Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762242
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762242/1
Beleidsregels voor gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:40 APV, gebieds- en groepsverboden op grond van artikel 172a Gemeentewet en bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet Waadhoeke 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-06-2026
Intitulé
Beleidsregels voor gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:40 APV, gebieds- en groepsverboden op grond van artikel 172a Gemeentewet en bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet Waadhoeke 2026De burgemeester van Waadhoeke,
Overwegende:
- •
dat artikel 2:40 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 de burgemeester de bevoegdheid geeft om aan een persoon die een strafbaar feit pleegt of een openbare orde verstorende handeling verricht, in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, een bevel te geven zich gedurende 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden, en indien opnieuw binnen zes maanden een strafbaar feit wordt gepleegd of een openbare orde verstorende handeling wordt verricht, een bevel te geven om zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden;
- •
dat artikel 172a van de Gemeentewet de burgemeester de bevoegdheid geeft een gebiedsverbod of groepsverbod op te leggen en dat artikel 172b van de Gemeentewet daarnaast de burgemeester de bevoegdheid geeft een bevel te geven aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt;
- •
dat artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de burgemeester de bevoegdheid geeft om beleidsregels vast te stellen over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent;
Gelet op artikel 2:40 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 (APV), de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
vast te stellen de
Beleidsregels voor gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:40 APV, gebieds- en groepsverboden op grond van artikel 172a Gemeentewet en bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet Waadhoeke 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
APV: Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019;
- b.
de burgemeester: de burgemeester van gemeente Waadhoeke;
- c.
evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak;
- d.
horecabedrijf: horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
- e.
gebiedsontzegging: gebiedsontzegging als bedoeld in artikel 2:40 van de APV;
- f.
gebiedsverbod: gebiedsverbod als bedoeld in artikel 172a, lid 1, sub a van de Gemeentewet;
- g.
groepsverbod: groepsverbod als bedoeld in artikel 172a, lid 1, sub b van de Gemeentewet;
- h.
meldingsplicht: meldingsplicht als bedoeld in artikel 172a, lid 1, sub c van de Gemeentewet;
- i.
bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet: bevelen aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, als bedoeld in artikel 172b, lid 1 van de Gemeentewet.
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels
In deze beleidsregels geeft de burgemeester aan op welke wijze hij van zijn bevoegdheid gebruik maakt bij het opleggen van:
- a.
een gebiedsontzegging;
- b.
een gebiedsverbod;
- c.
een groepsverbod;
- d.
een meldingsplicht;
- e.
bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 Maatregelen en bevelen ter handhaving van de openbare orde
Artikel 3 Gebiedsontzegging
-
1. De burgemeester kan op grond van artikel 2:40 uit de APV een gebiedsontzegging opleggen aan een persoon die strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht. De gedragingen waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd zijn opgenomen in Bijlage 1A (lichte feiten), Bijlage 1B (zware feiten) en Bijlage 1C (samenvatting van feiten ten behoeve van het modelbesluit gebiedsontzegging).
-
2. Voordat de burgemeester een gebiedsontzegging oplegt, waarschuwt hij de betrokkene schriftelijk, indien deze zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan een gedraging als bedoeld in het eerste lid, tenzij een uitzondering van toepassing is. De waarschuwing wordt één keer gegeven en geldt voor een of meer bepaalde delen van de gemeente Waadhoeke.
-
3. In afwijking van het tweede lid kan de burgemeester een gebiedsontzegging zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing opleggen indien naar zijn oordeel sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde.
-
4. Van een ernstige verstoring van de openbare orde als bedoeld in het derde lid is in ieder geval sprake indien de gedraging een zwaar feit betreft zoals opgenomen in Bijlage 1B.
-
5. Een gebiedsontzegging wordt opgelegd voor een of meer bepaalde delen van de gemeente Waadhoeke waarbinnen of in de nabijheid waarvan de gedraging heeft plaatsgevonden.
-
6. De gebiedsontzegging geldt voor een aaneengesloten periode van maximaal 24 uur.
-
7. Bij een tweede of volgende gebiedsontzegging is de aanduiding (licht of zwaar) van het feit dat op dat moment aanleiding geeft tot de nieuwe gebiedsontzegging bepalend voor de duur van het bevel:
- a.
wanneer aan een persoon voor een tweede of volgende maal binnen zes maanden na het opleggen van een eerder bevel een gebiedsontzegging wordt opgelegd, enkel voor overtreding van een licht feit, geldt deze voor een periode van maximaal één aaneengesloten week;
- b.
wanneer aan een persoon voor een tweede of volgende maal binnen zes maanden na het opleggen van een eerder bevel een gebiedsontzegging wordt opgelegd, voor overtreding van een zwaar feit, geldt deze voor een periode van maximaal vier aaneengesloten weken.
- a.
-
8. De burgemeester trekt de gebiedsontzegging in wanneer de omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Artikel 4 Gebiedsverbod
-
1. Indien de burgemeester het opleggen van een gebiedsontzegging op grond van de APV niet toereikend acht, kan de burgemeester een gebiedsverbod op grond van artikel 172a van de Gemeentewet opleggen:
- a.
voor een langere duur dan vier weken;
- b.
eventueel in combinatie met een meldingsplicht.
- a.
-
2. Het gebiedsverbod kan worden kan worden ondersteund met een last onder dwangsom.
-
3. Voordat de burgemeester een gebiedsverbod oplegt, waarschuwt hij de betrokkene schriftelijk, tenzij een uitzondering van toepassing is. Deze waarschuwing wordt éénmalig gegeven en geldt voor de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel voor een of meer bepaalde delen van de gemeente.
-
4. In afwijking van het derde lid kan de burgemeester een gebiedsverbod zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing opleggen indien naar zijn oordeel sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde.
-
5. De burgemeester kan een gebiedsverbod, op grond van nieuwe feiten en omstandigheden, wijzigen ten nadele of ten gunste van de betrokkene. Het bevel wordt ingetrokken zodra dit niet langer noodzakelijk is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.
Artikel 5 Groepsverbod
-
1. De burgemeester kan op grond van artikel 172a van de Gemeentewet een groepsverbod, al dan niet in combinatie met een meldplicht, opleggen aan een persoon die:
- a.
individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord, of
- b.
bij een groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, of
- c.
herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord.
- a.
-
2. Bij een groepsverbod krijgt de betrokkene het bevel van de burgemeester zich niet in één of meer aangewezen delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen, ongeacht wie, in groepsverband op te houden.
-
3. Het groepsverbod kan worden kan worden ondersteund met een last onder dwangsom.
-
4. Voordat de burgemeester een groepsverbod oplegt, waarschuwt hij de betrokkene(n) schriftelijk, tenzij een uitzondering van toepassing is. Deze waarschuwing wordt éénmaal gegeven en geldt voor een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats.
-
5. In afwijking van het vierde lid kan de burgemeester een groepsverbod zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing opleggen indien naar zijn oordeel sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde.
-
6. De burgemeester kan een groepsverbod, op grond van nieuwe feiten en omstandigheden, wijzigen ten nadele of ten gunste van de betrokkene(n). Het bevel wordt ingetrokken zodra dit niet langer noodzakelijk is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.
Artikel 6 Meldingsplicht
-
1. De burgemeester kan op grond van artikel 172a van de Gemeentewet, eventueel in combinatie met een gebiedsverbod of groepsverbod, een meldingsplicht opleggen. De betrokkene krijgt daarbij het bevel zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.
-
2. De burgemeester legt de meldingsplicht zoveel mogelijk op in de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de omstandigheden zich hiertegen verzetten. Deze omstandigheden betreffen bijvoorbeeld situaties waarin het opleggen van de meldingsplicht niet uitvoerbaar, niet handhaafbaar of niet doelmatig is, of leidt tot onevenredige gevolgen voor betrokkene.
-
3. Van een bevel zich te melden in een andere gemeente, wordt tijdig mededeling gedaan aan de burgemeester van die gemeente.
Artikel 7 Bevel op grond van artikel 172b van de Gemeentewet
-
1. Indien er ernstige vrees bestaat voor verdere verstoring van de openbare orde door een minderjarige die herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde heeft verstoord en die de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, kan de burgemeester aan de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent het bevel geven ervoor te zorgen dat de minderjarige zich gedurende een periode van ten hoogste drie maanden tussen 20:00 uur en 06:00 uur niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen.
-
2. Het bevel als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent.
-
3. Indien de burgemeester dit noodzakelijk acht, kan hij het bevel uitbreiden met de verplichting dat de minderjarige zich in een door de burgemeester aangewezen gebied niet mag bevinden zonder begeleiding door een persoon die het gezag over hem uitoefent, of door een andere meerderjarige die in het bevel wordt aangewezen.
Hoofdstuk 3 Verslaglegging en dossiervorming bij maatregelen en bevelen ter handhaving van de openbare orde
Artikel 8 Zienswijzen
-
1. De burgemeester stelt de betrokkene aan wie een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV, een gebieds- en groepsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet en een bevel op grond van artikel 172b wordt opgelegd, in de gelegenheid mondeling of schriftelijk zijn zienswijze kenbaar te maken overeenkomstig artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
-
2. De burgemeester kan de mogelijkheid tot het geven van een zienswijze op het voornemen tot het opleggen van een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV, een gebieds- en groepsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet en een bevel op grond van artikel 172b achterwege laten indien naar zijn oordeel artikel 4:11 Awb van toepassing is.
-
3. Indien een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV in de directe nabijheid van een horecabedrijf of op of rondom een evenement in de openbare ruimte aan de betrokkene wordt opgelegd, wordt een zienswijze vastgelegd op het modelbesluit zoals opgenomen in Bijlage 2.
-
4. Indien de betrokkene kan aantonen dat hij een redelijk belang heeft om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, neemt de burgemeester in het besluit een route op. Het is de betrokkene in dat geval uitsluitend toegestaan de locatie via deze route te bereiken.
-
5. De betrokkene toont zelf aan dat sprake is van een redelijk belang om zich binnen het gebied op te houden. Dit betreft doorgaans belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken of het bezoeken van een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstantie.
Artikel 9 Bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten
-
1. In het besluit wordt duidelijk vermeld met welke wettelijke bepalingen de betrokkene in strijd heeft gehandeld, met aanduiding van datum en tijd van de gedraging.
-
2. De gedraging die aan het besluit ten grondslag ligt wordt omschreven, evenals het tijdvak en het gebied waarvoor de ontzegging, het verbod of het bevel geldt. Bij het besluit wordt een kaart of een duidelijke schriftelijke omschrijving van het gebied gevoegd.
-
3. Een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV, een gebieds- en groepsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet en een bevel op grond van artikel 172b van de Gemeentewet wordt per aangetekende brief aan de betrokkene gezonden. De burgemeester kan het besluit in persoon (laten) uitreiken indien dit noodzakelijk is om het besluit tijdig in werking te laten treden.
-
4. Indien een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV in de directe nabijheid van een horecabedrijf of op of rondom een evenement in de openbare ruimte aan de betrokkene wordt opgelegd, wordt deze ter plaatse persoonlijk overhandigd met gebruik van het modelbesluit zoals opgenomen in Bijlage 2. In deze situaties wordt de gebiedsontzegging niet per aangetekende brief verzonden.
-
5. Indien de betrokkene minderjarig is, stelt de burgemeester de ouder(s)/verzorger(s) met een aangetekende brief van het besluit in kennis.
-
6. Een afschrift van het besluit wordt verstrekt aan de Politie Eenheid Noord-Nederland, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering en handhaving van het besluit in het kader van de politietaak als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012.
-
7. Een besluit treedt in werking op het moment dat dit aan de betrokkene bekend wordt gemaakt.
Artikel 10 Dossiervorming en verslaglegging
-
1. Elk genomen besluit legt de burgemeester vast in een dossier.
-
2. Van het dossier maken ten minste deel uit:
- a.
het besluit waarbij de betreffende maatregel is opgelegd;
- b.
een op ambtsbelofte of ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, of een bestuurlijke rapportage waarin alle relevante, bekende en geregistreerde gedragingen van de betrokkene zijn vastgelegd, met als doel een totaalbeeld te schetsen en inzicht te geven in de wijze waarop eerdere gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:40 APV, gebieds- en groepsverboden op grond van artikel 172a Gemeentewet en bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet tot stand zijn gekomen;
- c.
de eventuele zienswijze van de betrokkene;
- d.
indien van toepassing de aangetekende brief aan ouders/verzorgers van een minderjarige;
- e.
afschrift(en) van de eerder genomen besluiten.
- a.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 11 Afwijken van de beleidsregels
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden, gelet op de ernst van het specifieke geval, afwijken van deze beleidsregels.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
-
2. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels voor gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:40 APV, gebieds- en groepsverboden op grond van artikel 172a Gemeentewet en bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet Waadhoeke 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 21 mei 2026,
De burgemeester van gemeente Waadhoeke,
N.A. van de Nadort
Bijlage 1A Lichte feiten
- 1.
het verbod als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, APV (samenscholing, onnodig opdringen, uitdagend gedrag aanleiding geven tot ongeregeldheden);
- 2.
het verbod als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, APV (niet opvolgen bevel bij ongeregeldheden en samenscholing);
- 3.
het verbod als bedoeld in artikel 2:17 APV (betreden gesloten woning of lokaal);
- 4.
het verbod als bedoeld in artikel 2:21, eerste lid APV (orderverstoring bij evenement);
- 5.
het verbod als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, APV (openbare plaats alcoholhoudende drank)
- 6.
het verbod als bedoeld in artikel 2:23 APV (ophouden bij of in gebouwen);
- 7.
het verbod als bedoeld in artikel 2:24 APV (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten);
- 8.
het verbod als bedoeld in artikel 2:33a APV (openlijk drugsgebruik);
- 9.
het verbod als bedoeld in artikel 4:6 APV (natuurlijke behoefte doen);
- 10.
het verbod als bedoeld in artikel 424 Wetboek van Strafrecht (straatschenderij);
- 11.
het verbod als bedoeld in artikel 426 Wetboek van Strafrecht (openbare dronkenschap).
Bijlage 1B Zware feiten
- 1.
Artikel 2 Opiumwet (verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben van verdovende middelen die voorkomen op lijst I van de Opiumwet);
- 2.
Artikel 3 Opiumwet (verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben van verdovende middelen die voorkomen op lijst II van de Opiumwet);
- 3.
een wapen van categorie I dragen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
- 4.
een wapen van categorieën II, III en IV dragen als bedoeld in artikel 27 van de Wet wapens en munitie;
- 5.
feiten die strafbaar zijn gesteld in het Wetboek van Strafrecht:
- a.
artikel 138 (huisvredebreuk);
- b.
artikel 138a (kraken);
- c.
artikel 141 (openlijke geweldpleging);
- d.
artikel 170 (opzettelijke vernieling van gebouwen);
- e.
artikel 180, 181 en 182 (wederspannigheid);
- f.
artikel 184 (niet voldoen aan een ambtelijk bevel);
- g.
artikel 185 (belemmeren ambtsbediening);
- h.
artikel 186 (samenloop);
- i.
artikel 246 (aanranding van de eerbaarheid);
- j.
artikel 266 en 267 (belediging van een ambtenaar in functie);
- k.
artikel 285 (bedreiging dan wel openlijke geweldpleging);
- l.
artikel 285b (belaging);
- m.
artikel 300, 301, 302 en 303 (mishandeling);
- n.
artikel 310 (diefstal);
- o.
artikel 312 (diefstal met geweld of bedreiging);
- p.
artikel 317 (afpersing);
- q.
artikel 350 (vernieling en beschadiging);
- a.
- 6.
uitlokking van de feiten genoemd onder 1 tot en met 5.
Bijlage 1C Samenvatting van feiten ten behoeve van het modelbesluit gebiedsontzegging
Lichte feiten
- 1.
het verbod als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, APV (samenscholing, onnodig opdringen, uitdagend gedrag aanleiding geven tot ongeregeldheden);
- 2.
het verbod als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, APV (niet opvolgen bevel bij ongeregeldheden en samenscholing);
- 3.
het verbod als bedoeld in artikel 2:17 APV (betreden gesloten woning of lokaal);
- 4.
het verbod als bedoeld in artikel 2:21, eerste lid APV (orderverstoring bij evenement);
- 5.
het verbod als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, APV (openbare plaats alcoholhoudende drank)
- 6.
het verbod als bedoeld in artikel 2:23 APV (ophouden bij of in gebouwen);
- 7.
het verbod als bedoeld in artikel 2:24 APV (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten);
- 8.
het verbod als bedoeld in artikel 2:33a APV (openlijk drugsgebruik);
- 9.
het verbod als bedoeld in artikel 4:6 APV (natuurlijke behoefte doen);
- 10.
het verbod als bedoeld in artikel 424 Wetboek van Strafrecht (straatschenderij);
- 11.
het verbod als bedoeld in artikel 426 Wetboek van Strafrecht (openbare dronkenschap).
Zware feiten
- 12.
artikel 2 Opiumwet (verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben van verdovende middelen die voorkomen op lijst I van de Opiumwet);
- 13.
artikel 3 Opiumwet (verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben van verdovende middelen die voorkomen op lijst II van de Opiumwet);
- 14.
een wapen van categorie I als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
- 15.
een wapen van categorieën II, III en IV dragen als bedoeld in artikel 27 lid 1 van de Wet wapens en
- 16.
feiten die strafbaar zijn gesteld in het Wetboek van Strafrecht:
- a.
artikel 141 (openlijke geweldpleging);
- b.
artikel 285 (bedreiging dan wel openlijke geweldpleging);
- c.
artikelen 300, 301, 302 en 303 (mishandeling);
- d.
artikel 350 (vernieling en beschadiging);
- a.
- 17.
uitlokking van de feiten genoemd onder 13 tot en met 17.
Bijlage 2: Modelbesluiten gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:40 APV
(1) Modelgebiedsontzegging Waadhoeke artikel 2:40 lid 1 APV (24 uur)
(2) Modelgebiedsontzegging Waadhoeke artikel 2:40 lid 2 APV (max. 4 weken)
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl