Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761977
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761977/1
Beleidsregel nadeelcompensatie infrastructurele maatregelen gemeente Utrecht
Geldend van 22-05-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel nadeelcompensatie infrastructurele maatregelen gemeente UtrechtBurgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
Gelet op de artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, 4:83 en titel 4.5 (Nadeelcompensatie) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afdeling 15.1 Omgevingswet en de Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht;
Overwegende dat:
- •
het gewenst is ter invulling van hun beleidsruimte een beleidsregel vast te stellen inzake de omvang van het normaal maatschappelijk risico, bij het verlenen van nadeelcompensatie, voor schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen door de uitvoering van tijdelijke infrastructurele maatregelen;
- •
het wenselijk is eenduidige toepassingsregels te geven voor enkele in de praktijk veel voorkomende situaties;
Besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen:
Artikel 1 Definities
Deze beleidsregel verstaat onder:
- a.
aanvrager: de ondernemer of particulier die een aanvraag om nadeelcompensatie indient.
- b.
infrastructurele maatregel: een door of namens de gemeente Utrecht uitgevoerde, rechtmatige feitelijke of publiekrechtelijke handeling die ziet op de aanleg, herinrichting, wijziging, vervanging, het beheer of het onderhoud van de openbare fysieke infrastructuur, en tijdelijk gevolgen heeft voor de bereikbaarheid, toegankelijkheid of het gebruik van de openbare ruimte, die hinder of schade kan veroorzaken, waarbij het gaat om grotere projecten waarbij de straat langdurig openligt, en niet om kleinere onderhoudswerken;
- c.
normbrutowinstmarge: de omzet minus de som van de inkoopwaarde van de afzet plus de overige variabele kosten op jaarbasis, uitgedrukt in een percentage van de omzet, dat naar redelijke verwachting zou zijn behaald, als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet had plaatsgevonden
- d.
normkosten: kosten op jaarbasis die naar redelijke verwachting gemaakt zouden zijn als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet had plaatsgevonden
- e.
normomzet: omzet op jaarbasis die naar redelijke verwachting behaald zou zijn, als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet had plaatsgevonden
Artikel 2 Afbakening
-
1. Deze beleidsregel heeft betrekking op aanvragen om vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126 eerste lid Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 Omgevingswet, voor zover die schade is veroorzaakt door de uitvoering van een infrastructurele maatregel als bedoeld in artikel 1.
-
2. Deze beleidsregel heeft geen betrekking op het normaal maatschappelijk risico voor de vergoeding van indirecte schade op grond van de Omgevingswet bestaande uit waardevermindering van een onroerende zaak.
-
3. Deze beleidsregel is niet van toepassing op het vergoeden van nadeelcompensatie aan nutsbedrijven voor het verwijderen, verleggen of aanpassen van kabels en leidingen. Hiervoor hebben burgemeester en wethouders een aparte nadeelcompensatieregeling vastgesteld.).
Artikel 3 Nadeelcompensatie voor rechtmatig overheidshandelen als gevolg van de uitvoering van infrastructurele maatregelen
Indien een aanvrager tijdelijk schade lijdt, als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, door de gemeente Utrecht of een van haar bestuursorganen, als gevolg van de uitvoering van infrastructurele maatregelen, die hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, en zijn schade boven het maatschappelijke risico uitkomt, kunnen burgemeester en wethouders hem een vergoeding toekennen.
Artikel 4 Normale maatschappelijk risico omzetdaling
Burgemeester en wethouders hanteren een omzetdrempel om te beoordelen of schade boven het normale maatschappelijk risico uitkomt. Schade als gevolg van omzetdaling die onder de omzetdrempel ligt, komt niet voor vergoeding in aanmerking. Burgemeester en wethouders gaan voor het bepalen van de drempel omzetdaling uit van de volgende percentages van de normomzet, die afhankelijk is van de normbruto-winstmarge.
|
Normbrutowinstmarge |
Drempel omzetdaling: percentage normomzet: |
|
0 – 35 % |
12% |
|
36 - 64% |
10% |
|
65 – 100% |
8% |
Artikel 5 Normaal maatschappelijk risico kostenstijgingen
Burgemeester en wethouders hanteren een kostendrempel om te beoordelen of schade als gevolg van kostenstijging boven het normale maatschappelijk risico uitkomt. De schade als gevolg van kostenstijgingen die onder de kostendrempel ligt komt niet voor vergoeding in aanmerking:
kostendrempel: de schade bestaande uit kostenverhogingen die onder de kostendrempel ligt, komt niet voor compensatie in aanmerking. De kostendrempel is afhankelijk van de norm-brutowinstmarge van de aanvrager, hierbij worden de volgende percentages gehanteerd:
|
Normbrutowinstmarge |
Drempel kostenstijging (percentage van de normkosten) |
|
0 – 35 % |
4% |
|
36 - 64% |
6% |
|
65 – 100% |
8% |
indien de kostenstijging boven de kostendrempel uitkomt, wordt een forfait vastgesteld dat uitdrukking geeft aan het schadebedrag dat in elk geval binnen het normaal maatschappelijk risico valt, volgens de formule: forfait = (normomzet x normbrutowinstmarge) x n, waarin n al naar gelang de hoogte van de normbrutowinstmarge als volgt wordt vastgesteld:
|
Normbrutowinstmarge |
n |
|
0 – 35 % |
12 % |
|
36 - 64% |
10 % |
|
65 – 100% |
8 % |
Artikel 6 Wijze bepalen omvang nadeel
Wanneer de schade bestaat uit omzetdaling wordt de omvang van de te vergoeden nadeelcompensatie in beginsel bepaald door:
-
1. de normomzet te vergelijken met de gerealiseerde omzet in het schadejaar,
-
2. waarbij rekening wordt gehouden met de kosten van het product of de dienst, en de kosten die als gevolg van de omzetderving zijn bespaard of redelijkerwijs bespaard hadden kunnen worden.
Artikel 7 Meerjarige hinder
-
1. Als de periode van hinder door een project in twee kalenderjaren valt, wordt voor de bepaling van het recht op nadeelcompensatie de hinderperioden geclusterd tot één aaneengesloten periode.
-
2. Als de periode van hinder door infrastructurele werkzaamheden langer dan 12 maanden duurt, wordt in afwijking van artikel 4 en 5, voor de periode na de 12e maand de omzetdrempel (de kostendrempel) als volgt aangepast: drempelpercentage op basis van de normbrutowinstmarge * (jaarnormomzet / 365 * duur van de werkzaamheden in het tweede jaar in kalenderdagen).
-
3. Als de hinder door een project plaats vindt in meerdere niet aaneengesloten perioden, wordt voor de bepaling van het recht op nadeelcompensatie de hinderperioden geclusterd tot een aangesloten periode.
-
4. Als de hinder door meerdere samenhangende projecten wordt veroorzaakt, kunnen burgemeester en wethouder besluiten het omzetverlies te clusteren.
Artikel 8 Actieve risicoaanvaarding
-
1. De schade blijft voor rekening van de aanvrager voor zover hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard.De aanvrager wordt in ieder geval geacht bekend te zijn met het risico dat de uitvoering van infrastructurele maatregelen mogelijk voor hem nadelige gevolgen kunnen hebben als in het Gemeenteblad of een ander vergelijkbaar openbaar toegankelijk publicatieplatform (zoals het Digitaal Stelsel Omgevingswet – DSO)is bekend gemaakt of aangekondigddat dergelijke infrastructurele maatregelen mogelijk zullen gaan worden uitgevoerd.
-
2. De gemeente zal op de gemeentelijke website informatie vertrekken over de uitvoering van infrastructurele maatregelen die hinder kunnen veroorzaken op een daarvoor bestemde pagina. Daarin wordt het project, de uit te voeren werkzaamheden en de planning van het project beschreven. Het gaat daarbij om grote projecten waarbij de straat langdurig openligt (minimaal 6 weken), niet om kleinere onderhoudswerken. De pagina kan worden opgenomen (geïntegreerd) in delen van de gemeentelijke website die informatie geven over verkeer (verkeershinder) en de uitvoering van projecten.
Artikel 9 Voordeelverrekening
Indien de uitvoering van infrastructurele maatregelen tevens een voordeel voor de aanvrager oplevert, wordt dit meegewogen bij de vaststelling van de te vergoeden nadeelcompensatie.
Artikel 10 Concernregel
Als een aanvrager onderdeel uitmaakt van een economische en/of juridische eenheid, wordt voor de bepaling van het normaal maatschappelijk risico uitgegaan van de omzet van de gehele economische en/of juridische eenheid.
Artikel 11 Kosten van deskundigenbijstand
De kosten van het inschakelen van deskundigen of rechtsbijstand door een aanvrager, komen pas voor vergoeding in aanmerking, nadat de door burgemeester en wethouders een ingeschakelde deskundige of adviescommissie, het conceptadvies heeft uitgebracht.
Artikel 12 Bijzondere omstandigheden en niet normale omstandigheden
-
1. Bij de beoordeling van de aanvraag om nadeelcompensatie houden burgemeester en wethouders rekening met alle omstandigheden van het geval. Burgemeester en wethouders kunnen de omzetdrempel of kostendrempel naar beneden of naar boven bijstellen of de omvang van de nadeelcompensatie korten als er sprake is van bijzondere omstandigheden.
-
2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor nadeelcompensatie wordt mede rekening gehouden met niet-normale ontwikkelingen.
Artikel 13 Intrekking
De Beleidsregel nadeelcompensatie: drempel normaal maatschappelijk risico, dat op van 14 december 2010 door burgemeester en wethouders is vastgesteld,wordt ingetrokken
Artikel 14 Inwerkingtreding en overgangsrecht
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad. Ze is van toepassing op aanvragen nadeelcompensatie, die verband houden met schade als gevolg van de uitvoering van infrastructurele maatregelen die zijn aangevangen na de dag van bekendmaking van deze beleidsregel.
-
2. Het besluit Beleidsregel nadeelcompensatie: drempel normaal maatschappelijk risico, dat op 14 december 2010 door burgemeester en wethouders is vastgesteld, en de vaste gedragslijn zoals opgenomen in de raadsbrief van burgemeester en wethouders van 11 december 2024, blijven van toepassing op aanvragen en besluiten, die onder de werking van deze beleidsregel of de vaste gedragslijn, zijn ingediend respectievelijk zijn genomen.
-
3. Op een aanvraag voor nadeelcompensatie, die verband houdt met de uitvoering van infrastructurele maatregelen die voor inwerkingtreding van deze beleidsregel zijn aangevangen, is de Beleidsregel nadeelcompensatie: drempel normaal maatschappelijk risico van 14 december 2010 en de vaste gedragslijn, zoals opgenomen in de raadsbrief van burgemeester en wethouders van 11 december 2024, van toepassing.
Artikel 15 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel nadeelcompensatie infrastructurele maatregelen gemeente Utrecht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 19 mei 2026.
De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Bijlage 1 Toelichting bij Beleidsregel nadeelcompensatie infrastructurele maatregelen gemeente Utrecht
Algemeen
Deze beleidsregel heeft betrekking op aanvragen om nadeelcompensatie als een ondernemer of particulier schade lijdt, als gevolg van de uitvoering van infrastructurele maatregelen. Nadeelcompensatie is een vergoeding voor schade door de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak door een bestuursorgaan van de gemeente Utrecht, of rechtmatig feitelijk handelen door de gemeente Utrecht.
Nadeelcompensatie is een vergoeding voor de onevenredig grote schade die een ondernemer leidt als gevolg van een rechtmatig overheidshandelen. Voorbeelden zijn schade door wegafzettingen ten behoeve van het onderhoud van een weg, of het vervangen van riolering.
Het gaat bij nadeelcompensatie niet om een volledige vergoeding van de schade, maar om een vergoeding van een deel van de schade. Uitgangspunt is namelijk dat elke ondernemer door rechtmatig overheidshandelen schade kan leiden, dat behoort tot zijn maatschappelijk risico. Als een ondernemer echter onevenredig zwaar wordt getroffen dient het onevenredige deel van de schade te worden vergoed.
Voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is door een werkgroep de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen opgesteld. Deze geeft een goede samenvatting van het nadeelcompensatierecht en aanwijzingen hoe je nadeelcompensatie kunt verlenen. Voor een nadere omschrijving van de in deze beleidsregel toegepaste begrippen verwijzen we naar deze handleiding (blg-851353.pdf).
Op de website van de gemeente Utrecht is informatie te vinden voor het indienen van een nadeelcompensatieaanvraag. Op de website is ook het elektronisch formulier te vinden dat men moet gebruiken om nadeelcompensatieaanvraag in te dienen
Wettelijke regelingen
De regels voor het toekennen van nadeelcompensatie zijn neergelegd in verschillende regelingen.
Awb
Het principe van het nadeelcompensatierecht is neergelegd in artikel 4: 126 lid 1 van de Awb: “Indien een bestursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe.”
In lid 2 van dat artikel is een aantal belangrijke uitzonderingen / beperkingen opgenomen:
een aanvrager heeft geen recht heeft op nadeelcompensatie als hij:
- a.
het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard (risicoaanvaarding);
- b.
heeft nagelaten (binnen redelijke grenzen) maatregelen te nemen om schade te voorkomen of te verminderen;
- c.
de schade het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend, of
- d.
de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd (voorbeeld: als de schade van een aanvrager door een verzekering is gedekt, of ter beperking van zijn nadeel subsidie heeft gekregen, heeft hij geen recht op schadevergoeding).
Artikel 4:126 lid 3 Awb geeft aan dat als een schadeveroorzakende gebeurtenis tevens een voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, dit bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking wordt genomen (voordeelsverrekening)
Omgevingswet
Naast de regeling in de Awb is in de Omgevingswet in afdeling 15.1 een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling opgenomen, die enkele aanvullende regels bevat ten opzichte van de algemene regeling over nadeelcompensatie in de Awb. In de Omgevingswet wordt met de term nadeelcompensatie ook gebruikt voor wat in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) planschade werd genoemd. Deze beleidsregel heeft geen betrekking op deze nadeelcompensatie vanwege planologische besluiten (zie artikel 2.2 van deze beleidsregel).
Verordening
In de Verordening nadeelcompensatie zijn een aantal belangrijke (procedure) regelingen opgenomen.
Voor het in behandeling nemen van een nadeelcompensatieaanvraag is men leges verschuldigd (artikel 2). Als een aanvrager de kans wil beperken dat hij leges moet betalen terwijl hij geen recht heeft op nadeelcompensatie kan hij de quick scan uitvoeren (zie hieronder, de paragraaf quick scan).
Voor het indienen van een nadeelcompensatieaanvraag moet de aanvrager gebruik maken van een door het college vastgesteld elektronisch formulier (artikel 3).
Er wordt geen nadeelcompensatie verleend als de geleden schade gering is: particulieren € 500,-; ondernemers € 1000,- (artikel 4: bagatel-regel).
Het college kan voor het behandelen van het nadeelcompensatieaanvraag een adviescommissie inschakelen (artikel 5).
Een aanvrager kan een voorschot vragen als redelijkerwijs te verwachten is dat het college nadeelcompensatie zal verlenen (artikel 8).
Voor meer informatie zie: Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) of de website “Nadeelcompensatie” van de gemeente.
Informatie die aanvrager moet indienen
Op de website van de gemeente staat aangegeven welke informatie iemand die een nadeelcompensatieaanvraag wil indienen moet aanleveren (een nadeelcompensatieaanvraag moet digitaal worden ingediend). Voorts wordt informatie over nadeelcompensatie gegeven.
Quick scan door ondernemer
Een aanvrager kan door een quick scan zelf bepalen of zijn aanvraag kans van slagen heeft. Daartoe moet hij, aan de hand van de gegevens uit zijn administratie (jaarrekeningen e.d.), bepalen of zijn omzetverlies boven de drempel van het maatschappelijk risico uitkomt)
Om te kunnen bepalen of zijn omzetverlies boven de drempel van het maatschappelijk risico uitkomt heeft een ondernemer de volgende gegevens nodig:
- •
jaarrekeningen over drie jaren voorafgaand aan het schadejaar (‘de ‘normale’ situatie’);
- •
omzetgegevens per maand in het schadejaar en drie voorafgaande jaren.
Op basis van deze gegevens kan de aanvrager zelf:
- •
zijn normomzet berekenen (= gemiddelde jaaromzet van drie voorafgaande jaren);
- •
de omzetderving in het schadejaar berekenen (= normjaaromzet minus werkelijke jaaromzet);
- •
zijn norm-brutowinstmarge (= gemiddelde brutowinstpercentage van de drie voorafgaande jaren) berekenen;
- •
de voor hem toepasselijke ingangsdrempel bepalen.
Voor het toepassen van de methode heeft de aanvrager zijn jaarrekeningen en de omzetgegevens in het schadejaar nodig. Vervolgens kan hij zelf bepalen of zijn omzetderving boven de voor hem toepasselijke ingangsdrempel uitkomt.
Op deze wijze kan de aanvrager voorkomen dat hij leges moet betalen voor de behandeling van een nadeelcompensatieaanvraag dat geen kans van slagen heeft.
Voortoets door gemeente
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor nadeelcompensatie is men op grond van artikel 2 lid 3 van de Verordening nadeelcompensatie € 300 aan leges verschuldigd. Dit krijgt men vergoed als men recht heeft op nadeelcompensatie, maar niet als het nadeelcompensatieaanvraag wordt afgewezen. Om te voorkomen dat een ondernemer nodeloos kosten maakt doordat hij een aanvraag indient dat geen kans van slagen heeft, wordt op de website van de gemeente aangegeven dat een ondernemer de gemeente kan vragen door middel van een voortoets te bekijken of een aanvraag kans van slagen heeft. Op die manier wordt voorkomen ondernemers de kosten van leges in rekening moet worden gebracht voor kansloze aanvragen.
Artikelsgewijs
Artikel 2 Afbakening
De beleidsregel is niet van toepassing op de vergoeding van indirecte schade op grond van de Omgevingswet bestaande uit waardevermindering van een onroerende zaak (wat vroeger planschade werd genoemd).
Deze beleidsregel is ook niet van toepassing op het vergoeden van nadeelcompensatie voor het verwijderen, verleggen of aanpassen van kabels en leidingen. Hiervoor heeft het college een aparte beleidsregel opgesteld, die afwijkende kostenvergoedingsregelingen en procedureregels kent (Beleidsregel Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018).)
Artikel 4 Normaal maatschappelijk risico omzetdaling
Normaal maatschappelijk risico: bij het bepalen van het normaal maatschappelijk risico wordt (via de brutowinstmargemethode) rekening gehouden met de kostenstructuur van een onderneming . Een ondernemer die een lage inkoopwaarde heeft (voorbeeld: een horecazaak) wordt door omzetverlies veel harder getroffen dan een ondernemer met een hoge inkoopwaarde (voorbeeld: supermarkt). Dit wordt gecorrigeerd door toepassing van de brutowinstmarge-methode (voor een toelichting zie de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen Handleiding p. 44 e.v. en p. 52 e.v.). Dit maakt het systeem van nadeelcompensatie aanzienlijk complexer maar ook rechtvaardiger. Het is ook een eis die uit rechtspraak van de Raad van State voortvloeit (Wouwse tol jurisprudentie).
Het normaal maatschappelijk risico bestaat uit twee elementen: een drempel over het eerste deel van de omzetdaling en een kortingspercentage voor de inkomensschade die boven de drempel uitkomt.
Het toepassen van een combinatie van een drempel en een kortingspercentage heeft als voordeel dat er een meer geleidelijke overgang is van ondernemers die wel of geen nadeelcompensatievergoeding krijgen. Als men alleen met een drempel werkt (bijvoorbeeld 15%) krijgt een ondernemer die slechts 14,5 % omzet derft niets vergoed, en een ondernemer die meer dan 15% omzet derft alle inkomensschade boven de 15% vergoed. Dat is minder billijk. Daarom is de omzetdrempel iets verlaagd, maar wordt wel met een korting op de nadeelcompensatie gewerkt.
Artikel 5 Normaal maatschappelijk risico kostenstijgingen
Er is ook een beleidsregel voor kostenstijgingen opgenomen. Voor kostenstijgingen wordt de methodiek gevolgd die in de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024 wordt gebruikt. Deze beleidsregel werkt met een ingangsdrempel. Bij de bepaling van de hoogte van nadeelcompensatie wordt zoveel mogelijk de systematiek van het bepalen van nadeelcompensatie bij omzetstijgingen gehanteerd (waarbij rekening wordt gehouden met de kostenstructuur van een onderneming), maar met een aantal aanpassingen. Het gaat om kostenstijgingen, niet om omzetdalingen (zie uitgebreid p. 62-65 van de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen). Voorts wordt hier net als bij omzetdalingen met een kortingspercentage gewerkt (toelichting)
Artikel 6 Wijze bepalen omvang nadeel
De situatie kan zich voordoen dat een ondernemer met zowel (fors) omzetverlies als kostenstijgingen te maken krijgt, die elk op zich onder de drempel blijven, terwijl het gecumuleerde inkomensverlies, als je die schades in samenhang zou bekijken, boven de drempel van omzetverlies of kostenstijgingen zou komen. In dat geval is het billijk uit te gaan van het gecumuleerde inkomensverlies en is maatwerk nodig.
Artikel 7 Meerjarige hinder
Als een project langer dan een jaar duurt is het wenselijk het maatschappelijk risico (de omzetdrempel) voor het tweede jaar te verlagen. De beste manier om dat te doen is de omzetdrempel en kostendrempel (in afwijking van artikel 4 en 5) per maand in plaats van op jaarbasis te berekenen. Daarmee voorkom je dat je in de 13e maand eerst (opnieuw) de omzetdrempel op jaarbasis moet overschrijden. Als je deze regel niet aanpast zou dit bij projecten dit iets langer dan een jaar duren tot onwenselijke uitkomsten leiden.
Artikel 8 Actieve risicoaanvaarding
Schade kan ook geheel of gedeeltelijk voor rekening van de aanvrager komen als sprake is van voorzienbaarheid, ook wel actieve risicoaanvaarding genoemd. Dit vloeit voort uit artikel 4:126 lid 1 sub a Awb: “De schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard".
Bij risicoaanvaarding gaat het om de concrete voorzienbaarheid van een nadelige ontwikkeling, die op één bepaalde datum (de ‘peildatum’) aan de hand van een concrete bron kan worden vastgesteld. Het gaat over de vraag welke risico’s een koper of ondernemer ten tijde van de aankoop of investering heeft aanvaard of moet worden geacht te hebben aanvaard. Bepalend is of een door de overheid gepubliceerd concreet beleidsvoornemen ten tijde van de aankoop of investering aanleiding gaf rekening te houden met de kans op nadelige ontwikkelingen.
Hierbij wordt uitgegaan van de ‘redelijk handelende ondernemer of koper’. Wanneer voor zo’n ondernemer of koper ten tijde van de investeringsbeslissing/ activiteit rekening had moeten houden met de kans dat de situatie ter plaatse in voor hem nadelige zin zou kunnen wijzigen, is de schade voorzienbaar, en wordt de koper of ondernemer geacht het risico op schade te hebben betrokken bij het overeenkomen van de koopprijs of de investeringsbeslissing. De schade wordt dan niet of slechts gedeeltelijk vergoed.
De belangrijkste bron van risicoaanvaarding zijn concrete beleidsvoornemens die door de overheid zijn gepubliceerd. Het gaat bijvoorbeeld om strategische plannen, (ontwerp-) structuurvisies, omgevingsvisies, programma’s, omgevingsplannen, projectbesluiten, verkeersbesluiten, beleidsprogramma’s, of (ontwerp)besluiten waarin het voornemen voor een infrastructureel project wordt aangekondigd. Te denken valt aan voornemens voor een nieuwe openbaar vervoersverbinding zoals een busbaan of tramlijn, de herstructurering van een centrumgebied, de aanleg van parkeergarages of het autoluw maken van een binnenstad.
Het is in algemene zin niet aan te geven hoe concreet een beleidsvoornemen moet zijn om aanleiding te geven tot voorzienbaarheid. De nadelige ontwikkelingen hoeven nog niet in detail te zijn uitgewerkt. Dat betekent dus dat de precieze situering en omvang van een voorgenomen project nog niet hoeven vast te staan. Evenmin is vereist dat vaststaat op welk tijdstip de voorgenomen activiteit zal worden uitgevoerd. Dat de wenselijkheid van een project nog nader moet worden onderzocht of aan nadere besluitvorming onderworpen is, hoeft geen beletsel te zijn voor risicoaanvaarding.
De algemene bekendmaking van een document door een bestuursorgaan is een wel voorwaarde voor risicoaanvaarding. Indien een overheidsinstantie niet kan aantonen dat een beleidsvoornemen ter openbare kennis is gebracht, kan aan de aanvrager geen risicoaanvaarding worden tegengeworpen. Wanneer een beleidsdocument of strategisch plan bijvoorbeeld slechts in een openbare raadsvergadering of een algemene informatiebijeenkomst is behandeld en niet ter inzage is gelegd, wordt er geen voorzienbaarheid aangenomen. Krantenartikelen leveren evenmin actieve risicoaanvaarding op omdat deze niet ‘van overheidswege’ zijn gepubliceerd. Bepalend is of het document ter inzage heeft gelegen of van overheidswege openbaar bekend is gemaakt (bijvoorbeeld door publicatie in het digitale gemeentelijke publicatieblad).
Ondernemers hebben aangegeven aan dat dergelijk informatie voor hen moeilijk vindbaar is. Om die reden zal de gemeente op haar website op een speciaal daarvoor bestemde pagina publiceren dat er infrastructurele werkzaamheden worden uitgevoerd die hinder en/of schade kunnen veroorzaken. Op die speciale websitepagina kan de gemeente onder meer de volgende informatie geven: a. een algemene omschrijving van het project, b. een beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden en c. de verwachte planning van het project. Het gaat daarbij om grote projecten waarbij de staat langdurig openligt (niet om kleinere onderhoudswerken). De pagina kan worden opgenomen (geïntegreerd) in delen van de gemeentelijke website die informatie geven over verkeer (verkeershinder) en de uitvoering van projecten. Belangrijk is dat dit deel van de website goed vindbaar is.
Artikel 9 Voordeelverrekening
De Awb geeft een regeling voor voordeelverrekening. De uitvoering van infrastructurele maatregelen kan hinder veroorzaken, maar de uitvoering van die maatregelen kan ook voordelen voor de aanvrager opleveren. Het is dan billijk zijn hier rekening mee te houden. Artikel 4:126 lid 3 van de Awb geeft aan dat als een schadeveroorzakende gebeurtenis tevens een voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, dit bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking wordt genomen.
Artikel 10 Concernregel.
Als een rechtspersoon meerdere bedrijfsvestigingen bezit moet als er sprake is van een omzetdaling bij één van zijn bedrijfsvestigingen voor de bepaling van het omzetverlies niet worden gekeken naar het omzetverlies op het niveau van die bedrijfsvestiging maar naar het omzet van het niveau van de rechtpersoon. Dit wordt de concernregel genoemd. De ratio daarachter is dat de verschillende bedrijfsvestigingen een economische en/of juridische geheel. De inkomsten en uitgaven (winst en verlies) komen terecht bij een en dezelfde eigenaar. Om die reden wordt om te bepalen of een ondernemer onevenredig zwaar is getroffen (het criterium voor nadeelcompensatie) gekeken naar de omzet op het niveau van de rechtspersoon die de bedrijven bezit. Dit is gebaseerd op jurisprudentie van de Raad van State (zie onder andere de uitspraken van de Raad van State van 12 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2677) en 13 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:81).
Artikel 12 Bijzondere omstandigheden en niet normale omstandigheden.
Volgens de jurisprudentie van de Raad van State moet bij de beoordeling van nadeelcompensatieverzoeken rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Dit kan ertoe leiden dat burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen de omzetdrempel naar beneden of naar boven bijstellen, de omvang van de nadeelcompensatievergoeding korten. Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken. Het is niet ongebruikelijk dat de uitvoering van een gemeentelijk project vertraagt. Dat is geen reden de omzetdrempel bij te stellen. Als de uitvoering van een project zeer ernstig vertraagd (bijvoorbeeld vanwege problemen in de uitvoering of de vondst van archeologische voorwerpen) kunnen burgemeester en wethouders besluiten de omzetdrempel te verlagen. Deze risico’s zijn namelijk minder voorzienbaar. Het kan in uitzonderlijke gevallen een reden zijn de omzetdrempel met een twee procent te verlagen. Bijzondere omstandigheden kunnen ook een reden zijn de omzetdrempel te verhogen of een korting op te leggen. Bijvoorbeeld als een ondernemer, gelijktijdig met de uitvoering van het gemeentelijke project, zijn bedrijfspand verbouwd, of andere maatregelen in zijn bedrijfsvoering treft waardoor er omzetverlies optreedt. Dit zijn echter uitzonderingen. De hoofdregel is dat de omzetdrempel 8, 10 of 12% is (afhankelijk van de kostenstructuur van een onderneming).
Niet normale omstandigheden: als het omzetverlies niet voortvloeit uit normaal onderhoud, zoals regelmatig terugkomend onderhoud aan een weg, of verkeersreconstructies van verkeerplein, is de schade minder voorzienbaar en kan dit een reden zijn andere, lagere, percentages voor de berekening van het maatschappelijk risico te hanteren, dan in artikel 4 en 5 zijn opgenomen. Voorbeelden zijn onverwacht onderhoud aan een brug als tijdens reguliere inspecties niet is opgemerkt dat de brug in een (zeer) slechte technische conditie was, en de brug om instorting te voorkomen ineens moet worden afgesloten. Dit kan tot gevolg hebben dat een ondernemer extra (onvoorziene) schade lijdt doordat de brug voor een langere periode wordt gesloten (namelijk tijdens de periode die de gemeente nodig heeft om het werk voor te bereiden en aan te besteden). Voor de periode van de uitvoering van het werk zelf worden wel de reguliere percentages gehanteerd, omdat de uitvoering van het onderhoud aan een brug op zichzelf voorzienbaar is en onder het maatschappelijk risico valt.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl