Subsidieregeling Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven 2026-2028

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-06-2026

Intitulé

Subsidieregeling Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven 2026-2028

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven maakt bekend, dat het in de vergadering van 19 mei 2026 heeft besloten, gelet op de ASV Eindhoven en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de Subsidieregeling Lokaal Educatieve Agenda 2026-2028 vast te stellen.

De overweging is dat alle kinderen en jongeren van 0-23 jaar in Eindhoven de kans moeten krijgen om zich optimaal te ontwikkelen tot zelfredzame burgers waarbij segregatie en onderwijsachterstanden worden tegengegaan en integratie wordt bevorderd.

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven: De meerjarige onderwijsagenda 2024-2028 ‘Kansen (be)grijpen, Drempels (weg)nemen’, met daarin de gezamenlijke opgave, de ambities en resultaten, zoals vastgesteld door het college. Hierna te noemen: LEA;

  • Tweejarig plan LEA: voor schooljaar 2026-2027 en schooljaar 2027-2028 is een tweejarig plan opgesteld met daarin resultaten, onderwerpen, doelen, aanpak op hoofdlijnen en indicatoren, waarbij de inhoud is ontleend aan de Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven;

  • LEA partners: gemeente Eindhoven en in Eindhoven gevestigde kinderopvangorganisaties (KOV’s), primair onderwijs (PO), speciaal basisonderwijs (SBO), voortgezet onderwijs (VO), speciaal onderwijs (SO), voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en middelbaar beroepsonderwijs (MBO);

  • Maatschappelijke partners: partners die een bijdrage leveren aan de uitvoering van de LEA: GGD Brabant-Zuidoost, Stichting WIJeindhoven, en Bibliotheek Eindhoven;

  • Rijke Schooldag: naschoolse activiteiten gericht op het versterken van gelijke kansen. De activiteiten vinden plaats op een reguliere schooldag, buiten onderwijstijd. Dit kan voorafgaand aan de wettelijke onderwijstijd, tijdens de middagpauze of na afloop van de wettelijke onderwijstijd. Ook mogen de activiteiten doorlopen tijdens schoolvakanties, studiedagen of in het weekend, waarbij leerlingen dan op vrijwillige basis deelnemen op de ontwikkelgebieden:

  • sport;

  • cultuur;

  • cognitieve ontwikkeling;

  • sociale ontwikkeling;

  • oriëntatie op jezelf;

  • oriëntatie op de wereld.

  • Rijke Schooldag coördinator: Persoon die in een SPILcentum of op een school verantwoordelijk en aanspreekpunt is voor de organisatie van Rijke Schooldag activiteiten;

  • Achterstandsscore: de achterstandsscores drukken de verwachte onderwijsachterstand op scholen uit. De score is een maat voor het risico op onderwijsachterstanden, waarbij een achterstand wordt gezien als een slechtere prestatie dan zou kunnen worden gehaald in gunstigere situaties. Deze regeling volgt de berekening van de achterstandsscores van schoolvestigingen door het CBS;

  • Relatieve achterstandsscore: de achterstandsscore gecorrigeerd op het aantal leerlingen van de individuele school;

  • CUMI-score: Binnen het SBO, SO en VSO wordt in plaats van achterstands-scores gerekend met CUMI-scores: het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond;

  • SPILcentrum: In een SPILcentrum werken onderwijs en opvang samen aan de versterking van de pedagogische infrastructuur van 0-12 jarigen. In een SPILcentrum wordt wijkgericht gewerkt en worden optimale ontwikkelingskansen geboden aan kinderen en opvoedingsondersteuning op maat geboden aan ouders;

  • Schoolvestiging: een school met een basisregistratie instellingen (BRIN-nummer);

  • Gemiddeld aantal leerlingen: het opgegeven gemiddelde aantal leerlingen van de scholen die in de regeling 2025-2028 meedoen aan de landelijke regeling School en Omgeving. Voor scholen die meedoen aan de LEA Rijke Schooldag is geen gemiddeld aantal leerlingen bekend. Om tot een gemiddelde te komen wordt uitgegaan van het totaal gemiddelde aantal leerlingen van scholen die meedoen aan de landelijke regeling School en Omgeving 2024-2025: 23,7%.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Het college verstrekt uitsluitend subsidie voor activiteiten die in het vastgestelde tweejarig plan Lokaal Educatieve Agenda (LEA) uitdrukkelijk zijn aangewezen als subsidiabel. De activiteiten dragen bij aan één of meer van de volgende resultaten:

  • a.

    Resultaat 1: Goed burgerschap en Zingeving, het bevorderen van goed burgerschap en zingeving bij kinderen en jongeren, waarbij de activiteiten gericht zijn op de ontwikkeling van burgerschapsvaardigheden, maatschappelijke betrokkenheid en identiteitsontwikkeling van kinderen en jongeren;

  • b.

    Resultaat 2: Gelijke kansen, het vergroten van gelijke kansen in ontwikkeling en onderwijs, waarbij de activiteiten gericht zijn op talentontwikkeling, verrijking van het onderwijs- en ontwikkelaanbod en het verkleinen van kansenverschillen;

  • c.

    Resultaat 3: Normaliseren waar het kan, het versterken van de pedagogische basis door te normaliseren waar dat kan en passende ondersteuning te bieden waar dat nodig is. Waarbij de activiteiten gericht zijn op het versterken van de pedagogische omgeving in en rondom school en het vroegtijdig signaleren en ondersteunen van ontwikkel- of opvoedvragen;

  • d.

    Resultaat 4: SPIL/school bij voorkeur als samenwerkingsplaats, het versterken van het SPIL-centrum en de school als samenwerkplaats voor onderwijs, opvang, zorg en welzijn in het PO en het VO. Waarbij de activiteiten gericht zijn op samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, welzijn en andere partners binnen het SPIL-centrum of de schoolomgeving.

Artikel 3 Doelgroep

  • 1. Subsidie voor activiteiten zoals beschreven in artikel 2, onder a, c en d wordt uitsluitend verstrekt aan LEA- en maatschappelijke partners van de gemeente Eindhoven.

  • 2. Subsidie voor activiteiten zoals beschreven in artikel 2, onder b, wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    Scholen voor PO en VO met een positieve relatieve achterstandsscore, voor PO peiljaar 2025 en voor VO peiljaar 2022;

  • b.

    Scholen voor SBO, SO en VSO met een CUMI-score peiljaar 2024.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor subsidie komen uitsluitend de kosten in aanmerking die direct zijn verbonden aan de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.

  • 2. Voor zover deze kosten noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de activiteit, worden onder subsidiabele kosten verstaan:

  • a.

    kosten voor de inzet van derden, zoals trainers, begeleiders, experts of gastdocenten;

  • b.

    kosten voor materialen en middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit;

  • c.

    kosten voor organisatie en uitvoering van activiteiten, zoals huur van ruimten, faciliteiten of apparatuur;

  • d.

    kosten voor communicatie en werving van deelnemers.

  • 3. De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten die geen direct verband houden met de uitvoering van de activiteit;

  • b.

    structurele exploitatiekosten van de organisatie;

  • c.

    kosten voor reguliere onderwijsactiviteiten die behoren tot de wettelijke taak van onderwijsinstellingen;

  • d.

    kosten die reeds uit andere publieke middelen worden gefinancierd;

  • e.

    kosten die zijn gemaakt vóór indiening van de subsidieaanvraag, tenzij het college anders beslist;

  • f.

    kosten die reeds gefinancierd zijn in de periode van de Lokaal Educatieve Agenda 2024-2028 zoals inrichtingskosten, die eenmalig zijn.

Artikel 5 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, voldoet de activiteit aan alle volgende vereisten:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen een SPIL-centrum, schoolomgeving of in directe samenwerking met onderwijs- en ontwikkelpartners;

  • b.

    de activiteit is aanvullend op het reguliere aanbod van onderwijs en kinderopvang;

  • c.

    de activiteit wordt uitgevoerd in samenwerking met ten minste één andere partner binnen het lokale netwerk van onderwijs, opvang, zorg of welzijn;

  • d.

    de activiteit is toegankelijk voor de doelgroep waarvoor deze is bedoeld en sluit aan bij de lokale behoeften zoals beschreven in het tweejarig plan LEA;

  • e.

    de aanvrager beschrijft in de subsidieaanvraag de beoogde resultaten, doelgroep, samenwerking en wijze van uitvoering.

  • 2. Activiteiten gericht op Resultaat 1 Goed burgerschap en Zingeving, voldoen daarnaast aan de volgende vereisten:

  • a.

    de activiteit draagt bij aan maatschappelijke participatie, ontmoeting of burgerschapsontwikkeling van kinderen of jongeren;

  • b.

    de activiteit stimuleert samenwerking of verbinding tussen verschillende groepen of organisaties;

  • c.

    de activiteit heeft een educatief of ontwikkelingsgericht karakter.

  • 3. Activiteiten gericht op Resultaat 2 Gelijke Kansen, voldoen daarnaast aan de volgende vereisten:

  • a.

    per schooljaar wordt gedurende minimaal 27 weken een activiteitenaanbod verzorgd van minimaal 3 en maximaal 10 uur per week;

  • b.

    voor de coördinatie van het aanbod wordt een Rijke Schooldagcoördinator aangewezen.

  • 4. Activiteiten gericht op Resultaat 3 Normaliseren waar dat kan, voldoen daarnaast aan de volgende vereisten:

  • a.

    de activiteit draagt bij aan vroegtijdige signalering van ontwikkel- of opvoedvragen;

  • b.

    de activiteit versterkt de pedagogische omgeving in en rond school;

  • c.

    de activiteit richt zich op preventie of lichte ondersteuning.

  • 5. Activiteiten gericht op Resultaat 4 De school als samenwerkplaats, voldoen daarnaast aan alle volgende vereisten:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd in samenwerking tussen ten minste twee organisaties uit onderwijs, kinderopvang, zorg of welzijn;

  • b.

    de activiteit draagt bij aan integrale ondersteuning van kinderen en gezinnen;

  • c.

    de samenwerking is structureel georganiseerd en wordt beschreven in de subsidieaanvraag.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder l, van de ASV Eindhoven wordt subsidieverlening geweigerd indien:

  • 1. De activiteit tot een wettelijke taak van de subsidieaanvrager behoort.

  • 2. De subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten (school en omgeving) subsidie ontvangt voor hetzelfde jaar van het Rijk.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt:

  • 1. maximaal € 40.000,- voor activiteiten genoemd in artikel 2, onder a, (Resultaat 1 Goed burgerschap en Zingeving);

  • 2. maximaal het per schoolvestiging berekende bedrag, gebaseerd op het gemiddeld aantal leerlingen vermenigvuldigd met 6 klokuren en met € 132,- per leerling per klokuur, voor activiteiten genoemd in artikel 2, onder b, (Resultaat 2 Gelijke kansen);

  • 3. maximaal € 48.000,- voor activiteiten genoemd in artikel 2, onder c, (Resultaat 3 Normaliseren waar het kan);

  • 4. maximaal € 25.000,- voor activiteiten genoemd in artikel 2, onder d, (Resultaat 4 SPIL/school) aangevraagd door scholen voor primair onderwijs;

  • 5. maximaal € 53.750,- voor activiteiten genoemd in artikel 2, onder d, (Resultaat 4 SPIL/school) aangevraagd door scholen voor voortgezet onderwijs.

Artikel 8 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks voor aanvang van het tijdvak waar de activiteiten van deze subsidieregeling betrekking op hebben, subsidieplafonds vast binnen de door de raad vastgestelde begroting.

  • 2. Verstrekking van subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 2, onder a, c en d vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken activiteit vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 3. Voor activiteiten zoals beschreven in artikel 2, onder b:

  • a.

    er wordt voorrang gegeven aan scholen die voorgaande jaren al participeerden aan de gemeentelijke (LEA) of landelijke regeling (School en Omgeving).

  • b.

    bij overvraging van de regeling wordt gerangschikt op relatieve onderwijsachterstandscores (Achterstandsscores per school, 2025 | CBS Achterstandsscore per vo-schoolvestiging, 1 oktober 2022 (herzien) | CBS

  • 4. Als de aanvrager op basis van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de volledige aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen.

  • 5. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Artikel 9 Aanvraag

De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via de website van de gemeente met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier, dat volledig dient te worden ingevuld.

Artikel 10 Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag voor subsidie voor de schooljaren 2026-2027 en 2027-2028, wordt, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV Eindhoven, aangevraagd van 1 juni 2026 tot en met uiterlijk 1 september 2026.

  • 2. Indien het subsidieplafond na sluiting van de in de eerste lid genoemde termijn niet is bereikt, kan gedurende een tweede tranche subsidie worden aangevraagd van 1 december 2026 tot 1 februari 2027 voor activiteiten voor het resterende deel van het schooljaar 2026-2027 en voor schooljaar 2027-2028.

  • 3. Indien de subsidieplafonds na de tweede tranche nog niet uitgeput zijn, kan gedurende een derde tranche subsidie worden aangevraagd van 1 mei 2027 tot en met 14 juni 2027 voor schooljaar 2027-2028.

Artikel 11 Beslistermijn

In afwijking van artikel 8 van de ASV Eindhoven beslist het college op een aanvraag voor subsidie binnen 8 weken na sluiting van de aanvraagtermijn.

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1. In aanvulling op de ASV Eindhoven dient de subsidieontvanger de activiteiten voor een schooljaar uiterlijk aan het einde van het lopende schooljaar te hebben afgerond.

  • 2. Het college kan bij de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen opleggen.

  • 3. Voor activiteiten als bedoeld artikel 2, onder b, is minimaal 75% van de aangevraagde klokuren daadwerkelijk uitgevoerd.

Artikel 13 Verantwoording

  • 1. In afwijking van het bepaalde in de ASV Eindhoven dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling jaarlijks uiterlijk 30 september van het nieuwe schooljaar in.

  • 2. In afwijking van artikel 15, 16 en 17 van de ASV Eindhoven dient de subsidieontvanger, ongeacht de hoogte van het verleende bedrag, bij de aanvraag tot vaststelling een inhoudelijk en financieel verslag in te dienen. Uit dit verslag moet blijken dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, overeenkomstig de subsidiebeschikking zijn uitgevoerd.

Artikel 14 Slotbepalingen

  • 1. De subsidieregeling Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven bekendgemaakt onder Gemeenteblad 2025, 216553 én de subsidieregeling Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven Gemeenteblad 2023, 305258 wordt ingetrokken met dien verstande dat deze nog van toepassing blijft voor de verantwoording en vaststelling van onder deze regeling verleende subsidies.

  • 2. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie en geldt voor aanvragen betrekking hebbend op activiteiten in schooljaar 2026-2027 en schooljaar 2027-2028.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Lokaal Educatieve Agenda Eindhoven 2026-2028.

Ondertekening

Eindhoven, 19 mei 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, burgemeester

, secretaris

Mij bekend,

De gemeentesecretaris van Eindhoven