Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761876
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761876/1
Regeling vervalt per 01-08-2027
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verstrekken van subsidie ter verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen in de kernen Edam en Oosthuizen van de gemeente Edam-Volendam (Subsidieregeling toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen gemeente Edam-Volendam)
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 21-05-2026 t/m 31-07-2027
Intitulé
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verstrekken van subsidie ter verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen in de kernen Edam en Oosthuizen van de gemeente Edam-Volendam (Subsidieregeling toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen gemeente Edam-Volendam)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
gelet op artikel 156 van de Gemeentewet en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub i, artikel 3, eerste lid en artikel 6, derde lid van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam, titel 4.2 en artikel 4:23, eerste lid van de Algemene Wet bestuursrecht;
overwegende dat het college van de Provincie Noord-Holland subsidie heeft ontvangen om eigenaren van bedrijfsgebouwen of percelen, liggende in een speciaal daarvoor aangewezen gebied binnen de gemeente Edam-Volendam, te stimuleren om maatregelen ter verduurzaming van hun bedrijfsgebouw te nemen;
overwegende dat het verduurzamen van bedrijfsgebouwen en percelen bijdraagt aan een aantrekkelijker, energieneutraal en klimaatbestendig vestigingsklimaat voor ondernemers in Edam-Volendam;
B E S L U I T:
vast te stellen de volgende Subsidieregeling toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen Edam-Volendam.
Artikel 1 Definities
- a.
aanvrager: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon, met volledige rechtsbevoegdheid of een door hen aangewezen penvoerder;
- b.
accountant: een openbaar accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek;
- c.
akkoordverklaring: een schriftelijke verklaring van de samenwerkingspartijen over de beoogde aanpak en uitvoering van het project, waarvoor subsidie door de penvoerder wordt aangevraagd;
- e.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- f.
bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitvoering van één of meer ondernemersactiviteiten;
- g.
bedrijventerrein: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied in de kern Edam en de kern Oosthuizen zoals gearceerd in de bijlage 1 van deze regeling in de gemeente Edam-Volendam;
- h.
bedrijfswoning: een woning die een functionele binding heeft met een op hetzelfde perceel gelegen onderneming, ten behoeve van beheer van of toezicht op de onderneming;
- i.
perceel: terrein van de onderneming waarop de bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend;
- j.
biodiversiteit: de verscheidenheid aan in het wild levende inheemse gebiedseigen planten, dieren en micro-organismen;
- k.
blauw dak: een dak waarop water voor langere tijd kan worden opgeslagen en vertraagd kan worden afgevoerd. Dit is geen normaal plat dak, maar heeft voorzieningen om het water tijdelijk op te slaan en vertraagd af te voeren;
- l.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
- m.
de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
- n.
de-minimisplafond: totale bedrag aan de-minimissteun dat aan een onderneming mag worden verleend op grond van artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, van artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening of van artikel 3, tweede lid, van de visserij de-minimisverordening;
- o.
de-minimissteun: Het over een periode van drie jaar door overheden verleende steunbedrag van in totaal maximaal € 300.000, - dat weinig tot geen effect heeft op het handelsverkeer tussen de Europese lidstaten;
- p.
energieneutraliteit: het lokale aanbod aan duurzame energie dat gelijk is aan de lokale energievraag;
- q.
energietransitie: de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen;
- r.
klimaatadaptatie: het aanpassen en voorbereiden van de omgeving op de gevolgen van het veranderende klimaat. Bijvoorbeeld de effecten van hevige regenval inperken door het aanleggen van waterdoorlaatbare verharding en meer groen;
- s.
fysieke maatregelen: eenmalige, toekomstbestendige ingrepen op een bedrijventerrein als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling ten behoeve van verduurzaming;
- t.
hernieuwbare energie: energie uit natuurlijke bronnen die steeds weer worden aangevuld, zoals wind, waterkracht, de zon, biogas en biomassa;
- u.
ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon op een bedrijventerrein zoals aangewezen in de bijlage 1 van deze regeling, die zelfstandig werkzaamheden uitvoert en daar inkomsten uit genereert en ingeschreven is in het handelsregister, of de eigenaar van het vastgoed van waaruit voornoemd persoon zijn onderneming drijft;
- v.
één onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent en voldoet aan de definitie van artikel 2, tweede lid, aanhef a tot en met d van de de-minimisverordening;
- w.
penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die namens de andere deelnemers wordt beschouwd als de aanvrager en daarom de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten en projecten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers;
- x.
samenwerkingsverband: samenwerking tussen minimaal twee ondernemers op een bedrijventerrein ter realisatie van een activiteit waarmee de continuïteit van onderhoud, beheer en verduurzaming van een bedrijventerrein wordt gewaarborgd op basis van schriftelijke afspraken over de taakverdeling, de omvang en uitvoering van het samenwerkingsproject en het delen van de risico en de resultaten ervan;
- y.
sluitende begroting: begroting van de voorgestelde activiteit waaruit blijkt dat de totale inkomsten en uitgaven voor de activiteit met elkaar in evenwicht zijn;
- z.
subsidieontvanger: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, natuurlijke persoon of penvoerder, zijnde de aanvrager aan wie door het college krachtens deze verordening subsidie is verleend;
- aa.
verklaring de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverstrekking niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond en waarin is vermeld welke de-minimissteun en overige overheidssteun hij in de voorgaande 2 belastingjaren voor en in het lopende belastingjaar ontving.
Artikel 2 Doel en doelgroep
-
1. Het doel van deze regeling is om ondernemers op het gebied van duurzaamheid te stimuleren gerichte maatregelen te nemen die bijdragen dat zij:
- a.
minder energie verbruiken,
- b.
meer hernieuwbare energie opwekken,
- c.
de biodiversiteit op het bedrijventerrein verbeteren,
- d.
beter voorbereid zijn op negatieve effecten van de klimaatverandering.
-
2. Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt aan een ondernemer of ondernemer in een samenwerkingsverband diens onderneming of perceel zich op het bedrijventerrein bevindt zoals aangewezen in de bijlage 1 van deze regeling, mits het perceel of pand als enige bestemming bedrijfsbestemming heeft volgens het Omgevingsplan;
Artikel 3 Subsidievoorwaarden
Om voor subsidie in aanmerking te komen geldt dat:
- a.
De subsidieaanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c voor een bestaand bedrijfspand op een bedrijventerrein als gearceerd in de bijlage 1 van deze regeling;
- b.
De aanvrager of een deelnemer in zijn samenwerkingsverband nog niet is gestart met de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd;
- c.
De samenwerking in een samenwerkingsverband is vastgelegd in een door alle samenwerkingspartijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin is geregeld:
- i.
Wie als penvoerder is aangewezen en dat die wordt gemachtigd door het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze regeling;
- ii.
Wat de gemeenschappelijke doelstelling is;
- iii.
Welke bankrekeningnummer door het samenwerkingsverband wordt aangeven waar de subsidie voor de activiteit naartoe zal worden overgemaakt;
- iv.
Hoe een taakverdeling is bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen en die ziet op het delen en opvangen in de daaraan verbonden financiële, inhoudelijke en andere risico’s, de tenuitvoerlegging ervan, alsmede in de bereikte resultaten.
- i.
- d.
Als voor de realisatie van de activiteit een vergunning nodig is, de aanvrager of deelnemer aan het samenwerkingsverband ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening over deze vergunning beschikt;
- e.
Als voor de realisatie van de activiteit toestemming nodig is van de eigenaar van het bedrijventerrein of een perceel of gebouw op dat bedrijventerrein zoals gearceerd in de bijlage 1 van deze regeling, de aanvrager of deelnemer aan het samenwerkingsverband ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening over een toestemmingsverklaring van de eigenaar beschikt.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
-
1. Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:
-
a. Aantoonbaar bevorderen van de energieneutraliteit;
-
b. Aantoonbaar verbeteren van de biodiversiteit;
-
c. Aantoonbaar voorbereiden van de bedrijfsomgeving op de invloed van klimaatverandering
-
2. Onder een activiteit als bedoeld in het eerste lid, sub a wordt in ieder geval begrepen:
-
I. Het opwekken van duurzame energie middels het plaatsen van zonnepanelen met een totaal vermogen van minimaal 15 kWp op het dak van het bedrijfspand;
-
II. Maatregelen ter aantoonbare vermindering van het fossiele energieverbruik, zoals het isoleren van een bestaande verwarmde ruimte, het plaatsen van een warmtepomp of het elektrificeren van het wagenpark;
-
3. Onder een activiteit als bedoeld in het eerste lid, sub b, wordt in ieder geval begrepen:
- I.
Plaatsen van ecologische voorzieningen, zoals vleermuiskasten, gierzwaluwkasten en huismuskasten;
- II.
Het plaatsen van inheemse groenvoorzieningen.
-
4. Onder een activiteit als bedoeld in het eerste lid, sub c, wordt in ieder geval begrepen:
-
I. Vervanging van asfalt door water passerende verharding;
-
II. Het aanleggen van wadi’s;
-
III. Aanleggen van groenvoorzieningen op daken, gevels;
-
IV. Het aanleggen van een blauw dak;
-
V. Het aanbrengen van bouwkundige en bouwtechnische hittewering zoals zonweringen;
-
VI. Het plaatsen van een regenton.
Artikel 5 Aanvraag en indieningsvereisten
-
1. Een ondernemer of een penvoerder van een samenwerkingsverband kan maximaal één aanvraag voor één of meerdere activiteiten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c, doen.
-
2. De aanvraag om subsidie geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
-
3. Een aanvraag om subsidieverlening, zoals bedoeld in het eerste lid, kan bij het college worden ingediend gedurende het tijdvak 18 mei 2026 tot en 31 juli 2026.
-
4. De aanvraag bevat in ieder geval:
- a.
Een sluitende begroting van de activiteit met daarin in ieder geval verwerkt:
-
alle aan de activiteit direct toerekenbare kosten en opbrengsten, inclusief de inzet van cofinanciering en de bekostiging door andere overheidsinstanties;
- b.
Een financieringsplan van de kosten van de activiteitenindien het een samenwerkingsverband betreft, een toelichting op de investeringsbereidheid van de samenwerkingspartners;
- c.
Een inhoudelijke beschrijving van de activiteit, inclusief een analyse van de uitvoeringsrisico’s;
- d.
Een onderbouwing waaruit blijkt dat de voorgestelde activiteit(-en) bijdragen aan de doelen uit artikel 2, lid 1;
- e.
Een geaccepteerde offerte, of in geval van een samenwerkingsverband een door elke samenwerkingspartner geaccepteerde offerte, waarin de werkzaamheden staan omschreven;
- f.
Een situatietekening waaruit blijkt op welke locatie(-s) binnen het bedrijventerrein, zoals bedoeld in artikel 1, sub g, de activiteit wordt gerealiseerd;
- g.
Een ondertekende de-minimisverklaring of in geval van een samenwerkingsverband een ondertekende de-minimisverklaring van elke deelnemer daarin;
- h.
Een machtigingsformulier voor de contactpersoon indien de subsidie namens de ondernemer of een machtigingsformulier voor de penvoerder namens de ondernemers in een samenwerkingsverband wordt aangevraagd.
-
5. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal gaan aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
-
6. Voor zover voor de uitvoering van de activiteit een vergunning is vereist, een kopie hiervan;
-
7. Voor zover de aanvrager een samenwerkingsverband is, een kopie van de samenwerkingsovereenkomst;
-
8. Voor zover voor de uitvoering van de activiteit toestemming van de eigenaar van het bedrijventerrein of een perceel of gebouw op dat bedrijventerrein zoals gearceerd in de bijlage 1 van deze regeling is vereist, een afschrift hiervan;
-
9. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.
-
10. Het college kan bepalen dat naast de in het vierde tot en met zesde lid genoemde gegevens nog andere stukken moeten worden overgelegd.
-
11. Aanvragen die buiten het tijdvak, zoals bedoeld in het derde lid, zijn ingediend, worden afgewezen.
Artikel 6 Subsidiabele kosten
-
1. Als subsidiabele kosten komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten exclusief BTW, die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 4 eerste lid, sub a tot en met c.
-
2. Kosten als bedoeld in het eerste lid zijn in ieder geval:
- a.
Kosten van apparatuur en materialen, tot maximaal de marktwaarde, en die benodigd is voor de realisatie van de in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c, genoemde activiteiten, uitgezonderd gereedschap en andere hulpmaterialen;
- b.
Kosten van de inhuur van een professionele derde tegen een marktconform tarief en ten behoeve van de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c genoemde activiteiten.
Artikel 7 Artikel 7 Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten van de te subsidiëren activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c, tot een maximum van € 5.000.
Artikel 8 Bevoorschotting
-
1. Het voorschot op de verleende subsidies bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot zoals bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer uitbetaald binnen acht weken na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening op de door de aanvrager opgegeven bankrekeningnummer bij de subsidieaanvraag.
Artikel 9 Verplichtingen
-
1. De gesubsidieerde activiteit moet uiterlijk op 31 december 2026 zijn afgerond.
-
2. De subsidieontvanger maakt op verzoek de bevindingen en resultaten van de subsidiabele activiteit(-en) met inachtneming van privacyregelgeving niet toegankelijk voor derden;
-
3. De resultaten van de gesubsidieerde activiteit worden minimaal 10 jaar in stand gehouden;
-
4. De met de subsidie aangeschafte apparatuur of het materiaal is in ieder geval tot 5 jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidievaststelling werkend op het betreffende bedrijventerreinen en mag in die periode niet worden vervreemd.
Artikel 10 Subsidieplafond en verdeelcriteria
-
1. De hoogte van het beschikbare bedrag voor deze subsidieregeling is € 50.000, -.
-
2. Dit bedrag geldt als subsidieplafond in de zin van artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht, voor de gehele looptijd van deze subsidieregeling.
-
3. Verdeling geschiedt op basis van binnenkomst van volledige aanvragen.
-
4. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting.
Artikel 11 Weigeringsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden in artikel 8 van de Algemene subsidieverordening wordt subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c, geweigerd, als:
- 1.
De aanvrager met de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ingediend;
- 2.
De activiteit betrekking heeft op regulier of achterstallig onderhoud;
- 3.
De aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en de doelgroep genoemd in deze regeling;
- 4.
Het een activiteit betreft die in strijd is met de wet, het algemeen belang of de openbare orde en veiligheid;
- 5.
Het een activiteit betreft die in strijd is met het beleid van de gemeente Edam-Volendam;
- 6.
Er sprake is van kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan het besluit op de aanvraag;
- 7.
De aangevulde subsidieaanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen;
- 8.
De aanvrager een onderneming is die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU, 2014/C 249/01);
- 9.
De aanvrager of een van de deelnemers van zijn samenwerkingsverband voor dezelfde activiteit of activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd al op grond van deze of een andere subsidieregeling subsidie hebben aangevraagd of ontvangen;
- 10.
De activiteiten betrekking hebben op een bedrijventerrein buiten het aangewezen gebied volgens de bijlage 1 van de regeling.
Artikel 12 Vaststelling
-
1. Een aanvraag om vaststelling wordt uiterlijk binnen acht weken na het afronden van de gesubsidieerde activiteit zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a tot en met c van deze regeling, ingediend.
-
2. De aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval:
- a.
Een volledig overzicht van de uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en een specificatie van de daarop betrekking hebbende kosten inclusief het uitgevoerde meer- en minderwerk;
- b.
Alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
- a.
-
3. Het college besluit uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag om vaststelling.
-
4. Het college kan een besluit als bedoeld in het vorige lid eenmaal met zes weken verdagen.
-
5. Betaling van het resterende vastgestelde subsidiebedrag geschiedt binnen acht weken na bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de subsidie op de door de aanvrager opgegeven bankrekeningnummer bij de subsidieaanvraag.
Artikel 13 Staatssteun
Indien de subsidie voor fysieke duurzaamheidsmaatregelen overheidssteun vormt als omschreven in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarden van de reguliere de- minimisverordening (VERORDENING (EU) 2023/2831). In dat geval wordt toepassing gegeven aan artikel 1, eerste en tweede lid van de VERORDENING (EU) 2023/2831.
Artikel 14 Slotbepalingen
-
1. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
-
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2027 met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
-
3. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen Edam-Volendam.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 mei 2026,
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,
de secretaris, de burgemeester,
N. A. Hellingman. R.J. Beukers.
Bijlage 1 als bedoeld in artikel 1, sub g
Het college is niet vrij in de besteding van de middelen die zij van de provincie Noord-Holland heeft ontvangen. Deze middelen mogen alleen worden besteed voor activiteiten die worden gerealiseerd op het bedrijventerrein in de kern Oosthuizen en op het bedrijventerrein in de kern Edam. Het betreft de volgende hieronder in het rood gearceerde bedrijfsterreinen:
- a.
Bedrijventerrein Oosthuizerweg in de kern Edam
- b.
Bedrijventerrein Oosthuizen in de kern Oosthuizen
Toelichting
Om ondernemers beter te helpen bij het versnellen van de noodzakelijke verduurzaming op bestaande bedrijventerreinen heeft de provincie Noord-Holland middelen beschikbaar gesteld. Het college zorgt met deze regeling ervoor dat ondernemers die gerichte activiteiten ter bevordering van energieneutraliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie willen realiseren, met deze ontvangen middelen in deze opgave ondersteund worden. Daarbij sluiten we aan bij de ambities uit de gemeentelijke Omgevingsvisie.
Artikelsgewijs
Artikel 1
In dit artikel wordt een aantal begrippen verklaard voor zover de betekenis niet zonder meer uit het algemene spraakgebruik kan worden afgeleid.
Artikel 2
Dit artikel geeft aan wat met het verstrekken van deze subsidies zal worden bereikt en wie een subsidie kan aanvragen.
Artikel 3
In dit artikel worden de voorwaarden beschreven waar een subsidieaanvraag aan moet voldoen.
Artikel 4
Dit artikel beschrijft de maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie. De subsidiabele activiteiten moeten bijdragen aan de doelen uit artikel 2, lid 1. Een aantal voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn in het artikel gegeven, maar deze lijst is niet uitputtend. Wanneer de aanvrager voldoende kan onderbouwen dat een maatregel bijdraagt aan een van de doelen uit artikel 2, kan aanspraak worden gemaakt op subsidie.
Op basis van de doelen uit artikel 2, eerste lid, kunnen op voorhand een aantal maatregelen worden uitgesloten. Airco’s (lucht-lucht warmtepompen) zijn niet subsidiabel, omdat deze voornamelijk worden gebruikt voor het verkoelen van gebouwen. Ze zijn daarnaast minder efficiënt dan een lucht-water warmtepomp. Ze zorgen daarom eerder voor meer energieverbruik dan minder energieverbruik. Kleine windturbines zijn uitgesloten van subsidiëring, omdat deze niet zijn toegestaan op de bedrijventerreinen in Edam-Volendam. Ook het isoleren van onverwarmde ruimtes of onbestaande bouwdelen komt niet in aanmerking, omdat daarmee geen energie wordt bespaard. Tot slot worden accu’s/batterijen uitgesloten van subsidie. Netbeheer Nederland raadt het stimuleren van accu’s/batterijen af totdat de salderingsregeling is afgeschaft en dynamische nettarieven zijn ingevoerd. Op dit moment is daar nog geen sprake van en sluiten we accu’s/batterijen dus uit van subsidiëring.
Artikel 5
Welke documenten bij de aanvraag om subsidie moeten worden overgelegd, is in dit artikel geregeld. Overeenkomstig de Awb-artikelen 4:1 en 4:4 hanteert het college een standaardaanvraagformulier voor de stroomlijning van de aanvragen. Het betreft een webformulier, want vanaf 1 januari 2026 is het college verplicht om het de aanvrager mogelijk te maken zijn aanvraag digitaal in te kunnen dienen. Een ondernemer moet echter over e-herkenning beschikken om op de website op het webformulier in te kunnen loggen en het formulier in te kunnen vullen.
Daarnaast regelt dit artikel binnen welke periode een aanvraag gedaan moet worden, om in aanmerking voor subsidie te komen. Het college moet tegenover de provincie Noord-Holland kunnen aantonen dat de ondernemers aan die de provinciale middelen middels deze regeling worden doorgegeven, hun activiteiten voor 31 december 2026 konden realiseren. Om voldoende tijd voor de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is gevraagd te hebben, heeft het college de aanvraagperiode daarom kort gehouden.
In artikel 4:5 Awb wordt de wijze van afdoening geregeld voor het geval dat de benodigde stukken of een deel daarvan ontbreken. Het college moet immers kunnen beschikken over alle relevante stukken alvorens het een besluit kan nemen op de subsidieaanvraag. Als de aanvrager verzuimt alsnog ontbrekende stukken toe te voegen, kan besloten worden de aanvraag niet te behandelen.
Artikel 6
Op basis van de subsidiabele kosten wordt een percentage van 50% gehanteerd die de eigenaar minimaal zelf in de kostendekking van zijn activiteit moet dragen. Het subsidiebedrag kent bovendien een maximum van € 5.000, -. Dat betekent dat als de 50 % van de subsidiabele kostenposten boven dit maximumbedrag uitkomen de aanvrager vooralsnog niet meer als € 5.000, - verleend kan krijgen. Stel er is sprake van € 22.000, - aan subsidiabele kosten, dan is 50% € 11.000, -, maar het maximumbedrag aan subsidie alleen € 5.000, -. De aanvrager moet dan € 17.000, - zelf kunnen bekostigen.
Door het subsidiebedrag voor duurzaamheidsactiviteiten te maximeren, kunnen de aanvragen van meerdere aanvragers worden gehonoreerd.
Artikel 7
In dit artikel wordt de hoogte van het beschikbaar te stellen subsidie bepaald. Subsidieverstrekking is geen inkopen van diensten. Het gaat om een financiële bijdrage van het college aan het mogelijk maken van wenselijke activiteiten die bijdragen aan de verduurzaming van bedrijventerreinen. Subsidie is een steunbetuiging, een zetje in de rug. Het gaat niet om het volledig bekostigen van deze activiteiten.
Artikel 8
Vanaf het moment dat het college een subsidie voor een voorgestelde activiteit verleent, wordt van ambtshalve een bevoorschotting door het college besloten. Dat wil zeggen dat de aanvrager hiervoor geen extra aanvraag hoefde in te dienen. Het college is van mening dat het de subsidieontvanger helpt als hij voor de realisatie van zijn duurzaamheidsactiviteiten niet eerst volledig in voorkassa moet gaan, maar dat hij de subsidie al gedurende de uitvoering van zijn activiteit voor een deel beschikbaar krijgt.
In de regeling wordt vermeld dat dit voorschot bedrag tachtig percent van het verleende subsidiebedrag is en dat het voorschot in één keer wordt overgemaakt op het rekeningnummer van de subsidieontvanger. Pas met de vaststelling van de verleende subsidie wordt duidelijk of de subsidieontvanger een deel van zijn voorschot terug moet betalen of de resterende twintig percent nog uitbetaald krijgt.
Artikel 9
Bij de subsidieverlening moet aan de ontvanger duidelijkheid worden gegeven over zijn verplichtingen, die met de verlening aan hem opgelegd worden. Niet naleven van een verplichting kan negatieve gevolgen voor de subsidievaststelling hebben.
Artikel 4:37 Awb geeft enige verplichtingen voor de subsidieontvanger met betrekking tot onder meer de administratie van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, de te verzekeren risico’s, het afleggen van rekening en verantwoording, het beperken en wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
Om te voorkomen dat verleende subsidies ongebruikt blijven, zijn in dit artikel bepalingen opgenomen over de termijn waarbinnen de besteding van de gesubsidieerde activiteit ‘verduurzaming’ moet worden gestart en moet zijn afgerond. De aanvrager heeft de verplichting om binnen deze termijnen te starten en de gesubsidieerde activiteit te voltooien. Dit om een snelle uitvoering van verduurzamingsmaatregelen op de twee bedrijventerreinen in onze gemeente te stimuleren.
Het doel van de subsidie is om bij te dragen aan het verduurzamen Dat is ook een verantwoording tegenover de gemeenschap die met gemeenschapsgeld heeft bijgedragen aan het behoud van zijn eigendom.
Artikel 10
In het subsidieplafond wordt het bedrag aangegeven, dat gedurende de werking van deze regeling beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Met het aangeven van het maximale volume van een subsidieplafond ten behoeve van deze regeling wordt bereikt, dat een subsidie wordt geweigerd (artikel 4:25 Awb) als de middelen zijn uitgeput die in de begroting beschikbaar zijn gesteld. Het is de bedoeling dat de aanvragers financieel tegemoet wordt gekomen en niet dat een volledige compensatie van gemaakte kosten centraal staat. De verdeling gebeurt op binnenkomst van een volledige aanvraag. Wie het eerst komt, het eerst maalt.
In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat meerdere aanvragen tegelijkertijd worden aangevraagd en hierdoor dreigt dat het subsidieplafond wordt bereikt of overschreden. In dit geval kan
Artikel 11
In dit artikel worden weigeringsgronden opgenomen, die het voor het college mogelijk maken uit beleidsmatige overwegingen een aanvraag niet te honoreren. Daarnaast zijn er ook weigeringsgronden van toepassing op deze regeling die al artikel 4:35 van de Awb zijn opgenomen. Het betreft subjectieve en objectieve weigeringsgronden. De subjectieve weigeringsgronden geven het bestuursorgaan de gelegenheid te toetsen of er gegronde redenen bestaan om aan te nemen of de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden, de aanvrager niet zal voldoen aan de opgelegde verplichtingen of de aanvrager niet op behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen.
Objectieve weigeringsgronden geven het college de mogelijkheid om te toetsen of de aanvrager verwijtbaar onjuiste gegevens heeft overgelegd of het voorkomen kan worden dat de subsidie in een failliete of in een in surseance gaande of verkerende boedel terechtkomt.
De bijzondere weigeringsgrond, namelijk overschrijding van het subsidieplafond (artikel 4:25, lid 2 Awb) is opgenomen in artikel 10 van deze regeling.
Artikel 12
De subsidievaststelling geeft aanspraak op betaling door het bestuursorgaan van het definitief vastgestelde bedrag. Het recht op de subsidie ontstaat pas met de vaststelling van een subsidie.
Het gegeven dat de subsidieontvanger een bevoorschotting van de subsidie heeft ontvangen, betekent niet automatisch dat hij het voorschot ook mag houden. Pas met de definitieve vaststelling van de verleende subsidie wordt dit duidelijk.
In het tweede lid wordt aangegeven welke documenten moeten zijn bijgevoegd bij de aanvraag om vaststelling. Het betreft de minimale gegevens die ook in de verleningsbeschikking worden vermeld.
Uiteraard kunnen in de verleningsbeschikking ook nog aanvullende gegevens worden vermeld die moeten worden overgelegd bij een aanvraag om vaststelling. De ontvanger van de subsidie toont in het kader van deze aanvraag om vaststelling aan of hij de activiteiten heeft verricht zoals in de verleningsbeschikking was bepaald en of hij de subsidie zo heeft besteed als zij aan hem was verleend.
In het derde lid wordt aangegeven binnen welke periode het college op deze aanvraag moet besluiten. Het spreekt voor zich dat deze periode pas begint te lopen als de aanvraag om vaststelling, de verantwoording, alle informatie bevat die nodig is om als college over de vaststelling van de subsidie te kunnen beslissen.
In uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn dat het college meer tijd nodig heeft om een besluit te nemen. In het vierde lid is aangegeven dat het college dan de beslisperiode met maximaal zes weken kan verlengen.
In het vijfde lid wordt vermeld dat de daadwerkelijke uitbetaling van het resterende subsidiebedrag binnen acht weken op een door de verkrijger opgegeven rekeningnummer gebeurt.
Artikel 13
Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden, waardoor de concurrentievoorwaarden van ondernemers binnen de Europese Unie worden beïnvloed. Het Europese Hof van Justitie definieert als onderneming elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht haar rechtsvorm en wijze van financiering. Iemand die zijn pand verhuurt of daarin economische activiteiten uitvoert valt dus al onder het begrip ondernemer.
Hoewel staatssteun in beginsel verboden is, biedt de Commissie een aantal manieren om overheidssteun te verlenen. Een daarvan is het toepassen van de de-minimisregels. De Europese Commissie vindt dat overheidssteun die de toets van deze verordening doorstaan, een dergelijk kleine invloed op de Europese marktwerking hebben dat het niet aangemerkt moet worden als staatssteun. Hiervan hebben wij ten behoeve van deze regeling gebruik gemaakt. Voor zover subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt aan ondernemers is de subsidie staatssteunproef. Wel moet het college haar besluit en de de-minimisverklaring van de subsidieontvanger, en de samenwerkingspartners, uploaden bij een centraal register van de Commissie.
Artikel 14
De bekendmaking, inwerkingtreding en uitwerkingtreding van de regeling is gebaseerd op de Bekendmakingswet. De regeling moet worden gepubliceerd in het officiële publicatieblad. Dat is het Gemeenteblad Edam-Volendam (artikel 6 Bekendmakingswet). De doorlopende (geconsolideerde) tekst wordt daarbij beschikbaar gesteld via de decentrale regelingenbank op overheid.nl (artikel 19 Bekendmakingswet).
In dit artikel wordt bovendien vermeld dat het een tijdelijke regeling betreft. Dat is de looptijd.
De citeertitel bepaalt hoe deze regeling heet. Dit vergemakkelijkt de vindbaarheid.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl