Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762199
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762199/1
Nadere regels burgervoogdij gemeente Apeldoorn 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 30-05-2026
Intitulé
Nadere regels burgervoogdij gemeente Apeldoorn 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
Overwegende dat:
- •
er jeugdigen zijn waarvan het gezag door een ander dan een ouder wordt uitgeoefend conform artikel 1 van de Verordening Jeugdzorg gemeente Apeldoorn
- •
de gemeente Apeldoorn het toejuicht als een persoon uit het netwerk van een jeugdige het gezag op zich wil nemen als ouders deze verantwoordelijkheid (tijdelijk) niet kunnen dragen;
- •
burgervoogdij een inspanningsverplichting is uit de Hervormingsagenda Jeugd;
- •
er landelijk geen regeling is om een burgervoogd tegemoet te komen in de kosten die hij maakt voor de jeugdige waarover hij het gezag heeft.
Gelet op: artikel 17 van de Verordening jeugdhulp gemeente Apeldoorn 2026 waarin de mogelijkheid is opgenomen nadere regels te stellen over de noodzakelijke kosten die voor vergoeding aan burgervoogden in aanmerking komen.
Besluit de volgende nadere regels vast te stellen:
Nadere regels burgervoogdij gemeente Apeldoorn 2026
Artikel 1. Definities
- a.
Burgervoogd: een door de kinderrechter aangewezen natuurlijk persoon die het gezag over een jeugdige uitoefent.
- b.
College: het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.
- c.
Noodzakelijke kosten: kosten die voor het veilig en gezond opgroeien van de jeugdige moeten worden gemaakt en waarin op geen enkele andere manier kan worden voorzien.
Artikel 2. Aanvraag
-
1. Het college beoordeelt of een burgervoogd in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op basis van deze regeling op basis van een kopie van zijn identiteitsbewijs en het benoemingsbewijs burgervoogd van de Rechtbank.
-
2. De burgervoogd informeert het college direct als er veranderingen zijn die van invloed zijn op het recht om gebruik te maken van deze regeling.
Artikel 3. Geen tegemoetkoming
Een burgervoogd die recht heeft op (dubbele) kinderbijslag (en een kindgebonden budget) komt niet in aanmerking voor vergoeding op basis van deze regeling met uitzondering van de vergoeding als bedoeld in artikel 4 lid 3 van deze nadere regels.
Artikel 4. Noodzakelijke kosten
-
1. Alleen noodzakelijke kosten komen voor vergoeding in aanmerking waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld:
- –
gezond en veilig op te groeien;
- –
te groeien naar zelfstandigheid, en;
- –
voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau conform artikel 2.3 van de Jeugdwet.
- –
-
2. Onder noodzakelijke kosten vallen in ieder geval:
- a.
medische kosten die niet door de ziektekostenverzekering en/of een aanvullende verzekering worden gedekt;
- b.
reiskosten van de jeugdige voor bezoek aan ouders en burgervoogd;
- c.
reiskosten van de burgervoogd om contact te onderhouden met de jeugdige en/of zijn ouders en om aanwezig te zijn bij gesprekken met betrokken zorg- en/of onderwijsorganisaties;
- d.
overige kosten die door het college noodzakelijk worden geacht en op geen enkele andere manier vergoed worden.
- a.
-
3.
- a.
Het college verstaat onder noodzakelijke kosten ook een bijdrage per jaar voor de inzet van de burgervoogd.
- a.
Artikel 5. Niet-noodzakelijke kosten
De volgende kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking:
- a.
kosten vallend onder paragraaf 5a van de Regeling Jeugdwet (zak- en kleedgeld);
- b.
kosten die in redelijkheid verhaald kunnen worden op de onderhoudsplichtige ouder(s);
- c.
kosten waarvoor een beroep kan worden gedaan op:
- –
het eigen vermogen van de jeugdige;
- –
een derde, zoals fonds van school, Jeugdfonds Sport en Cultuur, St. Leergeld, Bijzonder Bijstand, particuliere fondsen of stichtingen.
- –
- d.
kosten voortvloeiend uit de affectieve relatie;
- e.
overige kosten die in deze regeling niet zijn genoemd en elders voor vergoeding in aanmerking komen of door het college niet als noodzakelijk worden aangemerkt.
Artikel 6. Hoogte tegemoetkoming
-
1. Het college vergoedt maximaal de goedkoopst adequate voorziening.
-
2. Maximale tegemoetkoming:
- a.
De maximale tegemoetkoming per kalenderjaar is gelijk aan de hoogte van de kinderbijslag per kalenderjaar voor een jeugdige van dezelfde leeftijd (https://www.svb.nl/nl/kinderbijslag/bedragen-betaaldagen/bedragen-kinderbijslag).
- b.
De leeftijd waarop de hoogte van de maximale tegemoetkoming wordt bepaald, is de leeftijd van de jeugdige op 1 januari van het betreffende kalenderjaar.
- a.
-
3. Vervoerskosten:
- a.
Het college vergoedt de daadwerkelijke reiskosten van openbaar vervoer tot maximaal de reiskosten van het openbaar vervoer 2e klas;
- b.
De vergoeding voor het gebruik van eigen vervoer is gelijkgesteld aan de belastingvrije vergoeding eigen vervoer zoals bekend bij de Belastingdienst;
- c.
Vervoerkosten declareert de burgervoogd over de kortste weg met de auto of motor volgens de ANWB routeplanner.
- a.
-
4. De bijdrage voor de inzet van de burgervoogd bedraagt maximaal de door de Belastingdienst (jaarlijks) vastgestelde belastingvrije vrijwilligersvergoeding.
Artikel 7. Bewijsstukken overleggen
-
1. De burgervoogd verklaart op zijn declaratie dat hij geen recht heeft op (dubbele) kinderbijslag en het kindgebonden budget.
-
2. Bij de declaratie voegt de burgervoogd bewijsstukken waaruit de opgegeven kosten blijken.
-
3. Reiskosten toont de burgervoogd op de volgende manier aan:
- a.
de kosten van openbaar vervoer met een uitdraai uit mijnOV;
- b.
bij gebruik van de eigen auto of motor door het volledig invullen en ondertekenen van het format dat het college hiervoor beschikbaar stelt.
- a.
Artikel 8. Procedure declaraties
-
1. De burgervoogd declareert de noodzakelijk kosten als bedoeld in artikel 4 lid 3 per kwartaal en maakt daarbij gebruik van het door het college vastgestelde formulier.
-
2. De burgervoogd declareert zijn kosten binnen 2 maanden na afloop van het betreffende kwartaal.
Artikel 9. Mandaat
-
1. Het college mandateert de uitvoering van deze regeling aan het afdelingshoofd Loket Sociaal.
-
2. Het afdelingshoofd Loket Sociaal verleent onder mandaat aan de teammanager Administratie Wmo en Jeugd en Relatiebeheer met de mogelijkheid deze bevoegdheid door te mandateren.
Artikel 10. Slotbepaling
-
1. Deze nadere regels treden in werking op de dag na de datum van bekendmaking in het Gemeenteblad.
-
2. Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels burgervoogdij gemeente Apeldoorn 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 19 mei 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
De gemeentesecretaris,
S. de Bruin
De burgemeester
A.J.M. Heerts
Toelichting
Een burgervoogd heeft het wettelijke gezag over een jeugdige in plaats van de ouders. Dat betekent dat hij:
- a.
er op toeziet dat het kind wordt verzorgd en opgevoed;
- b.
het kind vertegenwoordigt in persoonlijke aangelegenheden en
- c.
het kind vertegenwoordigt in rechte.
De burgervoogd is niet onderhoudsplichtig.
Ouders blijven onderhoudsplichtig
Als ouders geen gezag meer hebben, blijven ze wel onderhoudsplichtig. De dagelijks kosten voor wonen en voeding komen voor rekening van de instelling of het gezinshuis waar de jeugdige woont. Ouders blijven wettelijk verantwoordelijk voor alle overige kosten voor levensonderhoud bijvoorbeeld schoolkosten of kosten voor een ID-bewijs. Ouders voelen dat vaak niet zo en hebben soms ook niet de middelen om die kosten te dragen. De burgervoogd voelt zich daardoor gedwongen om die kosten toch voor zijn rekening te nemen.
Verzekeringen
Met het Verbond van verzekeraars is de afspraak gemaakt dat voogdijkinderen kosteloos bijgeschreven worden op de basisverzekering voor ziektekosten van de burgervoogd. In de meeste situaties geldt dit ook voor de aanvullende verzekering. Daarnaast schrijven bijna alle verzekeraars voogdijkinderen kosteloos bij op de polis van de burgervoogd voor de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.
Kinderbijslag
Soms krijgt een burgervoogd (dubbele) kinderbijslag. Hij moet dan wel aan de voorwaarden voldoen, zie hiervoor de website van de Sociale Verzekeringsbank (€ 540,- prijspeil 2026, https://www.svb.nl/nl/kinderbijslag/wat-zijn-onderhoudskosten). Dit geldt ook voor het kindgebonden budget. Als de burgervoogd hierop een beroep kan doen, heeft hij middelen om de noodzakelijk kosten te betalen.
Kosten
Uit de wettelijke taak die een burgervoogd vervult, vloeien kosten voort. Zo houdt hij regelmatig contact met de jeugdig door op bezoek te komen of de jeugdige thuis uit te nodigen. En maakt hij kosten om aanwezig te zijn bij overleggen op school of de organisaties die ondersteuning en zorg bieden aan de jeugdige.
Maar vaak neemt hij ook andere kosten op zich, omdat ouders niet meer in beeld zijn, niet aan hun onderhoudsplicht voldoen of de middelen niet hebben. Dat kan gaan om vervoerskosten voor de jeugdige die zijn ouders bezoekt of de kosten van een ID-bewijs. Ook kan het gaan om de eigen bijdrage van de ziektekostenverzekering of de aanschaf van een fiets.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Definities
Voor de definitie van jeugdige sluiten we aan bij de Jeugdwet.
Artikel 2. Aanvraag
- 1.
Een burgervoogd stuurt bij de eerste declaratie een kopie van zijn identiteitsbewijs mee en een kopie van het benoemingsbewijs burgervoogd. Op basis hiervan beoordeelt het college of recht bestaat op een vergoeding op grond van deze regeling.
- 2.
Als de situatie verandert dan meldt de burgervoogd dit direct bij het college, bijvoorbeeld hij komt in aanmerking voor kinderbijslag, de jeugdige heeft een erfenis ontvangen of de burgervoogdij eindigt.
Artikel 3. Geen tegemoetkoming
Ontvangt de burgervoogd (dubbele) kinderbijslag (en het kindgebonden budget) dan kan hij hieruit de noodzakelijke kosten betalen. Uitgangspunt is dat de burgervoogd een poging doet om voor kinderbijslag in aanmerking te komen als hij voldoende kosten maakt en weet dat ouders geen kinderbijslag ontvangen.
Artikel 4. Noodzakelijke kosten
Lid 1. Kosten die de burgervoogd declareert, moeten noodzakelijk zijn en bijdragen aan de doelen zoals gesteld in dit lid.
Lid 2 a. Medische kosten worden door de zorgverzekering vergoed. We gaan er vanuit dat de burgervoogd een aanvullende verzekering afsluit om hoge kosten te voorkomen, denk aan kosten voor orthodontie. Kosten die (deels) voor eigen rekening komen, kan de burgervoogd voor dit deel declareren (eigen bijdrage Zorgverzekeringswet).
- b.
Ouders zijn er verantwoordelijk voor dat hun kind hen kan bezoeken. Kunnen of willen ouders niet voorzien in vervoer of de kosten daarvan niet dragen, dan kan de gemeente hierin tegemoetkomen.
- c.
Ook de burgervoogd zelf heeft reiskosten bijvoorbeeld om aanwezig te zijn bij besprekingen over de ondersteuning en zorg van de jeugdige of overleggen op school.
Lid 3. De gemeente waardeert het dat personen uit het netwerk actief betrokken zijn bij jeugdigen en hun gezinnen. Daarom kan de burgervoogd een vergoeding declareren voor het feit dat hij deze taak op zich neemt. Deze vergoeding is een blijk van waardering en onafhankelijk van het aantal uren dat de burgervoogd er daadwerkelijk aan besteedt.
Artikel 5. Niet-noodzakelijke kosten
Deze tegemoetkomingsregeling is alleen bedoeld voor kosten die noodzakelijk zijn, dat wil zeggen onvermijdelijk. En er zijn geen andere mogelijkheden om deze kosten gefinancierd te krijgen.
Het college geeft in dit artikel een niet-limitatieve opsomming van de kosten die ze niet als noodzakelijk ziet. Dit zijn o.a. kosten waarvoor andere regelingen en voorzieningen zijn.
- a.
De instelling waar de jeugdige verblijft, is verantwoordelijk voor het zak- en kleedgeld. Deze kosten zijn namelijk meegenomen in de vergoeding die de instelling van de gemeente ontvangt.
- b.
Ouders blijven verantwoordelijk voor de overige kosten van levensonderhoud. De burgervoogd spant zich in om ouders op deze verantwoordelijkheid te wijzen. Ontvangen ouders geen kinderbijslag (en kindgebonden budget), dan vraag de burgervoogd dit voor zichzelf aan als hij voldoet aan de voorwaarden.
- c.
Heeft de jeugdige een eigen vermogen dan mag de burgervoogd dat gebruiken voor de noodzakelijk te maken kosten in het belang van de jeugdige. Verder zijn er zowel landelijk als lokaal fondsen en stichtingen die tegemoet komen in de kosten van onderwijs, sport en cultuur, verjaardagen etc. Deze zijn voorliggend aan deze regeling.
- d.
Geeft de burgervoogd de jeugdige een (verjaardags)cadeau of neemt hij hem mee voor een dagje uit of een vakantie, dan komen deze kosten voort uit de affectieve relatie. Zij zijn niet noodzakelijk en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
Artikel 6. Hoogte tegemoetkoming
- 1.
In deze regeling gaan we uit van de goedkoopst passende oplossing, dus tweedehands waar dat kan.
- 2.
De vergoeding waarop burgervoogden een beroep kunnen doen, stellen we vast op maximaal de hoogte van de kinderbijslag voor een kind van die leeftijd. De kinderbijslag verschilt per leeftijdscategorie. De meest recente bedragen zijn te vinden op https://www.svb.nl/nl/kinderbijslag/bedragen-betaaldagen/bedragen-kinderbijslag.
- 3.
Bij gebruik van de eigen auto of motor is de hoogte van de vergoeding gelijk aan de onbelaste kilometervergoeding, zie de site van de Belastingdienst. Voor het gebruik van de (elektrische) fiets of andere vervoersmiddelen verstrekt het college geen vergoeding.
Artikel 7. Bewijsstukken overleggen
- 1.
Omdat de situatie kan veranderen, moet de burgervoogd op iedere declaratie verklaren dat hij geen kinderbijslag ontvangt.
- 2.
Gemaakte kosten moeten aantoonbaar zijn. Daarom stuurt de burgervoogd bij de declaratie facturen of andere bewijsstukken mee.
- 3.
Reiskosten van openbaar vervoer kan hij aantonen met een overzicht uit mijnOV. Bij het gebruik van de eigen auto of motor stuurt hij bij de declaratie het ingevulde format mee, waarop hij aangeeft de datum van de reis, de reden van de reis, vertrek- en aankomstadres en hoeveel kilometer hij heeft gereden volgens de ANWB reisplanner over de kortste weg.
Artikel 8. Procedure
Lid 1. Burgervoogden gebruiken het format van het college om hun kosten te declareren. Op dit format kan hij alle vereiste informatie kwijt.
Lid 2. Om zicht te houden op de gemaakte kosten en kosten in het juiste boekjaar te boeken, dienen burgervoogden hun declaraties binnen 2 maanden na afloop van het betreffende kwartaal in. Dat wil zeggen voor 1 juni, 1 september, 1 november en 1 februari. Eindigt de burgervoogdij in de loop van het jaar, dan kan over het hele kwartaal waarin de burgervoogdij eindigt nog een bijdrage worden gedeclareerd.
Artikel 9. Mandaat
Het college heeft de beoordeling van de declaraties gemandateerd aan het Loket Sociaal en daarbinnen aan de teamleider Administratie Wmo en Jeugd en Relatiebeheer.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl