Regeling vervalt per 01-01-2027

Stimuleringsregeling klimaatadaptatie 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 30-05-2026 t/m 31-12-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Stimuleringsregeling klimaatadaptatie 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen;

Gelet op de vastgestelde kaders en doelen zoals vastgelegd in de Programmabegroting;

Gelet op het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2020;

Besluiten vast te stellen de volgende subsidieregeling:

Stimuleringsregeling klimaatadaptatie 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Wet: de Algemene wet bestuursrecht.

  • b.

    Eigenaar: eigenaar van een gebouw of bouwwerk met dak. Hiertoe wordt tevens gerekend een opstaller, erfpachter, vruchtgebruiker of een Vereniging van Eigenaren en overige rechtspersonen.

  • c.

    Dak(constructie): samenstelling van balken (hout of staal), regels en bebording of betonnen plaat, die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind-/ regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie moet zodanig zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie.

  • d.

    Groendak: een begroeid dak bestaand uit ten minste vijf lagen (wortelwerende laag, drainagelaag, filtervlies, substraatlaag en vegetatielaag).

  • e.

    Extensief groendak: groendak waarvan de begroeiing zichzelf in stand houdt en beperkt is tot mossen, vetplanten, kruiden en grassen. De aantoonbare wateropslagcapaciteit is minimaal 25 liter per vierkante meter. Het gewicht van de daklaag is relatief gering, 30 tot 120 kg/m², waardoor geen aanpassing van de dragende (dak)constructie nodig is en derhalve geen omgevingsvergunning nodig is in tegenstelling tot een intensief groendak.

  • f.

    Intensief groendak: deze groendaken zijn vergelijkbaar met tuinen. De begroeiing bestaat meestal voor een groot deel uit grassen, kruiden, struiken en eventueel bomen. Ook zijn andere elementen zoals paden, terrassen en een vijver mogelijk. De aantoonbare minimale wateropslagcapaciteit is minimaal 50 liter per vierkante meter. Een dergelijke daklaag weegt al gauw 300 tot 1500 kg/m² en vergt een aangepaste dragende (dak)constructie, waarvoor een omgevingsvergunning moet worden verleend.

  • g.

    Groengevel: een gevelbegroeiing aan muren van een gebouw, die volledig zichtbaar is vanuit de openbare ruimte (voorgevel of zijgevel bij hoekpand). Een groengevel bestaat uit planten die omhoog groeien tegen een bouwwerk vanuit de volle grond. Sommige klimplanten hebben een klimhulp nodig, zoals spandraden, gaaswerken of houten rasters, andere klimplanten hechten zich aan de gevel.

  • h.

    Waterkerende constructie: een constructie die bedoeld is om oppervlakkig afstromend water uit het openbare gebied als gevolg van hevige neerslag te belemmeren een gebouw in te treden en daar schade te veroorzaken. De constructie wordt bij voorkeur aan het gebouw, of anders zo dicht mogelijk aan het gebouw aangelegd. Op de markt zijn verschillende typen beschikbaar, variërend van een eenvoudige plank in geleiders tot en met zelf-opdrijvende constructies. Hiervoor wordt ook wel de term schot gebruikt. De constructies kunnen aan het gebouw zelf, of om het gebouw worden aangelegd. Constructies die los van het gebouw kunnen worden aangelegd zijn onder andere muurtjes en grondwallen.

  • i.

    Huurder: bewoner van een gebouw, niet zijnde de eigenaar.

  • j.

    Nieuwbouwwoning of nieuwbouwpand: een gebouw dat nog niet is gebouwd of opgeleverd ten tijde van de subsidieaanvraag.

  • k.

    Bouwwerk met dak: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren en voorzien is van een dak.

  • l.

    Subsidieaanvrager: een eigenaar of huurder;

  • m.

    Verticale tuin: gevelbegroeiing als geïntegreerd deel van een gebouw die volledig zichtbaar is vanuit de openbare ruimte (voorgevel of zijgevel bij hoekpand). Een verticale tuin bestaat uit verticaal geplaatste modules of panelen waarin beplanting wordt aangebracht. De modules zijn met een ophangsysteem bevestigd aan een bouwwerk, of zijn een zelfdragend onderdeel van de gevel. Hieronder vallen dus geen plantenbakken aan balkons. Een verticale tuin is altijd voorzien van een automatisch werkend water- en voedingssysteem dat de instandhouding van de planten bevordert. Voor het kunnen aanleggen van een verticale tuin is een omgevingsvergunning nodig.

  • n.

    Voorzieningen: onderdelen die bestemd zijn voor aanleg en instandhouding van het begroeide deel van een groendak (ten minste bestaande uit de onderdelen zoals benoemd onder lid e/f), van een groengevel (tenminste bestaande uit de onderdelen zoals benoemd onder h) of een verticale tuin (ten minste bestaande uit de onderdelen zoals benoemd onder lid m).

  • o.

    Voorzieningenkosten: de door of namens het college goedgekeurde kosten voor de aanleg van het groendak, groengevel of verticale tuin, alsmede de aanneemsom, de ontwerpkosten, de draagkrachtberekening en de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting.

  • p.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen.

  • q.

    Gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

  • r.

    Waterschap: Waterschap Limburg.

  • s.

    De verordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2020, dan wel een latere, opvolgende subsidieverordening die in de plaats treedt van de Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2020.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Voor subsidie komen in aanmerking:

  • a.

    Eigenaren van particuliere terreinen met gebouwen of verharde oppervlakte waarvan deze binnen het grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen zijn gelegen;

  • b.

    Voorzieningen waarvoor niet eerder subsidie is aangevraagd bij of verkregen van andere (semi)overheden of instellingen of binnen projecten uitgevoerd door de gemeente Sittard-Geleen.

Artikel 3 Doel van de subsidieregeling

  • Met de subsidieregeling wordt beoogd om eigenaren of huurders van een gebouw tegemoet te komen in de kosten van de realisatie van het klimaatbestendig maken van (de omgeving van) gebouwen met als doel een bijdrage te leveren aan het voorkomen van wateroverlast in het bebouwde gebied of op het voorkomen van schade aan eigen pand bij wateroverlast in het bebouwde gebied.

Artikel 4 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het subsidieplafond geldt voor de periode tot 31 december 2026 en bedraagt € 200.000,-.

  • 2. Bij de verdeling van het op grond van het eerste lid beschikbaar gestelde bedrag worden aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 3. Indien de aanvraag na het bieden van de gelegenheid tot aanvulling en het verstrijken van de daartoe geboden termijn nog steeds onvolledig is, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen en wordt de aanvrager van dit besluit schriftelijk in kennis gesteld.

  • 4. Indien subsidieaanvragen een gelijke ontvangstdatum hebben en gezamenlijk het subsidieplafond overschrijden, wordt door middel van loting de volgorde van deze subsidieaanvragen bepaald.

  • 5. Indien bij het toewijzen van een aanvraag het subsidieplafond wordt bereikt, wordt aan die aanvraag maximaal het bedrag toegekend dat nog beschikbaar is, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.

  • 6. Onder artikel 4:28 van de Awb bestaat de mogelijkheid dat het subsidieplafond wordt verlaagd.

Artikel 5 Bevoegdheid van het College

Het college is bevoegd om:

  • a.

    aanvullende informatie te vragen die nodig is ter beoordeling van de aanvraag;

  • b.

    met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, een beschikking te nemen;

  • c.

    aan een besluit om een subsidie te verstrekken nadere voorwaarden te verbinden;

  • d.

    om steekproefsgewijs ter plaatse te (laten) controleren of de gesubsidieerde maatregelen daadwerkelijk en op de juiste manier zijn uitgevoerd;

  • e.

    besluiten zoals bedoeld in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Subsidies) te nemen.

Artikel 6 Algemene vereisten voor subsidiëring

Het college kan op aanvraag een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de in artikel 1 genoemde voorzieningen en/of constructie, mits wordt voldaan aan de volgende criteria:

Groendak, groengevel of verticale tuin

  • 1.

    Er wordt alleen subsidie verstrekt voor de aanleg van een groendak, groengevel of verticale tuin als een gebouw of bouwwerk met dak binnen het grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen ligt.

  • 2.

    Er wordt voor bestaande gebouwen of bouwwerken met dak alleen voor een groendak voorziening op platte daken met een beton- of houtconstructie een bijdrage verstrekt. Voor nieuwbouwwoningen of -panden kan ook een bijdrage verstrekt worden in de meerkosten voor een groendak voorziening ten opzichte van de aanleg van een gangbaar waterkerend dak; de subsidie geldt bij nieuwbouwwoningen en –panden ook voor hellende daken, mits dit akkoord is bevonden bij het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwbouwwoning of pand.

  • 3.

    Er wordt alleen voor een groengevel of verticale tuin bij een gebouw een bijdrage verstrekt, mits die volledig zichtbaar is vanuit de openbare ruimte.

  • 4.

    De oppervlakte van een groendak voorziening bedraagt minimaal 10 m2.

  • 5.

    De oppervlakte van een groengevel of verticale tuin voorziening bedraagt minimaal 5 m2.

  • 6.

    Bij de aanleg van een groendak voorziening wordt het belang van het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater in voldoende mate gediend, door een minimale wateropslag van 25 l/m2 bij een extensief groendak en bij een intensief groendak minimaal 50 l/m2.

Opschortende voorwaarde

  • 7.

    Bij de aanleg van een groendak op een woning of een pand of een verticale tuin aan een woning of pand raadt de gemeente aan een draagkrachtbeoordeling van het bestaand dak of gevel uit te laten voeren door een bouwkundig adviesbureau. Hierbij moeten de regels uit het Bouwbesluit in acht worden genomen. Als blijkt dat de constructie van het dak of de gevel aangepast moet worden, moet hiervoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden aangevraagd. In dat geval wordt de subsidie enkel verleend als deze omgevingsvergunning is verleend.

  • 8.

    Ontwerp, aanleg en onderhoud van een groendak, groengevel of verticale tuin moeten deugdelijk en zorgvuldig worden uitgevoerd conform de in artikel 1 genoemde producteisen (artikel 1 onder d t/m g en m).

  • 9.

    Voordat het college op de aanvraag voor subsidieverlening heeft beslist, mag niet met de aanleg van een groendak of groengevel of verticale tuin zijn begonnen.

Waterkerende constructie

  • 1.

    Een waterkerende constructie wordt alleen verstrekt ter bescherming van gebouwen.

  • 2.

    Bij voorkeur wordt een waterkerende constructie aangelegd tegen of zo dicht mogelijk bij het gebouw.

  • 3.

    Alleen indien constructie direct aan het gebouw niet mogelijk is, kan een aanvraag worden ingediend voor een constructie buiten het gebouw, zoals een muurtje of een grondwal. Deze constructies mogen niet leiden tot wateroverlast bij andere gebouwen, omdat de waterstroom belemmerd wordt of op een andere plaats hoger uitkomt. Een tekening van de constructie moet overlegd worden. Bij ingrijpende veranderingen van waterstromen, kan een aanvullende berekening nodig zijn (uitgevoerd door de gemeente).

  • 4.

    De constructie mag niet leiden tot overlast bij andere eigenaren of de openbare ruimte.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

Groene dak, groene gevel of verticale tuin

  • 1.

    De subsidie bedraagt voor eigenaren en huurders maximaal 50 % van de voorzieningenkosten tot een maximum van € 25.000,00, waarbij per kadastrale locatie slechts voor één pand subsidie wordt verleend.

  • 2.

    Indien de aanvrager ten behoeve van de uit te voeren voorziening(en) ook andere subsidie(s) ontvangt, wordt het te subsidiëren totaalbedrag verminderd met deze andere subsidie(s).

Waterkerende constructie

  • 3.

    De subsidie bedraagt voor eigenaren en huurders maximaal 50 % van de kosten tot een maximum van € 3.000,00.

  • 4.

    Indien de aanvrager ten behoeve van de uit te voeren voorziening(en) ook andere subsidie(s) ontvangt, wordt het te subsidiëren totaalbedrag verminderd met deze andere subsidie(s).

Artikel 8 De aanvraag

  • 1. Het college verleent de subsidie op aanvraag.

  • 2. Het college stelt voor het indienen van aanvragen tot subsidieverlening een aanvraagformulier vast waarop tevens staat welke stukken ingediend moeten worden (o.a. bepalen nul situatie).

  • 3. Een aanvraag kan alleen door de eigenaar of huurder worden ingediend.

  • 4. Een huurder moet bij de aanvraag van de subsidie een akkoordverklaring van de eigenaar overleggen.

  • 5. Een aanvraag moet volledig zijn. Het college kan aanvullende stukken verlangen, indien dit redelijkerwijs noodzakelijk blijkt voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 6. Indien de aanvraag niet voldoet aan de daarvoor gestelde eisen wordt toepassing gegeven aan artikel 4:5 van de Awb.

Artikel 9 Beslistermijn; de beschikking

  • 1. Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Het college kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste 4 weken verdagen.

  • 3. Een beschikking tot subsidieverlening geeft in ieder geval een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de locatie en de oppervlakte van het dak en/of gevel en vermeldt het bedrag van de subsidie, dan wel het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 10 Weigeringsgronden

De subsidie wordt, naast de in artikel 10 van de verordening en de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet genoemde gronden, in ieder geval geweigerd worden indien:

  • a.

    indien niet wordt voldaan aan de oppervlakte-eis van artikel 6, vierde of vijfde lid;

  • b.

    niet wordt voldaan aan de producteisen, zoals gemeld in artikel 6, derde lid

  • c.

    niet wordt voldaan aan de oppervlakte of waterbergingseisen, zoals gemeld in artikel 6, zesde lid,

  • d.

    er geen omgevingsvergunning is afgegeven, zoals gevraagd in artikel 6, zevende lid,

  • e.

    deze subsidie reeds eerder op hetzelfde adres voor dezelfde werkzaamheden is verstrekt, tenzij er in het geval van een groendak bij de eerdere subsidie, maar op een gedeelte van het dak een groendak is gerealiseerd of

  • f.

    de waterkerende constructie de overlast op andere locaties doet toenemen.

Artikel 11 Verplichtingen

Naast de verplichtingen die direct gelden op grond van artikel 12 van de verordening en de verplichtingen die op grond van artikel 4:37 van de Awb aan de subsidieontvanger kunnen worden opgelegd, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    De subsidieontvanger is verplicht het groendak of groengevel te realiseren op de in het subsidiebesluit omschreven wijze.

  • b.

    Een groendak, groengevel, verticale tuin of waterkerende constructie dient na realisatie minimaal 5 jaar in stand te worden gehouden en doelmatig onderhouden.

  • c.

    De subsidieontvanger verschaft toegang aan medewerkers van de gemeente Sittard-Geleen voor controle op de uitgevoerde werkzaamheden.

  • d.

    Binnen zes maanden na datum van de subsidieverlening wordt met de aanleg van een groendak, groengevel, verticale tuin of waterkerende constructie een aanvang gemaakt. Binnen 1 jaar na datum van subsidieverlening moeten de werkzaamheden zijn afgerond.

Artikel 12 Vaststelling subsidie en Betaling

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen 3 maanden na oplevering van het groendak, groengevel, verticale tuin of waterkerende constructie een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2. Bij de aanvraag tot vaststelling dienen gespecificeerde en gedateerde factu(u)r(en) van de kosten inclusief foto’s van de aangelegde voorziening en de gegevens van de leverancier (opbouw constructie) te worden meegezonden.

  • 3. Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

  • 4. Betaling gebeurt binnen 6 weken na de beslissing.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van aanvrager afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, als toepassing ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 14 Afstemming Algemene subsidieverordening Sittard-Geleen

Voor zover in deze subsidieregeling daarvan niet wordt afgeweken, is de vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Sittard-Geleen 2020 van toepassing

Artikel 15 Inwerkingtredingen beëindiging

Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking van deze subsidieregeling en werkt terug tot en met 1 januari 2026. De subsidieregeling vervalt van rechtswege op 31 december 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verstrekte subsidies.

Artikel 16 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: “Stimuleringsregeling klimaatadaptatie 2026”.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 21-04-2026

Het college voornoemd,

De burgemeester,

mr. J.Th.C.M. Verheijen

De secretaris,

mr. L.J.F.P. Busschops