Beleidsregels giften Participatiewet Gouda 2026

Geldend van 30-05-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Beleidsregels giften Participatiewet Gouda 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;

gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 31, tweede lid, onderdeel m en s van de Participatiewet,

besluit vast te stellen: Beleidsregels giften Participatiewet Gouda 2026

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    belanghebbende: de persoon en/of het gezin die algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt;

  • b.

    gift: een herleidbare en controleerbare verstrekking in geld of in natura, afkomstige van een derde, die uitsluitend uit vrijgevigheid wordt gedaan en die voor de ontvanger niet gepaard gaat met een terugbetalingsverplichting, tegenprestatie of enig ander verplichtend karakter;

  • c.

    wettelijke vrijlatingsgrens: het normbedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m, van de Participatiewet;

  • d.

    probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden;

  • e.

    wet: Participatiewet.

Artikel 2 Giftenvrijlating en melding

  • 1. Op grond van de Participatiewet worden giften en kostenbesparende bijdragen tot de wettelijke vrijlatingsgrens niet tot de middelen gerekend. Het gaat om een totaalbedrag per kalenderjaar en geldt per uitkering.

  • 2. Zolang het totaalbedrag aan giften en kostenbesparende bijdragen in een kalenderjaar onder de wettelijke vrijlatingsgrens blijft, hoeft de belanghebbende de ontvangst hiervan niet te melden.

  • 3. Voor de ontvangst van giften en kostenbesparende bijdragen die hoger zijn dan de wettelijke vrijlatingsgrens geldt een meldingsplicht. Hierbij is de inlichtingenplicht van artikel 17, eerste lid van de wet van toepassing.

Artikel 3 Specifieke situaties vrijlating giften

  • 1. Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s van de wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:

    • a.

      giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders een vergoeding vanuit bijzondere bijstand of Wmo voorziening verleend had kunnen worden;

    • b.

      giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;

    • c.

      giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;

    • d.

      giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid van de wet met een waarde tot maximaal €500,-;

    • e.

      voedingsgelden bij verblijf in inrichting;

    • f.

      giften van de voedselbank en de non foodbank worden vrijgelaten.

Artikel 4 Individuele beoordeling van giften

  • 1. Bij giften boven de wettelijke vrijlatingsgrens wordt maatwerk geleverd en vindt een individuele beoordeling plaats. Daarbij staat het doel van de gift centraal, evenals de vraag of de gift verantwoord is in het kader van bijstandsverlening.

  • 2. Ontvangsten waarvan de herkomst niet controleerbaar of onvoldoende aannemelijk is, worden niet als gift aangemerkt.

  • 3. Giften die ter vrije besteding zijn, komen in beginsel niet voor vrijlating in aanmerking.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt op de dag na bekendmaking in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 6 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels giften Participatiewet Gouda 2026

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 19 mei 2026

Burgemeester en wethouders van Gouda,

de secretaris,

drs. C.W.W. van den Berg CMC

de burgemeester,

mr. drs. P. Verhoeve

Toelichting

Algemeen

Op 1 januari 2026 is de Participatiewet gewijzigd door de Participatiewet in balans. De wijzigingen door de Participatiewet in balans treden gefaseerd in werking. Deze beleidsregel ziet op het invullen van de beleids- en uitvoeringsruimte van het college en maakt het, onder voorwaarden, mogelijk om vrijgelaten giften te verruimen.

De Participatiewet in balans brengt een verandering voor giften met zich mee. Vanaf 1 januari 2026 worden giften en kostenbesparingen tot €1.200,- per kalenderjaar niet meegeteld als middelen bij de bijstandsverlening. Dit betekent dat giften en besparingen die minder dan dit bedrag per jaar bedragen, geen invloed hebben op het recht op bijstand. Dit geeft de belanghebbende ruimte om financiële of materiële steun van familie, vrienden of anderen te ontvangen, zonder dat dit direct leidt tot een verlaging of beëindiging van de uitkering. De wettelijke grens wordt jaarlijks geïndexeerd.

Per 1 januari 2026 kunnen ook bepaalde kostenbesparende bijdragen worden vrijgelaten. Het gaat hierbij om bijdragen van anderen die de kosten van het levensonderhoud verlagen, zoals boodschappen, de betaling van gas, elektriciteit of water of de zorgpremie. Voor zover kostenbesparingen in een kalenderjaar (al dan niet in combinatie met andere giften) het in de Participatiewet genoemde bedrag niet overstijgen, wordt de bijstand niet afgestemd.

Artikelsgewijs

In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.

Artikel 1 Definities

In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden nader toegelicht.

Artikel 2 Giftenvrijlating en melding

Het is de verantwoordelijkheid van de belanghebbende om bij te houden wanneer het in de Participatiewet genoemde bedrag wordt bereikt. Giften boven dit bedrag moeten altijd worden gemeld.

Artikel 3 Specifieke situaties vrijlating giften

Naast de categoriale vrijlatingsregeling kan het college verder invullen onder welke omstandigheden het al dan niet verantwoord is om giften buiten beeld te houden bij het beoordelen van het recht op bijstand. In dit artikel zijn aanknopingspunten gegeven op basis waarvan giften in het individuele geval door het college in elk geval buiten beschouwing worden gelaten.

Ook giften in natura kunnen als middel bij de bijstandverlening betrokken worden. Gaat het om giften in natura voor kosten waarin de algemene bijstand voorziet, dan kunnen die als besparingsbijdragen worden aangemerkt en moet beoordeeld te worden of deze leiden tot afstemming van de algemene bijstand. Andersoortige giften in natura (bijv. een antieke klok) kunnen als middel in aanmerking worden genomen als het om zaken gaat die in redelijkheid te gelde gemaakt kunnen worden. In onderdeel d zijn daaraan grenzen gesteld.

Kent het college de norm bij verblijf in een inrichting toe, dan is die norm niet toereikend. Die norm voorziet alleen in zak- en kleedgeld en niet in de kosten van verblijf. De voedingskosten blijven buiten beschouwing, omdat de lage norm al rekening houdt met het feit dat de instelling in voeding(skosten) voorziet. Kent het college de ‘volledige’ norm voor een alleenstaande toe, dan is de norm te hoog. Deze norm voorziet in alle algemene kosten van het levensonderhoud, waaronder de kosten van voeding. In die gevallen wordt de norm verlaagd met het voedingsgeld dat de belanghebbende ontvangt.

Artikel 4 Individuele beoordeling van giften

Bij giften boven het vrij te laten bedrag, beoordeelt het college of het meerdere al dan niet wordt vrijgelaten of aangemerkt moet worden als middel volgens artikel 31, tweede lid, onderdeel s van de wet. Daarbij wordt maatwerk geleverd en rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de inwoner. Om dit zorgvuldig te beoordelen, mag hiervoor inzicht worden gevraagd in de herkomst van de ontvangen bedragen of kasstoringen, zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van een gift.