Nadere regels subsidie Winterswijk 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-06-2026

Intitulé

Nadere regels subsidie Winterswijk 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk;

Gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Winterswijk 2026 (hierna te noemen “de Verordening”) en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen waarin is aangegeven welke activiteiten, op grond van artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Winterswijk 2026, worden gesubsidieerd en de nadere voorwaarden vast te stellen waaronder de subsidies worden verstrekt;

b e s l u i t

vast te stellen de

Nadere regels subsidie Winterswijk 2026

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

DEFINITIES

In deze nadere regels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

College

:

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Winterswijk

Rechtspersoon

:

Een rechtspersoon volgens het Burgerlijk Wetboek zonder winstoogmerk, die gevestigd is in de gemeente Winterswijk

Verordening

:

Algemene Subsidieverordening Winterswijk 2026

1.1 REIKWIJDTE NADERE REGELS

Het bepaalde in deze nadere regels is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in de volgende hoofdstukken bedoelde activiteiten.

1.2 INDEXERING SUBSIDIES

  • 1.

    Het college beslist jaarlijks of indexering van een subsidiebedrag plaatsvindt. Het college kan daarbij onderscheid maken tussen de verschillende subsidiabele activiteiten.

  • 2.

    Wanneer subsidiebedragen worden geïndexeerd, gebeurt dit op basis van een CBS-indexcijfer voor contractuele loonkosten en arbeidsduur.

  • 3.

    Voor zover ten tijde van de inwerkingtreding van deze nadere regels afspraken gelden die afwijken van het bepaalde in het tweede lid, blijven die afspraken gelden voor de duur dat die afspraken zijn gemaakt.

1.3 VERSTREKKING AAN RECHTSPERSONEN

Het college verstrekt subsidies alleen aan rechtspersonen tenzij specifiek bij een subsidieverstrekking wat anders staat vermeld.

1.4 VERDEELREGELS

Indien het totaal van subsidieaanvragen voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond overschrijdt, dan wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld over de aanvragers, tenzij bij de specifieke subsidie wat anders staat vermeld in deze Nadere Regels.

1.5 AANVULLENDE WEIGERINGSGRONDEN

Overeenkomstig artikel 11, derde lid, aanhef en onder f van de Verordening kan subsidieverlening ook worden geweigerd als:

  • a.

    met de activiteiten is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen;

  • b.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;

  • c.

    de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;

  • d.

    aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd.

1.6 SANCTIE BIJ TE LAAT OF ONVOLLEDIG INDIENEN AANVRAAG

Indien een subsidieontvanger:

  • a.

    niet voldoet aan de verplichting de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 5.000,- in te dienen, of

  • b.

    niet voldoet aan de verplichting de bij die aanvraag behorende stukken voor een bepaalde datum in te dienen kan de subsidie, nadat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld de aanvraag of de daarbij behorende stukken alsnog in te dienen, wegens het niet naleven van de betreffende verplichting met 5% worden verlaagd ten opzichte van het bedrag waarop de subsidie anders zou zijn vastgesteld.

HOOFDSTUK 2 KUNST EN CULTUUR

2.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN EN VOORWAARDEN

De subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    bibliotheekwerk;

  • b.

    amateurmuziekbeoefening;

  • c.

    kunst- en cultuuronderwijs;

  • d.

    exploitatie van musea;

  • e.

    het verzorgen van culturele activiteiten;

  • f.

    lokale omroep;

  • g.

    theater.

2.2 SUBSIDIE BIBLIOTHEEKWERK

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van bibliotheekwerk in de gemeente Winterswijk, bestaande uit de volgende activiteiten:

    • a.

      het opbouwen, actualiseren en beheren van een fysieke en digitale collectie boeken, grafische materialen, audiovisuele media en digitale bestanden, afgestemd op de informatiebehoefte van inwoners van Winterswijk;

    • b.

      het aanbieden van een gevarieerde en actuele boekencollectie die aansluit op het leesgedrag en de demografische samenstelling van de Winterswijkse bevolking, aangetoond met uitleencijfers en collectieprofielen;

    • c.

      het verstrekken van mondelinge en digitale informatie, advies en ondersteuning aan bezoekers, waaronder hulp bij het vinden van informatie, digitale vaardigheden en basisvaardigheden;

    • d.

      het organiseren en uitvoeren van activiteiten in het kader van de Kinderboekenweek, waaronder voorleesactiviteiten, workshops en educatieve programma’s voor scholen;

    • e.

      het verzorgen van educatieve activiteiten op het gebied van mediawijsheid, cultuur, taalontwikkeling en leesbevordering voor jeugd, volwassenen en specifieke doelgroepen;

    • f.

      het bieden van een laagdrempelige ontmoetings- en verblijfsfunctie, waaronder een leescafé en activiteiten zoals lezingen, tentoonstellingen en presentaties;

    • g.

      het aanbieden van voorzieningen en activiteiten voor culturele minderheden, ouderen, jeugd en andere kwetsbare groepen, gericht op participatie, taalontwikkeling en sociale verbinding;

  • 2.

    Subsidie wordt enkel verstrekt aan organisaties die voldoen aan de normen van Kwaliteit in Beeld van de Certificeringsorganisatie bibliotheekwerk, cultuur en taal. De organisatie overlegt bij de aanvraag een geldige certificering of een verklaring van de certificeringsorganisatie waaruit blijkt dat certificering is verkregen of aangevraagd. Als de certificering tijdens de subsidieperiode verloopt, toont de organisatie aan dat tijdig hercertificering is aangevraagd.

  • 3.

    De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks aan het college over de uitvoering van de onder lid 1, sub a t/m g genoemde activiteiten, inclusief bezoekersaantallen, uitleencijfers, collectieontwikkeling en bereik van doelgroepen.

2.3 AMATEURMUZIEKBEOEFENING

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt aan de volgende muziekgezelschappen die tevens rechtspersoon zijn:

    • a.

      harmonie-, fanfare- en accordeonverenigingen;

    • b.

      drumbands, malletbands, slagwerkgroepen en majorettepelotons;

    • c.

      symfonieorkesten.

  • 2.

    De muziekgezelschappen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      zij zijn gevestigd in de gemeente Winterswijk;

    • b.

      zij hebben tenminste 12 betalende leden;

    • c.

      zij zijn aangesloten bij een landelijke organisatie of provinciale organisatie die zich de beoefening van muziek ten doel stelt en in dit verband bondsconcoursen organiseert.

  • 3.

    Het college kan de subsidieontvanger verplichten tenminste een keer per jaar medewerking te verlenen aan festiviteiten en uitvoeringen op openbare bijeenkomsten, niet zijnde kerkelijke, godsdienstige of politieke bijeenkomsten.

  • 4.

    Het college kan de subsidieontvanger één keer in de vijf jaar verplichten deel te nemen aan een door de bond waarbij de aanvrager is aangesloten, erkend concours.

  • 5.

    De subsidie voor harmonie-, fanfare- en accordeonverenigingen bedraagt per jaar:

    • a.

      bij klassering in de introductie-, vijfde en vierde divisie maximaal € 2.128,-;

    • b.

      bij klassering in de derde divisie maximaal € 2.567,-;

    • c.

      bij klassering in de tweede divisie maximaal € 3.418,-;

    • d.

      bij klassering in de eerste divisie maximaal € 4.256,-.

  • 6.

    De subsidie voor drumbands, malletbands, slagwerkgroepen en majorettepelotons bedraagt per jaar:

    • a.

      bij klassering in de introductiedivisie maximaal € 705,-;

    • b.

      bij klassering in de jeugddivisie maximaal € 865,-;

    • c.

      bij klassering in de derde divisie maximaal € 991,-;

    • d.

      bij klassering in de tweede divisie maximaal € 1.157,-;

    • e.

      bij klassering in de eerste divisie maximaal € 1.423,-;

    • f.

      bij klassering in de eredivisie maximaal € 1.689,-.

  • 7.

    De subsidie voor symfonieorkesten bedraagt maximaal € 2.567,- per jaar.

  • 8.

    De peildatum voor het bepalen van de klassering is 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd.

2.4 KUNST- EN CULTUURONDERWIJS

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor het verzorgen van onderwijs op het gebied van muziek, dans en overige uitingen op het gebied van kunst en cultuur, voor zover dit bijdraagt aan de esthetische en culturele vorming van de leerlingen.

  • 2.

    Subsidie wordt enkel verstrekt aan organisaties die voldoen aan de normen van Kwaliteit in Beeld van de Certificeringsorganisatie bibliotheekwerk, cultuur en taal. De organisatie overlegt bij de aanvraag een geldige certificering of verklaring van de certificeringsorganisatie waaruit blijkt dat certificering is verkregen of aangevraagd. Als de certificering tijdens de subsidieperiode verloopt, toont de organisatie aan dat tijdig hercertificering is aangevraagd.

2.5 EXPLOITATIE VAN MUSEA

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de exploitatie van een museum met als doel het beheer van de collectie en/of het organiseren van museale activiteiten.

  • 2.

    Subsidie wordt enkel verstrekt aan organisaties die voldoen aan de uitgangspunten van de Museumnorm. De organisatie overlegt bij de aanvraag een geldige certificering of verklaring van de certificeringsorganisatie waaruit blijkt dat certificering is verkregen of aangevraagd. Als de certificering tijdens de subsidieperiode verloopt, toont de organisatie aan dat tijdig hercertificering is aangevraagd.

2.6 CULTURELE ACTIVITEITEN

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      de bestudering en het documenteren van de streekcultuur van de Achterhoek en de Liemers;

    • b.

      het versterken van de verbinding tussen cultuur en erfgoed in de gemeente Winterswijk;

    • c.

      het stimuleren van vernieuwende, culturele activiteiten die afwijken van algemeen gebruikelijke. Het moet hierbij gaan om een voor het publiek toegankelijke activiteit. Activiteiten die bijdragen aan het verhogen van de toegankelijkheid van kunst en cultuur hebben een pré; of,

    • d.

      het organiseren van culturele evenementen die voor iedereen gratis en toegankelijk zijn, beleving toevoegen aan het centrum van Winterswijk en bijdragen aan het stimuleren van de vrijetijdseconomie.

  • 2.

    Voor activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onder c kan een aanvrager om de drie jaar een aanvraag indienen. In deze aanvraag beschrijft de aanvrager kort hoe de activiteit bijdraagt aan (één of meer van) de bouwstenen uit het Convenant Amateurkunst Winterswijk.

  • 3.

    De subsidie voor de activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onder c bedraagt maximaal € 1.000,- per aanvraag.

2.7 LOKALE OMROEP

Subsidie kan worden verstrekt aan een lokale omroep die gevestigd is in Winterswijk en door de gemeenteraad is aangewezen als lokale omroep van de gemeente Winterswijk. De lokale omroep moet voldoen aan de bepalingen van de Mediawet.

2.8 THEATER

Subsidie kan worden verstrekt voor het exploiteren van een schouwburg met als doel het organiseren van culturele en andere activiteiten en de bevordering van de belangstelling voor podiumkunst.

HOOFDSTUK 3 JEUGD EN JONGEREN

3.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

De subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    jeugd- en jongerenwerk;

  • b.

    speeltuinwerk;

  • c.

    investeringen en onderhoud speel- en wijktuinen inclusief accommodaties;

  • d.

    investeringen en onderhoud jeugdaccommodaties;

  • e.

    peuteropvang;

  • f.

    voorschoolse educatie;

  • g.

    verlengde schooldag / naschools aanbod;

  • h.

    jeugdwerk voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking;

  • i.

    preventieve opvoed- en opgroeiactiviteiten;

  • j.

    zwemvervoer speciaal onderwijs.

3.2 SUBSIDIE JEUGD- EN JONGERENWERK

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het uitvoeren van doelstellingen die passen binnen het gemeentelijk jeugdbeleid;

    • b.

      de instandhouding van jeugdaccommodaties;

    • c.

      het organiseren en uitvoeren van scoutingactiviteiten voor jeugdigen en jongeren;

    • d.

      het organiseren van kinderzomervakantie activiteiten;

    • e.

      de aankoop en verbetering van jeugdaccommodaties.

  • 2.

    Subsidie wordt alleen verstrekt aan een rechtspersoon die open en algemeen toegankelijke jeugd- en jongerenactiviteiten aanbiedt.

  • 3.

    Subsidie voor scoutingactiviteiten wordt alleen verstrekt aan organisaties die zijn aangesloten bij Scouting Nederland.

  • 4.

    Voor de instandhouding van een jeugd- en jongerenaccommodatie kan een subsidie worden verstrekt van maximaal € 1.500,00 per jaar.

  • 5.

    Voor scoutingactiviteiten kan per jaar een maximale subsidie worden verstrekt van € 25,00 per jeugdlid tot en met 21 jaar. De peildatum voor het vaststellen van het aantal leden is 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd.

  • 6.

    Voor het organiseren van kinderzomervakantie activiteiten kan een subsidie worden verstrekt van maximaal € 6.300,00 per jaar.

3.3 SPEELTUINWERK

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het ondersteunen en adviseren van speeltuinverenigingen en speeltuinstichtingen;

    • b.

      de aankoop en verbetering van speeltoestellen en accommodaties.

  • 2.

    Een subsidie wordt alleen verstrekt aan:

    • a.

      scholen gevestigd in de gemeente Winterswijk, waarvan de schoolpleinen buiten schooltijd openbaar toegankelijk zijn;

    • b.

      wijk- en speeltuinverenigingen en speeltuinstichtingen die gevestigd zijn in de gemeente Winterswijk.

  • 3.

    De kom van Winterswijk is opgedeeld in vijf voedingsgebieden, waarbij elk gebied is gekoppeld aan één speeltuin. Voor de instandhouding van een speeltuin kan per jaar een subsidie per kind tot en met 14 jaar in het voedingsgebied van de speeltuinvereniging of speeltuinstichting worden verstrekt.

  • 4.

    De subsidie per kind wordt berekend door het beschikbare subsidiebedrag te delen door het aantal kinderen tot en met 14 jaar in het voedingsgebied.

  • 5.

    De peildatum voor het vaststellen van het aantal kinderen in een voedingsgebied is 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd.

  • 6.

    De hoogte van de subsidie voor de investering in speeltuinen bedraagt 25% van de investering met een maximum van € 4.000,- per aanvraag per jaar.

3.4 JEUGDACCOMMODATIES

  • 1.

    Een subsidie kan worden verstrekt voor het bouwen en / of verbouwen van jeugdaccommodaties.

  • 2.

    De subsidie wordt alleen verstrekt aan de rechtspersoon die de betreffende jeugdaccommodatie in stand houdt.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie bedraagt 25% van de in de aanvraag opgevoerde kosten, mits deze kosten door het college zijn goedgekeurd, met een maximum van € 50.000,- per te bouwen of te verbouwen jeugdaccommodatie.

3.5 PEUTEROPVANG

  • 1.

    Voor de opvang van peuters van ouders die geen kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang kunnen verkrijgen, kan een subsidie worden verstrekt aan een peuteropvang verlenende aanbieder.

  • 2.

    De subsidie bestaat uit een vast bedrag per kind per uur dat peuteropvang wordt geboden.

  • 3.

    De subsidie wordt alleen verleend als:

    • a.

      de peuteropvang plaatsvindt in de gemeente Winterswijk;

    • b.

      de peuteropvang aantoonbaar bijdraagt aan het optimaliseren van de ontwikkelingskansen van peuters en dit heeft opgenomen in het vastgestelde pedagogisch beleidsplan voor de betreffende peuteropvang;

    • c.

      de aanvrager werkt met een ontwikkelingsvolgmodel.

  • 4.

    Per kind worden maximaal 10 opvanguren per week gesubsidieerd.

  • 5.

    Per jaar stelt het college bij de subsidieverlening het maximum aantal uren vast waarvoor een subsidie kan worden verkregen. Bij het bepalen van het maximale subsidiebedrag dat een aanvrager kan ontvangen, maakt het college een inschatting van de redelijkerwijs te verwachten omvang van de peuteropvang door de subsidieaanvrager. Daarbij worden de gegevens uit voorgaande jaren betrokken.

  • 6.

    De ouderbijdrage voor een kind op de peuteropvang wordt bepaald conform de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.

  • 7.

    In de administratie van de ontvanger van een subsidie voor peuteropvang moet een scheiding zijn aangebracht tussen enerzijds de peuteropvang die wordt gefinancierd door de gemeente en ouders en anderzijds de peuteropvang die wordt gefinancierd op grond van de Wet kinderopvang.

3.6 VOORSCHOOLSE EDUCATIE

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het verzorgen van een voorschools educatieprogramma voor kinderen die behoren tot de doelgroep, zoals vastgesteld in de geldende beleidsnotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Winterswijk, en die gebruik maken van een voorschoolse voorziening of van een instelling met een erkend voor- en vroegschools educatieprogramma;

    • b.

      de kosten van de inzet van extra personeel dat nodig is voor de uitvoering van het voorschoolse educatieprogramma op de peuteropvang;

    • c.

      ouderparticipatie bij de uitvoering van het voorschoolse educatieprogramma;

    • d.

      de toeleiding van doelgroepkinderen door de jeugdgezondheidszorg naar een voorschoolse voorziening met een erkend voor- en vroegschoolse educatieprogramma;

    • e.

      het aanschaffen van lesmethoden voor de uitvoering van een voorschools educatieprogramma;

    • f.

      de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker en coach;

    • g.

      de vergoeding van de ouderbijdrage die wordt betaald voor het derde en vierde dagdeel voor doelgroepkinderen op een door de gemeente gesubsidieerde peuteropvangplaats.

  • 2.

    Op basis van de indicatiestelling door de jeugdgezondheidszorg wordt vastgesteld of een kind behoort tot de doelgroep voor Voor- en Vroegschoolse Educatie. De indicatie van de jeugdgezondheidszorg is leidend voor de toelating tot de doelgroep.

  • 3.

    De subsidie wordt alleen verstrekt aan aanbieders van peuteropvang, aanbieders van kinderopvang of instellingen met een erkend voorschools educatieprogramma.

  • 4.

    De subsidieontvanger registreert de ingeschreven doelgroepkinderen overeenkomstig de doelgroep definitie, zoals beschreven in de geldende beleidsnotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Winterswijk.

  • 5.

    De subsidieontvanger monitort het aantal doelgroepkinderen dat gebruikmaakt van het voorschoolse educatieprogramma. Deze monitoring vindt plaats ter uitvoering van de wettelijke verplichting om deelname van doelgroepkinderen aan Voor- en Vroegschoolse Educatie te volgen en wordt uitgevoerd met behulp van de Peutermonitor. De subsidieontvanger levert hiervoor tijdig en volledig de benodigde gegevens aan.

3.7 VERLENGDE SCHOOLDAG / NASCHOOLS AANBOD

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt aan een kinderopvangorganisatie ten behoeve van het uitvoeren van een verlengde schooldag ter stimulering van gelijke kansen voor ieder kind om zijn of haar talenten te ontwikkelen.

  • 2.

    De subsidie wordt alleen verleend als:

    • a.

      de verlengde schooldag plaatsvindt in de gemeente Winterswijk;

    • b.

      de verlengde schooldag aantoonbaar bijdraagt aan het optimaliseren van de ontwikkelingskansen en talenten van kinderen op de basisschool.

  • 3.

    De aanvrager levert in de aanvraag gegevens aan over de doelstellingen, activiteiten en beoogde resultaten. Het college beoordeelt aan de hand van deze gegevens of de verlengde schooldag een aantoonbare bijdrage levert, zoals bedoeld in het tweede lid, onder b.

3.8 KINDEREN EN JONGEREN MET EEN LICHAMELIJKE / VERSTANDELIJKE BEPERKING

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor het organiseren van activiteiten die bijdragen aan sociale verbondenheid, persoonlijke ontwikkeling en welzijn van kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking.

  • 2.

    Voor de activiteiten zoals bedoeld in dit artikel wordt een subsidie van maximaal € 5.000,00 per kalenderjaar verstrekt.

3.9 PREVENTIEVE OPVOED-, OPGROEI- EN GEZONDHEIDSBEVORDERENDE ACTIVITEITEN

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op opvoed- en opgroeiondersteuning aan jeugdigen en hun ouders of verzorgers, individueel of groepsgericht, daar waar lacunes zitten in het bestaande hulpaanbod.

  • 2.

    De activiteiten genoemd in het eerste lid versterken de eigen kracht en dragen bij aan het gezond, stabiel en veilig opgroeien van kinderen en jongeren tot en met 23 jaar. De activiteiten zijn, indien van toepassing, nadrukkelijk verbonden en afgestemd met het lokaal team.

  • 3.

    Subsidie kan worden verstrekt voor begeleiding van schoolgaande en schoolverlatende jongeren tot en met 23 jaar om hun maatschappelijke deelname te bevorderen, daar waar lacunes zitten in het bestaande hulpaanbod. De begeleiding kan individueel of groepsgericht zijn.

  • 4.

    Subsidie voor preventieve opvoed-, opgroei-, en gezondheidsbevorderende activiteiten wordt alleen verstrekt aan een rechtspersoon die werkt met professionals/jeugdwerkers met een passende beroepsopleiding.

3.10 ZWEMVERVOER SPECIAAL ONDERWIJS

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor vervoer van leerlingen van een speciale basisschool in de gemeente Winterswijk van en naar het lokale binnenzwembad in Winterswijk met vervoer dat door de basisschool zelf is geregeld.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 500,00 per schooljaar.

HOOFDSTUK 4 VOLKSGEZONDHEID

4.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN JEUGDGEZONDHEIDSZORG

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van jeugdpreventie voor de doelgroep van 0 tot 18 jaar.

4.2 OVERIGE GEZONDHEIDSBEVORDERENDE ACTIVITEITEN

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl voor de inwoners van de gemeente Winterswijk.

4.3 AUTOMATISCHE DEFIBRILATOR NETWERK (AED)

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het in stand houden en uitbreiden van een AED netwerk en het werven en scholen van burgerhulpverleners in de gemeente Winterswijk.

4.4 EHBO-VERENIGINGEN

Subsidie kan worden verstrekt voor de aanschaf van les- en oefenmaterialen ter bevordering van EHBO-lessen in de gemeente Winterswijk.

HOOFDSTUK 5 MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

5.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    nazorg aan slachtoffers;

  • b.

    participatie van ouderen;

  • c.

    het in stand houden van een vrijwilligerspunt;

  • d.

    belangenbehartiging buurtschappen;

  • e.

    participatie van mensen met een beperking;

  • f.

    ondersteuning mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg;

  • g.

    het in stand houden van uitgiftepunten voor voedselpakketten;

  • h.

    het in stand houden van een kledingbank;

  • i.

    het bevorderen van financiële zelfredzaamheid en bestrijding van armoede;

  • j.

    vrijwillige terminale zorg;

  • k.

    het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling;

  • l.

    buurtbemiddeling;

  • m.

    activiteiten met betrekking tot veteranen

  • n.

    het in stand houden van het Netwerk ouderen en veerkracht Achterhoek.

5.2 NAZORG AAN SLACHTOFFERS

Subsidiabele activiteiten op het gebied van nazorg aan slachtoffers en nabestaanden van een misdrijf, verkeersongeval of ramp zijn gericht op het bieden van emotionele hulp, het begeleiden van een slachtoffer bij het strafproces en het helpen bij een procedure ter verkrijging van schadevergoeding.

5.3 OUDEREN (55 JAAR EN OUDER)

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor :

    • a.

      het organiseren van een ontmoetingsdag voor ouderen die één keer per twee jaar in Winterswijk plaatsvindt, mits de ontmoetingsdag wordt georganiseerd samen met één of meerdere ouderenverenigingen uit de Duitse buurgemeenten;

    • b.

      activiteiten door vrijwillige ouderenadviseurs;

    • c.

      activiteiten in het kader van de belangenbehartiging van alle ouderen in Winterswijk, wat betreft het welzijn van ouderen;

    • d.

      tegemoetkoming in de huur van een ontmoetings- en participatiecentrum voor ouderen in de gemeente Winterswijk.

  • 2.

    Voor het organiseren van een ouderendag zoals bedoeld in het eerste lid, onder a wordt maximaal € 500,00 per kalenderjaar verstrekt.

  • 3.

    Voor de tegemoetkoming van de huur zoals bedoeld in het eerste lid, onder d wordt maximaal de volledige huur voor het desbetreffende kalenderjaar verstrekt.

5.4 IN STAND HOUDEN VAN EEN VRIJWILLIGERSPUNT

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt aan maatschappelijke organisaties die expertise hebben op het gebied van vrijwilligerswerk en verenigingsondersteuning, voor de volgende activiteiten:

    • a.

      bemiddeling tussen vraag en aanbod van vrijwilligerswerk;

    • b.

      ondersteuning van vrijwilligers;

    • c.

      ondersteuning van verenigingen en stichtingen bij werving en behoud van vrijwilligers en bij het opstellen van vrijwilligersbeleid.

5.5 BELANGENBEHARTIGING BUURTSCHAPPEN

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor het behartigen van de belangen van de inwoners van buurtschappen in de gemeente Winterswijk.

  • 2.

    Subsidie wordt enkel verstrekt aan stichtingen of verenigingen van buurtschappen die zich het behartigen van de belangen van de inwoners van buurtschappen in de gemeente Winterswijk statutair ten doel hebben gesteld.

5.6 PARTICIPATIE VAN MENSEN MET EEN BEPERKING

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die de participatie van mensen met een beperking aan de lokale samenleving bevorderen.

5.7 ONDERSTEUNING MANTELZORGERS EN VRIJWILLIGERS IN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten waardoor mantelzorgers en vrijwilligers in de geestelijke gezondheidszorg worden ondersteund bij het uitvoeren van hun activiteiten:

    • a.

      het verstrekken van informatie of advies aan mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg;

    • b.

      het begeleiden van mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg;

    • c.

      het bieden van emotionele steun aan mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg;

    • d.

      educatie van mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg;

    • e.

      het bieden van praktische hulp of respijtzorg aan mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg.

5.8 IN STAND HOUDEN UITGIFTEPUNTEN VOEDSELPAKKET

Subsidie kan worden verstrekt voor een bijdrage in de huurkosten en energielasten die worden gemaakt voor het in stand houden van een uitgiftepunt van voedselpakketten ten behoeve van de inwoners van de gemeente Winterswijk.

5.9 IN STAND HOUDEN KLEDINGBANK

Subsidie kan worden verstrekt voor een bijdrage in de huurkosten en energielasten die worden gemaakt voor het in stand houden van een kledingbank in de gemeente Winterswijk.

5.10 BEVORDERING FINANCIËLE ZELFREDZAAMHEID EN BESTRIJDING (GEVOLGEN VAN) ARMOEDE

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die zich richten op bevordering van de financiële zelfredzaamheid van inwoners van de gemeente Winterswijk en/of op bestrijding van armoede of de gevolgen van armoede in de gemeente Winterswijk.

5.11 VRIJWILLIGE TERMINALE ZORG

Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten van huishoudelijke hulp die worden gemaakt voor het in stand houden van een hospice in de gemeente Winterswijk.

5.12 TEGENGAAN VAN HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt aan een Veilig Thuis-organisatie voor activiteiten ter uitvoering van de in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) genoemde taken.

  • 2.

    De werkelijke kosten van de activiteiten die betrekking hebben op het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling worden tot een door het college bij de subsidieverlening vastgesteld maximum gesubsidieerd.

5.13 BUURTBEMIDDELING

Subsidie kan worden verstrekt aan maatschappelijke organisaties voor het bieden van bemiddeling tussen inwoners uit de gemeente Winterswijk bij het oplossen van conflicten met hun buren.

5.14 VETERANEN

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die de verbetering van de onderlinge banden tussen veteranen versterken en activiteiten die bijdragen aan het verbeteren van erkenning, waardering en kennis in de samenleving met betrekking tot veteranen.

5.15 IN STAND HOUDEN NETWERK OUDEREN EN VEERKRACHT ACHTERHOEK

Subsidie kan worden verstrekt voor het in stand houden van een Netwerk Ouderen en Veerkracht Achterhoek voor de coördinatie van de uitvoering van het programma “Veerkrachtig ouder worden in de Achterhoek dichtbij en samen, met de blik op de toekomst”.

HOOFDSTUK 6 INNOVATIEVE ACTIVITEITEN SOCIAAL DOMEIN

6.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN EN VOORWAARDEN

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor vernieuwende activiteiten in het sociale domein. Het gaat hier om activiteiten die zijn gericht op het in de eigen kracht zetten van inwoners, waardoor zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en functioneren zonder of door zo min mogelijk een beroep te doen op overheidsgelden.

  • 2.

    Een bijdrage uit het innovatiefonds is éénmalig.

  • 3.

    De voorwaarden voor deze subsidie zijn:

    • a.

      de activiteiten moeten ten goede komen aan Winterswijkse inwoners uit één van de doelgroepen van het sociaal domein;

    • b.

      de activiteit is vernieuwend;

    • c.

      er moet gewerkt worden aan een integrale benadering van hulpvragen;

    • d.

      de activiteit moet bijdragen aan het versterken van de eigen kracht van inwoners;

    • e.

      er moet met meerdere partijen worden samengewerkt;

    • f.

      de activiteit moet (mede) inzetten op preventie;

    • g.

      er moet sprake zijn van cofinanciering van de aanvrager of derden;

    • h.

      de Adviesraad Sociaal Domein heeft een advies gegeven over het toekennen van de subsidie.

  • 4.

    Subsidie kan per aanvraag/activiteit nooit meer bedragen dan het bedrag van cofinanciering van de aanvrager of derden.

  • 5.

    Subsidie kan per activiteit nooit meer dan de helft van de totale kosten bedragen.

  • 6.

    Het college kan gemotiveerd besluiten af te wijken van het vierde en/of het vijfde lid.

HOOFDSTUK 7 SPORT

7.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN EN VOORWAARDEN

  • 1.

    De subsidiëring van sportactiviteiten vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de geldende sportnota van de gemeente Winterswijk.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor het organiseren van sportactiviteiten die betrekking hebben op één of meerdere thema’s in het lokale beweeg- en sportakkoord ‘Samen Actief in Winterswijk’:

    • Sport en Preventie;

    • Vaardig in Bewegen;

    • Inclusie en Diversiteit;

    • Vitaal en Veilig Sportklimaat.

  • 3.

    De subsidie wordt alleen verstrekt als de sportactiviteit erop gericht is om inwoners van de gemeente Winterswijk in beweging te brengen.

  • 4.

    De subsidie bedraagt maximaal € 1.000,00 per aanvrager per jaar.

  • 5.

    Het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als aanvraagdatum geldt de dag waarop een volledig ingevulde aanvraag is ontvangen op het e-mailadres dat vermeld staat op het stappenplan.

  • 6.

    Artikel 6, derde lid van de Verordening is niet van toepassing.

7.2 AANKOOP, BOUW, AANLEG SPORTACCOMMODATIE

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de aankoop, bouw of aanleg van een sportaccommodatie aan sportverenigingen die gevestigd zijn in de gemeente Winterswijk. De sportvereniging moet zijn aangesloten bij een sportbond die is aangesloten bij NOC*NSF en moet door de gemeenteraad op de lijst van gemeentelijke sportverenigingen zijn geplaatst.

  • 2.

    De aanvrager kan een garantstelling bij het college aanvragen voor het afsluiten van een lening voor de aankoop, bouw of aanleg van een sportaccommodatie. De aanvraag voor een garantstelling wordt beoordeeld op basis van artikel 4 van het Treasurystatuut van de gemeente Winterswijk.

  • 3.

    De garantstelling bedraagt maximaal 50% van de lening die wordt afgesloten ter financiering van de aankoop, bouw of aanleg van de sportaccommodatie.

  • 4.

    De garantstelling wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a.

      de Stichting Waarborgfonds Sport eveneens garant staat voor 50% van de af te sluiten lening;

    • b.

      de looptijd van de lening niet meer dan 15 jaar bedraagt.

HOOFDSTUK 8 CITYMARKETING, RECREATIE EN TOERISME

8.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN EN VOORWAARDEN

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor marketing en promotie van de Achterhoek als toeristische regio, waaronder valt het promoten van het wonen, werken, winkelen en recreëren in Winterswijk en in de Achterhoek. Hieronder valt onder andere merk- en productieontwikkeling en de ontwikkeling en het beheer van routestructuren.

  • 2.

    Er wordt geen subsidie toegekend indien er al eerder een subsidie voor het betreffende evenement is verleend. De subsidie voor evenementen is namelijk bedoeld als eenmalige aanmoedigingsbijdrage, waarmee een deel van het extra risico dat hoort bij een eerste editie wordt afgedekt.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie voor evenementen bedraagt in totaal maximaal € 6.000,00 per jaar, met een maximum van € 2.000,00 per evenement.

HOOFDSTUK 9 RUIMTELIJKE ORDENING, STEDELIJKE VERNIEUWING, MONUMENTENZORG EN BESCHERMD DORPSGEZICHT

9.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEIT MONUMENTENZORG EN VOORWAARDEN

  • 1.

    De subsidiabele activiteiten op het gebied van monumentenzorg betreffen onderhoudswerkzaamheden aan een gemeentelijk monument en molens in de gemeente Winterswijk.

  • 2.

    Als monument wordt beschouwd een object dat is opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst en monumentale molens.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van een monument.

  • 4.

    De subsidieontvanger dient aan de volgende verplichtingen te voldoen:

    • a.

      de subsidieontvanger dient het monument in redelijke staat van onderhoud te houden en dient deze voldoende te verzekeren en verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade;

    • b.

      de subsidieontvanger dient de activiteiten binnen drie jaar na toekenning van de subsidie te voltooien en gereed te melden bij het college;

    • c.

      de subsidieontvanger dient de activiteiten deugdelijk volgens de ERM-ladder en richtlijnen uit te (laten) voeren.

  • 5.

    Per gemeentelijk monument wordt maximaal één onderhoudsbijdrage per jaar toegekend.

9.2 ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN MONUMENTENZORG EN VOORWAARDEN

  • 1.

    Als onderhoudswerkzaamheden worden beschouwd werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede historische staat te houden en/of gericht zijn op het zoveel mogelijk herstellen van de historische staat en het voorkomen van groot onderhoud en restauratie. Het gaat daarbij om:

    • a.

      het herstellen en vernieuwen van rieten daken (met daklatten en herstel van sporen);

  • Toelichting bij a: heeft betrekking op opstoppen en herdekken van rieten daken.

    • b.

      herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met panlatten), leien, lood, zink of koper;

    • c.

      herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op rioleringen en open water tot maximaal 1,0 m uit de gevel. Het aanbrengen van drainage langs een gevel bij het ontbreken van een goot;

    • d.

      herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken, stoepen, roedenverdeling, lijstwerk;

    • e.

      herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen;

    • f.

      herstel van dak-/torenluiken, loopbruggen, het afgazen van torenluiken;

    • g.

      inboeten, beperkt herstel muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels;

  • Toelichting bij g: deze werkzaamheden kunnen ook betrekking hebben op zwakke plekken aan de binnenzijde buitenmuur als gevolg van externe oorzaken (bijvoorbeeld lekkage).

    • h.

      beperkt vervangen of inboeten van natuursteen;

    • i.

      behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de vochthuishouding dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters;

  • Toelichting bij i: dit kan ook betrekking hebben op het interieur wanneer het uit preventief oogpunt noodzakelijk wordt gevonden het hele pand te behandelen.

    • j.

      herstel, controle, vervangen en indien nodig aanbrengen van een nieuwe bliksembeveiliging;

  • Toelichting bij j: dit heeft betrekking op herstel en vervanging van het bestaande beveiligingssysteem overeenkomstig de huidige NEN-normen.

    • k.

      buitenschilderwerk en binnenschilderwerk wat betreft buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren;

    • l.

      beperkt herstel van dragende constructies (ankerbalk-gebinten, schoren en platen, balkkoppen, spantbenen);

    • m.

      herstel van glas-in-lood, beglazing en aanbrengen beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas;

  • Toelichting bij m: de beglazingswerkzaamheden hebben betrekking op herstel van bestaande raampartijen (enkelglas) en het aanbrengen van voorzieningen om beschadiging van gebrandschilderd glas te voorkomen e.d.

    • n.

      vervanging en herstel van overige bouwelementen met waarde van grote zeldzaamheid of historische waarde, voor zover deze elementen zijn opgenomen in de redengevende omschrijving of als het college van oordeel is dat hiervan sprake is;

  • Toelichting bij n: hierbij kan gedacht worden aan een torenuurwerk, specifieke technische installaties in monumenten van bedrijf en techniek, die door hun aard als bijzondere elementen kunnen worden aangemerkt; alsook elementen van landschapsstoffering van bouwkundige aard, stoepen en historische bestratingen en interieuronderdelen van monumentale waarde (schouwen e.d.).

    • o.

      het stemmen, het verhelpen van storingen en het bijregelen van het mechaniek, alsmede incidentele werkzaamheden aan het pijpwerk van orgels;

    • p.

      het aanbrengen van inspectievoorzieningen, zoals dakluiken en klimhaken;

    • q.

      het aanbrengen van bouwkundige duurzaamheidsmaatregelen (zoals monumentenglas of voorzetbeglazing) wanneer deze gekoppeld zijn aan subsidiabele onderhoudswerkzaamheden;

  • Toelichting bij q: het betreffen hier bouwkundige maatregelen ter bevordering van het verduurzamen van het monument. Deze maatregelen vloeien voort uit adviezen afkomstig uit een energiescan (of soortgelijkende rapportage). De rapportage is opgesteld door een naar het oordeel van het college deskundig bedrijf op het gebied van duurzaamheid en monumenten. De bouwkundige maatregelen zijn alleen subsidiabel als er een direct verband is met onderhoudswerkzaamheden die al subsidiabel zijn wegens monumentale waarden.

    • r.

      Het uitvoeren van een inspectierapport door monumentenwacht Gelderland;

    • s.

      Het uitvoeren van een bouwkundig advies (incl. verduurzaming) volgens URL 2001.

9.3 SUBSIDIABELE KOSTEN MONUMENTENZORG EN VOORWAARDEN

  • 1.

    Als subsidiabele kosten kunnen in elk geval in aanmerking komen:

    • a.

      de aanneemsom, dan wel de materiaalkosten indien het onderhoud volledig in zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd;

    • b.

      de kosten voor het opstellen van een gespecificeerde werkomschrijving c.q. bestek;

    • c.

      de verschuldigde omzetbelasting.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie bedraagt 25% van het totaal van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 6.000,00 per aanvraag.

  • 3.

    In aanvulling op artikel 6 van de Verordening dienen bij de aanvraag te worden overgelegd:

    • a.

      een gespecificeerde begroting van de kosten, inclusief afschriften van gemaakte offertes; de uit te voeren werkzaamheden en toe te passen materialen vermeld in de offerte moeten voldoen aan de geldende ERM Richtlijnen;

    • b.

      een gespecificeerde werkomschrijving c.q. een bestek;

    • c.

      de namen en adressen van aannemer(s) en onderaannemer(s);

    • d.

      een kopie van een verzekeringsovereenkomst tegen brand-, storm, en bliksemschade voor het monument;

    • e.

      werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een uitvoerende met aantoonbare kwaliteiten vakmanschap.

  • 4.

    Betaling van de toegekende subsidie geschiedt binnen zes weken nadat:

    • a.

      de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden schriftelijk is gereed gemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens;

    • b.

      de onder a bedoelde werkzaamheden door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden, en;

    • c.

      de rekeningen en betaalwijzen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.

9.4 WEIGERINGSGRONDEN SUBSIDIE MONUMENTENZORG

  • 1.

    Geen subsidie wordt toegekend in de kosten voor onderhoud, voor zover deze kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst gedekt zijn dan wel op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek gebracht kunnen worden.

  • 2.

    Geen subsidie wordt toegekend indien eerder in hetzelfde kalenderjaar een subsidie voor het betreffende monument is toegekend.

9.5 SUBSIDIABELE ACTIVITEIT BESCHERMD DORPSGEZICHT EN VOORWAARDEN

  • 1.

    De subsidiabele activiteiten op het gebied van beschermd dorpsgezicht betreffen:

    • a.

      kleine initiatieven gericht op het terugbrengen of herstellen van onderdelen die de historische beleving van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht vergroten;

    • b.

      een bouwhistorisch onderzoek indien het deel uitmaakt van de aanvraag aangaande een klein initiatief.

  • 2.

    Als beschermd dorpsgezicht wordt beschouwd het gebied dat door het college is aangewezen in het ‘Besluit Aanwijzing kern Winterswijk als beschermd dorpsgezicht’.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie bedraagt:

    • a.

      voor kleine initiatieven gericht op het terugbrengen of herstellen van onderdelen die de historische beleving van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht vergroten: 50% van het totaal van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 2.000,00 per pand/object.

    • b.

      voor een bouwhistorisch onderzoek indien het deel uitmaakt van de aanvraag aangaande een klein initiatief: 100% van het totaal van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 500,00 per pand/object.

  • 4.

    Als subsidiabele kosten komen in elk geval in aanmerking:

    • a.

      de aanneemsom, dan wel de materiaalkosten indien het onderhoud volledig in zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd;

    • b.

      de kosten voor het opstellen van een gespecificeerde werkomschrijving c.q. bestek;

    • c.

      de verschuldigde omzetbelasting;

    • d.

      bouwhistorisch onderzoek: kosten die noodzakelijk zijn om het onderzoek op een doelmatige wijze uit te voeren, met uitzondering van publicatiekosten van de onderzoeksresultaten;

    • e.

      indien de subsidieaanvrager de btw kan terugvorderen, wordt over dat deel geen subsidie verstrekt;

    • f.

      indien de subsidieaanvrager een deel van de kosten vergoed krijgt door een verzekering, wordt over dat deel geen subsidie verleend.

  • 5.

    De aanvraag om subsidie moet, met uitzondering van de categorie inspecties, door het college zijn ontvangen voorafgaand aan het starten van de werkzaamheden.

  • 6.

    Geen subsidie wordt toegekend indien eerder in hetzelfde kalenderjaar een subsidie voor het betreffende pand of perceel is toegekend.

  • 7.

    De subsidieontvanger dient het pand, object of gebied in redelijke staat van onderhoud te houden en dient deze voldoende te verzekeren en verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade.

  • 8.

    Het college kan de toegekende subsidie lager vaststellen indien de activiteiten niet binnen twee jaar na toekenning zijn voltooid en gereed gemeld.

  • 9.

    Betaling van de toegekende subsidie geschiedt binnen zes weken nadat:

    • a.

      de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden schriftelijk is gereed gemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens;

    • b.

      de onder a bedoelde werkzaamheden door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • c.

      de rekeningen en betaalwijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.

  • 10.

    De subsidieontvanger dient gelegenheid te bieden aan de met toezicht belaste ambtenaren om op de door hen bepaalde tijdstippen de uitgevoerde werkzaamheden te inspecteren, evenals inzage te geven van de daarop betrekking hebbende documenten en tekeningen.

9.6 VERDEELREGELS GEVELVERBETERING, MONUMENTENZORG EN BESCHERMD DORPSGEZICHT

  • 1.

    Het beschikbare budget per activiteit wordt per tijdvak – dit is het subsidiejaar c.q. kalenderjaar waarop de aanvragen betrekking hebben – verdeeld op basis van de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Wanneer de aanvrager, op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, de gelegenheid heeft gehad om de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Aanvragen die vóór 1 januari van het jaar waarop de subsidie ziet worden ingediend, worden geacht op 1 januari van het jaar waarop de subsidie ziet te zijn ingediend.

  • 3.

    Als op een bepaalde datum met de op die dag ingediende aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het resterende subsidiebedrag naar evenredigheid onder de betrokken aanvragers verdeeld.

9.7 AFWIJKINGSBEVOEGDHEID IN BIJZONDERE GEVALLEN

  • 1.

    Het college kan in afwijking van het bepaalde in dit hoofdstuk subsidie verstrekken indien sprake is van een bijzonder geval waarbij de voorgenomen activiteiten naar het oordeel van het college een substantiële en duurzame bijdrage leveren aan het behoud, de versterking of de beleefbaarheid van erfgoed- of monumentale waarden binnen de gemeente.

  • 2.

    Het college past deze afwijkingsbevoegdheid terughoudend toe en motiveert in het verleningsbesluit waarom afwijking gerechtvaardigd is, waarbij in ieder geval de erfgoedwaarde, de maatschappelijke meerwaarde en de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het behoud van cultureel erfgoed worden betrokken.

HOOFDSTUK 10 DUURZAAMHEID

10.1 SUBSIDIABELE ACTIVITEITEN

  • 1.

    De subsidiabele activiteit betreft het bouwen van een zonneveld bij beschermde monumenten en karakteristieke objecten met investeringskosten lager dan € 30.000,00.

  • 2.

    Onder investeringskosten wordt verstaan de kosten die feitelijk worden gemaakt voor aanschaf en installatie van zonnepanelen, omvormer en installatie, aansluiting op het elektriciteitsnet, inrichting van het terrein, engineering park, ontwikkeling en projectleiding.

  • 3.

    De subsidie is maximaal € 500,00 per zonnepark.

  • 4.

    Het subsidieplafond is € 5.000,00.

10.2 BELEIDSKADER

De subsidiëring van activiteiten vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in het ‘Beleidskader zonneparken’ van 20 december 2018.

10.3 AANVRAAG

  • 1.

    In aanvulling op artikel 6 van de Verordening moeten bij de aanvraag de volgende gegevens worden overlegd:

    • a.

      een gespecificeerde begroting van de kosten, inclusief afschriften van gemaakte offertes;

    • b.

      een gespecificeerde werkomschrijving of een bestek;

    • c.

      de namen en adressen van aannemer(s) en onderaannemer(s).

10.4 VERDEELREGELS

  • 1.

    Het beschikbare subsidiebedrag wordt per kalenderjaar waarop de aanvragen betrekking hebben verdeeld op basis van de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de volledige aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Aanvragen die vóór 1 januari van het jaar waarop de subsidie ziet worden ingediend, worden geacht op 1 januari van het jaar waarop de subsidie ziet te zijn ingediend.

  • 3.

    Als op een bepaalde datum met de op die dag ingediende aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het resterende subsidiebedrag naar evenredigheid onder de betrokken aanvragers verdeeld.

HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

  • 1.

    De nadere regels subsidie Winterswijk 2025 worden ingetrokken.

  • 2.

    Deze nadere regels treden in werking op 1 juni 2026.

  • 3.

    Deze nadere regels zijn ook van toepassing op vóór 1 juni 2026 aangevraagde subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten die op of na die datum worden uitgevoerd of subsidie die wordt verstrekt voor een tijdvak dat op of na 1 juni 2026 aanvangt.

  • 4.

    Dit besluit kan worden aangehaald als: Nadere regels subsidie Winterswijk 2026.

Ondertekening

Winterswijk, 26 mei 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk,

de secretaris,

B. Freriks-ten Hagen

de burgemeester,

B. Dijkstra