Integraal Handhavings- en Uitvoeringsprogramma (IHUP) VTH 2026

Geldend van 29-05-2026 t/m heden

Intitulé

Integraal Handhavings- en Uitvoeringsprogramma (IHUP) VTH 2026

1. Inleiding

Gemeenten en provincies zijn vanuit artikel 13.8 Omgevingsbesluit (Ob) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna VTH) vast te stellen. Dit is het Integrale Uitvoeringsprogramma (IHUP) van Gemeente Borsele over het jaar 2026. Alle bevoegde gezagen in Zeeland hanteren dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit vloeit voort uit het gezamenlijke VTH-beleid dat gericht is op een eenduidige en voor burgers en bedrijven herkenbare uitvoering van VTH-taken. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak.

Het VTH-uitvoeringsprogramma is wat de gemeente allemaal gaat doen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan doelen in de fysieke leefomgeving.

Leeswijzer

Het IHUP is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden alle kaders gepresenteerd, waaronder wettelijke kaders, Zeeuwse afspraken en lokale keuzes. Vervolgens worden de verschillende inhoudelijke thema’s behandeld: bouwwerken, milieu, water/watersystemen, natuur en leefbaarheid (hoofdstukken 3 tot en met 7). Voor elk thema wordt het beoogde effect of doel beschreven, evenals de regionale en lokale prioriteiten binnen dat thema. Daarna wordt aangegeven welke acties worden ondernomen op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hoofdstuk 8 behandelt de inzet voor verschillende samenwerkingsthema’s. In hoofdstuk 9 worden relevante ontwikkelingen en risico’s beschreven die van invloed kunnen zijn op een succesvolle uitvoering van het programma. Hoofdstuk 10 beschrijft hoe de beschikbare capaciteit van domein Vergunningen & Veiligheid wordt afgezet tegen de verwachte werkvoorraad.

2. Kaders

2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8

Bevoegde gezagen zijn wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma (art. 13.8 Omgevingsbesluit). Het voorliggende document voorziet in deze wettelijke verplichting. Hierbij vindt waar nodig afstemming plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving en zorgen de bestuursorganen richting de uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland, VRZ, GGD en DCMR) voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het college moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting opnemen. Jaarlijks evalueert het college de uitvoering van het uitvoeringsprogramma in een jaarverslag.

Het IHUP dient als overgang van het strategische naar het operationele niveau in de stappen binnen de Big 8 (zie figuur 1).

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1: Big 8, ofwel de beleids- en uitvoeringscyclus

2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid

In het gezamenlijke VTH-beleid (Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland

2025-2028), vastgesteld op 9 december 2025 door het college van burgemeester en wethouders (hierna: college van B&W) van de gemeente Borsele, hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn:

1. Integraal werken

Wij fungeren als één loket en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit bereiken we door te werken volgens de volgende doelstellingen:

  • Beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, waar nodig verbeteren.

  • Verbeteren van de dienstverlening.

  • Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen.

  • Goede en tijdige participatie van inwoners en bedrijven bij besluitvorming.

  • Transparantie en inzicht in procedures en processen.

  • Integrale en samenhangende besluiten.

Integraal werken is van groot belang, zoals blijkt uit de doelstellingen van de Omgevingswet. Dit komt terug in diverse wettelijke voorschriften, zoals coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging.

Integraal werken en de één-loketgedachte vereisen goed casemanagement. We passen dit toe bij uitvoering, en handhaving, bijvoorbeeld via het instrument ‘Omgevingstafel’. We stimuleren initiatiefnemers om het principe van participatie te hanteren. Hiervoor maken we gebruik van participatiebeleid en participatieverordeningen, die de wettelijke eisen voor participatie concretiseren. Met deze werkwijze voorkomen we dat we op één regelgeving goed handelen, maar door strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen samenhangend besluit nemen. In Zeeland is casemanagement en integraal werken uitgewerkt in het Protocol Casemanagement 2025, dat is opgenomen in onderdeel C van het nieuwe U&H-beleid.

2. Risicogericht werken

We richten ons op de grootste risico’s, omdat we niet alles kunnen toetsen en controleren. Ook zorgen we ervoor dat bedrijven en inwoners de regels naleven. We willen de veiligheid verhogen, de kwaliteit van de leefomgeving behouden en onnodige administratieve lasten voorkomen. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen bepalen we risico’s en prioriteiten aan de hand van de uitvoeringstrategie en het actualiseringsbeleid voor bestaande vergunningen.

Bij het uitoefenen van toezicht concentreren we ons op de belangrijkste risico’s en onze prioriteiten. We wegen het (naleef)gedrag van bedrijven en inwoners en de gevolgen van niet-naleven zorgvuldig af. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen en risico’s te voorkomen. Naleving wordt voor een groot deel bereikt doordat doelgroepen op de hoogte zijn van de regels. Door de komst van de Omgevingswet zijn we geconfronteerd met veel nieuwe wetgeving (zoals het begrip milieubelastende activiteit (MBA), de melding voor het private bouwtoezicht, nieuwe basis voor Natura2000 vergunningen, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening). De preventiestrategie is hierbij cruciaal. We informeren de samenleving over de nieuwe regels om overtredingen door onbekendheid te voorkomen.

We stellen periodiek prioriteiten via een gezamenlijke probleemanalyse om onze beperkte menskracht en middelen evenwichtig te verdelen. We streven ernaar om onze probleemanalyse elke vier jaar te vernieuwen. Bij het bepalen van risico’s en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd.

3. Voorkomen van ondermijning

Wij willen niet dat inwoners of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat is verdiend via misdrijven. Ook willen we niet dat zij een vergunning mede gebruiken voor het plegen van misdrijven. Daarom toetsen we volgens het Bibob-beleid de integriteit van aanvragers. Als hieruit onaanvaardbare risico’s blijken, maken we gebruik van onze bevoegdheden onder de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Dit stelt ons in staat om gerichte aanvullende voorschriften aan de vergunning te koppelen. Ook kunnen we besluiten om een vergunning te weigeren of in te trekken, maar dit doen we pas na zorgvuldige en, waar nodig, gezamenlijke afweging.

We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of te stoppen. Activiteiten die ondermijning met zich meebrengen, gedogen we niet. We bestrijden ondermijning door samen te werken bij de uitvoering van de U&H-taken, in samenwerking met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We wisselen proactief informatie uit, niet alleen op verzoek. We vinden het wenselijk het Zeeuwse Bibob beleid eenduidig te hanteren.

4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen

Wij zijn betrouwbaar voor onze inwoners, partners en het bedrijfsleven. Dit bereiken we door ons werk te standaardiseren en standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie toe te passen voor vergelijkbare situatie. Hierdoor waarborgen we rechtsgelijkheid. Maatwerk passen we toe waar de specifieke locatie dat vereist of mogelijk maakt.

5. Transparant

Wij voeren de U&H-taken transparant uit. Dit is niet alleen een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar ook verankerd in diverse wetten. Denk hierbij aan het publiceren van aanvragen, vergunningen (en andere beschikkingen) en meldingen. Evenals aan het openbaar maken van de namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen ervoor dat onze procedures reproduceerbaar zijn. Dit houdt in dat het procesverloop en de genomen beslissingen in het dossier worden vastgelegd.

6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde

Voor de uitvoering van onze taken hanteren we de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria 3.0 (2025). De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria 1 . We werken conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, zie bijlage A voor de interventiematrix), zoals vastgelegd in de Zeeuwse Sanctiestrategie. De LHSO is door de gemeenten, provincie en waterschap vastgesteld voor toepassing na 1 januari 2024.

7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort

Wij nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving. We hanteren de beginselplicht tot handhaving, wat ook geldt voor onze eigen werkzaamheden en die van andere overheden. Wij benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we dat zij hun verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken door, onder andere:

  • goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen;

  • actieve en betrouwbare informatie te verstrekken over risicovolle activiteiten;

  • het bevoegd gezag tijdig te informeren bij ongewone voorvallen.

De uitwerking van deze uitgangspunten in de verschillende onderdelen van de U&H-strategie staat beschreven in deel B.

2.3. Zeeuwse prioriteiten

Op basis van een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse VTH-prioriteiten bepaald. De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria:

  • De maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als bepaalde regels niet kunnen worden nageleefd;

  • Het naleefgedrag ofwel de kans dat er overtredingen plaatsvinden.

Uit de eerste probleem- en risicoanalyse zijn de onderstaande prioriteiten (zie figuur 2) naar voren gekomen, opgenomen in het document ‘Zeeuwse prioriteiten VTH 2023-2024’, welke dateert van november 2022.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 2: Schematische weergave Zeeuwse VTH-prioriteiten

In dit uitvoeringsprogramma wordt de inzet op deze Zeeuwse VTH-prioriteiten voor de gemeente Borsele uitgewerkt. Daarbij geldt dat sommige regionale prioriteiten lokaal minder zwaar wegen dan in andere gemeenten, afhankelijk van de specifieke context en risico’s. De gezamenlijke Zeeuwse probleem- en risicoanalyse wordt de komende jaren verder doorontwikkeld, waardoor prioriteiten en accenten in de toekomst mogelijk worden bijgesteld.

In het meest recente format voor het uitvoeringsprogramma (april 2024) heeft het regieteam enkele aanvullende prioriteiten opgenomen. Voor zover deze relevant zijn voor de lokale situatie in Borsele, zijn zij aanvullend verwerkt naast de in figuur 2 weergegeven prioriteiten. Daarnaast is één bestaande prioriteit nader geconcretiseerd, namelijk het thema ‘strijdig gebruik’. Dit onderwerp is voor Borsele specifieker uitgewerkt, zodat beter kan worden aangesloten bij de lokale problematiek en uitvoeringspraktijk.

De indicatoren in dit uitvoeringsprogramma wijken op onderdelen af van de indicatoren uit het regionale format. Op basis van ambtelijke werksessies heeft domein Vergunningen & Veiligheid ervoor gekozen deze lokaal aan te passen, zodat zij beter aansluiten bij de beschikbare sturingsinformatie en daadwerkelijk inzicht geven in de voortgang op de gestelde doelen. De oorspronkelijke indicatoren bleken in de praktijk niet altijd meetbaar of onvoldoende bruikbaar voor monitoring en verantwoording. Daarom zijn in dit programma aangepaste indicatoren opgenomen die beter passen bij de uitvoeringspraktijk binnen de gemeente Borsele.

2.4. Lokale prioriteiten

In aanvulling op de regionale prioriteiten zijn op basis van lokale doelen en omstandigheden aanvullende prioriteiten vastgesteld. Deze lokale prioriteiten zijn in een eerdere rapportageronde via een ambtelijke exercitie bepaald en blijven voor 2026 ongewijzigd van kracht. Er zijn dus geen nieuwe lokale prioriteiten toegevoegd.

Hieronder is per thema aangegeven welke lokale prioriteit geldt. Voor een inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar het betreffende hoofdstuk.

Bouwwerken

  • Erfgoed was vorig jaar een lokale prioriteit, maar is nu onderdeel van de Zeeuwse prioriteiten geworden en wordt als zodanig behandeld in de betreffende paragraaf

  • Doorontwikkeling en borging uitvoering Omgevingswet en Wkb

Milieu

  • VANG-plan

Water

  • Controle op verkeerde en illegale rioolaansluitingen

Groen

  • Dijkenstructuur en beplanting

  • Inpassing agrarische bedrijvenbebouwing en waterbassins

Leefbaarheid

  • Jeugd

  • Horeca (overtredingen alcohol leeftijdscheck)

2.5. Risicogericht werken

De frequentie en diepgang waarmee we onze vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken uitvoeren, bepalen we aan de hand van een risicoanalyse. Voor alle relevante activiteiten die in het kader van het Omgevingsrecht, de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) en de bijzondere wetten worden uitgevoerd is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij vier beoordelingscriteria in acht zijn genomen om de prioritering te bepalen, te weten:

  • Veiligheid;

  • Volksgezondheid;

  • Kwaliteit van de leefomgeving;

  • Imago.

Deze criteria zijn gescoord van 0 tot 4. De score is bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken van het effect van slecht naleefgedrag op deze criteria. Het gemiddelde van deze vier scores is het gemiddelde effect van slecht naleefgedrag. Omdat voor sommige activiteiten vaker sprake is van overtredingen en dus de kans op slecht naleefgedrag groter is, nemen we ook deze kans mee in de risicoanalyse. Activiteiten met een hogere kans krijgen een verhoging. Deze verhoging wordt toegepast op de berekende score van het gemiddelde effect van slecht naleefgedrag. De overblijvende score noemen we het gemiddelde risico van slecht naleefgedrag.

 

Prioriteit

Wijze van Toezicht & Handhaving

Categorie 1

Laag

Uitsluitend projectmatig bij toezicht en handhaving

Categorie 2

Gemiddeld

Projectmatig of verzoek tot handhaving of directe aanleiding bij toezicht en handhaving

Categorie 3

Hoog

Directe handhaving bij toezicht en handhaving

Tabel 1: Scenario's prioritair werken

Het gemiddelde risico is gekoppeld aan de prioritering van laag tot hoog. De prioritering is sturend voor onze inzet op toezicht en handhaving, waarbij wij uitgaan van 3 categorieën (zie tabel 1). In de tabellen op de volgende pagina zijn de categorieën met de hoogste en de laagste prioriteit opgenomen. Het volledige overzicht van de prioritering staat in bijlage F.

2.6. Organisatie van VTH

Vergunningen, toezicht en handhaving is in de organisatie belegd binnen het domein Vergunningen & Veiligheid (hierna: V&V). Grote projecten zijn belegd bij het team Grootschalige energietransitie en leefkwaliteit Borsele (GELB). De projecten die uitsluitend belegd zijn bij GELB vallen niet binnen dit uitvoeringsprogramma. In bijlage B is een overzicht gegeven van alle interne en externe overlegstructuren.

Scheiding vergunningverlening en handhaving

Een scheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving is wettelijk verplicht voor milieu (en dit is dan ook zo georganiseerd). Voor andere thema’s is deze verplichting er niet, maar proberen we dit wel zo te organiseren, omdat het bijdraagt aan objectiviteit en kwaliteit.

Bereikbaarheid buiten kantooruren

Binnen en buiten kantooruren is de gemeente bereikbaar voor meldingen en de behandeling van incidenten. Voor acute klachten buiten kantooruren gaat dit via een piketdienst. De gemeente Borsele heeft een piketdienst voor openbare orde en veiligheid en een piketdienst voor openbare werken. Deze dienst is bereikbaar via de Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland-West-Brabant. RUD Zeeland heeft een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder de RUD Zeeland vallen.

Roulatiesysteem milieutoezichthouders

De periodieke milieucontroles zijn belegd bij de RUD Zeeland. De RUD verdeelt de milieucontroles onder de milieutoezichthouders. Als een toezichthouder korter dan 5 jaar geleden een bedrijf heeft bezocht, dan wordt er geruild. Dit om te voorkomen dat de controleur een band opbouwt met een bedrijf. Kennis wordt uiteraard overgedragen en informatie is in de systemen vastgelegd.

Vormen van toezicht

Bij preventieve en repressieve controles zetten we verschillende toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten in. We onderscheiden de volgende vormen van toezicht:

  • Aangekondigd of onaangekondigd;

  • Steekproeven;

  • Fysiek toezicht, waaronder zichtbare aanwezigheid, vrije veldtoezicht of gebiedssurveillance;

  • Administratief toezicht;

  • Aspectcontrole;

  • Signaaltoezicht (Dit betreft bijvangst tijdens controles, overtredingen of aandachtspunten voor andere bevoegde gezagen, met een integrale blik op gezamenlijke prioriteiten);

  • Integraal toezicht (Toezicht uitgevoerd door meerdere partijen gelijktijdig, met afstemming over de toezichtvorm);

  • Ketentoezicht (Gericht op specifieke ketens, zoals afvalketens of gevaarlijke stoffen);

  • Systeemtoezicht (bijvoorbeeld het veiligheidssysteem bij SEVESO-inrichtingen);

  • Concerntoezicht (Gericht op compliance-systemen bij concerns die verschillende soorten regelgeving hanteren en meerdere vestigingen hebben).

In dit uitvoeringsprogramma geven we bij afzonderlijke thema’s aan welke toezichtsvorm(-en) ingezet worden. Als in dit uitvoeringsprogramma bij indicatoren gesproken wordt van ‘inspecties’ dan betreft het alle mogelijke vormen van toezicht bij elkaar.

3. Bouwwerken: Bouw/Asbest/ Erfgoed

Het hoofddoel op het gebied van bouwen is het hoog houden van de ruimtelijke kwaliteit in gemeente Borsele. De gemeente streeft ernaar het landelijke karakter en de groene omgeving te behouden. Vergunningen worden alleen verleend als ze de ruimtelijke kwaliteit niet schaden en voldoen aan de wettelijke bepalingen. De gemeente is tevreden als de ruimtelijke kwaliteit niet verslechtert, en nog meer tevreden bij zichtbare of merkbare verbeteringen door middel van toezicht en handhaving.

In de volgende paragrafen geven we per subdoel aan wat het beoogde maatschappelijke effect is, wat de regionale en lokale prioriteiten zijn, welke activiteiten op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving worden ingezet, en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn.

3.1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 1.

    Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)

Bouw- en verbouwactiviteiten vinden op veilige, gezonde en duurzame wijze plaats

Elke vergunning wordt minstens 1x gecontroleerd in 100% van de gevallen

Hoeveel overtredingen constateren we?

Hoe vaak is handhavend opgetreden?

Is de overtreding ongedaan gemaakt binnen een wettelijke termijn (handhavingszaak)?

Hoe is het nu?

Het bouwtoezicht richt zich op het waarborgen van veilige, kwalitatieve en planologisch passende bouwactiviteiten binnen de gemeente. De inzet is erop gericht naleving van regelgeving te bevorderen, risico’s tijdig te signaleren en waar nodig handhavend op te treden. De uitvoering van toezicht vindt momenteel grotendeels reactief plaats, op basis van aanvragen, meldingen en signalen. Bij constateringen wordt een preventieve handhavingsstrategie gehanteerd waarbij eerst het gesprek wordt gevoerd en pas in laatste instantie zwaardere instrumenten worden ingezet.

In het vorige IHUP is bewust gestuurd op het stimuleren van conceptverzoeken voorafgaand aan formele aanvragen. De ervaringen hiermee zijn positief: plannen worden eerder beoordeeld op haalbaarheid en aanvragers lijken beter voorbereid. Deze werkwijze draagt bij aan efficiëntere procedures en wordt daarom voortgezet.

Het toezicht vindt momenteel vooral plaats op basis van binnenkomende aanvragen en signalen. Hoewel hiermee aan de reguliere taken kan worden voldaan, bestaat de wens om meer planmatig en proactief toezicht te houden, zodat risico’s eerder worden gesignaleerd en prioriteiten gerichter kunnen worden bediend. Door beperkte capaciteit is het nog niet gelukt deze werkwijze structureel vorm te geven.

Een structureel aandachtspunt is de beschikbare sturingsinformatie. Overtredingen worden wel geregistreerd naar type, maar nog niet thematisch. Hierdoor ontbreekt voldoende inzicht om inzet systematisch te koppelen aan prioriteiten en risico’s. Ook besteden toezichthouders relatief veel tijd aan het toetsen van vergunningsvrije activiteiten, wat druk legt op de beschikbare toezichtcapaciteit. Tot slot ontbreekt momenteel een eenduidige prioriteitenmatrix voor toezicht, waardoor keuzes over inzet nog grotendeels op basis van professionele inschatting en ervaring worden gemaakt in plaats van op een uniforme systematiek.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De inzet op conceptverzoeken wordt voortgezet, zodat bouwplannen in een vroeg stadium kunnen worden getoetst op haalbaarheid en regelgeving. Aanvragen worden binnen de wettelijke termijnen behandeld.

In 2026 ligt de nadruk op het versterken van de registratiediscipline als fundament voor toekomstig risicogericht werken. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt op het niveau van 2025 voortgezet, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op het consequent en thematisch vastleggen van bevindingen.

Iedere verleende vergunning wordt minimaal eenmaal gecontroleerd. Parallel hieraan wordt de registratie in Rx.Mission uitgebreid, zodat overtredingen beter kunnen worden geanalyseerd en gekoppeld aan prioriteiten. Hiervoor worden de registratieprocessen aangepast en worden eerste stappen gezet richting een werkwijze die meer data gestuurd toezicht mogelijk maakt.

Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een uniforme prioriteitenmatrix voor toezicht. Deze moet richting geven aan de inzet van capaciteit, helpen bij het maken van consistente afwegingen en bijdragen aan een transparante onderbouwing van toezichtkeuzes.

Tot slot wordt onderzocht hoe de inzet op vergunningsvrije toetsingen beter kan worden georganiseerd, zodat beschikbare capaciteit doelgerichter kan worden ingezet op toezichttaken met het grootste risico- en prioriteitsbelang.

3.2. Asbest

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 2.

    Veilig saneren van asbest, i.v.m. gezondheid, door bedrijven

Asbestmeldingen worden tijdig en correct doorgezet naar RUD Zeeland, zodat bedrijfsmatige saneringen onder toezicht plaatsvinden

100% van asbestmeldingen binnen 4 weken administratief afgehandeld en doorgestuurd naar RUD

Jaarlijks wordt de rapportage van RUD Zeeland over uitgevoerde asbestzaken verwerkt in de jaarverantwoording

Hoe is het nu?

De gemeente vervult bij bedrijfsmatige asbestsaneringen primair een coördinerende en administratieve rol. Sloop- en asbestmeldingen worden ontvangen, administratief verwerkt en doorgestuurd naar de RUD Zeeland, die het inhoudelijke toezicht en de handhaving uitvoert. Deze rolverdeling is duidelijk, functioneert naar behoren en wordt voortgezet.

In 2025 is tien keer gebruikgemaakt van de gemeentelijke subsidieregeling Asbest van het dak 2016 door particuliere initiatiefnemers. Dit laat zien dat de regeling bijdraagt aan het stimuleren van veilige sanering en verwijdering van asbestdaken.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

Preventie

Initiatiefnemers worden bij het indienen van een sloopmelding actief gewezen op de geldende regelgeving voor asbestverwijdering en op de verplichting om gecertificeerde bedrijven in te schakelen. Particulieren worden daarnaast geïnformeerd over de subsidieregeling, zodat veilige verwijdering wordt gestimuleerd. Daarbij wordt onderzocht of uitbreiding van de regeling naar inwoners buiten de beschermde dorpskernen wenselijk en haalbaar is.

Vergunningverlening

Sloop- en asbestmeldingen worden tijdig administratief verwerkt en doorgestuurd naar de RUD Zeeland, waarbij wordt geborgd dat meldingen volledig en correct worden aangeleverd.

Toezicht en handhaving

Het inhoudelijke toezicht op bedrijfsmatige asbestsaneringen ligt volledig bij de RUD Zeeland op basis van de dienstverleningsovereenkomst. De gemeente ontvangt hierover periodiek rapportages en verwerkt deze in de bestuurlijke verantwoording.

3.3. Brandveilig gebruik

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 3.

    Brandveilig gebruik

Gebouwen worden (brand)veilig gebruikt conform de geldende regelgeving

100% van VRZ-rapportages worden inhoudelijk opgevolgd.

Hoe is het nu?

Het toezicht op brandveilig gebruik wordt namens de gemeente uitgevoerd door de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) via het Risico Afwegingsmodel Toezicht (RAT). De VRZ voert controles en hercontroles uit op basis van de meerjarenplanning. Ook geeft de VRZ adviezen op het gebied van brandveiligheid en brandveilig gebruik.

Door langdurig ziekteverzuim bij de VRZ is een deel van de geplande eerste controles doorgeschoven naar 2026, maar de systematiek van risicogestuurd toezicht bleef overeind en vormt een solide basis voor de verdere uitvoering. 32 geplande controles waren uitgesteld.

De gemeente is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor handhaving op basis van VRZ-bevindingen. Een verbeterpunt is het consequenter registreren van handhavingszaken voortkomend uit VRZ-constateringen, zodat de doorwerking van bevindingen naar gemeentelijk handelen beter inzichtelijk wordt.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De staande samenwerking met de VRZ wordt voortgezet. Het toezicht op brandveilig gebruik wordt namens de gemeente volledig uitgevoerd door de VRZ op basis van de dienstverleningsovereenkomst. De gemeentelijke inzet richt zich op de administratieve verwerking van meldingen, de coördinatie met de VRZ en de opvolging van rapportages richting handhaving. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de reguliere formatie van domein V&V.

Preventie: Meldingen brandveilig gebruik worden ontvangen en doorgeleid naar de VRZ als adviesverzoek. Dit is staande praktijk en wordt voortgezet.

Vergunningverlening: Meldingen brandveilig gebruik worden binnen de wettelijke termijnen behandeld. De VRZ wordt standaard geconsulteerd bij aanvragen waarbij brandveiligheid een rol speelt.

Toezicht: De jaarplanning van de VRZ wordt jaarlijks vóór 1 maart ontvangen en verwerkt in de eigen planning van het team, zodat handhavingsopvolging tijdig kan worden voorbereid. Controles worden uitgevoerd conform de door de VRZ vastgestelde jaarplanning, gebaseerd op het risicogestuurde toezichtmodel.

Handhaving: Op alle VRZ-rapportages neemt de gemeente binnen 6 weken een standpunt in over de noodzaak tot handhaving. Het registreren van handhavingszaken voortkomend uit VRZ-constateringen wordt in 2026 als nulmeting opgebouwd, zodat dit cijfer in de toekomst als sturingsindicator kan worden gebruikt.

3.4. Strijdig gebruik

In 2026 is het thema strijdig gebruik voor de uitvoering nader gestructureerd in drie deelprioriteiten, zodat toezicht en handhaving gerichter kunnen worden ingezet.

3.4.1. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 4.

    Strijdig gebruik ruimtelijke ordening

Gronden en gebouwen worden gebruikt in overeenstemming met de planologische regels van het Omgevingsplan.

90% van meldingen over strijdig gebruik wordt binnen 5 werkdagen opgepakt.

Er is zicht op risicolocaties via de leegstandslijst.

Jaarlijks wordt de volledige leegstandlijst doorlopen.

Hoe is het nu?

Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken is een breed en divers thema dat uiteenlopende situaties omvat, zoals illegale permanente bewoning, bedrijfsmatige activiteiten op onjuiste bestemmingen, kamerverhuur, overbewoning en functiewijzigingen zonder planologische basis. Door deze diversiteit is een uniforme toezichtaanpak niet mogelijk. Het toezicht is daarom in hoofdzaak meldinggestuurd: controles vinden plaats naar aanleiding van meldingen, eigen waarnemingen of als nevenbevinding bij andere controles.

Ook controles op basis van de leegstandslijst maken onderdeel uit van dit toezicht. Deze zijn primair gericht op het signaleren van strijdig gebruik of onjuiste registraties, maar kunnen tevens signalen opleveren over bijvoorbeeld onrechtmatige bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten. Op die manier fungeert de leegstandslijst als aanvullend signaalinstrument binnen het bredere toezichtveld.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 blijft het toezicht primair meldinggestuurd. Bij iedere constatering wordt eerst beoordeeld of legalisatie mogelijk is; wanneer dit niet het geval is, wordt handhavend opgetreden. Meldingen worden consequent geregistreerd met ontvangstdatum in Rx.Mission, zodat naleving van de afhandelingstermijn aantoonbaar is. Daarnaast wordt onderzocht hoe prioritering van meldingen verder kan worden gestandaardiseerd om consistentie en transparantie te vergroten.

Gelet op de omvang en diversiteit van het thema in verhouding tot de beschikbare capaciteit blijft het noodzakelijk om keuzes te maken in de inzet. Het toezicht zal daarom ook in 2026 grotendeels reactief van aard blijven, waarbij beschikbare capaciteit gericht wordt ingezet op situaties met de grootste impact op veiligheid, leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit.

3.4.2. Strijdig gebruik recreatieparken

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 5.

    Strijdig gebruik recreatieparken

Recreatieparken krijgen structurele handhavingsaandacht

90% van meldingen over permanente bewoning van recreatieparken wordt binnen 5 werkdagen opgepakt

Hoe is het nu?

De projectmatige handhaving op recreatiewoningen is in 2025 tijdelijk stilgevallen als gevolg van personeelsuitval. Tegelijkertijd is de inzet binnen het team herverdeeld. Het inhoudelijke toezicht op recreatiewoningen is belegd bij de toezichthouders omgevingsrecht en handhavingsjuristen, waarvoor binnen de beschikbare capaciteit specifieke uren zijn gereserveerd. Boa’s hebben hierbij geen inhoudelijke toezichtsrol, maar worden waar nodig ingezet ter ondersteuning bij controles vanuit hun taak op het gebied van openbare orde en veiligheid. De projectleider die verantwoordelijk is voor dit dossier is inmiddels teruggekeerd, waardoor de randvoorwaarden voor hervatting van de aanpak weer aanwezig zijn.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt ingezet op het opnieuw structureren en borgen van de aanpak, zodat meldingen eenduidig kunnen worden beoordeeld en de handhaving op recreatiewoningen duurzaam kan worden hervat. De uitvoering ligt bij Team VTH en vindt plaats binnen de bestaande formatie. Boa’s (team V&J) kunnen daarbij ondersteunend worden ingezet bij controles wanneer de situatie daarom vraagt.

Om deze werkzaamheden zorgvuldig uit te voeren zijn in 2026 uren gereserveerd. Per zaak strijdig gebruik is gemiddeld 6,5 uur beschikbaar voor een toezichthouder omgevingsrecht en 20 uur voor een handhavingsjurist. Echter, om de basis op orde te brengen en de structurele aanpak vorm te geven zijn meer uren noodzakelijk. Op basis van de praktijkervaring in 2026 wordt bezien hoeveel capaciteit exact benodigd is en wordt de inzet van middelen verder aangescherpt.

3.4.3. Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 6.

    Arbeidsmigranten en seizoenswerkers

Meldingen over overbewoning worden altijd opgepakt

100% meldingen van overbewoning worden bezocht

Agrarische locaties (fruitpluk) worden jaarlijks proactief gecontroleerd

Elke locatie wordt minimaal 1x bezocht binnen het seizoen.

Hoe is het nu?

De huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerkers heeft binnen Borsele een hoge prioriteit. Het toezicht is verdeeld over meerdere domeinen: meldingen over overlast en overbewoning worden opgepakt door de Boa’s vanuit leefbaarheid, terwijl toezicht op strijdig gebruik bij toezichthouders Omgevingsrecht ligt. Deze taakverdeling maakt een integrale werkwijze noodzakelijk.

Het toezicht vindt plaats op basis van meldingen, eigen waarnemingen en projectmatige controles. Agrarische bedrijven worden jaarlijks bezocht in verband met de huisvesting van seizoenswerkers en leegstaande woningen worden gecontroleerd aan de hand van de leegstandslijst.

Gemeentelijk beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten is in ontwikkeling en wordt in 2026 vastgesteld. Dit beleid moet duidelijkheid bieden over verantwoordelijkheden, categorieën en toepasselijke kaders.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt de uitvoering voortgezet en waar mogelijk versterkt. De vaststelling van het gemeentelijk beleid arbeidsmigranten vormt daarbij een belangrijke mijlpaal en legt de basis voor een meer gestructureerde aanpak.

Preventie: verhuurders en werkgevers worden actief geïnformeerd over de geldende regels voor huisvesting.

Vergunningverlening: aanvragen voor nieuwe of gewijzigde huisvestingslocaties worden integraal beoordeeld op brandveiligheid, leefbaarheid en planologische inpasbaarheid door team VTH. Bij relevante aanvragen vindt standaard Bibob-toetsing plaats door team V&J.

Toezicht: alle meldingen over overbewoning worden bezocht. Daarnaast vinden jaarlijkse controles plaats op basis van de leegstandslijst en periodieke controles bij fruittelers. Ten minste eenmaal per jaar wordt een integrale controleronde uitgevoerd op diverse agrarische locaties samen met de VRZ. Na vaststelling van het beleid worden controles uitgesplitst naar drie categorieën: woningen, agrarische erven en zelfstandige huisvestingslocaties. Ter ondersteuning van het toezicht wordt het digitaal nachtregister, dat per 1 januari 2026 verplicht is, gebruikt als aanvullende informatiebron bij het beoordelen van feitelijke bewoning en verblijfsduur. De inzet wordt risicogericht afgestemd op signalen en prioriteiten.

Handhaving: bij overtredingen wordt conform de interventieladder opgetreden. Waar legalisatie niet mogelijk is, volgt handhaving. De handhaving op recreatieparken wordt hervat in samenhang met de inzet op strijdig gebruik. De beleidsontwikkeling rondom arbeidsmigranten in 2026 vraagt aanvullende ambtelijke inzet buiten de reguliere VTH-formatie. Deze inzet is gericht op het opstellen en vaststellen van het beleidskader dat richting geeft aan de uitvoering in de daaropvolgende jaren.

3.5. Erfgoed

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 7.

    Monumenten blijven in goede staat; illegale wijzigingen aan monumenten en beschermd dorpsgezicht worden voorkomen en gesignaleerd.

Het monumentenbestand inclusief actuele technische staat wordt volledig in beeld gebracht.

Monumentenbestand volledig actueel

Proactieve informatievoorziening naar nieuwe eigenaren van een monument.

Nieuwe eigenaren van een monument worden geïnformeerd over vergunningsplichtige activiteiten

Monumenten blijven in vergelijkbare staat

100% van geconstateerde excessen wordt opgevolgd en teruggedraaid indien mogelijk

Hoe is het nu?

Gemeente Borsele telt circa 30 gemeentelijke monumenten, circa 100 rijksmonumenten en twee beschermde dorpskernen: Nisse en Borssele. Van een deel van de monumenten is de technische staat in beeld, maar met name bij particuliere monumentale woningen bestaat nog een blinde vlek: het is niet altijd zichtbaar of eigenaren wijzigingen doorvoeren zonder vergunning. Het relatief lage aantal binnenkomende vergunningaanvragen betekent niet automatisch dat er weinig gebeurt. Er zijn in 2025 geen onomkeerbare wijzigingen vastgesteld, maar een volledig en actueel beeld ontbreekt.

Parallel loopt een traject tot actualisatie van de lijst met circa 300 beeldbepalende panden. Deze lijst is verouderd; in 2025 is de voorbereiding gestart voor een actualisatie met bureau DSL. Op basis hiervan kunnen panden mogelijk worden aangewezen als monument, wat op termijn gevolgen heeft voor de VTH-werklast. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe Erfgoedvisie (in samenwerking met bureau The Missing Link). Naar verwachting wordt deze vastgesteld in juni 2026 en vanaf 2027 richtinggevend zal zijn voor structureel erfgoedtoezicht.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt actief ingezet op het verkleinen van de blinde vlek: door eigenaren beter te bereiken, de informatievoorziening op orde te brengen en gericht toezicht te houden op het bestaande monumentenbestand.

Preventie: De gemeentelijke website wordt ingericht met toegankelijke informatievoorziening rondom vergunningplichten bij monumenten, inclusief een beslisboom en voorlichtingsmateriaal. Bij eigendomsoverdracht van monumentale panden wordt proactief contact opgenomen om nieuwe eigenaren te informeren over rechten, plichten en procedures. Eigenaren van rijksmonumenten worden actief gewezen op beschikbare subsidieregelingen voor verduurzaming.

Vergunningverlening: Alle aanvragen voor wijzigingen aan rijks- en gemeentelijke monumenten worden integraal beoordeeld. Alle verleende vergunningen worden volledig geregistreerd als nulmeting voor 2026. De actualisatie van de lijst beeldbepalende panden met bureau DSL wordt in 2026 afgerond; panden die op basis daarvan in aanmerking komen voor aanwijzing als monument worden via een apart traject behandeld.

Toezicht: In 2026 starten 2 toezichthouders met het opbouwen van specialisatie op het gebied van erfgoed. Als eerste stap wordt begonnen met het systematisch doorlopen van het monumentenbestand om de staat van de panden en eventuele niet-gemelde wijzigingen in beeld te brengen. Bij signalen van illegale wijziging of sloop wordt binnen 5 werkdagen een reactie gegeven.

Handhaving: Bij geconstateerde illegale wijzigingen of sloop zonder vergunning wordt conform de interventieladder opgetreden. Het aantal opgestarte handhavingszaken wordt volledig geregistreerd als nulmeting voor 2026.

De uitvoering ligt primair bij team VTH in samenwerking met medewerkers van erfgoed. De inzet van een vaste vergunningverlener voor monumentenzaken en de gerichte inzet van de gespecialiseerde toezichthouder worden binnen de bestaande capaciteit geprioriteerd. De actualisatie van de lijst beeldbepalende panden betreft een eenmalig project buiten de reguliere VTH-formatie. Indien het monumentenbestand op basis van deze actualisatie wordt uitgebreid, zal dit naar verwachting leiden tot een structurele toename van werkzaamheden, waarvoor in de komende jaren tijdig capaciteit moet worden geborgd.

3.6. Lokale prioriteit: Doorontwikkeling en borging uitvoering Omgevingswet en Wkb

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 8.

    Doorontwikkeling Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

De werkprocessen en rolverdeling rondom de Ow en Wkb zijn verder versterkt en de uitvoering verloopt consistent en eenduidig.

De werkwijze rondom gereedmeldingen is vastgelegd in een procedure en wordt toegepast.

De vragenbomen in het DSO zijn geëvalueerd en waar mogelijk verbeterd.

Hoe is het nu?

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) werkt de gemeente Borsele aan de verdere doorontwikkeling en borging van de uitvoering. De basis van de werkprocessen is ingericht en in Zeeuws verband wordt voldaan aan de VTH-kwaliteitscriteria 3.0, waarmee de organisatorische robuustheid van de uitvoering is geborgd. Tegelijkertijd blijkt in de praktijk dat verdere verfijning nodig is om de uitvoering op alle onderdelen consistent en efficiënt te laten verlopen.

Zo vragen de toepassing van nieuwe rollen en verantwoordelijkheden, met name binnen de Wkb, blijvende aandacht. Werkafspraken zijn inmiddels verduidelijkt en vastgelegd, maar verdere doorontwikkeling blijft nodig om de uitvoering stabiel te houden bij nieuwe casuïstiek en jurisprudentie. Ook de vragenbomen binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) functioneren nog niet optimaal, waardoor initiatiefnemers regelmatig alsnog rechtstreeks contact opnemen met de gemeente. Verbetering van deze digitale ondersteuning kan bijdragen aan een efficiëntere uitvoering en lagere uitvoeringsdruk.

Omdat wetgeving en uitvoering blijven veranderen, blijft het nodig om kennis actueel te houden en werkafspraken bij te stellen. De komende periode ligt de focus op het verbeteren van processen, kennis en digitale ondersteuning.

4. Milieu

De gemeente Borsele streeft naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving waarin bedrijven en andere milieubelastende activiteiten opereren binnen de geldende wet- en regelgeving. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieutaken is structureel ondergebracht bij de RUD Zeeland, die deze taken namens de gemeente uitvoert.

De inzet binnen het milieudomein wordt jaarlijks programmatisch bepaald in overleg met de RUD, op basis van het inrichtingenbestand en de aanwezige risico’s binnen de gemeente. Uitvoering vindt plaats volgens een risicogerichte benadering, waarbij toezichtcapaciteit wordt ingezet waar de milieubelasting en risico’s het grootst zijn. De gemeente vervult daarbij een kaderstellende en monitorende rol en stuurt op hoofdlijnen via afspraken, rapportages en bestuurlijke afstemming.

Met deze werkwijze wordt geborgd dat milieutaken deskundig, doelmatig en consistent worden uitgevoerd en dat toezichtcapaciteit gericht wordt ingezet op de grootste risico’s voor de leefomgeving.

In de volgende paragrafen wordt per prioriteit uitgewerkt welke resultaten worden nagestreefd en hoe de inzet hierop wordt ingericht.

4.1. Milieu (zwaardere bedrijven/mba’s)

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 1.

    Bedrijven (zwaardere)

De gemeente bewaakt als bevoegd gezag de kwaliteit en tijdigheid van de aansturing van en terugkoppeling door de RUD Zeeland.

Percentage handhavingssignalen van de RUD waarop de gemeente binnen 6 weken een standpunt inneemt: 100%

Hoe is het nu?

De vergunningverlening, het toezicht en de handhaving bij zwaardere bedrijven en milieubelastende activiteiten worden namens de gemeente uitgevoerd door de RUD Zeeland. De inzet van de RUD wordt jaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsplan dat in afstemming met de gemeente wordt opgesteld en gebaseerd is op het inrichtingenbestand en de aanwezige risico’s binnen de gemeente.

De uitvoering vindt risicogericht plaats op basis van een Zeeuwsbrede risicoanalyse, waarbij prioritering plaatsvindt op brancheniveau en veiligheid structureel zwaar weegt. Binnen deze systematiek bepaalt de RUD zelfstandig de inzet van toezicht, waaronder periodieke controles, themacontroles, klachtbehandeling en handhavingsacties.

De gemeente stuurt niet op individuele dossiers of toezichtmomenten, maar vervult een kaderstellende en monitorende rol. Voortgang en bijzonderheden worden gevolgd via periodieke rapportages en overlegmomenten. Bij handhavingsmaatregelen wordt de gemeente als bevoegd gezag geïnformeerd en waar nodig betrokken bij besluitvorming.

Binnen de gemeente zijn enkele bedrijven met een verhoogde toezichtprioriteit aangewezen waar structureel afstemming plaatsvindt tussen gemeente en RUD, bijvoorbeeld vanwege gelijktijdige bouw- en milieutrajecten of een verhoogd risicoprofiel.

De realisatie van inspectie-uren stond in 2025 onder druk door organisatorische ontwikkelingen binnen de RUD. De gemeente volgt daarom in 2026 actief de voortgang van de uitvoering via de reguliere rapportages.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt de samenwerking met de RUD Zeeland voortgezet op basis van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij zwaardere bedrijven en milieubelastende activiteiten blijft volledig bij de RUD Zeeland belegd en vindt plaats op basis van risicogerichte prioritering.

De gemeente volgt de uitvoering via de reguliere rapportagecyclus en bespreekt de voortgang in periodieke relatiebeheergesprekken. Binnen de gemeente zijn enkele bedrijven met een verhoogde toezichtprioriteit geïdentificeerd waarvoor structurele afstemming met de RUD Zeeland plaatsvindt, met name wanneer bouw- en milieutrajecten gelijktijdig lopen. Daarnaast blijft de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de bestuurlijke opvolging van signalen en handhavingsadviezen die door de RUD Zeeland worden aangeleverd.

De uitvoering van toezicht en handhaving op mba's ligt volledig bij de RUD Zeeland. De gemeentelijke inzet betreft coördinatie, dossiertoetsing, afstemming bij handhavingsbesluiten en relatiemanagement.

4.2. Afval (bedrijfsmatig)

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 2.

    Afval (bedrijfsmatig)

Bedrijven scheiden afval volgens de regels en afval wordt gescheiden ingezameld, er vinden geen dumpingen plaats

Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen t.a.v. bedrijfsmatig afval

per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) – Overgenomen uit rapportage RUD Zeeland.

Illegale afvaldumpingen binnen de bebouwde kom worden tijdig gesignaleerd en opgepakt.

Aantal geregistreerde dumpingen binnen de bebouwde kom per jaar (nulmeting 2026)

Hoe is het nu?

Het toezicht op bedrijfsmatig afval is belegd bij de RUD Zeeland. De beoordeling van afvalstromen maakt een vast onderdeel uit van de reguliere milieucontroles bij bedrijven. Aanvullend voert de RUD themacontroles en ketentoezicht uit op basis van het eigen jaarplan.

De verantwoordelijkheid van de gemeente voor illegale afvaldumpingen beperkt zich tot situaties binnen de bebouwde kom. Handhaving in die gevallen vindt plaats in samenwerking met de RUD Zeeland en de politie.

Een relevante ontwikkeling in 2025 is de gewijzigde toegang tot de milieustraat per 1 september. Door de invoering van slagbomen en een pas op naam en adres is de milieustraat voortaan uitsluitend toegankelijk voor particulieren. Bedrijven en toeristen kunnen hierdoor niet langer zonder meer gebruikmaken van deze voorziening. Of deze maatregel leidt tot een toename van illegale afvaldumpingen is op dit moment nog niet vast te stellen en wordt in 2026 gemonitord.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt de samenwerking met de RUD Zeeland en de politie bij illegale afvaldumpingen voortgezet. Tevens wordt onderzocht of het ketentoezicht verder uitgebreid kan worden. De effecten van de gewijzigde toegangsregeling tot de milieustraat op het aantal dumpingen worden actief gevolgd. Indien de monitoring een stijging van het aantal dumpingen laat zien, wordt in overleg met de RUD en de politie bezien welke aanvullende maatregelen nodig zijn.

KPI-toelichting

De tweede indicator (het aantal dumpingen binnen de bebouwde kom) is nieuw en dient in 2026 als nulmeting. De gewijzigde toegangsregeling voor de milieustraat maakt dit een relevant monitoringspunt. De registratie vereist een heldere werkafspraak over wie dumpingen registreert en op welke wijze, zodat het cijfer in het jaarverslag 2026 als betrouwbare baseline kan worden gebruikt.

Het inhoudelijke toezicht op bedrijfsmatig afval ligt volledig bij de RUD Zeeland en wordt gefinancierd via de DVO. De gemeentelijke inzet betreft coördinatie bij dumpingen binnen de bebouwde kom, afstemming met de RUD en politie, en monitoring van de effecten van de gewijzigde milieustraattoegang.

4.3. Energie/duurzaamheid

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 3.

    Energie/ duurzaamheid

Bedrijven en instellingen in gemeente Borsele die onder de energiebesparingsplicht vallen, voeren de wettelijk verplichte energiebesparende maatregelen aantoonbaar uit, zodat een bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke klimaat- en energiedoelstellingen.

Aantal energiecontroles uitgevoerd door RUD Zeeland in gemeente Borsele, overgenomen uit jaarrapportage RUD (nulmeting 2025: 20 controles; streefwaarde 2026: minimaal gelijk niveau)

De gemeente heeft zicht op de uitkomsten van uitgevoerde energiecontroles en stuurt op adequate informatieverstrekking vanuit de RUD Zeeland.

Rapportage RUD ontvangen met uitsplitsing naar aantal controles, aantal overtredingen en opvolgingsacties: ja/nee

De taakverdeling tussen gemeente en RUD bij toezicht op energielabels van kantoren is vastgelegd.

Schriftelijke taakverdeling gerealiseerd vóór 1 juli 2026: ja/nee

Bestuurlijk besluit over oormerking budget energiebesparingsplicht in opdracht aan RUD Zeeland

Genomen vóór 1 juli 2026: ja/nee

Hoe is het nu?

De VTH-taken op het gebied van energie en duurzaamheid bij inrichtingen zijn belegd bij de RUD Zeeland. In 2025 zijn door de RUD 20 controles uitgevoerd bij bedrijven met duurzaamheidsinstallaties. Opvallend is dat energiecontroles niet waren opgenomen in het oorspronkelijke jaarplan 2025, noch in het addendum van mei 2025 dat de begrotingswijzigingen als gevolg van de Robuuste Omgevingsdienst en de nieuwe CAO verwerkte. Energie ontbreekt daarin als zelfstandige productlijn. De 151 uren die de RUD tot en met november 2025 op dit thema realiseerde, zijn daarmee geboekt buiten de formele DVO-kaders, waardoor de RUD structureel boven budget uitkomt zodra zij energiegerelateerde werkzaamheden oppakt. Zolang energie niet als apart product in de DVO-opdracht is opgenomen, ontbreekt de financiële grondslag voor dit toezicht en concurreert het structureel met hogere-prioriteit milieutaken.

Naast de uitvoering van energiecontroles is in 2025 een inventarisatie uitgevoerd van energielabels van kantoren. Hieruit bleek dat een deel van de kantoren nog niet aan de geldende eisen voldoet. De taakverdeling tussen gemeente en RUD voor het toezicht hierop is echter nog niet formeel vastgelegd, waardoor het risico bestaat dat taken niet of onvoldoende worden opgepakt. Tevens is in 2025 een nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming van woningen in werking getreden. Hoewel een deel van deze werkzaamheden vergunningvrij kan worden uitgevoerd, leidt dit in de praktijk tot extra vragen van initiatiefnemers en tot meer samenloop met andere vergunningaanvragen.

In december 2025 heeft de Zeeuwse rekenkamer een onderzoek gepubliceerd naar de handhaving van de energiebesparingsplicht in Zeeland. De rekenkamer constateert dat gemeenten, waaronder Borsele, de energiebesparingsplicht in de periode 2021-2025 onvoldoende hebben geprioriteerd en dat specifieke financiering structureel ontbrak. Bij circa 80% van de uitgevoerde controles in Zeeland werden overtredingen vastgesteld, wat aantoont dat het instrument effectief is maar dat de inzet te beperkt is geweest. De rekenkamer beveelt gemeenteraden aan opdracht te geven aan het college om meer inzicht te creëren in de effectiviteit van de handhaving, de informatiewaarde van de verantwoording te verhogen, en financiële middelen specifiek voor de energiebesparingsplicht te oormerken in de opdracht aan de RUD.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 geeft de gemeente uitvoering aan de aanbevelingen van de rekenkamer. Als eerste stap wordt vóór 1 juli 2026 bestuurlijk besloten over de oormerking van een afzonderlijk budget voor de energiebesparingsplicht in de opdracht aan de RUD Zeeland, zodat energiecontroles een formele financiële grondslag krijgen. Zonder deze stap blijft de RUD structureel boven budget uitkomen zodra zij energiegerelateerde werkzaamheden uitvoert, en blijft energietoezicht concurreren met hogere-prioriteit milieutaken.

Parallel worden afspraken gemaakt met de RUD over de informatieverstrekking rond energiecontroles, zodat de gemeente jaarlijks inzicht heeft in welke bedrijven zijn gecontroleerd, wat de uitkomsten zijn en welke opvolgingsacties zijn ondernomen. Dit sluit aan op de rekenkameraanbeveling om de informatiewaarde van de verantwoording te verhogen.

Voor de taakverdeling bij toezicht op energielabels van kantoren worden vóór 1 juli 2026 schriftelijke afspraken gemaakt tussen gemeente en RUD. Tevens wordt in 2026 onderzocht welk beleid nodig is voor verduurzaming binnen de beschermde dorpsgezichten van Nisse en Borsele, waar aanvullende eisen van toepassing zijn.

De uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht ligt bij de RUD Zeeland. De gemeentelijke inzet betreft beleidsmatige aansturing, het maken van afspraken over informatievoorziening en het opvolgen van de rekenkameraanbevelingen. De omvang van het aanvullend te oormerken budget voor energietoezicht in de DVO-opdracht wordt vóór 1 juli 2026 bestuurlijk vastgesteld.

4.4. Vuurwerkinrichtingen

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 4.

    Vuurwerkinrichtingen

Het verbod op consumentenvuurwerk wordt nageleefd en de voormalige vuurwerkinrichting voldoet aan de wettelijke afwikkelingsvereisten.

Voormalige vuurwerkinrichting heeft geen actieve vergunning meer: ja/nee

Aantal geregistreerde constateringen illegaal gebruik consumentenvuurwerk jaarwisseling 2026/2027 (nulmeting)

Hoe is het nu?

In Borsele was tot en met 2025 één verkooppunt met opslagbunker voor consumentenvuurwerk actief, waarop de RUD Zeeland toezicht hield. In 2025 zijn geen overtredingen of ongevallen geconstateerd. Per 1 januari 2026 geldt een landelijk verbod op de verkoop en het bezit van consumentenvuurwerk, waarmee de reguliere toezichtstaak op de inrichting vervalt.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt eenmalig gecontroleerd of de voormalige inrichting de vergunning heeft ingeleverd en resterende voorraden correct zijn afgewikkeld. Daarnaast wordt in afstemming met Boa’s en politie toezicht gehouden op naleving van het vuurwerkverbod door burgers tijdens de jaarwisseling. Voor dit specifieke thema wordt de handhavingsstrategie in de loop van 2026 verder uitgewerkt. De ervaringen worden gemonitord en meegenomen in de prioritering voor 2027. Vanaf het uitvoeringsprogramma 2027 vervalt deze prioriteit; handhaving op vuurwerkgebruik door burgers wordt dan ondergebracht onder het thema Leefbaarheid.

De inzet is in 2026 eenmalig en beperkt. Extra BOA-inzet tijdens de jaarwisseling wordt in afstemming bepaald.

4.5. Mba's niet zijnde een bedrijf

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 5.

    Mba’s niet zijnde een bedrijf

Milieubelastende activiteiten door particulieren en hobbymatige gebruikers vinden plaats binnen de geldende regels, zodat risico's voor de omgeving beperkt blijven.

Aantal ontvangen klachten en meldingen over mba's niet zijnde een bedrijf (registratie via RUD Zeeland)

Hoe is het nu?

Mba's die niet door een bedrijf worden uitgevoerd (zoals hobbymatige activiteiten) hebben een laag risicoprofiel en worden daarom laag geprioriteerd. Toezicht vindt plaats op basis van klachten en meldingen via de RUD Zeeland. Er zijn in 2025 geen bijzonderheden gemeld op dit thema.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De aanpak wordt in 2026 voortgezet op basis van meldingen en klachten. Er worden geen aanvullende acties voorzien. De inzet is beperkt en wordt opgevangen binnen het bestaande DVO-budget van de RUD Zeeland.

4.6. Mba bodem (saneringen, opslag van grond, bagger)

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 6.

    Bodem (saneringen, opslag van grond, bagger)

Bodemsaneringen en de opslag en toepassing van grond, bagger en bouwstoffen in gemeente Borsele vinden plaats conform de geldende wet- en regelgeving, zodat bodemverontreiniging wordt voorkomen en bestaande verontreinigingen worden gesaneerd.

Rapportage RUD over uitgevoerde saneringen en toepassingen ontvangen en verwerkt in jaarverantwoording: ja/nee

Hoe is het nu?

Onder bodem overig vallen onder meer toezicht op bodembedreigende bedrijfsactiviteiten, incidenten met bodemverontreiniging, bodemenergiesystemen en overige meldingen die niet onder saneringen of toepassingen vallen. Deze taken zijn belegd bij de RUD Zeeland. De samenwerking verloopt naar tevredenheid; op bodemgebied weten gemeente en RUD elkaar goed te vinden, mede via het Groot Zeeuws Bodemoverleg en een apart PFAS-overleg.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De bestaande aanpak wordt voortgezet. Er zijn geen aanvullende acties voorzien op dit onderdeel. De inzet wordt opgevangen binnen het bestaande DVO-budget van de RUD Zeeland.

4.7. Lucht

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 7.

    Lucht

Luchtverontreinigende activiteiten in gemeente Borsele worden gesignaleerd en opgepakt, zodat risico's voor de luchtkwaliteit en de leefomgeving beperkt blijven.

Afspraak gemaakt met RUD Zeeland over terugkoppeling van klachten en meldingen lucht vóór 1 juli 2026: ja/nee

Hoe is het nu?

Lucht heeft een laag risicoprofiel en wordt laag geprioriteerd. Er is geen apart budget voor dit thema opgenomen in het jaarplan; inzet vindt plaats op basis van klachten en meldingen. In 2025 realiseerde de RUD tot en met november 12 uren op dit thema, waarbij 2 zaken zijn afgehandeld. Er zijn geen bijzonderheden gemeld.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 worden met de RUD Zeeland afspraken gemaakt over de terugkoppeling van klachten en meldingen op het thema lucht, zodat de gemeente als bevoegd gezag inzicht heeft in wat er speelt. De inzet wordt opgevangen binnen het bestaande DVO-budget van de RUD Zeeland.

4.8. Lokale prioriteit: VANG-plan

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Lokale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 8.

    Lokale prioriteit 1: VANG-plan

De hoeveelheid restafval per inwoner daalt jaarlijks, in lijn met de landelijke VANG-doelstelling van 100 kg restafval per persoon per jaar.

Kg restafval per persoon per jaar (nulmeting 2024: 191 kg; streefwaarde: dalende trend richting 100 kg)

Inwoners bieden hun huishoudelijk afval correct gescheiden aan.

% controles waarbij een voorlichtingskaart is gegeven (nulmeting 2025: ~10%; streefwaarde: gelijkblijvend of dalend)

Hoe is het nu?

De gemeente zet een afvalcoach in die twee dagen per week controles uitvoert op het aanbieden van restafval. De aanpak is primair voorlichtend: bij onjuist gescheiden afval ontvangt de aanbieder een informatiekaart en bij ernstige overtredingen wordt de container niet geleegd. Formele handhaving door boa’s wordt bij dit type overtreding niet aangewezen.

In 2025, het eerste volledige uitvoeringsjaar, zijn circa 7.700 controles uitgevoerd. In ongeveer 10% van de gevallen was een correctie nodig. Deze resultaten vormen de nulmeting voor de komende jaren en geven een eerste beeld van het scheidingsgedrag binnen de gemeente.

De hoeveelheid restafval per inwoner ligt nog boven de landelijke VANG-doelstelling. Daarom wordt onderzocht welke aanvullende maatregelen nodig zijn om verdere reductie te realiseren, waaronder de mogelijke invoering van DIFTAR.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De inzet van de afvalcoach wordt in 2026 voortgezet op het huidige niveau van twee dagen per week. De voorlichtende aanpak wordt gecontinueerd; de cijfers uit 2025 worden gebruikt als baseline om de ontwikkeling van het afvalscheidingsgedrag te volgen. Het onderzoek naar DIFTAR wordt verder opgepakt. Zeeland-brede communicatiecampagnes over afvalscheiding worden gevolgd en waar relevant ingezet. De afvalcoach is in dienst van de gemeente en werkt 10 uur per week aan controles.

5. Water/Watersystemen (lozingsactiviteiten waterbeheerders en mba’s)

Het hoofddoel op het gebied van water is het waarborgen van een goed functionerend en klimaatbestendig watersysteem in de gemeente Borsele, zodat wateroverlast wordt beperkt en de waterkwaliteit op peil blijft. Klimaatverandering stelt de leefomgeving voor toenemende uitdagingen, zoals extreme neerslag, langere perioden van droogte en hogere temperaturen. De gemeente zet zich actief in om de bebouwde en openbare ruimte klimaatbestendiger in te richten, onder meer via maatregelen op het gebied van waterberging, afkoppeling en rioolbeheer.

Een goed functionerend rioleringsstelsel vormt daarbij een essentiële basis voor volksgezondheid en het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied. De gemeente is verantwoordelijk voor de zorg voor riolering en stedelijk water, waaronder hemelwater. Waterschap Scheldestromen is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale watersysteem, waaronder waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. De gemeente vervult bij water gerelateerde vraagstukken een signalerende en coördinerende rol, zodat maatregelen in het stedelijk gebied en het regionale watersysteem goed op elkaar aansluiten.

In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH wordt ingezet om dat effect te realiseren.

5.1. Waterkwaliteit

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 1.

    Waterkwaliteit

Verbeteren van de waterkwaliteit in het stedelijk gebied, binnen de gemeentelijke verantwoordelijkheid.

Aantal meldingen van (vermoedelijke) illegale lozingen dat binnen 5 werkdagen wordt opgevolgd (100%)

Aantal keren dat gesignaleerde knelpunten rondom waterkwaliteit zijn doorgezet naar de bevoegde instanties

De primaire verantwoordelijkheid voor waterkwaliteit ligt bij het waterschap en andere bevoegde gezagen. De rol van de gemeente richt zich daarom niet op het zelf realiseren van kwaliteitsverbeteringen, maar op signalering, opvolging en afstemming. Binnen het stedelijk gebied is de gemeente wel verantwoordelijk voor onderdelen van het watersysteem, zoals riolering en stedelijk oppervlaktewater, en fungeert zij als eerste aanspreekpunt voor meldingen van inwoners en bedrijven.

De indicatoren voor deze prioriteit zijn daarom bewust procesgericht geformuleerd. Ze richten zich op de snelheid en zorgvuldigheid waarmee meldingen en signalen worden opgepakt en doorgezet naar de bevoegde instanties. Daarmee wordt geborgd dat de gemeente haar rol binnen het stelsel effectief invult en bijdraagt aan het beschermen van de waterkwaliteit waar dat binnen haar invloedssfeer ligt.

De gemeente blijft actief in overleg met waterschap en provincie over ontwikkelingen zoals PFAS, zodat signalen uit het gemeentelijk gebied tijdig worden gedeeld.

5.2. Waterkwantiteit

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 2.

    Waterkwantiteit

Het stedelijk watersysteem verwerkt neerslag conform de WRP-norm: minimaal 20 mm per uur, met maximaal 30 minuten water op straat

Aantal meldingen van wateroverlast per jaar: (streefwaarde: <10)

Aantal uitgevoerde rioolinspecties en reinigingen (registratie, 100% conform jaarplanning)

Aantal foutief aangesloten aansluitingen

De gemeente heeft binnen het thema waterkwantiteit een directe uitvoeringsverantwoordelijkheid voor het stedelijk watersysteem, waaronder riolering, hemelwaterverwerking en het beperken van wateroverlast. De indicatoren sluiten daarom aan bij deze gemeentelijke taken en maken inzichtelijk in hoeverre het systeem functioneert zoals beoogd. Hiermee wordt gestuurd op factoren binnen de eigen invloedssfeer, terwijl voor regionale waterpeilen en oppervlaktewatersystemen afstemming met het waterschap plaatsvindt.

Op basis van de ervaringen in 2025 wordt in 2026, naast voortzetting van het bestaande beleid, extra ingezet op het gericht opsporen van foutieve aansluitingen, het verbeteren van de registratie van meldingen en onderhoudswerkzaamheden en het versterken van de informatievoorziening aan inwoners over hun verantwoordelijkheid bij hemelwaterverwerking. Hiermee wordt het functioneren van het stedelijk watersysteem verder versterkt en wordt beter ingespeeld op toenemende extremen in neerslag.

5.3. Grondwateronttrekking

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 3.

    Grondwateronttrekking

Tijdig signaleren van illegale of problematische grondwateronttrekkingen binnen de gemeentegrenzen

Aantal gesignaleerde gevallen van (mogelijk) illegale grondwateronttrekking doorgestuurd naar waterschap of provincie (registratie)

Minimaal 1x per jaar overleg met Waterschap Scheldestromen over de stand van grondwaterpeilen en lopende onttrekkingen

De handhavingsbevoegdheid voor grondwateronttrekkingen ligt bij het waterschap en de provincie. De gemeente beschikt daarom niet over directe sturingsmogelijkheden op naleving en formuleert geen resultaatgerichte indicatoren op dat niveau. De indicatoren richten zich bewust op de gemeentelijke signalerende rol en op het versterken van de samenwerking en informatie-uitwisseling met de bevoegde instanties.

Op basis van de ervaringen in 2025, waarin het ontbreken van structurele afstemming en rapportage als knelpunt naar voren kwam, wordt in 2026 ingezet op het formaliseren van overlegmomenten en het verbeteren van de informatiepositie van de gemeente, zodat mogelijke problemen tijdig kunnen worden gesignaleerd en doorgezet.

5.4. Verwijdering van grondwater en water van grondwatersaneringen

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 4.

    Verwijdering grondwater/grondwatersaneringen

Lozing van onttrokken grondwater op de riolering vindt plaats conform de gestelde normen

Aantal verzoeken om lozing op het riool dat is beoordeeld en doorgestuurd naar waterschap (100% van binnengekomen verzoeken)

De bevoegdheid voor toezicht en handhaving bij grondwateronttrekkingen en lozingen ligt primair bij het waterschap. De rol van de gemeente beperkt zich tot het beoordelen van verzoeken om lozing op het gemeentelijk riool en het signaleren van mogelijke risico’s voor het rioolstelsel.

Bij grondwateronttrekkingen, bijvoorbeeld in het kader van saneringen, stemt de gemeente af met het waterschap over toegestane hoeveelheden en kwaliteitseisen. Het waterschap stelt de normen vast, houdt toezicht en treedt handhavend op waar nodig. De gemeente zorgt voor tijdige doorgeleiding van aanvragen en signalen, zodat lozingen alleen plaatsvinden wanneer deze passen binnen de gestelde normen en de capaciteit van het rioolstelsel.

5.5. Lokale prioriteit: Controle op verkeerde en illegale rioolaansluitingen

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Lokale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 5.

    Controle op verkeerde en illegale rioolaansluitingen

Rioolaansluitingen zijn op een juiste en legale wijze aangelegd

Aantal geconstateerde onjuiste aansluitingen per jaar (nulmeting 2025: ~8 per 10.000 aansluitingen; streefwaarde: dalende trend)

Percentage geconstateerde foute aansluitingen dat binnen de gestelde termijn is hersteld (streefwaarde: 100%)

De controle op juiste rioolaansluitingen wordt in de praktijk uitgevoerd door de buitendienst, die tijdens inspecties en onderhoudswerkzaamheden signalen oppikt van foutieve of illegale aansluitingen. Wanneer afwijkingen worden geconstateerd, worden bewoners geïnformeerd en begeleid bij herstel. Deze corrigerende aanpak is primair gericht op het goed functioneren van het rioolstelsel en het voorkomen van technische problemen of wateroverlast.

De rol van VTH ligt momenteel vooral in het ondersteunen van deze herstelgerichte aanpak. Voor 2026 wordt onderzocht of en op welke wijze VTH een formelere rol kan vervullen bij situaties waarin overtredingen niet worden hersteld of zich herhalen. Daarmee kan zo nodig ook handhavend worden opgetreden om de werking en betrouwbaarheid van het rioolstelsel te waarborgen.

6. Natuur

De gemeente Borsele streeft naar een kwalitatief hoogwaardige buitenruimte, versterking van biodiversiteit en een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving. Binnen dit geheel neemt het behoud en de versterking van de dijkbeplanting een bijzondere positie in. De dijkenstructuur en bijbehorende beplanting vormen kenmerkende en landschappelijk waardevolle elementen in het buitengebied en fungeren als verbindende structuren tussen dorpen en landschappen.

Binnen dit thema vervult de gemeente een regisserende, adviserende en toezichthoudende rol. Vanuit de VTH-taken wordt toegezien op naleving van regelgeving rond groenstructuren, kap en herplant, terwijl tevens wordt bijgedragen aan een zorgvuldige landschappelijke inpassing van ontwikkelingen.

In de volgende paragrafen wordt per prioriteit uitgewerkt welk maatschappelijk effect wordt nagestreefd en hoe de inzet van VTH hieraan bijdraagt.

6.1. Hinderlijk verblijf in natuurgebieden/zeeweringen

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 1.

    Hinderlijk verblijf in natuurgebieden en zeeweringen

Natuurgebieden zijn (sociaal) veilig t.b.v. recreatie.

Niet van toepassing voor gemeente Borsele

Hoe is het nu?

Hinderlijk verblijf in natuurgebieden en zeeweringen vormt binnen de gemeente Borsele geen relevant handhavingsvraagstuk. De Natura2000-gebieden in de gemeente bestaan voornamelijk uit water, en er zijn geen grote, aaneengesloten groengebieden die structureel te maken hebben met overlast door hinderlijk verblijf. Deze regionale prioriteit vraagt daarmee geen specifieke inzet van VTH-capaciteit in 2026.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

Omdat hinderlijk verblijf zich in de praktijk nauwelijks voordoet, worden voor 2026 geen specifieke toezicht- of handhavingsactiviteiten gepland. Eventuele meldingen die hierover binnenkomen worden wel opgepakt en afgehandeld binnen de reguliere Boa-inzet en volgens de gebruikelijke procedures. Hiermee blijft geborgd dat signalen worden opgevolgd zonder dat hiervoor aparte capaciteit hoeft te worden gereserveerd.

6.2. Natuurbrandrisico

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 2.

    Natuurbrandrisico

Branden in NNN-gebieden worden voorkomen en beheersbaar gehouden.

Niet van toepassing voor gemeente Borsele

Hoe is het nu?

Natuurbrandrisico vormt geen relevante prioriteit voor de gemeente Borsele. Binnen de gemeente bevinden zich geen grote aaneengesloten bos- of heidegebieden met een verhoogd brandrisico. De aanwezige Natura 2000-gebieden bestaan grotendeels uit water en de overige groenstructuren, zoals dorpsbossen en dijkbeplanting, zijn kleinschalig en kennen geen structureel risicoprofiel. In 2025 zijn geen meldingen of incidenten geregistreerd die verband houden met natuurbrand.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

Omdat het risico op natuurbrand binnen de gemeente structureel beperkt is, worden voor 2026 geen specifieke VTH-activiteiten gepland. Eventuele meldingen of signalen over brandgevaarlijke situaties in groen- of natuurgebieden worden opgepakt binnen de reguliere toezicht- en handhavingsstructuur en zo nodig afgestemd met de brandweer of de VRZ. Deze werkwijze kan binnen de bestaande capaciteit worden uitgevoerd.

6.3. Gebiedsbescherming/behoud natuurwaarden

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 3.

    Gebiedsbescherming/behoud natuurwaarden

Natuurdoelen bereiken en in stand houden

Percentage geconstateerde overtredingen waarbij handhavend is opgetreden (100%)

Aantal uitgevoerde hercontroles op geconstateerde overtredingen

Hoe is het nu?

De gemeente heeft op het gebied van gebiedsbescherming een beperkte, coördinerende rol. Het behoud van natuur- en gebiedswaarden is primair een verantwoordelijkheid van de Provincie Zeeland en de RUD Zeeland, in samenwerking met terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Het Zeeuwse Landschap. De meest voorkomende beschermde gebieden binnen de gemeente zijn de dorpsbossen en de dijkenstructuur met dijkbeplanting.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De gemeente zet haar coördinerende rol voort door bij ruimtelijke plannen en lokale vergunningen te toetsen of er geen negatieve effecten optreden voor de aanwezige natuurwaarden. Waar projecten mogelijk impact hebben op beschermde gebieden, stemt de gemeente af met de provincie en de RUD Zeeland. Toezicht en handhaving op gebiedsniveau liggen bij deze partijen; de gemeente signaleert en escaleert waar nodig.

Omdat het zwaartepunt van toezicht en handhaving op gebiedsbescherming bij de provincie en de RUD Zeeland ligt, wordt hiervoor geen afzonderlijke VTH-capaciteit gereserveerd. De gemeentelijke inzet beperkt zich tot afstemming en signalering, die plaatsvindt binnen de reguliere werkzaamheden van vergunningverlening.

6.4. Soortenbescherming

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 4.

    Soortenbescherming

Flora en fauna wordt niet beschadigd bij ruimtelijke ontwikkelingen

Percentage geconstateerde overtredingen op opgelegde mitigerende maatregelen waarbij handhavend is opgetreden (100%)

Hoe is het nu?

Bij ruimtelijke ontwikkelingen beoordeelt de gemeente ecologische belangen en stelt waar nodig voorwaarden ter bescherming van flora en fauna. In dat kader worden quickscans Flora en Fauna uitgevoerd, waarbij de RUD Zeeland de gemeente adviseert over de beoordeling en de benodigde mitigerende maatregelen. Bij grotere ontwikkelingen worden concrete voorzieningen voorgeschreven, zoals nest- en verblijfskasten voor vleermuizen en vogels; in 2025 zijn in het kader van de soortenmanagementpilot in Nieuwdorp circa 50 kastjes geplaatst.

Aandachtspunt zit in het toezicht: de gemeente beschikt niet over voldoende capaciteit om bij individuele projecten structureel te controleren of opgelegde voorwaarden en mitigerende maatregelen daadwerkelijk worden nageleefd. Daarnaast is niet altijd eenduidig belegd bij wie de verantwoordelijkheid voor dat toezicht ligt. Er is het vermoeden dat overtredingen regelmatig onopgemerkt en niet gemeld blijven.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt verduidelijkt bij wie het toezicht op naleving van voorwaarden ten behoeve van soortenbescherming is belegd, zodat hierover geen onduidelijkheid meer bestaat. Bij projecten waarbij mitigerende maatregelen zijn opgelegd, wordt actief gecontroleerd of deze daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Geconstateerde overtredingen worden consequent opgepakt. Daarnaast wordt de samenwerking met de RUD Zeeland op dit vlak verder aangescherpt, met name rond de beoordeling van QuickScans en het toezicht op het broedseizoen.

Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen

De inzet voor soortenbescherming wordt primair geleverd door de RUD Zeeland, die adviseert en toezicht houdt namens de gemeente. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit het opleggen van voorwaarden bij vergunningverlening en het oppakken van meldingen. De capaciteit hiervoor is beperkt beschikbaar binnen de bestaande formatie van VTH. In 2026 wordt in kaart gebracht hoeveel projecten jaarlijks soortenbeschermingsvoorwaarden kennen, zodat de benodigde inzet van toezicht beter kan worden geraamd en geborgd.

6.5. Lokale prioriteit: Dijkenstructuur met dijkbeplanting

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Lokale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 5.

    Dijkenstructuur met dijkbeplanting (lokale prioriteit 1)

Alleen vergunde kap wordt toegestaan

100% van meldingen en constateringen van kap zonder vergunning wordt opgevolgd

Naleving van de herplantplicht

100% van opgelegde herplantplichten wordt gecontroleerd op uitvoering

Hoe is het nu?

De dijkenstructuur met dijkbeplanting is een kenmerkende en beschermde groenstructuur binnen Borsele. Voor kap is doorgaans een vergunning vereist en geldt een herplantplicht. In de praktijk wordt hierop nog onvoldoende toegezien. Met name bij particuliere eigenaren, agrariërs en bedrijven blijft naleving achter. Oorzaken zijn beperkte toezichtcapaciteit, ontbrekende specialistische groenkennis en het feit dat herplantcontroles pas in het eerstvolgende plantseizoen kunnen plaatsvinden.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 krijgt toezicht op de dijkbeplanting een hogere prioriteit. Meldingen en constateringen van kap zonder vergunning worden consequent opgevolgd. Bij verleende kapvergunningen wordt actief bewaakt wanneer het eerste plantseizoen na de kap aanbreekt, zodat herplantcontroles tijdig kunnen plaatsvinden. Bij geconstateerde overtredingen wordt handhavend opgetreden, zo nodig in samenwerking met team V&J.

Parallel hieraan worden particuliere eigenaren, bedrijven en agrariërs actiever geïnformeerd over de herplantplicht en het belang van dijkbeplanting voor biodiversiteit en het polderlandschap. Preventie aan de voorkant moet bijdragen aan minder overtredingen en daarmee aan een lagere handhavingsdruk.

Daarnaast wordt in 2026 onderzocht hoe de benodigde groenkennis onder de toezichthouders structureel kan worden versterkt, bijvoorbeeld via gerichte bijscholing of door intensievere samenwerking met het team Groen bij complexere situaties.

Op basis van een globale inschatting van het aantal te verwachten dossiers vraagt dit thema om gerichte toezichtinzet. De exacte omvang en organisatorische inpassing daarvan worden in 2026 nader bepaald en afgestemd binnen de beschikbare capaciteit.

6.6. Lokale prioriteit: Inpassing van agrarische bedrijvenbebouwing en waterbassins

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Lokale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 6.

    Inpassing van agrarische bedrijvenbebouwing en waterbassins (lokale prioriteit 2)

Landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing en waterbassins wordt daadwerkelijk uitgevoerd

100% van verleende omgevingsvergunningen met inpassingsvoorwaarde wordt na gereedmelding gecontroleerd

Hoe is het nu?

Agrarische bedrijfsbebouwing en waterbassins komen in het buitengebied van Borsele veel voor en moeten landschappelijk goed worden ingepast om het polderlandschap en de karakteristieke groenstructuren te behouden. Daarom wordt bij omgevingsvergunningen standaard een inpassingsvoorwaarde opgenomen. Na gereedmelding hoort te worden gecontroleerd of deze inpassing daadwerkelijk is gerealiseerd.

In de praktijk blijkt dat naar schatting ongeveer tweederde van de vereiste landschappelijke inpassingen niet of niet volledig wordt uitgevoerd. Een knelpunt is dat waterbassins die als teelt ondersteunende voorziening worden geplaatst soms buiten de reguliere planologische toetsing vallen, waardoor niet altijd een eenduidige beoordelingsgrondslag bestaat. Daarnaast bemoeilijkt de wettelijke termijn voor aanplant (het eerste plantseizoen na realisatie) tijdige controle, omdat dossiers langere tijd actief gevolgd moeten worden.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt de uitvoering aangescherpt. Bij nieuwe vergunningen blijft landschappelijke inpassing een harde voorwaarde en na gereedmelding wordt actief gecontroleerd of hieraan is voldaan. Bij geconstateerde afwijkingen wordt handhavend opgetreden.

7. Leefbaarheid

Het hoofddoel binnen het thema leefbaarheid is het behouden van een veilige, ordelijke en prettige woonomgeving voor inwoners van de gemeente Borsele. De gemeente ziet erop toe dat de openbare ruimte en voorzieningen worden gebruikt conform de geldende regels, dat overlast wordt voorkomen of beperkt en dat kwetsbare groepen (waaronder jeugd en arbeidsmigranten) worden beschermd. VTH draagt hieraan bij door zichtbaar toezicht, gerichte preventie en waar nodig handhavend optreden.

De uitvoering ligt grotendeels bij de boa’s, die toezicht houden in de openbare ruimte, signalen oppakken en waar nodig bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden. Afhankelijk van de aard van de casus wordt samengewerkt met ketenpartners zoals politie, VRZ, GGD en de RUD Zeeland.

In de volgende paragrafen is per regionale en lokale prioriteit uitgewerkt welk maatschappelijk effect wordt nagestreefd en hoe VTH in 2026 wordt ingezet om dat effect te bereiken.

7.1. Evenementen

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 1.

    Evenementen

Zeeuwse evenementen zijn veilig en ordelijk georganiseerd

Controles op B(+) evenementen: 100%

Proactieve controles: bij een geconstateerde overtreding wordt automatisch een controlezaak aangemaakt voor het volgende jaar: 100%

Overtreding → controle volgend jaar: 100%

Evaluatiegesprekken met organisatoren na B+-evenementen: ≥ 90%

Hoe is het nu?

Het toezicht op evenementen is ingericht naar risicocategorie. B- en B+-evenementen worden in de praktijk vrijwel altijd gecontroleerd vanwege hun omvang en risicoprofiel. Voor A-evenementen wordt toezicht risicogestuurd ingezet op basis van signalen, ervaringen uit eerdere edities en bekende aandachtspunten. Met organisatoren en ketenpartners vindt structureel afstemming plaats, waardoor risico’s tijdig in beeld komen en waar nodig voorwaarden kunnen worden aangescherpt.

Voor evenementen gelden vastgestelde regels voor geluid en eindtijden, met op specifieke locaties aanvullende maxima. Deze kaders bieden duidelijkheid voor organisatoren en dragen bij aan het beperken van overlast voor omwonenden.

De registratie van signalen en meldingen is nog niet volledig uniform. Geluidsklachten worden vastgelegd in het evenementendossier, maar andere meldingen, zoals telefonische signalen of meldingen via partners, worden nog niet in alle gevallen structureel geregistreerd. Ook evaluaties worden nog niet standaard vastgelegd, waardoor het totaalbeeld per evenement nog kan worden versterkt.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt het evenementenbeleid verder geprofessionaliseerd en uniform toegepast. Daarbij wordt verkend of toepassing van de RISKOM-risicoanalyse kan bijdragen aan een meer onderbouwde en consistente risicoanalyse bij evenementen.

Uitgangspunt blijft dat bij B- en B+-evenementen toezicht plaatsvindt, tenzij op basis van een risicoafweging gemotiveerd kan worden dat dit niet noodzakelijk is. Wanneer een overtreding wordt vastgesteld, wordt standaard een controlezaak aangemaakt voor de volgende editie, zodat gericht vervolgtoezicht kan plaatsvinden en structurele naleving wordt bevorderd. Voor A-evenementen blijft risicogestuurd toezicht het uitgangspunt.

Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de informatiepositie rond evenementen. Meldingen en signalen — inclusief telefonische meldingen en informatie van partners — worden zo volledig mogelijk gekoppeld aan het evenementendossier en evaluaties worden structureel vastgelegd. Binnen de bestaande capaciteit van boa’s en het team APV en Bijzondere Wetten wordt hiervoor een uniforme werkwijze ingericht en beproefd. Ook wordt bezien hoe digitale ondersteuning kan bijdragen aan efficiëntere dossiervorming.

De gemeente blijft inzetten op vroegtijdige afstemming met organisatoren en ketenpartners via het periodieke evenementenoverleg, zodat risico’s vooraf worden beperkt en naleving wordt versterkt.

7.2. Illegale recreatie

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 2.

    Illegale recreatie

Geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.)

100% opvolging van alle meldingen

Hoe is het nu?

Illegale recreatie vormt binnen de gemeente Borsele geen structureel probleem. Het aantal meldingen is al meerdere jaren zeer beperkt en overtredingen worden nauwelijks geconstateerd. In incidentele gevallen waarin een melding wordt ontvangen, blijkt bij controle vaak dat betrokkenen al zijn vertrokken. Het huidige beeld geeft daarom geen aanleiding om actief toezicht op dit onderwerp structureel in te zetten. De gemeente blijft aangesloten bij regionale samenwerkingsstructuren met onder meer provincie, natuurbeheerders en politie, zodat signalen over mogelijke ontwikkelingen tijdig worden gedeeld.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

Illegale recreatie blijft in 2026 een lage prioriteit. De inzet is signaalgestuurd: meldingen worden altijd opgevolgd en indien nodig vindt controle ter plaatse plaats. Wanneer signalen wijzen op een structurele ontwikkeling of toename, kan de inzet worden opgeschaald en wordt aangesloten bij regionale partners voor een gezamenlijke aanpak.

De opvolging van meldingen vindt plaats binnen de reguliere inzet van de boa’s. Door deze werkwijze blijft toezicht proportioneel en kan capaciteit gericht worden ingezet op thema’s met een groter naleefrisico.

7.3. Gescheiden afvalinzameling particulieren

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 3.

    Gescheiden afvalinzameling particulieren

Particulieren bieden hun afval op de juiste (gescheiden) wijze aan.

Percentage verkeerd aangeboden afval, op basis van steekproeven (<10%)

Dalende trend in hoeveelheid afval in kg per persoon op jaarbasis

Hoe is het nu?

De aanpak van afvalscheiding bij particulieren is beleidsmatig belegd binnen het VANG-programma, dat in hoofdstuk Milieu nader is uitgewerkt. Binnen dat kader ligt de nadruk op preventie, monitoring en gedragsbeïnvloeding, onder meer via inzet van een afvalcoach.

Binnen het thema leefbaarheid richt de rol van toezicht en handhaving zich primair op naleving in de openbare ruimte. Het gaat daarbij onder meer om verkeerd aangeboden containers, zwerfafval, illegale afvaldumpingen en situaties waarbij opslag van afval of goederen leidt tot overlast of aantasting van de openbare ruimte. Deze inzet vindt plaats als onderdeel van het reguliere toezicht.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

De inhoudelijke aanpak van afvalscheiding blijft onderdeel van het VANG-programma. Vanuit leefbaarheid ligt de focus in 2026 op toezicht en handhaving in de openbare ruimte, waarbij meldingen over afval gerelateerde overlast worden opgevolgd en waar nodig handhavend wordt opgetreden. Daarbij wordt proportioneel gehandhaafd, variërend van aanspreken en waarschuwen tot het starten van een handhavingstraject.

Toezicht en opvolging worden uitgevoerd binnen de reguliere inzet van de boa’s, zodat capaciteit doelgericht kan worden ingezet op locaties en situaties waar de naleving onder druk staat.

7.4. Geluidhinder openbare ruimte

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 4.

    Geluidhinder openbare ruimte

Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte (of evenementen)

De beschikbaar gestelde uren voor geluidscontroles bij de RUD wordt volledig benut (100%)

Herhaalde controles bij bekende overtreders: 100%

Hoe is het nu?

Geluidsoverlast doet zich in de gemeente voornamelijk voor in relatie tot evenementen en in mindere mate horeca. Deze situaties worden behandeld binnen de bestaande werkprocessen voor evenementen en horeca. Incidentele meldingen over andere bronnen van geluidsoverlast komen sporadisch voor.

Bij evenementen is specifiek aandacht voor het beperken van geluidsoverlast. De gemeente stelt geluidsnormen en eindtijden vast en beoordeelt deze bij vergunningverlening. De RUD Zeeland adviseert hierbij over geluidsnormen en voert waar nodig geluidsmetingen uit. In de Verordening fysieke leefomgeving is de samenwerking met de RUD bij geluidmetingen vastgelegd. Daarnaast worden bij evenementen waar eerder klachten zijn ontvangen maatregelen besproken met organisatoren, bijvoorbeeld het aanpassen van podia of het toepassen van geluidsbeperkende maatregelen.

Geluidhinder door andere activiteiten in de openbare ruimte komt in de praktijk weinig voor. Het aantal meldingen hierover is zeer beperkt. Wanneer meldingen worden gedaan, gaat het doorgaans om incidentele situaties in de woonomgeving, zoals geluid van dieren (bijvoorbeeld hanengekraai) of installaties zoals warmtepompen. Op basis van het lage aantal meldingen is geconcludeerd dat structureel toezicht op dit onderwerp niet noodzakelijk is.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

Ook in 2026 wordt geluidhinder niet als afzonderlijke prioriteit opgepakt. Geluidsoverlast wordt behandeld binnen de bestaande werkprocessen voor evenementen en horeca. Indien meldingen over geluidhinder buiten deze context toenemen, kan de inzet worden heroverwogen.

7.5. Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast)

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 5.

    Huisvesting arbeidsmigranten (overlast)

Beperken van overlast door arbeidsmigranten

100% reactie op meldingen overlast fysieke leefomgeving (Boa’s of vergunningverlener)

Verminderen van arbeidsuitbuiting van arbeidsmigranten

Periodieke themacontroles volgens jaarplanning

Hoe is het nu?

De huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerknemers is binnen Zeeland een regionaal aandachtspunt vanwege de samenhang tussen leefbaarheid, veiligheid en naleving van regelgeving. Het onderwerp raakt meerdere toezichtdomeinen en vraagt daarom om een afgestemde inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen het thema leefbaarheid ligt de focus van de boa’s op situaties van overlast in de fysieke leefomgeving. Meldingen die betrekking hebben op woonomstandigheden of planologische overtredingen vallen buiten deze taak en worden opgepakt binnen het domein omgevingsrecht (zie paragraaf 4.2.2 en 3.4.3).

Het aantal overlastmeldingen dat rechtstreeks bij de gemeente binnenkomt is beperkt. Tegelijkertijd blijkt uit signalen van partners dat meldingen ook via andere kanalen worden gedaan, waardoor het totaalbeeld niet altijd volledig is. Afstemming met ketenpartners blijft daarom van belang om signalen tijdig te kunnen duiden.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 worden meldingen van overlast in de fysieke leefomgeving altijd opgevolgd door de boa’s. Wanneer meldingen betrekking hebben op strijdig gebruik of huisvestingssituaties, worden deze doorgeleid naar team VTH. De integrale themacontroles worden voortgezet conform de jaarplanning en richten zich op locaties en situaties met een verhoogd naleefrisico. Daarbij wordt samengewerkt met ketenpartners zodat signalen integraal kunnen worden beoordeeld en waar nodig gezamenlijk kan worden opgetreden.

De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande capaciteit, waarbij prioritering gedurende het jaar kan worden aangepast op basis van signalen en ontwikkelingen.

7.6. Lokale prioriteit: Jeugd

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Lokale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 6.

    Jeugd

Beperken van jeugdoverlast

Meldingen die nog relevant zijn m.b.t. jeugdoverlast zijn opgevolgd

Aantal meldingen van overlast

Proactief toezicht

Structureel aansluiten bij LGPA overleggen

Structureel toezichthouden op de hotspots

Hoe is het nu?

Signalen en meldingen van jeugdoverlast laten een stijgende lijn zien, waarbij overlast op sommige locaties intensiever is geworden. De aanpak is ingericht volgens een tweesporenmodel: gericht toezicht op risicolocaties en preventieve interventies gericht op het verminderen van onderliggende oorzaken.

Toezicht richt zich met name op hotspots, zoals schoolpleinen en andere locaties waar jongeren samenkomen, waarbij handhaving plaatsvindt op basis van geldende verboden, zoals samenscholing of onbevoegd betreden. Meldingen en constateringen worden systematisch geregistreerd.

Het preventieve spoor wordt vormgegeven binnen de Lokaal Persoonsgerichte Aanpak (LPGA), die in 2026 verder wordt uitgerold. Samenwerking met scholen, buurthuizen en jeugdorganisaties vormt een belangrijk onderdeel van deze aanpak. De inzet van een jongerenwerker versterkt deze preventieve component en draagt bij aan een betere aansluiting tussen toezicht en begeleiding.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt de integrale aanpak voortgezet en verder versterkt. Hotspots worden structureel gecontroleerd en bij actuele meldingen wordt snel opgetreden. Boa’s en jongerenwerker werken daarbij complementair, waarbij toezicht en preventie elkaar versterken.

De LPGA-aanpak wordt verder ontwikkeld en toegepast om signalen vroegtijdig te duiden en passende interventies te organiseren. Door deelname aan casus- en afstemmingsoverleggen met partners wordt informatie gedeeld en kan gericht worden gestuurd op situaties met verhoogd risico.

Meldingen worden in beginsel altijd opgevolgd, mits deze op het moment van behandeling nog actueel zijn en opvolging (zoals een controle) nog doelmatig is. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande inzet van boa’s en betrokken partners, waarbij capaciteit flexibel wordt ingezet op locaties en momenten waar de overlastdruk het hoogst is (hotspots).

7.7. Lokale prioriteit: Horeca/Alcoholwet

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Lokale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 7.

    Horeca (alcoholwet)

Minder overmatig alcoholgebruik onder jeugd

Aantal signaleringen/meldingen: dalende trend

Verbetering van de naleving van regelgeving door horecaondernemingen

Aantal overtredingen op BW (horeca gerelateerd): -50%

Kwartaalevaluatie met partner alcoholwet: vergelijken voorgenomen en daadwerkelijk uitgevoerde controles (nulmeting)

Aantal controles uitgevoerd

Aantal overtredingen

Aantal herhaalovertredingen

Exploitatievergunningen

Horecabestand: 50% volledig en actueel

Controles op 50% van de bestaande voorraad exploitatievergunningen

100% controles op nieuw verleende exploitatievergunningen binnen 12 maanden na verleende vergunning

Hoe is het nu?

In 2025 zijn weinig meldingen van horecaoverlast ontvangen en is structurele overlast niet geconstateerd. Wel komen overtredingen van de Alcoholwet regelmatig voor, bij paracommerciële verstrekkers zoals sportverenigingen en kantines. Dit wijst op aandachtspunten in naleving, vooral waar alcoholverstrekking aan jongeren onder de 18 jaar een risico vormt.

De uitvoering van alcoholcontroles heeft in 2025 niet volledig volgens planning plaatsgevonden, doordat de beschikbare capaciteit bij de uitvoerende partner onvoldoende was. De gemeente beschikt zelf niet over alcoholbevoegde boa’s; gelet op hun lokale bekendheid wordt het opleiden tot alcoholbevoegdheid niet als passend gezien. Hierdoor is minder toezicht uitgevoerd dan voorzien, wat gevolgen kan hebben voor naleving en risicobeheersing.

Tegelijkertijd zijn preventie en voorlichting actief ingezet via campagnes zoals NIX<18, gericht op zowel verstrekkers als (jeugdige) gebruikers. Beleidsmatig zijn stappen gezet met de herziening van de APV, de toevoeging van een bijlage voor exploitatievergunningen en de uitbreiding van het Bibob-beleid. Het horecabestand bevat nog enkele verouderde vergunningen; actualisering hiervan wordt als afzonderlijk project opgepakt. Er geldt een gedoogconstructie waarbij ondernemers mogen starten zodra de aanvraag loopt en de eerste toets positief is. Dit ondersteunt het ondernemersklimaat maar vraagt goede monitoring op naleving.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 krijgt het toezicht op naleving van de Alcoholwet prioriteit. De gemeente vervult hierbij een regierol op de uitvoering van toezicht en handhaving. Alcoholcontroles worden uitgevoerd door een externe partner, terwijl vergunningverlening en bestandbeheer binnen de gemeentelijke organisatie plaatsvinden. De inzet van handhaving is gericht op sturing, monitoring en opvolging van resultaten. Hierbij wordt risicogericht gestuurd op naleving waar de kans op overtredingen het grootst is.

Met de uitvoerende partner worden afspraken zodanig ingericht dat controles volgens planning plaatsvinden en structureel worden gemonitord. Per kwartaal wordt de uitvoering geëvalueerd op aantallen controles, overtredingen en herhaalovertredingen, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. Bijzondere aandacht gaat uit naar Type 1-controles (basiscontroles op vergunning en leidinggevende) en controles bij paracommerciële vergunninghouders zoals sportverenigingen. Van de 170 bekende verstrekkers worden er gemiddeld 34 per jaar gecontroleerd op basis van een vijfjaarlijkse cyclus; bij vermoedens van overtreding wordt een extra controle uitgevoerd.

Parallel hieraan wordt het horecabestand geactualiseerd, zodat toezicht en vergunningverlening plaatsvinden op basis van actuele gegevens. Ook wordt de registratie zodanig ingericht dat opvolgcontroles automatisch worden gegenereerd na relevante signalen of vergunningverlening.

Preventie en voorlichting blijven onderdeel van de aanpak, met nadruk op bewustwording bij verstrekkers en bescherming van jongeren. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande afspraken met de uitvoerende partner en de beschikbare gemeentelijke capaciteit.

8. Samenwerking

Het hoofddoel op het gebied van samenwerking is het effectief en efficiënt uitvoeren van VTH-taken door goede samenwerking met ketenpartners. De gemeente werkt hiertoe samen met de RUD Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), Waterschap Scheldestromen, politie, andere gemeenten en terreinbeheerders. In de regionale probleem- en risicoanalyse zijn meerdere samenwerkingsthema's opgenomen. In de volgende paragrafen wordt beschreven welke inzet gemeente Borsele in 2026 levert op deze thema's.

8.1. Ondermijning

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 1.

    Ondermijning

Tegengaan van ondermijnende activiteiten

Percentage Bibob-toets uitgevoerd binnen de in het beleid aangewezen risicocategorieën (Omgevingsvergunningen, APV- en BW vergunningen en vastgoedtransacties: 100%

Aanvragen geweigerd of ingetrokken na Bibob-toets: registratie en monitoring

Signalen uit Bibob-toetsingen vertaald naar opvolgacties: 100%

Hoe is het nu?

De gemeente Borsele beschikt over een geactualiseerd Bibob-beleid waarmee integriteitsrisico’s bij vergunningverlening, vastgoedtransacties en andere relevante besluiten systematisch worden beoordeeld. Toetsingen worden uitgevoerd in alle gevallen waarin het beleid dit voorschrijft, waaronder aanvragen voor exploitatievergunningen horeca, omgevingsvergunningen voor bouwen boven de vastgestelde drempelwaarde, vastgoedtransacties en aanvragen met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten.

Het toepassen van Bibob-toetsingen heeft naast een toetsende ook een preventieve werking: in een deel van de gevallen trekken aanvragers zich tijdens de procedure terug. Dit draagt bij aan het voorkomen van ongewenste activiteiten en versterkt de integriteit van gemeentelijke besluitvorming.

De gemeente neemt deel aan de regionale Bibob-samenwerking. De informatie-uitwisseling binnen dit verband kan nog verder worden benut om signalen en ervaringen structureler te vertalen naar de lokale uitvoeringspraktijk.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 worden Bibob-toetsingen consequent uitgevoerd overeenkomstig het vastgestelde beleid. De inzet richt zich op een uniforme toepassing en een zorgvuldige weging van integriteitsrisico’s bij relevante besluiten. Naast het uitvoeren van Bibob-toetsingen wordt in 2026 ook structureel gemonitord welke besluiten, weigeringen en intrekkingen voortkomen uit deze toetsingen en op welke wijze signalen worden opgevolgd. Deze informatie wordt gebruikt om trends te signaleren, risico’s te duiden en de inzet van het instrument verder te verfijnen.

De deelname aan de regionale Bibob-samenwerking wordt voortgezet en gericht versterkt, zodat signalen, trends en casuïstiek effectiever kunnen worden gedeeld en benut. Hierdoor kan sneller worden ingespeeld op nieuwe risico’s en wordt de preventieve werking van het instrument vergroot.

De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande organisatie, waarbij kennisontwikkeling en onderlinge afstemming worden benut om de kwaliteit en consistentie van de toetsingen te waarborgen.

8.2. Beleidsafstemming

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 2.

    Beleidsafstemming

Zeeuwse VTH-partners zorgen voor een eenduidige uitvoering van VTH-taken

Percentage regionale VTH-overleggen waarbij de gemeente Borsele aanwezig is (streefwaarde: ≥ 70%)

Hoe is het nu?

Regionale beleidsafstemming vindt plaats via vaste Zeeuwse overlegstructuren op bestuurlijk en ambtelijk niveau. Binnen deze gremia worden afspraken gemaakt over uitvoering, interpretatie en toepassing van VTH-beleid. De gemeente Borsele neemt structureel deel aan deze overleggen en draagt bij aan gezamenlijke beleidsontwikkeling en afstemming.

Met de vaststelling van het gezamenlijke VTH-beleid 2025-2028 is een regionaal kader beschikbaar dat richting geeft aan een uniforme uitvoering. De verdere meerwaarde van regionale afstemming ligt met name in het delen van kennis, het harmoniseren van werkwijzen en het gezamenlijk duiden van nieuwe ontwikkelingen.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 blijft de gemeente actief deelnemen aan de regionale overlegstructuren en wordt ingezet op een consistente toepassing van regionale afspraken binnen de eigen uitvoeringspraktijk. Waar mogelijk wordt aanvullend bijgedragen aan regionale werkgroepen en thematische afstemming, zodat nieuwe inzichten en signalen tijdig worden vertaald naar beleid en uitvoering.

De inzet richt zich op doelgerichte deelname en inhoudelijke bijdrage, waarbij prioritering plaatsvindt op onderwerpen met de grootste impact op uitvoering en naleving. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande capaciteit, waarbij inzet wordt afgestemd op de beschikbare middelen en actuele regionale ontwikkelingen.

8.3. Ketentoezicht

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 3.

    Ketentoezicht

Vastleggen van afspraken in welke gevallen er in welke mate ketentoezicht plaatsvindt, en hiertoe ook bindende afspraken maken.

Mate waarin de kwantitatieve afspraken ketentoezicht worden behaald (tenminste voor 90%)

Hoe is het nu?

Ketentoezicht wordt in Borsele al integraal toegepast in de uitvoeringspraktijk, met name in samenwerking met de Veiligheidsregio Zeeland en — afhankelijk van het onderwerp — de RUD Zeeland en buurgemeenten. Deze samenwerking maakt het mogelijk om toezicht efficiënt en multidisciplinair uit te voeren.

Een voorbeeld hiervan zijn integrale themacontroles, waarbij meerdere toezichtaspecten in één bezoek worden beoordeeld. Deze werkwijze blijkt effectief doordat signalen vroegtijdig worden opgepakt en verschillende risico’s gelijktijdig kunnen worden beoordeeld.

Op strategisch niveau sluit de gemeente aan bij regionale afstemming over VTH-beleid en uitvoering. Hierdoor ontstaat meer uniformiteit in werkwijzen en wordt kennisuitwisseling tussen partners versterkt.

Een aandachtspunt is dat afspraken over ketentoezicht nog niet in alle gevallen formeel zijn vastgelegd. Hierdoor kan bij complexe situaties of bijzondere casuïstiek onduidelijkheid ontstaan over rolverdeling en inzet.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt ingezet op het formaliseren en verder versterken van ketentoezicht. Met regionale partners worden werkafspraken vastgelegd over rolverdeling, informatie-uitwisseling en gezamenlijke inzet bij toezicht. Daarbij wordt aangesloten bij bestaande samenwerkingsrelaties en uitvoeringspraktijken.

De integrale toezichtaanpak wordt voortgezet en waar mogelijk uitgebreid naar andere risicogerichte thema’s. Door gezamenlijke controles te combineren met structurele afstemming wordt de effectiviteit van toezicht vergroot en kan sneller worden ingespeeld op signalen.

Daarnaast wordt de regionale samenwerking verder benut voor kennisdeling en harmonisatie van werkwijzen, zodat toezicht zoveel mogelijk uniform en voorspelbaar wordt uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande capaciteit, waarbij prioriteit wordt gegeven aan situaties waar gezamenlijke inzet aantoonbaar meerwaarde heeft.

8.4. Uitwisseling expertise

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)

Regionale prioriteit

Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

  • 4.

    Uitwisseling expertise en informatie

Expertise wordt uitgewisseld zodat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden

Percentage gemeenten dat deelneemt in tenminste een VTH-samenwerkingsactiviteit (100%)

Hoe is het nu?

De gemeente Borsele neemt deel aan vaste regionale overleg- en samenwerkingsstructuren voor kennisuitwisseling op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, waaronder het Ambtelijk Overleg Omgevingsrecht (AOOR), het Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR) en het SORBET-verband. De basis voor kennisdeling is daarmee aanwezig. Tegelijkertijd kan de inhoudelijke benutting van deze samenwerkingsstructuren verder worden versterkt, met name door gerichter gebruik te maken van beschikbare expertise en ervaringen van partners.

Op operationeel niveau biedt de samenwerkingsovereenkomst met de buurgemeenten Kapelle en Reimerswaal concrete mogelijkheden voor wederzijdse inzet van capaciteit en specialistische kennis, bijvoorbeeld bij specifieke handhavingshandelingen. Deze praktische samenwerking functioneert en vormt een belangrijke basis voor verdere ontwikkeling van kennisdeling en gezamenlijke uitvoering.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

In 2026 wordt ingezet op een gerichtere benutting van regionale samenwerkingsverbanden voor kennisdeling en expertise-uitwisseling. De gemeente sluit actief aan bij bestaande structuren en richt de deelname zo in dat uitwisseling van praktijkervaringen en werkwijzen wordt bevorderd.

Waar dit bijdraagt aan een effectievere uitvoering, wordt gebruikgemaakt van de mogelijkheid om expertise of capaciteit van partners in te zetten. Daarnaast wordt kennis die regionaal wordt opgedaan actief vertaald naar de lokale uitvoeringspraktijk.

De inzet vindt plaats binnen de bestaande capaciteit, waarbij prioritering wordt gegeven aan samenwerkingsactiviteiten die aantoonbaar bijdragen aan kwaliteit, efficiëntie of uniformiteit van uitvoering.

8.5. Inhoudelijke samenwerkingsprojecten

Drugsdumping

Gevallen van drugsdumping doen zich in Borsele incidenteel voor. Het aantal is beperkt, maar het thema is niet geheel afwezig. Bij een dumping wordt samengewerkt met politie, terreinbeheerders en andere betrokken partijen. De handhavingsinzet blijft reactief: er wordt geen proactief toezicht ingezet, maar alle gevallen worden wel opgepakt en geregistreerd.

Risicovolle bedrijven

Toezicht op risicovolle bedrijven is belegd bij de RUD Zeeland en DCMR. De gemeente ontvangt rapportages over uitgevoerde controles en handhavingszaken. De gemeentelijke rol is signalerend en coördinerend. In 2026 wordt dit thema als relevante prioriteit meegenomen in de afstemming met de RUD Zeeland.

Veilige energietransitie

Het toezicht op de energiebesparingsplicht bij bedrijven is belegd bij de RUD Zeeland. In december 2025 concludeerden de Zeeuwse rekenkamers in een gezamenlijk onderzoek dat de handhaving op de energiebesparingsplicht in de periode 2021-2025 te beperkt is geweest, mede door wisselende prioriteitstelling bij gemeenten en onvoldoende financiering.

Tegelijkertijd stelden de rekenkamers vast dat handhaving effectief is: bij circa 80% van de uitgevoerde controles werden overtredingen geconstateerd. De rekenkamers hebben de gemeenteraad van Borsele aanbevolen het college opdracht te geven om in overleg met de RUD meer inzicht te creëren in de effectiviteit van de handhaving op de energiebesparingsplicht in relatie tot de klimaatdoelen.

Vanaf 2026 intensiveert de handhaving als gevolg van de landelijk verplichte robuustheidscriteria voor Omgevingsdiensten. De implementatie van het plan van aanpak Robuuste RUD Zeeland zal naar verwachting leiden tot een verdubbeling van het aantal controles. Voor Borsele betekent dit een structureel hogere inzet vanuit de RUD, gefinancierd via een aanvullende bijdrage van circa €19.400 netto per jaar. De gemeente volgt de aanbevelingen van de rekenkamers op en stemt in 2026 met de RUD af hoe de verantwoording over uitgevoerde controles en behaalde resultaten structureel wordt ingericht.

9. Ontwikkelingen en risico’s

De uitvoering van dit uitvoeringsprogramma vindt plaats binnen een dynamisch werkveld waarin wetgeving, organisatie en werklast zich voortdurend ontwikkelen. Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen en risico’s opgenomen die van invloed kunnen zijn op de uitvoering in 2026, voor zover deze niet al in eerdere hoofdstukken zijn toegelicht.

Transitie naar Omgevingsdienst Zeeland

Per 2026 gaat RUD Zeeland verder als Omgevingsdienst Zeeland. Deze transitie brengt een herstructurering van organisatie en taken met zich mee, wat tijdelijk kan leiden tot verminderde beschikbaarheid van capaciteit. De gemeente monitort of de overgang geen negatieve gevolgen heeft voor de continuïteit van de uitvoering.

Nieuwe wetgeving en beleidswijzigingen

De Omgevingswet en Wkb vergen ook in 2026 verdere doorontwikkeling, onder meer op het gebied van gereedmeldingen en toepasbare regels. Het verbrede Bibob-beleid, het landelijke vuurwerkverbod en de uitwerking van arbeidsmigranten-beleid zijn nader beschreven in de betreffende thematische hoofdstukken.

Houtstookbeleid

In 2026 wordt nieuw beleid uitgewerkt rondom houtstook. De inzet richt zich vooralsnog op preventie via informatievoorziening aan inwoners. De verdere invulling van dit beleid wordt in 2026 bepaald.

Toename informatieverzoeken en vooroverleggen

Het aantal informatieverzoeken en vooroverleggen neemt toe, mede doordat het digitale omgevingsloket initiatiefnemers regelmatig doorverwijst naar de gemeente. Dit legt extra druk op de capaciteit van vergunningverlening, bovenop de reguliere werkvoorraad. In 2026 wordt onderzocht hoe deze instroom beter kan worden opgevangen, bijvoorbeeld door gestandaardiseerde werkwijzen of duidelijkere informatievoorziening via het loket.

10. Borging van middelen en kwaliteit

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de bemensing en borging van middelen voor de uitvoering van de VTH-taken. Voor team VTH en team V&J is een capaciteitsberekening opgesteld die betrekking heeft op de reguliere werkzaamheden van het team. Specialistische taken die buiten deze werkvoorraad vallen, zoals de BRIKS-taken in het Sloegebied, zijn hierin niet meegenomen. Werkzaamheden die bij andere teams of externe partners zijn belegd, zijn eveneens buiten beschouwing gelaten.

Bij de berekening zijn de prioriteiten uit dit uitvoeringsprogramma betrokken voor zover deze leiden tot inzet van team VTH en V&J. De analyse richt zich op de werkzaamheden die daadwerkelijk door de teams worden uitgevoerd en waarvan de inzet inzichtelijk kan worden gemaakt.

Voor de capaciteitsbepaling wordt gebruikgemaakt van een dashboard dat de verhouding tussen benodigde en beschikbare capaciteit inzichtelijk maakt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen directe werkzaamheden en indirecte werkzaamheden, zoals overleg, afstemming en beleidsontwikkeling. De berekening is gebaseerd op praktijkgegevens, in afstemming met medewerkers vastgesteld en getoetst aan landelijke benchmarkkengetallen.

Het dashboard fungeert als sturingsinstrument voor het monitoren van capaciteit, het signaleren van knelpunten en het onderbouwen van keuzes ten aanzien van prioritering en inzet. Hiermee wordt beoogd de beschikbare middelen zo evenwichtig en doelmatig mogelijk in te zetten gedurende de uitvoeringsperiode.

10.1. Middelen en kwaliteit Omgevingsrecht

Functie

Directe werkzaamheden

Overige werkzaamheden

Beschikbaar

Tekort/overschot

 

Uren

Fte

Uren

Fte

Uren

Fte

Uren

Fte

Administratief medewerker

145

0,10

1.100

0,76

957

0,66

-288

-0,20

Vergunningverlener

3.500

2,41

2.875

1,98

6.119

4,22

-256

-0,18

Jurist

572

0,39

2.896

2,00

2.393

1,65

-1.076

-0,74

Toezichthouder

3.028

2,09

1.280

0,88

4.350

3,00

42

0,03

Handhavingsjurist

1.078

0,74

1.191

0,82

2.538

1,75

268

0,19

Totaal

8.323

5,74

9.342

6,44

16.356

11,28

-1.309

-0,90

Voor de uitvoering van de VTH-taken binnen het Omgevingsrecht is het op sterkte brengen van het team V&J een belangrijk aandachtspunt. Hoewel de formatie in principe toereikend is, is een deel daarvan momenteel niet ingevuld. Het invullen van openstaande vacatures, met name voor vergunningjuristen en een senior vergunningverlener, heeft daarom prioriteit. Hiermee wordt beoogd de beschikbare capaciteit beter in lijn te brengen met de benodigde inzet.

Uit de capaciteitsanalyse blijkt dat vooral bij vergunningjuristen de druk hoog is, onder meer door bezwaar- en beroepsprocedures, afwijkingsvergunningen en afstemming met interne en externe partners. De analyse fungeert als nulmeting om te onderzoeken hoe werkzaamheden efficiënter kunnen worden ingericht en beter kunnen worden verdeeld.

Voor toezicht en handhaving geldt dat de reguliere werkzaamheden uitvoerbaar zijn binnen de huidige capaciteit, maar dat de ruimte voor proactieve inzet beperkt is. De komende periode wordt daarom gekeken naar een betere balans tussen uitvoerende, ondersteunende en projectmatige werkzaamheden.

10.2. Middelen en kwaliteit APV en Bijzondere Wetten

Functie

Directe werkzaamheden

Overige werkzaamheden

Beschikbaar

Tekort/overschot

 

Uren

Fte

Uren

Fte

Uren

Fte

Uren

Fte

Administratief medewerker

191

0,13

715

0,49

957

0,66

51

0,04

Vergunningverlener

764

0,53

1.130

0,78

1.740

1,20

-154

-0,11

Jurist

280

0,19

1.570

1,08

1.813

1,25

-37

-0,03

AOV

397

0,27

626

0,43

580

0,40

-443

-0,31

BOA

1.555

1,07

3.854

2,66

5.641

3,89

231

0,16

Totaal

3.187

2,20

7.895

5,44

10.730

7,40

-352

-0,24

De capaciteitsberekening voor de taken in het kader van de APV en de bijzondere wetten laat zien dat de benodigde en beschikbare capaciteit grotendeels in balans zijn. In totaal is sprake van een beperkt tekort van circa 352 uur (0,24 fte). Hierbij dient te worden aangemerkt dat deze berekening indicatief is, aangezien niet alle werkzaamheden en tijdsbesteding volledig inzichtelijk te maken zijn als gevolg van de beperkingen in registratiesystemen. Dit beeld vraagt daarom om nadere duiding, waarbij de verdeling van werkzaamheden en de wijze van inzet sterk bepalend zijn voor de ervaren werkdruk.

Bij de Boa-capaciteit is op basis van de berekening sprake van een licht overschot. De komende periode wordt ingezet op een meer projectmatige en prioriteitsgerichte inzet, zodat toezicht gerichter kan bijdragen aan de gemeentelijke doelen. Voor de overige functiegroepen (administratief, vergunningverlening en juridische ondersteuning) is het beeld overwegend stabiel, zonder grote afwijkingen. Het team functioneert als geheel evenwichtig en is in staat de reguliere werkzaamheden uit te voeren.

Specifieke aandacht blijft nodig voor specialistische toezichttaken, zoals controles in het kader van de Alcoholwet. De gemeentelijke boa’s beschikken niet over deze bevoegdheid en zijn bovendien lokaal bekend, wat het uitvoeren van effectieve leeftijdscontroles in de horeca bemoeilijkt. Hierdoor is de gemeente aangewezen op de inzet van externe partijen. Echter is in het verleden gebleken dat externe capaciteit onvoldoende beschikbaar was, wat heeft geleid tot beperkingen in het toezicht op de naleving van de Alcoholwet. Dit jaar wordt onderzocht hoe de inzet op deze toezichtstaak structureel kan worden geborgd.

Samenvattend laat de capaciteitsanalyse zien dat het team APV & bijzondere wetten in de basis voldoende middelen heeft voor het uitvoeren van de (wettelijke) taken. Tegelijkertijd kan de effectiviteit van de inzet worden vergroot door een meer projectmatige inzet van boa’s en door structurele oplossingen te vinden voor specialistische taken, zoals alcoholcontroles. Daarnaast kan de voorgenomen intensivering van registratie, evaluatie en risicobeoordeling bij evenementen op termijn leiden tot een grotere inzet van capaciteit. De impact hiervan wordt dit jaar gemonitord.

Ondertekening

Bijlage A: Interventiematrix Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)

afbeelding binnen de regeling

Bijlage B: Overzicht overleggen toezicht en handhaving

Naam

discipline

Vergaderfrequentie

Deelnemers

Voorzitterschap

Opmerkingen/doel van de vergadering

Teamoverleg VTH

Alle

1x per maand

Intern

  • Team VTH

Teamcoördinator

  • Algemene informatie afstemmen

Clusteroverleg

Alle

2x per maand

Intern

  • Cluster Bouw

  • Cluster AOV/Juridisch & APV

Senior in functie

  • Algemene informatie afstemmen

Coördinatieoverleg

Alle

2x per maand

Intern

  • Domeinmanager Dienstverlening

  • Teamcoördinator Vergunningen & Veiligheid

Domeinmanager Dienstverlening

  • Afstemmen personeel en organisatie

Handhavingsoverleg

Alle

1x per 2 weken

Intern

  • Coördinator cluster Toezicht en Handhaving

  • Beleidsmedewerker(s) bouwen en RO

  • Toezichthouder bouwen

  • Juristen

Coördinator cluster Toezicht en Handhaving

  • Afstemmen handhavingszaken

Afstemmingsoverleg veiligheid – juridisch

Veiligheid en juridisch

1x per 2 weken

Intern

  • Cluster AOV/Juridisch & APV

BOA-overleg

1x per maand

APV/Bijz. Wetten overleg

1x per maand

Regionaal overleg Omgevingswet -beleid (uitvoerend)

Alle

4 x per jaar

Coördinatoren/

beleidsmedewerkers:

  • Gemeente

Beleidsmedewerker

  • Afstemmen Omgevingswet beleid en uitvoering

  • Afstemming regio samenwerking

  • Afstemming RUD

Regionaal overleg Wabo-beleid

(strategisch)

Alle

Minimaal 2x per jaar

Afdelingshoofden:

  • Gemeente

Afdelingshoofd (rouleert)

  • Afstemming regio samenwerking (strategisch niveau)

  • Afstemmen hoofdlijnen Wabo beleid

Lokaal Handhaving Overleg

Alle

4 x per jaar

  • Waterschap

  • Gemeente

  • Provincie

  • Regionale Uitvoeringsdienst

  • Politie

  • Algemene inspectiedienst

  • Staatsbosbeheer

Gemeente

  • Informeren over en afstemmen handhavingstrajecten op dossierniveau

  • Afstemmen actualiteiten

Teamdriehoek

Alle

6x per jaar

  • Openbaar ministerie

  • Politie

  • Gemeente Goes

  • Gemeente Reimerswaal

  • Gemeente Kapelle

  • Gemeente Schouwen-Duiveland

  • Gemeente Borsele

Burgemeester

  • Opstellen uitvoeringsprogramma handhaving

  • Samenwerking en afstemming

  • Behandeling actuele vraagstukken

Veiligheidsoverleg

Alle

1x per 2 weken

  • Burgemeester

  • Politie

  • Ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid

  • Coördinator handhaving

Burgemeester

  • Bespreken actualiteiten

  • Afstemmen openbare orde en veiligheid op casusniveau

Diverse overleggen Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland

Alle

Diversen

  • Diversen

Diversen

  • Diverse overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau

  • Gericht op afstemming van beleid en uitvoering

Diverse overleggen Veiligheidsregio Zeeland

Alle

Diversen

  • Diversen

Diversen

  • Diverse overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau

  • Gericht op afstemming van beleid en uitvoering

Ambtelijk Overleg Omgevingsrecht (AOOR)

Alle

Halfjaarlijks

  • Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap

  • VTH-partners: RUD Zeeland, DCMR, RWS, terrein beherende organisaties, politie, OM, Veiligheidsregio Zeeland

  • Voorbereiding BOOR

Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR)

Alle

Halfjaarlijks

  • Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap

  • VTH-partners: RWS, terrein beherende organisaties, politie, OM

  • Principe-afspraken over het gezamenlijk VTH-beleid en de uitvoering daarvan, die vervolgens binnen elke deelnemende organisatie afzonderlijk moeten worden vastgesteld

Bijlage C: Indeling objecten gebruiksbesluit brandveiligheid

 

Vergunning o.b.v. Gebruiksbesluit

 

Melding o.b.v. Gebruiksbesluit

NIEUW Nummer PREVAP

Omschrijving

AanvOmschr

Prioriteit

1100

Tehuizen

> 10 pers.

