Nadere Subsidieregels Meerssen 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-06-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Nadere Subsidieregels Meerssen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Meerssen;

gelet op artikel 4:23 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene Subsidieverordening Meerssen 2026 en de Visie Subsidiebeleid Meerssen 2026;

besluit vast te stellen de Nadere Subsidieregels Meerssen 2026:

Inleiding

Algemeen

De Nadere subsidieregels gemeente Meerssen 2026 zijn algemeen verbindende voorschriften die zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Meerssen 2026 (hierna: ASV) en artikel 156 van de Gemeentewet. De ASV is van toepassing, tenzij in deze nadere subsidieregels daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Deze subsidieregels beschrijven per beleidsterrein de beleidsdoelstellingen, subsidiabele activiteiten, specifieke voorwaarden, hoogte van de subsidie, wijze van verdeling en bijbehorende subsidieplafonds. De specifieke voorwaarden zijn aanvullend op de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 9 van de ASV. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan activiteiten die bijdragen aan gemeentelijk beleid; aanvragers dienen in hun subsidieaanvraag expliciet toe te lichten op welke wijze zij bijdragen aan deze beleidsdoelen.

De gemeenteraad stelt jaarlijks de budgetten vast via de begroting. Het college stelt daarop voorlopige subsidieplafonds vast, waarna een ambtelijke wegingstafel de aanvragen beoordeelt en het subsidieprogramma opstelt. Het college neemt vervolgens kort na vaststelling van de begroting het definitieve besluit over de subsidieplafonds en het subsidieprogramma, waarna de subsidiebeschikkingen voor 31 december van het jaar van aanvraag worden verzonden.

Indicatoren en beleidsdoelen

Subsidies worden verstrekt met inachtneming van het door de gemeente gevoerde beleid en met het oog op het realiseren van gemeentelijke doelen en opgaven. De in deze nadere regels opgenomen rangschikkingscriteria worden vanaf 2026 gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen, teneinde de beschikbare middelen doelmatig in te zetten voor activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan de in het gemeentelijk beleid beoogde maatschappelijke effecten.

Algemene toelichting op de methodiek

In deze nadere subsidieregels wordt gewerkt met een vereenvoudigde indeling van algemene subsidietypen:

basissubsidies (kleine bijdragen met weinig administratieve lasten voor kleinschalige activiteiten),

exploitatiesubsidies (structurele bijdragen op basis van een exploitatiebegroting aan activiteiten die gemeentelijke beleidsdoelen nastreven)

evenementensubsidies (bijdragen voor incidentele activiteiten of evenementen).

De vroegere categorieën zoals basis-, stimulerings-, waarderings-, activiteiten- en evenementensubsidies zijn in deze nieuwe systematiek samengebracht. De basissubsidies vervangen de oude basis-, stimulerings- en waarderingssubsidies; de exploitatiesubsidies omvatten de oude exploitatiesubsidies; en de nieuwe evenementensubsidies dekken de vroegere activiteiten- en evenementensubsidies. Deze indeling maakt de systematiek eenvoudiger, juridisch robuuster en beter uitlegbaar.

Modulaire opbouw

Deze nadere subsidieregels kennen een modulaire opzet, wat inhoudt dat het college zodra nieuw of aangepast beleid daartoe aanleiding geeft, aanvullende subsidiebepalingen vast kan stellen als uitvoeringsinstrument van dat beleid. Uiteraard met inachtneming van de ASV en de Visie Subsidiebeleid Meerssen 2026.

Dit betekent dat voor zover er op specifieke beleidsterreinen geen subsidiebepalingen zijn opgenomen, deze op een later moment kunnen worden toegevoegd wanneer daar vanuit beleid aanleiding voor is. Daarmee wordt voorkomen dat subsidieverlening vooruitloopt op nog vast te stellen beleid. Andersom betekent dit ook dat wanneer beleid eindigt, specifieke subsidiebepalingen of subsidiesoorten geschrapt kunnen worden uit deze nadere subsidieregels.

Incidentele subsidieverlening

Naast de structurele subsidierelaties met vaste maatschappelijke partners, erkent het college de behoefte aan bestuurlijke flexibiliteit bij het ondersteunen van vernieuwende en kansrijke initiatieven. Het college behoudt, op grond van artikel 2 van de ASV, de bevoegdheid om in voorkomende gevallen incidenteel subsidie te verlenen conform de uitgangspunten van artikel 4:23 derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Opbouw van deze regeling

Deze nadere subsidieregels zijn thematisch opgebouwd:

  • Hoofdstuk 1 betreft algemene subsidiebepalingen.

  • Hoofdstuk 2 betreft subsidiebepalingen voor het sociaal domein.

  • Hoofdstuk 3 betreft subsidiebepalingen voor kunst en cultuur.

  • Hoofdstuk 4 betreft subsidiebepalingen voor sport en bewegen.

  • Hoofdstuk 5 betreft subsidiebepalingen voor klimaatadaptatie en duurzaamheid

  • Hoofdstuk 6 bevat de slotbepalingen en procedurele regels.

Hoofdstuk 1 Algemene begripsomschrijvingen en uitgangspunten

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    ASV: Algemene Subsidieverordening Meerssen 2026;

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen;

  • c.

    CPI: het door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) periodiek gepubliceerde indexcijfer dat de prijsontwikkeling van goederen en diensten voor consumenten weergeeft;

  • d.

    Cultuurbeleid: het door of namens de gemeente Meerssen gevoerde beleid op het gebied van kunst, cultuur en recreatie, voor zover dat betrekking heeft op gemeentelijke doelstellingen, opgaven en voorzieningen binnen dit domein. Dit beleid is onder meer herkenbaar in de gemeentelijke voorzieningen en activiteiten zoals vermeld in de Gemeentewijzer;

  • e.

    Evenementenbeleid: Het geldende beleid van de gemeente Meerssen op het gebied van evenementen;

  • f.

    Indexering: de jaarlijkse aanpassing van subsidiebedragen op basis van de ontwikkeling van loon- en/of prijspeil;

  • g.

    Lid: Een contributie betalend lid van een vereniging, woonachtig in de gemeente Meerssen of dat vanwege studie tijdelijk elders woonachtig is, dat actief participeert aan de kernactiviteiten van de vereniging;

  • h.

    Deelnemer: Een burger woonachtig in de gemeente Meerssen of die vanwege studie tijdelijk elders woonachtig is, die actief participeert aan de kernactiviteiten van de organisatie;

  • i.

    Sociaal beleid: het beleid van de gemeente Meerssen met betrekking tot het sociaal-maatschappelijk domein, waarin de strategische doelstellingen, opgaven en uitgangspunten voor dit domein zijn opgenomen, onder andere zoals verwoord in de door de gemeenteraad nog vast te stellen Concept Toekomstvisie Meerssen 2025–2035 (“Meerssen, een toekomst vol kansen!”), of diens opvolger;

  • j.

    Sportbeleid: het geheel van gemeentelijk beleid op het gebied van sport en bewegen, waaronder het Meerssen Sportakkoord (juni 2020), en het gemeentelijk beleid voor subsidiering van sport- en beweegactiviteiten binnen de gemeente Meerssen;

  • k.

    Subsidieplafond: het maximumbedrag dat door het college per beleidsterrein of subsidieregeling beschikbaar wordt gesteld voor het verstrekken van subsidies in een bepaald tijdvak. Het vaststellen van een subsidieplafond betekent dat geen subsidie wordt verstrekt boven het daarvoor beschikbare bedrag. Het subsidieplafond wordt vastgesteld op grond van artikel 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5 van de ASV;

Artikel 1:2 Indexering van structurele subsidies

  • 1. Structurele subsidies aan overige subsidieontvangers worden jaarlijks uitsluitend geïndexeerd voor het prijsgevoelige deel, op basis van de door het CBS gepubliceerde consumentenprijsindex (CPI). Hierbij wordt gebruik gemaakt van het indexcijfer van het voorafgaande jaar ten tijde van de subsidieaanvraag (jaartal = t-1).

  • 2. Het aandeel van de gemeentelijke subsidie in de totale baten van de subsidieontvanger wordt uitgedrukt in een percentage, waarop de indexering naar rato wordt toegepast.

  • 3. Het college kan onderbouwd afwijken van de in dit artikel beschreven indexeringsmethode, onder meer indien de financiële positie van de gemeente daartoe aanleiding geeft.

  • 4. Indien er niet of minder wordt geïndexeerd, wordt dit gemotiveerd in de subsidiebeschikking en bij de vaststelling van de subsidieplafonds.

Artikel 1:3 Aanvraag

Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

Artikel 1:4 Aanvraagtermijnen

  • 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, zoals de basissubsidie en exploitatiesubsidie, wordt ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Voor aanvragen om evenementensubsidie geldt het volgende:

    • a.

      Voor een evenement met een laag of gemiddeld veiligheidsrisico dient de aanvraag uiterlijk 16 weken voorafgaand aan het evenement te zijn ingediend;

    • b.

      Voor een evenement met een hoog veiligheidsrisico dient de aanvraag uiterlijk 24 weken voorafgaand aan het evenement te zijn ingediend.

  • 3. Bij specifieke subsidieregelingen kunnen afwijkende aanvraagtermijnen worden vastgesteld.

  • 4. De datum waarop de subsidieaanvraag is ontvangen, wordt vastgesteld op het moment dat de aanvraag compleet is met alle vereiste stukken. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, is daarom de datum van ontvangst, de datum waarop de volledig aangevulde aanvraag is ontvangen.

Hoofdstuk 2 Sociaal domein

Paragraaf 2.1 Algemene subsidies

Artikel 2:1 Doel en reikwijdte

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van:

    • a.

      welzijnswerk en maatschappelijke ondersteuning;

    • b.

      bevordering van sociale cohesie en participatie;

    • c.

      ondersteuning van jeugd en jongerenwerk;

    • d.

      bevordering van vrijwilligerswerk en mantelzorg;

    • e.

      uitvoering van voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en aanverwante regelingen;

    • f.

      armoedebestrijding en minimabeleid;

    • g.

      burgerparticipatie en bewonersinitiatieven;

    • h.

      preventieve en activerende activiteiten op het gebied van gezondheid en leefbaarheid;

    • i.

      Educatie.

  • 2. De activiteiten dragen bij aan het versterken van de sociale basis in de gemeente Meerssen, het tegengaan van eenzaamheid, het bevorderen van maatschappelijke participatie en het ondersteunen van kwetsbare doelgroepen, en sluiten aan bij gemeentelijk beleid in het sociaal domein.

  • 3. Tot de subsidiabele activiteiten behoren onder meer:

    • a.

      het organiseren van laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten en inloopvoorzieningen;

    • b.

      ondersteuning en begeleiding van inwoners in het kader van welzijn, participatie of maatschappelijke zelfredzaamheid;

    • c.

      activiteiten voor jeugd- en jongerenwerk, inclusief speel- en vakantiewerk;

    • d.

      ondersteuning en waardering van vrijwilligers en mantelzorgers;

    • e.

      activiteiten gericht op inclusie, diversiteit en gelijke kansen;

    • f.

      burgerinitiatieven die bijdragen aan leefbaarheid in wijken en kernen;

    • g.

      preventieve projecten gericht op gezondheid en welzijn;

    • h.

      informatie- en adviesvoorzieningen voor inwoners.

  • 4. Organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie zijn onder meer welzijnsorganisaties, vrijwilligerscentrales, jeugdwerkorganisaties, buurt- en dorpsplatforms, cliëntenorganisaties, en instellingen die structureel bijdragen aan de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en aanverwante voorzieningen in de gemeente Meerssen.

Artikel 2:2 Basissubsidies sociaal domein

  • 1. Het college kan basissubsidies verstrekken aan vrijwilligersorganisaties, bewonerscollectieven en andere niet-professionele organisaties die activiteiten organiseren binnen het sociaal domein.

  • 2. Basissubsidies zijn bedoeld voor kleinschalige en laagdrempelige activiteiten die bijdragen aan sociale samenhang, participatie en leefbaarheid.

  • 3. De hoogte van een basissubsidie bedraagt minimaal € 250 en maximaal € 1.000 per kalenderjaar per aanvrager.

  • 4. Subsidie wordt enkel verstrekt voor noodzakelijke kosten voor de activiteiten die niet uit andere middelen gedekt kunnen worden.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de middelen verdeeld op basis van het bereik (aantal leden of deelnemers), noodzaak, bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen en historische subsidieontwikkelingen.

Artikel 2:3 Exploitatiesubsidies sociaal domein

  • 1. Het college kan exploitatiesubsidies verstrekken aan organisaties die structureel bijdragen aan de doelen in het sociaal beleid, maatschappelijke ondersteuning, leefbaarheid, inclusie, sociale cohesie, armoedebestrijding en participatie van inwoners in de gemeente Meerssen.

  • 2. Exploitatiesubsidies worden uitsluitend verstrekt aan organisaties die:

    • a.

      voldoen aan door het college vastgestelde kwaliteitseisen; en

    • b.

      aantoonbaar bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen in het sociaal domein.

  • 3. Tenzij in een bijzondere subsidieregeling anders is bepaald worden subsidies boven € 1.000 die per kalenderjaar worden verstrekt altijd als exploitatiesubsidie aangemerkt.

  • 4. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van een door de aanvrager ingediende en door het college goedgekeurde exploitatiebegroting. Daarbij wordt rekening gehouden met de volgende criteria:

    • a.

      een bedrag per lid of deelnemer;

    • b.

      een bijdrage in de noodzakelijke en aantoonbare accommodatie- of locatiekosten;

    • c.

      een vast basisbedrag ter ondersteuning van algemene organisatiekosten;

    • d.

      aanvullende criteria afhankelijk van het domein, zoals bereik, frequentie van activiteiten en maatschappelijk belang;

    • e.

      Noodzaak en historische subsidieontwikkelingen.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het plafond dreigt te worden overschreden, wordt voorrang gegeven aan de organisaties die het best voldoen aan de in dit artikel genoemde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

Artikel 2:4 Evenementensubsidies sociaal domein

  • 1. Het college kan evenementensubsidies verstrekken voor activiteiten en evenementen binnen het sociaal domein die openbaar toegankelijk zijn en bijdragen aan maatschappelijke participatie, ontmoeting en samenhang in de gemeente.

  • 2. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan evenementen die voldoen aan gemeentelijke beleidsdoelen en waarin samenwerking tussen organisaties wordt gestimuleerd.

  • 3. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de kaders in het evenementenbeleid en de daaruit voortvloeiende beleidsregels.

  • 4. Evenementensubsidies kunnen eenmalig of structureel worden verstrekt.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van volledig ingediende aanvragen die binnen de termijn van aanvraag zijn ingediend.

Paragraaf 2.2 Subsidie huiskamers en wijkpunten

Artikel 2:5 Begripsomschrijvingen

  • a.

    Huiskamer: Een door het college aangewezen laagdrempelige ontmoetingsplek waar inwoners samen kunnen komen voor sociale, culturele, en educatieve activiteiten, gericht op het versterken van gemeenschapszin en het tegengaan van eenzaamheid;

  • b.

    Wijkpunt: Een door het college aangewezen laagdrempelige ontmoetingsplek met professionele ondersteuning en diensten waar inwoners samen kunnen komen voor sociale, culturele, en educatieve activiteiten, gericht op het versterken van gemeenschapszin, re-integratie in de arbeidsmarkt en het tegengaan van eenzaamheid;

  • c.

    Aanvullende activiteit: Activiteit die bovenop reguliere inloopmomenten wordt georganiseerd.

Artikel 2:6 Doelstelling

Deze subsidieregeling richt zich op het stimuleren van levendige ontmoetingsplekken in de vorm van ‘huiskamers’ en ‘wijkpunten’ waar ontmoeting, deelname en leren centraal staan. Ze bevorderen samenredzaamheid en zelfredzaamheid, gaan eenzaamheid tegen, en fungeren als voorloper op of als laagdrempelige alternatieven voor zwaardere zorgvoorzieningen. Dit gebeurt in samenwerking met lokale inwoners en organisaties. Zo dragen de huiskamers en wijkpunten bij aan een sterke sociale basisinfrastructuur.

Artikel 2:7 Aanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan het bestuur van een huiskamer of wijkpunt.

Artikel 2:8 Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:

  • 1.

    De organisatie van een huiskamer of wijkpunt;

  • 2.

    Aanvullende activiteiten voor inwoners vanuit een huiskamer of wijkpunt.

Artikel 2:9 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Voor een activiteit als bedoeld in Artikel 2:8 eerste lid wordt enkel subsidie verstrekt voor de vaste lasten, bestaande uit:

    • a.

      Huur van de locatie;

    • b.

      Servicekosten;

    • c.

      Onderhoud van de locatie;

    • d.

      Verzekeringen;

    • e.

      Elektriciteit;

    • f.

      Aardgas;

    • g.

      Leidingwater;

    • h.

      Internetaansluiting;

    • i.

      Televisieaansluiting;

    • j.

      Afvalverwijdering;

    • k.

      Schoonmaakkosten.

  • 2. Voor een activiteit als bedoeld in Artikel 2:8 tweede lid wordt enkel subsidie verstrekt voor noodzakelijke kosten die direct verband houden met de activiteit.

Artikel 2:10 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

    • a.

      Kosten voor etenswaren en dranken tijdens reguliere bijeenkomsten;

    • b.

      Inventariskosten;

    • c.

      Kosten voor verbruiksgoederen;

    • d.

      Eigen loonkosten of vrijwilligersbijdragen.

Artikel 2:11 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt:

  • 1.

    Voor een activiteit als in Artikel 2:8 eerste lid bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Voor een activiteit als in Artikel 2:8 tweede lid bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 2000 per huiskamer of wijkpunt per jaar.

Artikel 2:12 Subsidieverplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • 1.

    Alle activiteiten van een huiskamer of wijkpunt dienen toegankelijk te zijn voor iedere inwoner van de gemeente Meerssen.

  • 2.

    De activiteiten van een huiskamer of wijkpunt dienen gericht te zijn op de doelstelling in Artikel 2:6.

Artikel 2:13 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2.

    Indien het subsidieplafond behorende bij deze regeling wordt bereikt, worden de middelen binnen het plafond naar rato verdeeld over het aantal geldige aanvragen.

Artikel 2:14 Aanvraag

Een aanvraag om subsidie kan slechts eenmaal per kalenderjaar worden ingediend.

Paragraaf 2.3 Subsidie buurtnetwerken

Artikel 2:15 Begripsomschrijvingen

  • a.

    Buurtnetwerk: Een door het college erkende zelfstandige organisatie van inwoners die zich inzetten voor de leefbaarheid in hun kern. Buurtnetwerken fungeren als meedenker bij plannen en beleid van de gemeente, signalerende en kritische volger van ontwikkelingen in de kern, initiator van ideeën en voorstellen uit de buurt en uitvoerder van eigen initiatieven en activiteiten.

Artikel 2:16 Doelstelling

Deze subsidieregeling richt zich op het versterken van burgerparticipatie en de leefbaarheid van de kernen door het ondersteunen van de Buurtnetwerken. Deze vrijwilligersorganisaties houden zich bezig met onderwerpen als voorzieningen in de kern, inrichting en onderhoud van de openbare ruimte, verkeer en bereikbaarheid, sociale samenhang, vrijwilligerswerk en activiteiten in de kern. Deze organisaties werken vervolgens in samenwerking met inwoners, de gemeente en andere partijen mee aan concrete oplossingen. Met deze subsidie ondersteunt de gemeente deze Buurtnetwerken in de kosten die zie hiervoor maken.

Artikel 2:17 Aanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een buurtnetwerk met rechtspersoonlijkheid.

Artikel 2:18 Activiteiten

Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de doelstelling van een buurtnetwerk.

Artikel 2:19 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie wordt enkel verstrekt voor de kosten die direct verband houden met de activiteiten.

Artikel 2:20 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    Eigen loonkosten.

Artikel 2:21 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt € 2000 per jaar.

Artikel 2:22 Subsidieverplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    De activiteiten van een buurtnetwerk dienen het algemeen belang te dienen en niet slechts gericht te zijn op selecte doelgroepen binnen de kern.

  • b.

    De activiteiten van een buurtnetwerk dienen gericht te zijn op de doelstelling in Artikel 2:16.

Artikel 2:23 Wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Indien het subsidieplafond behorende bij deze regeling wordt bereikt, worden de middelen binnen het plafond naar rato verdeeld over het aantal geldige aanvragen.

Artikel 2:24 Aanvraag

Een aanvraag om subsidie kan slechts eenmaal per kalenderjaar worden ingediend.

Paragraaf 2.4 Subsidie inwonersinitiatieven

Artikel 2:25 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Inwonersinitiatief: een initiatief van een groep inwoners van de gemeente Meerssen voor een activiteit gericht op de leefbaarheid en samenhorigheid binnen de gemeente Meerssen.

Artikel 2:26 Doelstelling

Deze subsidieregeling richt zich op het stimuleren en mogelijk maken van initiatieven vanuit inwoners gericht op het vergroten van de samenhorigheid, betrokkenheid en leefbaarheid in de gemeente Meerssen.

Artikel 2:27 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door natuurlijke personen en rechtspersonen.

Artikel 2:28 Activiteiten

Subsidie wordt verstrekt voor het realiseren van initiatieven gericht op het vergroten van de samenhorigheid, betrokkenheid of leefbaarheid in de gemeente Meerssen.

Artikel 2:29 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor een activiteit als bedoeld in Artikel 2:28 wordt enkel subsidie verstrekt voor noodzakelijke kosten die direct verband houden met de activiteit.

Artikel 2:30 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    Eigen loonkosten of vrijwilligersbijdragen.

Artikel 2:31 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 3000 per initiatief.

Artikel 2:32 Subsidieverplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    Alle activiteiten dienen toegankelijk te zijn voor iedere inwoner van de gemeente Meerssen.

Artikel 2:33 Aanvraag

  • 1. Een aanvraag om subsidie dient te worden voorzien van een realistische en voldoende gespecificeerde begroting waarin ook de andere financieringsbronnen zijn opgenomen.

  • 2. Om aan te tonen dat het initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd in voldoende mate wordt gesteund, dient een aanvraag te worden voorzien van minimaal 50 ondertekende steunverklaringen. Hiervoor dient de aanvrager gebruik te maken van een door het college beschikbaar gestelde modelverklaring.

Artikel 2:34 Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt in afwijking van artikel 7 van de ASV aangevraagd in één van de volgende aanvraagtijdvakken:

    • a.

      1 januari t/m 31 maart

    • b.

      1 april t/m 30 juni

    • c.

      1 juli t/m 30 september

    • d.

      1 oktober t/m 31 december

  • 2. Een aanvraag om subsidie wordt minimaal twee tijdvakken vóór de subsidiabele activiteiten ingediend.

Artikel 2:35 Wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. De subsidie wordt verdeeld op basis van rangschikking van alle aanvragen in een aanvraagtijdvak. Na het sluiten van een aanvraagtijdvak worden alle aanvragen beoordeeld en gerangschikt aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      Aantal geldige ondersteuningsverklaringen;

    • b.

      Locatie in relatie tot geografische spreiding van het subsidiebudget voor inwonersinitiatieven in de gemeente Meerssen;

    • c.

      Aansluiting bij gemeentelijke doelstellingen;

    • d.

      Efficiënt en doelmatig gebruik van de subsidiemiddelen;

    • e.

      Uitvoerbaarheid

    • f.

      Rechtmatigheid.

    De subsidie wordt vervolgens verstrekt op basis van de rangschikking.

  • 3. Verstrekking van subsidie vindt plaats totdat het voor deze subsidieregeling vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

Hoofdstuk 3 Kunst en Cultuur

Paragraaf 3.1 Algemene subsidies

Artikel 3:1 Doel en reikwijdte

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van:

    • a.

      kunst en kunstbeoefening

    • b.

      cultureel erfgoed en erfgoedbeheer

    • c.

      cultuurparticipatie

    • d.

      cultuureducatie

    • e.

      culturele evenementen

  • 2. De activiteiten dragen bij aan het versterken van het culturele klimaat in de gemeente Meerssen en sluiten aan bij gemeentelijk beleid op het gebied van kunst en cultuur.

  • 3. Tot de subsidiabele activiteiten behoren onder meer:

    • a.

      activiteiten die kunstbeoefening bevorderen, waaronder amateurkunst;

    • b.

      evenementen met een culturele, kunstzinnige of erfgoedwaarde;

    • c.

      beheer, behoud en ontsluiting van cultureel erfgoed;

    • d.

      educatieve projecten op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed;

    • e.

      voorzieningen die bijdragen aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van bibliotheekwerk.

  • 4. Organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie zijn onder meer culturele verenigingen, instellingen voor bibliotheekwerk, en organisaties die structureel bijdragen aan het culturele aanbod en/of het beheer van cultureel erfgoed in Meerssen.

Artikel 3:2 Basissubsidies kunst en cultuur

  • 1. Het college kan basissubsidies verstrekken aan vrijwilligersorganisaties, bewonerscollectieven en andere niet-professionele organisaties die activiteiten op het gebied van kunst en cultuur organiseren en die bijdragen aan een breed en toegankelijk cultureel aanbod voor inwoners van de gemeente Meerssen.

  • 2. Basissubsidies zijn bedoeld voor kleinschalige en laagdrempelige activiteiten op het gebied van kunst en cultuur.

  • 3. De hoogte van een basissubsidie bedraagt minimaal € 250 en maximaal € 1.000 per kalenderjaar per aanvrager.

  • 4. Subsidie wordt enkel verstrekt voor noodzakelijke kosten voor de activiteiten die niet uit andere middelen gedekt kunnen worden.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de middelen verdeeld op basis van het bereik (aantal leden of deelnemers), noodzaak, bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen en historische subsidieontwikkelingen.

Artikel 3:3 Exploitatiesubsidies kunst en cultuur

  • 1. Het college kan exploitatiesubsidies verstrekken aan culturele instellingen en organisaties die structureel bijdragen aan de doelen in het cultuurbeleid, het culturele aanbod en de cultuurparticipatie in de gemeente Meerssen.

  • 2. Exploitatiesubsidies worden uitsluitend verstrekt aan organisaties die:

    • a.

      voldoen aan door het college vastgestelde kwaliteitseisen; en

    • b.

      aantoonbaar bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van kunst en cultuur.

  • 3. Tenzij in een bijzondere subsidieregeling anders is bepaald worden subsidies boven € 1.000 die per kalenderjaar worden verstrekt altijd als exploitatiesubsidie aangemerkt.

  • 4. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van een door de aanvrager ingediende en door het college goedgekeurde exploitatiebegroting. Daarbij wordt rekening gehouden met de volgende criteria:

    • a.

      een bedrag per lid of deelnemer (bij amateurkunstverenigingen en vergelijkbare organisaties);

    • b.

      een bijdrage in de noodzakelijke en aantoonbare accommodatie- of locatiekosten;

    • c.

      een vast basisbedrag ter ondersteuning van algemene organisatiekosten;

    • d.

      aanvullende criteria afhankelijk van het culturele bereik, de frequentie van activiteiten en het maatschappelijk belang;

    • e.

      Noodzaak en historische subsidieontwikkelingen.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het plafond dreigt te worden overschreden, wordt voorrang gegeven aan de organisaties die het best voldoen aan de in dit artikel genoemde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

Artikel 3:4 Evenementensubsidies kunst en cultuur

  • 1. Het college kan evenementensubsidies verstrekken voor culturele evenementen die bijdragen aan de zichtbaarheid, beleving en participatie van inwoners in kunst en cultuur.

  • 2. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan evenementen die openbaar toegankelijk zijn en plaatsvinden binnen de gemeente Meerssen.

  • 3. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de kaders in het evenementenbeleid en de daaruit voortvloeiende beleidsregels.

  • 4. Evenementensubsidies kunnen zowel eenmalig als structureel worden verstrekt, afhankelijk van de aard en frequentie van het evenement.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van volledig ingediende aanvragen die binnen de termijn van aanvraag zijn ingediend.

Paragraaf 3.2 Subsidie voor monumenten

Artikel 3:5 Begripsomschrijvingen

  • a.

    Gemeentelijk monument: een monument dat vanwege bijzonder belang voor de gemeente Meerssen door het college is aangewezen tot gemeentelijk monument of voorlopig gemeentelijk monument op basis van artikel 2.2 lid 1 of artikel 2.8 lid 1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Meerssen 2025;

  • b.

    Monument: een gemeentelijk monument of rijksmonument;

  • c.

    Rijksmonument: een monument dat als rijksmonument is opgenomen in het Rijksmonumentenregister.

Artikel 3:6 Doelstelling

Met deze subsidie kan de gemeente Meerssen eigenaren van monumenten in de gemeente Meerssen financiële steun verlenen voor het uitvoeren van urgente herstel en reconstructiewerkzaamheden. Met deze subsidie zorgt de gemeente ervoor dat deze monumenten als tastbare uitingen van cultureel erfgoed behouden worden voor toekomstige generaties.

Artikel 3:7 Aanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaren van monumenten.

Artikel 3:8 Activiteiten

Subsidie kan worden wordt verstrekt voor urgente herstel of reconstructiewerkzaamheden gericht op het behoud van het monument of de monumentale elementen van het monument.

Artikel 3:9 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie wordt enkel verstrekt voor de noodzakelijke kosten die direct verband houden met de activiteiten in Artikel 3:8.

Artikel 3:10 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    Kosten voor reguliere onderhoudswerkzaamheden;

  • b.

    Kosten die het gevolg zijn van achterstallig onderhoud.

Artikel 3:11 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 100 procent van de subsidiabele kosten.

Artikel 3:12 Aanvraag

  • 1. Alvorens het aanvragen van de subsidie dient de aanvrager een vooroverleg te hebben gevoerd met een coördinerende medewerker van de gemeente.

  • 2. Een aanvraag om subsidie dient te worden voorzien van:

    • a.

      Een projectplan;

    • b.

      Een begroting die met één of meerdere offertes is onderbouwd.

Artikel 3:13 Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten ingediend.

  • 2. Indien in het vooroverleg overeenkomstig Artikel 3:12 lid 1 blijkt dat er sprake is van een zeer urgente situatie, waarbij aannemelijk is dat het handhaven van de aanvraagtermijn in lid 1 leidt tot (grotere) schade aan het monument, kan er worden afgeweken van de gestelde aanvraagtermijn.

Artikel 3:14 Wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van volledig ingediende aanvragen die binnen de termijn van aanvraag zijn ingediend.

Hoofdstuk 4 Sport en Bewegen

Paragraaf 4.1 Algemene subsidies

Artikel 4:1 Doel en reikwijdte

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van:

    • a.

      sport en sportbeoefening;

    • b.

      recreatie en vrijetijdsbesteding;

    • c.

      exploitatie en beheer van sportaccommodaties;

    • d.

      bevordering van sportparticipatie en beweegstimulering;

    • e.

      ondersteuning van sportverenigingen en recreatieve verenigingen;

    • f.

      sportieve evenementen met een lokaal of regionaal bereik.

  • 2. De activiteiten dragen bij aan het bevorderen van een gezonde en actieve leefstijl, het versterken van sociale binding en leefbaarheid, en sluiten aan bij gemeentelijk beleid op het gebied van sport en recreatie.

  • 3. Tot de subsidiabele activiteiten behoren onder meer:

    • a.

      het organiseren van sport- en beweegactiviteiten voor verschillende leeftijds- en doelgroepen;

    • b.

      het bevorderen van sportdeelname onder kwetsbare groepen;

    • c.

      het in stand houden en exploiteren van sportvoorzieningen en -accommodaties;

    • d.

      activiteiten en projecten die vrijwilligers in de sport ondersteunen en waarderen;

    • e.

      sportieve evenementen die bijdragen aan promotie van sport en bewegen in de gemeente;

    • f.

      recreatieve activiteiten en voorzieningen die bijdragen aan ontmoeting en ontspanning voor inwoners;

    • g.

      onderhouds- en beheertaken van lokale sport- en recreatievoorzieningen.

  • 4. Organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie zijn onder meer sportverenigingen, exploitanten van sportaccommodaties, recreatieve verenigingen, stichtingen en organisaties die structureel bijdragen aan sport- en beweegaanbod, recreatieve voorzieningen of sportieve evenementen in de gemeente Meerssen.

Artikel 4:2 Basissubsidies sport en bewegen

  • 1. Het college kan basissubsidies verstrekken aan sportverenigingen en -organisaties voor activiteiten die bijdragen aan sportdeelname, met bijzondere aandacht voor jeugdleden.

  • 2. Basissubsidies zijn bedoeld voor kleinschalige en laagdrempelige sportactiviteiten die bijdragen aan gezondheid, participatie en verbinding.

  • 3. De hoogte van een basissubsidie bedraagt minimaal € 250 en maximaal € 1.000 per kalenderjaar per aanvrager.

  • 4. Subsidie wordt enkel verstrekt voor noodzakelijke kosten voor de activiteiten die niet uit andere middelen gedekt kunnen worden.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de middelen verdeeld op basis van het bereik (aantal leden of deelnemers), noodzaak, bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen en historische subsidieontwikkelingen.

Artikel 4:3 Exploitatiesubsidies sport en bewegen

  • 1.

    Het college kan exploitatiesubsidies verstrekken aan sportverenigingen en sportorganisaties die structureel bijdragen aan de doelen in het sportbeleid, sportdeelname, gezondheid door sport en bewegen en het versterken van het sportaanbod in de gemeente Meerssen.

  • 2.

    Exploitatiesubsidies worden uitsluitend verstrekt aan organisaties die:

    • a.

      voldoen aan door het college vastgestelde kwaliteitseisen; en

    • b.

      aantoonbaar bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van sport.

  • 3.

    Tenzij in een bijzondere subsidieregeling anders is bepaald worden subsidies boven € 1.000 die per kalenderjaar worden verstrekt altijd als exploitatiesubsidie aangemerkt.

  • 4.

    De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van een door de aanvrager ingediende en door het college goedgekeurde exploitatiebegroting. Daarbij wordt rekening gehouden met de volgende criteria:

    • a.

      een bedrag per lid of deelnemer (bij sportverenigingen en vergelijkbare organisaties);

    • b.

      een bijdrage in de noodzakelijke en aantoonbare accommodatie- of locatiekosten;

    • c.

      een vast basisbedrag ter ondersteuning van algemene organisatiekosten;

    • d.

      aanvullende criteria afhankelijk van het sportieve bereik, de frequentie van activiteiten en het maatschappelijk belang;

    • e.

      Noodzaak en historische subsidieontwikkelingen.

  • 5.

    Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6.

    Indien het plafond dreigt te worden overschreden, wordt voorrang gegeven aan de organisaties die het best voldoen aan de in dit artikel genoemde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

Artikel 4:4 Evenementensubsidies sport en bewegen

  • 1. Het college kan evenementensubsidies verstrekken voor sportevenementen die openbaar toegankelijk zijn en bijdragen aan de zichtbaarheid en beleving van sport in de gemeente Meerssen.

  • 2. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan evenementen die passen binnen de gemeentelijke sportdoelstellingen en die de samenwerking met scholen, wijkinitiatieven en andere partners stimuleren.

  • 3. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de kaders in het evenementenbeleid en de daaruit voortvloeiende beleidsregels.

  • 4. Evenementensubsidies kunnen zowel eenmalig als structureel worden verstrekt.

  • 5. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 6. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van volledig ingediende aanvragen die binnen de termijn van aanvraag zijn ingediend.

Artikel 4:5 Bijzondere bepalingen

  • 1. Sportverenigingen worden gestimuleerd om samenwerking te zoeken met scholen en wijkinitiatieven.

Hoofdstuk 5 Klimaatadaptatie en Duurzaamheid

Paragraaf 5.1 Subsidie afkoppelen hemelwater private terreinen

Artikel 5:1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    Afkoppelen: Afkoppelen is het loskoppelen van verhard oppervlak en /of leidingsysteem zodat hemelwater dat op dit verhard oppervlak valt niet langer op het riool wordt geloosd;

  • b.

    Eigenaar: eigenaar van het af te koppelen kadastraal perceel;

  • c.

    Hemelwaterwatervoorziening: gemeentelijke voorziening zoals b.v. wadi, infiltratieriool of hemelwaterriool bedoeld voor transport en/of infiltratie van hemelwater;

  • d.

    Horizontaal gemeten: gemeten in bovenaanzicht;

  • e.

    Private partijen: rechtspersonen en natuurlijke personen, niet zijnde overheden;

  • f.

    Private terreinen: terreinen in eigendom van private partijen, waarbij het nadrukkelijk gaat om de eigendom van het kadastrale perceel, ongeacht de eventuele opstallen die hier op staan;

  • g.

    Riool: zowel gemengd riool, vuilwaterriool van (verbeterd) gescheiden stelsel en drukriolering waar legaal een afvoer van hemelwater op is aangesloten;

  • h.

    Verhard oppervlak: bestaand verharde oppervlakten, zoals daken, betegelde opritten en voortuinen, verharde erven en wegen waarvan het regenwater tot afstroming komt op het riool. Half-verhardingen, zoals grindtuinen, vallen hier niet onder.

Artikel 5:2 Aanvrager

Subsidie wordt enkel verstrekt aan eigenaren van private terreinen met bestaand verhard oppervlak, gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Meerssen.

Artikel 5:3 Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het afkoppelen van private terreinen.

Artikel 5:4 Aanvraagtermijn

Aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend tot en met 31 december 2026 tenzij het subsidieplafond voor deze subsidie eerder wordt bereikt.

Artikel 5:5 Voorwaarden en verplichtingen bij de subsidieverlening

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt onder de volgende voorwaarden en verplichtingen:

    • a.

      het hemelwater op het perceel is legaal aangesloten op het riool;

    • b.

      het hemelwater moet op eigen terrein infiltreren in de bodem of op een andere manier verwerkt worden en mag geen negatief effect hebben op de omgeving;

    • c.

      afkoppeling geschiedt op een wijze die in overeenstemming is met de principes van de voorkeurstabel afkoppelen;

    • d.

      het hemelwater kan worden afgevoerd naar de openbare ruimte indien daar hemelwatervoorzieningen (niet zijnde riool) aanwezig zijn waarvan de capaciteit voldoende is;

    • e.

      de afkoppeling komt niet voor een subsidie in aanmerking vanaf bouwjaar 2003;

    • f.

      het oppervlak van het horizontaal gemeten af te koppelen verhard oppervlak bedraagt ten minste 20 m² per aanvraag;

    • g.

      een aanvrager kan in totaal per kadastraal perceel en adres voor maximaal 500 m² horizontaal gemeten verhard oppervlak afkoppelsubsidie aanvragen;

    • h.

      Een vierkante meter verhard oppervlak op privaat terrein komt slechts eenmalig voor subsidie in aanmerking;

    • i.

      de subsidie geldt alleen voor dakvlakken, terrassen of andere verharding waarvan hemelwater schoon kan worden afgevoerd naar infiltratievoorzieningen op privaat terrein of naar een gemeentelijke hemelwatervoorziening;

    • j.

      eenmaal afgekoppelde oppervlakken mogen niet meer aangekoppeld worden;

    • k.

      de afkoppeling gaat op de meest efficiënte en milieuvriendelijke wijze;

    • l.

      De afkoppeling moet binnen zes maanden na afgifte van de subsidiebeschikking zijn uitgevoerd en dient na realisatie ervan in stand te worden gehouden en naar behoren te blijven functioneren.

  • 2. De afkoppelactiviteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd mogen niet starten voordat de aanvraag is goedgekeurd door de gemeente.

  • 3. Afkoppelactiviteiten waarvoor eerder subsidie is verleend of verkregen vanuit deze subsidieregeling komen niet voor subsidie in aanmerking.

  • 4. Het voldoen aan de onder lid 1 genoemde voorwaarden en verplichtingen ligt ter beoordeling bij de gemeente.

  • 5. Bij afkoppelactiviteiten middels gemeentelijke vergroeningsacties mag worden afgeweken van de onder lid 1 genoemde voorwaarden en verplichtingen. Onder voorwaarden dat deze afwijkingen passen binnen de nadere regel ‘Vervolg stimuleringsregeling afkoppelen private terreinen’, van het Waterschap Limburg.

Artikel 5:6 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt € 20 per m² (horizontaal gemeten) afgekoppeld verhard oppervlak bij het vasthouden van het afgekoppelde hemelwater op het private terrein middels een bergingsvoorziening met een bergingseis van minimaal 35 mm afgekoppeld oppervlak.

  • 2. De subsidie bedraagt € 10 per m² (horizontaal gemeten) afgekoppeld verhard bij het afvoeren van het afgekoppelde hemelwater middels een voorziening naar een openbare hemelwatervoorziening (niet zijnde riool) of een andere vorm van afkoppelen passende binnen de voorwaarden zoals benoemd in Artikel 5:5 lid 1.

Artikel 5:7 Wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 2. Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van volledig ingediende aanvragen die binnen de termijn van aanvraag zijn ingediend.

Artikel 5:8 Betaling en terugvordering

  • 1. De gemeente Meerssen maakt binnen 4 weken na toekenning van de subsidie het overeengekomen bedrag over op de rekening van de aanvrager;

  • 2. Indien binnen 6 maanden na het toekennen van de subsidie het overeengekomen verhard oppervlak niet conform de ingediende aanvraag is afgekoppeld, kan de beschikbaar gestelde afkoppelsubsidie vermeerderd met een boete van 100% worden teruggevorderd;

  • 3. Alvorens tot terugvordering te besluiten, stelt het college de subsidieontvanger in de gelegenheid binnen een termijn van 4 weken alsnog de overeengekomen verhard oppervlakte te hebben afgekoppeld.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 6:1 Intrekking van eerdere regelingen

Met de inwerkingtreding van deze nadere subsidieregels worden de volgende regelingen ingetrokken:

  • a.

    Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Meerssen houdende regels omtrent subsidie gemeente Meerssen 2017–2022;

  • b.

    Stimuleringsregeling afkoppelen hemelwater private terreinen.

Artikel 6:2 Lopende subsidies

Subsidies die zijn verleend op grond van de regelingen genoemd in Artikel 6:1 blijven van kracht tot het einde van de looptijd waarvoor zij zijn verleend. Op deze subsidies blijven de bepalingen van de ingetrokken regeling van toepassing.

Artikel 6:3 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze nadere subsidieregels treden in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

  • 2. Deze regels worden aangehaald als: Nadere Subsidieregels Meerssen 2026.

Ondertekening