegd in een stedelijk plan nieuwkomersonderwijs primair onderwijs en overeengekomen in de Haagse Onderwijskamer.
Artikel 6:8:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen die in Den Haag voorzien in nieuwkomersonderwijs, zoals vastgelegd in een 'stedelijk plan Nieuwkomersonderwijs primair onderwijs' die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer worden aangewezen.
Artikel 6:8:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:8:2 bedraagt maximaal € 2.500.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:8:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:8:2 geldt een subsidieplafond van € 2.500.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:8:6 Wijze van verdeling
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt overeenkomstig de begroting aangeleverd als onderdeel van het stedelijk plan nieuwkomers primair onderwijs.
Artikel 6:8:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.9 Nieuwkomers voorgezet onderwijs
Artikel 6:9:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het voor nieuwkomers vergroten van de kansen op instroom in het voortgezet onderwijs en deelname aan de Nederlandse samenleving, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:9:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het in stand houden van een gemeentebreed netwerk van onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers in het voortgezet onderwijs in Den Haag op basis van het kaderdocument nieuwkomers voortgezet onderwijs en die:
- a.
gericht zijn op het ondersteunen en begeleiden van nieuwkomers die ingeschreven zijn op een Haagse school;
- b.
gericht zijn op het bevorderen van de instroom in het regulier onderwijs;
- c.
gericht zijn op Nederlands taalonderwijs;
- d.
die niet gerealiseerd kunnen worden uit de Rijksbekostiging voor intensief NT2 onderwijs aan nieuwkomers; en
- e.
in lijn zijn met de stedelijke afspraken over nieuwkomersonderwijs, zoals jaarlijks door de betrokken schoolbesturen vastgelegd in een 'stedelijk plan Nieuwkomersonderwijs voortgezet onderwijs en overeengekomen in de Haagse Onderwijskamer.
Artikel 6:9:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen die in Den Haag internationale schakelklassen verzorgen, zoals opgenomen in het stedelijk plan nieuwkomersonderwijs voortgezet onderwijs die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer worden aangewezen.
Artikel 6:9:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:9:2 bedraagt maximaal € 800.000.- per kalenderjaar.
Artikel 6:9:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:9:2 geldt een subsidieplafond van € 800.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:9:6 Wijze van verdeling
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt overeenkomstig de begroting aangeleverd als onderdeel van het 'stedelijk plan nieuwkomers voortgezet onderwijs’.
Artikel 6:9:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.10 Passend onderwijs en jeugdhulp
Artikel 6:10:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het vergroten van de onderwijskansen van kinderen met leer- en ondersteuningsbehoeften door het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en speciaal onderwijs en jeugdhulp, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:10:2 Activiteiten
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de ontwikkeling en uitvoering van activiteiten, die bijdragen aan:
- a.
het verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en kinderopvang;
- b.
het ontwikkelen en uitvoeren van onderwijs-zorgvoorzieningen in een school; of
- c.
het voorkomen of terugdringen van thuiszitters, en kinderen zonder schoolinschrijving.
Artikel 6:10:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan het bestuur van een samenwerkingsverband voor primair of voortgezet onderwijs in Den Haag.
Artikel 6:10:4 Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:10:2 bedraagt voor een samenwerkingsverband voor primair onderwijs maximaal € 403.750, - per aanvrager per kalenderjaar.
-
2. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:10:2 bedraagt voor een samenwerkingsverband voor voortgezet onderwijs maximaal € 793.750, - per aanvrager per kalenderjaar.
Artikel 6:10:5 Subsidieplafond
Het college stelt voor subsidieverlening op grond van artikel 6:10:2 per kalenderjaar een subsidieplafond van € 1.197.500,- vast, met deelplafonds van:
- a.
€ 403.750,- voor een samenwerkingsverband voor primair onderwijs;
- b.
€ 793.750,- voor een samenwerkingsverband voor voortgezet onderwijs.
Artikel 6:10:6 Wijze van verdeling
-
1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij het college totdat het subsidieplafond is bereikt.
-
2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de subsidieaanvraag de datum waarop de subsidieaanvraag volledig is aangevuld.
Artikel 6:10:7 Aanvraag subsidie
In aanvulling op artikel 2:1 bevat de aanvraag ook een plan van aanpak, waarin is opgenomen:
- a.
een probleemanalyse en een beschrijving van de doelgroep, waarbij de aanvrager onderbouwt waarom de voorgestelde activiteiten nodig zijn;
- b.
een activiteitenplan waarin de activiteiten, mijlpalen en beoogde resultaten worden beschreven inclusief de wijze waarop het effect zichtbaar wordt gemaakt;
- c.
een monitoring- en evaluatieplan met een beschrijving welke indicatoren worden gemonitord en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd; en
- d.
een begroting en financiële onderbouwing met de kosten per activiteit.
Artikel 6:10:8 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 6.11 Realiseren doorgaande leerlijnen, loopbaanontwikkeling en overstap vo–mbo–hbo
Artikel 6:11:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen dat alle leerlingen uit het voortgezet onderwijs voldoende geïnformeerd zijn om op basis van hun capaciteiten en voorkeur door te stromen naar het middelbaar of hoger beroepsonderwijs, werk of dagbesteding van hun keuze, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:11:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten gericht op:
- a.
studiekeuzebegeleiding en loopbaanontwikkeling voor leerlingen in het voortgezet onderwijs, waarmee zij kennis kunnen maken met verschillende beroepen, met daarbij specifieke aandacht voor de vitale sectoren met arbeidsmarkttekorten;
- b.
leerlingen en studenten van alle Haagse scholen in het vo en mbo die de overstap naar het mbo en hbo in de regio Haaglanden maken;
- c.
het ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie die de stap maken naar werk of dagbesteding in de regio Haaglanden;
- d.
het structuren, verbinden en duurzaam borgen van activiteiten binnen de Haagse onderwijscontext gericht op studiekeuzebegeleiding en loopbaanontwikkeling; en
- e.
het instandhouden en doorontwikkelen van VOROC.
Artikel 6:11:3 Doelgroep
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:11:2 wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen.
Artikel 6:11:4 Hoogte van de subsidie
De subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:11:2 bedraagt maximaal € 817.000,- voor kalenderjaar 2027.
Artikel 6:11:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:11:2 geldt voor kalenderjaar 2027 een subsidieplafond van € 817.000,-.
Artikel 6:11:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 6:12 Schoolmaatschappelijk werk+ in het mbo
Artikel 6:12:1 Doel van de subsidie
Deze subsidie heeft tot doel het versterken van de zorgstructuur in het mbo, gericht op het voorkomen van schooluitval, zorg dragen voor welzijn en het waar nodig doorverwijzen van studenten naar passende hulpverlening, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b en d, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:12:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het bieden van schoolmaatschappelijk werk+ op Haagse locaties van een mbo met als doel het bieden van kortdurende ondersteuning en het doorgeleiden van studenten en ouders naar zorg- en hulpverlening.
Artikel 6:12:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een mbo-instelling met een hoofdvestiging in Den Haag en meer dan één vestiging in Den Haag.
Artikel 6:12:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van artikel 6:12:2 bedraagt maximaal € 311.000,- per aanvrager, per kalenderjaar.
Artikel 6:12:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:12:1 geldt een subsidieplafond van € 311.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:12:6 Wijze van verdeling
-
1. Het college verleent de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de subsidieaanvraag de datum waarop de subsidieaanvraag volledig is aangevuld.
Artikel 6:12:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 6.13 Schoolsportclub
Artikel 6:13:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het verlagen van de drempel voor leerlingen in het speciaal onderwijs in Den Haag om deel te nemen aan een schoolsportclub, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:13:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het stimuleren van naschoolse sportactiviteiten voor leerlingen op een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 6:13:3 Doelgroep
Subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:13:2 wordt uitsluitend verstrekt aan de schoolbesturen van speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 6:13:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten op grond van artikel 6:13:2 bedraagt maximaal € 32.000,- per school per kalenderjaar.
Artikel 6:13:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:13:2 geldt een subsidieplafond van € 280.250,- per kalenderjaar.
Artikel 6:13:6 Wijze van verdeling
Wanneer het totaalbedrag van de voor honorering in aanmerking komende aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 6:13:2 het vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, verleent het college de subsidie naar rato van de aanvragen.
Artikel 6:13:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Artikel 6:13:8 Aanvraag subsidie
In aanvulling op artikel 2:1 bevat de aanvraag ook een begroting.
Paragraaf 6.14 Schoolsportcoördinatie
Artikel 6:14:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is leerlingen in het primair onderwijs in Den Haag tijdens en na schooltijd met plezier meer te laten bewegen, in aanvulling op de reguliere lessen lichamelijke opvoeding van 1,5 uur per week, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:14:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de inzet van minimaal twee uren lichamelijke opvoeding door een vakleerkracht lichamelijke opvoeding die, naschools of in aanvulling op het reguliere aantal van 1,5 lesuren per week aan lichamelijke opvoeding, wordt aangeboden.
Artikel 6:14:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen, ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs met de hoogste achterstandsscore met drempel.
Artikel 6:14:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6:14:2 bedraagt maximaal € 5.000,- per school per kalenderjaar.
Artikel 6:14:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:14:3 geldt een subsidieplafond van € 510.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:14:6 Wijze van verdeling
Wanneer het totaal van de te honoreren aanvragen het vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, komen de aanvragen op volgorde van achterstandsscore met drempel, van hoog naar laag, voor subsidie in aanmerking.
Artikel 6:14:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.15 Sport- en beweegclub
Artikel 6:15:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is dat leerlingen uit Den Haag die niet of nauwelijks in contact komen met sport, kennis kunnen maken met verschillende sporten en worden gestimuleerd om aan sport deel te nemen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:15:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van sportplannen waarmee leerlingen kennis kunnen maken met verschillende sporten, hun talent daarvoor kunnen ontdekken en het plezier in sport gestimuleerd wordt in aanvulling op het minimaal aantal verplichte uren lichamelijke opvoeding, waarbij:
- a.
met sportverenigingen en andere maatschappelijke sportorganisaties wordt samengewerkt;
- b.
de aanvrager minimaal 8 uren naschoolse sport per week organiseert; en
- c.
de uren naschoolse sport door een vakleerkracht lichamelijke opvoeding worden georganiseerd of uitgevoerd.
Artikel 6:15:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen in het voortgezet onderwijs ten behoeve van een in Den Haag gevestigde school met minimaal 180 leerlingen.
Artikel 6:15:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 6:15:2 bedraagt per kalenderjaar maximaal € 40.000,- per school en per aanvraag.
Artikel 6:15:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:15:2 geldt een subsidieplafond van € 600.000,-.
Artikel 6:15:6 Wijze van verdeling
-
1. Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op de volgende wijze:
- a.
als eerste verleent het college subsidie aan scholen voor praktijkonderwijs;
- b.
vervolgens verleent het college subsidie op volgorde van de achterstandsscore per school in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij de hoogste schoolscore bovenaan de ranglijst staat.
- a.
-
2. Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond, verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Artikel 6:15:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.16 Sportexploitatie voor Haagse Sporttuinen
Artikel 6:16:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het exploiteren van een Haagse Sporttuin, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:16:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de exploitatie van een Haagse sporttuin.
Artikel 6:16:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur dat ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs een Haagse Sporttuin exploiteert.
Artikel 6:16:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie in aanmerking komen de volgende kosten:
- a.
de inhuur van een coördinator;
- b.
de inhuur van in een specifieke sport gekwalificeerde trainers;
- c.
de aanschafkosten van sportmaterialen;
- d.
voor promotie;
- e.
voor verzekeringen;
- f.
voor nutsvoorzieningen; en
- g.
verschuldigde onroerendezaakbelasting.
Artikel 6:16:5 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 6:16:2 bedraagt per kalenderjaar maximaal € 127.500,- per aanvraag.
Artikel 6:16:6 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:16:2 geldt een subsidieplafond van € 585.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:16:7 Wijze van verdeling
Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond verleent het college de subsidie naar rato van de aangevraagde bedragen.
Artikel 6:16:8 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.17 Sociaal-Emotioneel Leren
Artikel 6:17:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het primair onderwijs, zodat zij leren omgaan met hun eigen gevoelens en die van anderen en zich ontwikkelen tot sociaal vaardige en evenwichtige personen, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b en d, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:17:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor:
- a.
programma’s en activiteiten die bijdragen aan de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs;
- b.
activiteiten die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- 1°
kinderen leren hun gevoelens herkennen, verwoorden en reguleren;
- 2°
er is aandacht voor psychosociaal welzijn, zoals zelfvertrouwen, weerbaarheid, omgaan met stress en sociale relaties;
- 3°
minder mondige of kwetsbare leerlingen worden actief bereikt en ondersteund;
- 4°
het programma biedt bij voorkeur een doorgaande lijn tot groep 8; en
- 5°
de uitvoering ligt bij professionals zoals een vakleerkracht gedrag en sociaal emotioneel leren, kindercoach, sociaal werker, pedagoog of daartoe opgeleide aanbieder.
- 1°
Artikel 6:17:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een schoolbestuur voor primair onderwijs ten behoeve van in Den Haag gevestigde scholen.
Artikel 6:17:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie op grond van de activiteiten genoemd in artikel 6:17:2 bedraagt maximaal € 15.000,- per school per kalenderjaar.
Artikel 6:17:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:17:2 geldt een subsidieplafond van € 750.000,-.
Artikel 6:17:6 Wijze van verdeling
-
1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van een door het college aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. De rangschikking van de aanvragen vindt plaats in de navolgende volgorde:
- a.
als eerste verleent het college subsidie aan scholen voor speciaal basisonderwijs;
- b.
vervolgens verleent het college subsidie op volgorde van de achterstandsscore zonder drempel, zoals vastgesteld voor het kalenderjaar voorafgaand aan het subsidiejaar, waarbij de aanvragen voor een school met de laagste score als eerste worden gerangschikt.
- a.
Artikel 6:17:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 6.18 Zomerscholen primair onderwijs
Artikel 6:18:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het bevorderen van gelijke onderwijskansen en het stimuleren van de brede ontwikkeling van Haagse leerlingen in het primair onderwijs die, kans op, een (leer)achterstand hebben en hen de mogelijkheid te geven deze in de zomervakantie in te lopen. Hiermee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder b, genoemde doelstellingen.
Artikel 6:18:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten ten behoeve van een brede ontwikkeling van de leerlingen waarbij:
- a.
leerlingen gedurende een periode van minimaal twee en maximaal drie weken en voor minimaal drie dagen per week de gelegenheid wordt geboden om reeds opgedane kennis en vaardigheden te onderhouden en verder uit te bouwen;
- b.
leerlingen kennis, vaardigheden en competenties opdoen die nodig zijn om te kunnen participeren in de samenleving en te kunnen functioneren in het toekomstige beroepsleven, waarbij de nadruk ligt op de verwerving van de Nederlandse taal;
- c.
leerlingen de mogelijkheid van persoonlijke vorming krijgen door te ontdekken ‘wie ben ik, wat kan ik en wie wil ik zijn?’, met voldoende aanbod rondom sport, muziek, techniek, kunst en cultuur;
- d.
de toegankelijkheid voor alle leerlingen, ongeacht op welke reguliere basisschool zij zijn ingeschreven, is gewaarborgd; en
- e.
bij voorkeur gebruik wordt gemaakt van aanbieders die actief zijn in de wijk.
Artikel 6:18:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan schoolbesturen met in Den Haag gevestigde scholen voor primair onderwijs die ten behoeve van het stadsdeel waar zij gevestigd zijn een zomerschool organiseren in een coalitie van tenminste drie scholen.
Artikel 6:18:4 Hoogte van de subsidie
Subsidie voor activiteiten op grond van artikel 6:18:2 voor het kalenderjaar 2027 bedraagt maximaal € 500,- per deelnemende leerling met een minimum van 75 deelnemende leerlingen, tot een maximum van € 50.000,- per aanvraag.
Artikel 6:18:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 6:18:2 geldt een subsidieplafond van € 500.000,- per kalenderjaar.
Artikel 6:18:6 Wijze van verdeling
-
1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van een door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. De rangschikking vindt plaats op basis van het aantal leerlingen met een achterstandsscore boven de drempel per schoolbestuur, waarbij aanvragen van schoolbesturen met het hoogste aantal leerlingen op scholen in Den Haag als eerste worden gerangschikt.
-
3. De rangschikking van de aanvragen vindt plaats in de navolgende volgorde:
- a.
schoolbesturen met 8.501 of meer leerlingen op een school met een achterstandsscore met drempel. Voor deze categorie geldt dat een schoolbestuur voor maximaal vier coalities een aanvraag kan indienen;
- b.
schoolbesturen met 6.001 tot en met 8.500 leerlingen op een school met een achterstandsscore met drempel. Voor deze categorie geldt dat een schoolbestuur voor maximaal twee coalities een aanvraag kan indienen;
- c.
schoolbesturen met 3.501 tot en met 6.000 leerlingen op een school met een achterstandsscore met drempel. Voor deze categorie geldt dat een schoolbestuur voor maximaal twee coalities een aanvraag kan indienen;
- d.
schoolbesturen met 1.000 tot en met 3.500 leerlingen op een school met een achterstandsscore met drempel. Voor deze categorie geldt dat een schoolbestuur voor maximaal één coalitie een aanvraag kan indienen.
- a.
-
4. Wanneer het subsidieplafond wordt overschreden, worden de bedragen tussen de aanvragers binnen de laatste categorie waarvoor nog middelen beschikbaar zijn evenredig verdeeld.
Artikel 6:18:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Artikel 6:18:8 Aanvraag subsidie
In aanvulling op artikel 2:1 bevat de aanvraag ook een begroting.
Hoofdstuk 7 Subsidie voor professionals in positie
Paragraaf 7.1 Arbeidsmarktstrategie
Artikel 7:1:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is het werven en behouden van onderwijsprofessionals voor het Haagse voortgezet onderwijs, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder c, genoemde doelstellingen.
Artikel 7:1:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor één programma met activiteiten voor het Haagse voortgezet onderwijs, die gericht zijn op:
- a.
het werven van mensen van buiten het onderwijs die willen werken als leraar, het promoten van het beroep van leraar onder jongeren, het stimuleren en organiseren van trajecten gericht op het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor leraren; of
- b.
een begeleidings- en professionaliseringsaanbod voor beginnende leraren.
Artikel 7:1:3 Doelgroep
Subsidie wordt activiteiten als bedoeld in artikel 7:1:2 uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen om deze activiteiten uit te voeren.
Artikel 7:1:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt per kalenderjaar maximaal per aanvrager:
- a.
€ 250.000,- voor activiteiten op grond van 7:1:2 onder a;
- b.
€ 250.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 7:1:2, onder b.
Artikel 7:1:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 7:1:2 geldt een subsidieplafond van € 500.000,- per kalenderjaar.
Artikel 7:1:6 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 7:2 Inzet studenten in het primair en voortgezet onderwijs
Artikel 7:2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is om de werkdruk van leraren op scholen in Den Haag te verlagen en hen te ondersteunen in de klas bij het voorkomen en aanpakken van onderwijsachterstanden, waarmee wordt bijgedragen aan de in artikel 1:3, onder c, genoemde doelstellingen.
Artikel 7:2:2 Activiteiten
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die:
- a.
gericht zijn op de werving, matching, scholing en begeleiding van studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs;
- b.
gericht zijn op het inzetten van studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs;
- c.
gericht zijn op het monitoren van deelnemende scholen en studenten om hun inzet en effectiviteit van deze studenten voor het onderwijs te verbeteren; en
- d.
extra studentondersteuning bieden aan scholen.
Artikel 7:2:3 Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan één rechtspersoon, die door het college op advies van de Haagse Onderwijskamer wordt aangewezen om voor alle in Den Haag gevestigde scholen voor primair en voortgezet onderwijs de activiteiten zoals bedoeld in artikel 7:3:1 te organiseren.
Artikel 7:2:4 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten op grond van artikel 7:2:2 bedraagt maximaal € 400.000,- per aanvraag per kalenderjaar.
Artikel 7:2:5 Subsidieplafond
Voor subsidieverlening op grond van artikel 7:2:2 geldt een subsidieplafond van € 400.000,- per kalenderjaar.
Artikel 7:2:6 Verplichtingen
Onverminderd artikel 8:1 gelden voor de subsidieontvanger op grond van deze paragraaf de volgende verplichtingen:
- a.
de rechtspersoon werkt samen met scholen voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en universiteiten ten behoeve van de werving van minimaal 50 studenten per kalenderjaar;
- b.
de rechtspersoon draagt zorg voor de matching van studenten met scholen;
- c.
de rechtspersoon biedt training en begeleiding aan studenten;
- d.
de rechtspersoon neemt het werkgeversrisico voor de deelnemende studenten voor haar rekening; en
- e.
de rechtspersoon monitort in samenwerking met een hogeschool de effecten van het project.
Artikel 7:2:7 Aanvraagtermijn
Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder b.
Hoofdstuk 8 Verplichtingen en betaling
Artikel 8:1 Verplichtingen
Onverminderd de artikelen 4:37 van de Awb en artikel 12 tot en met 14 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
de subsidieontvanger werkt mee aan inhoudelijk onderzoek ten behoeve van monitoring en evaluatie; en
- b.
de subsidieontvanger stelt, op verzoek van het college, de ervaringen en ontwikkelde producten ter beschikking aan andere scholen of instellingen.
Artikel 8:2 Bevoorschotting
Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze:
- a.
Subsidies aangevraagd in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder a worden in februari voor 60 % en in juli voor 40% van de verleende subsidie bevoorschot;
- b.
Subsidies aangevraagd in het tijdvak overeenkomstig artikel 2:2, eerste lid, onder b, worden met 100% van de verleende subsidie in één keer bevoorschot; en
- c.
Subsidies aangevraagd op grond van de artikelen 6:6:1 en 6:7:1 worden met 90% van de verleende subsidie in 12 maandelijkse termijnen bevoorschot.
Hoofdstuk 9 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf
Artikel 9:1 Wijze van verantwoorden
In aanvulling op artikel 17, vierde en vijfde lid, van de ASV bevat de aanvraag tot vaststelling bij subsidies verleend ten behoeve van de sector kinderopvang tevens:
- a.
een bestuurs- of directieverklaring volgens het door het college vastgesteld model, waarmee de rechtspersoon verklaart dat de verantwoording juist en volledig is en of de subsidie rechtmatig en doelmatig is besteed conform de relevante wettelijke bepalingen en de verleningsbeschikking; en
- b.
een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV met daarin per locatie het aantal deelnemende peuters met en zonder Ooievaarspas, het totaal aantal contracturen en het totaal van de ontvangen ouderbijdrage, voor het betreffende kalenderjaar.
Hoofdstuk 10 Overige bepalingen
Artikel 10:1 Evaluatie
Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk 31 juli 2029.
Artikel 10:2 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10:3 Intrekking
De Subsidieregeling peutervoorzieningen Den Haag 2025, Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024, Subsidieregeling primair onderwijs Den Haag 2024, Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2024 en de Subsidieregeling middelbaar beroepsonderwijs Den Haag 2022 worden met ingang van 1 november 2026 ingetrokken.
Artikel 10:4 Overgangsrecht
De bepalingen van de Subsidieregeling peutervoorzieningen Den Haag 2025, Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024, Subsidieregeling primair onderwijs Den Haag 2024, Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2024 en de Subsidieregeling middelbaar beroepsonderwijs Den Haag 2022 blijven van toepassing op subsidies die vóór 1 november 2026 zijn aangevraagd op basis van die subsidieregelingen.
Artikel 10:5 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026.
Ondertekening
Den Haag, 26 mei 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
Bijlage bij artikel 1.1 van deze regeling
Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- -
achterstandsscore: score van een school, niet zijnde een school voor speciaal (voortgezet) onderwijs, op basis van het risico op onderwijsachterstand welke jaarlijks door het CBS wordt berekend aan de hand van de onderwijsscore voor de leerlingen die op de teldatum op een school zijn ingeschreven;
- -
achterstandsscore met drempel: achterstandsscore van een basisschool of school voor voortgezet onderwijs na aftrek van een drempelscore zoals gepubliceerd door het CBS overeenkomstig artikel 18, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 5, derde lid, Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs;
- -
achterstandsscore zonder drempel: score, volgens berekeningen van het CBS, van een basisschool of school voor voortgezet onderwijs waarbij alle leerlingen op de basisschool die behoren tot de 15% leerlingen van alle basisscholen met de laagste onderwijsscore van Nederland;
- -
applicatie: systeem dat het proces ondersteunt voor het uniform registreren, verwerken en inzichtelijk maken van aanmeldingen, plaatsingen en overdrachten bij het aanmeldbeleid voor het primair onderwijs en de overstap van het primair naar het voortgezet onderwijs;
- -
ASV: Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;
- -
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- -
basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de WPO;
- -
bevoegd gezag: rechtspersoon die een school in stand houdt;
- -
BOVO-procedure: proces dat het programmabureau BOVO Haaglanden organiseert voor de overstap van Basis Onderwijs naar Voortgezet Onderwijs, om alle leerlingen uit het basisonderwijs gelijktijdig in te schrijven op de school voor voortgezet onderwijs van hun voorkeur;
- -
Brochure Vonk: brochure, gericht op het primair onderwijs, uitgegeven door kenniscentrum cultuureducatie CultuurSchakel met het gebundelde aanbod van instellingen, die gericht zijn op beeldende kunst, muziek, theater, mode, letteren, spoken word, film, dans, design, games, urban, cultuureducatie en -participatie of een andere vorm van kunst of cultuur;
- -
brugfunctionaris: functionaris die de verbinding zowel binnen als buiten de school legt tussen ouders, school en instanties en partners in de wijk en die de ouders bijstaat en helpt bij diverse vraagstukken die niet direct onderwijs gerelateerd zijn;
- -
CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek is het officiële statistiekbureau van Nederland, verzamelt en publiceert cijfers over Nederland, zoals over bevolking, economie en werk;
- -
coalitie: samenwerking van tenminste 3 scholen, eventueel aangevuld met een maatschappelijke instelling die zich richt op het bevorderen van het sociaal en geestelijk welbevinden, de zelfredzaamheid en de participatie van mensen in de samenleving;
- -
college: college van burgemeester en wethouders van Den Haag;
- -
contracturen: aantal uren kinderopvang per jaar dat is overeengekomen met de ouders;
- -
Dag van Voorschool: dag voor de promotie van voorschoolse educatie op kinderopvanglocaties voor ouders en kinderen;
- -
doelgroepindicatie: verwijzing op basis van indicatiestelling voor een kind naar voorschoolse educatie volgens de definitie van een doelgroepkind;
- -
doelgroepkind: kind woonachtig in Den Haag met een indicatiestelling voor- en vroegschoolse educatie van de jeugdgezondheidszorg waarbij één of meer van de volgende criteria op het kind van toepassing zijn:
- a.
het opleidingsniveau van één of beide ouders is lager dan mbo-2 niveau;
- b.
de thuistaal is een andere taal dan Nederlands en de ouder die met de dagelijkse zorg is belast, heeft een opleidingsniveau lager dan mbo-2 niveau. Kinderen die geen Nederlandstalig onderwijs zullen volgen zijn hierop uitgezonderd;
- c.
er is een taalontwikkelingsachterstand of een risico hierop, vastgesteld door de jeugdgezondheidszorg en deze achterstand is niet te wijten aan in het kind gelegen factoren;
- a.
- -
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, levert onder andere onderwijsdata en statistieken;
- -
Expeditie C: brochure, gericht op het voortgezet onderwijs, uitgegeven door kenniscentrum cultuureducatie CultuurSchakel met het gebundelde aanbod van culturele instellingen in Den Haag;
- -
gebiedsgerichte samenwerking: samenwerking tussen partijen die wordt vormgegeven vanuit de specifieke kenmerken en opgaven van een gebied, met ruimte voor maatwerk;
- -
geïntegreerde onderwijs zorgvoorzieningen: voorzieningen waarin onderwijs en zorg samen en in afstemming met elkaar worden georganiseerd en afgestemd om kinderen en jongeren met extra ondersteuningsbehoeften optimale ontwikkelkansen te bieden;
- -
gemeentelijk registratiesysteem: systeem ten behoeve van betalingen aan een houder, het uitwisselen van gegevens tussen gemeente en houder en het monitoren van aantallen doelgroepkinderen op kindercentra en kindercentra met voorschoolse educatie;
- -
Haagse Onderwijskamer: bestuurlijk overleg tussen het college en de bevoegde gezagsorganen van scholen en houders, zoals bedoeld in artikel 161 van de WPO en artikel 3.42 van de WVO;
- -
Haagse regio: Den Haag en aangrenzende gemeenten;
- -
Haagse Sporttuin: door een school geëxploiteerde laagdrempelige sportvoorziening, die niet onder de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 valt;
- -
hbo: Hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- -
HEA: Haagse Educatieve Agenda 2026-2032 met daarin opgenomen het onderwijsbeleid voor Den Haag;
- -
houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert;
- -
indicatiestelling: proces waarbij wordt vastgesteld of een kind tussen de 2,5 en 4 jaar een verhoogd risico heeft op een onderwijsachterstand en daarom in aanmerking komt voor deelname aan voorschoolse educatie;
- -
internationale schakelklas: voorziening voor nieuwkomers tussen de 12 en 17 jaar in het voortgezet onderwijs die in één tot twee jaar klassikaal de Nederlandse taal leren;
- -
jaarplan: een door de aanvrager opgesteld plan voor een kalenderjaar waarin de voorgenomen activiteiten, doelstellingen en beoogde resultaten zijn beschreven. Het jaarplan maakt inzichtelijk op welke wijze de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van de subsidieregeling;
- -
JGZ: jeugdgezondheidszorg is de ondersteuning van ouders, verzorgers en kinderen en jongeren tot 23 jaar op het gebied van gezondheid, opvoeden en opgroeien;
- -
jongere: persoon tussen de 12 en 23 jaar oud;
- -
jongeren in een kwetsbare positie: jongeren die uitstromen uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs, vmbo-basis en entree-onderwijs naar vervolgonderwijs, werk of dagbesteding;
- -
kaderdocument nieuwkomers primair onderwijs: gezamenlijk kader voor basisscholen, schoolbesturen en het college om te zorgen voor een afgestemde, zorgvuldige en kwalitatieve aanpak van onderwijs aan nieuwkomers die recent in Nederland zijn gekomen en de Nederlandse taal nog niet of beperkt beheersen;
- -
kindercentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- -
kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- -
kinderopvang met voorschoolse educatie: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, met daarbij één of meer lokalen waar voorschoolse educatie aan peuters wordt aangeboden;
- -
kinderopvangtoeslag: tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; van de Wet kinderopvang in de kosten van kinderopvang;
- -
kindplaats: aantal kinderen dat tegelijkertijd mag worden opgevangen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang;
- -
kopklas: voorziening met de duur van één schooljaar voor leerlingen na groep 7 of 8 die goed kunnen leren, maar door een taalachterstand niet de resultaten halen behorend bij hun capaciteiten;
- -
LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register als bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- -
locatie: plek waar een houder kinderopvang aanbiedt met een uniek LRK-nummer als bedoeld in artikel 1.47b, derde lid, van de Wet kinderopvang;
- -
locatie met voorschoolse educatie: plek waar de houder kinderopvang met voorschoolse educatie aanbiedt met een uniek LRK-nummer zoals beschreven in de Wet kinderopvang;
- -
maximum uurprijs: maximum uurprijs als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit kinderopvangtoeslag;
- -
instelling voor het mbo: Middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- -
naschoolse activiteit: gestructureerde bezigheid die direct na schooltijd plaatsvindt, gericht op de ontwikkeling, talentontplooiing en ontspanning van kinderen. Het aanbod varieert van sport en cultuur tot techniek en educatie en wordt vaak georganiseerd in samenwerking met scholen en externe partners;
- -
naschoolse sportactiviteiten: sport- en spelactiviteiten die direct na de reguliere onderwijstijd worden aangeboden, vaak op of nabij de school;
- -
nieuwkomer: nieuwkomer zoals bedoeld in artikel 193a van de WPO of in artikel 9.3a van de WVO;
- -
NNCA-leerling: leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, conform de definitie en berekeningen door Dienst Uitvoering Onderwijs, het uitvoeringsorgaan van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- -
NT2: Nederlands als tweede taal;
- -
onderwijslocatie: fysieke locatie (adres) waar, door of namens een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling, onderwijs wordt verzorgd, zoals geregistreerd bij Dienst Uitvoering Onderwijs, en behorend tot een school of vestiging in de zin van de onderwijswetgeving;
- -
onderwijsscore: cijfermatige indicatie van het verwachte risico op onbenut potentieel tot leren van een individuele leerling, die op basis van statistische gegevens door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt bepaald;
- -
onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers: onderwijsplek maximaal twee jaar door het Rijk en het college bekostigd, waar nieuwkomers groepsgewijs intensieve, taalgerichte begeleiding krijgen zodat zij kunnen doorstromen naar regulier onderwijs;
- -
Ooievaarspas: door het college verstrekte pas voor mensen met een laag inkomen waarmee zij korting of gratis toegang krijgen tot activiteiten, sport, cultuur en soms ook producten in Den Haag;
- -
ouderbijdrage: verschil tussen de maximum uurprijs als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit kinderopvangtoeslag en de kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 8 van het Besluit kinderopvangtoeslag;
- -
ouders: ouders, voogden of verzorgers van een kind;
- -
pedagogische omgeving: de samenhangende sociale, educatieve en zorggerelateerde omgeving waarin kinderen en jongeren in Den Haag zich ontwikkelen, bestaande uit voorzieningen, personen en instituties die direct of indirect bijdragen aan hun opvoeding, leren, welzijn en veiligheid, en waarin samenwerking en afstemming tussen onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn, ouders of verzorgers, gemeente en overige partners plaatsvindt;
- -
peuter: een kind, in de leeftijd vanaf 2,5 jaar tot en met het einde van de kalendermaand waarin het de leeftijd van 4 jaar bereikt, met als woonplaats Den Haag;
- -
platform: een samenwerkingsverband van schoolbesturen van in de gemeente gevestigde instellingen voor onderwijs en instellingen voor kinderopvang;
- -
platform kinderopvang: het ko-platform waarin alle houders van een locatie met kinderopvang in Den Haag zijn vertegenwoordigd als bedoeld in artikel 1 van de Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014;
- -
platform primair onderwijs: het po-platform van schoolbesturen van in de gemeente gevestigde instellingen voor primair onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014;
- -
platform voortgezet onderwijs: het vo-platform van schoolbesturen van in de gemeente gevestigde instellingen voor voortgezet onderwijs en de regionale opleidingscentra als bedoeld in artikel 1 van de Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014;
- -
peutervoorziening: kinderopvang voor peuters in een kindercentrum;
- -
professional in de Haagse kinderopvang: beroepskrachten binnen de kinderopvang die voldoen aan de kwalificatie en opleidingseisen, bedoeld in de Wet kinderopvang en de Regeling kwaliteit kinderopvang;
- -
praktijkonderwijs: een vorm van voortgezet onderwijs voor leerlingen die beter leren door te doen dan door theorie, en die worden voorbereid op arbeid, vervolgonderwijs op maat en zelfstandig functioneren in de samenleving;
- -
programmamanager: een programmamanager is verantwoordelijk voor het integraal aansturen, coördineren en realiseren van een samenhangend geheel van projecten en activiteiten, gericht op het behalen van (strategische) doelstellingen;
- -
relatieve achterstandsscore: de achterstandsscore van een school gedeeld door het aantal leerlingen van diezelfde school;
- -
resultaatafspraken voor- en vroegschoolse educatie: schriftelijke afspraken tussen het college, de sector kinderopvang en de sector primair onderwijs over vroeg- en voorschoolse educatie;
- -
samenwerkingsverband primair onderwijs: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede lid, van de WPO;
- -
samenwerkingsverband voortgezet onderwijs: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, van de WVO;
- -
scholenwijzer: website Scholenwijzer Den Haag, met informatie over het Haagse onderwijsveld;
- -
school: school voor basisonderwijs een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs of locatie waar middelbaar beroepsonderwijs wordt gegeven;
- -
school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder f, h, j, k, m of n van de WEC en een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de WEC;
- -
schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 of de Wet op de expertisecentra uit openbare kas bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school;
- -
schoolmaatschappelijk werk+: een specialisatie binnen het maatschappelijk werk die zich richt op het welzijn van leerlingen in relatie tot hun school- en thuissituatie, waarbij wordt ingezet op het versterken van zorgaanbod op school, hulp aan ouders, kinderen en jongeren bij het voorkomen of oplossen van onderwijsbelemmeringen en de toeleiding naar passende zorg of onderwijs;
- -
schoolsportclub: sportactiviteiten buiten de anderhalf uur verplichte lichamelijke opvoeding voor leerlingen van regionale expertisecentra;
- -
schoolsportcoördinatie: het organiseren van sportactiviteiten buiten de anderhalve verplichte lichamelijke opvoeding door een vakleerkracht lichamelijke opvoeding;
- -
schoolveiligheid: een veilig schoolgebouw, de sfeer op school, omgangsvormen en de aanpak van criminaliteit, zoals staat beschreven in de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag 2023-2027 (RIS 317222);
- -
sector kinderopvang: het geheel van houders die kinderopvang aanbieden, in Den Haag aanbieden;
- -
sector primair onderwijs: het geheel van bevoegde gezagsorganen van scholen voor primair onderwijs, in Den Haag;
- -
sector voortgezet onderwijs: het geheel van bevoegde gezagsorganen van scholen voor voortgezet onderwijs, in Den Haag;
- -
stedelijk plan nieuwkomersonderwijs: een jaarlijks plan dat wordt opgesteld door schoolbesturen die onderwijs aanbieden aan nieuwkomers. Dit plan ziet op het in onderlinge samenwerking aanbieden van kwalitatief en dekkend nieuwkomersonderwijs aan nieuwkomers in het primair en voortgezet onderwijs;
- -
eerlijke en transparante aanmeldprocedure: hier is sprake van als de aanmelding van een kind voor het primair onderwijs eerlijk en transparant verloopt, waarbij er onder meer vooraf duidelijkheid is over termijnen, voorrangsregels en plaatsing;
- -
speciale school voor basisonderwijs: een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen van wie vaststaat dat overwegend een zodanige orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen;
- -
sportplan: een werkplan van een school waarin wordt omschreven welke sport- en beweegactiviteiten aan leerlingen worden aangeboden. In het sportplan zijn per school ten minste de doelen, het aantal deelnemende leerlingen en de verschillende sporten opgenomen. De sportplannen zijn gericht op het laten kennismaken van leerlingen met diverse sporten, het ontdekken van talenten en het stimuleren van plezier in sport, als aanvulling op het minimaal aantal verplichte uren lichamelijke opvoeding;
- -
student: student als bedoeld in artikel 7:32, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- -
thuiszitter: leerplichtige en kwalificatieplichtige kinderen zonder schoolinschrijving (absoluut verzuim) of leerplichtige en kwalificatieplichtige kinderen die langer dan vier weken aaneengesloten zonder geldige reden niet naar school gaan (langdurig relatief verzuim);
- -
toeleiding: proces waar zoveel mogelijk doelgroepkinderen worden bereikt om deel te nemen aan voorschoolse educatie;
- -
VNG-adviestabel: tabel opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor het berekenen van het gezamenlijk gezinsinkomen om zo de hoogte van de ouderbijdrage te bepalen;
- -
vakleerkracht lichamelijke opvoeding: een bevoegde leraar die, op basis van een wettelijk erkend getuigschrift lichamelijke opvoeding, op hbo niveau, verantwoordelijk is voor het verzorgen van onderwijs in het vak lichamelijke opvoeding in het primair, voortgezet, speciaal onderwijs en mbo, overeenkomstig de geldende onderwijswetgeving en kerndoelen;
- -
voorschools educatieprogramma: een lesprogramma dat wordt gebruikt voor voorschoolse educatie;
- -
voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- -
voortgezet onderwijs: voortgezet onderwijs, zoals bedoeld in artikel 2.1 van de WVO;
- -
voortgezet speciaal onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs, zoals bedoeld in artikel 2 van de WEC;
- -
VOROC: het systeem voor scholen dat de overstap van leerlingen van het voortgezet onderwijs naar een Regionaal Opleidingscentrum ondersteunt;
- -
vroegschoolse educatie: vroegschoolse educatie als bedoeld in artikel 1 van de WPO;
- -
WEC: de Wet op de expertisecentra;
- -
WPO: de Wet op het primair onderwijs;
- -
WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs 2020;
- -
zorgstructuur: afspraken, voorzieningen en interventies waarmee problemen van studenten tijdig worden gesignaleerd, begeleid en ondersteund.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3:1
Binnen de categorie HEA-doelstellingen worden budgetten per doelgroep aangegeven. De aanvragers wordt vrijheid en flexibiliteit geboden om zelf te bepalen wat er binnen de eigen organisatie of instelling nodig is om aan een HEA-doelstelling bij te dragen.
Artikel 4:1
Kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie aanbieden en schoolbesturen in het primair onderwijs kunnen op bestuurlijk niveau beschikken over subsidie. Dit budget is bedoeld om maatwerk, flexibiliteit en preventieve inzet voor hun locaties met voorschoolse educatie en scholen mogelijk te maken. Daarnaast kunnen besturen dit bestuurlijke budget inzetten om de samenwerking tussen locaties en scholen verder te versterken.
Artikel 6:6:4, tweede lid
Het kindercentrum geeft een prognose voor het aantal aangeboden contracturen van alle doelgroepkinderen voor het subsidiejaar gebaseerd op het aantal doelgroepkinderen op moment van de subsidieaanvraag en de verwachtingen ten aanzien van groei en krimp in het subsidiejaar.
Artikel 6:6:6, tweede lid
Verlenging is bijvoorbeeld mogelijk in de zomervakantie om de doorlopende leerlijn niet te onderbreken of als het kind wacht op een passende plek in het (speciaal) basisonderwijs die binnen de tijd van de verlenging beschikbaar zal zijn.
Artikel 6:7:3, tweede lid
Voor het bepalen van het voorschot wordt uitgegaan van het totale aantal contracturen van doelgroepkinderen in het betreffende subsidiejaar. De prognose is opgenomen in het gemeentelijke registratiesysteem.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl