Beleidsregels drugs gemeente Emmen 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 27-05-2026

Intitulé

Beleidsregels drugs gemeente Emmen 2026

De burgemeester van Emmen maakt het volgende bekend.

Gelet op artikel 1:3 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2:41 van de Algemene plaatselijke verordening Emmen 2025.

Besluit vast te stellen Beleidsregels drugs gemeente Emmen 2026.

1. Inleiding en doelen van de beleidsregels

Sinds 2021 geldt in de gemeente Emmen het ‘Bestuurlijke aanpak artikel 13B Opiumwet en gedoogbeleid coffeeshops gemeente Emmen’. De rechtspraak heeft zich sindsdien verder ontwikkeld, wat maakt dat er behoefte is aan een herziening van het beleid. In deze herziening worden de onderwerpen artikel 13b van de Opiumwet, drugshandel op straat zoals beschreven in artikel 2:41 van de Algemene Plaatselijke Verordening Emmen 2025 (hierna: APV) en het gedoogbeleid coffeeshops nader uitgewerkt.

De Beleidsregels drugs gemeente Emmen 2026 beschrijven de regels voor verschillende drugsgerelateerde onderwerpen en de manier waarop casuïstiek beoordeeld wordt door de burgemeester van Emmen.

1.1 Doelen van de beleidsregels

Op grond van artikel 13b Opiumwet en artikel 2:41 APV kan de burgemeester herstelmaatregelen opleggen. Deze maatregelen zijn erop gericht om alle activiteiten aangaande drugshandel vanuit panden of de openbare weg te beëindigen, beëindigd te houden en herhaling daarvan te voorkomen.

Daarnaast gelden de volgende doelstellingen. Dit betreft geen limitatieve opsomming:

  • -

    de gemeente Emmen onaantrekkelijk maken als vestigingsplaats voor drugshandel en productie;

  • -

    de bekendheid van het pand als drugspand in het drugscircuit te doorbreken en te verhinderen dat het pand (weer) wordt gebruikt voor het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel;

  • -

    een duidelijk en zichtbaar signaal af te geven dat de handel in en productie van drugs niet wordt getolereerd en dat daartegen wordt opgetreden;

  • -

    het woon- en/of leefklimaat in en rondom het betreffende gebied te beschermen en gevaar voor (nieuwe) bewoners, ondernemers en omwonenden te voorkomen;

  • -

    de openbare orde, veiligheid en/of (volks-) gezondheid te herstellen en rust terugbrengen in de directe omgeving van het pand of de handelslocatie.

  • -

    herhaling van de ernstige verstoring van de openbare orde voorkomen.

2. Juridisch kader en afbakening

De handel of productie van drugs wordt ook binnen de gemeente Emmen aangetroffen. De gemeente Emmen trekt in de aanpak van drugshandel- en productie samen met diverse partners op, zoals de politie, het openbaar ministerie en woningbouwverenigingen. De partners hebben hierin hun eigen rollen en verantwoordelijkheden. De burgemeester beschikt over bestuurlijke bevoegdheden om herstelmaatregelen te treffen. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op bepaalde begrippen en de juridische kaders.

2.1 Bevoegdheid van de burgemeester

Op grond van artikel 2 (harddrugs), artikel 2a (designerdrugs) en 3 (softdrugs) van de Opiumwet is het verboden om verdovende middelen te telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, af te leveren, verstrekken of vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. Artikel 13b Opiumwet biedt de burgemeester de mogelijkheid om bestuurlijke maatregelen op te leggen wanneer artikel 2 of 3 van de Opiumwet wordt overtreden. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt:

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

    • a.

      een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

    • b.

      een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3º, of artikel 11a voorhanden is.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

Ten aanzien van het verbod op drugshandel op straat, is in de APV artikel 2:41 opgenomen. Artikel 2:41 van de APV luidt als volgt:

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

De toepassing van zowel artikel 13b van de Opiumwet, als artikel 2:41 van de APV betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat betekent dat de burgemeester deze bevoegdheid mag gebruiken, maar niet verplicht is om deze te gebruiken.

3. Drugshandel vanuit woningen of lokalen

Er wordt in de handhaving onderscheid gemaakt tussen woningen (hoofdstuk 3.3) en lokalen (hoofdstuk 3.4). Bij woningen spelen er belangrijke belangen, zoals het woonrecht (artikel 22 Grondwet) en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 van het EVRM). Er moet een zwaar gewicht toegekend worden aan deze belangen bij de beoordeling of de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik mag maken.

3.1 Definitie drugs

Dit beleid sluit aan bij de definitie die de Opiumwet geeft aan drugs. Hierbij heeft de genoemde lijst I betrekking op harddrugs. De genoemde lijst Ia heeft betrekking op groepsstoffen, die per 1 juli 2025 onder de reikwijdte van de Opiumwet vallen. De genoemde lijst II bevat de verboden softdrugs. De verwijzing naar artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet heeft betrekking op middelen die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn aangewezen bij ministeriële regeling.

Onder op drugs gelijkende waren, zoals benoemd in artikel 2:41 APV, vallen stoffen die nog niet op een lijst in de Opiumwet voorkomen en waartegen wel moet worden opgetreden; dit kunnen ook geneesmiddelen zijn die illegaal verkocht worden. Hieronder vallen ook stoffen die verkocht worden als drugs, maar dit in werkelijkheid niet zijn. In het kader van bestrijding van overlast, waar artikel 2:41 APV op ziet, is ook de verkoop van nepdrugs overlastgevend gezien dit dezelfde effecten meedraagt als de verkoop van drugs.

3.2 Algemene uitgangspunten

In deze paragraaf zijn algemene uitgangspunten opgenomen die van toepassing zijn op alle panden, zowel woningen als lokalen (de definitie van het begrip lokaal volgt in hoofdstuk 3.4).

3.2.1 Belangenafweging

Bij het toepassen van de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet vindt altijd een belangenafweging plaats. Door alle omstandigheden af te wegen, wordt door de burgemeester een afweging gemaakt of er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat handelen overeenkomstig dit beleid gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het beoogde doel van dit beleid.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een toetsingskader geformuleerd met betrekking tot het evenredigheidsbeginsel.1 Deze drietraps toets doorloopt opvolgend drie vragen:

  • 1.

    is het besluit geschikt om het doel te bereiken;

  • 2.

    is het besluit noodzakelijk om het doel te bereiken; en

  • 3.

    is de maatregel evenwichtig.

Bij toepassing van deze beleidsregel wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij deze drietrapstoets en recente jurisprudentie.

3.2.2 De hoeveelheid

Daar waar het in dit beleid gaat over een ‘grote hoeveelheid drugs’ wordt bedoeld: een hoeveelheid van 50 of meer hennepplanten of -stekken, 250 of meer gram hennep of eenheden van andere softdrugs, of 5 of meer gram of 10 of meer pillen of eenheden harddrugs of designerdrugs. Dit met uitzondering van GHB, waarvoor vanwege de (eenvoudige, grootschalige) productiewijze en (ernstige) effecten en risico’s geen staffels gelden.

Natte hennep moet voorafgaand aan consumptie worden gedroogd, bijvoorbeeld in een hennepdrogerij. Aangenomen wordt dat van natte hennep uiteindelijk 20% droge hennep overblijft.2 Voor zover natte hennep niet tot een aantal planten wordt herleid, wordt het gewicht waarmee in deze beleidsregels wordt gerekend, daarom met 80% verminderd. Dit behoudens concrete contra-indicaties dat het percentage hoger of lager moet zijn.

3.2.3 Voorbereidingshandelingen

Onder voorbereidingshandelingen wordt bedoeld een pand dat een schakel vormt in de productie of distributie van drugs, waarbij voorbereidingsmiddelen voor de productie of distributie van drugs aanwezig zijn.3 Omdat het erom gaat dat een pand of erf dat zo’n schakel is onttrokken wordt uit het drugscircuit, wordt als uitgangspunt met termijnen geen onderscheid gemaakt of er al dan niet drugs aanwezig waren.

3.2.4 Samenhang tussen gebouwen

Als er een overtreding van de Opiumwet geconstateerd wordt in een woning of een lokaal die tezamen een samenhangend geheel vormen, waardoor artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet gelijktijdig zowel op de woning als het lokaal kan worden toegepast, wordt het regime toegepast dat geldt voor woningen.

Of er sprake is van een samenhangend geheel wordt beoordeeld op zowel de ruimtelijke samenhang, als de functionele samenhang. De ruimtelijke samenhang volgt uit fysieke aspecten, bijvoorbeeld doordat de woning en het lokaal gezamenlijk één kadastraal perceel vormen. De functionele samenhang blijkt uit relevante omstandigheden en feiten waarmee de link gelegd wordt tussen de twee de woning en het lokaal, bijvoorbeeld doordat de drugs opgeslagen worden in het lokaal, maar de weegschalen, verpakkingen en andere toebehoren aangetroffen worden in de woning.4

3.2.5 Keuze voor maatregel

De burgemeester heeft op basis van artikel 13b van de Opiumwet de mogelijkheid om voor de handhaving in geval van handel in drugs in panden bestuursdwang toe te passen. Het toepassen van bestuursdwang heeft de voorkeur voor het opleggen van een dwangsom. In eerste instantie omdat het gaat om feitelijk herstel van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. In de tweede plaats om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële afweging te maken. Dit geldt eveneens voor strafbare voorbereidingshandelingen.

Bij de toepassing van bestuursdwang worden de kosten verhaald op de betrokkene, conform artikel 5:25 Awb.

In gevallen waar de eigenaar of medegebruiker van een pand niet of in mindere mate verwijtbaar is, wordt onderzocht of gedeeltelijke sluiting mogelijk is. Op deze manier wordt de overtreding alsnog beëindigd en wordt herhaling voorkomen. Dergelijke situaties kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij speciale gebouwen zoals zorginstellingen of bij nog thuiswonende kinderen.5

3.2.6 De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs is geen vereiste

Artikel 13b Opiumwet wordt in beginsel niet toegepast in het geval er alleen een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen, bestemd voor eigen gebruik. Is echter voldoende aannemelijk dat een kleine hoeveelheid aanwezig is voor de verkoop, aflevering of verstrekking, dan is artikel 13b Opiumwet wel aan de orde. Dit is ook zo als sprake is geweest van verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel daartoe aanwezige drugs, zoals bij een gewezen hennepkwekerij. Het enkele feit dat er tijdens een inval geen drugs zijn aangetroffen, betekent nog niet dat er geen drugshandel heeft plaatsgevonden.6

3.2.7 Verzwarende omstandigheden

Verzwarende omstandigheden zijn omstandigheden die de aangetroffen situatie nog bezwaarlijker maken. Het aantreffen van dit soort omstandigheden vraagt om een strengere aanpak, omdat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in dit soort gevallen ernstiger verstoord zijn.

In de hieronder opgenomen lijst zijn indicatoren van verzwarende omstandigheden opgenomen, dit betreft geen limitatieve lijst en blijft ter beoordeling van de burgemeester. Indicatoren van verzwarende omstandigheden zijn:

  • -

    het aantreffen van attributen die te relateren zijn aan de handel in drugs, zoals een weegschaal, verpakkingsmaterialen, versnijdingsmiddelen en grote hoeveelheden contant geld;

  • -

    het aantreffen van wapens in de zin van de wet Wapens en munitie;

  • -

    er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, diefstal van stroom of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Hierbij kan gedacht worden aan gerelateerde feiten in de zin dat in de woning personen worden aangetroffen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of zich ten aanzien van dergelijke feiten recidivist hebben getoond;

  • -

    de mate van gevaarzetting of risico voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonende(n); en

  • -

    de aannemelijkheid dat naast het pand of het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel- of productie.

3.2.8 Verzoek opheffen sluiting

Een belanghebbende kan de burgemeester tussentijds (gedurende de sluiting) schriftelijk verzoeken de sluiting op te heffen. Bij zijn beslissing op een dergelijk verzoek neemt de burgemeester onder andere in overweging of het doel van de sluiting al is behaald en of de betrokkene voldoende maatregelen heeft getroffen om herhaling in de toekomst te voorkomen.

3.2.9 Verwijtbaarheid rechthebbende op het pand

Er is sprake van verwijtbaar gedrag van de rechthebbende op het pand als deze zelf betrokken is bij de aangetroffen drugs of dat deze redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen situatie. In het geval van verhuur van een pand geldt: eigenaren en hoofdhuurders moeten concreet toezicht houden op het gebruik van hun pand. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die gericht zijn op het gebruik van het pand.

3.2.10 Schone lei

Als gedurende vijf jaren nadat een maatregel is opgelegd geen nieuwe overtredingen worden begaan, is er sprake van een schone lei. Bij nieuwe overtredingen na deze periode wordt in dat geval weer de eerste stap uit de handhavingsmatrix gevolgd. In het geval van waarschuwingen wordt gerekend vanaf de dag van bekendmaking van de waarschuwing. Bij de toepassing van bestuursdwang wordt gerekend vanaf de dag dat het pand weer geopend wordt.

3.2.11 Eigen rol betrokkene bij woningsluiting

De verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden, ligt primair bij de betrokkene zelf. Er kan echter ook een rol weggelegd zijn voor de burgemeester, bijvoorbeeld als de betrokkene na geleverde inspanningen, niet in staat blijkt vervangende woonruimte te vinden. Het bieden van enige medewerking aan het vinden van vervangende woonruimte is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. De aanwezigheid van minderjarige kinderen, huisdieren en huisraad leveren op zichzelf geen bijzondere omstandigheden op.

3.3 Woningen

Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen, wordt er onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.

De vraag of een pand daadwerkelijk als woning of lokaal in gebruik is, wordt per geval beoordeeld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Dat sprake is van een woning wordt in beginsel aangenomen als een pand ten tijde van de constatering van de overtreding kan worden aangemerkt als de plaats waar een persoon zijn private huishoudelijke leven leidt.7 De burgemeester handelt overeenkomstig paragraaf 3.4 wanneer een woning niet feitelijk als woning wordt gebruikt.8

Drugshandel/-voorbereiding in of bij woningen vormt een ernstige bedreiging van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Woningen zijn bedoeld om in te wonen en bevinden zich bijna altijd in de nabijheid van andere woningen. In woongebieden wordt de aanwezigheid van drugspanden als zeer belastend ervaren. De sociale veiligheid staat onder druk door aanloop naar het pand, de kans op geweld uitspattingen vanuit het criminele circuit en een verhoogde kans op brand bij productielocaties voor harddrugs, designerdrugs en hennepkwekerijen.

Handhavingsmatrix tabel :

Gebeurtenis

Maatregel

Harddrugshandel/-voorbereiding en designerdrugshandel/ -voorbereiding

1e constatering: 3 maanden sluiting

2e constatering: 6 maanden sluiting

3e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

Softdrugshandel/-voorbereiding

1e constatering: 3 maanden sluiting

2e constatering: 6 maanden sluiting

3e constatering: 12 maanden sluiting

3.4 Lokalen

Onder het begrip lokalen vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten). Het gaat hier niet om coffeeshops of om woningen en daarbij behorende erven.

Drugshandel/-voorbereiding in of bij lokalen vormt eveneens een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Dergelijke lokalen leggen een zware druk op de omgeving. Ook rondom lokalen staat de sociale veiligheid onder druk door aanloop naar het pand, de kans op geweld uitspattingen vanuit het criminele circuit en een verhoogde kans op brand bij productielocaties voor harddrugs, designerdrugs en hennepkwekerijen.

Handhavingsmatrix tabel lokalen:

Gebeurtenis

Maatregel

Harddrugshandel/-voorbereiding en designerdrugshandel/ -voorbereiding

1e constatering: 6 maanden sluiting

2e constatering: 12 maanden sluiting

3e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

Softdrugshandel/-voorbereiding

1e constatering: 6 maanden sluiting

2e constatering: 12 maanden sluiting

3e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

3.5 Afwijkingsbevoegdheid

De burgemeester beschikt bij het gebruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a en b, van de Opiumwet en artikel 2:74 APV over beleidsruimte. De uitgangspunten uit deze beleidsregels en de stappen in de matrixen ter zake zowel drugshandel als voorbereidingshandelingen gelden te allen tijde als uitgangspunt. Als echter feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester gemotiveerd van deze uitgangspunten en stappen, zowel strenger als soepeler, afwijken.

4. Drugshandel op straat

Vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid, treedt de burgemeester op tegen de handel in drugs op straat. Op basis van artikel 2:41 APV is dit verboden.

4.1 Definitie drugshandel op straat

Artikel 2:41 APV luidt: ‘’Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen’’.

Artikel 2:41 is opgenomen om de overlast op straat tegen te gaan. De straathandel in drugs kan leiden tot een verstoring van de openbare orde. In dit artikel zijn zowel de aanbieders als ontvangers en bemiddelaars (“drugsrunners” of verwervers) strafbaar gesteld. Het “kennelijk doel” kan blijken uit ervaringsfeiten en concrete omstandigheden zoals het aanspreken van voorbijgangers, het waarnemen van transacties, het afleveren van drugs vanuit een auto, etc. Het is hierbij van belang dat bij het opleggen van een herstelmaatregel aannemelijk wordt gemaakt dat betrokkene het kennelijke doel had om drugs te verhandelen op straat.

4.2 Doelstelling

Artikel 2:41 APV heeft als doel de nadelige invloed van drugshandel op de openbare orde en het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Het dealen in drugs op straat gaat veelal gepaard met overlast, geweldsdelicten en heeft een aanzuigende werking op andere dealers en gebruikers (verwervers) van drugs.

Met deze beleidsregel wordt primair beoogd:

  • -

    het versterken van bestrijding van drugshandel op straat;

  • -

    het voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs in de openbare ruimte; en

  • -

    het verbeteren van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat en volksgezondheid.

4.3 Handhaving

De burgemeester beschikt op grond van artikel 125 van de Gemeentewet in relatie tot artikel 5:32 van de Awb ook over de bevoegdheid om aan overtreders van artikel 2:41 van de APV een last onder dwangsom op te leggen. Het opleggen van een last onder dwangsom is in het geval van drugshandel op straat dan ook het uitgangspunt.

De hoogte van de dwangsom bedraagt €5000 per geconstateerde overtreding, tot een maximum van €20.000. De hoogte van deze dwangsom staat in verhouding tot de zwaarte van de geschonden belangen en het feit dat er bij de handel in drugs grote financiële voordelen worden behaald. De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van de hoogte van dit bedrag.

Er wordt geen begunstigingstermijn opgelegd, gezien de overtreder de handel in drugs op straat per direct kan staken.

Deze bestuursrechtelijke aanpak kan naast de strafrechtelijke vervolging plaatsvinden. Het bestuurlijk optreden heeft als doel de openbare orde en het woon- en leefklimaat te herstellen en ziet niet op het straffen van de overtreder.

5. Gedoogcriteria en handhavingregime voor coffeeshops

5.1 Maximumstelsel

  • 1.

    De gemeente Emmen hanteert een maximumstelsel op grond waarvan maximaal twee coffeeshops binnen het stedelijk gebied van de kern Emmen gevestigd mogen zijn.

  • 2.

    Dit maximum is inmiddels bereikt en ingevuld met de coffeeshops “Ankara” aan de Minister Kanstraat en “Cheers” aan de Derksstraat.

  • 3.

    Vestiging van coffeeshops in andere gebieden van de gemeente wordt niet toegestaan.

5.2 Gedoogcriteria coffeeshops

  • 1.

    1.In dit beleid worden de landelijke gedoogregels van het Openbaar Ministerie – AHOJGI-criteria – overgenomen. Daarnaast stelt de burgemeester enkele aanvullende criteria:

    • (A) Geen affichering: geen andere reclame op de gevel dan de aanduiding “coffeeshop”.

    • (H) Geen harddrugs: in de coffeeshop mogen geen harddrugs aanwezig zijn en/of worden bereid, verstrekt of verkocht.

    • (O) Geen overlast: geen aantasting van het woon- of leefklimaat in directe omgeving van de coffeeshop in de vorm van hinderlijk gedrag, samenscholen/rondhangen van bezoekers/klanten, openlijk gebruik van drugs, verkeersoverlast, geluidsoverlast, vervuiling en dergelijke.

    • (J) Geen verkoop aan en toegang van jongeren beneden de achttien (18) jaar: de coffee-shopexplotant dient conform de huisregels bezoekers bij binnentreding van de coffeeshop om legitimatie te vragen.

    • (G) Geen verkoop van grotere hoeveelheden per transactie dan geschikt voor eigen gebruik: 5 gram. Dit is alle alle koop en verkoop in één coffeeshop op een zelfde dag met betrekking tot dezelfde koper. Daarnaast mag de aanwezige handelsvoorraad in één coffeeshop niet groter zijn dan 500 gram softdrugs.

    • (I) Toegang tot de coffeeshop is uitsluitend toegestaan aan ingezetenen van Nederland van 18 jaar of ouder, vast te stellen door de coffeeshophouder aan de hand van een geldige legitimatie.

  • 2.

    De minimale afstand tussen een coffeeshop en nabijgelegen scholen bedraagt 350 meter.

  • 3.

    Geen verkoop van softdrugs in combinatie met alcoholhoudende drank: dwz. in de coffeeshop mogen geen alcoholische dranken aanwezig zijn; de exploitant van de coffeeshop komt niet in aanmerking voor een Drank- en horecavergunning.

  • 4.

    Vaste openingstijden: de openingstijden van de coffeeshop worden bij de verlening van de gedoogstatus vastgelegd.

  • 5.

    Geen kansspelautomaten: in de coffeeshop mag geen kansspelautomaat aanwezig zijn; aan de exploitant wordt geen aanwezigheidsvergunning voor een kansspelautomaat verleend.

  • 6.

    Geen terras: het inrichten en gebruikmaken van een terras bij de coffeeshop is niet toegestaan.

  • 7.

    Aanwezigheid voorlichtingsmateriaal: in de coffeeshop dient voor iedere bezoeker voorlichtingsmateriaal beschikbaar te zijn over het gebruik, de werking en eventuele risico’s van cannabisproducten. Dit materiaal dient afkomstig te zijn van een instelling/organisatie die zich toelegt op de wetenschappelijke bestudering van o.a. softdrug en gebruik hiervan, dan wel op de uitvoering van de ambulante verslavingszorg.

5.3 Eisen voor het verkrijgen en behouden van de gedoogstatus

  • 1.

    De gedoogstatus geldt slechts voor de coffeeshop op de vestigingsplaats die in de gedoogverklaring staat vermeld.

  • 2.

    Als criterium voor de vestigingsplaats geldt dat de coffeeshop niet mag zijn gevestigd binnen een straal van 350 meter in de directe nabijheid van scholen en jongerencentra.

  • 3.

    De gedoogstatus vervalt, los van eventuele sancties op basis van het geldend handhavings-regime, bij beëindiging van de exploitatie van de coffeeshop, bij overdracht aan een andere eigenaar of exploitant, dan wel voortzetting van de inrichting in een andere vorm.

  • 4.

    Een gedoogstatus is persoonsgebonden en kan niet worden toegekend aan een rechtspersoon.

  • 5.

    De exploitant mag niet reeds eerder als gevolg van handhaving op basis van deze beleidsregels zijn gedoogstatus in de gemeente Emmen hebben verloren.

5.4. Openingstijden coffeeshops

De coffeeshops mogen slechts geopend zijn tussen 12.00 uur en 22.00 uur.

5.5. Handhavingsregime coffeeshops

Overtreding

Maatregel

Affichering

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang: (sluiting) 3 maanden

Recidive 2e constatering

Bestuursdwang: (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Harddrugs

1e constatering

Bestuursdwang: (sluiting) 12 maanden + gedoogstatus vervalt

Overlast

1e constatering overlast

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Toelating minderjarigen

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive na 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Toegang coffeeshop: ingezetenen van Nederland van 18 jaar en ouder

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang: (sluiting): 3 maanden

Recidive 2e constatering

Bestuursdwang: (sluiting): 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Overschrijding transactiehoeveelheid

1.1.1.1.1 A Meer dan 5 minder dan 50 gram

1.1.1.1.3

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

3e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt.

1.1.1.1.2 B Meer dan 50 gram

1e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Overschrijding handelsvoorraad

1.1.1.1.4 A Meer dan 500 gram minder dan 3000 gram

1.1.1.1.6

1e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

1.1.1.1.5 B Meer dan 3000 gram

1e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 12 maanden + gedoogstatus vervalt.

Overtreding alcoholverbod

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive na 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Toegestane openingstijden

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive na 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Verbod kansspelautomaten

Dwangsom Opiumwet

1e constatering

Schriftelijke waarschuwing exploitant speelautomaten

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt.

Terrasverbod

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Ontbreken voorlichtingsmateriaal

1e constatering

Dwangsom Opiumwet

Recidive

Bestuursdwang (sluiting) 3 maanden

Recidive 2e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 6 maanden + gedoogstatus vervalt

Illegale activiteiten

Bijvoorbeeld aanwezigheid wapens, gestolen goederen, heling

1e constatering

Bestuursdwang (sluiting) 12 maanden + gedoogstatus vervalt

6. Slotbepalingen

6.1.1 Intrekken bestaande beleidsregel

Met het vaststellen van deze beleidsregel wordt de volgende beleidsregel ingetrokken:

‘Bestuurlijke aanpak artikel 13B Opiumwet en gedoogbeleid coffeeshops gemeente Emmen’

6.1.2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

6.1.3 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘’Beleidsregels drugs gemeente Emmen 2026’’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op …

H.F. van Oosterhout

De burgemeester van Emmen


Noot
1

ECLI:NL:RVS:2022:285

Noot
2

ECLI:NL:HR:2015:3364

Noot
3

Kamerstukken II 2016/17, 34 763, nr. 3, p. 1-3

Noot
4

ECLI:NL:RBOBR:2023:332

Noot
5

CLI:NL:RBZWB:2024:6262

Noot
6

ECLI:NL:RBZWB:2015:2064, vgl. ECLI:NL:RVS:2014:3981

Noot
7

ECLI:NL:RBOBR:2016:5667

Noot
8

ECLI:NL:RVS:2015:1447; ECLI:NL:RVS:2016:2906