Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762261
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762261/1
Beleidsregels bijzondere bijstand Twenterand 2026
Geldend van 01-06-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels bijzondere bijstand Twenterand 2026Samenvatting
In deze beleidsregels wordt aangegeven in welke gevallen wel of geen bijzondere bijstand wordt verleend aan inwoners van de gemeente Twenterand.
Burgemeester en wethouders van Twenterand;
Gelet op:
Bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.3) en de Participatiewet (artikel 35)
Besluiten:
Vast te stellen de Beleidsregels bijzondere bijstand Twenterand 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
bijstandsnorm: normen zoals bedoeld in de artikelen 20 tot en met 24 van de wet waarbij artikel 22a kostendelersnorm niet van toepassing is;
- b.
bijzondere bijstand: bijstand ter voorziening in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet;
- c.
draagkracht: het gedeelte van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
- d.
gemeente: college van burgemeester en wethouders gemeente Twenterand;
- e.
gezinslid: familielid in de eerste en tweede graad, partner, stief- en pleegkind en stief- en pleegouder;
- f.
instelling: ziekenhuis, kliniek, ggz-instelling, gevangenis, jeugdhulp, revalidatiecentrum, verpleeg- of verzorgingshuis;
- g.
inwoner: belanghebbende die woonachtig is in de gemeente Twenterand;
- h.
MSNP: minnelijke schuldsanering natuurlijke personen uitgevoerd op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet);
- i.
Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting;
- j.
wet: Participatiewet;
- k.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- l.
WSNP: Wet schuldsanering natuurlijke personen.
Artikel 2 Aanvraag bijzondere bijstand
-
1. De inwoner vraagt bijzondere bijstand schriftelijk of met DigiD aan met een door de gemeente vastgesteld aanvraagformulier.
-
2. De inwoner vraagt de bijzondere bijstand aan:
- a.
voordat de kosten worden gemaakt of
- b.
uiterlijk drie maanden na de datum waarop de kosten zijn opgekomen en de gemeente de noodzaak van de kosten op het moment van de aanvraag nog kan vaststellen.
- a.
-
3. Als een aanvraag voor bijzondere bijstand is ingediend, doorloopt de gemeente de stappen die zijn opgenomen in het schema dat in de bijlage bij deze beleidsregels is opgenomen.
Artikel 3 Voorliggende voorziening
-
1. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die passend en toereikend wordt geacht.
-
2. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als de kosten door de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
-
3. Voor kosten van medische aard gelden de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg als een voorliggende voorziening die geacht wordt passend en toereikend te zijn. De gemeente verleent ook geen bijzondere bijstand voor het eigen risico, de eigen bijdrage van kosten die maar voor een deel worden vergoed en voor kosten die helemaal niet worden vergoed.
Artikel 4 Voorwaarden bijzondere bijstand
-
1. De gemeente beoordeelt de noodzaak van de kosten aan de hand van de persoonlijke omstandigheden van de inwoner.
-
2. Voor de kosten die in aanmerking komen voor een vergoeding vanuit de bijzondere bijstand gelden onder meer de volgende voorwaarden:
- a.
er is geen uitsluitingsgrond van toepassing als opgenomen in artikel 11 tot en met 16 van de wet;
- b.
de kosten zijn noodzakelijk;
- c.
voor zover het algemene kosten betreffen, de inwoner kan er niet zelf in voorzien;
- d.
de kosten vloeien voort uit bijzondere individuele omstandigheden;
- e.
de kosten kunnen niet worden voldaan uit de eigen draagkracht.
- a.
-
3. Voor de inwoner van 18 tot en met 20 jaar geldt als aanvullende voorwaarde dat hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders omdat:
- a.
de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn of
- b.
hij redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
- a.
-
4. De gemeente sluit aan bij de normbedragen uit de meest actuele prijzengids van het Nibud, tenzij met een lager bedrag in de kosten kan worden voorzien of als voor een bepaalde kostensoort anders is bepaald in deze beleidsregels.
Artikel 5 Algemene- en niet algemene kosten
-
1. Voor algemene kosten bestaat als uitgangspunt geen recht op bijzondere bijstand omdat de inwoner geacht wordt zelf in deze kosten te voorzien, bijvoorbeeld door het aangaan van een lening.
-
2. Niet algemene kosten worden niet uitgesloten voor het recht op bijzondere bijstand, omdat de inwoner niet geacht wordt zelf in deze kosten te kunnen voorzien, bijvoorbeeld bewindvoeringskosten.
Artikel 6 Vorm van bijzondere bijstand
-
1. De gemeente verleent de bijzondere bijstand als uitgangspunt om niet.
-
2. In afwijking van het eerste lid verleent de gemeente de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening als:
- a.
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de inwoner op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
- b.
de noodzaak van bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;
- c.
het een betaling van de waarborgsom betreft;
- d.
het de betaling van schulden betreft;
- e.
het een betaling voor duurzame gebruiksgoederen betreft.
- a.
Hoofdstuk 2 Drempelbedrag en draagkracht
Artikel 7 Algemene uitgangspunten drempelbedrag en draagkracht
-
1. De gemeente hanteert voor de bijzondere bijstand geen drempelbedrag.
-
2. Bij de vaststelling van de bijzondere bijstand houdt de gemeente rekening met de aanwezige draagkracht in het inkomen (exclusief vakantiegeld) en het vermogen gedurende de draagkrachtperiode. De gemeente rekent de toeslag bedoeld in artikel 36 van de wet (individuele inkomenstoeslag) niet tot de draagkracht.
-
3. Met de draagkrachtperiode bedoelt de gemeente een periode van 12 maanden, beginnend op de eerste dag van de maand vanaf wanneer de bijzondere bijstand wordt verleend.
-
4. De gemeente wijzigt de draagkracht niet gedurende de draagkrachtperiode tenzij één van de volgende situaties zich voordoet:
- a.
er vindt een wijziging in de woon- en/of leefsituatie plaats, waardoor er een andere bijstandsnorm of een andere vermogensgrens op de inwoner van toepassing is;
- b.
er vindt een wijziging in het vermogen plaats, waardoor het vermogen hoger is dan het bepaalde in artikel 9 van deze beleidsregels;
- c.
er vindt een wijziging plaats van minimaal 10% van het vastgestelde inkomen gedurende drie maanden.
- a.
-
5. Bij incidentele kosten brengt de gemeente de vastgestelde draagkracht volledig in mindering op de te vergoeden kosten.
-
6. Bij periodieke kosten brengt de gemeente de vastgestelde draagkracht uit inkomen maandelijks in mindering op de te vergoeden kosten.
Artikel 8 Draagkracht uit inkomen
-
1. Voor zover het inkomen niet meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, is er geen draagkracht. Als het inkomen meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, neemt de gemeente 50% van dat meerdere in aanmerking als draagkracht.
-
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 neemt de gemeente als het inkomen meer bedraagt dan 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, 100% van dat meerdere in aanmerking als draagkracht, als de bijstand betrekking heeft op de volgende kostensoorten:
- a.
woonkosten;
- b.
bewindvoering, curatele en mentorschap.
- a.
-
3. Bij wisselende inkomsten gaat de gemeente uit van het gemiddelde inkomen van de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich voor hebben gedaan, tenzij het gaat om een zelfstandige met wisselende inkomsten. Bij een zelfstandige met wisselende inkomsten gaat de gemeente uit van de inkomsten over de periode van een jaar.
-
4. Als de inwoner valt onder de WSNP of MSNP, dan is er geen draagkracht uit inkomen.
-
5. Bij inkomen dat onder executoriaal beslag ligt, neemt de gemeente dat deel van het inkomen niet mee in de draagkrachtberekening.
-
6. Er is geen draagkracht uit inkomen als de inwoner door beslag slechts kan beschikken over de beslagvrije voet.
-
7. De gemeente neemt de studietoeslag mee bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen.
Artikel 9 Draagkracht uit vermogen
-
1. De gemeente neemt de in artikel 34, lid 2 van de wet, genoemde onderdelen wel als vermogen in aanmerking. In afwijking hiervan neemt de gemeente niet als vermogen in aanmerking:
- a.
het vermogen dat verbonden is aan de zelf bewoonde eigen woning;
- b.
bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
- c.
één vervoersmiddel met een waarde tot en met € 5.000,00, waarbij de waarde van een vervoersmiddel wordt bepaald via de website ANWB Koerslijst dan wel een vergelijkbare website.
- a.
-
2. De gemeente laat 50% van de vermogensgrens als genoemd in artikel 34, derde lid van de wet, vrij. Voor zover het vermogen meer bedraagt, neemt de gemeente dit volledig als draagkracht in aanmerking.
Hoofdstuk 3 Verhuizing, inrichting en wonen
Artikel 10 Verhuiskosten en aan verhuizing gerelateerde kosten
-
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
- a.
verhuiskosten: de kosten die de inwoner maakt om te verhuizen van het ene adres naar het andere adres;
- b.
aan verhuizing gerelateerde kosten: de kosten die gerelateerd zijn aan de verhuizing zoals opknapkosten (verf en behang), de waarborgsom, de aansluitkosten (gas, water en elektra), de eventuele kosten van dubbele huur en administratiekosten.
- a.
-
2. De gemeente verleent geen bijzondere bijstand voor de kosten genoemd in lid 1. De reden hiervan is dat het gaat om incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan waarin de inwoner geacht wordt zelf in te voorzien. Dit kan door reservering of door gespreide betaling achteraf.
-
3. In afwijking van lid 2 verleent de gemeente wel bijzondere bijstand voor de kosten genoemd in lid 1 als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
de verhuizing is niet uitstelbaar en
- b.
de inwoner kan niet zelf in de kosten voorzien en
- c.
er is sprake van bijzondere omstandigheden.
- a.
-
4. Het hebben van schulden maakt niet dat er sprake is van bijzondere omstandigheden.
-
5. Bij een verhuizing op medische gronden merkt de gemeente de Wmo 2015 als een voorliggende voorziening aan.
-
6. De hoogte van de bijzondere bijstand voor de kosten van dubbele huur bedraagt maximaal de huur van de goedkoopste woning voor één volledige maand en de administratiekosten.
-
7. De hoogte van de bijzondere bijstand voor de kosten van de waarborgsom is gelijk aan de waarborgsom van de nieuwe woning onder aftrek van de eventuele waarborgsom van de oude woning. Voor zover de waarborgsom van de oude woning niet volledig wordt terugbetaald, bijvoorbeeld omdat de woning niet in de juiste staat is opgeleverd, verleent de gemeente voor dit bedrag geen bijzondere bijstand.
-
8. Voor de hoogte van de overige kosten sluit de gemeente aan bij de prijzengids van het Nibud.
-
9. Voor deze kosten past de gemeente niet de vermogensvrijlating toe als genoemd in artikel 9 van deze beleidsregels.
Artikel 11 Duurzame gebruiksgoederen
-
1. Onder duurzame gebruiksgoederen wordt verstaan: goederen die bedoeld zijn voor langdurig gebruik en bij normaal gebruik minimaal drie jaar meegaan. Bijvoorbeeld wasmachine, koelkast en meubels.
-
2. De gemeente verleent geen bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen. De reden hiervan is dat het gaat om incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, waar de inwoner geacht wordt zelf in te voorzien. Dit kan door reservering of door gespreide betaling achteraf.
-
3. De gemeente merkt een lening bij de Stadsbank Oost Nederland aan als voorliggende voorziening.
-
4. In afwijking van lid 2 verleent de gemeente wel bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
het duurzame gebruiksgoed is noodzakelijk en
- b.
de inwoner kan niet zelf in de kosten voorzien en
- c.
er is sprake is van bijzondere omstandigheden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij inwoners uit een asielzoekerscentrum (statushouders) of uit een langdurige periode van detentie of inwoners die door een scheiding niet over een volledige inboedel beschikken.
- a.
-
5. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden bij:
- a.
het hebben van schulden;
- b.
de vervanging van duurzame gebruiksgoederen als gevolg van normale slijtage of op grond van esthetische overwegingen.
- a.
-
6. Voor de hoogte van de maximaal te verstrekken bijstand sluit de gemeente aan bij de prijzengids van het Nibud.
-
7. De gemeente verwacht van de inwoner dat hij bij een aanvraag voor (volledige) inrichtingskosten de goederen zoveel mogelijk tweedehands aanschaft. In die situatie geldt als uitgangspunt een maximale vergoeding van 50% van het normbedrag uit de prijzengids van het Nibud.
-
8. Op verzoek van de gemeente dient de inwoner met aankoopbewijzen of betaalbewijzen aan te tonen dat de bijzondere bijstand is besteed aan het doel waarvoor die is verleend.
-
9. Voor deze kosten geldt niet de vermogensvrijlating als genoemd in artikel 9 van deze beleidsregels.
Artikel 12 Woonkostentoeslag bij een huurwoning
-
1. Als uitgangspunt bestaat voor de betaling van woonkosten geen recht op bijzondere bijstand. De Wet op de huurtoeslag geldt als een voorliggende voorziening.
-
2. De gemeente verleent bijzondere bijstand voor woonkosten als de inwoner in een huurwoning verblijft en er door bijzondere omstandigheden, geen of geen volledig recht op huurtoeslag bestaat. Dit is het geval:
- a.
bij huur over een gebroken maand of
- b.
als de rekenhuur hoger is dan de maximale huurtoeslaggrens en er door bijzondere omstandigheden sprake is van een onverwachte inkomensdaling die tot gevolg heeft dat de woonkosten niet meer betaald kunnen worden.
- a.
-
3. Als de gemeente bijzondere bijstand verleent voor woonkosten omdat de inwoner te hoge woonlasten heeft dan wordt aan de verlening van de bijzondere bijstand de verplichting verbonden dat de inwoner alles in het werk stelt om passende en betaalbare woonruimte te vinden. Hierbij legt de gemeente in ieder geval de volgende verplichtingen op. De inwoner:
- a.
staat ingeschreven als woningzoekende;
- b.
reageert actief op passende en betaalbare woonruimte;
- c.
accepteert aangeboden passende en betaalbare woonruimte.
- a.
-
4. De gemeente werkt de verplichtingen nader uit in de beschikking.
-
5. De gemeente verleent de woonkostentoeslag voor de periode van maximaal één jaar.
-
6. De gemeente beoordeelt een half jaar na het verlenen van de woonkostentoeslag of de inwoner voldoende heeft gedaan om passende en betaalbare woonruimte te verkrijgen. Wanneer er niet voldoende inspanningen zijn verricht, stuurt de gemeente een brief aan de inwoner. Bij herhaling van het niet nakomen van de verplichtingen gaat de gemeente de woonkostentoeslag tussentijds beëindigen. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de volgende maand.
-
7. Als de inwoner na de periode van één jaar nog geen passende en betaalbare woonruimte heeft gevonden, kan hij verlenging aanvragen. De gemeente verleent opnieuw de bijzondere bijstand voor woonkosten voor een periode van maximaal zes maanden als de inwoner voldoende inspanningen heeft verricht. Dit kan vervolgens worden herhaald zolang er voldoende inspanningen worden verricht, maar de inwoner er niet in slaagt passende en betaalbare woonruimte te vinden.
-
8. De gemeente berekent de hoogte van de bijzondere bijstand voor de woonkostentoeslag volgens de systematiek van de Wet op de huurtoeslag, uitgaande van de rekenhuur volgens de maximale huurtoeslaggrens. Voor de meerkosten van de huur gaat de gemeente uit van het bedrag boven de maximale huurtoeslaggrens.
Artikel 13 Woonkostentoeslag bij een koopwoning
-
1. De gemeente verleent bijzondere bijstand voor woonkosten als de eigenaar van een door hemzelf bewoonde woning woonkosten heeft die hoger zijn dan de van toepassing zijnde basishuur op grond van de Wet op de huurtoeslag.
-
2. Tot de woonkosten worden gerekend:
- a.
rente (meestal hypotheekrente) die betaald moet worden voor de lening die bestemd is voor de door de inwoner zelf bewoonde eigen woning. Hypotheekrente voor aanschaf van bijvoorbeeld een auto of caravan, telt niet mee. Dit geldt ook voor de aflossing en betaling van premies voor zogenaamde spaarhypotheken;
- b.
rioolheffing;
- c.
afvalstoffenheffing (alleen het vaste tarief);
- d.
eigenaarsgedeelte onroerende zaakbelasting (OZB);
- e.
de premie voor de opstalverzekering;
- f.
de eventuele erfpachtcanon;
- g.
waterschapslasten (alleen de “watersysteemheffing gebouwd”);
- h.
eventuele servicekosten zoals Vereniging Van Eigenaren;
- i.
bedrag voor onderhoud.
- a.
-
3. De gemeente berekent de hoogte van de woonkostentoeslag volgens de systematiek van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat de hoogte van de bijzondere bijstand voor woonkosten is gemaximeerd tot de huurtoeslaggrens. De gemeente brengt op de vastgestelde woonlasten de belastingteruggave voor de hypotheekrenteaftrek en de draagkracht in mindering.
-
4. Als de totale woonkosten van de inwoner, na aftrek van de belastingteruggave voor de hypotheekrenteaftrek, hoger zijn dan de maximale huurtoeslaggrens en de inwoner voor het meerdere ook bijzondere bijstand voor woonkosten wenst, dan verleent de gemeente voor het meerdere bijzondere bijstand voor woonkosten en verbindt daaraan de verplichting dat de inwoner de woning verkoopt en aantoonbaar actief op zoek gaat naar woonruimte die zonder de ontvangst van woonkostentoeslag door de inwoner te betalen is. Hierbij legt de gemeente in ieder geval de verplichtingen op dat de inwoner:
- a.
de eigen woning voor een reële vraagprijs te koop aanbiedt (hierbij geldt de WOZ-waarde als uitgangspunt);
- b.
staat ingeschreven als woningzoekende;
- c.
actief reageert op passende en betaalbare woonruimte;
- d.
aangeboden passende en betaalbare woonruimte accepteert.
- a.
-
5. In de situatie als bedoeld in lid 4 verleent de gemeente de woonkostentoeslag voor de periode van maximaal één jaar.
-
6. De gemeente beoordeelt een half jaar na het verlenen van de woonkostentoeslag of de inwoner voldoende heeft gedaan om de woning te verkopen en om passende en betaalbare woonruimte te verkrijgen. Wanneer er niet voldoende inspanningen zijn verricht, stuurt de gemeente een brief aan de inwoner. Bij herhaling van het niet nakomen van de verplichtingen gaat de gemeente de woonkostentoeslag tussentijds beëindigen. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de volgende maand.
-
7. Als de inwoner na de periode van één jaar de woning nog niet heeft verkocht en nog geen passende en betaalbare woonruimte heeft gevonden, kan hij verlenging aanvragen. De gemeente verleent opnieuw de bijzondere bijstand voor woonkosten voor een periode van maximaal zes maanden als de inwoner voldoende inspanningen heeft verricht. Dit kan vervolgens worden herhaald zolang er voldoende inspanningen worden verricht, maar de inwoner er niet in slaagt om zijn woning te verkopen en passende en betaalbare woonruimte te vinden.
Artikel 14 Doorbetaling vaste lasten
-
1. Bij verblijf in een inrichting verleent de gemeente gedurende maximaal één jaar bijzondere bijstand voor de vaste lasten van de aan te houden woning als de reële verwachting is dat inwoner binnen één jaar terugkeert naar de woning en er geen andere meerderjarige het hoofverblijf heeft in de woning.
-
2. Als de inwoner al algemene bijstand ten tijde van de opname in de inrichting ontvangt, dan blijft de algemene bijstand maximaal vier maanden doorlopen vanaf de datum van opname. In dat geval verleent de gemeente bijzondere bijstand voor vaste lasten gedurende maximaal acht maanden.
-
3. Als het verblijf langer is dan één jaar, kan de inwoner een aanvraag voor verlenging indienen bij de gemeente. De gemeente verlengt de periode alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden.
-
4. Bij verblijf in detentie in Nederland verleent de gemeente bijzondere bijstand voor de huur van de aan te houden woning wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de duur van de detentie is niet langer dan zes maanden en
- b.
de gedetineerd is niet zelf in staat om in deze kosten te voorzien, waarbij alle middelen als draagkracht in aanmerking worden genomen en hoofdstuk 2 van deze beleidsregels niet van toepassing is.
- a.
Hoofdstuk 4 Reiskosten
Artikel 15 Algemene voorwaarden voor reiskosten
-
1. Reiskosten behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan. De inwoner wordt geacht deze kosten uit het inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm te kunnen bekostigen. Om die reden bestaat voor deze kosten als uitgangspunt geen recht op bijzondere bijstand. Alleen als er sprake is van noodzakelijke reiskosten binnen Nederland als gevolg van bijzondere omstandigheden, verleent de gemeente bijzondere bijstand.
-
2. Alleen als de enkele reisafstand van de woning tot de bestemming meer dan 10 kilometer is, vergoedt de gemeente de reiskosten.
-
3. Voor vergoeding van de reiskosten gaat de gemeente uit van de goedkoopste wijze van reizen met het openbaar vervoer. Alleen als het openbaar vervoer geen redelijk alternatief is of het reizen met eigen vervoer goedkoper is, verleent de gemeente bijzondere bijstand in de vorm van kilometervergoeding en voor de eventuele parkeerkosten.
-
4. Voor de vaststelling van de hoogte van de kilometervergoeding sluit de gemeente aan bij de maximale onbelaste reiskostenvergoeding, zoals deze door de belastingdienst wordt gehanteerd. Voor het berekenen van de route maakt de gemeente gebruik van de kortste route van de ANWB-routeplanner.
-
5. In de artikelen 16, 17, 18 en 19 van deze beleidsregels geeft de gemeente aan in welke gevallen er in ieder geval sprake is van noodzakelijke reiskosten als gevolg van bijzondere omstandigheden.
Artikel 16 Bezoek aan gezinslid in een instelling
-
1. De gemeente vergoedt maximaal drie keer per week de reiskosten voor het bezoeken van een gezinslid dat:
- a.
woonachtig is op hetzelfde adres als de inwoner en
- b.
tijdelijk in een instelling verblijft en
- c.
minimaal zeven aaneengesloten dagen in een instelling verblijft.
- a.
-
2. Alleen als er sprake is van zeer ernstige omstandigheden wijkt de gemeente af van dit aantal.
Artikel 17 Reiskosten in verband met medische behandeling
-
1. De gemeente verleent bijzondere bijstand voor de reiskosten in verband met een medische behandeling/afspraak als:
- a.
de reiskosten niet op andere wijze worden vergoed, zoals bijvoorbeeld de aanvullende zorgverzekering of Wmo 2015 en
- b.
de afspraak of behandeling niet op een locatie dichterbij kan plaatsvinden.
- a.
-
2. Als er naar het oordeel van de gemeente voldoende aanleiding bestaat, verplicht de gemeente de inwoner een beroep te doen op de hardheidsclausule van de zorgverzekeraar.
Artikel 18 Woon-werk verkeer
-
1. De gemeente verleent geen bijzondere bijstand voor de reiskosten woon- werkverkeer.
-
2. In afwijking van het eerste lid verleent de gemeente wel bijzondere bijstand voor de reiskosten woon- werkverkeer als:
- a.
de werkgever de reiskosten niet vergoedt en de betreffende cao geen reiskostenvergoeding voorschrijft en
- b.
de inwoner geen recht heeft op een vergoeding in het kader van re-integratie en
- c.
de inwoner door de noodzakelijke reiskosten onder de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm komt.
- a.
-
3. De gemeente verleent bijzondere bijstand zoals bedoeld in het tweede lid tot de voor de inwo van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Artikel 19 Reiskosten inburgering
De gemeente verleent bijzondere bijstand voor de reiskosten voor het volgen van inburgeringslessen die worden gegeven door een gecertificeerde inburgeringsorganisatie.
Hoofdstuk 5 Juridische kosten
Artikel 20 Kosten rechtsbijstand
-
1. Kosten van rechtsbijstand zijn alle kosten die bij het voeren van een procedure voor rekening van de inwoner komen, zoals:
- a.
advocaatkosten;
- b.
griffierecht;
- c.
eigen bijdrage voor rechtshulp;
- d.
proceskosten aan de tegenpartij.
- a.
-
2. Voor de advocaatkosten geldt de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) als een voorliggende voorziening.
-
3. De Wrb heeft geen betrekking op de betaling van het griffierecht. Voor deze kosten is bijzondere bijstand mogelijk. De kosten griffierecht zijn opgekomen direct na het indienen van het verzoek of beroep.
-
4. De Wrb heeft geen betrekking op de betaling van de eigen bijdrage voor rechtshulp. Voor deze kosten is bijzondere bijstand mogelijk. De kosten van de eigen bijdrage voor rechtshulp komen op bij de ontvangst van het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand over de toevoeging.
-
5. Bij de hoogte van de eigen bijdrage voor rechtshulp houdt de gemeente rekening met de korting die kan worden verkregen nadat de inwoner rechtshulp heeft gevraagd aan het Juridisch Loket.
-
6. Voor vergoeding van proceskosten aan de tegenpartij bestaat geen recht op bijzondere bijstand.
Artikel 21 Kosten bewind, mentorschap en curatele
-
1. Voor de kosten van een door de rechtbank ingesteld bewind, mentorschap of curatele is bijzondere bijstand mogelijk. De kosten komen op per datum van benoeming door de rechtbank.
-
2. Wanneer de aanvraag voor de kosten van bewind, mentorschap of curatele niet binnen de termijn van drie maanden nadat de kosten opkomen wordt ingediend, dan besluit de gemeente:
- a.
de aanvraag voor eenmalige kosten af te wijzen in verband met het niet tijdig aanvragen; en
- b.
de bijzondere bijstand voor de periodieke kosten niet eerder te verlenen dan met ingang van de datum gelegen drie maanden voor de datum van melding.
- a.
-
3. Voor de verlening van de bijzondere bijstand sluit de gemeente aan bij de beschikking van de rechtbank. Uit de beschikking blijkt welke bewindvoerder, mentor of curator is benoemd en voor welke werkzaamheden er kosten in rekening mogen worden gebracht.
-
4. De gemeente verleent niet meer bijzondere bijstand dan de bewindvoerder, mentor of curator in rekening brengt tot het maximale bedrag, zoals dat is genoemd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
-
5. Daarnaast verleent de gemeente bijzondere bijstand voor de kosten van een beheerrekening.
-
6. Als de gemeente het nodig vindt, dient de bewindvoerder, mentor of curator het plan van aanpak in te leveren, dat ook bij het verzoekschrift aan de rechtbank is overgelegd.
-
7. De gemeente verleent in ieder geval geen bijzondere bijstand voor de:
- a.
kosten van bewind in het kader van de WSNP;
- b.
kosten van beheer van een persoonsgebonden budget als de inwoner de zorg ook in natura kan ontvangen;
- c.
kosten als gevolg van de wisseling van bewindvoerder, mentor of curator als er geen noodzaak was tot deze wisseling.
- a.
-
8. De gemeente verleent de bijzondere bijstand voor de kosten van bewind, mentorschap of curatele voor de duur die door de rechtbank is vastgesteld bij de aanvang van het bewind, mentorschap of curatele. Als de gemeente het nodig vindt, beoordeelt de gemeente het recht op bijzondere bijstand jaarlijks opnieuw.
Hoofdstuk 6 Overige kosten
Artikel 22 Inwoner van 18 tot en met 20 jaar in een inrichting
-
1. De inwoner van 18 tot en met 20 jaar die in een inrichting verblijft is op grond van artikel 13, lid 2 onder a van de wet, uitgesloten van het recht op algemene bijstand. Aan de inwoner van 18 tot en met 20 jaar die in een inrichting verblijft en geen beroep kan doen op de onderhoudsplicht van zijn ouders, verleent de gemeente bijzondere bijstand als wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor het recht op bijzondere bijstand.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de norm die geldt voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder als vermeld in artikel 23, leden 1 en 2 van de wet.
Artikel 23 Overbruggingsuitkering
-
1. Als een inwoner bij het indienen van een aanvraag om een uitkering voor levensonderhoud niet over voldoende middelen beschikt om de periode van datum toekenning tot de eerste volledige uitbetaling van de uitkering zelf te overbruggen, verleent de gemeente een overbruggingsuitkering.
-
2. Hiervan is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
- a.
bij de eerste aanvraag van statushouders;
- b.
bij een plotselinge verlating waarbij de inwoner onvoorzien achterblijft zonder financiële middelen;
- c.
na ontslag uit detentie of verlaten van een instelling.
- a.
-
3. Voor de beoordeling van de hoogte van de overbruggingsuitkering geldt de bijstandsnorm over de periode die overbrugt dient te worden onder aftrek van de eigen middelen waarbij de bepalingen uit de artikelen 8 en 9 van deze beleidsregels niet van toepassing zijn.
-
4. Als er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid verleent de gemeente de overbruggingsuitkering als geldlening.
Artikel 24 Uitvaartkosten
-
1. De kosten van een uitvaart behoren niet tot de kosten van de overledene, maar komen ten laste van de nalatenschap. Is de nalatenschap niet toereikend, dan kunnen inwoners die erfgenaam zijn, ieder voor hun eigen aandeel, bijzondere bijstand aanvragen. De gemeente verleent niet meer bijstand dan het verplichte aandeel van de erfgenaam in de totale kosten.
-
2. De gemeente verleent bijzondere bijstand voor uitvaartkosten in Nederland als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de overledene heeft geen (dekkende) uitvaartverzekering afgesloten of anderszins een voorziening getroffen;
- b.
de nalatenschap van de overledene is niet toereikend voor de betaling van de uitvaartkosten;
- c.
de inwoner is erfgenaam van de overledene of is als onderhoudsplichtige op grond van de Wet op de lijkbezorging aangesproken;
- d.
de draagkracht van de inwoner is niet voldoende voor de betaling van zijn aandeel in de uitvaartkosten waarbij in afwijking van artikel 9, lid 2 van deze beleidsregels het vermogen ter hoogte van € 3.000 niet als draagkracht in aanmerking wordt genomen;
- e.
de inwoner heeft de erfenis niet verworpen of beneficiair aanvaard;
- f.
de noodzakelijke kosten zijn niet hoger dan de uitvaartkosten als genoemd in de prijzengids van het Nibud;
- g.
de inwoner dient de aanvraag voor bijzondere bijstand in binnen drie maanden na factuurdatum van de uitvaartkosten en overlegt hierbij een verklaring van erfrecht.
- a.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 25 Slotbepaling
-
1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 juni 2026.
-
2. Op het moment dat deze beleidsregels in werking treden, worden de op 29 juni 2021 vastgestelde Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Twenterand 2021 ingetrokken.
-
3. De ingetrokken beleidsregels blijven nog van toepassing op aanvragen die voor 1 juni 2026 zijn ingediend, tenzij deze beleidsregels gunstiger zijn voor de inwoner.
-
4. Als voor al verleende periodieke bijzondere bijstand blijkt dat toepassing van deze beleidsregels gunstiger is, dan past de gemeente deze beleidsregels met terugwerkende kracht tot 1 juni 2026 toe.
-
5. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bijzondere bijstand Twenterand 2026.
Ondertekening
Vriezenveen, 19 mei 2026
Burgemeester en wethouders,
de secretaris
P.F.G. Rossen
de burgemeester
G.J. Gorter
Bijlage: Schema beoordeling recht op bijzondere bijstand
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl