Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2026

Geldend van 03-06-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2026

Intitulé

Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Almelo;

gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Verordening leerlingenvervoer gemeente Almelo 2025

B e s l u i t :

vast te stellen de:

‘Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2026’

Artikel 1. Berekening afstand

De afstand tussen het woonadres van de leerling en de school wordt berekend volgens de routeplanner van de ANWB (www.anwb.nl) langs de kortst mogelijke voor de leerling (meest) begaanbare en veilige weg dat door de leerling zelfstandig te belopen is.

Artikel 2. Het beoordelen van een vervoersvoorziening in relatie tot een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking

Het college beoordeelt de aanvraag voor een vervoersvoorziening middels de in de verordening leerlingenvervoer opgenomen aanvraagprocedure, het onderzoek, het persoonlijke vervoersontwikkelingsplan en de toekenningscriteria en houdt daarbij rekening met het volgende:

  • a. Het college beoordeelt bij de toekenning van de aanvraag voor welke vervoersvoorziening de leerling in aanmerking komt. Bij de keuze voor de toe te kennen vervoersvoorziening wordt beoordeeld of vervoer zelfstandig of met begeleiding mogelijk is.

  • b. Uitgangspunt van het leerlingenvervoer is de goedkoopst passende vervoersvoorziening (verordening leerlingenvervoer artikel 2. en artikel 10. en de toelichting op de verordening)

  • c. Als een kind, eventueel onder begeleiding, kan fietsen, wordt een fietsvergoeding verstrekt. Als een kind, eventueel onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen worden de gemaakte kosten van de OV-chipkaart (of eventueel een andere, binnen de gemeente of regio geldende betaalmogelijkheid), rekening houdend met kortingen die voor de leerling binnen het vervoerssysteem kunnen gelden, verstrekt.

  • d. In plaats van een vergoeding voor openbaar vervoer is het mogelijk een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto aan te bieden. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije bedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag. Het door het college vastgestelde maximaal aantal kilometers zijnde in dit geval twee keer 6 kilometer per dag van de woning dan wel de opstapplaats, wordt in mindering gebracht op de kilometervergoeding. Tenzij het verstrekken van een OV-chipkaart goedkoper is. In dat geval wordt de waarde van het bedrag van de OV-chipkaart verstrekt.

  • e. Als het voor een leerling niet mogelijk is, zelfs niet onder begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer naar school te reizen komt aangepast vervoer in aanmerking. Met aangepast vervoer wordt bedoeld dat er meerdere leerlingen tegelijkertijd in een (school)bus, taxi of taxibusje kunnen zitten. We noemen dit collectief vervoer waarbij het niet vanzelfsprekend is dat leerlingen alleen vervoerd worden. Eventuele begeleiding van de leerling dienen de ouders/verzorgers zelf te organiseren.

  • f. Ingeval van een combinatie van verschillende vormen van vervoer zal het college dit betrekken in het onderzoek. Uitgangspunt daarbij is de goedkoopst passende vervoersvoorziening.

Artikel 3. Vervoer naar het Onderwijscentrum Het Roessingh

Bij leerlingen die naar het Onderwijscentrum Het Roessingh gaan is er over het algemeen sprake van een zware lichamelijke beperking of een meervoudige handicap die aangepast onderwijs en (para-)medische behandeling nodig hebben. Het Roessingh biedt ook onderwijs voor kinderen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking die in het reguliere onderwijs of het speciale basisonderwijs niet goed geholpen kunnen worden. Gezien de specifieke, vaak lichamelijke beperking van de leerlingen is het aannemelijk dat het overgrote deel van deze leerlingen op vervoer met de (school)bus, taxi of taxibusje aangewezen is en blijft. In de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer wordt dit aspect nadrukkelijk meegewogen. Er wordt voor zover dit naar het oordeel van het college niet noodzakelijk wordt geacht, geen aanvullende verklaring van de school of van een onafhankelijk deskundige gevraagd.

Artikel 4. Begeleiding bij vervoer (vanuit een gezinsvervangend tehuis of zorginstelling)

  • a. Een aantal leerlingen wordt vanuit een gezinsvervangend tehuis of zorginstelling naar school vervoerd. In het geval een leerling in een gezinsvervangend tehuis woonachtig is of in geval van een zorginstelling aldaar verblijft, zijn de mogelijkheden om begeleiding van deze leerlingen te organiseren beperkt.

  • b. Voor deze leerlingen hanteren wij, ondanks de specifieke situatie waarin deze leerlingen zich bevinden, het bepaalde in de verordening met betrekking tot de afstandsgrens. Dit betekent dat leerlingen die binnen de afstandsgrens wonen en onder begeleiding naar school kunnen reizen niet voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van de begeleiding ligt in deze situaties bij het gezinsvervangende tehuis of de zorginstelling.

  • c. Voor leerlingen in een gezinsvervangend tehuis of een zorginstelling, die wel voldoen aan het afstandscriterium, maar die op basis van hun leeftijd of beperking niet in staat zijn zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen (en hier dus begeleiding bij nodig hebben), worden de mogelijkheden voor begeleiding van de leerling die binnen het gezinsvervangend tehuis of zorginstelling aanwezig zijn meegewogen. Leerlingen in een gezinsvervangend tehuis of zorginstelling die in staat worden geacht om zelfstandig met het openbaar te reizen zullen in het kader van leerlingenvervoer een OV-chipkaart ontvangen.

  • d. In de verordening leerlingenvervoer wordt uitgegaan van een voorziening voor het zo zelfstandig mogelijk reizen door de leerling. Om dit te monitoren en te stimuleren kan de aanvraag met ouders worden besproken en wordt vanaf de 9-jarige leeftijd van de leerling in overleg met ouders een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor de leerling opgesteld. In het vervoersontwikkelingsplan wordt de weg naar zelfstandig reizen naar en van school beschreven, alsmede de mogelijkheden van de leerling. Met het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. Het uitgangspunt hierbij is dat ontwikkelingsmogelijkheden die uit het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan blijken zoveel mogelijk worden gevolgd.

  • e. In de verordening wordt ervan uitgegaan, dat leerlingen tot een bepaalde leeftijd niet in staat zijn zelfstandig te reizen. Hiervoor wordt, naast de verstrekking van een vervoersvoorziening ook een vervoersvoorziening voor een begeleider verstrekt. De begeleider kan aanspraak maken op een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider.

Artikel 5. Vervoer in verband met de overgang interne opname naar huis

Het betreft leerlingen die vanwege gedrags- of psychiatrische problematiek intern (gevestigd in Almelo) zijn opgenomen. Aan het einde van het begeleidingstraject keren deze leerlingen terug naar huis en gaan ze ook weer naar een andere school. Om deze overgang soepel en geleidelijk te laten verlopen wordt ervoor gekozen om deze kinderen eerst een periode vanuit het opname-adres (tevens woonadres) naar de ‘nieuwe’ school te laten gaan. De leerlingen gaan dan niet meteen weer thuis wonen, omdat verondersteld wordt dat deze overgang te groot is voor de leerling. Dit betekent, dat deze leerlingen voor een aantal weken of maanden vanuit Almelo naar een verder weg gelegen school zouden worden vervoerd. De gemeente is echter slechts verplicht om vervoer naar de dichtstbijzijnde school te vergoeden. Dit betekent dat dit ook het uitgangspunt is bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer. Bij een dergelijke overgangssituatie wordt vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school vergoed.

Artikel 6. Begeleiding van de leerling als ouders op medische gronden niet in staat zijn de leerling naar school te kunnen begeleiden

Als een ouder aangeeft vanwege medische gronden niet in staat te zijn een kind naar school te kunnen begeleiden, dient dit altijd vergezeld te gaan van een medische verklaring, afgegeven door een medische specialist, niet zijnde de eigen huisarts.

Artikel 7. Het niet kunnen begeleiden van de leerling naar school door ouders

Ouders zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kinderen. Uitgangspunt daarbij is dat het begeleiden bij het vervoeren naar school eveneens de verantwoordelijkheid is van ouders. Daarbij gaan wij er vanuit dat:

  • 1. van ouders mag in redelijkheid worden verwacht dat zij hun leven en ook hun werkzaamheden zo inrichten dat zij hun kind(eren) kunnen begeleiden. Mocht het de ouders niet lukken om hun kind(eren) zelf te begeleiden, dan moeten zij voor een oplossing zorgen, bijvoorbeeld door een familielid, kennis of een betaalde oppas in te schakelen.

  • a. Van het bepaalde in lid 1 kan in uitzonderlijke situaties worden afgeweken. Hiervan is geen sprake als:

    • a.

      beide ouders werken,

    • b.

      een sociaal netwerk ontbreekt,

    • c.

      een ouder de zorg draagt voor nog andere kinderen,

  • 2. Ook in het geval van een alleenstaande ouder, is er niet per definitie sprake van een uitzonderlijke situatie, waardoor een ouder niet de verantwoordelijkheid heeft om zijn/haar kind naar school te brengen of op te halen.

  • 3. In situaties waar ouders, al dan niet tijdelijk, niet in staat zijn om een leerling te kunnen begeleiden naar de dichtstbijzijnde school, zal het college de betreffende uitzonderingssituatie van ouders te betrekken bij het onderzoek.

Artikel 8. Vervoer naar andere voorzieningen dan school

Leerlingenvervoer is bedoeld voor vervoer van het woonadres naar school en weer terug. Dit betekent dat deze vorm van vervoersvoorziening niet kan worden gebruikt voor vervoer van leerlingen naar bijvoorbeeld buitenschoolse opvang of een door ouders opgegeven opvangadres of sportvoorziening.

Artikel 9. Intrekking oude regeling

De beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2016 en alle voorgaande wijzigingsbesluiten worden ingetrokken.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Almelo 2026’.

Ondertekening

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo op 12 mei 2026.

de secretaris, de burgemeester,

J.H. Dijkstra R.T.A. Korteland