Regeling vervalt per 01-10-2029

Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2027 - 2028

Geldend van 29-05-2026 t/m 30-09-2029 met terugwerkende kracht vanaf 01-05-2026

Intitulé

Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2027 - 2028

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen,

gelet op artikel(en) 2 en 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2025;

b e s l u i t :

vast te stellen de

Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2027 - 2028

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    activiteitenprogramma: een samenhangend geheel van activiteiten die passen binnen een van de toepassingsgebieden vermeld in deze regeling en die in overwegende mate ten goede komen aan inwoners van de gemeente en als zodanig aangekondigd worden;

  • b.

    amateurkunst: een activiteitenprogramma waarbij het maken van kunst door individuele personen of groepen op een niet-professioneel niveau centraal staat;

  • c.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen;

  • d.

    basisorganisatie: Theater en Congrescentrum Hanzehof, Centrum voor de Kunsten Muzehof, Bibliotheek Berkel & IJssel, De Musea Zutphen, Filmhuis Luxor en Dat Bolwerck;

  • e.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • f.

    boekjaar: een boekjaar wordt gelijkgesteld aan een kalenderjaar;

  • g.

    culturele festivals en evenementen: een- of meerdaags evenement of festival, overwegend cultureel van aard en karakter, met een diverse programmering;

  • h.

    culturele organisatie: een rechtspersoon die culturele activiteiten organiseert voor de inwoners en bezoekers van de gemeente Zutphen;

  • i.

    Cultuurnota 2025-2028: de Cultuurnota 2025-2028 ‘Zutphen als inspiratie voor makers en verhalen’;

  • j.

    gemeente: gemeente Zutphen;

  • k.

    meerjarig cultuurinitiatief: een door een culturele organisatie uitgevoerd activiteitenprogramma dat:

    • i.

      voor ten minste twee aaneengesloten kalenderjaren uitgevoerd wordt voor inwoners en bezoekers van de gemeente;

    • ii.

      zichtbaar bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen, zoals vermeld in de Cultuurnota 2025-2028;

    • iii.

      verankerd is in een meerjarenplan met een inhoudelijke visie, planning, begroting en een toelichting op continuïteit;

    • iv.

      actieve dan wel passieve deelname stimuleert van inwoners en bezoekers; duurzame lokale samenwerking bevordert met andere culturele of maatschappelijke partners, en

    • v.

      een aantoonbare meerwaarde heeft voor het culturele aanbod in de gemeente;

  • l.

    subsidie: tweejarige subsidie voor de periode 1 januari 2027 - 31 december 2028 waarbij per jaar een bedrag wordt verstrekt;

  • m.

    talentontwikkeling: een activiteitenprogramma dat uit de volgende fasen bestaat:

    • i.

      oriëntatie

    • ii.

      educatie;

    • iii.

      productie;

    • iv.

      presentatie;

  • n.

    rangschikking: volgorde waarin de subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de wegingscriteria in deze regeling;

  • o.

    toepassingsgebied: activiteiten die passen binnen de omschrijving:

    • i.

      amateurkunst;

    • ii.

      culturele festivals en evenementen, of

    • iii.

      talentontwikkeling.

Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling

  • 1. Subsidie op grond van deze regeling kan enkel worden verstrekt voor meerjarige cultuurinitiatieven activiteiten(programma’s) binnen het toepassingsgebied, uitgevoerd door een culturele organisatie zonder winstoogmerk, die een bijdrage leveren aan de doelstellingen, zoals deze ook zijn neergelegd in de Cultuurnota 2025-2028:

    • a.

      in de gemeente is een divers en uitnodigend cultureel aanbod vanzelfsprekend onderdeel van de samenleving;

    • b.

      klassieke muziek en erfgoed inspireren makers en verhalenvertellers;

    • c.

      de gemeente wil een stad van makers zijn;

    • d.

      we maken ruimte voor maakplekken en podia;

    • e.

      we zetten in op experiment en vernieuwing.

  • 2. Het activiteitenprogramma is van betekenis voor de gemeente en aantrekkelijk voor inwoners én voor bezoekers van buiten de gemeente.

  • 3. Subsidie voor een meerjarig cultuurinitiatief, waarbij de culturele organisatie niet (statutair) is gevestigd in de gemeente wordt, als aan het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt voldaan, uitsluitend verstrekt, als:

    • a.

      het initiatief niet door een in de gemeente gevestigde organisatie kan worden uitgevoerd wegens gebrek aan passende expertise, capaciteit of positionering, of

    • b.

      het initiatief van uitzonderlijk regionaal/ landelijk belang is voor de gemeente, blijkend uit een aantoonbare bovenlokale impact op het culturele aanbod, regionale samenwerking, of publieksbereik.

Artikel 3 Algemene beoordelingscriteria

Het college beoordeelt alle aanvragen op basis van de volgende algemene beoordelingscriteria:

  • a.

    artistieke/ inhoudelijke kwaliteit: bewezen artistieke visie en vakmanschap;

  • b.

    maatschappelijke waarde: meerwaarde van de activiteiten voor de gemeente, waarbij onder meer, maar niet alleen wordt beoordeeld de mate van toegankelijkheid en spreiding van activiteiten en samenwerking met organisaties buiten de cultuursector;

  • c.

    ondernemende waarde: een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen.

Artikel 4 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria amateurkunst

  • 1. Een aanvrager komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze kan aantonen dat het aantal leden passend is bij de vorm en vitaliteit van de vereniging.

  • 2. Er wordt alleen subsidie verstrekt voor jaarlijks terugkerende concerten/ activiteiten die niet uitsluitend bedoeld zijn voor de eigen leden.

  • 3. Als het activiteitenprogramma aanbod van een amateurkunstvereniging en/ of -instelling betreft, wordt beoordeeld of de aanvraag een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een aanvraag hoger scoort naar mate:

    • a.

      de aanvrager een duidelijke visie heeft op de toekomstbestendigheid van de amateurkunstvereniging en/ of -instelling en aanpak hoe daarin te ontwikkelen;

    • b.

      de mate waarin het activiteitenprogramma uitnodigend is voor inwoners én bezoekers om er aan deel te nemen.

Artikel 5 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria culturele festivals en evenementen

  • 1. Als het activiteitenprogramma een cultureel festival of evenement betreft, wordt beoordeeld of het activiteitenprogramma een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een activiteitenprogramma hoger scoort naar mate:

    • a.

      er een duidelijke samenhang is tussen de activiteiten in het (een- of meerdaagse) festival programma;

    • b.

      er ruimte is voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma;

    • c.

      het activiteitenprogramma een regionale/ internationale uitstraling heeft;

    • d.

      het bijdraagt aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling;

    • e.

      één of meer onderdelen aantrekkelijk zijn voor jongeren om er actief dan wel passief aan deel te nemen;

    • f.

      het activiteitenprogramma op verschillende plekken in de gemeente plaatsvindt;

    • g.

      het activiteitenprogramma toegankelijk en zichtbaar is.

  • 2. Binnen dit toepassingsgebied kan er ook subsidie worden verstrekt voor een jaarlijks concertprogramma. Bij de beoordeling wordt in dat geval gelet op de mate waarin de activiteiten een aantrekkelijk (jaar)concertprogramma vormen, waarbij er verrassende samenwerkingen binnen en buiten de cultuur worden aangegaan en er verrassende muzikale combinaties zijn waarin ook ruimte is voor experiment en vernieuwd aanbod.

Artikel 6 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria talentontwikkeling

Als het activiteitenprogramma bijdraagt aan talentontwikkeling, wordt beoordeeld of het activiteitenprogramma een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een activiteitenprogramma hoger scoort naar mate:

  • a.

    het activiteitenprogramma een doorlopende leerlijn is die bijdraagt aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling op het gebied van culturele talentontwikkeling op een specifieke kunstdiscipline;

  • b.

    het aantrekkelijk is voor jongeren om er aan deel te nemen;

  • c.

    ruimte biedt aan makers;

  • d.

    er ruimte is voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma;

  • e.

    de mate waarin het activiteitenprogramma activiteiten bevat voor inwoners van Zutphen om er actief/ passief aan deel te nemen.

Artikel 7 Aanvraag om subsidieverlening

  • 1. Een aanvraag om subsidie voor de jaren 2027 én 2028 moet met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.

  • 2. Een aanvraag om subsidie moet worden ingediend uiterlijk op 1 augustus 2026.

  • 3. Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag om subsidie aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvulling op de aanvraag om subsidie is ontvangen.

  • 4. Een aanvraag om subsidie die niet binnen de gestelde termijn is ingediend en/ of aangevuld, wordt buiten behandeling gelaten.

  • 5. Het activiteitenplan moet voor het jaar 2027 concreet én uitgewerkt zijn; voor het jaar 2028 mag het activiteitenplan globaal uitgewerkt zijn. Uiterlijk op 1 augustus 2027 moet de aanvrager een uitgewerkte en concrete nadere invulling van het activiteitenprogramma voor het jaar 2028 aanleveren.

Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening, moet de aanvrager bij een aanvraag om subsidie de volgende gegevens overleggen:

    • a.

      een concreet activiteitenprogramma voor het jaar 2027;

    • b.

      een globaal uitgewerkt activiteitenprogramma voor het jaar 2028:

    • c.

      een meerjarenbegroting en het meerjarig dekkingsplan voor het jaar 2027 en het jaar 2028.

  • 2. Als een aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, moet hij bij de aanvraag om subsidie een exemplaar of een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel en een recent bankafschrift indienen.

Artikel 9 Subsidieplafond

  • 1. Het college kan een jaarlijks subsidieplafond vaststellen.

  • 2. Het college kan, binnen het in het eerste lid bepaalde jaarlijkse subsidieplafond, jaarlijks subsidiedeelplafonds vaststellen en per jaarlijks subsidiedeelplafond specifieke regels stellen voor het verdelen van de subsidie.

Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling

  • 1. Het college beoordeelt alle aanvragen integraal en in relatie tot elkaar en komt daarbij tot een afgewogen verdeling naargelang het activiteitenprogramma kwalificeert binnen één van de toepassingsgebieden.

  • 2. Als het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie verstrekt via de systematiek van rangschikking: per compleet ingediende aanvraag worden punten toegekend op grond van de artikelen 3 tot en met 6. De op basis van deze puntentoekenning als hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst voor subsidieverstrekking in aanmerking, gevolgd door de daaropvolgende aanvraag, enzovoorts.

  • 3. Als het tweede lid van toepassing is, worden de ingediende aanvragen als eerste beoordeeld op grond van de in artikel 3 neergelegde algemene criteria, op basis waarvan een maximum van in totaal 30 punten behaald kan worden. Vervolgens worden de aanvragen beoordeeld op grond van de in artikel 4, 5 respectievelijk 6 neergelegde specifieke criteria, op basis waarvan een maximum van in totaal 70 punten behaald kan worden.

  • 4. De verdeling van de 30 punten, als bedoeld in het derde lid, is als volgt:

    • a.

      artistieke/ inhoudelijke kwaliteit: bewezen artistieke visie en vakmanschap: maximaal 10 punten;

    • b.

      maatschappelijke waarde: meerwaarde van de activiteiten voor de gemeente, waarbij onder meer, maar niet alleen wordt beoordeeld de mate van toegankelijkheid en spreiding van activiteiten en samenwerking met organisaties buiten de cultuursector: maximaal 10 punten;

    • c.

      ondernemende waarde: een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen: maximaal 10 punten.

  • 5. De verdeling van de 70 punten, als bedoeld in het derde lid, is als volgt:

    • a.

      binnen het toepassingsgebied amateurkunst:

      • i.

        de aanvrager heeft een duidelijke visie op de toekomstbestendigheid van de amateurkunstvereniging en/ of -instelling en aanpak hoe daarin te ontwikkelen: maximaal 35 punten;

      • ii.

        de mate waarin het activiteitenprogramma uitnodigend is voor inwoners én bezoekers om er aan deel te nemen: maximaal 35 punten.

    • b.

      binnen het toepassingsgebied culturele festivals en evenementen:

      • i.

        er is een duidelijke samenhang tussen de activiteiten in het (een- of meerdaagse) festival programma: maximaal 10 punten;

      • ii.

        er is ruimte voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma: maximaal 10 punten;

      • iii.

        het activiteitenprogramma heeft een regionale/ internationale uitstraling: maximaal 10 punten;

      • iv.

        het draagt bij aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling: maximaal 10 punten;

      • v.

        één of meer onderdelen zijn aantrekkelijk voor jongeren om er actief dan wel passief aan deel te nemen: maximaal 10 punten;

      • vi.

        het activiteitenprogramma vindt op verschillende plekken in de gemeente plaats: maximaal 10 punten;

      • vii.

        het activiteitenprogramma toegankelijk en zichtbaar is: maximaal 10 punten.

    • c.

      als het initiatief een jaarlijks concertprogramma betreft, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid:

      • i.

        de mate waarin de activiteiten een aantrekkelijk (jaar)concertprogramma vormen: maximaal 20 punten;

      • ii.

        waarbij er verrassende samenwerkingen binnen en buiten de cultuur worden aangegaan: maximaal 20 punten, en

      • iii.

        er verrassende muzikale combinaties zijn waarin ook ruimte is voor experiment en vernieuwd aanbod: maximaal 30 punten.

    • d.

      binnen het toepassingsgebied talentontwikkeling:

      • i.

        het activiteitenprogramma is een doorlopende leerlijn die bijdraagt aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling op het gebied van culturele talentontwikkeling op een specifieke kunstdiscipline: maximaal 20 punten;

      • ii.

        het is aantrekkelijk voor jongeren om er aan deel te nemen: maximaal 20 punten;

      • iii.

        biedt ruimte aan makers: maximaal 10 punten;

      • iv.

        er is ruimte voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma: maximaal 10 punten;

      • v.

        de mate waarin het activiteitenprogramma zich richt op één of meer niveaus van talentontwikkeling: van amateur tot toptalent: maximaal 10 punten.

  • 6. Bij gelijke beoordeling weegt de beoordeling op grond van de algemene criteria, zoals uitgevoerd op grond van het vierde lid, het zwaarst. Als de beoordeling dan nog steeds gelijk is, is de beoordeling op grond van de respectievelijke specifieke criteria per toepassingsgebied, zoals uitgevoerd op grond van het vijfde lid, doorslaggevend.

  • 7. Als toepassing van het derde tot en met het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door welke aanvraag als eerste compleet is ingediend, gevolgd door de daaropvolgende aanvraag, enzovoorts.

  • 8. Bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag houdt het college rekening met:

    • a.

      de mate waarin het activiteitenprogramma een wezenlijke bijdrage levert aan de doelstellingen van de Cultuurnota 2025-2028;

    • b.

      de hoogte van de eigen financiële bijdrage van de aanvrager;

    • c.

      de mate waarin medefinanciering door derden plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Artikel 11 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten

  • 1. Subsidiabel zijn die kosten die verband houden met het uitvoeren van het activiteitenprogramma waaronder huur en afschrijvingskosten van materialen en apparatuur en personeelskosten. Het betreffen die kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden.

  • 2. Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      kosten in relatie tot het opstellen van de aanvraag;

    • b.

      kosten voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;

    • c.

      consumptieve en/ of verblijfskosten;

    • d.

      alle kosten waarvoor de aanvrager gebruik kan maken van bestaande rijks-, provinciale of gemeentelijke subsidieverordeningen of -regelingen;

    • e.

      onvoorziene uitgaven (post onvoorzien);

    • f.

      gemeentelijke leges;

    • g.

      kosten waarbij personeel/ zzp’ers volledig fair pay worden vergoed.

  • 3. In de aanvraag om subsidie moet de aanvrager aangeven wat hij heeft gedaan om financiële ondersteuning te verwerven, anders dan eventueel te verkrijgen subsidie van de gemeente.

  • 4. De begroting moet reëel en sluitend zijn en bestaan uit kosten die noodzakelijk zijn om het activiteitenprogramma te laten slagen.

Artikel 12 Beslistermijn aanvraag om subsidieverlening

  • 1. Het college beslist uiterlijk 1 oktober 2026 op een aanvraag om subsidieverlening.

  • 2. Het college kan de beslissing eenmaal met ten hoogste 6 weken verdagen.

Artikel 13 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening weigert het college de subsidie in ieder geval, als:

  • a.

    de subsidie wordt aangevraagd door een basisorganisatie;

  • b.

    de subsidie wordt aangevraagd door een organisatie die al een subsidie van de gemeente ontvangt;

  • c.

    niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling;

  • d.

    de subsidie bestemd is voor activiteiten met een winstoogmerk;

  • e.

    de subsidie bestemd is voor producten die commercieel verhandelbaar zijn, specifiek de uitgave van boeken, beeld- en geluidsdragers;

  • f.

    de subsidie bestemd is voor activiteiten als oprichting, beheer en onderhoud van gedenktekens of monumenten, archeologische opgravingen, herdenkingsplechtigheden of jubilea die niet openbaar toegankelijk zijn, de Sinterklaasintocht, Koningsdag, de 4 mei-herdenking, Bevrijdingsdag, fondsenwerving, braderieën en circussen;

  • g.

    de subsidie bestemd is voor activiteiten in het kader van een opleiding;

  • h.

    het activiteitenprogramma ook zonder subsidie op grond van deze regeling plaats kan vinden;

  • i.

    het activiteitenprogramma een overwegend religieus of politiek karakter heeft;

  • j.

    voor het activiteitenprogramma door de gemeente al subsidie wordt verstrekt;

  • k.

    voor het activiteitenprogramma binnen de gemeente al voldoende aanbod aanwezig is;

  • l.

    het activiteitenprogramma niet in de gemeente georganiseerd wordt.

Artikel 14 Subsidieverleningsbeschikking en uitbetaling subsidie

  • 1. In de subsidieverleningsbeschikking wordt op basis van het door de aanvrager ingediende activiteiten- en begrotingsplan vermeld op welk bedrag de subsidieontvanger voor elk jaar recht heeft.

  • 2. De uitbetaling van de voor dat jaar verstrekte maximale subsidie vindt plaats in januari van het betreffende subsidiejaar.

Artikel 15 Verantwoording, aanvraag om subsidievaststelling

  • 1. Bij een subsidie hoger dan € 50.000 per jaar moet uiterlijk 1 mei 2027 een tussentijdse schriftelijke verantwoording bij het college worden ingediend.

  • 2. Een aanvraag om subsidievaststelling moet met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.

  • 3. Een aanvraag om subsidievaststelling moet worden ingediend uiterlijk op 1 mei 2029. Bij deze aanvraag moet de gehele subsidieperiode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028 worden verantwoord.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 19, tweede lid en artikel 20, tweede lid van de Algemene subsidieverordening, bevat de aanvraag tot vaststelling:

    • i.

      een inhoudelijk verslag over de jaren 2027 en 2028, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • ii.

      een overzicht van gemaakte en betaalde kostenposten, afgezet tegen de posten van de oorspronkelijke subsidiabele kostenbegroting over de jaren 2027 en 2028;

    • iii.

      een overzicht van de financiering van de kosten;

    • iv.

      bij een subsidie van meer dan € 100.000: een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

Artikel 16 Beslistermijn aanvraag om subsidievaststelling

  • 1. Het college beslist uiterlijk binnen 13 weken op een aanvraag om subsidievaststelling.

  • 2. Het college kan de beslissing eenmaal met ten hoogste 6 weken verdagen.

Artikel 17 Tijdelijke regeling

Deze regeling geldt vanaf 1 mei 2026 tot en met 30 september 2029.

Artikel 18 Hardheidsclausule

Het college kan één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van culturele activiteiten en het bevorderen van het culturele klimaat in Zutphen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 20 Overgangsrecht

Op een beschikking die, respectievelijk bezwaarschrift dat, vóór het tijdstip van uitwerkingtreding van deze regeling is gegeven, respectievelijk ingediend, blijft deze regeling van toepassing.

Artikel 21 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2027 - 2028.

Ondertekening

Aldus besloten op 19 mei 2026.

Het college van burgemeester en wethouders,

De burgemeester,

de secretaris,

Toelichting

Algemene toelichting

Het gemeentebestuur ondersteunt het culturele veld op drie manieren:

  • 1.

    via de basisorganisaties;

  • 2.

    via meerjarige cultuurinitiatieven, en

  • 3.

    via incidentele initiatieven.

Voor de laatste groep is de Subsidieregeling incidentele cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2024 van toepassing. Voor de middelste groep is deze subsidieregeling vastgesteld. Met deze regeling wil het college jaarlijks terugkerende culturele activiteiten in de gemeente stimuleren die ook van belang zijn voor het culturele klimaat van de gemeente. In de Cultuurnota 2025-2028 is het als volgt verwoord:

“Naast deze sterke basis kennen we een aantal meerjarige programma’s die inzetten op vernieuwing, educatie en verbinding. Talentontwikkeling en beleving staan hierbij centraal. Denk bijvoorbeeld aan amateurgezelschappen en muziekverenigingen. Deze organisaties zorgen voor festivals, terugkerende evenementen en opleidingstrajecten. Ze bieden plekken aan jongeren en jonge inwoners om creatief bezig te zijn. Daarnaast vinden we het belangrijk dat het aanbod blijft aansluiten op de behoeften van alle inwoners. Daarom ondersteunen we ook incidentele initiatieven en projecten van inwoners, verenigingen en makers uit de Zutphense samenleving. Dit alles zorgt voor een sterke basis en een levendig geheel. Een manier om samen verhalen te vertellen en te maken.”

Kern van deze subsidieregeling is een transparant afwegingskader met een verdeling van de beschikbare geldmiddelen voor jaarlijks terugkerende culturele activiteiten in Zutphen, voor de periode 2027-2028. Met deze regeling worden aanvragers uitgedaagd initiatieven te ontwikkelen die inspelen op de behoeften en ontwikkelingen in de gemeente en de ambities verwoord die vastgelegd zijn in de Cultuurnota 2025-2028. Met deze tijdelijke regeling beogen we dat initiatiefnemers activiteitenprogramma’s in 2027 en 2028 gaan uitvoeren die meerdere achtereenvolgende jaren verder ontwikkeld kunnen worden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de in deze regeling gehanteerde begrippen omschreven. Dit artikel spreekt voor zich. De onderdelen a. en g. behoeven evenwel nadere toelichting.

Onderdeel a.: het activiteitenprogramma bevat de activiteiten die in een boekjaar georganiseerd worden.

Onderdeel g.: bij een festival wordt gedacht aan een activiteit die gericht is op muziek, film, beeldende kunst, literatuur, dans of theater.

Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 3 Algemene beoordelingscriteria

Onder a. is artistieke kwaliteit het criterium. Het betreft hier ook de artistieke visie op de activiteiten die een inclusief en herkenbaar signatuur voor deelnemers hebben. Bij vakmanschap wordt bedoeld en gevraagd naar de vaardigheid van de organisatoren om de activiteiten uit te voeren.

Onder b. is maatschappelijke meerwaarde het criterium. Onder meerwaarde voor de gemeente wordt verstaan, de relevantie en aantrekkelijkheid voor inwoners en bezoekers van de gemeente. Daarnaast moet de activiteit aansluiten op de behoefte vanuit de gemeente. Bij de mate van toegankelijkheid wordt gerefereerd aan de doelstelling dat iedereen in de gemeente cultuur moet kunnen meemaken. Uit de aanvraag moet blijken dat financiële dan wel fysieke drempels zoveel mogelijk worden beslecht.

Met de mate van spreiding van activiteiten wordt bedoeld dat er duidelijke keuzes wordt gemaakt waar activiteiten plaatsvinden en dat daarin diverse locaties in de gemeente worden benut: bijvoorbeeld kerken en of buurt- en wijkcentra. Hierbij wordt ook gekeken of er geschikte locaties zijn in de wijken van de gemeente om de activiteiten uit te voeren.

Met de mate van samenwerking buiten de cultuursector wordt bijvoorbeeld gedacht aan welzijnsorganisaties, zodat cultuur een bredere impact heeft dan alleen in de cultuur.

Onder c. is ondernemende waarde het criterium. Het gaat hierbij om een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen. De begroting moet reëel en sluitend zijn en bestaan uit kosten die noodzakelijk zijn om het activiteitenprogramma te laten slagen. Ook moet aangegeven worden hoe het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het te verwachte resultaat (bereik/ activiteiten). Het feit hoe financieel wendbaar de organisatie is bij tegenslagen is daarnaast van belang. En daarin is ook belangrijk de mate waarin de organisatie afhankelijk is van gemeentelijke subsidie vergeleken met andere inkomsten. Daarom moet de aanvrager in de aanvraag om subsidie aangeven wat hij heeft gedaan om financiële ondersteuning te verwerven, anders dan eventueel te verkrijgen subsidie van de gemeente.

Voor wat betreft de promotie-inspanningen wordt gekeken naar hoeveel media de organisatie bereikt. Daarnaast wordt gelet op het bedrag dat begroot wordt voor promotie-inspanningen.

Artikel 4 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria amateurkunst

In het derde lid, onder a. wordt gevraagd naar een visie op toekomstbestendigheid. De aanvrager wordt gevraagd om in de aanvraag te beschrijven wat de grootste uitdagingen voor de vereniging of instelling zijn. En daarnaast ook hoe de aanvrager deze uitdagingen wil aanpakken. Uitdagingen zijn bijvoorbeeld het op peil houden van het ledenaantal of zichtbaarheid van de activiteiten van de vereniging of instelling.

Artikel 5 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria culturele festivals en evenementen

In het eerste lid, onder g. wordt bij toegankelijkheid gelet op de doelstelling dat iedereen in principe kunst en cultuur kan meemaken. Het kan dus bijvoorbeeld gaan om het beslechten van fysieke/ financiële drempels om deel te nemen. Bij zichtbaarheid wordt gelet op de inspanningen van de aanvrager om de activiteiten op een juiste en verrassende wijze onder de aandacht te brengen van inwoners en bezoekers. Bijvoorbeeld door pop-up iets te organiseren (mits er een vergunning voor is verleend). Het gaat om het feit dat inwoners en bezoekers ervaren dat er iets bijzonders in de gemeente plaatsvindt.

In het tweede lid wordt ook mogelijk gemaakt dat subsidie aangevraagd kan worden voor een jaarlijks concertprogramma. Verder wordt in dit lid duidelijk gemaakt waar de aanvragen in dat geval (ook) op getoetst worden.

Artikel 6 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria talentontwikkeling

Met dit artikel worden organisaties uitgenodigd die gericht zijn op talentontwikkeling van (jonge) muzikanten. Of organisaties die jonge acteurs begeleiden/ theatervoorstellingen maken.

Artikel 7 Aanvraag om subsidieverlening

Het aanvraagformulier is te vinden op de website van de gemeente.

In het vijfde lid wordt aangegeven dat het activiteitenplan voor 2028 globaal mag zijn. In de initiële subsidie aanvraag moet minimaal aangegeven zijn welke activiteiten voor 2028 gepland zijn, in welke maand gepland, en wat het karakter van de activiteit is (bijvoorbeeld een concert of voorstelling). In de aanvulling die wordt ingediend uiterlijk 1 augustus 2027 moeten deze gegevens wel bekend zijn. Bijvoorbeeld wie gaat optreden, op welke datum, met welke samenwerkingspartners enzovoorts.

Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens

In het eerste lid wordt bepaald welke gegevens de aanvrager moet indienen bij de subsidie aanvraag.

Onderdeel a: een concreet activiteitenprogramma voor het jaar 2027;

Een concreet activiteitenplan bevat minimaal:

  • een duidelijke omschrijving van de activiteiten (wat, waar, voor wie, wanneer en hoe);

  • een overzicht van relevante samenwerkingspartners;

  • de beoogde resultaten of opbrengsten en hoe deze bijdragen aan de doelstellingen;

  • op welke wijze de activiteiten onder de aandacht worden gebracht;

Onderdeel b: een globaal uitgewerkt activiteitenprogramma voor het jaar 2028:

Een globaal uitgewerkt activiteitenplan bevat minimaal:

  • een globale beschrijving van activiteiten waarbij details zoals exacte data, locaties en partners kunnen ontbreken;

  • de beoogde resultaten of opbrengsten en hoe deze bijdragen aan de doelstellingen;

Artikel 9 Subsidieplafond

In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat het college een jaarlijks subsidieplafond vast kan stellen. Op grond van het tweede lid kunnen er ook jaarlijkse deelplafonds worden vastgesteld, met hun eigen regels qua verdeling eventueel aanvullend op de rangschikking.

Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling

In dit artikel is bepaald waarmee het college rekening houdt bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag. Als het college een subsidieplafond heeft ingesteld en het totaalbedrag van de ingediende subsidiabele aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, komen de aanvragen die als beste zijn beoordeeld als eerste voor subsidie in aanmerking. Dit is bepaald in het tweede lid van dit artikel.

In het derde lid is aangegeven dat voor de algemene beoordelingscriteria maximaal 30 punten kan worden gescoord, met daarin opgenomen de verdeling van deze punten. In het derde lid is ook aangegeven dat voor de specifieke subsidiecriteria maximaal 70 punten kan worden gescoord, met daarin opgenomen de verdeling van deze punten.

In het vierde tot en met zevende lid is de wijze van beoordeling/ verdeling verder uitgewerkt. Deze leden en het achtste lid behoeven geen nadere toelichting. Met uitzondering van het zevende lid: als aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen, zoals is bepaald in het zevende lid, dan wordt de ontvangst bepaald door het tijdstip van ontvangst (op die dag).

Artikel 11 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten

In dit artikel is aangegeven welke kosten subsidiabel zijn (eerste lid) en welke kosten niet subsidiabel zijn (tweede lid).

Het tweede lid, onder b. betreft bijvoorbeeld het kopen van een televisie, koelkast, bankstel, computer of fiets (duurzame gebruiksgoederen).

Het tweede lid, onder c. betreft bijvoorbeeld kosten voor eten en drinken van deelnemers of borrels. Deze en bijvoorbeeld kosten voor verblijf in een hotel zijn voor eigen rekening.

Het tweede lid, onder g. betreft het uitgangspunt dat de gemeente onvoldoende financiële middelen heeft om te verlangen van aanvragers dat zij volledig fair pay toepassen. Dat kan namelijk consequenties hebben voor hun activiteitenniveau. Daarom wordt de aanvrager gevraagd daarin zelf keuzes te maken en deze keuzes toe te lichten in de aanvraag om subsidie.

Artikel 12 Beslistermijn aanvraag om subsidieverlening

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 13 Weigeringsgronden

In dit artikel zijn de weigeringsgronden neergelegd. Naast de weigeringsgronden, zoals die in artikel 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening zijn opgenomen, staan in dit artikel weigeringsgronden vermeld. Het college weigert de subsidie in ieder geval als één of meer van deze weigeringsgronden zich voordoen.

Artikel 14 Subsidieverleningsbeschikking en uitbetaling subsidie

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 15 Verantwoording, aanvraag om subsidievaststelling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 16 Beslistermijn aanvraag om subsidievaststelling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 17 Tijdelijke regeling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 18 Hardheidsclausule

Op grond van dit artikel kan het college één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van culturele activiteiten en het bevorderen van het culturele klimaat leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Dit kan echter alleen in die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van de regeling. Wordt een geval onder de hardheidsclausule gebracht, dan heeft dit tot gevolg dat de regeling op dit punt moet worden aangepast. Het geval is immers voorzienbaar geworden.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 20 Overgangsrecht

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 21 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.