1

1300

Woongeb. Met inpandige gangen

1600

Woningen (bedrijfsm./complexen) niet zelfredz.bew.

> 10 pers.

2

1700

Bejaardenoorden / verzorgingshuizen

> 10 pers.

1

1800

Kamerverhuur

> 4 pers.

2

2100

Kinderdagverblijf

> 10 pers.

2

2200

Peuterspeelzaal

> 10 pers.

3

2310

Theater, schouwburg, bioscoop, aula

50-250 pers.

3

2320

Theater, schouwburg, bioscoop, aula

250-500 pers.

2

2330

Theater, schouwburg, bioscoop, aula

> 500 pers.

1

2410

Museum, bibliotheek

50-250 pers.

4

2420

Museum, bibliotheek

250-500 pers.

2

2430

Museum, bibliotheek

> 500 pers.

1

2510

Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr.

50-250 pers.

3

2520

Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr.

> 250 pers.

2

2610

Gebedshuis

50-250 pers.

3

2620

Gebedshuis

> 250 pers.

2

2710

Tentoonstellingsgebouwen

50-250 pers.

4

2720

Tentoonstellingsgebouwen

250-500 pers.

2

2730

Tentoonstellingsgebouwen

> 500 pers.

1

2800

Kantine, eetzaal

> 50 pers.

3

2910

Cafés, discotheek, restaurant

50-250 pers.

3

2920

Cafés, discotheek, restaurant

250-500 pers.

2

2930

Cafés, discotheek, restaurant

> 500 pers.

1

3100

Gevangenissen

> 10 pers.

1

4100

Gezondheidsdiensten

> 50 pers.

3

4200

Klinieken (poli-, psychiatr., ...)

> 10 pers.

1

4300

Ziekenhuis

> 10 pers.

1

4400

Verpleegtehuizen

> 10 pers.

1

5110

Fabrieken

50-250 pers.

3

5120

Fabrieken

250-500 pers.

2

5130

Fabrieken

> 500 pers.

1

6110

Kantoren

50-250 pers.

4

6120

Kantoren

250-500 pers.

3

6130

Kantoren

> 500 pers.

1

7110

Hotel

10-50 pers.

2

7120

Hotel

> 50 pers.

1

7210

Pension/Nachtverblijf

10-50 pers.

2

7220

Pension/Nachtverblijf

> 50 pers.

1

7310

Dagverblijf (kinderen / gehandicapten)

10-50 pers.

3

7320

Dagverblijf (kinderen / gehandicapten)

> 50 pers.

2

8100

School (l.l < 12 jaar)

> 10 pers.

2

8210

School (l.l. > 12 jaar)

50-250 pers.

3

8220

School (l.l. > 12 jaar)

250-500 pers.

2

8230

School (l.l. > 12 jaar)

> 500 pers.

1

9100

Gymzaal, studio (ballet bv.)

> 50 pers.

4

9210

Sporthal, stadion

50-250 pers.

3

9220

Sporthal, stadion

250-1000 pers.

2

9230

Sporthal, stadion

> 1000 pers.

1

9300

Zwembad

 

2

10110

Winkelgebouwen

50-250 pers.

4

10120

Winkelgebouwen

250-500 pers.

3

10130

Winkelgebouwen

500-1000 pers.

2

10140

Winkelgebouwen

> 1000 pers.

1

11100

Studio's (opname bv. TV)

 

2

11210

Stationsgebouwen

50-250 pers.

4

11220

Stationsgebouwen

250-500 pers.

2

11230

Stationsgebouwen

> 500 pers.

1

Bijlage D: Indeling milieubedrijven

Voor de uitvoering van milieutaken wordt gewerkt met een risicogerichte indeling van bedrijven. Voor taken die door de RUD Zeeland worden uitgevoerd, geldt onderstaande systematiek. In het systeem SquitXO zijn circa 8.700 inrichtingen opgenomen die tot het werkgebied van de RUD Zeeland behoren. Deze inrichtingen worden ingedeeld in vier risicocategorieën:

  • Hoog risico

  • Medium risico

  • Beperkt risico

  • Verwaarloosbaar risico

De risicocategorisering vormt de basis voor de toezichtstrategie van de RUD Zeeland. Bedrijven met een hoger risicoprofiel worden frequenter en intensiever gecontroleerd dan bedrijven met een lager risicoprofiel. Op deze wijze wordt de beschikbare toezichtcapaciteit risicogericht ingezet en wordt prioriteit gegeven aan situaties met de grootste potentiële impact op milieu en veiligheid. Deze systematiek ondersteunt daarmee een doelmatige en transparante inzet van toezicht en handhaving.

De indeling vindt plaats op basis van een risicoanalyse op brancheniveau en per milieuthema, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid. Per branche zijn scores toegekend voor de verschillende milieudoelen. De uiteindelijke risicocategorie bepaalt onder meer de controlefrequentie en het type toezichtinstrument dat wordt ingezet, zoals zelfcontrole, administratief toezicht of integrale controles.

Er wordt gewerkt met circa 38 brancheclusters. Voorbeelden hiervan zijn akkerbouw, op- en overslag van gevaarlijke stoffen, bouwnijverheid, het houden van dieren en raffinaderijen. Deze branches zijn samengesteld op basis van SBI-codes en groeperen bedrijven met vergelijkbare activiteiten. Zo omvat de branche motorvoertuigenhandel- en herstelinrichtingen onder meer garages, showrooms en autospuiterijen. De hoofdactiviteit van een bedrijf vormt steeds het uitgangspunt voor de indeling.

Het werken met brancheclusters maakt het mogelijk om op een consistente en uitvoerbare manier toezicht te plannen. Het individueel beoordelen van alle bedrijven binnen het werkgebied zou voor een meerjarige toezichtstrategie niet doelmatig zijn. De gehanteerde systematiek is gebaseerd op een methodische risicoanalyse en professionele afweging en is gericht op een zo logisch en werkbaar mogelijke indeling.

Voor de classificatie wordt aangesloten bij de systematiek die is ontwikkeld door DCMR Milieudienst Rijnmond. De belangrijkste voordelen hiervan zijn:

  • de methodiek is toepasbaar op zowel eenvoudige als complexe bedrijven;

  • elementen uit bestaande Zeeuwse werkwijzen zijn hierin opgenomen;

  • een uitgewerkte risicoanalyse is reeds beschikbaar.

Hieronder is de risico-indeling per branchecluster weergegeven:

Branchecluster

Risicocategorie

Aantal bedrijven

Afval(water)beheer

Medium

Akkerbouw

Beperkt

Autodemontagebedrijven

Medium

Bouwnijverheid

Beperkt

Chemie

Hoog

Chemische wasserijen

Medium

Droge bulk

Medium

Emplacementen (spoor)

Hoog

Energiebedrijven

Hoog

Energiedistributie en waterhuishouding

Beperkt

Glastuinbouw

Beperkt

Glasproductie en -bewerking

Medium

Grafische activiteiten

Beperkt

Groot- en detailhandel

Verwaarloosbaar

Horeca

Beperkt

Houden van dieren

Medium

Hout-/meubelindustrie

Beperkt

Industrie

Beperkt

Installaties

Beperkt

Metaalelectrobedrijven

Medium

Motorvoertuigenhandel en -herstelinrichtingen

Medium

Onderwijs

Verwaarloosbaar

Op- en overslag (tank)

Hoog

Op- en overslag gevaarlijke stoffen

Hoog

Overige dienstverlening

Beperkt

Overige op- en overslag

Beperkt

Raffinaderijen

Hoog

Rubber- en kunststofindustrie

Medium

Scheepswerven

Medium

Sport en recreatie

Beperkt

Tankstations

Hoog

Textielbedrijven

Beperkt

Vlees- en visverwerkende industrie

Beperkt

Voedingsmiddelenindustrie

Beperkt

Vuurwerk

Medium

Zorg

Beperkt

Windmolens

Beperkt

Propaantanks particulieren

Beperkt

Bijlage E: Indeling evenementen

Categorie

Kenmerken

Voorbeelden

  • A.

    Klein evenement

  • Duurt max. één dag, en

  • heeft geen versterkte muziek na 21.00 uur, en

  • heeft lokale uitstraling (o.a. wijk-/buurtfeest), en

  • er worden geen openbare wegen afgesloten, en

  • vormt uit milieu- of natuurbeschermingsoogpunt geen bezwaar en

  • zal (evt. op basis van ervaring ) niet leiden tot klachten.

Hieronder kunnen vallen o.a. intocht Sinterklaas, buurtfeestjes etc.

  • B.

    Middelgroot evenement

  • heeft bovenlokale uitstraling, of

  • versterkte muziek in avond- of nachtperiode, of

  • vergt nadere verkeersmaatregelen, of

  • enige hinder of overlast voor de omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, of

  • vergt advies en eventuele inzet van politie of brandweer, en

  • er kan doorgaans worden volstaan met standaardvoorschriften.

Tot deze categorie worden onder meer gerekend dorpsfeesten, braderieën.

  • C.

    Groot evenement

  • heeft (boven-)regionale uitstraling, of

  • zal naar verwachting extra hinder of overlast opleveren voor omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, of

  • er is een risico op aantasting openbare orde, evt. gelet op ervaringen uit het verleden, of

  • inzet politie, brandweer of GHOR is noodzakelijk.

Tot deze categorie worden onder meer gerekend de Kustmarathon Zeeland en een doortocht van de Tour de France

Bijlage F: Probleem- en risicoanalyse

Omgevingsrecht (Bouwen)

Categorie

Veilig

heid

Volks gezondheid

Kwaliteit v.d. leefomgeving

Imago

Gem. effect slecht naleefgedrag

Kans op slecht naleefgedrag

Prioriteits

score

Prioriteit

Handhaving Omgevingsrecht

Handhaving Wkb tijdens bouw (gebreken die door kwaliteitsborger worden gemeld)

1

1

1

1

1,0

1

1,0

Laag

Handhaving Wkb bij ingebruikname/gereedmelding

1

1

1

2

1,3

2

1,4

Laag

Handelen in strijd met Omgevingsplan/Strijdig gebruik

2,5

2,5

3,5

3,5

3,0

2

3,1

Hoog

Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken - strijdigheid met Bbl (Wkb)

3

3

2,5

2

2,6

1

2,6

Gemiddeld

Illegale bouw: aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging - voorzijde

1

1

3,5

3

2,1

2

2,2

Gemiddeld

Illegale bouw: aan-/uit-/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging - achterzijde

1

1

1

1

1,0

2

1,1

Laag

Illegale appartement, woningsplitsing en kamerbewoning

2

2

3,5

2

2,4

1

2,4

Gemiddeld

Illegale wijziging monument & beschermd stads- en dorpsgezicht

2

2

4

4

3,0

1

3,0

Hoog

Illegale bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's, schotels, reclame)

1

1

2

1

1,3

1

1,3

Laag

Handhaving illegaal slopen

3

2,5

1,5

2

2,3

2

2,4

Gemiddeld

APV & BW (Leefbaarheid)

Categorie

Veilig

heid

Volks gezondheid

Kwaliteit v.d. leefomgeving

Imago

Gem. effect slecht naleefgedrag

Kans op slecht naleefgedrag

Prioriteits

score

Prioriteit

APV - Vergunningen

Artikel 2:25 - Evenementenvergunning A

2,0

2,0

2,5

3,5

2,5

3

2,7

Gemiddeld

Artikel 2:25 - Evenementenvergunning B

2,0

2,0

2,5

3,5

2,5

2

2,6

Gemiddeld

Artikel 2:25 - Evenementenvergunning B+ (en C)

3,0

3,0

3,5

3,5

3,3

2

3,4

Hoog

Artikel 2:28 - Exploitatievergunning (horeca), incl. Bibob

1,5

2,5

3,0

2,0

2,3

2

2,4

Gemiddeld

Artikel 2:36 - Exploitatievergunning (bedrijf)

1,5

2,5

3,5

3,0

2,6

1

2,6

Gemiddeld

Artikel 5:13 - Collectevergunning

0,0

0,0

0,5

0,5

0,3

2

0,4

Laag

Artikel 5:18 - Standplaatsvergunning + snuffelmarkt

1,0

1,0

2,0

0,5

1,1

1

1,1

Laag

APV - ontheffingen/vrijstellingen/meldingen

Ontheffingen/vrijstellingen

1,0

1,0

2,0

1,0

1,3

2

0,1

Laag

Meldingsplichtige (kleine) evenementen

2,0

2,0

2,5

1,5

2,0

2

2,1

Gemiddeld

Bijzondere wetten

Alcoholwet - Artikel 3 - Vergunning horecabedrijf of slijtersbedrijf

1,5

3,0

3,0

2,5

2,5

2

2,6

Gemiddeld

Alcoholwet - Artikel 7 - Terrasvergunning bij winkel

1,5

1,5

3,0

1,0

1,8

2

1,9

Laag

Alcoholwet - Artikel 30 - Melding van wijziging inrichting/vergunning

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1

1,0

Laag

Alcoholwet - Artikel 30a - Melding wijziging leidinggevende (ambtelijke prioriteit)

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

3

2,2

Gemiddeld

Alcoholwet - Artikel 4 - Ontheffing paracommerciele horeca

2,0

2,5

1,5

1,0

1,8

3

2,0

Laag

Wet Bibob - Toetsing vergunningaanvraag (Vastgoed en Omgevingsrecht)

2,0

1,0

3,5

3,0

 

1

0,0

Laag

Wet op de Kansspelen - loterij/bingo

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1

1,0

Laag

Wet op de Kansspelen - aanwezigheidsvergunning

1,5

1,0

1,0

1,0

1,1

1

1,1

Laag

Ontheffing winkeltijden

1,0

1,0

2,0

3,0

1,8

1

1,8

Laag

Toezicht & Handhaving (APV & OOV)

Voorwerpen op de weg, hinderlijke beplanting

2,5

1,5

3,0

1,5

2,1

2

2,2

Gemiddeld

Dumping vuil/ afvalstoffenverordening

2,0

2,5

3,0

2,5

2,5

2

2,6

Gemiddeld

Digitaal opsporingsregister

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1

1,0

Laag

Jeugd

2,0

2,0

3,5

3,5

2,8

2

2,9

Gemiddeld

Verontreiniging honden

0,0

0,0

1,0

1,0

0,5

3

0,7

Laag

Kampeermiddelen

0,0

0,0

1,0

0,0

0,3

1

0,3

Laag

Betogingen/samenscholing/(demonstraties Nieuwe toevoeging)

3,0

1,5

3,0

3,0

2,6

2

2,7

Gemiddeld

Wrakken, aanhangers, campers, grote voertuigen

2,5

1,5

2,5

2,0

2,1

3

2,3

Gemiddeld

Wet mulder

1,0

1,0

3,5

2,5

2,0

3

2,2

Gemiddeld

Reclame

1,0

1,0

2,0

1,0

1,3

1

1,3

Laag

(gevaarlijke) Dieren

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

1

2,0

Gemiddeld

Drugsoverlast

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

2

3,1

Hoog

Horeca (overtredingen Alcohol leeftijdscheck)

2,0

3,0

2,0

3,5

2,6

3

2,8

Gemiddeld

Horeca (overtredingen overig)

2,0

2,0

2,0

2,5

2,1

1

2,1

Gemiddeld

Vuurwerk overlast

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2

2,1

Gemiddeld