Bijdrageverordening gemeenschappelijke regeling Senzer 2026

Geldend van 22-05-2026 t/m heden

Intitulé

Bijdrageverordening gemeenschappelijke regeling Senzer 2026

Intitulé

Bijdrageverordening gemeenschappelijke regeling Senzer 2026

Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Senzer;

gelet op artikel 34 van de Gemeenschappelijke regeling Senzer;

overwegende dat het wenselijk is om de baten en lasten die het openbaar lichaam aan de deelnemers toerekent te baseren op financiële verdeelprincipes- en sleutels op voorstel van het besluit van het dagelijks bestuur d.d. 18 januari 2023;

besluit:

vast te stellen de Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer 2026.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder: 

deelnemer: de deelnemende gemeente in de Gemeenschappelijke regeling Senzer 2025;

Gemeenschappelijke regeling: Gemeenschappelijke regeling Senzer 2025;

Wsw: Wet sociale werkvoorziening;

Senzer: het openbaar lichaam Senzer.

Artikel 2 Doel en reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening regelt de grondslag en de wijze van berekening van de door elke deelnemer verschuldigde financiële bijdrage aan de Gemeenschappelijke regeling.

  • 2.

    Elke deelnemer is een bijdrage verschuldigd ter uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke regeling met inachtneming van artikel 33, eerste lid, en artikel 34, van de Gemeenschappelijke regeling.

  • 3.

    Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Senzer besluit over de jaarlijkse bijdrage per deelnemer, overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen omtrent de besluitvorming zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke regeling.

Artikel 3 Bijdragen van deelnemers

  • 1.

    De deelnemers betalen een bijdrage voor de taken die in de gemeenschappelijke regeling zijn omschreven, gelijk aan de begrote netto uitgaven. De begrote netto uitgaven zijn gelijk aan het totaal van de begrote uitgaven minus de eigen inkomsten van Senzer.

  • 2.

    De gemeentelijke bijdrage bestaat uit:

    a. het budget dat deelnemers ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies;

    b. het budget dat deelnemers ontvangen voor Wsw, beschutte arbeid en de structurele bijdrage sociale infrastructuur in de integratie-uitkering Participatie;

    c. de decentralisatie-uitkering impulsbudget sociale infrastructuur;

    d. een algemeen deel.

  • 3.

    Voor het algemeen deel wordt alle deelnemers gevraagd eenzelfde percentage bij te dragen van de inkomsten die de deelnemers ontvangen binnen het cluster Participatie van de algemene uitkering in het gemeentefonds.

  • 4.

    Het budget dat deelnemers ontvangen voor uitvoering en participatie in de algemene uitkering wordt bepaald door van het in de algemene uitkering opgenomen cluster Participatie het bedrag voor minimabeleid te halen. Wat resteert vormt de basis voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage voor het algemeen deel.

  • 5.

    Het bedrag dat wordt toegerekend aan het minimabeleid bestaat uit:

  • a.

    het minimabedrag voor huishoudens met een laag inkomen met drempel vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor, maal het aantal huishoudens met een laag inkomen met drempel;

  • b.

    het minimabedrag voor bijstandsontvangers vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor, maar het aantal bijstandsontvangers. 

  • 6.

    Zolang het definitieve budget voor bijstand en loonkostensubsidies nog niet bekend is, wordt voor de berekening van het voorlopig gemeentelijk aandeel in de gemeentelijke bijdrage aan Senzer uitgegaan van het voorlopig budget dat voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin de begroting wordt opgesteld.

  • 7.

    Zolang het voorlopig budget voor bijstand en loonkostensubsidies nog niet bekend is, wordt voor de berekening van het voorlopig gemeentelijk aandeel in de gemeentelijke bijdrage aan Senzer uitgegaan van het meest recente gemeentelijk aandeel in het budget voor bijstand en loonkostensubsidies maal het macrobudget voor bijstand en loonkostensubsidies in de meest recente meerjarenbegroting van het ministerie van SZW in de rijksbegroting.

  • 8.

    De gemeentelijke bijdrage die bestaat uit het budget dat deelnemers ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies en het budget dat deelnemers ontvangen voor Wsw én beschutte arbeid in de integratie-uitkering Participatie, wordt jaarlijks afgerekend op basis van de definitieve bedragen bij de septembercirculaire van het lopende begrotingsjaar.

  • 9.

    De gemeentelijke bijdrage die bestaat uit het algemeen deel wordt afgerekend op basis van de initiële begroting, die volgt uit de opdrachtverstrekking van de deelnemers (meerjarenplan). Indien het algemeen deel ontoereikend dreigt te worden, kan het algemeen bestuur besluiten tot een begrotingswijziging met inachtneming van artikel 3 lid 3.

  • 10.

    Een eventuele uitkering van overtollige middelen aan de deelnemers, geschiedt op basis van de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage van het algemeen deel, die als laatst is gehanteerd bij de begroting waarop het resultaat ontstaat.

  • 11.

    In gevallen waarin deze bijdrageverordening niet voorziet, besluit het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen omtrent besluitvorming zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke regeling.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking in het publicatieblad gemeenschappelijke regeling; onder gelijktijdige intrekking van de Bijdrageverordening gemeenschappelijke regeling Senzer.

Artikel 5 Actualisatie

Jaarlijks wordt, als onderdeel van de reguliere planning – en controlcyclus, deze verordening beoordeeld op actualiteit en samenhang met de Gemeenschappelijke regeling.

Artikel 6 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageverordening Gemeenschappelijke regeling Senzer 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van openbaar lichaam Senzer in de vergadering van 15 april 2026,

Namens het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Senzer,

M. de Kort

Voorzitter

H.A.A.J. van Rinsum

secretaris