Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761881
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761881/1
Regeling vervalt per 01-01-2028
Nadere regels Oplossingen voor bedrijven en gebouwde omgeving bij netcongestie Provincie Flevoland
Geldend van 26-05-2026 t/m 31-12-2027
Intitulé
Nadere regels Oplossingen voor bedrijven en gebouwde omgeving bij netcongestie Provincie FlevolandGedeputeerde Staten van Flevoland,
overwegende dat:
Provinciale Staten bij besluit van 29 mei 2024 budget beschikbaar hebben gesteld voor oplossingen voor netcongestie voor bedrijven en gebouwde omgeving en daarbij hebben aangegeven dat deze middelen beschikbaar moeten worden gesteld door middel van subsidiëring;
de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 een procedureel kader geeft voor subsidiëring van activiteiten die passen in het provinciaal beleid;
in deze Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op subsidiecriteria;
gelet op het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023.
BESLUITEN:
De volgende nadere regels vast te stellen:
Nadere regels Oplossingen voor bedrijven en gebouwde omgeving bij netcongestie Provincie Flevoland
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
- a.
aanvrager: bij de Kamer van Koophandel ingeschreven rechtsvormen die een economische activiteit uitoefenen, waaronder mede wordt begrepen partnerondernemingen of verbonden ondernemingen bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
- b.
AGVV: Algemene groepsvrijstellingsverordening Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie welke ingrijpend is aangepast op 1 juli 2023 (PbEU L 167 1 van 30 juni 2023) waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187);
- c.
ASF 2023: De Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023;
- d.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- e.
balanceringsdiensten: het aanbieden van diensten aan de netbeheerders, zoals het leveren van noodvermogen, frequentieherstel en balancering;
- f.
collectieve oplossingen: oplossingen voor onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie waaraan ten minste drie verschillende aanvragers deelnemen die duurzame energie of transportvermogen aan elkaar beschikbaar stellen of gezamenlijk gebruik maken van een voorziening zoals een eigen gezamenlijk netwerk, energieopslagvoorziening of softwaresysteem;
- g.
de-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
- h.
duurzame energie: energieopwekking uit onuitputtelijke bronnen waaronder duurzame hernieuwbare grondstoffen, zon, wind, bodem en water;
- i.
eigen bedrijfsvoering: het primaire bedrijfsproces van de aanvrager van de subsidie, indien het niet uitsluitend opwekking van energie of het aanbieden van balanceringsdiensten betreft;
- j.
energiecoöperatie: een entiteit die is gebaseerd op vrijwillige en open deelname, en die wordt gecontroleerd door leden die zich in de nabijheid van het energieproject bevinden. Het doel is om milieu-, economische of sociale voordelen te bieden aan haar leden of aan de lokale gemeenschap, in plaats van winstmaximalisatie;
- k.
energiehub: een slim gestuurd, decentraal energiesysteem waarin verduurzaming en/of uitbreiding van de energievraag voor een gebied mogelijk wordt gemaakt en tegelijk het bovenliggende energiesysteem wordt ontlast en/of versterkt. Dit door lokaal zoveel mogelijk vraag en aanbod van verschillende energiedragers in balans te brengen door lokale productie, consumptie, opslag en het omzetten van energie (conversie) te combineren;
- l.
fossiele energie: aardgas, benzine, dieselolie, kerosine en kolen;
- m.
haalbaarheidsstudie: een haalbaarheidsstudie zoals bedoeld in artikel 2, onder 87 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- n.
initiatief: het opzetten van een projectorganisatie of energiecoöperatie via een samenwerkingsverband ten behoeve van het oplossen van onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie;
- o.
kennisleverancier: een private of publieke instantie met activiteiten die gericht is op kennisoverdracht en is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of een buitenlandse soortgelijke organisatie;
- p.
MVA: Mega-Volt-Amp;
- q.
netcongestie: het plaatselijk bereiken van de maximale belastbaarheid van de distributie- en transportnetten voor elektriciteit;
- r.
ontwerpfase: het opwerken van de resultaten van een haalbaarheidsstudie naar een ontwerpstudie voor de te realiseren energiehub, waaronder maar niet uitsluitend het opstellen van een schetsontwerp, businessplan, concept samenwerkingsovereenkomsten of concept leveringscontracten en mogelijke juridische structuren een en ander met als doel om een go/no-go beslissing over de daadwerkelijke realisering van een energiehub te kunnen nemen;
- s.
oplossingen bij netcongestie: oplossingen voor het verminderen of wegnemen van transport schaarste voor de eigen bedrijfsvoering en opstal door slimmer gebruik van de bestaande elektriciteitsaansluiting en het beperken van piekbelasting, met als doel uitbreiding of verduurzaming mogelijk te maken.
- t.
samenwerkingsverband: een collectief van minimaal drie publieke en/of private partijen die gezamenlijk een subsidieaanvraag indienen, dan wel een energiecoöperatie, Vve of energiegemeenschap die een subsidieaanvraag indient, voor een collectieve oplossing bij netcongestie;
- u.
subsidieplafond: het bedrag dat gedurende 2026-2030 ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies in het kader van deze nadere regels.
Artikel 2. Reikwijdte nadere regels
Deze nadere regels zijn van toepassing op subsidies die Gedeputeerde Staten kunnen verstrekken om -in het kader van klimaat-, energie-, economische en efficiëntiedoelstellingen - activiteiten te ondersteunen die gericht zijn op het slimmer gebruik maken van de elektriciteitsaansluiting. Het doel hiervan is dat bedrijven, organisaties en de gebouwde omgeving kunnen uitbreiden of verduurzamen ondanks onvoldoende afnamecapaciteit door netcongestie.
Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verleend voor activiteiten die bijdragen aan het oplossen van onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie met betrekking tot de eigen bedrijfsvoering en opstal. De activiteiten betreffen:
- a.
het tot stand brengen van een initiatief, namelijk een projectorganisatie of energiecoöperatie;
- b.
een haalbaarheidsstudie;
- c.
de ontwerpfase van een energiehub;
- d.
het realiseren van oplossingen;
Artikel 4. Vooroverleg aanvraag subsidie ten behoeve van energiehubs
-
1. Subsidieverlening is een instrument waarmee de Provincie Flevoland de in artikel 3 genoemde activiteiten voor energiehubs kan stimuleren en ondersteunen.
-
2. Vóór het indienen van een subsidieaanvraag voert de aanvrager een vooroverleg met de provincie.
-
3. Het vooroverleg vindt plaats op basis van een door de aanvrager aan te leveren activiteitenplan (projectplan) en de daarbij behorende stukken, zoals beschreven in het begeleidend formulier.
-
4. Het vooroverleg is bedoeld om te beoordelen:
- a.
of de aanvraag volledig is, en
- b.
of de voorgenomen energiehub past binnen de doelstellingen van de regeling.
- a.
Artikel 5. Aanvraag
-
1. Subsidie kan worden aangevraagd door een aanvrager die eigenaar of huurder is van een opstal waar het project betrekking op heeft met een netaansluiting tot en met 2 MVA.
-
2. Subsidie kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband van drie of meer aanvragers die eigenaar of huurder zijn van een opstal waar het project betrekking op heeft met een aansluiting op het elektriciteitsnet. Geen van de deelnemers aan het samenwerkingsverband neemt meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor zijn rekening.
-
3. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, kan voor zover deze staatssteun betreft, worden gerechtvaardigd voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in:
- a.
de de-minimisverordening voor zover het steun betreft bestemd voor het tot stand brengen van een initiatief, namelijk een projectorganisatie of energiecoöperatie;
- b.
artikel 25 van de AGVV voor zover het steun betreft bestemd voor een haalbaarheidsstudie en voor de ontwerpfase van een energiehub;
- c.
artikel 36, artikel 38, artikel 38 bis, artikel 41, artikel 47 of artikel 48 van de AGVV voor zover het steun betreft bestemd voor het realiseren van oplossingen bij leveringscongestie.
- a.
Artikel 6. Subsidievorm
-
1. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van deze nadere regels een éénmalige subsidie verstrekken.
-
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
-
1. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt maximaal 75 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 tot een maximum van € 10.000,-.
-
2. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt maximaal 75 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 tot een maximum van € 20.000,- voor zover er sprake is van het opzetten van een initiatief voor een energiehub.
-
3. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 tot een maximum van € 10.000,- voor zover sprake is van een individuele aanvraag.
-
4. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 tot een maximum van € 25.000 voor zover er sprake is van een aanvraag van een samenwerkingsverband.
-
5. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder c, bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 tot een maximum van € 40.000.
-
6. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder d, bedraagt maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 tot een maximum van € 40.000, voor zover sprake is van een individuele aanvraag. Indien een batterij onderdeel vormt van de oplossing bedraagt de bijdrage vanuit de subsidie voor de batterij maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000.
-
7. Een subsidie zoals bedoeld in artikel 3,onder d, bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 tot een maximum van € 100.000, voor zover sprake is van een aanvraag van een samenwerkingsverband. Indien een batterij onderdeel vormt van de oplossing bedraagt de bijdrage vanuit de subsidie voor de batterij maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000.
-
8. Indien toepassing van dit artikel zou leiden tot het overtreden van het verbod op het geven van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt het subsidiebedrag in afwijking van artikel 7, eerste tot en met zevende lid van deze Nadere regels, zodanig bijgesteld en voor zover de aanvrager de activiteiten nog kan/wil uitvoeren, dat het totaal van alle subsidies voor de activiteit niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de van toepassing zijnde vrijstellingsverordeningen van de Europese Commissie verstrekt mag worden.
Artikel 8. Subsidieplafond
Deze regeling maakt gebruik van (deel)subsidieplafonds. Deze plafonds worden jaarlijks door Gedeputeerde Staten vastgesteld en gepubliceerd in het Provinciaal Blad.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
-
1. Subsidieaanvragen kunnen gedurende de periode vanaf 26 mei 2026 tot en met 31 december 2027 worden ingediend.
-
2. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige subsidieaanvragen.
-
3. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van ontvangst.
-
4. Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van tijdstip van ontvangst. In het geval op basis van tijdstip van ontvangst geen rangschikking kan worden vastgesteld, geschiedt de onderlinge rangschikking door middel van loting door een notaris.
Artikel 10. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op de in te dienen gegevens op grond van artikel 15 van de ASF 2023 worden bij de aanvraag de volgende gegevens overlegd:
- 1.
Een volledig ingevuld begeleidend formulier volgens het model dat op de website van de provincie Flevoland beschikbaar is gesteld;
- 2.
Een aanvraag om subsidie bevat ten minste:
- a.
gegevens over de aansluiting waarop de aanvraag betrekking heeft, inclusief – indien aanwezig bij dezelfde vestiging – andere aansluitingen voor elektriciteitsafname. Dit omvat in ieder geval de EAN‑code(s) van de betreffende aansluiting(en), waaronder:
- 1.
indien sprake is van een grootverbruikersaansluiting (groter dan 3x80 ampère): een kopie van de aansluit en transportovereenkomst (ATO) met de netbeheerder, zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Netcode Elektriciteit;
- 2.
indien sprake is van een kleinverbruikersaansluiting (niet groter dan 3x80 ampère), waarvoor geen individuele ATO met de netbeheerder bestaat: een kopie van het geldende leveringsovereenkomst met de energieleverancier of een andere door de uitvoerder geaccepteerde bevestiging waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over een actieve elektriciteitsaansluiting op het betreffende EAN nummer.
- 1.
- b.
relevante offertes;
- c.
een projectplan dat tenminste bevat: een inhoudelijke beschrijving van de activiteit, de probleemstelling of beschrijving van de problematiek, de doelstelling, een beschrijving waarom en hoe het project onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie oplost, een tijdsplanning en de beoogde resultaten;
- d.
een samenvatting van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede een schriftelijke toestemming dat deze samenvatting kan worden gebruikt in een voor eenieder toegankelijke publicatie;
- e.
indien van toepassing, een ingevuld en ondertekend machtigingsformulier, indien de aanvraag wordt ingediend door een intermediair volgens het model dat op de website van de provincie Flevoland beschikbaar is gesteld.
- a.
- 4.
Aanvullend op bovenstaande geldt:
- a.
bij een subsidieaanvraag voor het tot stand brengen van een initiatief, namelijk een projectorganisatie of energiecoöperatie , een de-minimisverklaring volgens het model dat op de website van de provincie Flevoland beschikbaar is gesteld;
- b.
bij een subsidieaanvraag voor een haalbaarheidsstudie, de ontwerpfase van een energiehub en realisatie van oplossingen:een mkb-verklaring volgens het model dat op de website van de provincie Flevoland beschikbaar is gesteld;
- c.
bij een subsidieaanvraag voor de ontwerpfase van een energiehub en realisatie van oplossingen: een haalbaarheidsstudie die voldoet aan de criteria zoals gesteld bij artikel 12 onderdeel c.
- a.
- 5.
Een aanvraag door een samenwerkingsverband bevat een ingevulde samenwerkingsverklaring volgens het model dat op de website van de provincie Flevoland beschikbaar is gesteld. Met uitzondering van een bestaande energiecoöperatie, Vve of energiegemeenschap.
Artikel 11. Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 12, eerste lid van de ASF 2023, wordt een subsidieaanvraag in ieder geval afgewezen wanneer:
- a.
er geen sprake is van netcongestie in het betrokken gebied of indien het aangevraagde transportvermogen binnen drie maanden beschikbaar kan worden gesteld op basis van een regulier transportcontract;
- b.
de deelnemer eerder subsidie van Gedeputeerde Staten heeft ontvangen voor dezelfde subsidiabele activiteiten bedoeld in artikel 3 en voor dezelfde elektriciteitsaansluiting of kabeltracé in het geval van een samenwerkingsverband;
- c.
wanneer er voor dezelfde activiteit subsidie van het Rijk is ontvangen;
- d.
er geen vooroverleg heeft plaatsgevonden ten aanzien van aanvragen voor een energiehub, zoals gesteld in artikel 4;
- e.
de activiteit betrekking heeft op het gebruik van fossiele energie ten behoeve van een elektriciteitsaansluiting van de aanvrager;
- f.
de activiteit technisch of financieel niet haalbaar is;
- g.
de activiteit een batterijoplossing betreft van minder dan 20 kWh of meer dan 1 MVA. Het gestelde maximum is niet van toepassing als het gaat om een batterijoplossing voor een energiehub of buurtbatterij;
- h.
de activiteit buiten Flevoland plaatsvindt;
- i.
voor het indienen van de aanvraag verplichtingen zijn aangegaan;
- j.
de begunstigde een aansluiting heeft van meer dan 2 MVA met uitzondering van een samenwerkingsverband;
- k.
de primaire bedrijfsvoering van de begunstigde het aanbieden van zon- of windenergie of balanceringsdiensten is;
- l.
de onderneming wiens aansluiting het betreft tevens de aanbieder van de oplossing is;
- m.
de activiteit betrekking heeft op één individuele woning;
- n.
de eigenaar en huurder van een opstal beiden deelnemen aan het samenwerkingsverband;
- o.
de aanvrager een onderneming is die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Communautaire richtsnoeren inzake reddings -en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU, 2014/C 249/01);
- p.
tegen de aanvrager een terugvorderingsbevel is gegeven omdat eerdere steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt;
- q.
het subsidieplafond voor het betreffende jaar is bereikt.
Artikel 12. Subsidiecriteria
Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moeten de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoen aan de volgende subsidiecriteria:
- a.
er moet sprake zijn van een bijdrage aan het oplossen van onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie;
- b.
bij het opzetten van een initiatief moet duidelijk zijn dat er toegewerkt wordt naar een intentie- of conceptovereenkomst met gezamenlijke doelen van het samenwerkingsverband voor het oplossen van onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie.
- c.
bij een haalbaarheidsstudie moet de studie inzicht geven in:
- 1.
het energieprofiel (vraag en indien van toepassing opwek);
- 2.
pieken en dalen van het profiel;
- 3.
de beoogde vermindering of het gelijk blijven van transportcapaciteit op het elektriciteitsnet;
- 4.
het extra vermogen (in megawatt (MW) of kilowatt (kW);
- 5.
het verwachte energieverbruik na implementatie van de maatregel(en), weergegeven in een jaarprofiel, maandprofiel, weekprofiel, en dagprofiel op uur basis.
- 1.
- d.
bij de ontwerpfase van een energiehub moet elk onderdeel dat onderzocht wordt technisch, financieel, juridisch of met betrekking tot samenwerking voldoende omschreven en onderbouwd zijn in een aanpak om een weloverwogen beslissing te nemen over de realisatie van een energiehub. Er is een duidelijke planning en besluitvormingsmoment opgenomen.
- e.
bij de realisatie van oplossingen moet het gecontracteerd transportvermogen (GTV) van een bedrijf of het maximaal gelijktijdig afgenomen vermogen in kilowatt (piekvermogen) van een groep bedrijven gelijk blijven of verlagen indien:
- 1.
afnemers van stroom meer stroom vragen doordat zij uitbreiden of verduurzamen; of
- 2.
afnemers meer duurzame elektriciteit produceren voor eigen gebruik doordat zij uitbreiden en/of verduurzamen.
- 1.
Artikel 13. Subsidiabele kosten
Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de kosten die redelijkerwijs als noodzakelijk kunnen worden beschouwd voor:
- a.
inhuurkosten voor externe expertise en procesbegeleiding;
- b.
materiaalkosten, zoals kosten voor apparatuur, installaties, meet - en regeltechniek en ondersteunende toebehoren zoals software; abonnement-, licentie- en huurkosten met betrekking tot software worden vergoed voor een periode van maximaal één jaar;
- c.
contante waarde van de huurkosten van apparatuur en uitrusting die deel uitmaken van de daadwerkelijk gerealiseerde oplossing;
- d.
kosten van uitvoering, het laten bouwen en installeren van de gekozen oplossingen bij netcongestie.
Artikel 14. Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 9 van de ASF 2023 zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
- a.
de reguliere exploitatiekosten, waaronder beheer- en onderhoudskosten, en reserveringen voor vervanging;
- b.
kosten voor sloopactiviteiten en post onvoorzien;
- c.
kosten voor de aanschaf, huur, lease of inzet van een aggregaat, met uitzondering van een duurzame variant op waterstof of groen gas;
- d.
kosten voor een duurzaamheidsmaatregel is die is gericht op een laadpaal, energiebesparing of enkel gericht is op opwekking van duurzame energie;
- e.
kosten voor een thuisbatterij;
- f.
kosten die voortvloeien uit dan wel te maken hebben met personele inzet van medewerkers die werkzaam zijn voor de overheid;
- g.
doorbelaste kosten van andere ondernemingen/instellingen/burgers die uit één of meer dezelfde bestuursleden/eigenaren bestaan.
Artikel 15. Subsidievaststelling
-
1. Gedeputeerde Staten stellen een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder a met een bedrag tot en met € 25.000 ambtshalve vast.
-
2. Gedeputeerde Staten stellen een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder b, c en d met een bedrag tot en met € 25.000 ambtshalve vast waarbij uitgegaan wordt van een inschatting van de werkelijke kosten zoals die uit de bij de aanvraag ingediende begroting blijkt.
-
3. Wanneer uit de gereed melding van de aanvrager blijkt dat de werkelijke kosten lager zijn dan ingeschat, wordt de beschikking tot subsidievaststelling, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid , naar rato van de werkelijke kosten bepaald en het te veel ontvangen bedrag aan subsidie van de aanvrager teruggevorderd.
-
4. Gedeputeerde Staten leggen bij een subsidie, zoals bedoeld in artikel 3, hoger dan € 25.000 in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.
-
5. Een gereed melding of een aanvraag tot vaststelling bevat tenminste:
- a.
bij een subsidie bedoeld in artikel 3, onder a: een rapportage over het tot stand komen van het initiatief voor oplossingen bij onvoldoende afnamecapaciteit bij netcongestie en de vervolgstappen;
- b.
bij een subsidie bedoeld in artikel 3, onder b: de uitgevoerde haalbaarheidsstudie, de verwachte vermindering van transport- en aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet, de gevolgde aanpak en geleerde lessen;
- c.
bij een subsidie bedoeld in artikel 3, onder c: de uitgevoerde ontwerpschets en/of business case, het voorlopig ontwerp en realisatieplan, met de gevolgde aanpak en geleerde lessen;
- d.
bij een subsidie bedoeld in artikel 3, onder d:
- i.
een rapportage over de gerealiseerde oplossing, een beschrijving en onderbouwing van de vermindering van de mate waarin transport- en aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet nodig is of wordt gebruikt door realisatie van de oplossing, de gevolgde aanpak, en de geleerde lessen
- ii.
Indien een batterij onderdeel is van de oplossing een bewijs dat:
- •
de batterij is geregistreerd op www.energieleveren.nl;
- •
de batterij beschikt over slimme sturingsfunctionaliteit, een geïntegreerd of extern Energy Management Systeem (EMS) welke aanstuurt op het verminderen van de piekbelasting.
- •
- iii.
foto’s van de gerealiseerde oplossing; en
- iv.
medewerking te verlenen aan een daartoe bevoegd persoon die in opdracht van de provincie Flevoland ter plaatse vaststelt of subsidiabele activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
- i.
- a.
Artikel 16 Betaling
-
1. Bij een beschikking als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, vindt de betaling van het subsidiebedrag in één keer plaats.
-
2. Bij een beschikking als bedoeld in artikel 15, vierde lid, vindt de betaling van het subsidiebedrag plaats als voorschot van ten hoogste van 90% van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 17. Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op de artikelen 20 tot en met 24 van de ASF 2023 is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
Mee te werken aan kennisdeling ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten.
- b.
Bij verkregen subsidie voor een energiehub dient men lid te worden van regionale Community of Practise netcongestie & energiehubs voor kennisdeling.
- c.
binnen drie maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking dient de aanvrager te starten met de uitvoering van het project;
- d.
Indien er sprake is van subsidie voor het tot stand brengen van een initiatief, uitvoeren van een haalbaarheidsstudie of ontwerpfase van een energiehub wordt het project uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening gerealiseerd;
- e.
Indien er sprake is van subsidie voor het realiseren van oplossingen wordt het project uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening gerealiseerd;
- f.
In afwijking van sub d kan op basis van een gemotiveerd verzoek van de aanvrager de in het sub d genoemde termijn met maximaal 6 maanden worden verlengd;
- g.
In afwijking van sub e kan op basis van een gemotiveerd verzoek van de aanvrager de in het sub e genoemde termijn met maximaal 12 maanden worden verlengd.
- h.
De ‘oplossing’, voor zover het subsidie betreft op basis van artikel 3 sub d, ten minste twee jaar na subsidievaststelling in stand te houden.
Artikel 18. Inwerkingtreding
-
1. De Nadere regels Oplossingen voor netcongestie voor bedrijven en gebouwde omgeving 2024 - 2030 Provincie Flevoland worden ingetrokken.
-
2. Deze nadere regels treden in werking met ingang van 26 mei 2026 en hebben een looptijd tot en met 31 december 2027.
Artikel 19. Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als: “Nadere regels Oplossingen voor bedrijven en gebouwde omgeving bij netcongestie’’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Flevoland van 12 mei 2026
Gedeputeerde Staten van Flevoland,
de secretaris,
de voorzitter,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl