Regeling vervalt per 01-06-2031

Aanwijzingsbesluit vergunningplicht bedrijfsmatige activiteiten Hoefkade Den Haag 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-06-2026 t/m 31-05-2031

Intitulé

Aanwijzingsbesluit vergunningplicht bedrijfsmatige activiteiten Hoefkade Den Haag 2026

Toelichting

In afdeling 19 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (hierna: APV) (Tegengaan onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat) is in artikel 2:98 lid 2 bepaald dat de burgemeester een gebied, branche of gebouw kan aanwijzen indien hij van mening is dat de leefbaarheid en/of de openbare orde en veiligheid in en rondom het gebied onder druk komen te staan. Doel van deze bevoegdheid is het opwerpen van een barrière in een afgebakend gebied, branche of gebouw, zodat malafide ondernemers zich daarin minder makkelijk kunnen vestigen of daar minder makkelijk gevestigd kunnen blijven. Waardoor de kans op bonafide ondernemers juist wordt vergroot. Inzet van deze bevoegdheid levert een belangrijke bijdrage aan de vergroting van de leefbaarheid en het tegengaan van risico’s voor de openbare orde in het aangewezen gebied. De vergunningplicht maakt het mogelijk dat de burgemeester kan beoordelen of bedrijven of andere organisaties de openbare orde of de leefbaarheid in een gebied door hun (ondermijnende, meer onzichtbare) wijze van exploitatie onder druk zetten. Daarmee is de vergunningplicht een middel om de openbare orde en de leefbaarheid binnen een aangewezen gebied of branche te verbeteren en te waarborgen. Met het invoeren van een vergunningplicht en de daarbij behorende levensgedrag- en Bibob-toetsen en het handhavingsarrangement, krijgt de gemeente de mogelijkheid malafide ondernemers te weren uit het betreffende gebied op de Hoefkade. Daarmee worden ook bezoekers die overlast of criminaliteit met zich meebrengen geweerd uit het gebied waardoor de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid zullen verbeteren.

De bevoegdheden uit artikel 2:98 van de APV zijn verder uitgewerkt in de Beleidsregel bedrijfsactiviteitenvergunning Den Haag 2024 (hierna: de beleidsregel). In artikel 1:3, eerste lid, van de beleidsregel is bepaald dat de burgemeester alleen gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten voor de vergunningplicht aanwijst indien dit noodzakelijk, evenredig en niet-discriminatoir, is. Gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten worden op grond van het tweede lid uitsluitend aangewezen als er concrete signalen zijn dat de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staan. Op grond van artikel 1:5 van de beleidsregel wordt bij het aanwijzen van een gebied in overweging genomen in hoeverre de algehele leefbaarheid of openbare orde en veiligheid in het betreffende gebied onder druk staan. In aanvulling hierop zal de burgemeester de vergunningplicht invoeren als onderdeel van een groter integraal pakket aan maatregelen om de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid in dit gebied te vergroten.

Voorafgaand aan het nemen van dit besluit is input gevraagd bij het basisteam van de politie, bureau Heemstraat/Hoefkade en bij de Haagse Handhavingsorganisatie (hierna: de HHO). Ook is er een bewonersonderzoek op de Hoefkade en nabije omgeving uitgevoerd. Om een volledig beeld te krijgen is dit bewonersonderzoek uitgevoerd in 5 talen (Nederlands, Engels, Arabisch, Turks en Bulgaars). Daarnaast vonden er informele gesprekken plaats met bewoners, ondernemers en bezoekers op straat en werden er bezoeken gebracht aan buurtcentra en de bibliotheek. Deze input en de uitkomsten van de opgevraagde informatie en de uitkomsten van het bewonersonderzoek vormen in belangrijke mate de grondslag van dit aanwijzingsbesluit. Waar in dit besluit gesproken wordt over ‘de Hoefkade’ wordt daaronder tevens verstaan de aanliggende pleinen, zoals het Kaapseplein, Hoflandplein, alsmede de hoekpanden op de punten waar de Hoefkade de andere straten kruist.

Schilderswijk

De Hoefkade ligt centraal in de wijk Schilderswijk en grenst aan de wijken Transvaal en Groente- en Fruitmarkt. In alle drie de wijken staan de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde onder druk. De Schilderswijk is bij besluit van 9 juli 2024 (RIS319428) aangewezen als investeringsgebied. De Hoefkade is als centrale winkelstraat in de Schilderswijk bepalend voor de sfeer en leefbaarheid in deze wijk. Het imago van de Schilderswijk gaat de landsgrenzen te buiten, zo riep de Duitse krant Express de wijk in oktober 2023 uit tot gevaarlijkste wijk van Nederland. Regelmatig zijn er in de wijk ongeregeldheden, zoals de recente rellen in januari 2026 waarbij vuurwerk werd gegooid naar hulpverleners en waar de Mobiele Eenheid op grote schaal werd ingezet. Naast deze onrust spelen er in de wijk ook andere uitdagingen. Zo beschrijft de politie dat er sprake is van een hoge werkloosheid. Onderzoek laat zien dat sociaaleconomische kwetsbaarheid, waaronder werkloosheid, onder bepaalde omstandigheden kan samenhangen met een verhoogde kwetsbaarheid voor specifieke vormen van criminaliteit. Er wordt in het gebied als gevolg van de relatief kleine woningen veel buiten geleefd, wat een vergrote kans op overlast oplevert. De bestuurlijke rapportage vanuit de handhavingsorganisatie geeft aan dat er sprake is van overbewoning en dat er grote druk is op de leefbaarheid door de grote hoeveelheid arbeidsmigranten die in deze omgeving zijn gehuisvest. Als de handhavers problemen signaleren, treden ze hiertegen op door burgers te informeren, waarschuwen of te beboeten. Handhaving is altijd het sluitstuk.

In het uitgevoerde bewonersonderzoek geven respondenten aan dat er spanningen zijn in de omgang tussen verschillende groepen in de wijk. Respondenten uiten gevoelens van vervreemding, ervaren sociaal‑culturele afstand en geven aan zich niet altijd welkom te voelen in winkels of op straat. In deze context worden winkels en horeca vaak genoemd als plekken waar deze spanningen zichtbaar worden. Zo geven sommige respondenten aan zich genegeerd, anders behandeld of niet aangesproken te voelen. Deze ervaringen worden door hen gekoppeld aan afkomst of religieuze achtergrond van anderen, wat bijdraagt aan gevoelens van uitsluiting en het idee dat het voorzieningenaanbod en het sociale klimaat niet (meer) op hen is gericht.

De Schilderswijk is één van de armste wijken van Nederland en heeft een hoge bevolkingsdichtheid. Er zijn verschillende nationaliteiten en culturen aanwezig en de verhuismobiliteit is hoog. Dit maakt dat de sociale cohesie in de wijk laag is. Daarnaast is uit het uitvoeren van het bewonersonderzoek gebleken dat de bereidheid tot participatie in dit gebied laag ligt. Ondanks grote inspanningen om zoveel mogelijk inwoners te betrekken, denk aan flyeracties, posters, promotie op sociale media en inzet van vrijwilligers, bleek dat de deelname aan het bewonersonderzoek achter bleef ten opzichte van vergelijkbare onderzoeken die elders in de stad zijn uitgevoerd. Het aantal respondenten wat het onderzoek volledig heeft ingevuld is 92. Het beeld van een lage meldingsbereidheid wordt ook bevestigd door de politie, die aangeeft dat uit gesprekken met de bewoners binnen het gebied blijkt dat ze wel informatie hebben, maar dit veelal niet delen. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat mensen bang zijn, de taal niet machtig zijn of geen vertrouwen hebben dat er na de melding bepaalde opvolging plaatsvindt.

Vanwege de uitdagende situatie in de Schilderswijk, maar ook in Transvaal worden in deze gebieden regelmatige zogenoemde integrale handhavingsacties (IHA’s) gehouden. Er worden bij dergelijke controles door de verschillende handhavende instanties veel misstanden geconstateerd. Bij een recente controle in februari 2026 in de Schilderswijk en Transvaal werden ten aanzien van 70 door de politie gecontroleerde voertuigen 19 bekeuringen gegeven en bij 23 door de Rijksbelastingdienst gecontroleerde voertuigen werd een totale openstaande schuld van €156.458.- geconstateerd. De Douane heeft bij twee voertuigen niet veraccijnsde sigaretten en/of shisha aangetroffen. Ook andere partners, zoals Stedin, AVIM, HTM en de Haagse pandbrigade hebben misstanden geconstateerd. Bij meerdere IHA’s afgelopen jaren in dit gebied zijn vergelijkbare cijfers te zien.

Hoefkade

Zoals gezegd loopt de Hoefkade centraal door de Schilderswijk en is deze winkelstraat sfeerbepalend voor deze wijk en voor de wijken Transvaal en Groente- en Fruitmarkt. Door de politie wordt stevig ingezet op de Hoefkade. In de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 zijn er door de politie 6598 incidenten geregistreerd. Dit is een bijzonder hoog aantal. Zo blijkt uit een uitvraag over de Goeverneurlaan in 2025 dat daar 4054 incidenten waren geregistreerd over eenzelfde tijdverloop. De Goeverneurlaan is qua lengte en karakter vergelijkbaar met de Hoefkade en deze straat is, mede op grond van het hoge aantal incidenten, eerder al aangewezen voor de vergunningplicht. Naast de hoogte van het aantal meldingen, geeft ook de inhoud van de meldingen aan dat de openbare orde en veiligheid op de Hoefkade ernstig onder druk staan. Zo betroffen 249 incidenten meldingen over verdachte situaties, was er 182 keer sprake van overlast in verband met alcohol en/of drugs en was er 29 keer sprake van (vuur)wapenbezit. De politie benadrukt dat de overlast rondom drugs grootschalig en divers is. Er is sprake van grote groepen kopers en dealers die samenscholen waardoor een intimiderende sfeer ontstaat. De politie spreekt over conflicten tussen dealers, vechtpartijen, straatroven en gewelddadige diefstallen waaronder in woningen. Buurtbewoners die klachten uiten kunnen bedreigd worden wat leidt tot intimidatie. Op en rondom de Hoefkade is het aantal geweldsincidenten hoog. Geweldsincidenten is in dit kader een verzamelnaam voor verschillende soort incidenten zoals; "ruzie/twist, mishandeling, bedreiging, wederspannigheid en dergelijke." Er vinden diverse meldingen plaats waarin (vuur)wapens een rol hebben.

Het beeld van de politie wordt ook bevestigd in het uitgevoerde bewonersonderzoek. Zo heeft de helft van de respondenten ‘ja’ gereageerd op de vraag of men zich wel eens onveilig voelt op de Hoefkade. Van deze groep voelt 55% zich ‘vaak’ onveilig. Respondenten die zich onveilig voelen ervaren dit hoofdzakelijk ’s avonds (85%) en ’s nachts (83%), maar ook in de ochtend (35%) en de middag (55%) voelen mensen zich niet veilig. Het percentage dat zich onveilig voelt ligt bij vrouwen (52%) hoger dan bij mannen (46%). In de open velden hebben respondenten aangegeven dat men zich onveilig voelt door de verkeersdrukte, maar ook door sociale vormen van overlast zoals rondhangende personen op straat. De overlast kenmerkt zich door geluidsoverlast en afval op straat. 86% van de respondenten ervaart overlast. Het valt hierbij vooral op dat 49% van de respondenten aangeeft ‘vaak’ overlast te ervaren door rondhangende groepen mensen, waarbij in de open antwoorden 13 respondenten hebben aangegeven dat het met name om overlast door groepen mannen gaat. Deze mannen hangen bij cafés en koffiehuizen en veroorzaken geluidsoverlast, overlast door alcohol (- en drugs), afval op straat en een onveilig of oncomfortabel gevoel.

Ondernemersklimaat op de Hoefkade

De bestuurlijke rapportage van de politie gaat ook specifiek in op de ondernemingen die zijn gevestigd op de Hoefkade. De Hoefkade is een relatief lange winkelstraat, bestaande uit veel woningen en winkels. Uit de analyse van de politie blijkt dat het met name de volgende soort ondernemingen betreft: horeca (zowel vergunde als meldingsplichtige horeca), avondwinkels/buurtsupermarkten, kapsalons/schoonheids- en nagelstudio’s, telefoon- en elektronicawinkels, tabakswinkels, juweliers en uitzendbureaus. Wanneer gekeken wordt naar de branches die op de Hoefkade en aangrenzende straten/pleinen in ruime mate aanwezig zijn en dit wordt gelegd op eerdergenoemde onderzoeken naar ondermijning, waarbij risicobranches genoemd worden, dan kan gesteld worden dat er een groot deel van de aanwezige bedrijven zich in een risicobranche bevinden. In relatie tot een aantal van deze winkels zijn in het (recente) verleden ook signalen ontvangen en constateringen gedaan die verband houden met illegale handel en/of ondermijnende criminaliteit. In dit kader is het ook opvallend dat 39% van de respondenten van het bewonersonderzoek aangeeft dat er winkels, bedrijven of horeca op de Hoefkade zijn waar nooit klanten komen.

Naast de incidenten die zich bij dit type ondernemingen voordoen, komt dit eenzijdige aanbod de leefbaarheid niet ten goede. Doordat er veel van dezelfde type ondernemingen aanwezig zijn is dat

een reden voor twijfel of deze ondernemingen een bestaanszekerheid hebben en kwetsbaar zijn voor

ondermijnende activiteiten.

Ook in het 'Landelijk beeld van ondermijnende criminaliteit' van het LIEC/RIEC wordt omgeschreven op basis van artikel 2:28 APV:

'Lokale overschotten in bepaalde branches vallen op, zoals tientallen kapperszaken, juweliers of belwinkels in een winkelstraat. Verder wordt meegewogen dat wanneer zij veel klanten trekken, omdat zij producten voor een onmogelijk lage prijs kunnen aanbieden (de echte inkomsten zijn immers afkomstig uit criminele activiteiten), dit het concurrentieklimaat aantast.

Op de Hoefkade komen de genoemde branches in het Landelijk beeld van ondermijnende criminaliteit veelvuldig voor. De vergunde en niet vergunde horecagelegenheden zijn zeer vertegenwoordigd in het aangewezen gebied. Er is ten aanzien van de horeca regelmatig vastgesteld dat er illegale kansspelen georganiseerd worden. Hoewel het bewijzen van illegale kansspelen moeilijk is, zijn er bij controles veel indicaties dat dit toch plaatsvindt. Indicaties die in de praktijk voorkomen zijn de aanwezigheid van veel cashgeld bij de aanwezigen, afgeplakte ramen van de onderneming, kaartspellen en fiches op tafel, laptops die gesloten werden bij het binnentreden door de politie. Dergelijke illegale kansspelen, met zeer hoge bedragen van vaak duizenden euro's, vergroten de risico's op de leefbaarheid en veiligheid aangezien personen met gokschulden makkelijker beïnvloedbaar zijn.

Tabakszaken

Begin 2026 zijn er bij een tabaksshop diverse verboden goederen aangetroffen. Tijdens een reguliere controle werd er bij de kassa een zwartkleurig, op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen. Na onderzoek bleek dit een balletjespistool te zijn, dat qua uiterlijk niet van een echt vuurwapen te onderscheiden was. Daarnaast werden onder andere snus, verboden vapes, verboden sigaretten, neppe Apple AirPods en neppe Apple kabels aangetroffen.

In september 2025 werd bij een andere tabaksshop een controle uitgevoerd. Aanleiding voor deze controle waren signalen van mogelijke drugshandel. Tijdens de controle zijn er geen drugs aangetroffen. Wel zijn er wederom grote hoeveelheden cashgeld aangetroffen. De ondernemer verklaarde hierover dat het geld nog overgemaakt moest worden naar de rekening van "Money Transfer". De Nederlandse Bank moet deze werkwijze nog nader onderzoeken. Deze tabaksshop bevindt zich op een prominente locatie en heeft daardoor een aanzuigende werking voor (criminele) jongeren. De jongeren hangen in groepen tot 's-avonds laat voor de deur van de tabakszaak. Dit zorgt voor een onveiligheidsgevoel in de wijk en tast de leefbaarheid aan.

Horeca vergund en niet vergund

Zoals aangegeven is dit een branche die het meest in het gebied van de Hoefkade aanwezig is. Deze branche bevat de eetgelegenheden als snackbars/(afhaal)restaurants, maar ook cafés/koffiehuizen. Dit betreffen zogenoemde vergunning-plichtige en meld-plichtige horeca. Het is afhankelijk van binnen welke kaders een horecagelegenheid wil exploiteren of een vergunning op basis van artikel 2:28APV noodzakelijk is. Dit betekent dat een deel van de horecaondernemingen momenteel niet vergunningsplichtig is. Binnen deze branche hebben zich veel incidenten afgespeeld, zoals drugshandel en illegale kansspelen. Ook is meermaals geconstateerd dat deze gelegenheden fungeren als verzamelplaats van criminele groepen. De politie gaat in de bestuurlijke rapportage nadrukkelijk in op de omvang en de gevolgen van illegaal gokken. Dit beeld wordt overigens bevestigd door het bewonersonderzoek. 27% van de 92 respondenten geeft aan dat er (illegaal) gegokt wordt in winkels, bedrijven en horeca.

Kapsalons/ schoonheids- en nagelstudio's

De Hoefkade kent voorts een ruime hoeveelheid kapperszaken, schoonheids- en nagelstudio's. Gezien het feit dat de wijken rondom het aangewezen gebied relatief arm zijn, er veelal een geringe aanloop naar dit soort ondernemingen en er weinig klandizie is, kan legitiem de vraag gesteld worden of voor zoveel kappers-, schoonheids- en nagelstudio’s economische levensvatbaarheid reëel is. Veel van deze ondernemingen zijn vanaf de buitenzijde (deels) beplakt met raamdecoratie, waardoor het lastig is om van buitenaf zicht te hebben op wat er in de zaak plaatsvindt. Vaak kan er uitsluitend contant betaald worden. Dit is een duidelijke indicatie voor mogelijke witwaspraktijken. Het vervolgens aantonen met bewijs blijkt in de praktijk lastig.

Supermarkt/avondwinkels

In het aangewezen gebied is slechts één bekende grotere winkelketen gevestigd, de Lidl. Er zijn wel

veel kleine "lokale" supermarkten en avondwinkels aanwezig. De overtredingen die worden vastgesteld bij deze supermarkten/avondwinkels gaan voornamelijk over de verkoop van niet veraccijnsde goederen als sigaretten en sterke drank en de verkoop van deze producten aan minderjarigen. Ook zijn er diverse ondernemingen die zich (structureel) niet lijken te houden aan de Winkeltijdenwet. Dit zijn ondermijnende activiteiten die aangepakt moeten worden. De politie zet hierop in, maar het is in de praktijk vaak lastig om dergelijke overtredingen vast te stellen. De politie heeft daarom de partners en andere maatregelen nodig om hiertegen op te treden, zoals de vergunningsplicht voor niet vergunde ondernemingen.

Uit vergelijkbare aanpakken op andere winkelstraten is gebleken dat de vergunningplicht een passend instrument is op misstanden in dergelijke supermarkten aan te pakken. Tijdens de vergunningsbeoordeling en bijbehorende Bibob-toets blijkt dat bij veel van dergelijke supermarkten sprake is van misstanden en vergunningen worden in vergelijkbare winkelstraten voor kleine supermarkten relatief vaak geweigerd.

Dat er misstanden zijn binnen de ondernemingen op de Hoefkade wordt door de politie ook onderbouwd met cijfers van de Dienst Regionale Intelligence Organisatie. Op basis van een door de gemeente verstrekt overzicht van de ondernemingen op de Hoefkade is een analyse gemaakt. Hieruit ontstaat het beeld dat deze ondernemingen en de betreffende ondernemers een aanzienlijke rol spelen in de verstoring van de openbare orde en veiligheid. In totaal zijn 21 lopende strafrechtelijke onderzoeken gaande in de zin van artikel 9 Wet politiegegevens (WPG) waarin bedrijven van de Hoefkade genoemd worden. Na het analyseren van de ondernemers van de gevestigde bedrijven in het gebied is vastgesteld dat 51 ondernemers in lopende strafrechtelijke onderzoeken genoemd worden, verwerkt onder artikel 9 WPG. Deze onderzoeken gaan over (zware) georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel, witwassen en fraude. Tijdens de onderzoeksperiode zijn bij meerdere exploitanten strafbare feiten vastgesteld. Een substantieel deel van de eigenaren heeft antecedenten die ondermijning gerelateerd zijn zoals fraude, illegaal gokken en de handel in hard- en softdrugs. Dit is informatie verwerkt onder artikel 8 WPG.

Ook de bestuurlijke rapportage van de handhavingsorganisatie gaat in op de ondernemers op de Hoefkade. Het handhavingsteam van Centrum II kent en spreekt de ondernemers op de Hoefkade en de aanliggende straten. Als er wordt gekeken naar deze ondernemingen vallen een aantal zaken op als het gaat om gedrag en (fysieke) signalen. Handhaving heeft op delen van de Hoefkade te maken met intimidatie en agressie.

Het beeld van misstanden in de ondernemingen op de Hoefkade wordt bevestigd door het uitgevoerde bewonersonderzoek. Zo geeft 35% van de 92 respondenten aan dat gestolen spullen worden verkocht in winkels op de Hoefkade. Bij de open velden worden met name fietsen, telefoons en alcohol genoemd. 46% van de 92 respondenten geeft aan dat verboden spullen worden verkocht op de Hoefkade. Op de vraag welke verboden goederen werden verkocht hebben 16 respondenten aangegeven dat sigaretten en e-sigaretten worden verkocht, waarvan sigaretten (12) het meeste worden genoemd. Ook geven 13 respondenten aan dat er drugs verkocht worden, waarvan lachgas het meest genoemd wordt. 33% van de 92 respondenten geeft aan dat er winkels, bedrijven of horeca zijn waar criminelen elkaar ontmoeten.

Van de 92 respondenten geeft 16% aan arbeidsuitbuiting te herkennen. In dit kader is van belang dat arbeidsuitbuiting in Den Haag een bekend probleem is. Den Haag kent een hoge vertegenwoordiging van kwetsbare, veelal Oost-Europese, arbeidsmigranten. Deze zijn veelal gehuisvest in de Schilderswijk en Transvaal. Opvallend is dan ook dat de politie ook opmerkt dat er de afgelopen vijf jaar opvallend veel (23) meldingen zijn geweest van de overtredingen van de Vreemdelingenwet en/of het Vreemdelingenbesluit.

Met betrekking tot de kwaliteit van de winkels wordt door een groot deel van de respondenten gewezen op slechte hygiëne, achterstallig onderhoud en een onaantrekkelijke uitstraling. Sommige respondenten noemen daarbij concreet stank in winkels, producten die over de datum zijn en de aanwezigheid van muizen. Als gevolg hiervan geven meerdere respondenten aan dat zij deze winkels mijden of er alleen in noodgevallen aankopen doen.

Brede aanpak Hoefkade

Den Haag kent verschillende investeringsgebieden. Het gemeentebestuur heeft aangegeven extra en integrale inzet in deze gebieden te willen plegen, omdat de leefbaarheid en veiligheid in deze gebieden onder druk staan. In drie van deze gebieden, de Weimarstraat/Beeklaan/Zevensprong, de Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat en Laak (Goeverneurlaan), maakt een omvangrijk winkelgebied onderdeel uit van het investeringsgebied. In voorgenoemde gebieden is al eerder succesvol een vergunningplicht ingevoerd. De Schilderswijk is bij besluit van 9 juli 2024 (RIS319428) eveneens aangewezen als investeringsgebied. De Hoefkade ligt centraal in de Schilderswijk en is bepalend voor de sfeer en leefbaarheid in deze wijk. Met het aanpakken van deze winkelstraat door middel van het invoeren van de vergunningplicht beoogt de gemeente een positieve kentering in gang te zetten met betrekking tot de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de hele wijk. In het programmaplan Versterken ondernemersklimaat Schilderswijk en Transvaal (RIS320937) is Hoefkade aangewezen als één van de vijf winkelstraten die door middel van een integrale aanpak en een extra financiële impuls opgeknapt wordt. De vergunningplicht op de Hoefkade is daarmee onderdeel van een groter integraal pakket aan maatregelen om de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid in dit gebied te vergroten.

Noodzaak vergunningplicht binnen lopende aanpak Hoefkade

Zowel de politie, als andere instanties hebben de afgelopen jaren al stevig ingezet in de Schilderswijk en op de Hoefkade in het bijzonder. Er zijn meerdere wijkagenten actief in het gebied en het basisteam is veel in de straat aanwezig. Ook buurtvaders zijn actief. Zij geven, naast hun waardevolle werk, signalen door van misstanden. Afval wordt bijna dagelijks opgehaald, wat ook laat zien dat er vanuit de gemeente bovengemiddeld veel inzet wordt gepleegd in deze straat. Ook zijn er meermaals integrale handhavingsacties geweest en voert het Haag Economisch Interventieteam regelmatig controles uit. Ondanks de genoemde inspanningen en controles, blijkt dit niet voldoende te zijn om signalen van misstanden daadwerkelijk te kunnen constateren en de problematiek aan te kunnen pakken. Eén van de factoren die het lastig maakt om grip te krijgen op dit gebied is de lage meldingsbereidheid onder bewoners en ondernemers. Hiermee is de vergunningplicht niet alleen passend, maar ook noodzakelijk. Andere inspanningen hebben immers niet tot het gewenste resultaat geleid.

In de afweging in het kader van de noodzakelijkheid en proportionaliteit van het invoeren van de vergunningplicht is nadrukkelijk gekeken naar de impact die deze maatregel heeft op de ondernemers in het gebied. Zo geldt voor alle ondernemers dat zij een vergunning aan moeten aanvragen, hetgeen een administratieve last met zich meebrengt. In dit kader is er bewust voor gekozen om geen leges in te voeren. Daarnaast is het zeer aannemelijk dat de invoering van de vergunningplicht ertoe zal leiden dat één of meer ondernemers geen vergunning zullen krijgen en dat zij daardoor hun bedrijfsactiviteiten in het betreffende gebied moeten staken. Op grond van de beleidsregel zullen ondernemers worden beoordeeld of zij ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ zijn. Toepassing van deze toets op levensgedrag is bedoeld om risico’s voor de openbare orde en veiligheid en voor het goede woon- en leefklimaat te beperken. Daarbij wordt (ook) het levensgedrag in de periode voorafgaand aan het onderhavige aanwijzingsbesluit meegewogen. De burgemeester is zich ervan bewust dat dit ingrijpende gevolgen voor een onderneming kan hebben, maar acht het, gelet op de hierboven beschreven problematiek, noodzakelijk dat de ondernemers op de Hoefkade over het juiste verantwoordelijkheidsbesef beschikken om te voorkomen dat zij een (verdere) negatieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid- en veiligheidssituatie in het gebied. Hierbij speelt ook nadrukkelijk de overweging dat alle eerdere inspanningen tot nu toe nog niet hebben geleid tot het gewenste resultaat. Het invoeren van de vergunningplicht wordt daarom passend en noodzakelijk geacht. De eventueel aan de vergunning te verbinden voorschriften zullen uitsluitend zijn gericht op het stimuleren van een bonafide ondernemingsklimaat. Ondernemers die hun bedrijfsvoering en financiering op orde hebben en zich niet (hebben) in(ge)laten met criminele of oneerlijke activiteiten, zullen dus geen negatieve gevolgen ondervinden van het aanwijzingsbesluit. Verder is van belang dat de vergunningplicht pas vier maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit gaat gelden, zodat ondernemers de tijd hebben om een aanvraag in te dienen of desgewenst de exploitatie te beëindigen.

Looptijd en reikwijdte van het aanwijzingsbesluit

In artikel 2:98, tweede lid, van de APV is bepaald dat een gebied uitsluitend voor een bepaalde termijn wordt aangewezen. Bij de initiële aanwijzingsbesluiten voor de Weimarstraat/Beeklaan en de Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat is gekozen voor het aanwijzen van de gebieden voor de duur van drie jaar. Uit de opgedane ervaringen met het invoeren en handhaven van de vergunningplicht in deze gebieden is gebleken dat het tegengaan van ondermijning een lange adem vergt.

Gelet op de tijdsintensieve processen om vergunningen aan te vragen, te beoordelen en zo nodig uit te procederen neemt de fase van afgifte en weigering van de initiële vergunningsaanvragen al één tot twee jaar in beslag. Zoals is gebleken uit de evaluatie van de vergunningplicht op de Weimarstraat/Beeklaan, is het daarnaast van belang om de aanpak middels de vergunningplicht na de initiële aanvraag- en gunningsprocedures te bestendigen. Dit is de aanleiding geweest om de aanpakken op de Weimarstraat/Beeklaan en op de Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat te verlengen met een periode van drie jaar. De burgemeester beoogt niet alleen de Hoefkade te ontdoen van de huidige malafide ondernemers, maar wil ook voorkomen dat nieuwe malafide ondernemers de kans krijgen zich hier in de nabije toekomst te vestigen. Alles overwegende is gekozen om Hoefkade, zoals dat ook gedaan is op de Goeverneurlaan en de Paul Krugerlaan, voor de vergunningplicht aan te wijzen voor een periode van vijf jaar. Voorts is het gelet op de eerdere ervaringen en met het oog op een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag noodzakelijk om rekening te houden met een beslistermijn op een aanvraag voor een bedrijfsactiviteitenvergunning van dertien weken. Deze beslistermijn is nodig om recht te kunnen doen aan een integrale beoordeling van de aanvraag waarbij alle relevante feiten en omstandigheden en eventuele aanvullende informatie van de aanvrager op een zorgvuldige wijze worden meegenomen. Deze beslistermijn zal duidelijk aan de ondernemers worden gecommuniceerd. De vergunningsplicht op basis van artikel 2:98 APV ingaat acht weken na de inwerkingtreding van de gebiedsaanwijzing. De burgemeester zal echter niet eerder dan per 1 oktober 2026 handhaven. Dit zal ook als zodanig richting de ondernemers worden gecommuniceerd.

Aanwijzing van het hele gebied ligt in de rede, omdat de problematiek zich niet beperkt tot één of meer panden of branches. De aanwezigheid van bedrijven op de Hoefkade die de openbare orde en de leefbaarheid onder druk zetten, moet als zodanig worden tegengegaan, om de algehele openbare orde en de leefbaarheid in het gebied te verbeteren. In het kader van de afbakening is ervoor gekozen om ook alle panden op de zijstraten aan te wijzen voor zover de etalage geheel of gedeeltelijk uitkijken op de Hoefkade. Hoewel sommige van deze panden een ingang hebben in de zijstraat, zijn zij door hun grote gevel wel sfeerbepalend voor, en hebben zij een invloed op de openbare orde en veiligheid op en rondom de Hoefkade. Ook het Kaapseplein en Hoflandplein maken integraal onderdeel uit van dit winkelgebied en vallen daarom ook onder de reikwijdte van het aanwijzingsbesluit. Het Kaapseplein is namelijk, mede gelet op de ligging, bepalend voor de sfeer en het veiligheidsgevoel op de Hoefkade.

Dienstenrichtlijn

De Dienstenrichtlijn streeft ernaar om de belemmeringen voor dienstverleners om zich in een lidstaat te vestigen of om er tijdelijk diensten te kunnen verrichten zoveel mogelijk weg te nemen. Op een vergunningstelsel dat de uitoefening van dienstenactiviteiten reguleert zijn de artikelen 9 en 10 van de Dienstenrichtlijn van toepassing. Dit betekent dat het inroepen van een vergunningstelsel als deze een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten inhoudt, niet discriminatoir en doelmatig is en het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt (ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:461).

Gelet op het bovenstaande is er een dringende reden van algemeen belang voor het invoeren van een vergunningstelsel voor bedrijfsmatige activiteiten in dit gebied. De maatregel is doelmatig en het nagestreefde doel kan niet met een minder beperkende maatregel worden bereikt. Zoals reeds toegelicht worden veel maatregelen genomen in dit gebied, maar die hebben tot op heden niet geleid tot het benodigde resultaat. De maatregel is ten slotte niet discriminatoir. Er wordt een specifiek gebied aangewezen en daarbinnen wordt niet verder gedifferentieerd. Alle ondernemingen binnen het gebied die onder de reikwijdte van artikel 2:98 van de APV vallen, zullen voor de duur van dit aanwijzingsbesluit vergunningsplichtig blijven.

Conclusie

Gelet op het bovenstaande kan de conclusie worden getrokken dat de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid in en rondom de Hoefkade onder druk staan. Uit de onderliggende stukken en gegevens blijkt dat er concrete signalen zijn die dit onderbouwen. Hiermee is het invoeren van de vergunningplicht een passende maatregel, gelet op het bepaalde in artikel 2:98, tweede lid van de APV en gelet op het bepaalde in artikel 1:3 van de Beleidsregel bedrijfsactiviteitenvergunning Den Haag 2024. Daarbij is, gelet op het bepaalde in artikel 1:5, derde lid, van deze beleidsregel, van belang dat er op en rond de Hoefkade in brede zin maatregelen worden genomen om de leefbaarheid te vergroten.

Besluitvorming

De burgemeester van Den Haag,

gelet op:

  • -

    artikel 2:98 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (hierna APV);

  • -

    Beleidsregel bedrijfsactiviteitenvergunning Den Haag 2024;

besluit:

  • I.

    het navolgende gebied aan te wijzen als gebied waar bedrijfsmatige activiteiten vergunningplichtig zijn als bedoeld in artikel 2:98 van de APV: de Hoefkade en het Kaapseplein, inclusief alle panden waarvan de etalage geheel of gedeeltelijk uitkijkt op de Hoefkade en het Kaapsplein aan:

    • -

      Stationsweg (zoals weergegeven op afbeelding 1);

    • -

      Kraijenhoffstraat (zoals weergegeven op afbeelding 2);

    • -

      Koningstraat en Koninginnestraat (zoals weergegeven op afbeelding 3);

    • -

      Rochussenstraat, David Blesstraat en Pieter Lastmanstraat (zoals weergegeven op afbeelding 4a en 4b);

    • -

      Vaillantlaan en Wouwermanstraat (zoals weergegeven op afbeelding 5);

    • -

      De Heemstraat, Groenteweg, Hoflandplein, Marktweg en Wesselsstraat (zoals weergegeven op afbeelding 6a en 6b);

    • -

      Kaapseplein en Marktweg (zoals weergegeven op afbeelding 7a&b);

    • -

      Schalk Burgerstraat en Veluweplein (zoals weergegeven op afbeelding 8);

Afbeelding 1

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 2

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 3

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 4a

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 4b

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 5

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 6a

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 6b

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 7a

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 7b

afbeelding binnen de regeling

Afbeelding 8

afbeelding binnen de regeling

  • II.

    de vergunningsplicht in de zin van onderhavig aanwijzingsbesluit geëffectueerd en gehandhaafd zal worden per 1 oktober 2026;

  • III.

    dat dit besluit in werking treedt met ingang van 1 juni 2026;

  • IV.

    dat dit besluit vervalt op 1 juni 2031.

Ondertekening

Den Haag, 19 mei 2026

Jan van Zanen