Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762204
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762204/1
Verordening op de raadscommissies gemeente Barendrecht 2026
Geldend van 30-05-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de raadscommissies gemeente Barendrecht 2026De raad van de gemeente Barendrecht;
gelet op artikel 82, eerste lid van de Gemeentewet;
gelezen het voorstel van de Werkgroep Verordeningen van 8-5-2026;
besluit:
vast te stellen de Verordening op de raadscommissies gemeente Barendrecht 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- 1.
Buitengewoon commissielid: een vertegenwoordiger van een fractie in een raadscommissie, niet zijnde een raadslid die als zodanig is benoemd door de raad;
- 2.
Commissiegriffier: de door de raadsgriffier aangewezen medewerker van de raadsgriffie die een raadscommissie ondersteunt, of diens vervanger;
- 3.
Commissievoorzitter: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van een raadscommissie, of diens vervanger;
- 4.
Fractie: leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden als één fractie beschouwd. Tot een fractie behoren eveneens buitengewoon commissieleden als bedoeld in artikel 4, lid 2;
- 5.
Griffier: griffier van de raad of diens vervanger;
- 6.
Inspreker: iemand die gebruik maakt van het inspreekrecht.
- 7.
Lid: raadslid of buitengewoon commissielid van een raadscommissie;
- 8.
Vergadering: vergadering van een raadscommissie;
- 9.
Woordvoerder: het raadslid of het buitengewoon commissielid dat in een commissievergadering namens de fractie het woord voert over een agendapunt.
Artikel 2 Instelling raadscommissies
-
1. De raad stelt de volgende raadscommissies in:
- a.
Wonen en Werken;
- b.
Samenleving;
- c.
Algemene Zaken & Financiën.
- a.
-
2. De raadscommissie Wonen en Werken adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:
- a.
Afvalinzameling, - verwerking en milieu;
- b.
Openbaar groen;
- c.
Onderhoud (water)wegen, kunstwerken en straatmeubilair;
- d.
Riolering;
- e.
Verkeer, Vervoer en Parkeren;
- f.
Openbare Verlichting;
- g.
Begraafplaatsen;
- h.
Duurzaamheid (Klimaatadaptatie, Energietransitie);
- i.
Monumentenzorg;
- j.
Ruimtelijke Ontwikkeling (Omgevingswet);
- k.
Gemeentelijke bouwgrondexploitaties;
- l.
Volkshuisvesting;
- m.
Wonen;
- n.
Economie;
- o.
Ontwikkeling bedrijventerreinen;
- p.
Rekenkamer (inhoudelijke rapporten);
- q.
De gemeenschappelijke regelingen GR Nieuw Reijerwaard, NRIJ, DCMR en MRDH.
- a.
-
3. De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:
- a.
Participatie en maatschappelijke initiatieven;
- b.
Internationale betrekkingen;
- c.
Vluchtelingen en statushouders;
- d.
Jeugd en jongeren;
- e.
Inkomensregelingen;
- f.
Welzijn/Wmo;
- g.
Onderwijs;
- h.
Sport en Recreatie;
- i.
Kunst en Cultuur;
- j.
Openbare orde en veiligheid;
- k.
Volksgezondheid;
- l.
Rekenkamer (inhoudelijke rapporten);
- m.
De gemeenschappelijke regelingen GRJR, GGD en VRR;
- a.
-
4. De raadscommissie Algemene Zaken & Financiën adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:
- a.
Algemene bestuurlijke aangelegenheden;
- b.
Algemene financiële aangelegenheden;
- c.
Bedrijfsvoering;
- d.
Bestuur en Ondersteuning;
- e.
Begroting, Voorjaarsnota, Jaarrekening en Bestuursrapportages;
- f.
Gemeentelijke belastingen en heffingen;
- g.
Nutsbedrijven;
- h.
Werkzaamheden gemeentelijk accountant;
- i.
Rekenkamer (inhoudelijke rapporten);
- j.
De gemeenschappelijke regelingen de Bedrijfsvoeringspartner en SVHW;
- a.
-
5. Commissies adviseren integraal over onderwerpen, inclusief bijbehorende budgetaanvragen. Bij commissie-overschrijdende onderwerpen kan voor gecombineerde commissies worden gekozen.
-
6. De commissie Algemene Zaken & Financiën functioneert als advies- en overlegcommissie voor de aangewezen accountant voor het controleren van de gemeentelijke jaarrekening. De vergaderingen zijn besloten, maar de agendacommissie kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar is. Het karakter van de vergadering kan adviserend of oriënterend zijn.
-
7. De commissie Algemene zaken en Financiën functioneert als advies- en overlegcommissie voor de rekenkamer Barendrecht. De vergaderingen zijn besloten, maar de agendacommissie kan bepalen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar is. Het karakter van de vergadering kan adviserend of oriënterend zijn.
-
8. De commissie Algemene Zaken en Financiën ziet toe op een samenhangend beleid ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen. Inhoudelijke onderwerpen van gemeenschappelijke regelingen, inclusief de zienswijzen op financiële stukken, worden in de toegewezen commissie behandeld, zoals aangegeven bij de verdeling genoemd in artikel 2 sub 2, 3 en 4;
-
9. De agendacommissie bepaalt voor welk onderwerp een vergadering wordt belegd en is bevoegd af te wijken van de indeling van de onderwerpen per commissie.
Artikel 3 Taken
Een raadscommissie heeft de volgende taken:
- a.
Brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;
- b.
Kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; en
- c.
Voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Artikel 4 Samenstelling
-
1. Alle raadsleden zijn tevens commissieleden.
-
2. Voor besloten vergaderingen als bedoeld in artikel 2, lid 6 en lid 7 wijzen de fracties één vertegenwoordiger per fractie en diens plaatsvervanger aan.
-
3. De raad kan op voordracht van een fractie buitengewone commissieleden benoemen, met dien verstande dat:
- a.
Fracties bestaande uit één raadslid maximaal twee buitengewone commissieleden kunnen voordragen;
- b.
Fracties bestaande uit twee raadsleden maximaal één buitengewoon commissielid kunnen voordragen;
- c.
Fracties bestaande uit drie of meer raadsleden geen buitengewone commissieleden kunnen voordragen;
- d.
In afwijking van het bepaalde onder a, b en c kan een fractie die een commissievoorzitter of plaatsvervangend commissievoorzitter levert, één extra buitengewoon commissielid voordragen.
- a.
-
4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op buitengewoon commissieleden van een raadscommissie.
-
5. Alvorens benoemd te worden tot een buitengewoon commissielid van de raadscommissie, legt het buitengewoon commissielid de eed of de belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet.
Artikel 5 Commissievoorzitter
-
1. De raad benoemt uit zijn midden de commissievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitters.
-
2. De commissievoorzitter is geen lid van de raadscommissie.
-
3. De commissievoorzitter is belast met:
- a.
Het technisch leiden van de vergadering;
- b.
Het handhaven van de orde;
- c.
Het doen naleven van deze verordening;
- d.
Hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
- a.
-
4. Bij ontstentenis van de commissievoorzitter en diens plaatsvervanger kiest de commissie uit haar midden een tijdelijk voorzitter. Buitengewoon commissieleden komen niet voor het tijdelijk voorzitterschap in aanmerking.
Artikel 6 Zittingsduur en vacatures
-
1. De zittingsperiode van een lid, de commissievoorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
-
2. Een buitengewoon commissielid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, lid 4, gestelde eisen.
-
3. De raad kan een buitengewoon commissielid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht deze is benoemd.
-
4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
-
5. De commissievoorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
-
6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 4 en 5.
-
7. Als een fractie, blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad, niet langer vertegenwoordigd is in de raad vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
Artikel 7 Commissiegriffier
-
1. Bij iedere vergadering van de commissie is een commissiegriffier aanwezig.
-
2. De commissiegriffier adviseert en ondersteunt de commissievoorzitter in het voorbereiden en leiden van de vergadering.
-
3. De commissiegriffier adviseert en ondersteunt de leden van de commissie in de uitoefening van hun taak.
-
4. De commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan de beraadslaging in vergaderingen deelnemen.
-
5. De commissiegriffier informeert insprekers en andere belangstellenden over de vergaderingen en overige werkzaamheden van de commissie.
Hoofdstuk 2. Vergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereidingen
Artikel 8 Vergaderfrequentie
-
1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies plaats volgens het vergaderschema opgesteld en vastgesteld door de agendacommissie.
-
2. De vergaderingen van de raadscommissies beginnen om 20.00 uur.
-
3. De vergaderingen van de raadscommissies eindigen uiterlijk om 23.00 uur, tenzij de raadscommissies anders bepalen.
-
4. De agendacommissie kan een andere dag of aanvangsuur bepalen.
Artikel 9 Oproep en agenda
-
1. De commissievoorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering de leden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken met uitzondering van de in art. 87 van de Gemeentewet bedoelde stukken.
-
2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van de digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken openbaar gemaakt.
-
3. Op de stukken bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10, derde lid van toepassing.
-
4. De agenda wordt bij aanvang van de vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
-
5. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen.
Artikel 10 Inzage in stukken
-
1. Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van de gemeente geplaatst.
-
2. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda staan, zijn bij de griffie op te vragen.
-
3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 11 Openbare kennisgeving
-
1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in het huis-aan-huisblad “De Schakel”, rubriek Blik op Barendrecht.
-
2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 12 Opening commissievergadering: quorum
-
1. De commissievoorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is.
-
2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal fracties aanwezig is, bepaalt de commissievoorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige fracties, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de digitale oproep is gelegen.
-
3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan alleen over andere aangelegenheden beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is.
Artikel 13 Beeld en geluid
-
1. De commissiegriffier draagt zorg voor de beeld- en geluidsopnamen van de vergaderingen.
-
2. De beeld- en geluidsopnames van openbare vergaderingen zijn voor iedereen te raadplegen.
-
3. Geluidsopnamen van besloten vergaderingen zijn alleen voor raads- en buitengewoon commissieleden te raadplegen.
Artikel 14 Advies, geen stemmingen
-
1. Nadat de commissievoorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.
-
2. De leden beslissen op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het uit te brengen advies.
-
3. In het advies wordt in ieder geval opgenomen:
- a.
Of het onderwerp rijp is voor behandeling in de raadsvergadering;
- b.
Eventuele fractie-voorbehouden;
- c.
Of in de raadsvergadering een nader debat gewenst is (wanneer er geen debat gewenst wordt, wordt het onderwerp op de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd). Wanneer een nader debat gewenst is, worden de debatpunten in het advies opgenomen;
- d.
Eventuele toezeggingen;
- e.
Eventuele aanpassingen in de termijnagenda.
- a.
-
4. Een voorstel wordt niet besluitrijp geacht als het niet voldoende informatie bevat om een (afgewogen) besluit te kunnen nemen.
-
5. De commissiegriffier draagt zorg voor het commissieadvies.
-
6. Het advies wordt per onderwerp weergegeven bij de agenda van de vergadering op het raadsinformatiesysteem.
-
7. In de vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 15 Woordvoerderschap en aantal spreektermijnen
-
1. Tijdens de beraadslaging van adviserende onderwerpen heeft een fractie maximaal twee woordvoerders per onderwerp.
-
2. De raadsleden en buitengewoon commissieleden kunnen het woord voeren.
-
3. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.
-
4. De betreffende portefeuillehouder kan de gelegenheid krijgen om aan het eind van de eerste termijn het woord te krijgen.
-
5. Elke spreektermijn wordt door de commissievoorzitter afgesloten.
-
6. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
-
7. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 16 Deelname aan de beraadslaging door anderen
De raadscommissie kan op elk moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 17 Spreekrecht burgers
-
1. Tijdens de commissievergaderingen kunnen insprekers met inachtneming van het hierna gestelde het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen.
-
2. Insprekers kunnen niet het woord voeren over:
- a.
Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft open gestaan;
- b.
Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
- c.
Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
- d.
Verslag van de commissie;
- e.
De ingekomen stukken;
- f.
Mededelingen van de commissievoorzitter of voorzitter van de raad.
- a.
-
3. Degene, die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk vóór 12.00 uur op de dag waarop de vergadering plaatsvindt bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres/e-mailadres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
-
4. De inspreker krijgt bij aanmelding van de commissiegriffier uitleg over de inspraakregels, dit kan mondeling of per e-mail.
-
5. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
-
6. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
-
7. Insprekers met niet-geagendeerde onderwerpen krijgen na de opening van de vergadering en vaststelling van de agenda de gelegenheid om het woord te voeren.
-
8. Insprekers voor geagendeerde onderwerpen krijgen voor aanvang van de eerste termijn van de behandeling van het betreffende agendapunt de gelegenheid om het woord te voeren.
-
9. De commissievoorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
-
10. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De leden van de commissie worden door de commissievoorzitter in de gelegenheid gesteld aan de inspreker vragen te stellen. De inspreker krijgt van de commissievoorzitter kort gelegenheid op de vragen van de leden te reageren. Er worden tijdens de vergadering geen discussies toegestaan tussen insprekers en de leden van de commissie.
-
11. Bij geagendeerde adviserende onderwerpen krijgt de inspreker na het sluiten van de eerste termijn en voor aanvang van de tweede termijn van de beraadslaging de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten.
-
12. Bij geagendeerde oriënterende onderwerpen krijgt de inspreker na het sluiten van de eerste termijn, of na afronding van de presentatie, de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten.
-
13. Indien nodig doet de commissievoorzitter of een lid na afsluiting van de beraadslaging een voorstel voor verdere de behandeling van de inbreng van de inspreker.
-
14. Wanneer er voor een te behandelen onderwerp veel insprekers zijn of worden verwacht, wordt daarvoor een afzonderlijke vergadering belegd als de behandeling van de rest van de agenda dit, gelet op het tijdsbeslag, noodzakelijk maakt.
-
15. De agendacommissie kan bij het opstellen van de agenda afwijken van het hierboven gestelde.
-
16. Hoorzittingen vinden te allen tijde plaats in afzonderlijke vergaderingen.
Artikel 18 Actualiteiten
-
1. Het agendapunt ‘Actualiteiten’ is onderdeel van de agenda van de commissies. De volgende onderwerpen worden bij dit agendapunt geagendeerd:
- a.
Nadere vragen over ingekomen stukken.
Elk raadslid kan in de eerstvolgende commissievergadering na de raadsvergadering nadere vragen stellen over de inhoud van een bericht van het college of de burgemeester. Het raadslid geeft dit tijdens de raadsvergadering te kennen bij de behandeling van de lijst met ingekomen stukken.
- b.
Nadere vragen over beantwoording van schriftelijke vragen.
Elk raadslid kan in de eerst mogelijke commissievergadering na ontvangst van de beantwoording van de schriftelijke vragen, in de rubriek actualiteiten, nadere vragen stellen over de inhoud van de beantwoording door het college of de burgemeester.
- a.
Artikel 19 Handhaving orde; schorsing
-
1. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergadering.
-
2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
- a.
De commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;
- b.
Een lid hem interrumpeert. De commissievoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
- a.
-
3. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de commissievoorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
-
4. De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering sluiten.
-
5. De commissievoorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.
-
6. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 20 Voorstellen van orde
-
1. De commissievoorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen, dat kort kan worden toegelicht.
-
2. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie direct.
-
3. Bij het staken der stemmen is het ordevoorstel afgewezen.
Paragraaf 3. Themabijeenkomsten
Artikel 21 Algemeen
-
1. Op themabijeenkomsten zijn de volgende artikelen van deze verordening niet van toepassing: artikel 13, 14, 15, 17, 19 en 25.
-
2. De commissievoorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen dat artikel 14 wel van toepassing is.
-
3. De commissievoorzitter kan bij bijzondere onderwerpen bepalen dat artikel 25 wel van toepassing is.
Artikel 22 Karakter themabijeenkomst
-
1. De agendacommissie bepaalt of de themabijeenkomst openbaar is dan wel besloten.
-
2. De agendacommissie bepaalt de inrichting van de themabijeenkomst.
-
3. De agendacommissie kan commissieleden uitnodigen om de inrichting van de themabijeenkomst mede te bepalen.
-
4. De agendacommissie kan bepalen dat het voorzitterschap van een themabijeenkomst bij een derde berust.
Paragraaf 4. Besloten adviserende vergadering
Artikel 23 Algemeen
Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 24 Geluidsopname
Van besloten adviserende commissievergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt. De opnamen zijn voor de leden van de raad en het college te raadplegen.
Artikel 25 Geheimhouding
-
1. Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. De raad heeft nadere regels opgesteld ten aanzien van de geheimhouding.
-
2. De raad geeft het college de mogelijkheid om na het verstrekken van geheime informatie aan de raad alsnog zelf de kring van geheimhouders uit te breiden als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is.
-
3. Op het moment van uitbreiding van de kring van geheimhouders, stelt het college de raad hiervan z.s.m. via een mededeling aan de griffie op de hoogte.
Paragraaf 5. Toehoorders en pers
Artikel 26 Toehoorders en pers
-
1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
-
2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
-
3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
-
4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen
Artikel 27 Geluid- en beeldregistraties, mobiele apparaten
-
1. Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
-
2. In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is het tijdens de vergadering niet toegestaan om door middel van mobiele apparaten geluid te veroorzaken dat de vergadering verstoort.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 28 Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de commissievoorzitter.
Artikel 29 Intrekken geldende verordening.
De Verordening op de raadscommissies 2022 wordt per 12-5-2026 ingetrokken.
Artikel 30 Citeertitel; Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Verordening op de raadscommissies Barendrecht 2026"
-
2. Deze verordening treedt in werking op 12-5-2026.
Ondertekening
Aldus besloten in openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 12 mei 2026.
De griffier
Mw. C.M. Krouwel
De voorzitter
Drs. R.E. Schneider
Artikelsgewijze toelichting commissieverordening gemeenten Barendrecht 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moet worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.
Artikel 2. Instelling raadscommissies
In deze verordening is gekozen voor een stelsel van drie raadscommissies. De leden 2 tot en met 4 regelen de toedeling van onderwerpen naar de drie commissies. Elke onderwerp wordt integraal in de “vakcommissie” behandeld.
Artikel 3. Taken
De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college en/of de burgemeester. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan
De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De commissie adviseert of een voorstel al of niet besluitrijp is en zo ja of het voorstel als hamerstuk of als bespreekstuk in de raadsvergadering geagendeerd wordt. Bij niet-besluitrijpe voorstellen wordt aangegeven waarom het voorstel niet besluitrijp is en of het voorstel terug in handen van het college gesteld wordt. Zodra gereed wordt het hernieuwde voorstel via de agendacommissie geagendeerd voor de commissiebehandeling.
De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. In het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2026 is opgenomen dat er een agendacommissie is, die verantwoordelijk is voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Uitgangspunt is dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken, voordat behandeling in de raadsvergadering plaatsvindt.
Artikel 4. Samenstelling
In de commissies zijn geen vaste leden benoemd. Dit betekent dat alle raadsleden en buitengewoon commissieleden aan alle commissies kunnen deelnemen. De commissievoorzitter heeft geen mogelijkheid tot het voeren van het woord.
Artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet bepaalt, dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken gaat dit artikel in op de mogelijkheid van buitengewoon commissieleden.
De buitengewoon commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is overeenkomstig het derde lid verplicht de benoeming van een voorgedragen buitengewoon commissielid te weigeren als deze niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet (zie verder de toelichting op het vierde lid).
Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. De niet-raadsleden, oftewel buitengewoon commissieleden, moeten in verband met de kenbaarheid en kiezerlegitimiteit tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de betreffende partij gestaan hebben.
Op grond van het vierde lid moeten buitengewoon commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 van de Gemeentewet mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15 van de Gemeentewet. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet- raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden.
Positie van buitengewoon commissieleden
Buitengewoon commissieleden hebben enkele belangrijke bevoegdheden. Zij mogen in de commissievergadering het woord voeren, adviezen uitbrengen aan de gemeenteraad en ordevoorstellen doen tijdens de vergadering. Er zijn echter ook duidelijke grenzen aan hun rol. Zo kunnen zij geen raadsleden vervangen in een raadsvergadering, nemen zij niet deel aan het presidium en hebben zij geen stemrecht in de raad. Ook kunnen zij geen voorzitterschap van een raadscommissie bekleden en geen schriftelijke vragen aan het college stellen; dit laatste is exclusief voorbehouden aan raadsleden.
Uitgangspunt is dat buitengewoon commissieleden in beginsel aan één commissie zijn verbonden in het kader van continuïteit en kennisopbouw. Wel kunnen zij incidenteel in andere commissies raads- of buitengewoon commissieleden waarnemen. Buitengewoon commissieleden hebben recht op vergoeding voor hun actieve aanwezigheid tijdens bijeenkomsten van de commissie.
Artikel 5. Voorzitter
Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 6, eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden" benoemt.
Op basis van het tweede lid is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter op grond van artikel 1 van de verordening) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter. Mocht de commissievoorzitter het woord willen voeren, dan is een gevolg dat het voorzitterschap (tijdelijk) moet worden overgegeven aan een ander.
Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de buitengewoon commissieleden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6, eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk is om de voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel 6, eerste lid, op te nemen.
In het vierde lid is een regeling opgenomen om te voorkomen dat bij ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter de vergadering niet zou kunnen doorgaan.
Artikel 6. Zittingsduur en vacatures
De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.
Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).
De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie.
Artikel 7. Commissiegriffier
Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. De commissiegriffier en zijn vervanger worden door de griffier aangewezen.
De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie op grond van artikel 16 van deze verordening altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen.
Hoofdstuk 2. Vergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereidingen
Artikel 8. Vergaderfrequentie
De vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats op de vastgestelde dag in het vergaderschema van de raad.
Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik maken van het vijfde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier.
Artikel 9. Oproep en voorlopige agenda
Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een digitale oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid).
Als omtrent stukken op grond van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 8, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken.
Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het Reglement van Orde. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda.
Bij het vaststellen van de agenda en bij voorstellen van orde wordt in lijn met de bepalingen voor een raadsvergadering, uitgegaan van een volstrekte meerderheid van instemming van de aanwezigen.
Individuele raadsleden hebben ieder een mandaat en vertegenwoordigen formeel geen fractie. Gewogen stemmingen zijn formeel niet door de wetgever geregeld en een commissielid kan dan ook niet stemmen namens afwezige leden van zijn fractie. In lijn hiermee geldt het principe van ‘one man, one vote’.
Voor de volledigheid wordt hierbij aangetekend dat dit een verschil is ten opzichte van de norm dat bij de samenstelling van de commissie de raad dient te streven naar een evenwichtige spreiding van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen.
Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken
Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden. De stukken worden op elektronische wijze aangeboden. Op verzoek kunnen geïnteresseerden de fysieke documenten bij de griffie inzien. Stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten, zijn alleen voor raadsleden en buitengewoon commissieleden eveneens digitaal in te zien en zij kunnen deze stukken eveneens op verzoek fysiek inzien bij de griffie.
Artikel 11. Openbare kennisgeving
Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet.
In artikel 12 wordt vastgelegd op welke wijze commissievergaderingen worden aangekondigd.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 12. Opening commissievergadering en quorum
Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikel voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is kan worden vergaderd.
Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag ervan uit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.
Artikel 13. Beeld en Geluid
Van de vergaderingen worden beeld- en geluidsopnamen gemaakt, die bewerkt worden tot een audioverslag. Deze zijn via het raadsinformatiesysteem van de gemeente voor een ieder te raadplegen. Wel wordt een commissieadvies op schrift gesteld door de commissiegriffier dat dient als leidraad voor het audioverslag.
Artikel 14. Advies, geen stemmingen
Het gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt in het advies de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.
Als een voorstel niet besluitrijp is, wordt het terug in handen gesteld van het college. Belangrijk hierbij op te merken is dat er een verschil is tussen het niet eens zijn met het voorstel en over onvoldoende informatie te beschikken om een besluit te kunnen nemen. Vanuit het principe dat raadsleden allen in staat moeten zijn een gewogen oordeel te kunnen geven, is het mogelijk het voorstel dan terug in handen te stellen van het college. Wel dient dit te gebeuren met een goede onderbouwing en het aangeven van de benodigde informatie..
Bij commissies met alleen oriënterende onderwerpen wordt geen advies gemaakt. Eventuele toezeggingen worden direct op het raadsinformatiesysteem vastgelegd. Bij commissies met zowel adviserende als oriënterende onderwerpen worden de toezeggingen wel in het advies vastgelegd, ook voor de oriënterende onderwerpen.
Artikel 15. Woordvoerderschap en aantal spreektermijnen
Het aantal woordvoerders is beperkt tot maximaal 2 per fractie; uitgangspunt is dat er 1 raads- of buitengewoon commissielid per fractie het woord voert. De agendacommissie kan van het aantal woordvoerders afwijken. Zowel raadsleden als buitengewoon commissieleden kunnen het woordvoeren. De commissievoorzitter kan niet het woord voeren.
Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de commissievoorzitter afgesloten. Een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste termijn. Na de tweede termijn krijgt een portefeuillehouder het woord niet. Een verzoek van een raadslid om na afloop van de tweede termijn nog een korte reactie te mogen geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten.
Artikel 16. Deelname aan beraadslaging door anderen
Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering.
Artikel 17. Spreekrecht burgers
Het spreekrecht in commissievergaderingen is een laagdrempelige, politieke vorm van participatie. Inwoners en belanghebbenden krijgen de gelegenheid hun mening rechtstreeks onder de aandacht te brengen van de commissie, zonder dat hieraan formele rechtsgevolgen zijn verbonden. De commissie kan de inbreng betrekken bij haar advisering aan de raad.
De Inspraakverordening 2024 daarentegen regelt de formele inspraak bij beleidsvoornemens van bestuursorganen. Deze inspraak is gebonden aan de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en resulteert in een eindverslag waarin alle zienswijzen en de bestuurlijke reactie daarop zijn opgenomen.
Het gebruikmaken van het spreekrecht in commissievergaderingen doet geen afbreuk aan het recht om deel te nemen aan de formele inspraakprocedure op grond van de Inspraakverordening Barendrecht 2024, en omgekeerd.
Inwoners en belanghebbenden kunnen zowel op geagendeerde als niet geagendeerde zaken inspreken. In het tweede lid zijn zes onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen -de belangen van -kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waarover zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht kunnen indienen. Deze procedure gaat voor op het spreekrecht van burgers.
Soms hebben inwoners of belanghebbenden niet de gelegenheid om aanwezig te zijn bij de behandeling van het geagendeerde onderwerp bij de commissievergadering, maar willen ze wel graag de mogelijkheid om hun mening te geven. In dat geval worden verzocht om een schriftelijke bijdrage. Deze wordt toegevoegd aan de agendastukken.
Als insprekers tijdens hun inspreekbijdrage een video willen laten zien, dan kan deze worden uitgezonden binnen de afgesproken spreektijd.
Bij geagendeerde onderwerpen krijgt de portefeuillehouder bij de eerste termijn het woord en kan daarbij, al of niet n.a.v. vragen van de commissieleden, reageren op de inspreekbijdrage.
Artikel 18. Actualiteiten
Het agendapunt ‘Actualiteiten’ is onderdeel van de commissievergadering, waarbij de gelegenheid wordt gegeven om nadere vragen te stellen over ingekomen stukken of beantwoording van schriftelijke vragen. In het Reglement van Orde is de orde rondom beide onderwerpen opgenomen. Gemakshalve wordt daarnaar verwezen.
Artikel 19. Handhaving orde en schorsing
Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter
tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 25 van deze verordening.
Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.
Artikel 20. Voorstellen van orde
Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Zoals in artikel 9 reeds is aangegeven, wordt bij stemmingen voor de leden van de commissie het principe van ‘one man, one vote’ gehanteerd. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.
Paragraaf 3. Themabijeenkomsten
Artikelen 21 en 22.
Er behoefte is aan een informelere wijze van inrichting van de oriëntatievergaderingen. Hiertoe is de mogelijkheid om themabijeenkomsten te organiseren. Om dit te bewerkstelligen zijn de artikelen 13, 14, 15, 17, 19 en 25 niet van toepassing op de themabijeenkomst. Hierdoor vervalt het spreekrecht voor burgers, het opstellen van het advies en het verslag (openbaar en besloten). Eventuele toezeggingen die door portefeuillehouders worden gedaan, worden rechtstreeks op het RIS verwerkt.
De agendacommissie, eventueel aangevuld met commissieleden, bepaalt de inrichting van de oriëntatieavond.
Paragraaf 4 Besloten adviserende vergaderingen
Artikel 23. Toepassing verordening op besloten vergaderingen
Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.
Artikel 24. Verslag besloten vergadering
Van de vergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt. Deze zijn voor de leden van de raad en het college via het digitale raadsinformatiesysteem te raadplegen. Ook wordt een commissieadvies op schrift gesteld door de commissiegriffier.
Artikel 25. Geheimhouding
Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.
Nadere regels geheimhouding:
Delen van geheime schriftelijke informatie:
- •
Raad, college, burgemeester en commissies kunnen op schriftelijke informatie geheimhouding opleggen; hiervoor moet altijd een besluit genomen worden door het betreffende gremium.
Deze informatie kan met elkaar gedeeld worden.
- •
Geheime schriftelijke informatie mag alleen gedeeld worden door het gremium dat de geheimhouding heeft opgelegd. Let op: nadat geheime informatie met de raad is gedeeld, is alleen de raad nog bevoegd de kring van geheimhouders uit te breiden.
- •
Deelt het college geheime schriftelijke informatie met individuele raadsleden, dan moet het college deze informatie ook delen met de overige raadsleden.
- •
Ontvangt een commissie waarin raadsleden zitten geheime schriftelijke informatie, dan krijgen alle raads- en commissieleden ook deze informatie.
Uitzondering hierop is informatie die wordt gedeeld in besloten commissies zoals presidium, vertrouwenscommissie, werkgeverscommissie en klankbordcommissie.
Geheime schriftelijke informatie mag niet gedeeld en besproken worden met steunfractieleden: informatie waarop geheimhouding is gelegd (bij besluit of van rechtswege) kan niet worden gedeeld of besproken buiten de groepen (raad, commissie, college) waar de informatie mee is gedeeld.
Delen van geheime mondelinge informatie:
- •
Mondelinge informatie die in een besloten vergadering van raad of commissie ter kennis van de aanwezigen komt, is geheim, tenzij de raad of commissie anders beslist.
- •
De geheimhoudingsplicht van deze mondelinge informatie geldt van rechtswege.
- •
Wordt ‘mondeling’ geheime informatie gedeeld tijdens een besloten commissievergadering, dan is de verplichting voor het college deze informatie met alle raads- en commissieleden te delen niet van toepassing. De geheime informatie is immers niet aan de commissie verstrekt maar enkel mondeling medegedeeld.
Deze informatie mag wel door de raads- en commissieleden onderling gedeeld en besproken worden, tenzij anders aangegeven.
Ook deze informatie wordt niet gedeeld en besproken met steunfractieleden: informatie waarop geheimhouding is gelegd (bij besluit of van rechtswege) kan niet worden gedeeld of besproken buiten de groepen (raad, commissie, college) waar de informatie mee is gedeeld.
Uitbreiden kring van geheimhouders
- •
Nadat geheime informatie met raad is gedeeld, is in principe alleen de raad nog bevoegd de kring van geheimhouders uit te breiden. Het college kan de geheime informatie niet meer aan anderen verstrekken. De informatie kan wel nog besproken en behandeld worden met wie de informatie al gedeeld was voordat deze aan de raad verstrekt werd.
- •
Omdat dit niet altijd wenselijk is, heeft de raad heeft hierover de volgende regel opgenomen:
- o
De raad geeft het college de mogelijkheid om na het verstrekken van geheime informatie aan de raad alsnog zelf de kring van geheimhouders uit te breiden als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Bijvoorbeeld met een andere gemeente of met een provincie als dit nodig is in geval van een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
- o
Op het moment van uitbreiding van de kring van geheimhouders, stelt het college de raad hiervan z.s.m. via de griffie op de hoogte.
- o
Opheffen geheimhouding
- •
Opheffing van geheimhouding op schriftelijke informatie kan alleen door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, tenzij:
- o
de informatie onder geheimhouding met de raad gedeeld: nu is de raad altijd als enige bevoegd om de geheimhouding op te heffen;
- o
een commissie de geheimhouding heeft opgelegd: zowel de commissie als het orgaan dat de commissie heeft ingesteld kan dan de geheimhouding opheffen. In geval de informatie met de raad is gedeeld, blijft de raad als enige bevoegd om de geheimhouding op te heffen.
- o
- •
Een verzoek tot openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) moet worden doorgeleid naar de raad als het gaat om aan de raad verstrekte informatie waar geheimhouding op ligt. De raad beslist of de geheimhouding kan worden opgeheven alvorens door het college op het Woo-verzoek wordt beslist.
Vervallen geheimhouding
Is geheimhouding voor een bepaalde periode opgelegd, dan vermeldt het college de datum einde geheimhouding op het document in de mededeling over de opgelegde geheimhouding. Na deze datum vervalt de geheimhouding zonder verder besluit daarover.
Oriënterende, adviserende en besluitvormende vergaderingen
Alle informatie tijdens oriënterende, adviserende en besluitvormende vergaderingen is openbaar, tenzij anders aangegeven.
Voor alle vergaderingen geldt dat geheime of vertrouwelijke informatie alleen gedeeld en besproken kan worden binnen de groepen waar deze mee is gedeeld is (raad, commissie).
Ordemaatregel bij schending geheimhoudingsplicht
Omdat voor het opleggen van geheimhouding op bepaalde informatie in het algemeen een goede reden bestaat, is het van belang dat iedereen zich aan de opgelegde geheimhoudingsplicht houdt. Toch zou het kunnen gebeuren dat een individueel lid van een orgaan waaraan geheime informatie is verstrekt, deze informatie met anderen deelt of openbaar maakt. Voor deze situatie biedt de wet de mogelijkheid om een sanctie op te leggen wegens schending van de geheimhoudingsplicht. Dit is geregeld in artikel 89, vijfde lid, van de Gemeentewet. Artikel 89 Gemeentewet
Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet kan in geval van schending van de geheimhoudingsplicht bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van toegang tot informatie waarop geheimhouding rust.
Dit staat los van eventuele strafbaarheid op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
De opgelegde geheimhoudingsplicht in een besloten vergadering geldt ook voor niet-raadsleden zoals griffiemedewerkers, ambtenaren, notulisten en bodes. In artikel 23, lid 4, Gemeentewet staat: 'Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft.’ Als die andere aanwezigen de geheimhouding opzettelijk schenden dan zijn ze net als de raadsleden vervolgbaar en strafbaar op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht.
Paragraaf 5. Toehoorders en pers
Artikel 26. Toehoorders en pers
Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde en vierde lid van dit artikel voorziet hierin.
Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties, mobiele apparaten
Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv- stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient er rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden. Uiteraard in overleg met de insprekers, Mogelijk hebben zij geen probleem met de beeldregistraties.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl