Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762094
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762094/1
Regeling vervalt per 01-01-2037
Aanwijzing Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) inzake de basisvoorziening voor 40-45 beschutte werkplekken als activerings-, vangnet- en terugvalfunctie
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027 t/m 31-12-2036
Intitulé
Aanwijzing Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) inzake de basisvoorziening voor 40-45 beschutte werkplekken als activerings-, vangnet- en terugvalfunctieHet College van burgemeester en wethouders van gemeente Wageningen maakt bekend dat zij in haar vergadering van 12 mei 2026 het volgende besluit hebben genomen: de basisvoorziening voor 40-45 beschutte werkplekken als activerings-, vangnet- en terugvalfunctie voor de periode van 1 januari 2027 tot 1 januari 2037 aan te wijzen als dienst van algemeen belang (DAEB) in de zin van
- -
artikel 14 juncto art. 93, 106 en 107 VWEU
- -
artikel 12, vierde lid, Richtlijn 2014/24/EU
en deze dienst te beleggen bij IW4.
Europese mededingingsregels zijn van toepassing
De uitvoering van beschut werk kwalificeert als een economische activiteit in de zin van het Europese mededingingsrecht, aangezien sprake is van het organiseren van werk en begeleiding binnen een gestructureerde werkomgeving. Voor deze uitvoering stelt de gemeente Wageningen financiële middelen beschikbaar aan de uitvoeringsorganisatie. Deze middelen worden aangemerkt als staatsmiddelen en vallen daarmee onder de Europese staatssteunregels.
Om deze compensatie rechtmatig te kunnen verstrekken, is het noodzakelijk om de basisvoorziening beschut werk aan te wijzen als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Met deze aanwijzing wordt geborgd dat de financiering past binnen de geldende Europese kaders en dat de gemeente deze voorziening op een juridisch houdbare en transparante wijze kan organiseren.
Nadere toelichting
De gemeente Wageningen kiest ervoor om de basisvoorziening beschut werk aan te wijzen als dienst van algemeen economisch belang (DAEB), om deze structurele publieke taak op een juridisch houdbare en toekomstbestendige wijze te borgen. Het betreft een voorziening voor inwoners die (nog) niet bij reguliere werkgevers kunnen participeren en voor wie een passende werkplek met intensieve begeleiding noodzakelijk is.
De gemeente blijft inzetten op plaatsing bij reguliere werkgevers waar dat mogelijk is. Tegelijkertijd is voor een deel van de doelgroep een stabiele, beschermde werkomgeving nodig, waarin ontwikkeling en duurzame participatie centraal staan. De markt voorziet niet structureel in deze behoefte. Met de inzet van een DAEB wordt daarom voorzien in een noodzakelijke aanvulling: een basisvoorziening die fungeert als vangnet en terugvaloptie.
Door deze voorziening als DAEB aan te wijzen, kan de gemeente langdurige afspraken maken met een publieke uitvoeringspartner, zonder aanbestedingsplicht en binnen de geldende Europese staatssteunkaders. Dit maakt het mogelijk om te sturen op kwaliteit, continuïteit en doelmatigheid, en tegelijkertijd de uitgangspunten van het programmaplan “Goed Werk” te realiseren.
Cumulatieve stappen Altmark criteria
Bij de voorgenomen aanwijzing van de basisvoorziening beschut werk als dienst van algemeen economisch belang (DAEB) moet worden getoetst aan de vier criteria uit het Altmark-arrest.
1. Duidelijke toewijzing van de publieke taak (Art. 106).
Aan deze eis wordt voldaan. In de eerste plaats is sprake van een duidelijk omschreven publieke dienstverplichting. Het gaat om een expliciet en afgebakende taak; het realiseren en structureel in stand houden van een basisvoorziening voor circa 40 tot 45 beschutte werkplekken. Deze voorziening heeft een heldere functie als activeringsplek, vangnet en terugvaloptie voor inwoners die (nog) niet bij reguliere werkgevers kunnen participeren.
De doelgroep, de aard van de werkzaamheden en het beoogde maatschappelijke effect – duurzame participatie met passende begeleiding – zijn concreet bepaald en beleidsmatig verankerd in het programmaplan “Goed Werk”. Hiermee is de inhoud en reikwijdte van de DAEB ondubbelzinnig vastgesteld.
2. De parameters voor compensatie moeten vooraf objectief en transparant zijn vastgesteld.
De jaarlijkse vergoeding aan IW4 wordt gebaseerd op de reële kosten van begeleiding en uitvoering, uitgaande van een stabiel aantal van circa 40 tot 45 medewerkers. Deze kosten, geraamd op circa €380.000 per jaar (prijspeil 2025), worden nader geconcretiseerd en vastgelegd in een langjarige dienstverleningsovereenkomst.
Daarbij wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in de samenstelling van de doelgroep, zoals de verschuiving van Wsw naar Nieuw Beschut, zonder dat dit leidt tot onvoorspelbare of open-einde financiering. Door aansluiting te zoeken bij de geldende DAEB-kaders en door de systematiek vooraf contractueel vast te leggen, is sprake van een transparant en toetsbaar bekostigingsmechanisme.
3. De compensatie mag niet hoger zijn dan nodig om de kosten van de DAEB te dekken
Het is aannemelijk dat geen sprake is van overcompensatie. De vergoeding is immers direct gekoppeld aan de daadwerkelijk noodzakelijke kosten voor het uitvoeren van de voorziening en wordt begrensd door duidelijke kostprijsafspraken. De omvang van de voorziening is bovendien gemaximeerd en afgestemd op de feitelijke behoefte binnen de gemeente.
Eventuele wijzigingen in het aantal deelnemers of in de begeleidingsintensiteit worden binnen de contractuele afspraken opgevangen, waardoor wordt voorkomen dat structureel meer wordt vergoed dan nodig is voor een doelmatige uitvoering. Daarbij blijft de gemeente via de overeenkomst sturen op zowel inhoud als kosten, zodat de compensatie proportioneel blijft ten opzichte van de publieke taak.
4. De uitvoerder is gekozen via aanbesteding, óf de compensatie is gebaseerd op een efficiënte, goed beheerde onderneming.
In de vierde plaats is geborgd dat de uitvoering plaatsvindt onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die van een goed beheerde en efficiënte organisatie. Hoewel geen aanbestedingsprocedure wordt doorlopen, is dit in dit geval gerechtvaardigd en passend. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat inwoners zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers worden geplaatst, onder meer via de banenafspraak, loonkostensubsidie en individuele begeleiding. Daarmee wordt de beschikbare markt actief benut waar dat mogelijk en passend is.
De onderhavige DAEB heeft nadrukkelijk betrekking op de groep inwoners voor wie plaatsing bij reguliere werkgevers (nog) niet haalbaar is, of voor wie een structurele terugvaloptie noodzakelijk is. Voor deze doelgroep is sprake van een zodanige begeleidingsintensiteit, ontwikkelbehoefte en kwetsbaarheid dat de markt hierin niet of onvoldoende structureel kan voorzien. De basisvoorziening bij IW4 vervult daarmee een aanvullende en noodzakelijke functie als vangnet, en leidt niet tot verdringing van marktpartijen, maar juist tot een sluitend systeem waarin eerst de markt wordt benut en vervolgens publieke ondersteuning wordt ingezet waar nodig.
IW4 beschikt aantoonbaar over de benodigde infrastructuur, expertise en ervaring om deze specifieke taak doelmatig uit te voeren. De organisatie biedt een breed palet aan werksoorten, passende faciliteiten en geïntegreerde begeleiding, en realiseert daarbij aantoonbaar positieve resultaten op het gebied van medewerkerstevredenheid, verzuim en arbeidsproductiviteit.
Daarnaast vindt de samenwerking plaats binnen een publiek-publieke context die voldoet aan de voorwaarden voor horizontale samenwerking als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van Richtlijn 2014/24/EU. De samenwerking is uitsluitend gericht op het realiseren van publieke doelstellingen, zonder winstoogmerk en met behoud van publieke regie. Op grond hiervan is sprake van een samenwerking die is uitgezonderd van de aanbestedingsplicht, waardoor de opdracht voor de uitvoering van de basisvoorziening beschut werk niet aanbestedingsplichtig hoeft te worden gegund.
Er wordt hiermee geborgd dat de uitvoering plaatsvindt op een doelmatige wijze en onder condities die overeenkomen met die van een goed beheerde en efficiënte organisatie, terwijl tegelijkertijd de markt wordt benut waar dat mogelijk is en publieke inzet aanvullend wordt ingezet waar noodzakelijk.
Motivering
De motiveringsplicht bij een besluit tot aanwijzing van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) is zwaarder naarmate de mogelijke impact op marktwerking en het risico op oneerlijke concurrentie groter is. Daarom is het noodzakelijk om zorgvuldig te onderbouwen waarom de gekozen vorm van organisatie en financiering binnen de geldende Europese kaders gerechtvaardigd is.
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de aanwijzing van de basisvoorziening beschut werk aan IW4? voor circa 40 tot 45 werkplekken, met een functie als activerings-, vangnet- en terugvalvoorziening, voldoet aan de voorwaarden voor een DAEB. De voorziening richt zich op een specifieke doelgroep waarvoor reguliere arbeidsmarktdienstverlening niet (volledig) toereikend is, en vervult daarmee een aanvullend en publiek geborgd karakter.
De gekozen inrichting is proportioneel, omdat deze beperkt is tot de omvang en doelgroep die noodzakelijk is om in deze publieke behoefte te voorzien. Daarnaast is de voorziening noodzakelijk, omdat zonder deze DAEB een structurele leemte ontstaat in het aanbod van passende werkplekken voor inwoners met een beschutte werkbehoefte. Tot slot is de aanwijzing juridisch houdbaar, omdat de vormgeving van de voorziening en de daarbij behorende compensatie binnen de Europese staatssteunkaders blijft en voldoet aan de vereisten voor een rechtmatig DAEB-besluit.
Inwerkingtreding
Deze DEAB treedt in per 1 januari 2027.
Deze DEAB treedt uit werking met ingang van 1 januari 2037.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de B&W-vergadering van 12 mei 2026
Het College van burgemeester en wethouders van Wageningen,
de burgemeester,
F. Vermeulen
de secretaris,
T. De Bruijn
Bekendmaking:
Dit besluit wordt bekend gemaakt in het gemeenteblad (elektronisch bekendmaking officiële bekendmakingen).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl