Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762019
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762019/1
Beleidsregels Schuldhulpverlening Etten-Leur 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 27-05-2026
Intitulé
Beleidsregels Schuldhulpverlening Etten-Leur 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
Besluit vast te stellen de beleidsregel:
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;
begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind en zo nodig begeleiding door flankerende hulp;
BKR: Bureau Kredietregistratie;
CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur;
crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet;
flankerende hulpverlening: bestaat uit alle vormen van hulp- en dienstverlening die schuldhulpverlening ondersteunen om inwoners financieel zelfredzaam te maken.
inwoner: ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet;
meetinstrument: middel dat een objectieve inschatting van de huidige situatie, kennis, vaardigheden en competenties van een inwoner geeft op de leefgebieden;
leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan, zoals werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;
niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van het college nodig is;
plan van aanpak: plan, bedoeld in artikel 9 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de systematische intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat;
problematische schulden: schulden, waarbij te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden na het ontstaan van de vordering alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart;
schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de wet;
systematische intake: gestructureerde werkwijze voor het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;
wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG
Artikel 2. Doelgroep
-
1. Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.
-
2. Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening kan geven aan een persoon die geen inwoner is, zijn:
- a.
wanneer een persoon tijdens de schuldhulpverlening verhuist naar een andere gemeente; of
- b.
wanneer sprake is van detentie van de persoon, waardoor deze niet meer in de woongemeente verblijft.
- a.
-
3. De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner.
Artikel 3. Aanvraag
Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk als mondeling bij het gemeentelijk loket, digitaal of telefonisch, worden ingediend.
Artikel 4. Systematische intake
-
1. Na de aanvraag volgt een systematische intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces.
-
2. De systematische intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen na de aanvraag als sprake is van een crisissituatie.
-
3. Tijdens de systematische intake informeert het college de inwoner in elk geval over:
- a.
de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt;
- b.
de persoonsgegevens die het college verwerkt om:
- 1°
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;
- 2°
het plan van aanpak op te stellen; en
- 3°
de beschikking in het geval van problematische schulden in het CKI van het BKR te registreren;
- 1°
- c.
de te verwachten doorlooptijd tussen:
- 1°
het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening;
- 2°
de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening en het bereiken van resultaat;
- 1°
- d.
het proces over:
- 1°
het verder aanvullen van het plan van aanpak;
- 2°
de periode van begeleiding nazorg.
- 1°
- a.
-
4. Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner begeleid naar de voorziening binnen of buiten de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.
-
5. Het college kan bij de systematische intake gebruik maken van een meetinstrument.
HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artikel 5. Beschikking
Het college geeft, overeenkomstig Artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Etten-Leur 2021, binnen 8 weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening.
Artikel 6. Toegang
-
1. Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:
- a.
de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;
- b.
de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden; of
- c.
de inwoner financiële zorgen heeft en een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is.
- a.
-
2. Indien toegang tot schuldhulpverlening wordt verleend, wordt aan schuldeisers een kennisgeving verzonden met het verzoek om tijdelijke opschorting van incassomaatregelen.
-
3. Indien toegang tot schuldhulpverlening wordt verleend, vindt aanmelding van de inwoner bij de verwijsindex schuldhulpverlening plaats.
-
4. Indien toegang tot schuldhulpverlening wordt verleend, vindt gegevensuitwisseling plaats via het schuldenknooppunt.
Artikel 7. Weigering
Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner:
- 1.
al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking;
- 2.
fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en waarvoor die inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waarvoor aan die inwoner een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de veroordeling of de sanctieoplegging;
- 3.
zich misdragen heeft tegenover personen die de schuldhulpverlening geven en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de misdraging.
Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen en gedurende dat schuldsaneringstraject.
HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK
Artikel 9. Inhoud plan van aanpak
-
1. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking.
-
2. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
- a.
het doel van de schuldhulpverlening;
- b.
het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;
- c.
de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;
- d.
de begeleiding en nazorg die geboden wordt;
- e.
een overzicht van de momenten die voor schuldhulpverlening belangrijk zijn;
- f.
de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet;
- g.
de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag; en
- h.
de aanwezige andere hulpverleners.
- a.
-
3. Indien een begeleidingsproduct wordt ingezet, worden de doelen en de wijze van ondersteuning vastgelegd in het plan van aanpak of in het door het college gebruikte ondersteuningssysteem.
-
4. Het plan van aanpak kan lopende het traject, indien nodig, worden aangepast. Bij de evaluatie kan gebruik worden gemaakt van een meetinstrument.
-
5. Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen.
Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening
-
1. Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en één of meer begeleidingsproducten.
-
2. Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college in ieder geval rekening met:
- a.
of er sprake is van een crisissituatie;
- b.
de aard en de omvang van de schulden van de inwoner;
- c.
de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden;
- d.
de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner;
- e.
de bereidheid van de inwoner om de verplichtingen, opgenomen in artikel 11 van deze beleidsregels, na te komen;
- f.
of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort; en
- g.
eerder gebruik maakte van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.
- a.
-
3. Bij een schuldregeling zonder afloscapaciteit kan het accepteren van gedragscoaching, budgetcoaching, budgetbeheer dan wel nazorg een voorwaarde zijn voor de totstandkoming van een aanbod schuldhulpverlening.
Artikel 11. Verplichtingen
-
1. De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.
-
2. Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.
-
3. Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:
- a.
het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;
- b.
het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;
- c.
het bewust meewerken aan de begeleiding;
- d.
het openen van een basisbankrekening indien de inwoner niet beschikt over een betaalrekening op eigen naam en zonder debetstand bij een reguliere bank;
- e.
het waar nodig accepteren van flankerende hulpverlening binnen één of meerdere leefgebieden;
- f.
het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen;
- g.
het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden; en
- h.
het verrichten van voldoende inspanningen om:
- 1°
de financiële huishouding en administratie op orde te brengen en te houden zodat er geen nieuwe schulden ontstaan;
- 2°
de financiële vaardigheden te vergroten en, waar nodig, gebruik te maken van een aanbod voor begeleiding en/of training.
- 1°
- a.
-
4. Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.
HOOFDSTUK 5. NAZORG
Artikel 12. Periode van nazorg
Als uit evaluatie blijkt dat alle doelen uit het plan van aanpak behaald zijn, gaat de periode waarin de inwoner ondersteund wordt over in een periode van nazorg.
Artikel 13. Nazorg
-
1. Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is.
-
2. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast in het gemeentelijk cliëntvolgsysteem.
HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING
Artikel 14. Beëindiging schuldhulpverlening
Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af.
Artikel 15. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
-
1. Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als:
- a.
de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:
- 1°
dit aan de inwoner te verwijten is;
- 2°
er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en
- 3°
daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen;
- 1°
- b.
de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt; of
- c.
de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven.
- a.
-
2. De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.
HOOFDSTUK 7. BKR-REGISTRATIE
Artikel 16. BKR-registratie problematische schulden
-
1. Het college doet een melding bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd.
-
2. De melding wordt zes maanden na afgeven van de beëindigingsbeschikking door het college bij het BKR verwijderd.
HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN
Artikel 17. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
-
1. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.
-
2. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
Artikel 18. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie van het Gemeenteblad waarin zij zijn geplaatst.
Artikel 19. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Schuldhulpverlening Etten-Leur 2026.
Ondertekening
Etten-Leur, 12 mei 2026
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur,
S. (Shirley van de Watering
Loco-gemeentesecretaris
drs. M.C. (Marina) Starmans-Gelijns
burgemeester
Toelichting behorende bij de Beleidsregels Schuldhulpverlening Etten-Leur 2026
I. Algemeen
Inleiding
Schuldhulpverlening is volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Wgs) een wettelijke taak van de gemeente. Op grond van de Wgs moet de gemeenteraad een plan opstellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. In het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025 - 2028, staat beschreven op welke manier de gemeente schuldhulpverlening biedt aan inwoners en hoe de gemeente inwoners helpt om schulden te voorkomen. Het college heeft de taak om dit plan uit te voeren en schuldhulpverlening toegankelijk te maken voor haar inwoners, waarbij maatwerk en een integrale aanpak bij de schuldhulpverlening centraal staan.
Uit het integrale karakter van schuldhulpverlening volgt dat de schuldhulpverlening niet alleen gericht moet zijn op de financiële problemen van een inwoner, maar ook op de omstandigheden die hiermee samenhangen. Hierbij kan worden gedacht aan gezondheidsproblemen, psychosociale factoren, relatieproblemen, verslaving of de woon- of gezinssituatie. De schuldhulpverlening is hiermee ook gericht op de verschillende oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan het ontstaan van schulden. Gemeenten vervullen zodoende een regierol in het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden bij inwoners. Het doel is ook dat een inwoner na de schuldhulpverlening financieel fit is en de kennis, vaardigheden en competenties heeft om financieel in balans te blijven.
Inhoud en basis beleidsregels
Het college geeft schuldhulpverlening op een laagdrempelige en integrale manier aan inwoners die deze hulp vragen of daar via vroegsignalering voor in aanmerking komen. In deze beleidsregels wordt nader ingegaan op welke manier het aanbod voor de schuldhulpverlening tot stand komt en hoe het college inwoners helpt om schulden te voorkomen. Verder is geregeld hoe een inwoner een aanvraag voor schuldhulpverlening kan indienen en hoe het proces er dan uit ziet. Ook wordt aangegeven uit welke onderdelen schuldhulpverlening kan bestaan en hoe de schuldhulpverlening wordt beëindigd.
Schuldhulpverlening is laagdrempelig en breed toegankelijk, zodat zoveel mogelijk inwoners daarvan gebruik maken. De beleidsregels zijn gebaseerd op:
- •
de wetgeving, in het bijzonder de Wgs;
- •
de elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening;
- •
de handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ‘Begeleiding’.
Over de elementen basisdienstverlening schuldhulpverlening
De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening komen voort uit bestuurlijke afspraken die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Divosa, de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 21 maart 2024 zijn ondertekend om de schuldhulpverlening verder te versterken en de verschillen in dienstverlening tussen gemeenten te verkleinen. Op 5 juni 2025 is het plan opnieuw bekrachtigd door de bestuurders van de vier partijen.
De basisdienstverlening omvat twintig elementen van dienstverlening die samen de basis vormen van de schuldhulpverlening waar de inwoner in elke gemeente een beroep op moet kunnen doen. Op deze wijze wordt er gewerkt aan het gelijktrekken en het vergroten van het bereik van schuldhulpverlening in Nederland.
II. Artikelsgewijs
Artikel 1. Definities
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. De definities sluiten aan bij de Wgs en de handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’.
Artikel 2. Doelgroep
Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een inwoner tijdens de schuldhulpverlening naar een andere gemeente verhuist. Als deze situatie zich voordoet, overlegt het college zo nodig met het college in de nieuwe woonplaats over de mogelijkheden van schuldhulpverlening.
Artikel 3. Aanvraag
Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden - ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een aanvraag vormvrij kan worden gedaan. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet (via vroegsignalering van schulden) accepteert, dan wordt dat ook gezien als een aanvraag.
Artikel 4. Systematische intake
In de beleidsregels wordt gesproken van een systematische intake, omdat er voor het voeren van de gesprekken een gestructureerde werkwijze is. Deze werkwijze levert een grote bijdrage aan de effectiviteit van de intake en zorgt er tegelijkertijd voor dat maatwerk mogelijk blijft en de schuldhulpverlening kan worden afgestemd op de inwoner. Het startpunt van deze gestructureerde werkwijze is een systematische intake waarin gestructureerd wordt bepaald wat de inwoner nodig heeft door steeds dezelfde thema’s aan bod te laten komen.
Artikel 5. Beschikking
Nadat tijdens de systematische intake één of meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden, wordt er een beschikking afgegeven. Deze beschikking is het besluit van het college of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt in elk geval een toegangsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.
Artikel 6. Toegang
Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.
Artikel 7. Weigering
Dit artikel bepaalt dat het college in bepaalde situaties de toegang tot schuldhulpverlening mag weigeren. Dit kan wanneer een inwoner eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking. Daarnaast kan het college toegang weigeren wanneer een inwoner fraude heeft gepleegd waardoor een bestuursorgaan financieel is benadeeld, en hiervoor onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een definitieve bestuurlijke sanctie heeft gekregen. In dat geval kan een aanvraag voor schuldhulpverlening worden afgewezen als deze binnen zes maanden na de veroordeling of sanctie wordt ingediend. Ook kan het college de toegang weigeren als een inwoner zich ernstig heeft misdragen tegenover medewerkers die schuldhulpverlening bieden. Ook hierbij geldt dat de weigering alleen mogelijk is wanneer de aanvraag binnen zes maanden na de misdraging plaatsvindt.
Het artikel geeft het college een bevoegdheid (geen verplichting) om schuldhulpverlening tijdelijk te weigeren, met als doel de integriteit en veiligheid van de dienstverlening te waarborgen. Uitgangspunt is dat iedere inwoner recht heeft op een tweede kans. Tijdens de aanvraagfase beoordelen de schuldhulpverleners, aan de hand van de omstandigheden van de inwoner, of er voldoende motivatie is om het traject aan te gaan.
Inwoners zonder een verblijfsstatus hebben geen toegang tot schuldhulpverlening. Dit is een absolute weigeringsgrond opgenomen in artikel 3, vierde lid, van de Wgs en het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 - 2028 gemeente Etten-Leur.
Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot schuldhulpverlening krijgen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is geregeld dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag en het doorlopen van het wettelijke schuldsaneringstraject om zo uitval te voorkomen. De begeleiding bestaat onder andere uit hulp bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de zitting en meegaan naar een toelatingszitting. Daarnaast wordt tijdens het traject financiële begeleiding geboden, vergelijkbaar met de begeleiding bij de schuldhulpverlening. Het college biedt ook begeleiding aan inwoners die niet bij de gemeente bekend zijn als hulpvrager.
Artikel 9. Plan van aanpak
Dit artikel beschrijft wat er moet gebeuren nadat een inwoner toegang tot schuldhulpverlening heeft gekregen. Het college stelt in overleg met de inwoner een plan van aanpak op, dat onderdeel is van de beschikking. Hiermee wordt vastgelegd hoe het schuldhulptraject eruitziet.
In het plan van aanpak staat in ieder geval het doel van de schuldhulpverlening, bijvoorbeeld het stabiliseren of oplossen van schulden. Ook wordt opgenomen welk aanbod de inwoner krijgt, zoals bijvoorbeeld schuldregeling of begeleiding. Daarnaast bevat het plan de verplichtingen waaraan de inwoner zich moet houden, bijvoorbeeld het verstrekken van informatie of het nakomen van afspraken. Tot slot wordt beschreven welke nazorg wordt geboden om te voorkomen dat opnieuw schulden ontstaan.
Het artikel benadrukt daarmee het belang van duidelijke afspraken en samenwerking tussen het college en de inwoner gedurende het schuldhulptraject.
Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.
Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening
De schuldhulpverlening is erop gericht om inwoners schuldenvrij en financieel zelfredzaam te maken. Hiervoor kan een oplossing voor de schulden worden geboden, zoals een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of een schuldregeling zonder afloscapaciteit wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft.
Naast het oplossen van schulden richt schuldhulpverlening zich ook op het verbeteren van financieel gedrag. Daarom is opgenomen dat het aanbod schuldhulpverlening kan bestaan uit één of meer begeleidingsproducten. Deze kunnen onder meer bestaan uit begeleiding bij het op orde brengen van het inkomen, het vergroten van financiële vaardigheden en uit vormen zoals budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind.
Het college kan daarnaast doorverwijzen naar andere vormen van hulp, zoals maatschappelijk werk of verslavingszorg, als er problemen spelen op andere leefgebieden. Het uiteindelijke aanbod wordt afgestemd op de persoonlijke situatie en kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden. Bij niet wettelijke crisissituaties kan het aanbieden van schuldhulpverlening versneld ingezet worden.
Artikel 11. Verplichtingen
Op grond van de wet is de inwoner, aan wie het college schuldhulpverlening geeft, verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.
Verder is in het tweede lid bepaald hoe het college beoordeelt of een inwoner voldoet aan de inlichtingenplicht, voor zover het college deze stukken niet zelf op grond van op grond van artikel 12 tot en met 16 Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden kan opvragen. Het derde lid bevat de invulling die het college aan de medewerkingsplicht geeft. Voorop staat dat het gaat om de medewerking die nodig is om schuldhulpverlening te laten slagen.
Artikel 12. Periode van nazorg
Dit artikel maakt duidelijk dat de schuldhulpverlening niet eindigt als de inwoner de doelen uit het plan van aanpak heeft behaald en zelfstandig verder kan. De ondersteuning van de inwoner wordt dan voortgezet door een periode van nazorg. Beide zijn onderdeel van de begeleiding en richten zich op het voorkomen van een terugval. Nazorg is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs.
Artikel 13. Nazorg
Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Als er in de periode van nazorg een terugval is, wordt dan ook samen met de inwoner onderzocht hoe financieel gezond gedrag weer kan worden bereikt en hoe de hulpverlening zo kan worden vormgegeven dat een nieuwe terugval wordt voorkomen. Na afronding van de nazorg verstuurt de gemeente een beëindigingsbeschikking schulphulpverlening, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten doorlopen. In dat geval stuurt de gemeente een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak met alleen de producten die nog doorlopen.
Artikel 14. Beëindiging schuldhulpverlening
Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt - na overleg met de inwoner - een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan. De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
Artikel 15. Voortijdige Beëindiging schuldhulpverlening
Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien. De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.
Artikel 16. BKR-registratie
In dit artikel is geregeld dat als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, het college een melding doet bij het BKR, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd. De registratie voorkomt dat inwoners nieuwe kredieten aangaan en de problematische schulden groter worden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl