Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762084
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762084/1
Regeling vervalt per 01-01-2027
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Subsidieregels voorschoolse educatie Bergen op Zoom 2026
Geldend van 29-05-2026 t/m 31-12-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Subsidieregels voorschoolse educatie Bergen op Zoom 20261.1Subsidieregels voorschoolse educatie Bergen op Zoom 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Bergen op Zoom;
besluit:
vast te stellen de navolgende subsidieregels voorschoolse educatie 2026 met inbegrip van de daarbij behorende bijlagen.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
a. Peuters: in de gemeente Bergen op Zoom woonachtige kinderen van 2 tot 4 jaar.
b. Bestuursrechtelijke handhaving: handhaving in de vorm van een genomen besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang of een bestuurlijke boete.
c. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom.
d. Doelgroeppeuter: peuter woonachtig in de gemeente Bergen op Zoom van 2,5 tot 4 jaar die op indicatie van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en in samenspraak met de beroepskracht in aanmerking komt voor een peuterplaats VVE.
e. DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
f. Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een in Bergen op Zoom gevestigde locatie voor kinderopvang waar voorschoolse educatie wordt uitgevoerd en die in het LRK staat geregistreerd als kinderdagverblijf.
g. Kinderdagverblijf: locatie waar dagopvang voor kinderen tussen de 0 en 4 jaar wordt gerealiseerd, volgens de eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
h. Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk aan ouders bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang.
i. LRK: Landelijk Register Kinderopvang: Register waarin kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen.
j. Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van een peuterplaats (hetzij regulier, hetzij VE) voor hun kind, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden, welke zij aangeven op het formulier “Inkomensgegevens t.b.v. inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang”.
k. Ouderbijdragentabel: een door het college opgesteld overzicht van de ouderbijdrage per inkomensgroep.
l. Ouders: ouder(s) of verzorgers van de peuter.
m. PBM’er VE/ Pedagogisch Coach VE; HBO geschoolde kracht die de 10 uur per doelgoepkind VE invult die vanuit de Wko verplicht gesteld is en de daarbij geldende afspraken in de gemeente Bergen op Zoom.
n. Peutergroep: een groep die bestaat uit peuterplaats regulier en peuterplaats VE.
o. Peuterplaats regulier: plek van twee dagdelen per week, gedurende 40 weken per jaar. Het aantal uren per peuterplaats per week is 6. De plek bevindt zich op een peuteropvang- of kinderopvanglocatie die in het LRK staat geregistreerd.
p. Peuterplaats VVE: plek voor doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool. In totaal moet gedurende 1,5 jaar 960 uur aangeboden worden. Op basis van individueel maatwerk kan de mogelijkheid geboden worden om doelgroeppeuters vanaf 2 jaar te laten instromen. Kinderen jonger dan 2,5 jaar en ouder dan 4 jaar tellen niet mee voor de 960 uur.
De plek bevindt zich op een peuteropvanglocatie die in het LRK staat geregistreerd als VVE gecertificeerd.
q. Peuteropvang: educatieve opvang voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, gericht op ontwikkeling stimulerende voorbereiding op de basisschool en die voldoet aan de eisen uit de Wet kinderopvang (Wko) met het daarbij behorende Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Peuteropvang wordt uitgevoerd op peuteropvanglocaties in groepen van maximaal 16 peuters per groep. De ontwikkeling van alle peuters wordt gevolgd middels een genormeerd observatiesysteem waarmee de peuter/kleuterontwikkeling en/of de leervorderingen op een gestructureerde wijze voor alle kinderen in beeld gebracht kan worden.
r. Peuteropvanglocatie: de locatie, geregistreerd als kinderdagverblijf in Bergen op Zoom in het LRK, waar de houder peuteropvang uitvoert. De locatie is tenminste vier dagdelen per week geopend voor peuteropvang.
s. Vereiste taalniveaus: de landelijk gehanteerde eisen aan de taalniveaus van pedagogisch medewerkers op de peuterwerklocaties, te weten de taaleis 3F op de onderdelen lezen en mondelinge vaardigheden.
t. Verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het jaarinkomen van het hele gezin.
u. VE (voorschoolse educatie): hier opgevat als peuteropvang voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin via een VVE-programma/ dan wel beredeneerd aanbod op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
v. VVE-programma: een programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
w. Beredeneerd aanbod: een passend aanbod van activiteiten van de vier verplichte ontwikkelingsgebieden om tegemoet te komen aan de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen. Het wordt samengesteld op basis van de gegevens uit het observatiesysteem en de inhoudsdoelen van het jonge kind.
x. Borgingsdocument: een door de samenwerkende voor- en vroegschool ingevuld document waarin jaarlijks het VVE beleid volgens de gestelde kwaliteitseisen aan VVE wordt beschreven, geëvalueerd en bijgesteld.
y. Resultatencyclus VVE: de cyclus waarin VVE-locaties meewerken aan de door de gemeente, kinderopvang en schoolbesturen vastgestelde afspraken met betrekking tot het monitoren van de opbrengsten van VVE.
z. VVE-locaties: de gemeente onderscheidt 3 soorten VVE-locaties:
- Locaties die niet verbonden zijn aan een basisschool. Zij omschrijven in het pedagogisch beleidsplan hoe zij invulling geven aan de warme overdracht aan de diverse basisscholen.
- VVE-basislocaties: omgevingskenmerken spelen een kleine rol. Voor- en vroegschool werken samen in een basisgroepoverleg en leggen hun afspraken vast in een borgingsdocument.
- VVE kerngroeplocaties: omgevingskenmerken spelen een bovengemiddelde rol. Zij werken samen in een kerngroepoverleg en leggen hun afspraken vast in een borgingsdocument.
Artikel 2 Doel
Deze subsidieregels hebben als doelstelling het mogelijk maken van de uitvoering van de voorschoolse educatie, inclusief VVE, voor de periode januari tot en met december 2026.
Artikel 3 De aanvrager
Een subsidieaanvraag kan enkel worden ingediend door een houder.
Artikel 4 De aanvraag
1. De aanvraag van een houder moet door de gemeente zijn ontvangen op of na 1 september 2025 en voor 1 oktober 2025.
2. Alleen tijdig ingediende en complete subsidieaanvragen, inclusief alle gevraagde bijlagen, worden in behandeling genomen.
3. Een beschrijving van het aanbod VVE op een basisgroeplocatie ofwel een VVE kerngroeplocatie, zoals is opgenomen in bijlage 4 behorende bij deze subsidieregeling, voorzien van informatie over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de voorwaarden van artikelen 5 en 6. Uit deze beschrijving moet expliciet duidelijk zijn dat de VE-peuter een volledig en op de peuter aangepast maatwerk aanbod krijgt conform de gestelde kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 4 behorende bij deze subsidieregeling.
4. De te subsidiëren activiteiten starten op zijn vroegst op 1 januari 2026 en lopen na de start tenminste door tot en met 31 december 2026.
5. Onverminderd de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Bergen op Zoom en de subsidievoorwaarden als opgenomen in deze subsidieregels, kan de subsidie in ieder geval worden geweigerd indien voor een van de vestigingen van de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt.
Artikel 5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Voor het aanvragen van subsidie dienen de volgende gegevens en stukken overgelegd te worden:
1. Het algemeen formulier aanvragen subsidie 2026 van de Gemeente Bergen op Zoom, via het digitale subsidieloket van de gemeente Bergen op Zoom.
2. Het ingevulde format berekening subsidie voorschoolse educatie 2026 Gemeente Bergen op Zoom, met als titel begroting (Zie bijlage 3).
3. Een activiteitenplan waarin is aangegeven op welke wijze op de peuteropvang invulling wordt gegeven aan VE. Tevens dient onderbouwd te worden dat de peuteropvanglocatie voldoet aan alle eisen die gesteld conform de wet en de in deze subsidieregeling opgenomen voorschriften.
4. Een scan van een bankafschrift.
5. Houders die in de voorafgaande subsidieperiode geen subsidie voor VE hebben ontvangen, dienen daarnaast aan te leveren: de meest recente versie van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans.
6. Conform het gestelde in artikel 12, lid 2: de VVE-certificaten van de pedagogisch medewerkers van de peuteropvanglocaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Deze voorwaarde geldt alleen:
- voor elke in deze subsidieperiode bestaande en nieuw te starten peuteropvanglocatie waarvoor subsidie VE wordt aangevraagd, en/of
- voor een in deze subsidieperiode nieuw aan te stellen pedagogisch medewerker op een peuteropvanglocatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd en waarvoor in de voorafgaande subsidieperiode subsidie voor VE is verstrekt.
7. Conform het gestelde in artikel 12 lid 1: bewijzen van de taalniveaus van de pedagogisch medewerkers van de peuteropvanglocaties waarvoor subsidie VE wordt aangevraagd, dan wel bewijzen van lopende deelname aan taalscholing die tot doel heeft de vereiste taalniveaus te bereiken. Deze voorwaarde geldt alleen:
- voor elke in deze subsidieperiode nieuw te starten peuteropvanglocatie waarvoor subsidie VE wordt aangevraagd, en/of;
- voor elke in deze subsidieperiode nieuw aan te stellen pedagogisch medewerker op een peuteropvanglocatie waarvoor subsidie VE wordt aangevraagd en waarvoor in de voorafgaande subsidieperiode subsidie voor peuterwerk is verstrekt.
8. Conform het gestelde in artikel 12 lid 1: een plan van aanpak voor samenwerking met het basisonderwijs.
Artikel 6 Doelgroepen
1. VE-subsidie is beschikbaar voor de volgende peuters, afkomstig uit de gemeente Bergen op Zoom:
a Peuters zonder VE-verwijzing van wie de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag.
b Peuters zonder VE-verwijzing van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
c Peuters zonder VE-verwijzing van wie de ouders een beroep kunnen doen op kwijtschelding.
d Peuters met VE-verwijzing van wie de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag.
e Peuters met VE-verwijzing van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
f Peuters met VE-verwijzing van wie de ouders een beroep kunnen doen op kwijtschelding.
2. Peuters zonder VE-verwijzing, hebben recht op 2 dagdelen van 3 uur voorschoolse educatie, van 2 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen.
3. Peuters met VE-verwijzing uit de gemeente Bergen op Zoom krijgen van 2,5 jaar tot 4 jaar 960 uur VE aangeboden. Op basis van individueel maatwerk kan de mogelijkheid geboden worden om doelgroeppeuters vanaf 2 jaar te laten instromen of na 4 jaar langer van VE gebruik te maken.
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
1. Het college subsidieert een uurtarief voor VE met een maximum van € 12,67 per uur.
2. Het college keert de subsidie op basis van een voorschot per maand uit, aan de hand van het ingevulde berekeningsformulier (zie artikel 5, lid 2). Voor de in artikel 6 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
a. Voor de in artikel 6 lid 2 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: 6 uren per week x maximaal € 12,67 per uur x 40 weken minus de geldende ouderbijdrage op basis van tabel 1 uit Bijlage 1.
b. Voor de in artikel 6 lid 3 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats voor 1,5 jaar 960 uur x maximaal € 12,67 x minus de geldende ouderbijdrage voor de eerste 6 uur aangeboden VVE op basis van tabel 1 uit Bijlage 1.
3. Als de ouderbijdrage minder dan 12 keer per jaar in rekening wordt gebracht, dan vindt op bovenstaande berekeningen uit de tekst sub a en b een correctie plaats in de vorm van een aanpassing van de 12 maanden factor.
4. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder, inclusief het ingevulde rapportageformat ‘eindrapportage voorschoolse educatie 2026’, door het college vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats (regulier en VE), het gehanteerde uurtarief, en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplaatsen heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.
Artikel 8 Toetsing recht op een gesubsidieerde peuterplaats
1. Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuterplaats dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van het formulier “Inkomensgegevens t.b.v. inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang”.
2. Indien het verwachte verzamelinkomen over 2026 tussentijds wijzigt is ten opzichte van het verzamelinkomen dat op het eerder ingeleverde formulier “Inkomensgegevens t.b.v. inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang” is aangegeven, opnieuw ingevuld te worden en ingediend. De ouderbijdrage wordt een maand na indiening van het formulier gewijzigd.
Artikel 9 De ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag
1. De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verwachte verzamelinkomen over 2026. Dit verwachte inkomen wordt bepaald aan de hand van het door ouders ingevulde formulier “Inkomensgegevens t.b.v. inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang”, zoals genoemd in artikel 9 lid 1 en lid 2.
2. Na bepaling van het verwachte verzamelinkomen over 2026 stelt houder de hoogte van de ouderbijdrage vast aan de hand van de tabellen in Bijlage 1.
3. Voor de meeruren boven 6 uur (doelgroepkinderen) wordt geen ouderbijdrage in rekening gebracht.
4. Ouders komen voor kwijtschelding van de ouderbijdrage in aanmerking als het verwachte verzamelinkomen ligt beneden een bedrag van € 24.149,-. Dit geldt ook als één van de ouders deelneemt aan een inburgeringsprogramma.
Artikel 10 De ouderbijdrage voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag
1. De houder brengt € 11,23 per uur in rekening bij de ouders. Op basis van dit bedrag kunnen ouders kinderopvangtoeslag aanvragen. Het bedrag dat na aftrek van de kinderopvangtoeslag overblijft is de ouderbijdrage en deze komt overeen met de ouderbijdrage zoals uiteengezet in Bijlage 1 van deze subsidieregeling.
2. Het resterende bedrag van € 1,44 (€ 12,67 - € 11,23) wordt door de gemeente gesubsidieerd.
3. Voor de meeruren boven 6 uur (doelgroepkinderen) wordt geen ouderbijdrage in rekening gebracht.
4. Ouders komen voor kwijtschelding van de ouderbijdrage in aanmerking als het verwachte verzamelinkomen ligt beneden een bedrag van € 24.149,-. Dit geldt ook als één van de ouders deelneemt aan een inburgeringsprogramma.
Artikel 11 Bevoorschotting
Het college verstrekt maandelijks een voorschot op basis van de verleende subsidie en op basis van het ingevulde format berekening subsidie voorschoolse educatie 2026, zoals genoemd on artikel 5, lid 2 van deze subsidieregeling.
Artikel 12 Verplichtingen
1. De subsidieontvanger en de invulling van het aanbod voldoen aan de kwaliteitseisen, zoals vastgelegd in de Wko en het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
2. Het aanbod van de subsidieontvanger voldoet aan de kwaliteitseisen en voorwaarden voor dan wel het aanbod op VVE-basislocaties dan wel VVE-kerngroeplocaties, zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze subsidieregels.
3. De subsidieontvanger verwezenlijkt het aanbod met in achtneming van de onder artikel 6 van deze subsidieregeling.
Artikel 13 Toezicht op kwaliteit
1. De GGD West-Brabant houdt in opdracht van de gemeente Bergen op Zoom toezicht op de kwaliteit van het aanbod op basis van de Wko en in het kader van deze subsidieregeling.
2. De onderwijsinspectie houdt toezicht op de kwaliteit van de gemeente. In de stedelijke werkgroep VVE werken kinderopvang, onderwijs, gemeenten en ketenpartners samen aan de kwaliteit van VVE, in het kader van deze subsidieregeling.
3. De onderwijsinspectie houdt zelf ook toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang.
Artikel 14 Subsidie ten behoeve van de HBO-er VE in de peuteropvang
1. De houder krijgt door de gemeente de inzet van 10 uur per doelgroepkind per jaar vergoed. Aan houders met minder dan 5 doelgroepkinderen wordt minimaal 40 uur per jaar vergoed.
2. De gemeente stelt aan de subsidievergoeding de volgende voorwaarden; bijlage 4:
- De Gemeente Bergen op Zoom en de VE -aanbieders zien een coachende rol bij het invullen van de functie PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE, die daarbij tegelijkertijd mede betrokken is bij het ontwikkelen van passend beleid;
- Een aanbieder kan een eigen PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE aanstellen vanaf 25 doelgroepkinderen; bij minder doelgroepkinderen kan gecombineerd worden met de functie van PBM’er IKK of kan samenwerking gezocht worden met PBM ‘er VE/ Pedagogisch coach VE van andere aanbieders.
- Deze medewerker is de schakel tussen (gemeentelijk) VE-beleid en de uitvoering. Op gemeentelijk niveau deelt de PBM’er VE/Pedagogisch coach VE-kennis en ervaringen met collega’s van andere aanbieders.
- De gemeente en de VE- aanbieders maken gemeentelijk algemene afspraken over de spelregels, rollen en taken m.b.t. de invulling van de functie PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE.
- De verbeteracties waar de PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE mee aan de slag gaat, worden beschreven in het pedagogisch beleidsplan en jaarlijks in het borgingsdocument opgenomen.
- Coaching on the job is een belangrijk onderdeel van de taken van de PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE.
- De houder beschrijft in het pedagogisch beleidsplan op welke wijze de pedagogisch beleidsmedewerker ve/ Pedagogisch coach VE ervoor gaat zorgen dat het doel wordt bereikt (namelijk: verhogen van de kwaliteit van de PM’ers en van het pedagogisch beleid en daarmee van de voorschoolse educatie). Deze beschrijving is vanaf 1 januari 2022 verplicht opgenomen in het beleidsplan van de kinderopvangorganisatie.
- Voor de verantwoording van de ureninzet van de pedagogisch beleidsmedewerker moet de houder jaarlijks het aantal doelgroepkinderen per locatie vaststellen gebaseerd op de peiling op 1 januari. De registratie op 1 januari is bij de (meeste) kinderopvangorganisaties al ingeregeld in het administratiepakket.
- Een pedagogisch beleidsmedewerker VE/Pedagogisch coach VE wordt gewaardeerd in schaal 9 van de CAO Kinderopvang. Voor 2026 wordt uitgegaan van een uurtarief van € 47,-.
- Aanbieders kunnen via het gemeentelijk subsidieloket een subsidieaanvraag indienen voor de vergoeding voor de personeelskosten van de pedagogisch beleidsmedewerker VE/ Pedagogisch coach VE.
Artikel 15 De subsidieverlening
1. Het college beslist op een tijdig en compleet ingediende subsidieaanvraag binnen zes weken nadat de aanvraag is ingediend.
2. Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft voor de betreffende peuteropvanglocatie bestuursrechtelijke handhaving van kracht wordt, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Artikel 16 Verantwoording subsidie
1. De houder levert uiterlijk voor 1 juni 2027 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college met behulp van een door het college vastgesteld digitale verantwoordingsformulier, via het gemeentelijke digitale subsidieloket. Deze aanvraag tot vaststelling bevat:
- een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
De houder ziet erop toe dat alle VVE-locaties gedurende het subsidiejaar een borgingsdocument over het schooljaar 2025-2026 versie juni 2025 of later, overleggen aan de gemeente en inhoudelijk met de VVE-coördinator bespreken;
- een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en (voor zover van toepassing) inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
- een balans per eind van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.
2. Voor subsidies van € 50.000 - en hoger dient de eindrapportage voorzien te zijn van een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
3. Voor de verstrekte subsidies geldt dat het college bij houder nadere gegevens kan opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de houder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
- verklaringen geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders;
- plaatsingsovereenkomst peuter waaruit aantal uren, soort peuterplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken.
- VVE-verwijzingen afgegeven door de JGZ, voor plaatsingen van doelgroeppeuters.
4. Als de houder niet in staat is om de aanvraag tot vaststelling, genoemd onder lid 1 van dit artikel, voor 1 juni in te leveren, dient de houder hier voor deze datum uitstel bij de gemeente aan te vragen, waarin wordt aangegeven voor welke periode het uitstel wordt aangevraagd.
Artikel 17 Vaststelling subsidie
1. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van de informatie uit de eindrapportage zoals genoemd in artikel 12 lid 2.
2. Indien gedurende of na afloop van de subsidieperiode blijkt dat niet voldaan is aan de gehanteerde subsidiecriteria zoals genoemd in artikel 8, heeft het college het recht de subsidie te herzien of lager vast te stellen en de subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Artikel 18 Hardheidsclausule
Het college beslist in alle voorkomende gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien. Daarnaast is het college bevoegd om in bijzondere gevallen gemotiveerd van deze regeling af te wijken.
Artikel 19 Reikwijdte van de nadere regels
Deze regeling is van toepassing op alle subsidies die het college in de periode januari tot en met december 2026 verstrekt voor de peuteropvang.
Artikel 20 Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt op 1 januari 2026 in werking.
2. De subsidieregels Voorschoolse Educatie 2025 vervallen per 1 januari 2026.
Artikel 21 Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregels Voorschoolse Educatie 2026’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 22 juli 2025
Secretaris
J. Perfors
loco-burgemeester
Bijlage 1: Tabel ouderbijdrage voorschoolse opvang 2026 per uur
|
gezamenlijk toetsingsinkomen gezin |
Ouderbijdrage peuterwerk per uur |
gezamenlijk toetsingsinkomen gezin |
Ouderbijdrage peuterwerk per uur |
|||||
|
Van |
Tot |
1e kind |
2e kind e.v. |
Van |
Tot |
1e kind |
2e kind e.v. |
|
|
€ 24.150 |
€ 25.756 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 107.493 |
€ 111.290 |
€ 3,67 |
€ 1,18 |
|
|
€ 25.757 |
€ 27.363 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 111.291 |
€ 115.090 |
€ 3,92 |
€ 1,22 |
|
|
€ 27.364 |
€ 28.973 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 115.091 |
€ 118.963 |
€ 4,19 |
€ 1,28 |
|
|
€ 28.974 |
€ 30.579 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 118.964 |
€ 122.857 |
€ 4,42 |
€ 1,36 |
|
|
€ 30.580 |
€ 32.189 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 122.858 |
€ 126.747 |
€ 4,66 |
€ 1,41 |
|
|
€ 32.190 |
€ 33.795 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 126.748 |
€ 130.638 |
€ 4,90 |
€ 1,46 |
|
|
€ 33.796 |
€ 35.400 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 130.639 |
€ 134.527 |
€ 5,14 |
€ 1,49 |
|
|
€ 35.401 |
€ 37.129 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 134.528 |
€ 138.420 |
€ 5,36 |
€ 1,57 |
|
|
€ 37.130 |
€ 38.855 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 138.421 |
€ 142.312 |
€ 5,57 |
€ 1,64 |
|
|
€ 38.856 |
€ 40.586 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 142.313 |
€ 146.205 |
€ 5,78 |
€ 1,68 |
|
|
€ 40.587 |
€ 42.313 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 146.206 |
€ 150.092 |
€ 6,01 |
€ 1,75 |
|
|
€ 42.314 |
€ 44.046 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 150.093 |
€ 153.982 |
€ 6,23 |
€ 1,80 |
|
|
€ 44.047 |
€ 45.776 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 153.983 |
€ 157.877 |
€ 6,46 |
€ 1,88 |
|
|
€ 45.777 |
€ 47.546 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 157.878 |
€ 161.766 |
€ 6,68 |
€ 1,94 |
|
|
€ 47.547 |
€ 49.318 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 161.767 |
€ 165.657 |
€ 6,91 |
€ 2,06 |
|
|
€ 49.319 |
€ 51.092 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 165.658 |
€ 169.547 |
€ 7,13 |
€ 2,09 |
|
|
€ 51.093 |
€ 52.864 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 169.548 |
€ 173.440 |
€ 7,13 |
€ 2,18 |
|
|
€ 52.865 |
€ 54.641 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 173.441 |
€ 177.335 |
€ 7,13 |
€ 2,28 |
|
|
€ 54.642 |
€ 56.412 |
€ 0,45 |
€ 0,45 |
€ 177.336 |
€ 181.223 |
€ 7,13 |
€ 2,35 |
|
|
€ 56.413 |
€ 58.184 |
€ 0,51 |
€ 0,49 |
€ 181.224 |
€ 185.114 |
€ 7,13 |
€ 2,45 |
|
|
€ 58.185 |
€ 59.957 |
€ 0,58 |
€ 0,49 |
€ 185.115 |
€ 189.002 |
€ 7,13 |
€ 2,50 |
|
|
€ 59.958 |
€ 61.895 |
€ 0,69 |
€ 0,49 |
€ 189.003 |
€ 192.896 |
€ 7,13 |
€ 2,59 |
|
|
€ 61.896 |
€ 65.695 |
€ 0,85 |
€ 0,49 |
€ 192.897 |
€ 196.789 |
€ 7,13 |
€ 2,67 |
|
|
€ 65.696 |
€ 69.492 |
€ 0,94 |
€ 0,54 |
€ 196.790 |
€ 200.681 |
€ 7,13 |
€ 2,75 |
|
|
€ 69.493 |
€ 73.292 |
€ 1,07 |
€ 0,61 |
€ 200.682 |
€ 204.571 |
€ 7,13 |
€ 2,86 |
|
|
€ 73.293 |
€ 77.094 |
€ 1,33 |
€ 0,65 |
€ 204.572 |
€ 208.458 |
€ 7,13 |
€ 2,92 |
|
|
€ 77.095 |
€ 80.891 |
€ 1,58 |
€ 0,69 |
€ 208.459 |
€ 212.353 |
€ 7,13 |
€ 3,00 |
|
|
€ 80.892 |
€ 84.693 |
€ 1,83 |
€ 0,76 |
€ 212.354 |
€ 216.242 |
€ 7,13 |
€ 3,09 |
|
|
€ 84.694 |
€ 88.491 |
€ 2,11 |
€ 0,82 |
€ 216.243 |
€ 220.134 |
€ 7,13 |
€ 3,17 |
|
|
€ 88.492 |
€ 92.291 |
€ 2,37 |
€ 0,88 |
€ 220.135 |
€ 224.026 |
€ 7,13 |
€ 3,23 |
|
|
€ 92.292 |
€ 96.091 |
€ 2,62 |
€ 0,95 |
€ 224.027 |
€ 227.915 |
€ 7,13 |
€ 3,32 |
|
|
€ 96.092 |
€ 99.889 |
€ 2,89 |
€ 1,02 |
€ 227.916 |
€ 231.807 |
€ 7,13 |
€ 3,41 |
|
|
€ 99.890 |
€ 103.694 |
€ 3,13 |
€ 1,07 |
€ 231.808 |
€ 235.697 |
€ 7,13 |
€ 3,47 |
|
|
€ 103.695 |
€ 107.492 |
€ 3,41 |
€ 1,10 |
€ 235.698 |
en hoger |
€ 7,13 |
€ 3,57 |
|
* Voor ouders / verzorgers met een gezamenlijk toetsingsinkomen lager dan € 24.150,- wordt de ouderbijdrage kwijtgescholden. Dit geldt voor de peuters die per 1 januari 2026 zijn ingeschreven.
Bijlage 2: Tabel ouderbijdrage voorschoolse opvang 2026 per maand
|
gezamenlijk toetsingsinkomen gezin |
Ouderbijdrage peuterwerk per maand |
gezamenlijk toetsingsinkomen gezin |
Ouderbijdrage peuterwerk per maand |
|||||
|
Van |
Tot |
1e kind |
2e kind e.v. |
Van |
Tot |
1e kind |
2e kind e.v. |
|
|
€ 24.150 |
€ 25.756 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 107.493 |
€ 111.290 |
€ 73,40 |
€ 23,60 |
|
|
€ 25.757 |
€ 27.363 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 111.291 |
€ 115.090 |
€ 78,40 |
€ 24,40 |
|
|
€ 27.364 |
€ 28.973 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 115.091 |
€ 118.963 |
€ 83,80 |
€ 25,60 |
|
|
€ 28.974 |
€ 30.579 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 118.964 |
€ 122.857 |
€ 88,40 |
€ 27,20 |
|
|
€ 30.580 |
€ 32.189 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 122.858 |
€ 126.747 |
€ 93,20 |
€ 28,20 |
|
|
€ 32.190 |
€ 33.795 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 126.748 |
€ 130.638 |
€ 98,00 |
€ 29,20 |
|
|
€ 33.796 |
€ 35.400 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 130.639 |
€ 134.527 |
€ 102,80 |
€ 29,80 |
|
|
€ 35.401 |
€ 37.129 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 134.528 |
€ 138.420 |
€ 107,20 |
€ 31,40 |
|
|
€ 37.130 |
€ 38.855 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 138.421 |
€ 142.312 |
€ 111,40 |
€ 32,80 |
|
|
€ 38.856 |
€ 40.586 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 142.313 |
€ 146.205 |
€ 115,60 |
€ 33,60 |
|
|
€ 40.587 |
€ 42.313 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 146.206 |
€ 150.092 |
€ 120,20 |
€ 35,00 |
|
|
€ 42.314 |
€ 44.046 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 150.093 |
€ 153.982 |
€ 124,60 |
€ 36,00 |
|
|
€ 44.047 |
€ 45.776 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 153.983 |
€ 157.877 |
€ 129,20 |
€ 37,60 |
|
|
€ 45.777 |
€ 47.546 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 157.878 |
€ 161.766 |
€ 133,60 |
€ 38,80 |
|
|
€ 47.547 |
€ 49.318 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 161.767 |
€ 165.657 |
€ 138,20 |
€ 41,20 |
|
|
€ 49.319 |
€ 51.092 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 165.658 |
€ 169.547 |
€ 142,60 |
€ 41,80 |
|
|
€ 51.093 |
€ 52.864 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 169.548 |
€ 173.440 |
€ 142,60 |
€ 43,60 |
|
|
€ 52.865 |
€ 54.641 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 173.441 |
€ 177.335 |
€ 142,60 |
€ 45,60 |
|
|
€ 54.642 |
€ 56.412 |
€ 9,00 |
€ 9,00 |
€ 177.336 |
€ 181.223 |
€ 142,60 |
€ 47,00 |
|
|
€ 56.413 |
€ 58.184 |
€ 10,20 |
€ 9,80 |
€ 181.224 |
€ 185.114 |
€ 142,60 |
€ 49,00 |
|
|
€ 58.185 |
€ 59.957 |
€ 11,60 |
€ 9,80 |
€ 185.115 |
€ 189.002 |
€ 142,60 |
€ 50,00 |
|
|
€ 59.958 |
€ 61.895 |
€ 13,80 |
€ 9,80 |
€ 189.003 |
€ 192.896 |
€ 142,60 |
€ 51,80 |
|
|
€ 61.896 |
€ 65.695 |
€ 17,00 |
€ 9,80 |
€ 192.897 |
€ 196.789 |
€ 142,60 |
€ 53,40 |
|
|
€ 65.696 |
€ 69.492 |
€ 18,80 |
€ 10,80 |
€ 196.790 |
€ 200.681 |
€ 142,60 |
€ 55,00 |
|
|
€ 69.493 |
€ 73.292 |
€ 21,40 |
€ 12,20 |
€ 200.682 |
€ 204.571 |
€ 142,60 |
€ 57,20 |
|
|
€ 73.293 |
€ 77.094 |
€ 26,60 |
€ 13,00 |
€ 204.572 |
€ 208.458 |
€ 142,60 |
€ 58,40 |
|
|
€ 77.095 |
€ 80.891 |
€ 31,60 |
€ 13,80 |
€ 208.459 |
€ 212.353 |
€ 142,60 |
€ 60,00 |
|
|
€ 80.892 |
€ 84.693 |
€ 36,60 |
€ 15,20 |
€ 212.354 |
€ 216.242 |
€ 142,60 |
€ 61,80 |
|
|
€ 84.694 |
€ 88.491 |
€ 42,20 |
€ 16,40 |
€ 216.243 |
€ 220.134 |
€ 142,60 |
€ 63,40 |
|
|
€ 88.492 |
€ 92.291 |
€ 47,40 |
€ 17,60 |
€ 220.135 |
€ 224.026 |
€ 142,60 |
€ 64,60 |
|
|
€ 92.292 |
€ 96.091 |
€ 52,40 |
€ 19,00 |
€ 224.027 |
€ 227.915 |
€ 142,60 |
€ 66,40 |
|
|
€ 96.092 |
€ 99.889 |
€ 57,80 |
€ 20,40 |
€ 227.916 |
€ 231.807 |
€ 142,60 |
€ 68,20 |
|
|
€ 99.890 |
€ 103.694 |
€ 62,60 |
€ 21,40 |
€ 231.808 |
€ 235.697 |
€ 142,60 |
€ 69,40 |
|
|
€ 103.695 |
€ 107.492 |
€ 68,20 |
€ 22,00 |
€ 235.698 |
en hoger |
€ 142,60 |
€ 71,40 |
|
Bijlage 3 Formulier berekening voorschoolse subsidie 2026
\
|
Algemeen |
|||||||
|
Bepaling bezettingspercentage voorschoolse educatie |
Berekening maximale subsidie |
||||||
|
Locatie |
Dagdelen per week |
Uren per dagdeel |
Aantal kinderen per groep |
Weken |
Uren totaal p.j |
Vergoeding per uur |
Maximale vergoeding |
|
1 |
7 |
3 |
16 |
40 |
13440 |
€ 12,67 |
€ 170.284,80 |
|
2 |
7 |
3 |
16 |
40 |
13440 |
€ 12,67 |
€ 170.284,80 |
|
3 |
7 |
3 |
16 |
40 |
13440 |
€ 12,67 |
€ 170.284,80 |
|
4 |
7 |
3 |
16 |
40 |
13440 |
€ 12,67 |
€ 170.284,80 |
|
5 |
7 |
3 |
16 |
40 |
13440 |
€ 12,67 |
€ 170.284,80 |
|
7 |
7 |
3 |
14 |
40 |
11760 |
€ 12,67 |
€ 148.999,20 |
|
8 |
7 |
3 |
14 |
40 |
11760 |
€ 12,67 |
€ 148.999,20 |
|
9 |
7 |
3 |
14 |
40 |
11760 |
€ 12,67 |
€ 148.999,20 |
|
10 |
7 |
3 |
12 |
40 |
10080 |
€ 12,67 |
€ 127.713,60 |
|
11 |
7 |
3 |
12 |
40 |
10080 |
€ 12,67 |
€ 127.713,60 |
|
12 |
7 |
3 |
12 |
40 |
10080 |
€ 12,67 |
€ 127.713,60 |
|
13 |
5 |
4 |
16 |
40 |
12800 |
€ 12,67 |
€ 162.176,00 |
|
14 |
5 |
4 |
14 |
40 |
11200 |
€ 12,67 |
€ 141.904,00 |
|
15 |
5 |
4 |
12 |
40 |
9600 |
€ 12,67 |
€ 121.632,00 |
|
Maximaal mogelijke bezetting in uren per jaar |
166320 |
|
€ 2.107.274,40 |
||||
|
Werkelijke bezetting |
68160 |
|
|
||||
|
Bezettingspercentage |
40,98% |
||||||
|
Uurloon pedagogisch beleidsmedewerker |
€ 47,00 |
|
Gehanteerde kostprijs ve per uur |
€ 12,67 |
|
Bijdrage gemeente boven kostprijs |
€ 1,44 |
|
Maximale uurprijs KOT per uur |
€ 11,23 |
|
Gemiddelde ouderbijdrage per uur |
€ 1,65 |
|
Bepaling werkelijk aantal uren |
Eigen bijdrage |
||||
|
Aantal kinderen |
Aantal kinderen |
Uren per week |
Weken |
Totaal |
|
|
Met kinderopvangtoeslag |
90 |
6 |
40 |
21600 |
€ 242.568,00 |
|
Zonder kinderopvangtoeslag 6 uur |
48 |
6 |
40 |
11520 |
€ 16.588,80 |
|
Zonder kinderopvangtoeslag 8 uur |
12 |
8 |
40 |
3840 |
€ 43.123,20 |
|
Kinderen met kwijtschelding |
30 |
6 |
40 |
7200 |
|
|
10 uur extra per doelgroepkind |
|
||||
|
Aantal doelgroepkinderen |
60 |
10 |
40 |
24000 |
|
|
Totaal |
|
|
|
68160 |
€ 302.280,00 |
|
Subsidieberekening |
|
|
Maximale subsidie 100% bezetting |
€ 2.107.274,40 |
|
Maximale subsidie op basis van werkelijke bezetting |
€ 863.587,20 |
|
Kosten pedagogisch beleidsmedewerker VE |
€ 28.200,00 |
|
Eigen bijdrages |
€ -302.280,00 |
|
Totale subsidie 2026 |
€ 589.507,20 |
|
Correctie extra uren i.v.m. 4 dagdelen |
€ 42.316,80 |
Bijlage 4 Subsidievoorwaarden en kwaliteitseisen VE, als bedoeld in artikel 4, lid 3 van deze subsidieregeling
Aanbod VVE basislocaties en VVE kerngroeplocaties
Alle locaties moeten naast de landelijke eisen voldoen aan kwaliteitseisen zoals beschreven in deze bijlage, die gelden voor het aanbod VVE-basislocaties.
Voor alle VVE-locaties geldt dat subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan houders die voldoen aan de volgende voorwaarden:
Algemeen:
- Er wordt voldaan aan de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie, kwaliteitseisen voor- en vroegschoolse educatie van de inspectie van het onderwijs en de vereisten vanuit de inspectie GGD.
- De houder onderschrijft het onderwijskansenbeleid van de gemeente Bergen op Zoom.
- De locatie staat geregistreerd als kinderopvangvoorziening VVE in het landelijk register Kinderopvang.
- Er wordt medewerking verleend aan onderzoek en monitoring om te controleren of voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden.
- De VVE-locaties nemen deel aan de audits georganiseerd door de gemeente en/of van de Onderwijsinspectie.
- De houder neemt voor haar VVE-locaties deel aan het overleg van de stedelijke Werkgroep VVE.
Doorgaande lijn:
- Er is sprake van een warme overdracht van peuters naar de basisschool. Dit houdt het volgende in: in de overdracht geeft de peuteropvanglocatie (als voorschoolse voorziening) persoonlijk - en bij voorkeur in aanwezigheid van de ouders – informatie mee over de ontwikkeling van het kind over de vier ontwikkelingsgebieden van VVE
- De houder werkt voor elke peuteropvanglocatie aantoonbaar samen met één of meer basisscholen. Deze samenwerking blijkt uit het borgingsdocument van VVE-basislocaties en VVE-kerngroeplocaties voor de realisatie van een doorgaande lijn. Er is een intensieve samenwerking en een aantoonbare doorgaande lijn met het basisonderwijs op gebied van educatief aanbod, educatief handelen, samenwerking met ouders, pedagogisch-didactisch klimaat begeleiding en zorg.
- Het plan is ondertekend door beide partijen en bevat minimaal de afspraken die in de stedelijke werkgroep VVE zijn besproken en welke zijn vastgesteld door de bestuurlijke LEA.
VVE-programma/beredeneerd aanbod:
- Minimaal één pedagogisch medewerker op de betreffende peutergroep is opgeleid in het VVE-programma / het werken met beredeneerd aanbod, waarmee op die locatie wordt gewerkt. Als een tweede pedagogisch medewerker nog niet aantoonbaar in het VVE-programma / beredeneerd aanbod is geschoold, dient de aanbieder aantoonbaar te maken dat de betreffende training gevolgd gaat worden.
Er wordt uitgegaan van 2 gecertificeerde pedagogische medewerkers per groep en per dagdeel.
- Indien een VVE-programma niet langer NJI-gecertificeerd is, kan op de volgende manier gewerkt worden:
▪ Locaties waar met een programma wordt gewerkt wat eerder wel is gecertificeerd, kunnen gebruik blijven maken van dit programma, als ze aantoonbaar kunnen maken dat medewerkers (na)geschoold zijn op de programma’s, het beredeneerd aanbod en op andere onderwerpen die uit analyses van de onderwijsinspectie en de VE- werkgroep naar voren komen
▪ Voor de 2e pedagogisch medewerker die nog niet aantoonbaar in het VVE-programma is geschoold, dient de aanbieder aantoonbaar te maken dat de betreffende training gevolgd gaat worden.
▪ De VE-coaches/ trainers Ben ik in Beeld hebben twee keer per jaar een intervisie, in aanwezigheid van de coördinator VE van de gemeente en een pedagoog van de betreffende kinderopvangorganisatie, zodat de nascholing en VE-kwaliteit besproken blijft worden.
▪ Als de aanbieder kiest voor een nieuw programma, dient dit een NJI-erkend VVE-programma te zijn en dienen medewerkers getraind te worden in dit gecertificeerd programma.
▪ Alle medewerkers moeten aan de wettelijke eisen voldoen en jaarlijks een nascholingsplan kunnen overleggen dat onder andere betrekking heeft op het beredeneerd aanbod.
▪ Indien gewerkt wordt volgens met een beredeneerd aanbod, zoals beschreven onder artikel 1, onder w, zijn de pedagogisch medewerkers getraind in het werken met een beredeneerd aanbod.
▪ VVE locaties beschrijven in hun borgingsdocument op welke wijze er structureel aan woordenschatontwikkeling wordt gewerkt.
Resultatencyclus VVE en borgingsdocument
- De gemeente krijgt geanonimiseerde, verzamelde resultaatgegevens van de doelgroepkinderen om de effectiviteit van VVE te kunnen monitoren. Dit gebeurt middels een vastgestelde cyclus; een nulmeting van de eerste observatiegegevens van de peuters, een eindmeting van kleuters bij de overgang naar groep 3 en een jaarlijks reflectiegesprek over de opbrengsten van de VVE peuters van de aanbieders met de gemeente aan de hand van het daarvoor ontworpen format dat is opgenomen in het gebruikte borgingsdocument. Deze afspraken worden verder toegelicht in de Notitie Resultaatafspraken VVE Bergen op Zoom, welke in september 2021 zijn vastgesteld door de bestuurlijke LEA. In 2022-2023 is de resultatencyclus voor VVE geïmplementeerd, geëvalueerd en bijgesteld.
- De VVE-locaties leggen de afspraken over de doorgaande leerlijn, vast in een borgingsdocument.
De inhoud van het vernieuwde format is leidend, waarbij de geldende kwaliteitseisen aan VVE vanuit het Toezichtkader geborgd worden. In het borgingsdocument dient de jaarplanning van de basisgroepoverleggen/kerngroepoverleggen te worden opgenomen.
Professionalisering en scholing:
- De locatie werkt ontwikkelingsgericht met de peuters (van 2 tot 4 jaar) van de locatie en beschrijft in het pedagogisch beleidsplan en/ of scholingsplan hoe dit aanbod specifiek voor peuters gerealiseerd wordt:
▪ Hoe wordt gezorgd dat pedagogisch medewerkers geschoold zijn in het gebruikte programma dan wel werken volgens het beredeneerd aanbod.
▪ Hoe wordt gezorgd dat invalkrachten voldoen aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
▪ Hoe wordt het werken met VVE en aan kansengelijkheid voor kinderen geborgd.
▪ Op welke manier vindt verdieping en verrijking van VVE continu plaats.
Ouderbetrokkenheid en leesbevordering:
- Op elke voor- en vroegschool is ouderbetrokkenheidsbeleid omschreven waarin staat hoe aan de volgende elementen wordt gewerkt:
• Ouders weten hoe het VVE-programma/beredeneerd aanbod in elkaar zit;
• Ouders weten wat hun kind doet op de voor- of vroegschool; bijvoorbeeld met uitleg over het thema, de het woordenschataanbod, BoekStart, etc..
• Ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;
• Ouders weten wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen.
- De locatie doet mee aan het bibliotheekprogramma BoekStart en stimuleert (voor)lezen op de locatie en thuis; Voorleesbeleid en de bijbehorende plannen zijn opgenomen in het pedagogisch beleidsplan.
- De gemeente Bergen op Zoom bereidt een pilot voor met TWB over het actief informeren over het belang van educatief partnerschap. De pedagogisch medewerkers op de VVE-locatie vragen, bij inwerkingtreding van de pilot, bij ouders na op welke wijze het educatief partnerschap wordt ingevuld.
De pedagogisch medewerkers op de VVE-locatie:
- beschikken op het moment van de start van de subsidieperiode over het vereiste niveau 3F voor mondelinge taal en lezen, dan wel volgen aantoonbaar op het moment van de subsidieaanvraag scholing die tot doel heeft het genoemde taalniveau te bereiken;
- werken ontwikkelingsgericht volgens de doelstellingen van het gebruikte VVE-programma/beredeneerd aanbod;
- werken samen met ouders en ondersteunen ouders indien nodig om thuis (de taal van) hun kinderen te kunnen stimuleren;
- stimuleren de ouders om deel te nemen aan de ouderbetrokkenheidstrajecten op de locatie, thuis, het consultatiebureau en de bibliotheek;
De Pedagogische beleidsmedewerker VE (PBM’er VE):
- heeft een coachende rol bij het invullen van de functie PBM’er VE/ pedagogisch coach VE, die daarbij tegelijkertijd mede betrokken is bij het ontwikkelen van passend beleid;
- Een aanbieder kan een eigen PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE aanstellen vanaf 25 doelgroepkinderen; bij minder doelgroepkinderen kan gecombineerd worden met de functie van PBM’er IKK of kan samenwerking gezocht worden met PBM ‘er VE/ Pedagogisch coach VE van andere aanbieders.
- Deze medewerker is de schakel tussen (gemeentelijk) VE-beleid en de uitvoering. Op gemeentelijk niveau deelt de PBM’er VE/pedagogisch coach VE-kennis en ervaringen met collega’s van andere aanbieders.
- De gemeente en de VE- aanbieders maken gemeentelijk algemene afspraken over de spelregels, rollen en taken m.b.t. de invulling van de functie PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE.
- De verbeteracties waar de PBM’er VE/ Pedagogisch coach VE mee aan de slag gaat, worden beschreven in het pedagogisch beleidsplan en jaarlijks in het borgingsdocument opgenomen.
- Coaching on the job is een belangrijk onderdeel van de taken van de PBM’er VE/ pedagogisch coach VE.
- De houder beschrijft in het pedagogisch beleidsplan op welke wijze de pedagogisch beleidsmedewerker ve/ Pedagogisch coach VE ervoor gaat zorgen dat het doel wordt bereikt (namelijk: verhogen van de kwaliteit van de PM’ers en van het pedagogisch beleid en daarmee van de voorschoolse educatie). Deze beschrijving is vanaf 1 januari 2022 verplicht opgenomen in het beleidsplan van de kinderopvangorganisatie.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl