Regeling vervalt per 01-01-2027

Subsidieregeling Vrije ontwikkelruimte Kind en Kans Maashorst 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 30-05-2026 t/m 31-12-2026

Intitulé

Subsidieregeling Vrije ontwikkelruimte Kind en Kans Maashorst 2026

VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

Het college van burgemeester en wethouders;

overwegende dat

de gesubsidieerde activiteiten aansluiten bij het door de Raad van de gemeente Maashorst vastgestelde onderwijsachterstandenbeleid ‘Kind en Kans Maashorst 2023-2026’ en de daarbij behorende planning en doelstellingen;

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Maashorst 2022;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende

Subsidieregeling Vrije ontwikkelruimte Kind en Kans Maashorst 2026

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Maashorst 2022;

  • b.

    Beleidskader: het vastgestelde onderwijsachterstandenbeleid Kind en Kans Maashorst 2023-2026;

  • c.

    Beleidskader Kansen bieden: Uitgangspunten Voor- en Vroegschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente Maashorst

  • d.

    College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst;

  • e.

    Doelgroep: kinderen, of opvoeders/ ouders van een kind in de leeftijd van 0-12 + jaar die wonen in de gemeente Maashorst waarbij het kind opvalt door lichte uitdagingen rondom taal en de sociaal emotionele ontwikkeling;

  • f.

    OAB: Onderwijsachterstandenbeleid;

  • g.

    VVE: Voor- en Vroegschoolse educatie; Een samenhangend programma dat jonge kinderen met (een risico op) een onderwijsachterstand extra ondersteuning biedt in hun ontwikkeling, vanaf de voorschoolse periode tot en met de eerste jaren van de basisschool.

  • h.

    VE: Voorschoolse-Educatie. Het educatieve aanbod voor peuters vóór de start van de basisschool, dat wordt aangeboden op erkende groepen binnen de kinderopvang. Dit aanbod richt zich op het stimuleren van de taal-, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • i.

    VE-locatie: Een locatie binnen de reguliere kinderopvang waar Voorschoolse Educatie (VE) wordt aangeboden door gecertificeerde medewerkers en volgens erkende VE-programma’s.

  • j.

    Doorgaande lijn: ononderbroken ontwikkeling van de kinderen in de kinderopvang, naar basisonderwijs en voortgezet onderwijs;

  • k.

    Non-bereik: Peuters die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie maar deze niet bezoeken;

  • l.

    Ouderbetrokkenheid: De mate waarin ouders hun kind ondersteunen en stimuleren in de ontwikkeling. De kern hiervan is de interactie tussen ouders en kind. De kwaliteit van de ouder-kind interactie is een sterkere voorspeller van leerresultaten dan de mate waarin ouders op school actief zijn;

  • m.

    Subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies volgens deze regeling;

  • n.

    Professionele organisatie: VE locaties, scholen voor basisonderwijs, bibliotheken, Vluchtelingenwerk, NT-2 werkgroep, zoals genoemd in het onderwijsachterstandenbeleid, welzijnsorganisaties, organisaties voor kinderwerk en jeugdgezondheidszorg.

Artikel 2. Doelgroep en reikwijdte

  • 1. Subsidie wordt verstrekt aan professionele organisaties die zich, vanuit het beleidskader Kind en Kans Maashorst 2023 2026 of het beleidskader Kansen Bieden, actief inzetten in de gemeente Maashorst.

  • 2. In afwijking van lid 1 kan aan een andere organisatie subsidie worden verstrekt wanneer deze aantoonbaar een belangrijke bijdrage levert aan het onderwijsachterstandenbeleid. Dit is ter beoordeling van het college.

  • 3. Scholen voor speciaal onderwijs kunnen geen subsidie krijgen op grond van deze regeling.

  • 4. In de periode van 2023 - 2026 stelt de gemeente Maashorst zich samen met haar partners als doel om de onderwijsachterstanden van peuters, kleuters en kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar met 3% (te verminderen op basis van de gegevens van het CBS ten opzichte van 2021. Daarbij is er niet alleen oog voor taal, maar ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en de rol van de ouder(s)/opvoeder (s).

Artikel 3. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Activiteiten en materialen, zoals bedoeld in 2 moeten voldoen aan de artikelen 158, 159 en 160 van de Wet primair onderwijs, waarin is bepaald dat onderwijsachterstandenmiddelen uitsluitend mogen worden ingezet voor het bevorderen van gelijke onderwijskansen, vroegtijdige (taal)ontwikkelingsondersteuning en maatregelen ter bestrijding van onderwijsachterstanden.

  • 2. Die in dit lid vermelde activiteiten en materialen komen in ieder geval voor subsidie in aanmerking.

    • a.

      Voorschoolse Educatie (VE)

      • Update van methoden in de VE groepen;

      • Aanschaf van aanvullende materialen in de VE;

      • Extra inzet personeel in de VE;

      • Aanvulling (meertalige) boekencollectie in de VE;

      • Activiteiten ter versterking van ouderbetrokkenheid in de VE;

      • Ureninzet voor toeleiding naar de VE locaties

    • b.

      Taalklassen en NT2 voorzieningen

      • Aanvulling van materialen in taalklassen;

      • Extra inzet personeel in taalklassen;

      • Extra inzet personeel NT2 taalvoorziening (NT2 taalregisseur);

    • c.

      Bibliotheekvoorzieningen en taalstimulering

      • Aanvulling van bibliotheekmaterialen (tweetalig) voor NT2 kinderen in het basisonderwijs;

      • Ureninzet voor bestaande Bibliotheek op School activiteiten;

      • Ureninzet voor BoekStart activiteiten in de VE-locaties;

    • d.

      Bestaande en nieuwe OAB-activiteiten

      • Aanvullende of geüpdatete materialen voor reeds lopende activiteiten binnen het Kind & Kans beleid;

      • Aanvullende materialen voor nieuwe initiatieven gericht op de OAB doelgroep; Deze materialen maken de uitvoering van nieuwe interventies mogelijk die direct bijdragen aan het verkleinen van onderwijsachterstanden.

      • Aanvullende spelpakketten binnen Spel aan Huis;

      • Aanvullend aanbod vanuit de GGD om het non-bereik van VE te verkleinen.

    • e.

      Primair onderwijs

      • Update van methoden binnen het basisonderwijs;

      • Aanschaf van aanvullende materialen in het basisonderwijs;

      • Extra inzet personeel in het basisonderwijs specifiek voor taalstimulering;

      • Aanvulling (meertalige) boekencollectie in het basisonderwijs;

  • 3. Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      kosten voor enkel de huur van een commerciële locatie;

    • b.

      activiteiten waarvan de kosten hoofdzakelijk worden besteed aan eten en drinken, representatie, reis en verblijf, waaronder entrees;

    • c.

      kosten die reeds worden gedekt door een andere subsidie, vergoeding of financiële regeling. Dubbele financiering is daarmee uitgesloten.

Artikel 4 Voorwaarden

In aanvulling op artikel 2, lid 2 kan subsidie op grond van deze regeling worden verstrekt, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    De activiteit draagt bij aan het stimuleren van de (taal)ontwikkeling van kinderen van -9 maanden tot 12 + jaar en hun ouders in de gemeente Maashorst.

  • b.

    Een activiteit voor de doelgroep van 12 jaar en ouder heeft voldoende aantoonbaar een directe link met de doorgaande lijn vanaf het primair onderwijs;

  • c.

    De activiteit draagt bij aan de strategische doelstelling van het beleidskader;

  • d.

    De activiteit is inhoudelijk onderbouwd op basis van ervaring, kennis of beschikbare gegevens over de afgelopen beleidsperiode en sluiten aan bij het doel van het beleidskader.

  • e.

    De activiteit draagt bij aan het gemeentelijke belang en is waar passend afgestemd met relevante lokaal werkende partners.

Artikel 5. Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • 1.

    voor eenzelfde activiteit al subsidie is verstrekt op basis van een andere regeling.

  • 2.

    de activiteit enkel gericht is op de doelgroep ouder dan 12 jaar.

  • 3.

    de activiteit uitsluitend bestaat uit reguliere, structurele werkzaamheden van de aanvrager en geen aantoonbare extra inzet, uitbreiding, versterking of ondersteuning bevat ten opzichte van het bestaande aanbod.

Artikel 6. Subsidieverantwoording

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen drie maanden na afloop van de activiteit een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in met een inhoudelijk en financieel verslag.

  • 2. Het college kan in de verleningsbeschikking aangeven waar de subsidieverantwoording aan moet voldoen.

Artikel 7. Procedurebepalingen

  • 1. Een aanvraag voor subsidie op grond van deze subsidieregeling voor een activiteit dient door het college te zijn ontvangen voorafgaand aan het begin van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

  • 2. In afwijking van artikel 9, lid 3 onder h, van de Algemene Subsidieverordening kan subsidie worden verstrekt voor de kosten van materialen of ureninzet wanneer een activiteit reeds gestart is, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 8. Berekening van de subsidie

  • 1. Voor materiaalaanschaf geldt een maximum van € 20.000 per locatie voor primair onderwijs, VE locaties en GGD locaties.

  • 2. Voor materiaalaanschaf voor de taalklassen geldt een maximum van € 40.000 per locatie.

  • 3. Voor materiaalaanschaf voor reeds gestarte activiteiten vanuit welzijnswerk of vluchtelingenwerk geldt een maximum van € 20.000 per activiteit.

  • 4. Voor materiaalaanschaf geldt een maximum van € 40.000 voor de bibliotheek.

  • 5. Voor materiaalaanschaf voor activiteiten die niet zijn opgenomen in de beleidskaders Kind en Kans Maashorst of Kansen Bieden, maar naar oordeel van het college een belangrijke toevoeging vormen aan het huidige onderwijsachterstandenbeleid, geldt een maximum van € 10.000.

  • 6. Voor aanvullende ureninzet voor reeds gestarte activiteiten geldt een maximum van € 10.000.

  • 7. Voor nieuwe activiteiten geldt een maximum van € 45.000 per aanvraag.

Artikel 9. Verdeling van de subsidie en het subsidieplafond

  • 1. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Wanneer de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 2. Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 500.000.

Artikel 10. Hardheidsclausule

Het college kan gemotiveerd afwijken van deze subsidieregeling als de subsidieaanvrager door toepassing van deze regeling onevenredig benadeeld wordt.

Artikel 11. Slotbepalingen

  • 1. Deze regeling treedt in werking een dag na die van bekendmaking.

  • 2. Aanvragen op grond van deze regeling kunnen worden ingediend tot 1 oktober 2026. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

  • 3. Subsidies die vóór 1 oktober 2026 zijn verleend, kunnen worden besteed tot uiterlijk 1 januari 2027.

  • 4. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027.

  • 5. De Subsidieregeling Vrije ontwikkelruimte Kind en Kans Maashorst 2023-2026 wordt ingetrokken.

  • 6. De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Vrije ontwikkelruimte Kind en Kans Maashorst 2026.

Ondertekening

Maashorst, 19 mei 2026

Burgemeester en wethouders van gemeente Maashorst

de secretaris,

J.A.G.M. van Aaken

de burgemeester,

Drs. J.H. van der Pas