Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2026

Geldend van 22-05-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2026

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    adres: door het college aan een object toegekende naam, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats;

  • b.

    afgebakend terrein: een terrein met kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen objecten bevinden en dat afzonderlijk wordt gebruikt en dat kan worden betreden en afsluitbaar is;

  • c.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren;

  • d.

    complex: een afgebakend samengesteld geheel van onroerende zaken, zoals een appartementencomplex, industriecomplex, ziekenhuiscomplex, complex van vakantiehuisjes enzovoort;

  • e.

    commissie: de commissie Straatnaamgeving;

  • f.

    convenant: het tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de Koninklijke PostNL BV gesloten Convenant over postcodes 2024 – 2034, d.d. 17 januari 2024

  • g.

    ligplaats: een door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een vaartuig dat geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden;

  • h.

    gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

  • i.

    gemeente: gemeente Vught, bestaande uit Vught, Cromvoirt en Helvoirt;

  • j.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught;

  • k.

    huisnummer: nummeraanduiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet, waaronder een straat of plein

  • l.

    naambord: bord waarop een toegekende naam is aangebracht, bijvoorbeeld een straatnaambord.

  • m.

    huisnummerbord: bord waarop een toegekend nummer is aangebracht, bijvoorbeeld een nummerbord.

  • n.

    nummeraanduiding: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, met dien verstande dat deze bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfercombinatie, en ook betrekking kan hebben op een afgebakend terrein.

  • o.

    object: een (gemeentelijk) bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, verblijfsobject, ligplaats of standplaats;

  • p.

    openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen. Hieronder worden in ieder geval begrepen alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, wijken, buurten, viaducten, knooppunten en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn. En daarin ook begrepen alle bouw- en kunstwerken in de buitenruimte die deel van uitmaken van een woonplaats;

  • q.

    rechthebbende: ieder, die volgens eigendom of een beperkt zakelijk recht zodanig de beschikking heeft over een onroerende zaak, dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is met betrekking tot die zaak te handelen als in de verordening is voorgeschreven, evenals de beheerder;

  • r.

    standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de grond verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte;

  • s.

    uitvoeringsregels: nadere bepalingen van technische en administratieve aard over naamgeving en nummeraanduidingen;

  • t.

    verblijfsobject: binnen één of meer gebouw(en) c.q. complex(en) gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik, die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is;

  • u.

    woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.

  • v.

    Wet BAG: Wet basisregistratie adressen en gebouwen

HOOFDSTUK 2 Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan openbare ruimten en het nummeren van objecten

Artikel 2 Naamgeving woonplaatsen en openbare ruimte

  • 1. Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en houdt zich aan de richtlijnen bij het vaststellen van een indeling naar wijken en buurten zoals uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);

  • 2. Het college kent per woonplaats namen toe aan (delen van) de openbare ruimte en aan objecten.

  • 3. Het college bepaalt de begrenzing van de openbare ruimten;

  • 4. Onder vaststellen, verdelen en toekennen als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt ook begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 3 Nummeraanduiding van objecten

  • 1. Het college kan aan een object of aan een te onderscheiden deel daarvan een (extra) huisnummer toekennen.

  • 2. Het college kan, al dan niet op verzoek van een rechthebbende, een aan een object toegekend (extra) huisnummer intrekken of wijzigen. Dat kan in ieder geval in de onderstaande gevallen:

    • a.

      indien er een huisnummer is vastgesteld voor een toekomstige planlocatie die wegens omstandigheden op een andere manier worden ingericht of geen doorgang vindt;

    • b.

      bij volledige sloop van een object;

    • c.

      indien dit van belang is voor de essentiële functie in het maatschappelijk verkeer;

    • d.

      bij splitsing van een object.

HOOFDSTUK 3 Plaatsen van naam- en huisnummerborden

Artikel 4 Naam- en huisnummerborden aanbrengen

  • 1. De door het college aan delen van de openbare ruimte of een object toegekende naam wordt zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.

  • 2. De door het college aan een object toegekende huisnummers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden daaraan op doeltreffende wijze aangebracht.

  • 3. Het is eenieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan zijn object of openbare ruimte huisnummers en/of namen toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

Artikel 5 Gedoogplicht naam- en huisnummerborden

  • 1. Als het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, naamborden, huisnummer- en/of verzamelborden en verwijsaanduidingen aan een bouwwerk, paal, of terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  • 2. De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste lid genoemde borden vanaf de openbare ruimte duidelijk leesbaar blijven.

Artikel 6 Verplichting aanbrengen nummeraanduiding

  • 1. Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van een object verplicht het huisnummer, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan te brengen op een wijze zoals in artikel 5 is bepaald.

  • 2. De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid genoemde huisnummer binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college aan te brengen.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 moet, als een object nog niet is voltooid, het huisnummer binnen vier weken na de voltooiing van dat object worden aangebracht.

  • 4. Als het college het nodig acht een nummeraanduiding, waarop het vervallen huisnummer is doorgehaald, gedurende ten hoogste een jaar naast de nummeraanduiding met het nieuwe nummer te handhaven laat de rechthebbende dit toe of geeft de rechthebbende daaraan uitvoering,

  • 5. Het college kan de genoemde termijnen verlengen.

Artikel 7 Uitvoeringsregels

Het college is bevoegd nadere uitvoeringsregels vast te stellen over het bepaalde in deze verordening.

HOOFDSTUK 4 Commissie Straatnaamgeving

Artikel 8 Taak

  • 1. De commissie Straatnaamgeving brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college over het toekennen van een naam aan de openbare ruimte, of aan een object of een te onderscheiden deel daarvan binnen het grondgebied van de gemeente;

Artikel 9 Samenstelling

  • 1. De commissie bestaat uit :

    • a.

      de burgemeester (voorzitter);

    • b.

      drie externe deskundigen met een aardrijkskundige, geschiedkundige of culturele achtergrond en met historische kennis over Vught, Cromvoirt en Helvoirt (leden);

  • 2. De leden van de commissie worden (her)benoemd, geschorst en ontslagen door het college;

  • 3. Het college kan op advies van de commissie, dat bij meerderheid van stemmen is uitgebracht, gedurende de zittingsduur van een lid van de commissie, dit lid schorsen en/of ontslaan;

Artikel 10 Secretaris

  • 1. De secretaris van de commissie komt uit de ambtelijke organisatie;

  • 2. De secretaris is geen lid van de commissie.

  • 3. De secretaris ondersteunt de commissie bij de uitoefening van haar taak.

Artikel 11 Zittingsduur

  • 1. De leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer voor vier jaar herbenoemd te worden;

  • 2. De leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college;

  • 3. De aftredende of ontslag nemende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij er geen opvolging nodig is;

  • 4. Het gestelde in lid 1 is niet van toepassing op de leden die vóór het kalenderjaar 2014 al lid waren van de commissie. Voor deze leden zal een rooster van aftreden worden voorgesteld aan het college.

Artikel 12 Werkwijze

  • 1. De advisering en besluitvorming over naamgeving vindt plaats volgens het volgende proces:

    • a.

      een verzoek om naamgeving wordt ter advisering voorgelegd aan de commissie;

    • b.

      de commissie komt bijeen wanneer de voorzitter of de secretaris dit nodig achten;

    • c.

      de vergadering van de commissie is openbaar en wordt veertien dagen van tevoren bekendgemaakt via een voor ieder toegankelijk medium;

  • 2. Vergaderingen vinden geen doorgang als niet ten minste de helft van het aantal leden, waaronder de voorzitter aanwezig is.

  • 3. In de vergadering kunnen adviezen worden uitgebracht ongeacht het aantal aanwezige leden;

  • 4. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. De secretaris heeft hierin een adviserende rol;

  • 5. Als de stemmen staken, beslist de voorzitter;

  • 6. De voorzitter kan, al dan niet op verzoek van de commissie, een deskundige benaderen voor advisering bij het uitvoeren van de taak van de commissie als bedoeld in artikel 8, eerste lid;

  • 7. Nadat een naam is toegekend, wordt deze openbaar en bekend gemaakt door middel van publicatie via een voor ieder toegankelijk medium.

HOOFDSTUK 5 Nadere regels

Artikel 13 Nadere regels

  • 1. Het college kan nadere regels stellen over het proces en de wijze van:

    • a.

      naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken;

    • b.

      naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;

    • c.

      nummering van (verblijfs)objecten en afgebakende terreinen;

    • d.

      opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.

  • 2. De nadere regels zijn niet strijdig met het Convenant over postcodes.

HOOFDSTUK 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 14 Strafbepaling

  • 1. Overtreding van artikel 4, derde lid, of het niet voldoen aan de bepalingen in de artikelen 5 en 6, eerste en tweede lid, wordt bestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in deze verordening is de toezichthouder van het team Vergunningen en Veiligheid belast.

Artikel 15 Intrekken oude regels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de onderstaande oude verordening ingetrokken: Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2019

Artikel 16 Overgangsbepaling

  • 1. Namen en huisnummers, die op grond van de in artikel 15 genoemde regels en voorschriften aan objecten of de openbare ruimte zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening bestaan.

  • 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en huisnummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en huisnummers die voldoen aan de bij of op grond van deze verordening gestelde voorschriften.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2026’.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Vught in zijn openbare vergadering van 7 mei 2026

de griffier,

M. M. Penders,

de voorzitter,

C.N.A. Nijkerken –de Haan

TOELICHTING OP DE VERORDENING NAAMGEVING EN NUMMERING (ADRESSEN) 2026

1. Algemeen

Adressen (straatnamen en huisnummers) zijn heel belangrijk in het dagelijks leven. Ze zijn nodig voor hulpdiensten zoals de politie, brandweer, postbedrijven en ambulances. Maar ook voor makelaars, advocaten, notarissen en andere bedrijven. Deze organisaties kunnen hun werk niet goed doen zonder betrouwbare adresinformatie.

Bewoners hebben ook belang bij goede adressering. Hierdoor zijn bewoners vindbaar voor vrienden, familie en bezorgdiensten. Bovendien zijn adressen belangrijk voor de overheid. Veel overheidsregistraties bevatten adressen, en adressen helpen bij het selecteren van gegevens uit deze registraties.

Het is de taak van de gemeente om met aandacht namen te geven aan straten, pleinen en parken en andere delen van de openbare ruimte en nummers toe te kennen aan gebouwen (huisnummers). Dit moet nauwkeurig gebeuren om verwarring te voorkomen en ervoor te zorgen dat iedereen goed vindbaar en bereikbaar is. Vanwege de vindbaarheid is het ook belangrijk dat namen en huisnummers vanaf de weg zichtbaar zijn. Zo kunnen de hulpdiensten ook makkelijk het juiste adres vinden.

Wettelijke grondslag

Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistaties Adressen en Gebouwen in werking getreden. Met ingang van 1 juli 2018 is deze wet op een aantal onderdelen aangepast en is de naam van de wet gewijzigd in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (hierna: Wet BAG). Deze wet regelt hoe gegevens van adressen en gebouwen, zoals bouwjaar, oppervlakte, gebruiksdoel en locatie op een gestructureerde manier geregistreerd moeten worden.

Artikel 6 van de Wet BAG verplicht gemeenten om woonplaatsen, straten en pleinen, maar ook ligplaatsen, standplaatsen, panden en verblijfsobjecten van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Dit is belangrijk voor een goede gestructureerde basisregistratie van adressen en gebouwen. De regels in deze verordening voeren dus uit wat in de wet staat.

De Wet BAG bepaalt, dat de in artikel 6 van die wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen. Het is zodoende – zoals bepaald in artikel 149 van de Gemeentewet – de raad die deze verordening moet maken. In deze verordening draagt de gemeenteraad de beslissingsbevoegdheid, zoals bepaald in artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet over aan het college. Het college kan dan de namen, huisnummers en begrenzing vaststellen en zo adressen toekennen.

Algemene wet bestuursrecht

Op basis van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college voor de bevoegdheid om straatnamen en huisnummers toe te kennen beleidsregels vaststellen. Dat zijn de Uitvoeringsregels straatnaamgeving en nummering (adressen) die voor het college bepalen hoe hij zijn taak uitvoert. Dit zijn bijvoorbeeld regels over waaraan een nieuwe straatnaam (of andere delen van de openbare ruimte) moet voldoen. Zo moeten namen niet te lang of lastig uit te spreken zijn. Daarnaast kan het college op grond van de verordening ook nadere regels vaststellen. Dit zijn bijvoorbeeld regels over hoe naam- en huisnummerborden er uit zien. Het zijn regels die het college en ook bewoners binden.

Bij het gebruik van de bevoegdheid tot het geven van namen en huisnummers op grond van de Wet BAG moet het college rekening houden met de belangen van vooral bewoners en bedrijven. Het wijzigen van een naam of huisnummer kan met name deze groepen treffen. Soms moet het college de gevolgen van deze wijzigingen regelen. Het college moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat bewoners en bedrijven voldoende tijd krijgen om hun nieuwe adres te kunnen doorgeven.

Als het college beslissingen neemt, kan daartegen in de regel bezwaar worden gemaakt bij het college of beroep worden ingesteld bij de rechter op grond van de Awb. Als er sprake is van de plicht om op het eigen pand een opgehangen bord te accepteren (gedoogplicht) is bezwaar en beroep mogelijk.

Ook wijziging of intrekking van een naam of nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte van de Awb. Als een aanvraag voor een naam of huisnummer moet worden afgewezen of een besluit tot naamgeving of nummering belanghebbenden zou treffen, moet worden bezien of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de Awb van toepassing is. Deze artikelen houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit wordt genomen.

2. Artikelsgewijze toelichting

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel staan de begripsbepalingen omschreven. De begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Wet BAG. Voor de goede orde wordt gewezen op het feit dat het begrip ’openbare ruimte’ niet precies overeenkomt met de openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik.

Verder is een aantal begrippen opgenomen die niet in de wet voorkomen of daarvan afwijken. Het gaat daar om de begrippen ‘afgebakend terrein’, ‘nummeraanduiding’ en ‘rechthebbende’. Hoewel het begrip ‘nummeraanduiding’ in de wet voorkomt, heeft het begrip in deze verordening een ruimere reikwijdte omdat het ook betrekking kan hebben op een afgebakend terrein (een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is en is hier bepaald dat de nummeraanduiding dient te bestaan uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfercombinatie.

HOOFDSTUK 2 Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan openbare ruimte en het nummeren van objecten

Artikel 2 Naamgeving woonplaatsen en openbare ruimte

Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van woonplaatsen. Het totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden opgedeeld. Dit betekent, dat de woonplaatsgrenzen de gemeentegrens niet overschrijden. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan eenduidig inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Ter bevordering van een eenduidig gebruik van buurten en wijken binnen het openbaar bestuur en het maatschappelijk verkeer, wordt in dit artikel daarom bepaald dat de bestaande richtlijnen voor wijk- en buurtindeling van het CBS gevolgd blijven worden.

In het tweede lid is het benoemen van de openbare ruimte geregeld. De openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations, dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien.

Ook is het mogelijk dat het college ambtshalve een naam intrekt of wijzigt (lid 4). Het wijzigen of intrekken van een naam kan bijvoorbeeld als voor een nieuwbouwlocatie straatnamen zijn vastgesteld en deze nieuwbouwlocatie niet (volledig) door gaat. Dan kunnen de namen die komen te vervallen worden ingetrokken. Bij belang voor de essentiële functie in het maatschappelijk verkeer kan gedacht worden aan het verbeteren van de vindbaarheid van een adres voor dienstverlenende instanties. Bijvoorbeeld omdat iemand een straat/pad noemt zoals het in de volksmond heet in plaats van de officiële naam. Het is ook mogelijk om een naam te wijzigen of in te trekken in gevallen die niet genoemd staan in de verordening.

Artikel 3 Nummeraanduiding van objecten

Dit artikel regelt het toekennen van huisnummers aan objecten door het college.

Het college kan ambtshalve een (extra) nummer toekennen (lid 1). Dit is bijvoorbeeld het geval als voor een object een omgevingsvergunning is verleend en aan het object nog geen nummeraanduiding is toegekend. Op grond van BAG moet binnen 4 werkdagen na dagtekening van de omgevingsvergunning de gegevens worden opgenomen in het adressenregister of gebouwenregister staan. Dit betekent dat er een huisnummer moet worden toegekend aan het object waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Een rechthebbende kan bij het college een aanvraag indienen voor het toekennen van een (extra) huisnummer of voor het intrekken van een (extra) huisnummer (lid 2). Dit kan worden aangemerkt een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval de hoofdstukken 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten).

Ook is het mogelijk dat het college ambtshalve een (extra) huisnummer intrekt of wijzigt (lid 2). Dit kan in ieder geval als één van genoemde gevallen in de verordening zich voor doet. Het wijzigen of intrekken van een huisnummer kan bijvoorbeeld als op een locatie uiteindelijk geen pand wordt neergezet en het in de praktijk logischer is dat de huisnummers zich opvolgen in plaats van dat er één huisnummer ontbreekt. Het is ook mogelijk om een huisnummer te wijzigen of in te trekken in gevallen die niet genoemd staan in de verordening.

Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een goede bereikbaarheid in het kader van de dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding, politiehulp, ambulancediensten etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige delen van een afzonderlijk huisnummer te voorzien. Daarnaast strekt het tot duidelijkheid bij de registratie van woningen, onder andere in het kader van de uitkering uit het Gemeentefonds, als aan deze delen huisnummers worden toegekend.

Bij het gebruik van de bevoegdheid tot (straat)naamgeving en (huis)nummering moet het college rekening houden met de belangen van met name bewoners en bedrijven. Wijziging van de naam of van het huisnummer treft de belangen van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot het regelen van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang:

  • 1.

    Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de gewijzigde naam of het veranderde huisnummer kunnen voorbereiden. Hoe langer deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende maatregelen. Als een redelijke voorbereiding voor gewone gevallen kan een periode van een jaar worden genomen. Gevallen die hiervan afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken bewoners en bedrijven. De Awb kent deze verplichting op grond van artikel 4:8.

  • 2.

    Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden geacht tot het vergoeden van de gemaakte kosten is geen algemene norm aan te geven waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid. Er kan maatwerk worden geleverd.

  • 3.

    Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onevenredig in hun belangen worden getroffen kunnen een aanspraak maken op vergoeding van een deel van de door hen te maken kosten. Daarbij zijn de volgende aspecten te wegen:

    • a.

      de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;

    • b.

      het maatschappelijk risico dat een bedrijf daardoor is toe te rekenen waarbij de keuze voor vermelding van het adres op verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te behoren;

    • c.

      de lengte van de voorbereidingsperiode;

    • d.

      de specifieke aspecten van het bedrijf;

    • e.

      de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en productonderdelen met adresvermelding, die niet tot het ondernemingsrisico zijn te rekenen;

    • f.

      de actualiteit van de onder e genoemde zaken;

    • g.

      het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder e genoemde zaken;

    • h.

      de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de onder e genoemde zaken.

HOOFDSTUK 3 Plaatsen van naam- en huisnummerborden

Artikel 4 Naamborden en huisnummers aanbrengen

Lid 1 regelt het ophangen van naamborden. Het college is verantwoordelijk voor het ophangen van voldoende naamborden op goede plekken zoals het begin of einde van een straat. (Straat)naamborden zullen overeenkomstig de wens van het college worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente.

Vooral het door de burgers aanbrengen van huisnummers aan hun woning is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van een grote gemeente aangetoond dat niet alleen ‘eigen huisnummers’ worden toegekend aan objecten, maar dat dikwijls ook huisnummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo abstract zijn vormgegeven, dat zij niet meer aan de criteria van ‘doeltreffendheid’ voldoen ( lid 2).

Een object moet een door het college toegekend huisnummer ook feitelijk dragen. Daarmee wordt het college de mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van huisnummers aan objecten. Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de huisnummers, die door het college zijn toegekend, ook ter plaatse zijn terug te vinden.

Het derde lid verbiedt eenieder die daartoe niet bevoegd is namen en huisnummers toe te kennen aan delen van de openbare ruimte, aan de daaraan liggende objecten door deze zichtbaar ter plaatse aan te brengen.

Artikel 5 Gedoogplicht naam- en nummerborden

In het kader van de dienstverlening dienen naam- en huisnummerborden door of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, aan terreinafscheidingen van derden of aan paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de (straat)naamgeving mogen worden geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.

Artikel 6 Verplichting aanbrengen nummeraanduiding

Het aanbrengen van nummerbordjes is per gemeente verschillend geregeld. Sommige gemeenten brengen de huisnummers zelf aan. Het aanbrengen van de huisnummers wordt in bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer, als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de eigenaar worden overgelaten de huisnummers, volgens de nadere gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.

In de verordening is in lid 1 gekozen voor een formulering waarbij de eigenaar het huisnummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een huisnummer in de tekst van de nummerbeschikking te regelen.

In het tweede lid is bepaald dat het door het college toegekende huisnummer binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid, is in het derde lid een andere termijn gesteld. Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid genoemde termijnen te verlengen.

Artikel 7 Uitvoeringsregels

De strekking van het artikel spreekt voor zich.

HOOFDSTUK 4 Commissie Straatnaamgeving

Gelet op het belang van goede (straat)naamgeving en gezien de ingewikkeldheid daarvan verdient het aanbeveling de (straat)naamgeving op te dragen aan een gemeentelijke commissie en wel de commissie Straatnaamgeving (verder: commissie).

De bevoegdheid tot het toekennen van namen aan straten berust bij het college. Deze verordening maakt het mogelijk een commissie in te stellen, die het college ten behoeve van deze taak adviseert.

Artikel 8 Taak

De commissie adviseert over het toekennen van namen aan (delen van) de openbare ruimte en aan objecten. Dit laatste is mede noodzakelijk met het oog op het feit dat bouwondernemingen/projectontwikkelaars nogal eens namen toekennen aan gemeentelijke bouwwerken zonder rekening te houden met de uitgangspunten die de commissie hanteert bij de toekenning van namen.

De commissie heeft bij het toekennen van een naam een adviserende rol. Ze kan geheel op eigen initiatief namen bedenken voor straten. Op dit gebied bestaan geen voorschriften of richtlijnen van hogere overheden

Artikel 9 Samenstelling

De voorzitter van de commissie is de burgemeester.

Er is voor gekozen om in de commissie zo veel mogelijk een lid van elk dorp van de gemeente te laten vertegenwoordigen (lid 1). Dit zijn de dorpen: Vught, Cromvoirt en Helvoirt. Als er voor een bepaald dorp geen lid in de commissie is vertegenwoordigd, pakken de leden gezamenlijk de taak voor dat dorp op. De leden moeten bij voorkeur een aardrijkskundige, geschiedkundige of culturele achtergrond hebben.

Er is voor gekozen om, net als in het verleden, het college de leden van de commissie te (her)benoemen, te schorsen, en te ontslaan (lid 2). De commissie adviseert namelijk het college waardoor deze taak passend is voor het college.

Het college kan gedurende de zittingsduur van een lid van de commissie dit lid schorsen en/of ontslaan (lid 3). Op deze wijze kan een lid dat bijvoorbeeld zijn of haar taken niet voldoende uitvoert door het college worden geschorst of ontslagen, zonder dat er rekening hoeft te worden gehouden met de zittingsduur van dit lid in de commissie.

Artikel 10 Secretaris

De secretaris komt uit de ambtelijke organisatie en is geen lid van de commissie. Van de secretaris wordt verwacht dat hij of zij de commissie administratief ondersteunt.

Artikel 11 Zittingsduur

De oude regels voor de commissie kenden geen limiet in het aantal malen dat een lid van de commissie kan worden herbenoemd. Om doorstroming te laten plaatsvinden voorziet het eerste lid van dit artikel in een zittingsduur van vier jaar en de mogelijkheid van herbenoeming van één keer met vier jaar.

Uiteraard bestaat er de mogelijkheid voor een lid om op elk moment ontslag te nemen. Wel is van belang dat dit schriftelijke wordt medegedeeld aan het college (lid 2).

Om te voorkomen dat er nog geen opvolging is voor een lid van de commissie dat ontslag heeft genomen, blijft het lid zijn functie vervullen totdat in zijn opvolging is voorzien. Dit geldt niet als er geen opvolging voor dit lid nodig is (lid 3).

De commissie zal aan het college voor de zittende leden, die voor 2014 al zitting hadden in de commissie, een rooster van aftreden voorstellen, zodat de continuïteit bij de commissie blijft gewaarborgd (lid 4).

Artikel 12 Werkwijze

De commissie wordt in door de voorzitter of de secretaris bijeengeroepen wanneer nieuwe namen moeten worden toegekend of namen moeten worden herzien (lid 1).

Als het niet lukt om op een gekozen datum ten minste de helft van het aantal leden waaronder de voorzitter aanwezig te laten zijn, wordt een nieuwe vergadering belegd. In deze vergadering kunnen adviezen worden uitgebracht ongeacht het aantal aanwezige leden (lid 2). Op deze wijze wordt voorkomen dat het eindeloos duurt voordat de commissie advies uitbrengt aan het college.

Het advies dat de commissie uitbrengt aan het college gebeurt bij meerderheid van stemmen (lid 3). Als de stemmen staken, beslist de voorzitter (lid 4).

De commissie kan voor het uitvoeren van haar taak een deskundige benaderen (lid 5). In de praktijk wordt hier wel eens gebruik van gemaakt. Dit gebeurt om draagvlak te krijgen voor de voorgestelde naamgeving. Daarna wordt het college geadviseerd over de voorgestelde naamgeving.

HOOFDSTUK 5 Nadere regels

Artikel 13 Nadere regels

Het eerste lid biedt het college de mogelijkheid om nadere regels vast te stellen over de naamgeving en nummering. Deze kunnen bepalingen bevatten met betrekking tot de bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de naamgeving, en ook bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van nummers, de wijze van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en voorschriften van administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen worden voorgeschreven voor verklaringen, besluiten en formulieren.

Het tweede lid bepaalt dat de nadere regels niet in strijd mogen zijn met het Convenant over postcodes (17 januari 2024)

HOOFDSTUK 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 14 Strafbepaling

Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen zin wanneer deze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden.

Artikel 15 Intrekken oude regels

Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van het artikel spreekt voor zich.

Artikel 16 Overgangsbepaling

Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken, gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en standplaatsen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der tijd hebben vele voorschriften gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften. Nummers die onder het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid aanpassing van de nummers te eisen.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.

Artikel 18 Citeertitel

Omdat de term ‘huisnummer’ in principe geen juiste term is voor het nummeren van bijvoorbeeld afgebakende terreinen of standplaatsen en ligplaatsen en de term ‘straatnaam’ geen juiste term is voor plantsoenen, wegen, e.d., is gekozen voor de nieuwe citeertitel: “Verordening Naamgeving en Nummering (Adressen) 2026”.