Omgevingsprogramma gemeente Hengelo, Kunst en Cultuur 2027-2031

Geldend van 27-05-2026 t/m 28-05-2026

Voorwoord

Beste lezer, 

Voor u ligt het nieuwe omgevingsprogramma kunst en cultuur, dat ontstaat in een periode van belangrijke veranderingen. In plaats van een cultuurnota sluiten we met het omgevingsprogramma aan bij de instru­menten van de Omgevingswet. Dat is niet alleen een vormwijziging, maar een bewuste keuze: het helpt ons om de brede gemeentelijke opgaven integraal te benaderen. Kunst en cultuur zijn geen losstaand thema meer, maar een volwaardig onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen, maatschappelijke vraagstukken én economische kansen waar we als stad voor staan. 

Een tweede belangrijke verandering is dat we niet langer uitsluitend vanuit de intrinsieke waarde van cultuur redeneren maar de focus verleggen naar impact. Waar culturele voorzieningen vroeger vooral gekoppeld waren aan de omvang van de stad: “een stad van deze grootte hoort deze voorzieningen te hebben” kijken we nu nadrukkelijker naar wat kunst en cultuur doen voor Hengelo. Onze culturele partners dragen namelijk bij aan sociale cohesie, aan de kwaliteit van de leefom­geving, aan ontmoeting en verbinding, en aan economische en creatieve kracht. We maken daarmee ruimte voor nieuwe vormen van cultuur maar vooral nieuwe samenwerkingen binnen en buiten het culturele domein. 

Samen met onze partners gaan we daarom de komende periode het gesprek aan: wat dragen jullie, vanuit jullie eigen kracht, bij aan de maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven van Hengelo? Dit vraagt om een andere manier van kijken. Niet langer cultuur “inpluggen” in ontwikkelingen, maar kunst en cultuur als perspectief meenemen in de plan­vorming zelf. Daarmee werken we aan een stevige kwaliteitsverbetering van onze leefomgeving en een samenstelling van partners die elkaar daarin versterken. 

Met dit omgevingsprogramma willen we een omslag bereiken: van kunst en cultuur benaderen als wat het is naar kunst en cultuur benaderen als wat het doet. Daarmee zetten we onze partners meer in hun kracht: we laten het meer van hen zelf komen en versterken waar we kunnen. 

Een belangrijk thema binnen dit programma is ketenontwikkeling. Talent moet lokaal kunnen beginnen, en daarna in de regio kunnen doorgroeien. Dat vraagt om sterke culturele ketens, van amateurkunst en lokale verenigingen tot instellingen als Oyfo en van de AKI naar lokale atelier en presentatie voorzieningen voor startende kunstenaars. Als we talent willen behouden én aanwas richting onze makers- gemeenschap willen stimuleren, dan moet elke schakel in de keten stevig staan. 

Tot slot kijken we vooruit naar de stad die Hengelo aan het worden is. We zien nu al dat Hengelo verandert, steeds meer samenwerkt met omliggende steden en ruimte biedt voor groei. Bij die groei horen passende culturele voorzieningen én kansen voor de creatieve industrie. Dit omgevingsprogramma legt de basis voor die toekomst. 

 

Wethouder Marie-José Luttikholt

1 Inleiding

Hengelo ligt in het centrum van de groene technologische topregio Twente en op een kruispunt van strategische verbindingslijnen met andere stedelijke regio’s. Het profiel van de culturele infrastructuur is mede bepaald door het rijke industriële verleden als metaal- en maakstad, met een hoog cultureel voorzieningenniveau, sterke economische kracht, een goed woon- en leefklimaat waarbij het stedelijk leefmilieu en groene land­schap altijd dicht bij elkaar liggen. De ambities zijn groot om de kwaliteit van leven voor onze inwoners (zowel huidige als toekomstige generaties) op peil te houden en waar mogelijk te vergroten.   

De omslag – van waarde naar impact 

Hengelo staat voor opgaven die steeds sterker met elkaar verweven raken. Demografische ontwikkelingen, stedelijke groei, gebiedsontwikkeling en veranderingen in het sociaal domein vragen om een integrale benadering. Deze is verwerkt in de omgevingsvisie die de afgelopen jaren in 3 fases is opgesteld. Binnen deze context verandert ook de rol van kunst en cultuur. Niet alleen als voorziening of aanbod, maar als onderdeel van bredere maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. 

Dit omgevingsprogramma markeert een verschuiving naar een meer programmatische en opgavegerichte benadering van kunst en cultuur. Daarbij wordt gekeken naar de brede impact van kunst en cultuur, zonder bestaande structuren en samenwerkingen uit het oog te verliezen: van wat het is naar wat het doet. 

Zowel het instrument van de omgevingsvisie en de daarop gebaseerde omgevingsprogramma’s als het opgavegericht werken aan de stad maakt dat er op een andere manier gekeken wordt naar wat kunst en cultuur is en wat ze doen. Om die vertaling te maken gaan we in dit omgevingspro­gramma uit van de domein overstijgende positie van kunst en cultuur in de samenleving. Hiermee ligt de focus op de impact van kunst en cultuur in plaats van alleen de intrinsieke waarde van kunst en cultuur. 

Deze benadering is ook het uitgangspunt geweest van het participatietraject waarbij aan de hand van de impactcirkel (zie hoofdstuk 2) deze impact van kunst en cultuur geza­menlijk is verkend en onderzocht. Deze verkenning is een eerste vingeroefening geweest om vanuit samenwerking met een breed partnerschap tot een andere manier van werken te komen. Het kunstwerk van jamkaReD op het voorblad van dit omgevingsprogramma geeft uitdrukking aan deze exercitie. 

Omgevingsprogramma kunst en cultuur 

In de afgelopen jaren zijn visie, ambities en uitvoering vastgelegd in een kunst- en cultuurnota. Deze nota bood een kader waarbinnen kunst- en cultuuractiviteiten werden geïnitieerd en beoordeeld. Hoewel er verbindingen werden ge­legd met andere beleidsterreinen, bleef het denken en handelen vooral vanuit het culturele domein zelf georganiseerd. 

Met de komst van de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma verandert dit perspectief. De omgevingsvisie bevat ambities en doelen, in het omgevingsprogramma worden de acties beschreven om de doelen te realiseren. Hiermee kan beter worden ingespeeld op ontwikkelingen in een snel veranderende samenleving. Het vraagt om inten­sieve samenwerking met inwoners, instellingen en andere partners, waarbij we gezamenlijk optrekken om kansen te benutten en maatschappelijke opgaven te realiseren. Het omgevingsprogramma kunst en cultuur biedt daarbij een aantal uitdagende thema’s, die richting geven aan nieuwe initiatieven en ontwikkelingen. 

Samenwerking en rollen 

Om de gestelde doelen te bereiken zoeken we actief de samenwerking met onze partners. Afhankelijk van de urgentie en aard van een project en de relatie met een organisatie kan de gemeente verschillende rollen vervullen (zie figuur 1). Binnen het cultuurbeleid heeft de gemeente – naast de rol van trekker of partner – ook vaak de rol van subsidiënt. 

Trekker bij voor gemeente urgente projecten en waar gemeentelijke regie noodzakelijk is. 

Partner of adviseur bij initiatieven die vooral vanuit de samenleving ontstaan en daar urgent worden gevonden. 

Subsidiënt bijvoorbeeld bij organisaties waar een langjarige samenwerking mee is aangegaan. 

Ruimtelijke dimensie 

Hoewel omgevingsvisies op grond van de Omgevingswet sterk fysiek zijn ingericht, biedt juist dit kansen voor kunst en cultuur. Het programma krijgt een duidelijke ruimtelijke component, vooral in het wijkgericht werken. Het maakt zichtbaar waar in Hengelo kunst en cultuur kunnen worden geprogrammeerd, zowel fysiek als inhoudelijk. Dit is met name relevant voor gebieden zoals SHE (spoorzone Hengelo/Enschede) en hierbinnen het gebied De Magneet (De binnenstad + Hart van Zuid en de KMS (Koninklijke Machinefabriek Stork) , maar ook de wijken en de stedelijke voorzieningen in de binnenstad, waar kunst en cultuur een belangrijke rol spelen in de gebiedsontwikkeling en de identiteit van de stad. 

afbeelding binnen de regeling
Figuur 1: instrumentarium Omgevingswet

Samenhang met de omgevingsvisie 

Binnen de omgevingsvisies krijgen de maatschappelijke waarden een expliciete plek in de samenhang tussen ruimte, sociale kwaliteit en economische ontwikkeling. Het college van burgemeester en wethouders beschrijft met dit omgevingsprogramma Kunst en Cultuur hoe kunst en cultuur worden gepositioneerd binnen de bredere ont­wikkeling van de stad. Het omgevingsprogramma vormt daarmee een uitwerking van de door de gemeenteraad vastgestelde ambities uit de omgevingsvisie en geeft richting aan de wijze waarop kunst en cultuur bijdragen aan maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven. 

Het omgevingsprogramma is gebaseerd op de in drie fasen vastgestelde omgevingsvisie: 

1. Stedelijk Hengelo: omgevingsvisie voor de wijken en buurten 

2. Hengeloos Buiten: omgevingsvisie voor het buitengebied 

3. Het Hart van Hengelo: omgevingsvisie voor de binnenstad, stationsomgeving en Hart van Zuid 

Daarin wordt ingezet op een aantrekkelijke, leefbare en toekomstbestendige stad, waarin ruimte is voor wonen, werken, ontmoeten en ontwikkelen. Kunst en cultuur leveren een bijdrage aan deze ambities door de kwaliteit van de leefomgeving te versterken, identiteit te geven aan gebieden, mensen te verbinden en een impuls te geven aan economische ontwikkelingen. 

Figuur 2 geeft schematisch weer hoe de omgevingsvisie zich verhoudt tot het omgevingsprogramma, de uitvoe­ringsagenda met actiepunten als onderdeel daarvan en de mogelijke verwerking hiervan in de reguliere P&C cyclus.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 2: schematische weergave beleidsontwikkeling binnen de Omgevingswet

Participatietraject 

De totstandkoming van het concept voor het omgevings­programma kunst en cultuur is het resultaat van een zorgvuldig ingericht participatieproces. In dit proces zijn cultuurpartners, gemeentelijke collega’s, maatschappelijke stakeholders, het college en de raad op verschillende momenten betrokken. Zo werken we samen in dialoog en verkenning en staan we continue in verbinding met de bre­dere stedelijke en maatschappelijke opgaven van Hengelo. In Bijlage 1 Samenvatting participatietraject is een uitgebreider overzicht van de genomen stappen in dit participatietraject opgenomen. De inzichten uit het proces hebben bijgedragen aan de formulering van de impact (doelen), werking (effecten) en waarde (acties), die we hebben vertaald naar de uitvoeringsagenda. 

Hiermee vormen zij een belangrijke basis voor de verdere uitvoering, monitoring en periodieke herijking van het programma. In de verdere uitwerking blijft afstemming met partners binnen en buiten het culturele domein essentieel, zodat het omgevingsprogramma niet alleen beleidsmatig stevig is, maar ook blijft aansluiten bij de dynamiek en behoeften van de gemeente Hengelo. 

Om onder de inwoners van Hengelo te peilen wat de be­hoeften en wensen zijn op het gebied van kunst en cultuur in de stad, heeft Kennispunt Twente onderzoek gedaan naar culturele plekken en kunstzinnige activiteiten in Henge­lo. De uitnodiging van dit onderzoek is gedeeld onder de le­den van het HengeloPanel. Verder zijn Hengelose inwoners uitgenodigd via andere kanalen. 1100 inwoners hebben hieraan deelgenomen. De uitkomsten van de peiling zijn zoveel mogelijk meegenomen in de doelen en vertaling naar de uitvoeringsagenda. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 2 Factsheet Kunst en Cultuur 2025

afbeelding binnen de regeling
Figuur 3: de waarde, werking en impact van kunst en cultuur

Leeswijzer 

De opbouw van dit omgevingsprogramma heeft een inhou­delijke en conceptuele samenhang. Deze opbouw wordt hierboven weergegeven in figuur 3. 

De methodiek, die we gebruiken in het omgevingsprogram­ma, gaat uit van een opbouw van waarde, werking en im­pact: Dat wat kunst en cultuur is en doen heeft zijn impact buiten haar eigen context, maar slaat ook terug op de eigen context en is daarmee zowel sturend als cyclisch. 

Om de samenhang inzichtelijk te maken, worden er in hoofdstuk 2 modellen geïntroduceerd die de inhoud ver­talen naar een context die samenhangt met deze cyclus. Deze modellen geven in relatie tot de inhoud telkens een perspectief op respectievelijk de waarde, werking en impact van kunst en cultuur. 

Daarmee beschrijft hoofdstuk 2 wat kunst en cultuur is en hoe het werkt in algemene zin en hoe dit zich vertaalt naar de context in Hengelo: de ‘’intrinsieke waarde’’. Deze waarde is samen met de intrinsieke werking het vertrekpunt op de weg van waarde naar impact. Deze weg wordt aan de hand van een aantal modellen beschreven en afgezet tegen het bestaande profiel van Hengelose culturele infrastructuur. 

Hoofdstuk 3 beschrijft wat kunst en cultuur doet in Hengelo aan de hand van tactische doelen. Hierin staan telkens de gemeentelijke opgaven centraal zoals deze geformuleerd zijn in de omgevingsvisies. De doelen laten zien wat de be­oogde impact van kunst en cultuur is ten opzichte van deze opgaven, welke beoogde werking (effecten) we nastreven en wat dan de benodigde waarde is – uitgewerkt in acties. Deze waarde ligt zowel binnen als buiten het domein van kunst en cultuur, zijn zowel programmatisch als plaatsge­bonden, intern en extern. De uitvoeringsagenda vertaalt de tactische doelen naar een gefaseerde uitvoering: wanneer er op actiepuntenniveau wordt ingezet. 

Hoofdstuk 4 beschrijft de voorwaarden aan de kant van financiën en interne organisatie om boven gestelde ambi­ties te verwezenlijken. 

In hoofdstuk 5 gaan we in op de monitoring en evaluatie cyclus, behorend bij het omgevingsprogramma.

2 Van waarde naar impact

2.1 Waarde

Kunst en cultuur maken op allerlei verschillende manieren onderdeel van ons dagelijks leven. Of dit nu is door lid te zijn van een muziekvereniging, door het schrijven van een gedicht of door de beleving van kunst in de openbare ruimte of in een museum. Kunst en cultuur zijn er in vele vormen, disciplines en functies; amateur en professioneel, voor makers en voor publiek, actief of passief. 

Individuen, organisaties en producten die een bijdrage leveren aan deze culturele praktijk maken onderdeel uit van een multidisciplinair systeem waarin onderdelen op zichzelf staan maar vooral ook een onderlinge samenhang hebben. Dit noemen we de culturele infrastructuur.  

De culturele infrastructuur van Hengelo bestaat uit het geheel van makers, instellingen, voorzieningen, vrijwilli­gers, gebouwen, verenigingen en netwerken die samen het culturele leven in de stad mogelijk maken. Het gaat om zowel gesubsidieerde als niet-gesubsidieerde partijen, professionele organisaties én amateurkunst, verspreid over de binnenstad, de wijken en het buitengebied.  

Het ringenmodel van adviesbureau Berenschot geeft hand­vatten om zowel de culturele infrastructuur van een stad in kaart te brengen als de onderlinge samenhang en werking te duiden aan de hand van de creatieve keten (leren, produ­ceren en presenteren).  

Gemeente Hengelo valt qua inwoneraantal (ca. 83.000 inwoners) in de middelste ring, ofwel die van de middel­grote gemeente. Bij invullen van het model is te zien dat Hengelo beschikt over een uitgebreide culturele infrastruc­tuur die past bij een stad van deze omvang en zelfs op veel onderdelen uitstijgt boven het ‘gemiddelde pakket’ aan voorzieningen, dat kenmerkend is voor gemeenten tussen de 30.000 en 100.000 inwoners. Met deze rijke culturele infrastructuur heeft Hengelo ook een positie in de (cultuur-) regio, met een groter verzorgingsgebied dan alleen de eigen inwoners. Samen vormen zij de basis voor de culturele programmering in Hengelo en de regio.

2.2 Werking

De Creatieve Keten 

De infrastructuur is geen statisch gegeven maar een geheel van op zichzelf functionerende onderdelen, die tegelijk afhankelijk zijn van elkaar. Dit wordt duidelijk aan de hand van de Creatieve Keten (zie figuur 4). Dit model beschrijft de verschillende onderdelen (schakels) van de creatieve praktijk en laat de samenhang (ketens) ertussen zien. Het perspectief van de Creatieve Keten is een terugkerend gegeven in cultuurbeleid in Hengelo.  

In het verleden heeft de gemeente Hengelo zich voornamelijk gericht op de schakels Leren en Presenteren, door vooral aandacht te geven aan cultuureducatie, amateurkunst en het zichtbaar maken van (en inzetten op regelingen voor) kunst- en cultuuruitingen (in bijvoorbeeld musea, exposities en muziek- en theatervoorstellingen). Deze schakels zijn van oudsher sterk ontwikkeld in Hengelo. In de Kunst- en Cultuurvisie 2021-2024 (verlengd tot en met 2026) zijn daarnaast de schakels Produceren en Presenteren meer in­gevuld met de hernieuwde aandacht voor beeldende kunst (produceren) en een permanente presentatieplek voor BKV aan de markt.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 4: Ringenmodel in combinatie met de creatieve keten, Berenschot  

Korte ketens en lange ketens 

De Creatieve Keten laat zien dat culturele voorzieningen niet op zichzelf staan maar een relatie/afhankelijkheid hebben ten opzichte van andere voorzieningen. Zonder kunsten-school en amateurkunstverenigingen (leren/produceren) is er geen doorstroom en aanbod in de presentatie keten bijvoorbeeld. Dit gegeven noemen we ketenafhankelijkheid.  

In een goed werkende culturele infrastructuur is er voldoende aanbod in alle schakels, maar belangrijker nog vormen de schakels een keten. Een schakel zonder verbinding in de keten vormt een hiaat binnen de infrastructuur. Een keten met een missende schakel evenzo. Toch hoeft het niet zo te zijn dat alle schakels of de hele keten lokaal zijn belegd. Sommige voorzieningen overstijgen de lokale context en hebben een bovenlokale/regionale positie. Het bredere net­werk van interlokale culturele infrastructuur is strategisch georganiseerd in de Cultuurregio Twente.  

Toekomstbestendige culturele infrastructuur met sterke ketens 

De culturele infrastructuur levert nu al belangrijke bijdragen aan de stedelijke ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven. Om die positie te versterken is een omslag nodig die uitgaat van de impact die kunst en cultuur domein overstijgend hebben. Een vitale en goed samenwerkende culturele infrastructuur is tenslotte van wezenlijk belang om als gemeente aantrekkelijk te zijn om te wonen, werken en te leven. Welke vragen dit stelt aan de infrastructuur en op welke plek wordt duidelijk in hoofdstuk 3. 

Regionale samenwerking - Cultuurregio Twente 

De culturele infrastructuur van Hengelo maakt deel uit van een groter regionaal netwerk. Binnen de Cultuurregio Twente werken 14 Twentse gemeenten samen aan het versterken van het culturele en crea­tieve klimaat, met aandacht voor talentontwikkeling, innovatie en samenwerking. Door regionale samenwerking kunnen schaalvoordelen worden benut en kunnen makers en instellingen zich ontwikkelen binnen een breder netwerk. Een deel van de opgaven waarvoor Hengelo staat, krijgt uitwerking in regionaal verband. Deze samenwerking draagt bij aan de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van Twente als regio om te wonen, werken en verblijven, en ondersteunt de lokale ambities van Hengelo. 

 

2.3 Impact

De lokale (en regionale) infrastructuur en de hierbinnen te definiëren ketens vertegenwoordigen voor een groot deel de waarde van kunst en cultuur in Hengelo. Om vanuit deze waarde te komen tot wat kunst en cultuur doet vanuit een integrale benadering, werkt de gemeente vanuit integrale maatschappelijke, economische en ruimtelijke opgaven. Deze vormen ook de basis van dit omgevingsprogramma kunst en cultuur. Om te laten zien hoe de intrinsieke waarde en werking van kunst en cultuur kan worden ingezet om im­pact te hebben in de samenleving gebruiken we het model van de impactcirkel (zie onderstaand figuur 5). 

afbeelding binnen de regeling
Figuur 5: de impactcirkel van Blueyard

Dit model, dat is ontwikkeld door Blueyard, laat zien waar kunst en cultuur aan (kunnen) bijdragen. Het laat zien dat het maken van een kunstwerk of deelnemen aan cultuur (de culturele praktijk) op zichzelf een activiteit is met betekenis, maar dat het gelijktijdig bijdraagt aan allerlei effecten of betekenissen op verschillende domeinen van het leven en samenleven. 

De domeinen, waar kunst en cultuur impact hebben, vertalen we in dit programma naar de gemeentelijke opgaven uit de omgevingsvisies.

3 Wat gaan we doen

Tijd om de theorie in de praktijk te brengen. In dit hoofdstuk wordt telkens de relatie gelegd tussen de integrale gemeentelijke opgaven (of thema’s) en tactische doelen, waarin de bijdrage die kunst en cultuur hieraan levert duidelijk wordt. De opgaven en thema’s komen voort uit de omgevingsvisies Stedelijk Henge­lo, Hart van Hengelo en Hengeloos Buiten. De Talentopgave is binnen deze opgaven leidend. 

Talentopgave 
Door economische en sociaal‑demografische ontwikkelingen, in combinatie met de grote verstedelijkingsopgave (de Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) is door het Rijk aangewezen als gebied voor grootschalige woningbouw), is het aantrekken, ontwikkelen en behouden van talent een topprioriteit voor Hengelo en de regio. Een aantrekkelijk woon-, leef- en werkklimaat is daarbij essentieel. Deze zogenoemde talentopgave is leidend binnen de integrale opgaven van de gemeente (zie ook figuur 6). Alle doelen in dit omgevingsprogramma dragen direct of indirect bij aan deze Talen­topgave. Deze hebben we daarom niet een eigen specifieke uitwerking gegeven. 

Per opgave hebben we de impact (doelen), werking (effec­ten) en waarde (acties) uitgewerkt. De acties laten zien wat de benodigde waarde is om de beoogde impact van kunst en cultuur te bereiken in de stad, zowel maatschappelijk, economisch als ruimtelijk. Deze zijn in de Uitvoerings­agenda inclusief fasering terug te vinden in één overzicht. Onderstaand schema (figuur 6) laat zien hoe deze samen­hang van beleid naar uitvoering eruitziet.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 6: samenhang in strategische opgaven

3.1 Stedelijk Hengelo

Kunst en cultuur als motor voor samenleven 

In de omgevingsvisie Stedelijk Hengelo wordt beschreven wat de sterke posities zijn van Hengelo en op welke onderdelen integraal beleid is uitgezet richting 2040. Hierin wordt onder andere het leven in de wijken en de stedelijke voorzieningen beschreven. Cultuur heeft een grote rol in de sociale cohesie binnen wijken en gemeenschappen, de kwaliteit en identiteit van de stad, inclusief openbare ruimte en de leefomgeving. Deze rol in de maatschappelijke en wijkgerichte opgaven hebben we in deze paragraaf per opgave uitge­werkt naar beoogde impact (doelen), de werking (effect) en de benodigde waarde (acties). 

Opgave: Toekomstbestendige Sociale basis 

De gemeente werkt aan een toekomstbestendige sociale basis. Deze bestaat uit alles wat mensen helpt om mee te doen in de maatschappij: burenhulp, vrijwilligersinitiatieven, ontmoetingsplekken, wijkcentra, sportclubs, scholen, culturele activiteiten en de mensen die daar werken of zich inzetten. Het zijn de netwerken, plekken en voorzieningen in onze stad die bijdragen aan welzijn, gezondheid en verbondenheid. Binnen de gemeente Hengelo werken veel organisaties al samen aan het versterken van de sociale basis. Zij hebben allemaal een brede maatschappelijke rol. De culturele organisaties maken hier ook onderdeel van uit.

Impact (doel) 

Kunst en cultuur brengt mensen samen, vergroot betrok­kenheid en stimuleert creativiteit en begrip. Zo dragen zij actief bij aan een inclusieve sociale basis. Dit versterkt zowel ontmoeting, verbondenheid als persoonlijke ont­wikkeling. De sociale basis wordt sterker wanneer cultu­rele activiteiten dichtbij plaatsvinden en aansluiten bij de behoeften van de inwoners. 

Werking (effect) 

Inwoners raken geïnteresseerd in, maken kennis met en nemen deel aan kunst en cultuur. Het sterke verenigingsleven in Hengelo is de humuslaag en de verscheidenheid aan cul­turele organisaties zijn de tussenlaag om de verbindingen tussen de persoonlijke en gemeenschappelijke basis in de samenleving te versterken. 

Waarde (actie) 

  • We ondersteunen laagdrempelige culturele activiteiten en initiatieven, die inwoners samenbrengen en bijdragen aan expressie en (persoonlijke) ontwikkeling. Denk hier­bij bijvoorbeeld aan de activiteiten van amateurkunst­verenigingen; 

  • We versterken de verbinding tussen cultuur, welzijn, onderwijs en wijkpartners, zodat culturele programmering onderdeel wordt van de bredere opgave; 

  • We werken volgens de Code Diversiteit en Inclusie; 

  • We maken ruimten beschikbaar voor deelname, ont­moeting en cultureel initiatief (ook op informele plekken, thuiskamers). 

 

Opgave: Wijkgerichte aanpak

Hengelo richt zich op het behouden en versterken van vitale en leefbare wijken. De gemeente werkt wijkge­richt en sluit aan bij de leefwereld en behoeften van inwoners. Het versterken van lokale gemeenschappen en het bevorderen van samenleven en meedoen vormen hierbij belangrijke uitgangspunten.

Impact (doel)

Door de fysieke aanwezigheid van culturele functies (voor­zieningen en/of programmering) dragen kunst en cultuur bij aan de leefbaarheid in de wijken dichtbij inwoners.

Werking (effect)

Inwoners raken geïnteresseerd in, maken kennis meten nemen deel aan kunst en cultuur. Hiervoor zijn veel plekken en voorzieningen ingericht, waar zowel kleinschalige acti­viteiten kunnen plaatsvinden als ook op grotere schaal kan worden geprogrammeerd (binnen en buiten, in de wijken en in het centrum). Niet elke wijk heeft dezelfde functies nodig, maar overal moet ruimte (m2) zijn voor deelname, ontmoe­ting, ontwikkeling en cultureel initiatief.

Waarde (actie)

  • We zetten culturele voorzieningen en activiteiten bewust en planmatig in buurten en wijken in, passend bij de identiteit en behoeften van die wijk;

  • Vraag en aanbod brengen we bij elkaar, gericht op diversiteit, inclusiviteit en gelijkwaardigheid; bijvoorbeeld door het inzetten van een cultuurmakelaar;

  • Stedelijke voorzieningen als een bibliotheek hoeven niet fysiek in elke wijk aanwezig te zijn, maar we vragen wel van hen om zo mogelijk met maatwerk hun program¬mering dichtbij inwoners te organiseren;

  • ‘Third places’, toegankelijke plekken voor ontmoeting zonder drempels, worden gezien als essentieel onder¬deel van het culturele ecosysteem in buurten en in de binnenstad


Opgave: Talentontwikkeling

Kunst en cultuur draagt bij aan persoonlijke ontwikke­ling en het versterken van de eigen identiteit.

Kennismaking en actieve deelname zijn cruciaal bij het vergroten van ons cultureel bewustzijn. Meedoen aan cultuur, via werk, in de vrije tijd of tijdens culturele en creatieve activiteiten op school, verenigin­gen of bij stedelijke voorzieningen verbindt en helpt ons als mensen om te begrijpen wie we zijn en waar we vandaan komen. Maar zijn ook waardevol voor de vraag waar we naar toe willen gaan.

Impact (doel)

We willen inwoners interesseren en hen laten kennismaken met kunst en cultuur. Bijvoorbeeld met de vele evenemen­ten in de stad. Ook investeren in de beleving en het aanma­ken van culturele competenties door kinderen en jongeren is van groot belang.

Werking (effect)

We zetten daarom weer in op de leven-lang-leren-lijn: van cultuureducatie in het basisonderwijs via kennismakings-aanbod in de vrijetijd naar verdiepingsmogelijkheden om jezelf te blijven verbeteren bij instellingen als Oyfo of bij een van de vele verenigingen en studio’s die Hengelo rijk is. De amateurkunstverenigingen zijn verspreid over de stad en vormen de humuslaag van zowel cultuurparticipatie als talentontwikkeling.

Waarde (actie)

  • We brengen de ketens van doorstroom van talent en daarmee de toegankelijkheid en zichtbaarheid van voor¬zieningen goed in beeld;

  • Het formele én informele circuit in de verschillende cultuureducatie-instellingen en amateurkunstverenigin¬gen in de stad zetten we in voor het leren en verder door ontwikkelen van talent;

  • We geven extra aandacht aan (voorzieningen op het gebied van jongerencultuur binnen de Hengelose Magneet, met name rondom het Industrieplein en het Hazemeijercomplex.

 

Opgave: Een rijk cultureel leven

Een sterk en hoog voorzieningenniveau is van wezen­lijk belang in de ambitie van Hengelo om te groeien. Op basis van waarde en werking hebben de culturele organisaties impact in de stad. Om voor de toekomst toegerust te zijn op de gemeentelijke opgaves wordt er op onderdelen van de culturele infrastructuur en ketens inzet gevraagd. En beweging en versterking op intrinsieke onderdelen van deze infrastructuur. In het landelijke cultuurbeleid wil men het cultuurstelsel sterker regionaal gaan spreiden. Ook Hengelo kan daarvan sterk profiteren doordat de culturele ketens langer en diverser worden. Daarnaast biedt de Cultuur­regio Twente de mogelijkheid om lokale voorzieningen, programmering en initiatieven beter op elkaar te laten aansluiten en gezamenlijk te gebruiken.

Impact

Een toegankelijk cultureel aanbod is van belang voor de stad. Net als toekomstbestendige culturele organisaties. Het onder de loep nemen van de (subsidie-)relaties is een logische stap om meer impact te genereren. Als ook het doorontwikkelen van de ketenafhankelijkheid naar ketenver­antwoordelijkheid (lokaal en bovenlokaal), zie ook hoofd­stuk 4 Financiën.

Werking (effect)

Een wendbare, toegankelijke en toekomstbestendige culturele infrastructuur heeft grote waarde voor de aan­trekkingskracht van de gemeente om te wonen, werken en te verblijven. Permanente aandacht voor de schakels in de culturele ketens blijft nodig voor het behouden en trekken van onze huidige en toekomstige inwoners en culturele ondernemers.

Waarde (actie)

  • We onderzoeken de vormen van meer impactgerichte subsidiëring, als doorontwikkeling van de uitgangspunten van het werken met het Cultureel Waardemodel (1); We bor¬gen de verbinding amateurkunst en professionele kunst en cultuur;

  • We betrekken culturele stakeholders die geen subsidie ontvangen (ook wel het ‘informele’ circuit genoemd) bij de ontwikkelingen in de stad;

  • We onderzoeken de verschillende ketens (lokaal, regio¬naal, provinciaal, landelijk), en inventariseren de hiaten (blinde vlekken). Hierbij kijken we ook naar aanvullende onderdelen die in de regio wellicht al voor handen zijn;

  • Formele plekken (zoals Schouwburg, Metropool, Oyfo, musea, oefen- en repetitieruimtes en expositieruimtes) blijven onderdeel van een brede infrastructuur, waarin zowel amateur-, jonge als professionele makers terecht kunnen;

  • We werken met gemeenten in de regio aan gezamenlij¬ke culturele voorzieningen om het complete aanbod te bieden;

  • We blijven een bijdrage leveren aan/ nemen deel aan de Cultuurregio Twente (zie voor meer informatie ook kader in hoofdstuk 2.2);

  • We werken volgens de Governance Code Cultuur.(2)

 

1 “Naar waarde gewogen” – Claartje Bunnik (2016)

2 Governance Code Cultuur - Cultuur+Ondernemen

Cultuurregio Twente
Voor het voorzieningenniveau kijken we niet alleen naar het aanbod in Hengelo, maar ook hoe dit aanbod zich verhoudt tot dat in Enschede en Almelo, de Cultuurregio, Twente, en deels ook over de grens in Duitsland. Groot thema is daarbij het boeien, binden en verleiden van talent. Dit is ook de basis van de strategie waarop de regio zich richt (onderzoeksrapport “Trek in Twente “, Blueyard (2026)) waarbij de kunst en cultuur een groeisprong maakt om mee te kunnen groeien met de beoogde ambities en de groei van het aantal inwoners.

3.2 Hart van Hengelo

Een vitale creatieve economie

Hengelo is een stad waar ondernemende mensen en bedrijven hun ideeën weten te realiseren. Dat past bij deze innovatieve industrie- en techniekstad. Hengeloërs hebben geleerd hun vaardigheden blijvend te ontwikkelen in een voortdurend veranderende wereld. Hengelo heeft een breed netwerk specialistische MKB-bedrijven. Deze diversiteit is van grote waarde voor het ondernemersklimaat van Twente(3). Bij het doel om voor 2040 tot de top 3 van High Tech regio’s van Nederland te behoren hoort een vruchtbaar klimaat voor innovatieve en vooruitstrevende maakplaatsen waar experimentele vormen van samenwerking tussen kunst en techniek mogelijk worden. De identiteit van Hengelo als maakstad is helpend bij deze ambitie. (4)

Opgave: Stedelijke dynamiek

De creatieve sector levert een bijdrage aan de economische ontwikkeling van Hengelo. Culturele voorzieningen, makers en creatieve ondernemers zorgen voor werkgelegenheid, innovatie en stedelijke dynamiek. Daarnaast versterken zij het profiel van Hengelo als aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven en talent.(5)

Kunst en cultuur dragen bij aan een levendig stedelijk klimaat en vergroten de aantrekkingskracht van de stad voor bezoekers en inwoners. De economische impact van kunst en cultuur staat daarbij niet los van de maatschappelijke, maar maakt onderdeel uit van een samenhangend geheel (zie figuur 5 impactcirkel van Blueyard).

Impact (doel)

De culturele sector is onderdeel van een breed stedelijk eco­systeem waarin creativiteit, innovatie en ondernemerschap samenkomen. Het is een wisselwerking, die uiteindelijk het vestigingsklimaat voor jonge talentvolle makers en creatie­ve ondernemers bevordert en de leefbaarheid van Hengelo versterkt.

Werking (effect)

Door een versterking van de culturele infrastructuur binnen de productieketen met goede voorzieningen voor creatieve makers/ondernemers dragen we bij aan de maatschappelij­ke en economische impact die de creatieve sector heeft op de stedelijke dynamiek. Door in de presentatieketen ruimte te bieden aan talent, experiment en samenwerking met techniek en media, bouwen we aan dynamische ecosyste­men waarin makers, instellingen en ondernemers samen­werken.

Waarde (actie)

  • We gaan samen met creatieve stakeholders afspraken maken over een richtaantal m2 maakruimte

  • We onderzoeken nieuwe combinatievormen van wonen en werken voor de doelgroep van makers en creatieve ondernemers (zoals Artist in Residencies). We leggen hierbij de verbinding met het omgevingsprogramma Volkshuisvesting.

  • We gaan uitwisseling van ruimte en talent in de regio vergemakkelijken door binnen de productieketen een solide organisatie op te bouwen die de vraag en aanbod van maakruimte bij elkaar brengt.

  • We onderzoeken nieuwe vormen in de presentatieketen waarin kruisbestuiving tussen verschillende disciplines en type makers opgang komt.

3 Omgevingsvisie Hart van Hengelo

4 Uitvoeringsprogramma BKV 2025/2026

5 Uitvoeringsprogramma BKV 2025/2026

Opgave: De stad in beweging

Hengelo is volop in ontwikkeling. Grote ruimtelijke transformaties bieden kansen om het karakter en de identiteit van de stad te versterken. Deze ontwikkelin­gen vragen om een samenhangende benadering van wonen, werken, mobiliteit, voorzieningen en ontmoe­ting. Kunst en cultuur kunnen hierin een verbindende en versterkende rol spelen.

Binnen de Spoorzone Hengelo Enschede heeft de Magneet (met de binnenstad als huiskamer van de stad en Hart van Zuid als dynamische leefmilieu) een sleutelpositie Deze gebieden ontwikkelen zich tot plek­ken waar verschillende functies samenkomen en waar nieuwe stedelijke dynamiek ontstaat.

Impact (doel)

Kunst en cultuur dragen in deze gebieden bij aan identiteit, levendigheid en gebruikskwaliteit. Programmering, tijdelij­ke initiatieven en ruimte voor makers kunnen helpen om gebieden betekenis te geven en verschillende doelgroepen te verbinden. Daarmee ondersteunen kunst en cultuur niet alleen de fysieke ontwikkeling van de stad, maar ook de maatschappelijke en economische vitaliteit ervan.

Werking (effect)

Plekken waar de uitwisseling tussen makers, ondernemers en publiek tot stand komt, kenmerken zich als informele ontmoetingsplekken waar alle onderdelen van de creatieve keten samenkomen, zoals broedplaatsen.

Waarde (actie)

  • We brengen vroegtijdig het makers perspectief (vanuit cultuur) in bij gebiedsontwikkelingen;

  • Binnen de stedelijke ontwikkelingen is de Hengelose Magneet en hierbinnen de KMS een aandachtsgebied voor nieuwe ecosystemen/broedplaatsen;

  • Om de community te stimuleren waarin nieuwe vormen tot ontwikkeling komen, is wendbaarheid in beleid en middelen nodig. Dit kan ook een her prioritering betekenen;

  • De kwaliteit van het culturele aanbod binnen de Henge¬lose Magneet is vernieuwend en heeft een aantrekkende werking voor jongeren van binnen en buiten Hengelo.

 

Door binnen het focusgebied van de Hengelose Magneet gebiedsgericht te werken, met ruimte (of gecombineerde ruimte) voor presenteren, produceren en leren, ontstaan plekken waar makers, instellingen en publiek elkaar ontmoeten en waar stedelijke dynamiek ontstaat.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 7: de Creatieve Keten binnen de Hengelose Magneet

Opgave: Een aantrekkelijke en herkenbare leefomgeving

Iedere wijk is door zijn eigen (cultuurhistorische) iden­titeit een aantrekkelijke en interessante plek om te wonen en te werken. Het erfgoed is de identiteitsdrager van gebieden en wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan ontmoeting en gebruik. Deze kwaliteit is ontstaan door typische kenmerken van bouw en stedenbouw uit de periodes waarin een gebied (wijk) is gebouwd (6). Ook het coulisselandschap met haar karakteristieke landhuizen, boerderijen, erven, houtwallen en landgoederen verbindt ons met de lokale cultuur en historie. Het verleden is op sommige plekken echt nog voelbaar en dat maakt het gebied niet alleen interessant voor de families die er al decennia wonen, maar ook voor bezoekers (7).

Impact (doel)

Kunst en cultuur kunnen leveren een bijdrage aan het behouden en beschrijven van de identiteit van een wijk en het buitengebied door de aanwezigheid van voorzieningen en de kwalitatieve beleving van de fysieke omgeving via cultuurhistorisch erfgoed en kunst in de openbare ruimte.

Werking (effect)

De ruimtelijke kwaliteit van erfgoed en kunst en de aanwe­zigheid van verenigingen en organisaties (culturele infra­structuur) ondersteunen de beleving en herkenbaarheid van de leefomgeving van inwoners.

Waarde (actie)

  • We onderzoeken samen met inwoners de cultuurhistorische identiteit van wijken. Hierin leggen we een relatie met het erfgoedbeleid;

  • We onderzoeken hoe we samen met partners de in de stad aanwezige collecties en de in de openbare ruimte aanwezige kunst en erfgoed elementen kunnen activeren;

  • Het culturele aanbod, evenementen, en het in de gemeente (im)materieel erfgoed zetten we integraal in als visitekaartje van de stad. Hierin leggen we een relatie met Citymarketing- en evenementenbeleid en het erfgoedbeleid;

  • We verbinden kunst en erfgoed met het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte op plekken binnen de Magneet, zoals de Europatunnel.

 

6 Omgevingsvisie Stedelijk Hengelo

7 Omgevingsvisie Hengeloos Buiten

Opgave: Vitale en ondernemende voorzieningen

Kunst en cultuur zijn sterke economische dragers. De toegevoegde waarde van deze sector aan de Nederlandse economie is hoog. Iedere euro inzet op kunst en cultuur levert nieuwe werkgelegenheid op en vertaalt zich meervoud terug aan indirecte bijdragen aan opbrengsten bij verblijf en vermaak, horeca en als uitgaven in winkels. Dit betekent dat er, buiten het belang van de culturele sector zelf, ook een breder eco­nomisch belang is ten opzichte van makers, creatieve ondernemers en culturele voorzieningen om stedelijke ontwikkeling tot een succes te maken. Dit gedeelde belang is een gezonde voorwaarde voor samenwer­king binnen en buiten het domein van cultuur. Hier hoort een erkenning van de ondernemerspositie van kunstenaars en instellingen bij om de ‘culturele’ economie vitaal te houden.

Impact (doel)

Kunst en cultuur worden een gelijkwaardig onderdeel van het economische verkeer. Investeringen in de culturele infrastructuur (zoals exploitatie of placemaking) worden niet enkel vanuit het perspectief van kunst en cultuur gewogen, maar vanuit de brede impact. Dit draagt bij aan evenwichtige en transparante verhou­dingen tussen stakeholders (binnen en buiten het domein van kunst en cultuur). Cultureel ondernemerschap en vitale voorzieningen zijn hierin leidende principes.

Werking (effect)

Gezonde organisaties en ondernemende cultuurmakers hebben een grotere (economische, maatschappelijke en ruimtelijke) impact en zijn betrouwbare en invloedrijke stakeholders binnen en buiten het domein van kunst en cultuur. Impactgerichte financiering creëert gedeeld eige­naarschap op brede opgaves en versterkt het belang van samenwerking binnen, maar vooral ook buiten het domein van kunst en cultuur.

Waarde (actie)

  • We versterken de strategische- en ondernemerspositie van culturele voorzieningen op basis van impactgerichte financiering. De culturele codes zijn hierin leidende principes.

  • We onderzoeken de vitaliteit van voorzieningen (bedrijfsvoering en financiële weerbaarheid) en analyseren op basis hiervan bestaande subsidierelaties

  • We zetten in op een verdere verzakelijking van de relatie tussen partners en gemeente.

3.3 Uitvoeringsagenda

Zoals in de inleiding is aangegeven is het omgevingsprogramma kunst en cultuur een verdere beleidsmatige uitwerking van de omgevingsvisie van Hengelo aan de hand van maatschappelijke, economische en ruimte­lijke opgaven. De uitvoeringsagenda maakt integraal onderdeel uit van dit programma. Hierin zijn de acties opgenomen, zoals geformuleerd bij de opgaven in hoofdstuk 3.1 Stedelijk Hengelo en 3.2 Hart van Hengelo, en in de tijd weggezet. Nadere concretisering en financiële vertaling vinden plaats via de P&C-cyclus en periodieke herijking.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 8: uitvoeringsagenda

4 Financiën en interne organisatie

Het huidige voorzieningenniveau binnen de culturele infrastructuur wordt mede mogelijk gemaakt door (jaarlijkse en incidentele) subsidies van de gemeente. Voor een toekomstbestendig culturele infrastructuur is het steeds belangrijker dat er een balans ontstaat tussen structurele financiering vanuit de gemeente en aanvullende financieringsbronnen.

4.1 Financiën

Opgave: Naar opgavegericht financieren

Door financiering sterker te koppelen aan maatschap­pelijke, economische en ruimtelijke opgaven ontstaat meer ruimte voor samenwerking, experiment en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor resultaten. Dit sluit aan bij de behoefte uit het veld aan enerzijds transparante criteria, voorspelbaarheid én anderzijds flexibiliteit en experimenteerruimte. Dat vraagt om een integrale omslag in de financiële benadering, aan­gezien momenteel grotendeels op instellingsniveau wordt gefinancierd met als basis een exploitatiebijdrage.

Impact (doel)

De komende jaren werken we toe naar een vorm van subsidiëren die past bij de ambities en de opgaven van de stad en die de culturele infrastructuur versterkt. Hierbij willen we een nieuwe financiële benadering introduceren op basis van impact. Hierbij kan gedacht worden aan meerjarig subsidiëren (dit geeft zekerheid aan de organisaties), maar daarbij willen ook we ook flexibiliteit en ruimte voor vernieuwing mogelijk houden; Uitganspunt hierbij is het behouden en versterken van de financiële positie van de culturele infra­structuur.

Werking (effect)

Minder afhankelijk worden van traditionele subsidies, met ruimte voor bredere financieringsvormen. De continuïteit van de culturele infrastructuur vraagt dan om een sterke combinatie van overheids‑ en private financieringsbronnen. Een ander thema is om de mogelijk belemmerende voor­waarden bij de subsidie meer in te richten om het culturele veld robuust en wendbaar te maken.

Waarde (actie)
Om meer richting te geven aan de financiële positie van de culturele infrastructuur verkennen we verschillende modellen voor sturing en financiering. Een voorbeeld van zo’n model is het IGLO model van Berenschot (zie figuur 9); 

  • Verkennen van mogelijkheden voor financiële mixen (als sponsoring, fondsen, crowdfunding en cofinanciering);

  • In samenwerking met het culturele veld het aanvragen van subsidie laagdrempeliger en toegankelijker maken;

  • Verkennen van meerjarige‑ en kortlopende financiële arrangementen

  • Onderzoeken van financiering op basis van ketenverantwoordelijkheid;

  • Komen tot financiële instrumenten, die eenvoudig, bereikbaar en passend zijn en aansluiten bij de praktijk van de culturele infrastructuur. Waarbij een belangrijk deel van de financiering extern is belegd;

  • Steunen in plaats van ondersteunen: Zorg dragen voor een bredere en meer duurzame financiering. Dit vraagt om een sterke combinatie overheids‑ en private financieringsbronnen.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 9: het IGLO model van Berenschot

4.2 Interne organisatie

Organisatorische verankering

De overgang naar een integrale werkwijze is geen extra taak boven op het bestaande werk, maar een fundamentele verandering in hoe het werk wordt georganiseerd en uitge­voerd. Niet het domein, maar de opgave staat centraal. Deze manier van werken vormt de basis voor de uitvoering van het omgevingsprogramma en vraagt om:

  • Heldere gezamenlijke doelen, gedeeld door alle betrokken domeinen;

  • Nieuwe werkprocessen, gericht op samenwerking in plaats van overdracht;

  • Flexibele inzet van capaciteit, passend bij de dynamiek van de opgaven;

  • De beschikbare fte’s worden domein overstijgend ingezet en bepaald;

  • Een cultuur van openheid, vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid.

 

Bestuurlijke verankering

Ook bestuurlijk vraagt deze werkwijze om een integrale benadering. Dat betekent dat besluitvorming niet langer uit­sluitend binnen één portefeuille plaatsvindt, maar aansluit bij de opgaven die meerdere domeinen raken. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat:

  • PHO’s meervoudig worden gevoerd, met de portefeuille¬houders die verbonden zijn aan de betreffende opgave;

  • Besluitvorming wordt afgestemd op gezamenlijke doelen, in plaats van op afzonderlijke domeinbelangen;

  • Bestuurders gezamenlijk eigenaar zijn van de opgave, inclusief de bijdrage van kunst en cultuur daarin.

5 Monitoring en evaluatie

Gedurende de looptijd van het omgevingsprogramma monitoren en evalueren we kwalitatief en kwantitatief op de voortgang. We volgen continu of we het goede doen én het goede goed genoeg doen. Monitoring en evaluatie helpen ons om tijdig bij te sturen en om te bepalen welke interventies daadwerkelijk impact heb­ben. De jaarlijkse monitoring richt zich op de uitvoeringsagenda, waarbij wordt beoordeeld of de verschil­lende programmaonderdelen op koers liggen en of bijsturing noodzakelijk is. Eventuele afwijkingen worden vastgelegd binnen de planning- en control cyclus (P&C-cyclus).

De monitoring heeft zoals gezegd niet alleen betrekking op de voortgang van activiteiten, maar richt zich nadrukke­lijk ook op de werking van het programma en de bijdrage van kunst en cultuur aan de opgaven zoals benoemd in de omgevingsvisie. In dat kader wordt bezien in hoeverre de programmaonderdelen bijdragen aan onder meer de versterking van de sociale basis, de stedelijke kwaliteit en de culturele economie. Ook wordt gevolgd of het culturele aanbod en activiteiten voldoende toegankelijk zijn en in wel­ke mate zij ontmoeting, deelname en inclusie bevorderen.

Omdat de eerste twee jaren van het programma vooral in het teken staan van onderzoek en verkenningen die nodig zijn om te komen tot een nadere concretisering van de uitvoeringsagenda, vindt een mogelijke herijking plaats in het derde jaar. Deze herijking biedt ruimte om de uitvoe­ringsagenda opnieuw te bezien en waar nodig een concretiseringsslag aan te brengen. Tegelijkertijd wordt geë­valueerd in hoeverre de gekozen koers nog aansluit bij de maatschappelijke context, de beleidsdoelstellingen en de stedelijke opgaven. Daarbij wordt eveneens gekeken naar de samenwerking binnen de culturele infrastructuur en naar de effectiviteit van de maatregelen die zijn genomen om het organiserend vermogen te vergroten.

Gedurende de looptijd van het programma kunnen wijzigin­gen optreden in wet- en regelgeving, Rijks(cultuur)beleid, subsidiebeleid of bredere maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Als deze ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, kan het omgevingsprogramma kunst en cultuur tussentijds worden aangepast. Aanpassingen aan het programma worden door het college van B&W vastgesteld. Besluiten met financiële consequenties, waaronder toe­voegingen aan het budget, verlopen via de gemeenteraad. Participatie blijft hierbij een essentieel uitgangspunt, in lijn met de omgevingsvisie en de Omgevingswet.

Acties (werking)

  • We stellen samen met betrokken partners een monitoring- en evaluatieprogramma op. Dit schema onder¬steunt de structurele voortgangsbewaking, biedt inzicht in werking en impact en maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen of te herijken. De opgedane ervaringen en in¬zichten worden, indien relevant, betrokken bij de verdere ontwikkeling en actualisatie van de omgevingsvisie;

  • Onderdeel hiervan is ook het opstellen van een lijst met indicatoren, zowel om effecten te meten als impact te volgen. Deze kan ook worden ingezet in de P&C cyclus;

  • Om de wensen en behoeften van de inwoners van Hengelo te blijven volgen, zetten we elke twee jaar een onderzoek uit via Kennispunt Twente, als vervolg op het onderzoek uit 2025 (zie voor resultaten Bijlage 2 Factsheet Kunst en Cultuur 2025);

  • We herijken elke drie jaar het omgevingsprogramma kunst en cultuur.

Bijlage I Overzicht Documentenbijlagen