Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften Amersfoort

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-07-2026

Intitulé

Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften Amersfoort

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester tot vaststelling van de Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    ambtelijk hoorder: door het bestuursorgaan aangewezen persoon die niet direct betrokken is bij de voorbereiding van het bestreden besluit en bevoegd is om bezwaarschriften te behandelen;

  • 2.

    ambtelijk horen: horen door een ambtenaar of meerdere ambtenaren namens het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 3.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • 4.

    bestuurlijk horen: horen door het bestuursorgaan of een van de leden van het bestuursorgaan namens het bestuursorgaan;

  • 5.

    bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen: het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester;

  • 6.

    bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift;

  • 7.

    commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb;

  • 8.

    voorzitter: voorzitter van de commissie.

Artikel 2. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten van het bestuursorgaan, met uitzondering van besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake gemeentelijke belastingen of de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 3. Inleidende bepaling

  • 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van het bestuursorgaan.

  • 2. Naast het horen en adviseren over een bezwaar door de commissie kan het horen bestuurlijk en ambtelijk plaatsvinden. Het bestuursorgaan kan, voor zover het zijn besluiten betreft, bepalen op welke wijze het horen plaatsvindt.

  • 3. Ongeacht het bepaalde in het tweede lid wordt een bezwaarschrift ter advisering aan de commissie voorgelegd, indien het bezwaar betrekking heeft op een zaak die vanwege de bijzondere omstandigheden van de zaak om advies van de commissie kan worden voorgelegd.

  • 4. De commissie is bij de behandeling van klachten in de op oordeel gerichte fase belast met het horen van klagers en beklaagden en met het adviseren aan het bestuursorgaan over het oordeel.

Paragraaf 2. Oplossingsgerichte behandeling

Artikel 4. Vooronderzoek en oplossingsgerichte behandeling

  • 1. Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift oplossingsgericht kan worden afgehandeld. Bij de oplossingsgerichte behandeling wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden. Hierbij geeft het bestuursorgaan een uitleg over de zaak, het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift.

  • 2. In afwijking van lid 2 kan van de oplossingsgerichte behandeling worden afgezien als de aard, omvang of complexiteit van de zaak daar aanleiding voor geeft

  • 3. Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit.

Paragraaf 3. Horen door of namens het bestuursorgaan

Bestuurlijk horen

Artikel 5. Aanwijzing categorieën

Het bestuursorgaan kan categorieën van bezwaarschriften aanwijzen waarbij het horen door het bestuursorgaan of door een van de leden van het bestuursorgaan plaatsvindt.

Artikel 6. Openbaarheid hoorzitting

  • 1. De hoorzitting is openbaar.

  • 2. Bezwaarmaker en eventuele belanghebbenden kunnen verzoeken om een hoorzitting achter gesloten deuren.

  • 3. Degene die hoort beslist of in afwijking van het bepaalde in lid 1 de hoorzitting met gesloten deuren plaatsvindt.

Artikel 7. Verslag

  • 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb is schriftelijk dan wel digitaal middels een geluidsopname van de hoorzitting.

  • 2. De geluidsopname wordt in de regel niet schriftelijk uitgewerkt. Indien tijdens de hoorzitting nieuwe gronden van bezwaar naar voren zijn gebracht, worden deze in het besluit op bezwaar samengevat weergegeven.

  • 3. In afwijking van het tweede lid kan de geluidsopname alsnog schriftelijk worden uitgewerkt indien een belanghebbende of een gerechtelijke instantie daar om verzoekt.

  • 4. Het schriftelijk verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid en houdt een zakelijke vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbende en/of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

Ambtelijk horen

Artikel 8. Ambtelijk horen

  • 1. Het bestuursorgaan kan categorieën van bezwaarschriften aanwijzen waarbij het horen ambtelijk plaatsvindt.

  • 2. De ambtelijk hoorder bepaalt de wijze en het tijdstip van het horen. De hoorzitting kan fysiek, via een beeldverbinding of telefonisch plaatsvinden. Ook een hybride vorm, dat is een combinatie tussen fysiek en via een beeldverbinding, is mogelijk.

  • 3. Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het bezwaarschrift aan de commissie willen voorleggen, kan de ambtelijk hoorder besluiten dat het horen en adviseren door de commissie plaatsvindt.

Artikel 9. Openbaarheid ambtelijke hoorzitting

  • 1. De hoorzitting is openbaar.

  • 2. Bezwaarmaker en eventuele belanghebbenden kunnen verzoeken om een hoorzitting achter gesloten deuren.

  • 3. Degene die hoort beslist of in afwijking van het bepaalde in lid 1 de hoorzitting met gesloten deuren plaatsvindt.

Artikel 10. Verslag

  • 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb is schriftelijk dan wel digitaal middels een geluidsopname van de hoorzitting.

  • 2. De geluidsopname wordt in de regel niet schriftelijk uitgewerkt. Indien tijdens de hoorzitting nieuwe gronden van bezwaar naar voren zijn gebracht, worden deze in ieder geval in het besluit op bezwaar samengevat weergegeven.

  • 3. In afwijking van het tweede lid kan de geluidsopname alsnog schriftelijk worden uitgewerkt indien een belanghebbende of een gerechtelijke instantie daar om verzoekt.

  • 4. Het schriftelijk verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid en houdt een zakelijke vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbende en/of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

Paragraaf 4. Horen en adviseren door de commissie

Artikel 11. Samenstelling van de commissie

  • 1. De commissie bestaat uit ten minste zes leden, van wie één voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter is.

  • 2. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden worden door burgemeester en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen, ter vervanging van een der leden, een tijdelijk lid benoemen.

  • 4. De advisering geschiedt door ten minste drie leden.

  • 5. De leden van de commissie kunnen niet deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Amersfoort.

Artikel 12. Secretaris

De secretaris is een van de medewerkers van de Afdeling Juridische Dienstverlening en Advies en wordt door de afdelingsmanager aangewezen. De afdelingsmanager wijst ook een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

Artikel 13. Zittingsduur

  • 1. De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk een keer herbenoemd te worden.

  • 2. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders.

  • 3. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 14. Uitoefening bevoegdheden

  • 1. De voorzitter oefent de volgende bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit:

    • a)

      verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid);

    • b)

      stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6);

    • c)

      verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17);

    • d)

      ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid);

    • e)

      al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).

  • 2. De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris.

Artikel 15. Voorbereiding hoorzitting

  • 1. De voorzitter bepaalt plaats, tijdstip en wijze van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

  • 2. De hoorzitting vindt in beginsel fysiek plaats, maar kan ook via een beeldverbinding plaatsvinden. Ook een hybride vorm, dat is een combinatie van fysiek en via een beeldverbinding, is mogelijk, zulks ter beoordeling door de voorzitter.

  • 3. De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

  • 4. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.

  • 5. Een verzoek om uitstel van behandeling ter zitting wordt slechts in bijzondere omstandigheden ingewilligd. Het verzoek om uitstel dient gemotiveerd te zijn. Indien professionele rechtsbijstand wordt verleend door een instantie waar meerdere rechtsbijstandsverleners aan verbonden zijn, wordt geen uitstel verleend tenzij dringende redenen dit rechtvaardigen, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

  • 6. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.

  • 7. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.

  • 8. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.

Artikel 16. Onpartijdigheid leden

De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Artikel 17. Openbaarheid hoorzitting

  • 1. De hoorzitting van de commissie is openbaar.

  • 2. In afwijking van het eerste lid vindt de hoorzitting achter gesloten deuren plaats bij de behandeling van zaken binnen het sociaal domein.

  • 3. De deuren kunnen voorts worden gesloten als de commissie, al dan niet op verzoek van een van de leden of van een belanghebbende, daartoe beslist vanwege gewichtige redenen die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten.

Artikel 18. Verslaglegging

  • 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb is schriftelijk dan wel digitaal middels een geluidsopname van de hoorzitting.

  • 2. De geluidsopname wordt in de regel niet schriftelijk uitgewerkt. Indien tijdens de hoorzitting nieuwe gronden van bezwaar naar voren zijn gebracht, worden deze in het advies samengevat weergegeven.

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt de geluidsopname alsnog schriftelijk uitgewerkt indien een belanghebbende of een gerechtelijke instantie daar om verzoekt.

  • 4. Het schriftelijk verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid en houdt een zakelijke vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbende en/of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 19. Nader onderzoek

  • 1. De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht.

  • 2. De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan toegezonden.

  • 3. De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren en indien gewenst aan de voorzitter vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze regeling die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20. Raadkamer en advies

  • 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.

  • 2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

  • 3. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 4. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 21. Uitbrengen advies en verdaging

  • 1. Het advies wordt met het verslag, en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

  • 2. Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

  • 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbenden een afschrift.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 22. Intrekking oude regeling

De Regeling behandeling klachten en bezwaren Sociaal Domein 2018 wordt ingetrokken.

Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2026.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voor de behandeling van bezwaarschriften Amersfoort.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei 2026.

De burgemeester,

De gemeentesecretaris,

Aldus vastgesteld door de burgemeester d.d. 12 mei 2026.

Toelichting

Algemeen

Deze regeling geeft een kader voor de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door het college van burgemeester en wethouders en door de burgemeester. Het is nadrukkelijk een kader en dat heeft er mee te maken dat er jaarlijks een groot aantal bezwaarschriften wordt ingediend tegen allerhande verschillende besluiten. De bezwaren kunnen gericht zijn tegen omgevingsvergunningen, subsidiebesluiten, opgelegde herstelsancties, besluiten over openbaarmaking van documenten, het verwerken van persoonsgegevens, kapvergunningen, horecavergunningen, fietsverwijdering bij het station, registratie in het bevolkingsregister etc. De besluiten waartegen bezwaar kan worden gemaakt zijn in aard en omvang zeer verschillend. Deze, soms zeer grote, verschillen tussen besluiten zijn voor de wetgever de aanleiding geweest om niet één uniforme wijze van bezwaarbehandeling voor te schrijven. De wetgever heeft ingezien dat bestuursorganen daarin keuzes kunnen maken en de wijze waarop bezwaren worden behandeld, kan worden afgestemd op het besluit waartegen het bezwaar is gemaakt.

In de gemeente Amersfoort wordt in de praktijk al sinds de invoering van de Algemene wet bestuursrecht in 1994 gebruik gemaakt van de verschillende mogelijkheden die de wet biedt voor de wijze waarop bezwaren worden behandeld. Met deze regeling wordt duidelijkheid gegeven wanneer en op welke wijze bezwaren worden behandeld. Dit vanuit het uitgangspunt dat:

  • -

    bezwaren zoveel mogelijk oplossingsgericht worden behandeld,

  • -

    bezwaarmakers ambtelijk worden gehoord,

  • -

    de bestuursorganen er in specifieke gevallen voor kunnen kiezen dat bezwaarmakers door of namens het bestuursorgaan worden gehoord, en

  • -

    dat bezwaren in voorkomende gevallen om advies aan de adviescommissie kunnen worden voorgelegd.

Het betekent dat de bestuursorganen met een aanwijzingsbesluit kunnen bepalen in welke situaties er niet ambtelijk wordt gehoord maar door of namens het bestuursorgaan of door de commissie.

De regeling heeft geen betrekking op de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen door de heffingsambtenaar of de leerplichtambtenaar. Daarom zijn de heffingsambtenaar en de leerplichtambtenaar niet als bestuursorgaan benoemd in artikel 1. De regeling heeft ook geen betrekking op bezwaren die bij de gemeenteraad worden ingediend.

Het contact met burger staat hierbij centraal. De regeling bevat bepalingen over de oplossingsgerichte behandeling, het horen van bezwaarden en het horen door een commissie.

Het uitgangspunt is dat bezwaren zoveel mogelijk oplossingsgericht worden behandeld en dat in overleg wordt gezocht naar een passende beëindiging van het geschil. Wanneer een oplossingsgerichte behandeling niet mogelijk of passend is wordt het bezwaar formeel behandeld. De gemeente Amersfoort sluit hierbij aan bij het project van de rijksoverheid Passend contact met de overheid en bij het voornemen van de regering om de waarborgfunctie van de Awb te versterken. Dit voornemen uit zich onder andere in de opdracht aan bestuursorganen om zich bij het uitoefenen van zijn taak dienstbaar op te stellen. De regering heeft in het wetsvoorstel opgenomen de verplichting voor bestuursorganen om in overleg met de indiener van het bezwaarschrift en eventuele andere belanghebbenden de mogelijkheden voor afdoening van het bezwaar te onderzoeken. Dat betekent dat bestuursorganen de mogelijkheid van een oplossingsgerichte oplossing moeten onderzoeken.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities

Bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Onder bestuursorgaan wordt hier verstaan een orgaan van de gemeente dat een besluit heeft genomen waartegen bezwaar wordt gemaakt.

Deze regeling heeft betrekking op besluiten van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. (zie artikel 7:1 in samenhang met artikel 8:1 van de Awb). Deze regeling geldt dus voor deze gemeentelijke bestuursorganen en niet voor de gemeenteraad.

Oplossingsgerichte benadering

Het zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het bezwaarschift contact leggen met de bezwaarmaker is zeer zinvol. Er kan dan aan bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden inzicht in en uitleg over de vervolgprocedure worden gegeven. Op welke wijze contact wordt opgenomen wordt niet in de Awb geregeld. Dit is aan het bestuursorgaan zelf. De keuze die gemaakt wordt kan afhangen van de inschatting wat het beste in het concrete geval zal zijn. Tijdens dit contact kan worden aangeven dat ambtelijk of door een adviescommissie zal worden gehoord maar kan ook worden gewezen op de (eventuele) mogelijkheid van oplossingsgerichte behandeling van het bezwaarschrift. Het kan zijn dat tijdens dit eerste contact al een passende oplossingsgerichte oplossing op het bezwaarschrift wordt gevonden. En het is ook mogelijk dat hiervoor nog nader onderzoek en contact met de voorbereider(s) van het bestreden besluit is vereist. Van belang is dat eventuele afspraken over de oplossingsgerichte oplossing die bij dit contact al is verkregen schriftelijk worden vastgelegd.

Het leggen van contact is ook van belang als (de verwachting is dat) het bezwaar kennelijk ongegrond of kennelijk niet ontvankelijk wordt verklaard. De helderheid over de afhandeling van deze bezwaren kan bijdragen aan het begrip voor de beslissing op het bezwaar. Hiernaast kan het contact met de indiener van het kennelijk niet ontvankelijke of kennelijk ongegronde bezwaar leiden tot ambtshalve herziening van het besluit. Dit kan (uiteraard) ook uit de oplossingsgerichte afhandeling van ontvankelijke bezwaren voorvloeien.

Na het eerste contact met de bezwaarmaker zal vaak nadere informatie moeten worden ingewonnen over de achtergronden van het besluit en de reden waarom bezwaar is gemaakt. Hierbij wordt met zowel de bezwaarmaker als de voorbereider van het bestreden besluit contact opgenomen en wordt de mogelijkheid van een minnelijke oplossing van het bezwaar (verder) verkend. Het is van belang dat dit contact kort na binnenkomst van het bezwaarschrift wordt gelegd. Als al bij het eerste contact een oplossing op het bezwaarschrift is gevonden dan hoeft (uiteraard) niet nog een keer contact te worden gezocht met de bezwaarmaker. Als een oplossing kan worden gevonden voor het probleem dat aanleiding was voor het bezwaarschrift dan hoeft het bezwaarschrift niet verder in behandeling te worden genomen en kan het worden afgedaan. Indien er eventuele andere belanghebbenden zijn, dan wordt ook met hen in contact getreden als dit gewenst is voor de oplossingsgerichte afhandeling. Bij de behandeling bezwaren is het belangrijk dat dit onbevangen gebeurt en daarom is de oplossingsgerichte en op oordeel gerichte behandeling van bezwaren belegd bij de afdeling juridische dienstverlening en advies. De medewerkers van deze afdeling zijn in de regel niet direct betrokken bij de voorbereiding van het bestreden besluit en hebben tot taak op onbevangen wijze bezwaren te behandelen.

Als tijdens het oplossingsgerichte contact blijkt dat een nieuw besluit wenselijk is, dan worden hierbij de belangen van derde belanghebbenden in acht genomen.

Ambtelijk horen

Belanghebbenden (de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden) moeten in de meeste gevallen worden gehoord voordat op het bezwaar wordt beslist (artikel 7:2, eerste lid, van de Awb). Slechts in een beperkt aantal gevallen kan van het horen worden afgezien. Deze staan in artikel 7:3 van de Awb weergegeven en zien op kennelijk niet ontvankelijkheid en kennelijk ongegrondheid, geen of kennelijk geen interesse in het horen door de belanghebbende(n). Ook als aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen zonder belangen van derden te beschadigen kan van het horen worden afgezien.

Artikel 8

De bestuursorganen nemen een groot aantal besluiten. De aard en omvang alsmede de complexiteit van deze besluiten kunnen enorm verschillen. Dat brengt met zich dat de heroverweging van deze besluiten ook grote verschillen kent. Het is vanwege deze verschillen niet wenselijk om het horen van bezwaarmakers en belanghebbenden in alle gevallen op dezelfde wijze te laten plaatsvinden.

Het eerste lid voorziet in de mogelijkheid dat het bevoegde bestuursorgaan bepaalde categorieën van bezwaarschriften aanwijst, door het nemen van een aanwijzingsbesluit, waarbij ambtelijk wordt gehoord. Voor het ambtelijk horen gelden de bepalingen uit artikel 7:5 van de Awb.

Hoe het horen wordt vormgegeven is grotendeels aan degene(n) die horen zelf. Er kan voor worden gekozen om fysiek te horen, maar telefonisch of digitaal horen is ook mogelijk. Als het om een openbare hoorzitting gaat, ligt telefonisch horen niet voor de hand.

Van het horen moet een verslag worden gemaakt (artikel 7:7 van de Awb). De Awb bepaalt niet hoe het verslag van het horen moet worden vormgegeven en hoe uitgebreid het moet zijn. Het verslag kan onderdeel zijn van de beslissing op het bezwaarschrift, maar vaak zal een afzonderlijk verslag worden opgemaakt.

Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het bezwaarschrift alsnog aan de commissie wil voorleggen, kan het bevoegde bestuursorgaan hiertoe besluiten. Het is verstandig om deze beslissing goed te motiveren zodat de commissie en de betrokken partijen weten waarom hiertoe is besloten. Die motiveringsplicht geldt temeer als het bestuursorgaan in weerwil van het verzoek van de bezwaarmaker besluit toch ambtelijk te horen.

Artikel 11. Horen en adviseren door de commissie

Het horen en adviseren door een commissie wordt in artikel 7:13 van de Awb geregeld. De commissie moet aan bepaalde (cumulatieve) vereisten voldoen. Deze zien op de samenstelling, mededeling dat de commissie zal adviseren aan bezwaarmaker, wijze van horen, uitnodiging bestuursorgaan en uitbrengen van het advies.

Samenstelling van de commissie

Raadsleden en burgemeester en wethouders mogen geen lid zijn van de commissie. Zie artikel 84, tweede lid, in samenhang met artikel 83, tweede lid, van de Gemeentewet.

De commissie bestaat bij het uitbrengen van het advies uit een voorzitter en ten minste twee leden (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb). De voorzitter en de leden maken geen deel uit en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid, onder b, van de Awb). Het lidmaatschap van de commissie is niet voorbehouden aan juristen; ook mensen met een brede maatschappelijke ervaring kunnen worden benoemd tot lid van de commissie.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de voorzitter, leden en plaatsvervangende leden te benoemen, te schorsen en te ontslaan. Het college mag niet te lichtvaardig met de ontslagbevoegdheid omspringen omdat anders de schijn zou kunnen ontstaan dat een commissie(lid) aan de kant wordt geschoven vanwege een voor het bestuursorgaan onwelgevallig standpunt. Als een lid niet naar behoren functioneert, is het in eerste instantie de commissie die hierop actie zal moeten ondernemen. De voorzitter zal hierbij een belangrijke rol spelen. Als er sprake is van een vertrouwensbreuk dan is

ontslag en/of schorsing (door burgemeester en wethouders) mogelijk.

Als de voorzitter verhinderd is, dan kan de commissie zelf beslissen wie hem als voorzitter vervangt.

Artikel 19. Nader onderzoek

Eerste lid Na de hoorzitting kan de commissie constateren dat nader onderzoek nodig is alvorens een advies te kunnen opstellen. In het eerste lid is niet voorgeschreven hoe dit onderzoek moet plaatsvinden, het is aan commissie zelf hoe dit onderzoek vorm te geven. Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om de belanghebbenden en het bestuursorgaan opnieuw te horen.

Derde lid

Deze bepaling voorziet naast de mogelijkheid om binnen nader te stellen termijn een schriftelijke reactie te geven, in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 van de Awb is bepaald dat als het feiten of omstandigheden betreft die voor de beslissing op bezwaar van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord (rechtsbeginsel van hoor en wederhoor).

Artikel 20. Raadkamer en advies

Omdat het van belang is dat de commissie in alle vrijheid kan beraadslagen en beslissen, is in het eerste lid bepaald dat dit achter gesloten deuren zal plaatsvinden. De advisering (en vaak logischerwijs ook de beraadslaging) moet plaatsvinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb. Voor de advisering hanteert de Awb striktere voorwaarden dan bij het horen, waarbij het is niet vereist dat de gehele commissie hoort.