Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762307
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762307/1
Nota leningen- en garantiebeleid 2026
Geldend van 03-06-2026 t/m heden
Intitulé
Nota leningen- en garantiebeleid 2026De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
gezien het voorstel van het college van 31 maart 2026;
overwegende dat
- -
openbare lichamen uitsluitend ten behoeve van de publieke taak garanties voor geldleningen mogen verstrekken;
- -
in artikel 19 lid 2 van de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024 is bepaald dat het college aan de raad eens per vier jaar een nota leningen en garantiebeleid aanbiedt;
- -
de geldende Verordening gemeentegaranties geldleningen dateert uit 2021.
gelet op artikelen 107, eerste lid, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de artikelen 147, 149 en 160 eerste lid onder d van de Gemeentewet, artikel 2 van de Wet financiering decentrale overheden, de artikelen 7:850 tot en met 7:870 van het Burgerlijk Wetboek en titel 4.1 (Beschikkingen), titel 4.2 (Subsidies) en titel 4.3 (Beleidsregels) van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
- 1.
De Nota leningen- en garantiebeleid 2026 vast te stellen;
- 2.
De Verordening gemeentegaranties geldleningen 2021, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 2021, in te trekken.
Nota leningen- en garantiebeleid 2026
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Inleiding
Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp is in het verleden uit hoofde van de publieke taak al een aantal leningen verstrekt en borgstellingen verleend aan lokale instellingen en verenigingen. Daarnaast zijn garanties verleend aan enkele landelijke
waarborgfondsen. Voor garanties golden beleidsregels die verwoord waren in de Verordening gemeentegaranties geldleningen. De laatste versie hiervan dateert uit 2021. In de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024 is bepaald dat dergelijke nota’s om de vier jaar worden geactualiseerd. De voorliggende Nota leningen en garantiebeleid is de uitwerking daarvan. Zoals de naam al aangeeft wordt in voorliggende nota ook aandacht besteed aan het verstrekken van leningen.
1.2 Leeswijzer
Hoofdstuk 1 schetst het algemene kader rond garantstellingen in termen van doel, definities, het relevante wettelijke kader en welke soorten garanties kunnen worden onderscheiden. Bij die laatste wordt ook ingegaan op de mogelijke rol van waarborgfondsen. Tenslotte wordt er nog aandacht besteed aan de wijze waarop verleende garanties op geldleningen verschillen van het verstrekken van geldleningen.
In hoofdstuk 2 zijn alle beleidsuitgangspunten en voorwaarden uitgewerkt die de gemeente hanteert bij het garanderen dan wel verstrekken van geldleningen.
1.3 Doel
Het doel van deze nota is om kaders en uitgangspunten vast te stellen hoe om te gaan met aanvragen voor het afgeven van borgstellingen en verzoeken tot het verstrekken van geldleningen. Deze nota bevordert daarmee een eenduidig en uniform handelen bij dergelijke verzoeken. De nota is ook nodig om de financiële risico’s voor de gemeente te beperken en om oneigenlijk gebruik van borgstellingen te voorkomen.
Het in deze nota geformuleerde beleid is gebaseerd op externe regelgeving zoals hierna onder 1.5 opgesomd.
1.4 Definitie
In deze nota verstaan we onder een garantie een borgtocht waarbij de gemeente Pijnacker-Nootdorp zich tegenover een geldverstrekker gedurende een bepaalde
looptijd krachtens een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:850, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek verbindt tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente-en aflossingsverplichtingen van een geldnemer voor zover de geldnemer in gebreke blijft hieraan te voldoen.
De meer gangbare term voor borgtocht is borgstelling. In het vervolg van deze nota zal in die laatste term worden gesproken.
Het is overigens van belang te beseffen dat aan de veel gebruikte term garantie (juridisch) geen vaststaande betekenis is toegekend. Een garantie kan naar de wens van partijen worden vormgegeven. Waartoe een garantie strekt hangt geheel af van de door de betrokken partijen bepaalde inhoud van de garantie. Een voorbeeld van een garantie is de achtervangovereenkomst die bij sommige waarborgfondsen aan de orde is.
Omdat bij juridische geschillen de wettelijk geregelde borgtocht een betere uitgangspositie biedt heeft het de voorkeur om als gemeente alleen garanties te verlenen in de vorm van een borgtocht c.q. borgstelling.
1.5 Wettelijk kader
Bij het verlenen van borgstellingen en verstrekken van geldleningen is de gemeente gebonden aan wet- en regelgeving. De belangrijkste daarvan zijn:
- •
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Het begrip subsidie is in de Awb gedefinieerd als “De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.”. Deze laatste toevoeging houdt in dat het geld is bedoeld ter stimulering van een doel en niet als een tegenprestatie voor het leveren van een product of dienst.
Het subsidiebegrip heeft onder de Awb drie verschijningsvormen, te weten:
- 1.
de ‘traditionele’ vorm in termen van inkomensoverdracht voor activiteiten, maar ook:
- 2.
het garanderen van geldleningen en
- 3.
het verstrekken van geldleningen.
- 1.
-
Een aanvraag om een gemeentegarantie is dus een subsidieaanvraag.
- •
Gemeentewet (GemW)
Op grond van artikel 160 lid 1 letter d van de GemW is het college bevoegd om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten. Het verlenen van borgstellingen of het verstrekken van geldleningen behoort daar ook toe.
In artikel 169 lid 4 van de GemW is bepaald dat, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitvoering van deze bevoegdheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, het college geen besluit neemt dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. De wijze waarop dit bij het garanderen of verstrekken van geldleningen gebeurt en de limietbedragen die daarbij worden gehanteerd is hierna uitgewerkt in bepaling 2.5.
- •
Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)
De Wet fido geeft aan dat gemeenten slechts leningen mogen aangaan, verstrekken of garanderen indien dit past binnen de uitvoering van de lokale publieke taak. Wat onder de lokale publieke taak valt is aan de eigen gemeenteraad. De Wet fido schrijft gemeenten ook voor om zo weinig mogelijk risico’s te nemen bij het afgeven van borgstellingen en het verstrekken van geldleningen.
- •
Wet markt en overheid (MWCO)
Deze wet ziet er op toe dat overheden en overheidsbedrijven geen marktverstoring veroorzaken voor particuliere ondernemingen door het geven van overheidssteun.
Gemeenten kunnen en mogen uit hoofde van de publieke taak subsidies verlenen in de vorm van garanties en geldleningen indien de markt daarin in onvoldoende mate voorziet. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met (EU)-bepalingen inzake staatssteun1.
1.6 Soorten garanties
Gemeente Pijnacker-Nootdorp onderscheidt verschillende soorten garanties.
Directe borgstellingen
Bij directe borgstellingen heeft de gemeente zich aan de hand van een specifiek besluit richting een externe geldgever borg gesteld voor een geldlening die is opgenomen door een lokale maatschappelijk instelling, vereniging of stichting. De borgstelling heeft betrekking op aflossing, renten, boeten en kosten.
Garanties of borgstellingen inzake waarborgfondsen
Waarborgfondsen zijn landelijk opererende stichtingen die borg staan voor leningen die door partijen als lokaal actieve woningbouwcorporaties, particulieren,
welzijnsorganisaties, scholen en sportverenigingen of -stichtingen zijn opgenomen van kredietverstrekkers (meestal banken). Indien de geldnemers de aflossing en rente niet meer kunnen betalen dan kan de kredietverstrekker bij het fonds aankloppen.
Het voordeel voor de gemeente van betrokkenheid van waarborgfondsen is dat zij geen of verminderd direct risico draagt voor leningen, maar wel meewerkt aan de financierbaarheid van investeringen ten behoeve van het lokale maatschappelijke belang. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft relaties met drie waarborgfondsen, te weten:
- 1.
Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
-
Dit waarborgfonds borgt leningen van woningcorporaties. Het WSW beschikt over een eigen garantievermogen. Zowel het Rijk als gemeenten zitten in de achtervang. Dat betekent dat zodra zich een grote financiële calamiteit voordoet en het daarbij eigen WSW-garantievermogen ontoereikend zou zijn, zowel het Rijk als gemeenten tijdelijk bijspringen in de vorm van renteloze leningen. Deze achtervangpositie maakt dat banken groot gewicht toekennen aan een WSW-borgstelling en daardoor, vanwege het verminderde risico, lagere rentetarieven hanteren. Dat draagt bij aan betaalbare huren. Het eigen garantievermogen van het WSW is berekend op een 99% waarschijnlijkheidsniveau dat geen aanspraak hoeft te worden gedaan op de achtervang.
- 2.
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)
Dit betreft de uitvoeringsorganisatie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Via NHG worden borgstellingen tot een zeker maximumbedrag afgegeven aan particuliere woningbezitters. Gemeenten zijn per begin 2011 uit de achtervang van het WEW getreden. Na dat moment is de achtervang volledig overgegaan naar het Rijk. Maar voor NHG-borgstellingen die voor 2011 zijn afgesloten zou de gemeente nog aangesproken kunnen worden. Gelet op de ontwikkeling van woningprijzen sinds 2011 is de kans zeer gering dat de gemeente vanuit de achtervang nog wordt aangesproken.
- 3.
Stichting Waarborgfonds Sport (SWS)
Deze stichting borgt, al dan niet tezamen met een betreffende gemeente, leningen die door lokaal actieve sportstichtingen of -verenigingen worden opgenomen ten behoeve van investeringen in bijvoorbeeld sporthallen, kantines of kleedkamers. Daarbij geldt dat:
- •
Het SWS leningen tot € 100.000 eigenstandig kan borgen;
- •
Leningen vanaf € 100.000 tot € 700.000 gezamenlijk worden geborgd (SWS 50% en gemeente 50%).
- •
-
Het SWS hanteert daarbij een maximale looptijd van 20 jaar. Indien leningen worden afgesloten groter dan € 700.000 en/of langer dan 20 jaar dan staat de gemeente naar verhouding meer borg dan 50%.
-
De gezamenlijke borgstelling kan op twee wijzen worden vormgegeven:
- •
Gemeenten en WSW staan richting de geldgever elk voor 50% borg;
- •
De gemeente staat voor 100% borg en verkrijgt vanuit het SWS een contraborgstelling voor 50%. Deze variant heeft vaak de voorkeur van geldgevers.
- •
De aan WSW en WEW verleende garanties zijn gebaseerd op specifieke achtervangovereenkomsten. Deze garanties vallen buiten de scope van deze nota.
Garanties met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen.
De gemeente is deelnemer in enkele gemeenschappelijke regelingen (GR). In feite is hier sprake van verlengd lokaal bestuur. De deelnemers aan een GR zijn altijd mede-risicodrager. Daarbij is in de betreffende regelingen veelal expliciet bepaald dat de deelnemers garanderen dat leningschulden te allen tijde worden voldaan. Aldus is feitelijk sprake van een borgstelling vanwege wettelijke bepalingen. Ook deze garanties vallen buiten de scope van deze nota.
1.7 Leningen via Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn)
In hoofdstuk 2 van deze nota is bepaald dat geen garanties worden verleend of leningen worden verstrekt aan particulieren. Uitzondering op deze regel betreft de samenwerking die de gemeente op basis van een specifieke overeenkomst heeft met het
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). SVn voert regelingen uit als Startersleningen. De gemeente stalt hiertoe een geldbedrag bij SVn van waaruit deze leningen verstrekt aan particuliere woningeigenaren die aan de voorwaarden voldoen. Deze leningen worden verstrekt op rekening en risico van de gemeente. De beleidsregels hiervoor zijn vastgelegd in de Verordening startersleningen Pijnacker-Nootdorp 2021. Daarmee vallen deze leningen buiten de scope van deze nota.
1.8 Lening of garantie?
Vanuit het perspectief van kredietrisico zijn er geen verschillen tussen het verstrekken of garanderen van geldleningen, omdat de gemeente ingeval van faillissement of wanbetaling garant staat c.q. de lening niet terug ontvangt. Toch zijn er twee belangrijke overwegingen om primair een garantie af te geven:
- 1.
Een gemeente is geen bancaire instelling en is de organisatie daar ook niet op ingericht. Het is niet de primaire taak van een gemeente om een portefeuille aan verstrekte leningen te beheren met de daarmee gepaard gaande operationele zaken als het inrichten van grootboeknummers, het factureren, het administreren en de debiteurenbewaking.
- 2.
Daarnaast belasten garanties de gemeentelijke schuldpositie in principe niet, mits de garantie niet aangesproken wordt en/of er geen voorziening wordt getroffen. Onder normale omstandigheden2 belasten verstrekte geldleningen de gemeentelijke schuldpositie rechtstreeks en hebben daarmee ook een nadelig effect op het kengetal netto schuldquote.
Hoofdstuk 2 Beleidsuitgangspunten leningen- en garantiebeleid
2.1 Begripsomschrijvingen
In deze nota wordt verstaan onder:
- a.
Aanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht aan het college om als gemeente borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de instelling aan de geldverstrekker verschuldigd is; onder een aanvraag valt een rechtstreekse garantie;
- b.
Aanvrager: een rechtspersoon op het gebied van sport, welzijn, zorg en opvang, volksgezondheid, onderwijs, kunst en cultuur en woningbouw die een maatschappelijk doel nastreeft die de gemeente verzoekt om borg te staan voor rente- en aflossingsverplichtingen die zij uit hoofde van een geldleningsovereenkomst aan een geldverstrekker verschuldigd is. Voor aanvragers geldt voorts dat zij:
- o
geen winstoogmerk mogen hebben;
- o
geen besloten karakter en geen primaire politieke of religieuze doelstelling mogen hebben.
- o
- c.
Besluit tot garantieverlening: een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht borg te staan tegenover een geldverstrekker;
- d.
Borg staan / borgstelling: het tegenover een geldverstrekker instaan voor de aan een geldlening verbonden betalingsverplichtingen van een geldnemer voor zover de geldnemer in gebreke blijft hieraan te voldoen;
- e.
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
- f.
Directe garantie: individuele lening waar de gemeente voor 100% aansprakelijk kan worden gesteld, of deels indien sprake is van een lening waar de gemeente tezamen met een waarborgfonds garant staat;
- g.
Due diligence onderzoek: een onderzoek dat inzage verschaft in bestaande en latente risico’s van een organisatie en waarin de juistheid van alle informatie die is verschaft wordt gecontroleerd;
- h.
Exploitatiebegroting: een begroting van de aanvrager van de kosten en opbrengsten van een bedrijfsactiviteit;
- i.
Garantie: een financieringsinstrument waarbij de gemeente zich krachtens een overeenkomst tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente en aflossingsverplichtingen indien de geldnemer in gebreke is;
- j.
Geldnemer: een instelling ten behoeve waarvan de gemeente een borgstelling heeft verstrekt ten aanzien van de betaling van rente en aflossing indien deze instelling in gebreke is;
- k.
Geldverstrekker: een bancaire instelling die aan een geldnemer een lening heeft verstrekt waarvan de gemeente de betaling van rente en aflossing waarborgt;
- l.
Gemeente: de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
- m.
Instelling: een rechtspersoon die werkzaam is in de gemeente;
- n.
Investeringen: uitgaven inzake bouw, verbouw, verwerving of instandhouding van onroerende zaken
- o.
Liquiditeit: de mate waarin aan lopende betalingsverplichtingen kan worden voldaan;
- p.
Liquiditeitsbegroting: berekening van verwachte ontvangsten en uitgaven, die als doel heeft vast te stellen of er iedere maand voldoende geld op de bank staat om aan lopende verplichtingen te kunnen voldoen;
- q.
Taxatierapport: document waarin een onafhankelijke taxateur de waarde van activa vaststelt;
- r.
Waarborgfonds: een nationaal fonds dat onder meer borgstellingen verstrekt.
2.2 Algemene beleidsuitgangspunten
-
1. Deze nota richt zich op de twee volgende in de Awb benoemde verschijningsvormen van het begrip subsidie: het verstrekken en garanderen van geldleningen. Van deze twee hanteert de gemeente het garanderen van geldleningen als uitgangspunt. Slechts in uitzonderlijke en specifiek gemotiveerde gevallen zal de gemeente een geldlening verstrekken.
-
2. Bij het verstrekken van geldleningen gelden dezelfde bepalingen en voorwaarden als voor garanties.
-
3. De gemeente hanteert een terughoudend beleid ten aanzien van het garanderen van geldleningen (“Nee, tenzij…”).
-
4. De garantie is een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht, waarop deze wet van toepassing is voor zover daarvan in deze nota niet wordt afgeweken.
-
5. Deze nota is slechts van toepassing op het verlenen van een garantie verbonden aan een geldlening waarin niet is voorzien bij of krachtens de voorschriften van het Rijk of de provincie.
-
6. Op besluiten tot garantieverlening krachtens deze nota is de geldende gemeentelijke algemene subsidieverordening niet van toepassing.
-
7. De gemeente garandeert alleen leningen van aanvragers:
- a.
ten behoeve van door deze te realiseren investeringen waarvan de gemeente van oordeel is dat die passen in de doelstelling van de gemeentelijke publieke taak;
- b.
om subsidie in de vorm van het verstrekken van een garantie op grond van een wettelijk voorschrift.
- a.
-
8. Ingeval de aanvrager een beroep kan doen op een waarborgfonds wordt geen garantie verleend, tenzij er sprake is van een waarborgfonds dat zich slechts gedeeltelijk garant stelt. In volgorde van wenselijkheid hanteert de gemeente daarmee de volgende lijn:
- a.
Een volledige borgstelling door één van de waarborgfondsen;
- b.
Een borgstelling door een waarborgfonds aangevuld met een garantstelling van de gemeente;
- c.
Een garantstelling3.
- a.
-
9. Wanneer een waarborgfonds op een aanvraag afwijzend heeft beschikt is een gemeentelijke garantie niet mogelijk.
-
10. De gemeente garandeert geen leningen van natuurlijke personen.
-
11. De gemeente garandeert geen leningen met een aflossingsvrij karakter.
-
12. De gemeente garandeert alleen indien de investering niet of naar oordeel van het college slechts onder ongunstige voorwaarden4 te financieren is.
-
13. Het financiële risico dient voor de gemeente zo gering mogelijk te zijn. Daartoe kan zij onder meer voorwaarden stellen.
2.3 Verplichting van de aanvrager voorafgaand aan de aanvraag
De aanvrager dient zich aantoonbaar in te spannen de beoogde zaak te financieren zonder tussenkomst van de gemeente. Dat wil zeggen dat de aanvrager eerst heeft onderzocht of bijvoorbeeld eigen middelen, subsidies of sponsorgelden kunnen worden aangewend. De aanvrager heeft tevens getracht een geldlening zonder achterliggende garantie aan te trekken bij minimaal twee kredietverstrekkende instellingen.
2.4 De aanvraag
-
1. Een aanvraag voor de verstrekking van een garantie wordt schriftelijk bij het college ingediend, tenminste drie maanden voor het tijdstip waarop een geldlening wordt opgenomen.
-
2. De aanvraag bevat, naast de in de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven gegevens, voor zover de aanvrager daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen:
- a.
een afschrift van de statuten van de aanvrager;
- b.
een opgave van de bestuurssamenstelling;
- c.
een omschrijving van de investering, een specificatie van de bouwkosten en een overzicht van de beoogde financieringsbronnen;
- d.
een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de investering van de aanvrager waarop de garantie betrekking heeft;
- e.
een afschrift van de jaarrekening (balans, winst- en verliesrekening, toelichting) van de laatste twee boekjaren;
- f.
een meerjarige exploitatiebegroting waarin alle verwachte lasten en baten zijn verwerkt voor minimaal de komende vijf jaar. Onder de lasten worden daarbij ook meegenomen alles wat te maken heeft met de nieuwe investering zoals de kapitaallasten (geprognosticeerde rente en afschrijving), de kosten van energie, regulier beheer5 en verzekering alsmede een voorziening voor groot-onderhoud;
- g.
een meerjarige liquiditeitsbegroting voor minimaal de komende vijf jaar waaruit blijkt hoe de liquiditeit van de aanvrager zich ontwikkelt en dat de aanvrager in staat is zijn aflossing- en renteverplichtingen uit de nieuw te garanderen lening en eventueel reeds lopende leningen te voldoen;
- h.
tenminste twee offertes of afwijzingen van geldverstrekkers;
- i.
een afschrift van de voorwaarden van de te sluiten geldlening en het ontwerp van de overeenkomst van geldlening;
- j.
indien er reeds een hypotheekrecht rust op het onderpand overlegt de aanvrager een bewijs waaruit blijkt wat de actuele restantschuld is van de onderliggende hypothecaire lening.
- a.
-
3. Indien de aanvrager er niet in slaagt een offerte van een geldverstrekker te overleggen, kan in plaats van een offerte voorlopig worden volstaan met een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze bereid is een lening met een gemeentelijke garantie aan de aanvrager te verstrekken.
-
4. Het college is bevoegd andere gegevens te vragen die hij noodzakelijk acht om op de aanvraag te kunnen besluiten.
2.5 Beslissingsbevoegdheid
-
1. Het college beslist op garantieaanvragen bij bedragen tot en met € 500.000,-.
-
2. Bij garantieaanvragen van bedragen groter dan € 500.000,- beslist het college niet dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen schriftelijk ter kennis van het college te brengen.
-
3. Op herfinancieringsverzoeken beslist het college. Daarbij beoordeelt het college opnieuw de hele garantstelling.
2.6 Weigeringsgronden
-
1. Absolute weigeringsgronden: het college weigert de aanvraag voor garantie voor zover naar zijn oordeel:
- a.
de door middel van de garantie te financieren investering geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in bepaling 2.2 lid 7 letter a van deze nota;
- b.
de aanvrager voor de gehele op te nemen financiering aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds;
- c.
de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt voor het besluit tot garantieverlening, tenzij dit een herfinanciering betreft van een eerder door de gemeente gegarandeerde lening;
- d.
de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van de betaling van rente en aflossing van een geldlening voor zover de aanvrager in gebreke blijft;
- e.
gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt of zal handelen;
- f.
de garantieverlening in strijd is met het (Europese) recht;
- g.
de aanvrager niet aannemelijk kan maken de geldlening ten behoeve waarvan de garantie wordt verleend, nodig te hebben;
- h.
de aanvrager niet beschikt over de benodigde vergunningen om de investeringen te plegen waarvoor de garantie wordt aangevraagd;
- i.
de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze nota zijn vastgesteld;
- j.
de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid.
- a.
-
2. Relatieve weigeringsgronden: onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar zijn oordeel:
- a.
redelijkerwijs kan worden verwacht dat er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de aanvrager gedurende de looptijd van de garantie;
- b.
redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt;
- c.
er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager;
- d.
onvolledige of onjuiste informatie en gegevens zijn verstrekt door de aanvrager;
- e.
de aanvrager onvoldoende heeft voldaan aan de (inspannings)-verplichtingen zoals omschreven in bepaling 2.3 en in bepaling 2.4 lid 3;
- f.
de financiële situatie (huidig6 + doorkijk c.q. perspectief7) van de aanvrager onvoldoende wordt geacht;
- g.
het risico dat verbonden is aan de gevraagde garantie niet acceptabel is voor de gemeente.
- a.
2.7 Inhoud garantie
-
1. Bij het verlenen van een garantie door de gemeente wordt door haar geen afstand gedaan van de voorrechten die wettelijk aan een borg toekomen.
-
2. In een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de aan de geldleningovereenkomst verbonden betalingen van rente en aflossing.
-
3. De looptijd van de garantie is maximaal gelijk aan de duur van de looptijd waarvoor de lening is verstrekt. Daarbij geldt tevens dat de looptijd van de betreffende lening niet langer mag zijn dan de afschrijftermijn van de beoogde investering.
-
4. Indien de gemeente krachtens een garantie een betaling heeft verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.
2.8 Verplichtingen van de geldnemer
-
1. Informatieverplichtingen:
- a.
De geldnemer en geldverstrekker verschaffen het college alle informatie die relevant is voor de garantieverlening en de risico-ontwikkeling van de garantie. De informatie rond feiten, omstandigheden of ontwikkelingen die het risico voor gemeente uit hoofde van de garantieverlening kunnen verhogen wordt aan het college verstrekt zodra deze beschikbaar is.
- b.
De geldnemer geeft de gemeente de zekerheid dat de investeringen, ten behoeve waarvan de garantstelling is afgegeven, plaatsvinden door middel van het overleggen van voortgangsrapportages met een nader overeen te komen periodiciteit.
- c.
De geldnemer dient jaarlijks, binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar, de jaarrekening over het verstreken boekjaar bij het college in, bestaande uit de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting en een accountantsverklaring of indien van toepassing een verklaring van de kascommissie.
- d.
De geldnemer dient jaarlijks, tenminste zes maanden voor aanvang van het boekjaar, een gespecificeerde exploitatiebegroting voor het volgende boekjaar bij het college in te leveren.
- e.
De geldverstrekker informeert het college jaarlijks, binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar, of en in hoeverre de geldnemer zijn verplichtingen uit hoofde van de geldleningovereenkomst waarvoor de gemeente garant staat, is nagekomen.
- f.
De geldnemer verstrekt jaarlijkse rapporten van toezichtinstanties of waarborgfondsen, voor zover deze betrokken zijn.
- g.
De geldnemer en geldverstrekker hebben een actieve informatieplicht richting de gemeente om zo spoedig mogelijk het college te berichten ingeval van:
- i.
het niet nakomen door de geldnemer van de aan de geldlening verbonden betalingsverplichtingen waarvoor de gemeente garant staat;
- ii.
wezenlijke wijzigingen van de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om garantie zijn overgelegd;
- iii.
rapportages waaruit blijkt dat de resultaten van de (meerjaren) begroting significant nadeliger uitkomen;
- iv.
een balanspositie waarbij het eigen vermogen lager is dan 20% van het totale vermogen;
- v.
een statutenwijziging van de geldnemer;
- vi.
een fusie van de geldnemer;
- vii.
ontbinding van de geldnemer.
- i.
- h.
Het college is bevoegd aanvullende informatie op te vragen of (boeken)onderzoek te (laten) uitvoeren teneinde de risico’s of risico-ontwikkeling van de garantie in beeld te brengen. De aanvrager c.q. geldnemer zal meewerken aan deze verzoeken. Voorbeelden hiervan zijn een gevalideerd taxatierapport of een due diligence onderzoek. Bij het opvragen van informatie kan de gemeente andere termijnen hanteren dan de termijnen zoals omschreven onder letter c en d.
- i.
De geldnemer is verplicht in te stemmen met de voorwaarde dat voorafgaande aan de volgende juridische handelingen toestemming van het college vereist is:
- i.
statutenwijziging;
- ii.
fusie/overname/splitsing;
- iii.
ontbinding;
- iv.
wijziging bestemming van het onderpand;
- v.
vervreemding of bezwaren van het onderpand door de geldnemer gedurende de looptijd van de garantie.
- i.
- a.
-
2. Overige verplichtingen:
- a.
De geldnemer is verplicht de lening waarvoor de gemeente garant staat, te bestemmen voor het doel waarvoor de lening is aangegaan.
- b.
De geldnemer is verplicht de lening waarvoor de gemeente garant staat binnen drie maanden na verzending van het besluit tot garantieverlening op te nemen, tenzij anders overeengekomen.
- c.
De geldnemer is verplicht de objecten waarvoor een garantie is verleend en de objecten die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken in goede staat te houden.
- d.
De geldnemer draagt de kosten voor:
- i.
het opvragen van informatie of het uitvoeren van onderzoek zoals bedoeld in bepaling 2.7 lid 1 letter h.
- ii.
het verlenen van een zekerheidsrecht ten gunste van de gemeente op grond van bepaling 2.9 lid 1.
- i.
- e.
De geldnemer is verplicht van de objecten waarvoor een garantie is verleend en die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, op basis van de herbouwwaarde tegen brand- en stormschade en andere risico’s of aanspraken te verzekeren en verzekerd te houden. Deze verzekeringen dienen te worden aangegaan na taxatie door een deskundige krachtens artikel 7:960 BW.
- f.
De geldnemer is verplicht een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
- g.
Aan de objecten waarvoor een garantie is verleend en aan de objecten die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, wordt slechts met toestemming van het college een andere bestemming gegeven.
- h.
De objecten waarvoor een garantie is verstrekt en de objecten die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, mogen zonder toestemming van het college niet worden verzwaard of vervreemd.
- a.
2.9 Stellen van voorschriften
Het college kan aan de beschikking tot garantieverlening voorschriften verbinden betreffende:
- 1.
de door de aanvrager c.q. geldnemer ten gunste van de gemeente te vestigen zakelijke zekerheidsrechten voor verhaal van rente en aflossing van de te verlenen garantie zoals het recht van hypotheek.
- 2.
de uitoefening van toezicht op gedragingen en handelingen van de aanvrager c.q. geldnemer ter bescherming van de positie van de gemeente als borg.
- 3.
de informatieverstrekking door de aanvrager c.q. geldnemer aan de gemeente anders dan omschreven in bepaling 2.8 lid 1.
- 4.
overige aangelegenheden die strekken tot bescherming van de belangen van de gemeente als borg.
2.10 Intrekking of wijziging
Een verleende garantie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:49 Algemene wet bestuursrecht worden ingetrokken of gewijzigd indien de overeenkomst van geldlening waarop de garantie betrekking heeft niet binnen de termijn zoals gesteld in bepaling 2.8 lid 2 letter b tot stand komt.
2.11 Hardheidsclausule
Het college kan, op advies van de Treasurycommissie en na goedkeuring door de raad, in afwijking van deze nota op aanvragen tot garantieverlening besluiten.
2.12 Overgangsbepaling
Deze nota is niet van toepassing op reeds verleende of vastgestelde garanties of verstrekte geldleningen voordat deze nota in werking treedt.
2.13 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze nota treedt in werking op de dag na vaststelling door de gemeenteraad en is van toepassing op alle aanvragen voor leningen of garanties die na die datum worden ingediend.
-
2. Deze nota wordt aangehaald als de ‘Nota leningen- en garantiebeleid 2026’.
-
3. De Verordening gemeentegaranties geldleningen 2021, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 2021, wordt ingetrokken per de in lid 1 bedoelde datum.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 23 april 2026
Arjen van der Lugt
griffier
Björn Lugthart
voorzitter
Noot
1Artikelen 107, eerste lid, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Noot
2Gelet op de actuele financiële positie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, met een flink bedrag aan tijdelijk overtollige geldmiddelen, gaat dit argument niet direct op. Voor de meeste Nederlandse gemeenten geldt echter dat zij juist niet beschikken over vrij aanwenbare geldmiddelen en zelf moet financieren om leningverstrekking mogelijk te maken. Daarbij wordt opgemerkt dat de actuele financiële positie van Pijnacker-Nootdorp een momentopname is; het is niet uitgesloten dat de financiële situatie op termijn zodanig wijzigt dat zij eveneens tot deze laatste categorie gaat behoren.
Noot
3De gemeentegarantie wordt dus geacht een laatste mogelijkheid te zijn om de financiering van investeringen waarmee een gemeentelijk publiek belang wordt gediend, rond te krijgen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl