Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761868
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761868/1
Geldend van 22-05-2026 t/m heden
Voorwoord van de wethouder
Aan alle inwoners van Noord-Beveland,
Met veel trots presenteren wij u het vastgestelde Programma Erfgoed Gemeente Noord-Beveland. Dit is ons eerste programma onder de Omgevingswet. Met dit programma laat de gemeente zien wat er al gebeurt rond erfgoed, welke ambities er zijn en hoe uitvoering wordt gegeven aan deze ambities in de komende jaren. Het doel is erfgoed dat we belangrijk vinden te bewaren voor de toekomst. Het programma is met inbreng van u en erfgoedliefhebbers tot stand gekomen. Het is daarmee een weerspiegeling van de passie en toewijding die we met elkaar delen voor het erfgoed van onze prachtige gemeente.
Noord-Beveland is rijk aan geschiedenis. Ons eiland is het resultaat van eeuwenlange ontwikkeling. Het is meerdere keren overstroomd en weer opnieuw opgebouwd. Dorpen verdronken en zijn op een andere plek weer opgetrokken.
Door de overstromingen in 1530 en 1532 kwam het hele eiland jarenlang onder water te liggen. Vanaf 1598 is het weer ingepolderd met zoveel mogelijk rechte dijken, wegen en rechthoekige kavels. Hier en daar zijn nog sporen te zien van het oudere Noord-Beveland, met resten van middeleeuwse dijken en opgeworpen bergjes. Veel is ook verdwenen door de grootschalige ruilverkaveling, moernering en hergebruik van bouwmaterialen. Elke hoek van onze gemeente draagt een uniek verhaal in zich, een verhaal dat het verdient om ontdekt en gekoesterd te worden.
Het programma dat wij u aanbieden, is het resultaat van een gezamenlijke inspanning, waarin de ideeën, zorgen en wensen van velen zijn samengebracht. We staan echter nog maar aan het begin. De volgende stap is de uitvoering van dit programma, waarbij we samen heldere keuzes moeten maken voor de rol van onze gemeente. Keuzes die ook financiële gevolgen hebben, maar altijd in het belang van het behouden en versterken van ons erfgoed. Dit is een gezamenlijke opgave en we kunnen niet wachten om met u, de inwoners, de handen ineen te slaan om onze gemeente nog mooier en rijker aan geschiedenis te maken.
Een speciaal woord van dank gaat uit naar Erfgoed Zeeland en de ambtelijke werkgroep voor hun waardevolle inbreng bij het traject dat we tot nu toe hebben doorlopen.
Laten we samen verder bouwen aan het verhaal van Noord-Beveland.
Met hartelijke groet, mede namens het college van burgemeester en wethouders,
Adrie van der Maas
Wethouder van de Gemeente Noord-Beveland
Samenvatting
Samenwerken aan een toekomst waarin erfgoed een zichtbare en beleefbare kracht is
voor Noord-Beveland.
De gemeente Noord-Beveland heeft een rijk verleden dat zichtbaar en beleefbaar is
in landschap, dorpen en monumenten. Met dit programma laat de gemeente zien wat er
al gebeurt rond erfgoed en welke ambities er zijn voor de toekomst. Het doel: belangrijk
erfgoed bewaren voor de toekomst. En samen met inwoners, ondernemers en organisaties
zorgen dat erfgoed bijdraagt aan de identiteit, leefbaarheid en aantrekkingskracht
van het eiland.
Wat doet de gemeente nu al?
De gemeente heeft de afgelopen jaren veel aandacht aan erfgoed besteed.
De Toekomstvisie 2030 en de Omgevingsvisie benoemen erfgoed uitdrukkelijk als bron
van inspiratie en kwaliteit. De Cultuurnota 2022-2026 zet erfgoed centraal in verhalen
en zichtbare beleving en legt vast dat er een erfgoedportaal in de vorm van een website
moet komen. De Kerkenvisie (2023) gaat in op een duurzame toekomst van kerkgebouwen.
-
Bescherming, regelgeving en subsidies:
-
De Verordening omgevingskwaliteit (2023) borgt deskundig advies bij erfgoedvraagstukken.
-
Het Archeologiebeleid (2012) beschermt waardevolle bodemarchieven. Het beleid wordt aangepast.
-
Aandacht voor monumentale en beeldbepalende bomen (bomenlijst, 2009).
-
Subsidies voor het verbeteren van woningen (van vóór 1953) in alle dorpen en het renoveren van schuren in Colijnsplaat.
-
-
Recente initiatieven:
-
In 2024 werd het kunstwerk “De Komma van Kortgene” geplaatst, als eerste kunstwerk gekoppeld aan de Zeeuwse erfgoedlijnen.
-
De film “Eindeloos Eiland”, waarin de verhalen van Noord-Beveland tot leven komen.
-
Het Historisch Centrum met studiezaal, filmzaal en ontmoetingsruimte gaat inwoners, onderzoekers en toeristen een plek bieden om de geschiedenis van Noord-Beveland te ontdekken.
-
Kortom: Noord-Beveland beschermt, ondersteunt en maakt erfgoed zichtbaar én actueel.

Wat wil de gemeente nog meer?
De gemeente wil erfgoed dat belangrijk gevonden wordt in goede staat bewaren en sterker
verbinden met identiteit, toerisme, leefbaarheid en duurzaamheid.
Een aantal ambities:
-
Behoud én herbestemming
-
Actiever beschermen en tegelijk ruimte geven voor nieuwe functies, zoals tijdelijke herbestemming van leegstaande gebouwen. Kansen benutten voor kerken en boerderijen.
-
Inventariseren, selecteren en aanwijzen van gemeentelijke monumenten.
-
Beschermen van (een deel van) dorpskernen en landschapsstructuren.
-
-
Erfgoed beleefbaarder maken en digitaliseren
-
Meer verhalen vertellen en toegankelijk maken, via de Zeeuwse erfgoedlijnen in combinatie met het Historisch Centrum.
-
Het overzichtelijk bijeenbrengen van bestaande onderwerpen rond tradities, ambachten en dialecten.
-
Verhalen, foto’s en andere media thematisch digitaliseren.
-
Erfgoed digitaal ontsluiten via een erfgoedportaal (lancering 2026).
-
Erfgoed inzetten als trekpleister in toeristische routes en arrangementen.
-
-
Samenwerking en participatie
Samen aan de slag
De gemeente kan dit niet alleen. Erfgoed leeft pas echt wanneer inwoners, (erfgoed)organisaties,
vrijwilligers, ondernemers en bezoekers het samen beleven, onderhouden en vernieuwen.
Met dit programma wil de gemeente Noord-Beveland iedereen uitnodigen om mee te doen.
Door samen verhalen te vertellen, gebouwen, archeologische waarden en landschapsstructuren
te bewaren, erfgoed toegankelijk te maken en nieuwe ideeën te ontwikkelen, houden
we het erfgoed van Noord-Beveland levend en betekenisvol.
Zo laat Noord-Beveland zien: erfgoed is niet alleen iets van vroeger, maar ook van nu en van de toekomst.
Leeswijzer
Aanleiding en belang van erfgoed(beleid)
Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding en het belang van erfgoed(beleid), de reikwijdte van het
Programma Erfgoed, de relatie met de Omgevingswet en de trends en ontwikkelingen.
Wettelijk kader
Hoofdstuk 2 behandelt de wettelijke verplichtingen voor de gemeente. Onderwerpen zijn de Omgevingswet,
het toezicht door de Provincie Zeeland, de rol van de gemeente en de uitvoering van
de wettelijke taken door de gemeentelijke organisatie.
Relevante beleidskaders gemeente Noord-Beveland
Hoofdstuk 3 beschrijft het eigen beleid van de gemeente. Voor het formuleren van ambities is
inzicht nodig in bestaande beleidsdocumenten die invloed hebben op het erfgoed van
Noord-Beveland. Nieuwe ambities kunnen bestaande doelen aanvullen of leiden tot het
actualiseren van beleid.
Het verhaal van Noord-Beveland
Hoofdstuk 4 geeft een kort overzicht van de geschiedenis van Noord-Beveland. Het laat zien welke
ontwikkelingen en gebeurtenissen het voormalige eiland hebben gevormd. Ook toont het
hoe deze geschiedenis nog zichtbaar is in het huidige erfgoed.
Participatie
Hoofdstuk 5 legt, met verwijzing naar het Participatieplan, uit wat de gemeente met participatie
wil bereiken. Het benoemt de betrokkenen, ingezette communicatiemiddelen en de betekenis
van het Verdrag van Faro. De resultaten van participatie zijn beeldend verwerkt en
verdeeld naar groepen. De opbrengsten geven een overzicht van kansen, bedreigingen
en mogelijke rollen voor de gemeente.
Sterkte-zwakteanalyse
Hoofdstuk 6 bevat een analyse van de sterke en zwakke punten van het erfgoedbeleid. Ook de kansen
en bedreigingen voor het erfgoed van Noord-Beveland zijn opgenomen en toegelicht.
Ambities in thema's en acties
De gemeente wil verder gaan dan de wettelijke verplichtingen. Ze beschermt niet alleen
het door de rijksoverheid beschermde erfgoed, maar ook bijzondere objecten, gebieden,
landschapselementen, tradities en gebruiken. Zo geeft de gemeente invulling aan haar
eigen, vrijwillige taken: “wat kan”.
De ambities zijn verdeeld over vier thema's:
1. Het versterken van de keten;
2. Zorgvuldig omgaan met en vitaal houden van erfgoed;
3. Immaterieel erfgoed;
4. Digitaal erfgoed.
Aan deze thema’s zijn acties gekoppeld, die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
De basis hiervoor:
Inbreng van inwoners, experts en erfgoedorganisaties tijdens participatie:
-
Inbreng van inwoners, experts en erfgoedorganisaties tijdens participatie:
-
Wettelijke verplichtingen;
-
Trends en ontwikkelingen;
-
Relevante beleidskaders van de gemeente;
-
Geconstateerde kansen en bedreigingen.
Hoofdstuk 7 licht de acties toe.
Uitvoering, looptijd en evaluatie
Hoofdstuk 8 behandelt de looptijd en de evaluatie van het Programma Erfgoed en het uitvoeringsprogramma.
Alle acties zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2026-2030, met planning en,
waar mogelijk, het benodigde budget.
1 Inleiding
De gemeente Noord-Beveland presenteert het Programma Erfgoed. Dit programma werkt het erfgoedbeleid uit dat in de Omgevingsvisie Noord-Beveland op hoofdlijnen staat beschreven. Het geeft richting aan de ambities en doelen voor erfgoed in de komende vijf jaar. In het Uitvoeringsprogramma zijn hieraan concrete acties en projecten gekoppeld.
1.1 Aanleiding
Gemeenten hebben wettelijke taken op het gebied van erfgoed. Deze taken gaan vooral over gebouwde, groene en archeologische (rijks)monumenten. Ze zijn vastgelegd in de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2024). De Omgevingswet verplicht gemeenten om erfgoedbeleid vast te leggen in het omgevingsplan. Dat geldt ook voor de omgang met rijks- en gemeentelijke monumenten. Bovendien moet het plan rekening houden met de omgeving van beschermde monumenten, zodat deze niet wordt ontsierd of beschadigd.
De gemeenteraad stelde op 16 december 2021 de Omgevingsvisie Noord-Beveland 2030 vast. Deze visie beschrijft wat de gemeente belangrijk vindt voor de fysieke leefomgeving. Het gaat zowel om behoud als om verdere ontwikkeling. De visie benoemt kernkwaliteiten, ambities, waarden en thema’s.
De kernkwaliteiten zijn:
-
Centraal eiland in de Delta;
-
Open landschap en natuur;
-
Bedrijvigheid in de agrarische sector;
-
Bruisend toerisme;
-
Saamhorigheid in de kernen.
Deze kwaliteiten maken Noord-Beveland uniek.
De cultuurhistorische waarde van Noord-Beveland blijkt ook uit het landschapspatroon, de inpolderingsgeschiedenis, in het bijzonder de Oud Noord-Bevelandpolder. Ook rijksmonumenten, historische boerderijen, molens en het beschermd dorpsgezicht Colijnsplaat spelen een grote rol.
De gemeente wil erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken. Het moet bijdragen aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit. Beschermen en benutten staan daarbij centraal. Erfgoed versterkt bovendien het vestigingsklimaat en is belangrijk voor toerisme. In de Omgevingsvisie vormen natuur, landschap en cultuurhistorie samen één thema. Het beleid voor natuur en landschap richt zich op behoud en versterking van waarden en kenmerken. Voor cultuurhistorie en erfgoed formuleert de visie het volgende:
“Om te voorkomen dat erfgoedobjecten de komende jaren sluipenderwijs verdwijnen, voert de gemeente een actiever beschermingsbeleid. Daarnaast blijft het beleid gericht op behoud door benutting en herbestemming van erfgoedobjecten en -elementen. Hiermee ondersteunen we initiatieven om erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken. Dit beleid werken we uit in een erfgoedprogramma en borgen we in het omgevingsplan.”
Op 24 februari 2022 nam de gemeenteraad een motie aan. Het college kreeg de opdracht
om het toekomstige onderhoud van monumenten in kaart te brengen en te onderzoeken
of de Kerkenvisie en een Monumentenvisie samen kunnen uitgroeien tot een erfgoedbeleid.
In het Raadspuntenprogramma 2022-2026 staat dat cultureel erfgoed meer aandacht moet
krijgen. Het mag vaker en voor meer doeleinden worden ingezet, mits passend in de
omgeving. Een van de acties is het opstellen van erfgoedbeleid.
Met dit Programma Erfgoed voert het college deze opdrachten uit. Het college werkt het beleid voor erfgoed verder uit en brengt bestaande initiatieven, ambities en nieuwe projecten samen..
Recente initiatieven
De gemeente doet al veel op het gebied van erfgoed en cultuurhistorie. Een voorbeeld
is de film “Eindeloos Eiland”. Deze bestaat uit een hoofdfilm en zes korte thematische films. Ze tonen de geschiedenis
van Noord-Beveland, persoonlijke verhalen, monumenten, dorpen, water en landschap.
De film versterkt de identiteit van het eiland en draagt bij aan de economische, toeristische
en sociale ontwikkeling.
Een ander initiatief is het Historisch Centrum. Dit centrum krijgt een lees- en studiezaal, ruimte voor kleine exposities en een werkplaats voor samenwerking aan erfgoedprojecten. Het biedt inwoners, onderzoekers en toeristen een plek om de geschiedenis van Noord-Beveland te ontdekken. Ook immaterieel erfgoed, zoals dialecten, gebruiken, tradities en ambachten, kan hier een plaats krijgen. In combinatie met een nieuwe historische website brengt het Historisch Centrum het verleden van Noord-Beveland visueel tot leven. Verhalen en archiefstukken worden er overzichtelijk samengebracht. Dit verbindt onderwijs, geschiedenis, erfgoed, kunst en cultuur.
Ook kunst in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij het zichtbaar maken en beleven van de geschiedenis van Noord-Beveland. In 2024 werd het kunstwerk “De Komma van Kortgene” bij de ingang van de begraafplaats van Kortgene geplaatst. Het kunstwerk is geïnspireerd op het oudste gesteente van Nederland en op het komen en gaan van tijden en neemt je mee terug in de tijd. Het kunstwerk van een lokale kunstenaar is een sprekende verbinding van kunst en geschiedenis.
Het Programma Erfgoed vormt zo het kader om bestaande en nieuwe initiatieven te bundelen en richting te geven

1.2 Afbakening
De Erfgoedwet omschrijft cultureel erfgoed als:
“Uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, ontstaan door de mens
of door de wisselwerking tussen mens en omgeving. Mensen zien dit erfgoed, los van
het eigendom, als een weerspiegeling van waarden, overtuigingen, kennis en tradities.
Het biedt een referentiekader voor nu en toekomstige generaties.”
Kort gezegd: cultureel erfgoed is alles wat vorige generaties hebben gebouwd, gemaakt
of aangepast, en wat we willen bewaren voor de toekomst.
We onderscheiden:
-
Materieel erfgoed: monumenten, archieven, museale voorwerpen, archeologische vondsten, maritiem erfgoed, landschappen en bibliotheken;
-
Immaterieel erfgoed: gewoontes, tradities, ambachten, uitvoerende kunsten, verhalen, festiviteiten en rituelen;
-
Onroerend erfgoed: bouwwerken en landschappen;
-
Roerend erfgoed: munten, boeken en kunstwerken.
Het uitgangspunt voor het Programma Erfgoed is een brede, integrale visie op Noord-Bevelandse schaal. De nadruk ligt op erfgoed in de fysieke leefomgeving: gebouwd erfgoed, landschappen, historische geografie en archeologische waarden.
Het archeologiebeleid staat op zich, maar educatie en communicatie over archeologie
nemen we mee in het Programma Erfgoed. Immaterieel erfgoed hoort vooral bij cultuurbeleid.
Inwoners en organisaties gaven tijdens participatie aan dat zij veel waarde hechten
aan immaterieel erfgoed zoals tradities en ambachten. Daarom krijgt immaterieel erfgoed
een plaats in dit Programma en het Uitvoeringsprogramma.
Daarbij zoeken we raakvlakken en koppelkansen. Waar mogelijk leggen we verbindingen
met andere beleidsvelden, zoals cultuur en recreatie & toerisme.
1.3 Integrale aanpak in het kader van de Omgevingswet
De Omgevingswet vraagt om meer overzicht en samenhang tussen alle gemeentelijke documenten
over de fysieke leefomgeving. Denk aan visies, nota’s en programma’s. Om dit te bereiken
geeft de wet vier kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het
omgevingsplan en de omgevingsvergunning.
De gemeenteraad bracht bij de Omgevingsvisie Noord-Beveland 2030 samenhang aan tussen beleid en programma’s voor de fysieke leefomgeving. Gebiedsgerichte en (in ontwikkeling zijnde) beleidsgerichte programma’s zijn aan de visie verbonden. “Cultuurhistorie en erfgoed” is één van deze beleidsgerichte programma’s.
In het raadsvoorstel voor de Omgevingsvisie Noord-Beveland 2030 is de samenhang door middel van volgende figuur weergegeven:

Een omgevingsprogramma bevat volgens artikel 3.5 van de Omgevingswet:
-
Een uitwerking van beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de leefomgeving;
-
Maatregelen om te voldoen aan omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving.
Kenmerkend is dat het college van burgemeester en wethouders een programma vaststelt. Het bindt alleen het bestuur zelf, niet burgers of bedrijven. Wel kan het anderen stimuleren om bij te dragen aan de doelstellingen. De gemeenteraad kon wensen en bedenkingen meegeven bij het concept van het Programma Erfgoed.
Het Programma Erfgoed is een “vrijwillig programma”. De gemeente neemt zelf het initiatief om beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Voor dit type programma geeft de Omgevingswet weinig eisen. Wel wordt aanbevolen om op te nemen:
-
Een verwijzing naar de omgevingsvisie;
-
Een uitvoeringsparagraaf met maatregelen en planning;
-
Looptijd, monitoring en evaluatie;
-
Een beschrijving van participatie en de resultaten daarvan.
De verwijzing naar de Omgevingsvisie 2030 staat in de inleiding en in het hoofdstuk 3 “Relevante beleidskaders gemeente Noord-Beveland”. De participatie wordt in hoofdstuk 5 beschreven. Het Programma Erfgoed en het uitvoeringsprogramma hebben een looptijd
van vijf jaar.
De gemeente ontsluit het programma digitaal in het Omgevingsloket via het Toepassingsprofiel
omgevingsdocumenten programma (TPOD).
Het programma werkt het strategisch beleid van de omgevingsvisie verder uit. Daarmee is het een instrument op tactisch niveau dat invulling geeft aan de ambities van de gemeente.
Het programma kan verschillende maatregelen bevatten: fysieke ingrepen, communicatie-
en informatiemiddelen, financiële instrumenten of afspraken met andere organisaties.
Ook kan het aangeven dat juridische maatregelen door middel van regels later in het
omgevingsplan of een verordening worden vastgelegd.
Resultaten wensen en bedenkingen
De gemeenteraad van Noord-Beveland heeft het concept Programma Erfgoed in de vergadering
van 13 november 2025 besproken en wensen en bedenkingen daarover gegeven. De gemeenteraad
is tevreden over het concept Programma Erfgoed en typeert het concept als helder,
integraal en goed leesbaar. De gemeenteraad waardeert de wijze waarop inwoners en
organisaties bij het programma zijn betrokken en heeft de volgende wensen en bedenkingen
aan het college kenbaar gemaakt:
-
Steun voor het snel uitvoeren van de inventarisatie, selectie en aanwijzing van gemeentelijke monumenten, met bijzondere aandacht voor boerderijen.
-
Waardering voor het voornemen om beleid te maken voor zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht.
-
Aandacht voor ambtelijke capaciteit op het gebied van erfgoed.
-
Aandacht voor de benoemde objecten en elementen in het buitengebied die het landschap van Noord-Beveland typeren.
Omdat de thema’s en onderwerpen van de ingebrachte wensen en bedenkingen al in het
concept Programma Erfgoed en het Uitvoeringsprogramma zijn opgenomen, leiden deze
niet tot tekstuele aanpassingen of aanvullingen van het concept. De wensen en bedenkingen
ondersteunen de keuze voor de opgenomen ambities, thema’s en acties en zullen als
waardevolle suggesties worden betrokken bij de uitvoering van het programma.
1.4 Trends en ontwikkelingen op het gebied van erfgoed
De Cultuurmonitor (www.cultuurmonitor.nl, augustus 2025 domein erfgoed) laat zien dat erfgoed leeft. Bijna 90% van de Nederlanders ouder dan twaalf jaar bezoekt, beoefent, bekijkt of bestudeert cultureel erfgoed. Nederland telt 629 musea met 31,5 miljoen bezoekers in 2023, bijna 62.000 gebouwde rijksmonumenten en honderden vormen van levend erfgoed.
De betrokkenheid bij erfgoed groeit. De focus verschuift van experts naar bredere maatschappelijke deelname. Het Verdrag van Faro, de omgang met koloniaal erfgoed en de belangstelling voor immaterieel erfgoed zijn hier voorbeelden van. Digitalisering maakt erfgoed steeds toegankelijker, maar er zijn ook uitdagingen rond behoud en bescherming. Hieronder volgen de belangrijkste ontwikkelingen.
Beschermen van erfgoed
Erfgoed staat onder druk door extreem weer zoals droogte en overstromingen. Hoe maken
we erfgoed klimaatbestendig? Ook verval en beschadiging vormen risico’s. Het Rijk
ziet daarnaast dat gemeenten en provincies onvoldoende capaciteit en kennis hebben
op het gebied van erfgoed. Daarom startte het ministerie van OCW samen met IPO en
VNG het programma Erfgoed & Overheid. Dit programma heeft tot doel de capaciteit en
kennis op het gebied van erfgoed bij gemeenten en provincies te versterken. Lysias
Advies bracht in 2024 knelpunten en oplossingen in kaart. Minister Bruins kondigde
aan een adviescommissie op te richten om de erfgoedzorg bij gemeenten en provincies
te verbeteren, de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed te versterken en €800.000
structureel beschikbaar te stellen.
Ook wil het Rijk erfgoed meenemen in landelijke crisisplannen voor natuurbranden,
hoogwater en extreem geweld. De oorlogsdreiging in Europa benadrukt het belang van
weerbaarheid van de sector.
Van en voor wie is erfgoed?
Erfgoed is van en voor de samenleving. De uitdaging is om erfgoedgemeenschappen beter
te bereiken. Nederland ondertekende in 2024 het Verdrag van Faro. Dit verdrag benadrukt
dat mensen toegang moeten hebben tot erfgoed en eraan moeten kunnen deelnemen. In
hoofdstuk 5 (Participatie) wordt verder op het Verdrag van Faro ingegaan.
Diversiteit en inclusie
Vooral binnen immaterieel erfgoed en musea groeit aandacht voor diversiteit. Het gaat
niet alleen om culturele achtergrond, maar ook om leeftijd, beperking, seksuele gerichtheid
of sociale status.
Digitalisering en duurzaam bewaren
Musea en archieven digitaliseren hun collecties steeds meer. De uitdaging is om initiatieven
te verbinden, materiaal duurzaam op te slaan en gebruiksvriendelijk toegankelijk te
maken. Hoofdstuk 7 gaat hier dieper op in.
Verduurzaming van monumenten
Monumenteneigenaren zijn steeds actiever in verduurzaming. Volgens de “Monitor verduurzaming
monumenten 2023” hebben bijna alle eigenaren maatregelen getroffen en willen velen
dit uitbreiden in de komende jaren. Monumenteneigenaren hebben wel vragen over de
verduurzamingsopgave, zowel technisch als financieel.
Vrijwilligerswerk
Vrijwilligers blijven onmisbaar, maar zijn steeds moeilijker te vinden. Traditioneel
langdurig vrijwilligerswerk neemt af, terwijl microvrijwilligerswerk populairder wordt.
Mensen voeren kleine, snel te voltooien taken uit die passen bij hun drukke levensstijl.
In de Kerkenvisie Noord-Beveland werd dit beeld bevestigd, vooral voor bestuurlijke
functies.
Beleving van erfgoed
Mensen beleven erfgoed op steeds meer manieren. Naast het fysieke bezoek aan monumenten,
archeologische vindplaatsen en tentoonstellingen, groeit de digitale beleving via
platforms als TikTok, YouTube en Instagram. Digitale beleving sluit fysieke bezoeken
niet uit, maar kan er juist toe uitnodigen.
Erfgoedverhalen
De belangstelling voor verhalen vertellen (Storytelling) wint terrein. Verhalen maken
gebouwen, objecten en gebeurtenissen levendig en menselijk. Ze verbinden feiten met
emotie, activeren het geheugen en verhogen betrokkenheid. Verhalen worden gedeeld
via digitale platforms, mondeling en op papier. De uitdaging is om ze vindbaar, toegankelijk
en verbonden te houden.

2 Wettelijk kader
2.1 Voorgeschiedenis
De huidige taakverdeling tussen overheden op het gebied van gebouwd, groen en archeologisch erfgoed ontstond met de invoering van de Monumentenwet 1988. Deze wet is in 2016 vervangen door de Erfgoedwet, die regels bevat voor de bescherming van museale collecties en voor gebouwde, groene en archeologische monumenten. Gemeenten en provincies kunnen op basis van deze wet een eigen erfgoedverordening vaststellen. Voor archeologische opgravingen stelt de wet bovendien regels voor het certificeren van instellingen.
Waar de Erfgoedwet vooral gaat over bescherming van erfgoed, regelt de Omgevingswet
hoe gemeenten en andere overheden met erfgoed omgaan. Deze wet vervangt sinds 1 januari
2024 de regels die eerder in de Wabo en de Wet ruimtelijke ordening stonden.
Voor rijksmonumenten is de gemeente bevoegd gezag. Op grond van de Omgevingswet is
de dagelijkse uitvoering van het monumentenbeleid de verantwoordelijkheid van gemeenten,
die daarmee in staat worden gesteld het samenspel en de samenwerking met lokale (ook
particuliere) initiatieven vorm te geven
2.2 Verplichtingen Omgevingswet
De Omgevingswet legt gemeenten met rijksmonumenten de volgende verplichtingen op:
-
Instellen van een gemeentelijke adviescommissie, die minimaal adviseert over aanvragen voor een omgevingsvergunning voor rijksmonumentenactiviteiten. In deze commissie moeten deskundigen op het gebied van monumentenzorg zitten.
-
Optreden als bevoegd gezag voor vergunningverlening. Voor verbouwen, restaureren, aanpassen of slopen van een rijksmonument is meestal een “omgevingsvergunning voor de activiteit monument” nodig. Dit geldt ook voor gemeentelijke monumenten.
-
Toezicht en handhaving op de uitvoering van verleende vergunningen voor monumentenactiviteiten.
-
Toezicht op het voorkomen van beschadiging of vernieling van (voorbeschermde) rijksmonumenten. Dit geldt ook voor rijksmonumenten die eigendom zijn van de gemeente.
Door deze taken is de gemeente het primaire loket voor eigenaren van rijksmonumenten.
Om dit goed uit te voeren zijn kennis, kunde en voldoende capaciteit noodzakelijk.
2.3 Interbestuurlijk toezicht
Sinds 2012 houdt de provincie toezicht op gemeentelijke erfgoedtaken via de Wet revitalisering generiek toezicht. In Zeeland valt gebouwd erfgoed en archeologie onder het beleidskader Interbestuurlijk Toezicht 2023-2027.
De Provincie constateert bij de beoordeling over het toezicht jaar 2024 dat de gemeente voldoende heeft laten zien dat gebouwd erfgoed en archeologie beleidsmatig goed geborgd is. De beoordelingsscore is goed. Er is voldoende inzicht gegeven in de uitgegeven vergunningen en de activiteiten die zijn uitgevoerd om de archeologie te borgen. Bij een steekproef uit opgegeven onderzoeken zijn geen afwijkingen aangetroffen. De provincie realiseert zich dat het aantal archeologische voorwaarden aan vergunningen en activiteiten binnen de gemeente gering is, maar vraagt de gemeente desondanks meer aandacht te besteden aan toezicht en handhaving op dit domein. De Provincie constateert ten aanzien van gebouwd erfgoed dat de gemeente in 2024 nog niet over een volledig vastgesteld cultuurhistorisch beleid en een cultuurhistorische waardenkaart beschikt. Verschillende aspecten hiervan zijn wel verankerd in meerdere beleidsdocumenten in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Noord-Beveland met onder andere de voormalige bestemmingsplannen. De Provincie wijst erop dat de Cultuurhistorische kaart van Zeeland geen beleidskaart is. De Provincie constateert verder dat er door de gemeente wordt gewerkt aan een integraal beleidsprogramma erfgoed op basis van de Omgevingswet waarvan de vaststelling staat gepland voor januari 2026. Er is er actueel gemeentelijk VTH-beleid vastgesteld op 19 december 2023.
Ten slotte beschikt de gemeente conform de Omgevingswet over een Commissie Ruimtelijke
Kwaliteit waarmee door de Provincie goed wordt samengewerkt
2.4 Speelveld van de gemeente
De gemeente werkt binnen de monumentenzorg samen met verschillende partijen.

-
Eigenaren van beschermde monumenten: overleg over vergunningen, toezicht, handhaving en specifieke kennis;
-
Organisaties: uitwisseling van erfgoedkennis en samenwerking op lokaal, provinciaal en landelijk niveau, ook bij ander beleid;
-
Marktpartijen: contacten bij uitbesteden van werkzaamheden aan gemeentelijke monumenten of bij archeologische opgravingen;
-
Andere overheden: overleg met provincie, Rijk en waterschap over erfgoedtaken en andere beleidstaken.
2.5 Gemeentelijke organisatie
Voor kleinere gemeenten met een beperkt aantal rijksmonumenten vormen de wettelijke erfgoedtaken slechts een klein deel van het geheel aan gemeentelijke taken. Toch is specifieke kennis en capaciteit nodig om deze taken goed uit te voeren.
In kleine gemeenten is het belangrijk dat kennis niet afhankelijk is van één persoon. Bij de gemeente Noord-Beveland zijn beleid en uitvoering verdeeld over meerdere afdelingen en medewerkers. En daardoor minder kwetsbaar.
Het beschrijven van processen en het vastleggen van de manier van onderlinge afstemming draagt bij aan de kwaliteit van erfgoedzorg. Onderzocht zal worden of de ambitie om meer erfgoedtaken op te pakken binnen de huidige formatie opgepakt kan worden of dat uitbreiding van de formatie of inhuur van erfgoedkennis en capaciteit nodig is.
3 Relevante beleidskaders gemeente Noord-Beveland
Voor nieuwe erfgoedambities is inzicht in gemeentelijk beleid cruciaal. Beleidsdocumenten kunnen van invloed zijn op erfgoed. Nieuwe ambities vullen bestaande doelen aan of leiden tot aanpassing van beleid. Door bestaand beleid in kaart te brengen, worden raakvlakken en koppelkansen zichtbaar.
DNA Eindeloos Eiland Noord-Beveland (2011)
Het DNA van een gemeente wordt bepaald door geografie, historie, economie en talenten
van inwoners en ondernemers. Het DNA-boek van Noord-Beveland is gemaakt met input
van inwoners, ondernemers, ambtenaren en bestuurders. Het vormt de basis om de gemeente
te presenteren vanuit haar ware identiteit.
Alle dorpen kregen een (toeristische) identiteit en kernborden. De algemene identiteit
van “Peeland en Peelanders” kent de kenmerken: Eindeloos Eiland, Nuchter, Robuust,
Doorzetten, Actief, Gastvrij, Toerisme en Ondernemend.
Toekomstvisie 2030 (2019)
In 2019 is met de inwoners in een intensief participatietraject nagedacht over de
toekomstscenario’s voor Noord-Beveland. De uitkomst hiervan is beschreven in de Toekomstvisie
die door de raad is vastgesteld op 4 juli 2019. De kernkwaliteiten die Noord-Beveland
onderscheiden en bijzonder maken zijn:
1. Centraal eiland in de Delta.
2. Open landschap en natuur.
3. Bedrijvigheid in agrarische sector.
4. Bruisend toerisme.
5. Saamhorigheid in de kernen.
De kernambitie is dat Noord-Beveland bruist en leeft dankzij de gemengde bevolking,
de innovatieve en ondernemende bewoners, ondernemers en het toerisme, en dat tegelijkertijd
de rust, de natuur en het weidse landschap behouden worden. Noord-Beveland staat daarmee
richting 2030 voor de opgave om de balans te behouden tussen rust en ruimte en bedrijvigheid
en toerisme.
Eén van de onderliggende ambities is: het koesteren van open landschap, water en erfgoed.
Erfgoed is inspiratiebron. Het rijke verleden kan de leefbaarheid, woon- en werkomgeving
en toeristisch product versterken. Als acties noemt de visie: uitwerken van de Zeeuwse
erfgoedlijnen en erfgoed inzetten als toeristische trekpleister.
Omgevingsvisie Noord-Beveland 2030
Waar de Toekomstvisie ziet op de fysieke leefomgeving is dit door vertaald in de Omgevingsvisie
2030. De Omgevingsvisie 2030 kondigt een Programma Erfgoed aan. Belangrijke kaders
en waarden zijn:
-
Het landschapspatroon (de inpolderingsgeschiedenis, in het bijzonder de Oud Noord-Bevelandpolder);
-
Rijksmonumenten, waardevolle boerderijen en beschermd dorpsgezicht Colijnsplaat;
-
Omliggende wateren, het voormalige geulenstelsel en grote waterbouwkundige werken.
In de omgevingsvisie zijn historische maritieme objecten en elementen opgenomen. Ook
restanten van veldstellingen uit WOII worden genoemd.
De gemeente wil erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken. Beleid richt zich op behoud
via actiever beschermingsbeleid, benutting en herbestemming.
De noordkant van Noord-Beveland, waaronder de Oesterput (haventje), de inlagen en
Waterhoefje, krijgt voldoende bescherming vanuit natuur en landschap.
Raadspuntenprogramma 2022-2026
Erfgoed moet meer aandacht krijgen en vaker ingezet worden, mits passend in de omgeving.
Een actie is het opstellen van erfgoedbeleid.
Erfgoedverordening 2016
De gemeente heeft sinds 2016 een Erfgoedverordening met regels voor aanwijzing en
bescherming van gemeentelijke monumenten en stads- en dorpsgezichten.
Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Noord-Beveland
Op 23 november 2023 stelde de raad deze verordening vast. Deze trad in werking op
1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet.
De verordening regelt taken en samenstelling van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. Vereniging Dorp, Stad en Land zorgt voor de bemensing van de commissie. Het college vraagt advies aan de commissie over vergunningen en plannen rond rijks- en gemeentelijke monumenten
Nota welstandsbeleid 2013
De nota bevat criteria voor toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning.
Het eerste deel beschrijft het doel van de nota en de organisatie van de welstandszorg
(uitvoeringswijze, adviserende instantie). Vervolgens beschrijft de welstandsnota
algemene richtlijnen voor goede architectuur (algemene welstandscriteria). Het grondgebied
van de gemeente wordt vervolgens opgedeeld in verschillende welstandsniveaus: van
gebieden waar een extra zorgvuldige welstandsbeoordeling nodig is tot gebieden met
een “licht” welstandsregime.
Daarna volgen gebiedsbeschrijvingen (woongebieden, recreatieparken, linten, polderlandschap,
Voorstraat Colijnsplaat) met specifieke criteria.
Tot slot staan sneltoets-criteria (loketcriteria) vermeld.
Verordening subsidie Dorpsvernieuwing Noord-Beveland 2022
Eigenaren van woningen van vóór 1953 in de kernen Colijnsplaat, Geersdijk, Kamperland,
Kats, Kortgene en Wissenkerke kunnen subsidie krijgen voor het verbeteren van hun
woning (max. € 5.000 eens per vijf jaar).
Tot 2023 gold dit alleen voor Colijnsplaat en de Dorpsdijk in Wissenkerke. Sinds 2023
geldt het voor alle kernen. Doel: verbeteren van het straatbeeld.
Subsidiabele maatregelen zijn onder meer: vervanging goten, schilderwerk, dakbedekking,
stoepen en stoeppalen. Voor gevelstuc, schilderwerk en kozijnen gelden historische
kleuren. Het jaarlijkse budget is € 50.000. In 2025 is de uitvoering van de verordening
in de jaren 2023 en 2024 geëvalueerd: 100 aanvragen, 75 toegekend, totaal € 109.000
subsidie. De meeste aanvragen betroffen schilderwerk. De meeste aanvragen gaan over
bedragen tussen € 1.000 en € 2.000. Colijnsplaat had de meeste aanvragen.

Verordening subsidie renovatie schuren Colijnsplaat 2022
De gemeente subsidieert renovatie van schuren in het beschermd dorpsgezicht Colijnsplaat.
Doel: verbeteren van het straatbeeld.
Subsidiabele maatregelen zijn onder meer: vervanging goten, rabatdelen en dakpannen.
Maximaal € 2.500 per schuur, eens per vijf jaar. Tot nu toe zijn 50 schuren opgeknapt,
totaal € 179.866 subsidie.
Kerkenvisie
Op 26 april 2023 stelde de raad de Kerkenvisie vast. De aanbevelingen zijn gericht
op:
-
Duurzaam toekomstperspectief voor leegkomende kerken;
-
Aanwijzen van niet-beschermde kerken als monument;
-
Onderzoeken van neven- of herbestemming van leegkomende kerken;
-
Structureel contact met kerkeigenaren.
Samen met andere gemeenten, Erfgoed Zeeland en eigenaren wordt een uitvoeringsprogramma
opgesteld.
Beschermd dorpsgezicht Colijnsplaat
Mede vanwege het bijzondere, rechthoekige stratenplan is het oudste deel van Colijnsplaat,
een ringstraatdorp, in 1987 door het Rijk aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In
het omgevingsplan is deze zone als beschermd dorpsgezicht aangewezen. Dat betekent
dat de daarin gelegen gronden en panden ook bestemd zijn voor het behoud, het herstel
en de versterking van de cultuurhistorische waarden. En dat voor panden binnen het
beschermd dorpsgezicht aanvullende regels gelden voor zowel monumenten als niet-monumenten.
Terrassenbeleid Voorstraat Colijnsplaat
In 2017 stelde het college specifiek beleid vast voor de Voorstraat. Doel: kwaliteit
van de Voorstraat waarborgen en terrassen en privéstoepen goed reguleren.
Het beleid is opgesteld in overleg met bewoners, gebruikers en ondernemers. Het bevat
aanbevelingen voor terrassen en openbare ruimte.
Archeologiebeleid gemeente Noord-Beveland
De raad stelde dit beleid vast op 26 januari 2012. De gemeente legt vast hoe ze omgaat
met archeologie.
De zorg voor het bodemarchief moet praktisch en doelmatig zijn.
De gemeente bracht archeologische waarden en verwachtingen in kaart. Een beleidskaart
vormt het toetsings- en uitvoeringskader. Doel: balans tussen ontwikkeling en behoud
van bodemarchief.
Het beleid erkent de waarde van terreinen zoals kasteelterreinen, huisterpen, vliedbergen
en grachten uit grofweg de 11e tot de 18e eeuw). Via communicatie, informatie en handhaving
wil de gemeente (verdere) aantasting voorkomen. Het archeologiebeleid is verwerkt
in het omgevingsplan.
Uitvoering gebeurt samen met het Oosterschelde Archeologisch Samenwerkingsverband
OAS (samenwerking zes gemeenten + Erfgoed Zeeland). Het beleid wordt in 2025/2026
geëvalueerd.
Landschapsbeleidsplan Noord-Beveland (1998)
De doelen van het landschapsbeleidsplan zijn:
-
Richting geven aan ontwikkeling landschap buitengebied.
-
Sturing geven in beheer van dijken en natuur (bomen, vegetatie, fauna).
-
Nieuwe ontwikkelingen toetsen op landschappelijke gevolgen.
De visie beschrijft kwaliteiten en betekenis van landschap, natuur, landbouw en recreatie. Uit knelpunten volgen opgaven, wensbeelden en maatregelen voor tien jaar. Het plan fungeert als toetsingskader en richtinggevend document.
Bomenlijst en landelijk register monumentale bomen
De gemeenteraad heeft op 10 januari 2024 de Algemene plaatselijke verordening vastgesteld.
Hierin is ook een regeling openomen ter bescherming van beeldbepalende, monumentale
bomen. Er is een “Bomenlijst particulieren, bedrijven en overige instellingen in de
Gemeente Noord-Beveland met kapvergunningsplicht en beschermde status” opgesteld.
De gemeente heeft overwogen dat “Monumentale bomen en bomen met een beeldbepalende waarde een kostbaar bezit [zijn], niet alleen in de openbare ruimte maar ook op particuliere gronden. Ze zijn speciaal door hun hoge leeftijd, schoonheid of zeldzaamheid. Ze staan vaak op bijzondere plekken en zijn beeldbepalend in hun omgeving.” Om bijzondere bomen te behouden heeft de gemeente de bomen op particuliere gronden geïnventariseerd en een aantal daarvan geregistreerd (2009). De geregistreerde bomen zijn opgenomen in een bomenlijst. Voor die bomen geldt dat er een omgevingsvergunning nodig is voordat ze mogen worden gekapt, de bomen hebben daarmee een beschermde status. Gemeentelijke bomen ontbreken dus op deze lijst. De volgende bomen op erven in het buitengebied vallen onder de kapvergunningplicht: eiken, iepen, essen, esdoorns, kastanjes, noten, platanen, hoogstamappels en treurwilgen met een stamomtrek groter dan 40 cm. Ook voor het vellen van knotbomen moet altijd eerst een vergunning worden aangevraagd.
In het landelijk register van monumentale bomen, de zogeheten bomenkaart (www.monumentalebomen.nl,) presenteert de bomenstichting Nederlandse monumentale bomen. In dit register is ook een aantal gemeentelijke bomen opgenomen, onder meer de lindes in de Voorstraat te Colijnsplaat, treurbeuken bij de ingang van de begraafplaats van Wissenkerke en een treures op deze begraafplaats. Daarnaast zijn diverse bomen in particulier eigendom in het register opgenomen.
Cultuurnota Noord-Beveland 2022-2026
De gemeenteraad stelde deze nota vast op 20 oktober 2022. In de beschrijving van de
situatie in 2022 van de vele vormen van kunst en cultuur op Noord-Beveland (Kunst
en cultuur in beeld) is, naast vormen als beeldende kunst, muziek, theater en dans,
ook erfgoed opgenomen. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen onroerend erfgoed,
roerend erfgoed en immaterieel erfgoed. Vastgesteld wordt dat verschillende stichtingen
op Noord-Beveland zich bezighouden met behoud van erfgoed en de verhalen die hierachter
schuilgaan. Onderdeel van de ambitie “Zien, beleven en doen” is het zichtbaar en beleefbaar
maken van verhalen. Eén van de doelstellingen onder deze ambitie is: “We vertellen
over de bijzondere, mooie en indrukwekkende verhalen van Noord-Beveland”. De verhalen
over het DNA van Noord-Beveland” en waar we vandaan komen. De verhalen zijn zicht-
en beleefbaar”.
Om eenheid in de verhalen te creëren wordt aangesloten bij het project Zeeuwse Erfgoedlijnen, waardoor er binnen de regio een parelsnoer ontstaat van verhalen, met in elke gemeente eigen specificaties.
Onderdeel van het uitvoeringsproject “Digitale beleving van erfgoed” is de realisatie
van een Erfgoedportaal in de vorm van een website. Het streven is om in 2026 het erfgoedportaal
te lanceren. In het kader van “Kunst in de openbare ruimte op basis van de Zeeuwse
erfgoedlijnen” is in 2024 het kunstwerk de “Komma van Kortgene” opgeleverd. In maart
2026 is het kunstwerk “Aerpel” in Geersdijk gerealiseerd.
Visie duurzame recreatie en toerisme 2025-2035
De raad stelde deze visie vast op 20 februari 2025. Noord-Beveland wil een aantrekkelijke
en duurzame recreatieve bestemming blijven. De ambitie: balans tussen toerisme, leefomgeving
en erfgoed. Sterke punten zijn erfgoed, cultuur en landschap. Als zwak punt wordt
genoemd: onvoldoende routenetwerken. Kansen liggen bij buitenrecreatie en beleving.
Doelen in de visie die voor de ambities voor erfgoed belangrijk zijn:
-
Diversificatie van aanbod;
-
Nieuwe routes rond cultuurhistorie, kunst, agrarisch landschap en aquacultuur;
-
Aanbodontwikkeling (aquacultuur, kunst, historie, watersport, landschap);
-
Spreiding van toerisme;
-
Activiteiten die passen bij de gemeente.
Kunst en cultuur versterken de beleving van het landschap. Toerisme biedt kansen voor herbestemming van erfgoed en nieuwe culturele activiteiten. Er is een uitvoeringsprogramma vastgesteld.
Perspectief historisch archief Noord-Beveland
Op 27 februari 2024 stelde het college van burgemeester en wethouders het “Ontwikkelplan
Historie met toekomst” vast. Het Ontwikkelplan heeft als ondertitel “Perspectief voor
het historisch archief van Noord-Beveland”. Dat perspectief wordt geschetst in de
vorm van de volgende aanbevelingen:
-
Onderzoek wat de mogelijkheden en kosten zijn van het openbaar digitaal beschikbaar stellen van het bouwarchief.
-
Beschrijf de volledige taken en functie van de gemeentearchivaris en stel een advies op hoe deze functie in de toekomst wordt ingevuld.
-
Digitaliseer het oud archief per onderwerp en schrijf hiervoor een plan van aanpak met kostenraming.
-
Start met een rubriek Historisch Noord-Beveland op Facebook.
-
Vervolg het project met Beeldbank de Bevelanden.
-
Realiseer een lees- en studiezaal.
-
Onderzoek wat het realiseren van een filmzaal en ontmoetingsruimte kost, inclusief aanbod op het gebied historische verhalen met behulp van moderne technieken Hierbij wordt voorgesteld een meerjarenaanpak vast te stellen.
Als te onderzoeken locatie voor het historisch centrum (lees- en studiezaal, filmzaal en ontmoetingsruimte) stelde het college de Oude Pastorie aan de Oostvoorstraat 27 in Wissenkerke vast.
4 Het verhaal van Noord-Beveland
Het Noord-Beveland van de dag van vandaag is gevormd door een rijke geschiedenis. In dit hoofdstuk wordt kort geschetst welke ontwikkelingen en gebeurtenissen de geschiedenis van het voormalige eiland vormen. Ook wordt beschreven hoe deze geschiedenis nu nog als erfgoed in de gemeente zichtbaar is. Het belangrijkste thema is het leven met het water. Aan de ene kant vormt het water een bedreiging voor het eiland. Aan de andere kant biedt het water allerlei economische kansen. De meeste andere ontwikkelingen in de geschiedenis zijn een gevolg hiervan of hebben hier raakvlakken mee.
Noord-Beveland voor de Sint-Felixvloed en Allerheiligenvloed
De geschiedenis van Noord-Beveland valt ruwweg in tweeën te verdelen: de periode voor
de Sint Felixvloed (1530) en de Allerheiligenvloed (1532) en de periode erna. Door
deze twee overstromingen verdronk het eiland en stond het ruim zestig jaar onder water.
Daarna werd het land opnieuw ingericht en ingepolderd tot het Noord-Beveland dat we
nu kennen. Dat betekent niet dat er geen erfgoed is uit de periode voor deze overstromingen.
Wanneer de geschiedenis van Noord-Beveland begint, valt moeilijk te zeggen. In 1982 werd in Kortgene bij een boring het oudste stuk steen van Nederland gevonden, zo’n 420 miljoen jaar oud. Dit gesteente komt uit een tijd dat de continenten zich nog moesten vormen. Europa, laat staan Noord-Beveland, bestond toen nog niet eens. Toen de eerste mensen in Zeeland leefden, waren er nog geen eilanden. Dit was tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, 116 tot 12 duizend jaar geleden. Nederland was in die tijd een poolwoestijn, net als de Noordzee, die droog was. In de poolwoestijn leefden Neanderthalers, een soort mens die hier onder andere op mammoeten en neushoorns jaagde. Uit deze periode spoelen soms archeologische vondsten aan op de stranden van Noord-Beveland. Deze vondsten kunnen echter van ver uit de Noordzee komen, dus betekent het niet automatisch dat ze iets vertellen over de geschiedenis van Noord-Beveland.
In de bronstijd, ijzertijd en Romeinse tijd (12 voor Chr. tot ca. 270 na Chr.) was het gebied in ieder geval wel bewoond. Zeeland bestond in die periode uit een veenvlakte, gelegen achter een strandwal. Op de plaats van de huidige Oosterschelde liep een smallere voorloper van de Schelde. In de buurt van Colijnsplaat lag in de Romeinse tijd een havennederzetting, Ganuenta. Hier stond een tempel, gewijd aan de godin Nehalennia, die vereerd werd door zeevaarders. In de Oosterschelde zijn veel beelden en altaren van Nehalennia gevonden. Ook waren er in de ijzertijd en Romeinse tijd boeren actief op het veen. Bij Kats en Colijnsplaat zijn restanten van boerderijen gevonden. Aan het einde van de derde eeuw verdween de meeste bevolking, waarschijnlijk vanwege klimaatverandering. De zeespiegel steeg, waardoor de strandwal op veel plekken doorbrak en bewoning van het veengebied moeilijk werd. Er ontstond een getijdenlandschap, waar de zee in- en uitstroomde en zand en klei afzette.

Uiteindelijk zette de zee dermate veel klei af, dat de schorren in de achtste eeuw
zo hoog kwamen te liggen dat het mogelijk was er schapen te houden. In de eeuwen die
erop volgden werd het land ingepolderd en werden boerderijen, kloosters, kastelen
en dorpen gesticht. Het inpolderen gebeurde vooral op initiatief van abdijen, op Noord-Beveland
met name door de Gentse Sint-Baafsabdij, gewijd aan de heilige Bavo. Hier komt ook
de naam Beveland vandaan. Lang bestond het eiland uit twee delen. Het werd doormidden
gesneden door het Wijtvliet. De zee bleef wel een bedreiging vormen. Dit werd versterkt
doordat de bewoners van het eiland het veen uit de bodem weggroeven, waardoor de bodem
daalde. Overstromingen zorgden ervoor dat dorpen als Oud-Hamerstede, Dekenskapelle,
Offliet en Schoonboom verdwenen. De zee zorgde ook voor welvaart. Zo werd er vanuit
de smalstad Kortgene handelgedreven met Engeland.
Op 5 november 1530 vond een zware watersnood plaats in verschillende regio’s langs
de Noordzee, de Sint-Felixvloed. Hierbij overstroomde heel Noord-Beveland. Er werden
na de ramp herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de dijken, maar deze werden ongedaan
gemaakt door de Allerheiligenvloed op 2 november 1532. Het eiland werd verlaten en
de zee maakte er langzaam weer een schorrengebied van. Niet alle gebouwen verdwenen.
De torens van Wissenkerke en Kortgene bleven staan en vormden bakens voor de scheepvaart.
De toren van Kortgene bestaat nog steeds en is daarmee het oudste gebouw van Noord-Beveland.
Al snel werd het overstroomde eiland weer gebruikt als weidegrond voor schapen.
Herders legden bergjes aan, waar ze bij hoogwater naar toe konden vluchten met hun
schapen: stellen. De Kampelantse Stelle, waar de Hoge Hoeve op ligt, is daar als enige
nog van overgebleven.
Van het Noord-Beveland van voor de nieuwe inpolderingen is bovengronds weinig overgebleven. De toren van Kortgene is het enige bouwwerk. De Kampelantse Stelle, kreekrestanten zoals het Bokkegat en de Valkreek en mogelijk een dijkrelict bij de Altekleinpolder zijn overgebleven landschapselementen. Ondergronds is er echter veel meer overgebleven uit deze periode. Er zijn archeologische resten gevonden van Romeinse boerderijen, de Nehalenniaverering, middeleeuwse dorpen en kloosters. Daarnaast leeft de herinnering aan het oude Noord-Beveland voort in archiefstukken en museale objecten.
Het nieuwe Noord-Beveland
Noord-Beveland bleef zo’n zestig jaar een gebied van schorren en slikken, waar de
zee vrij spel had. In 1598 werd begonnen met het indijken van de eerste nieuwe polder,
de Oud-Noord-Bevelandpolder. In deze polder werden twee dorpen gesticht, Colijnsplaat
en Kats. Beide dorpen hebben een planmatige opzet, het zijn voorstraatdorpen. Haaks
op de dijk werd een lange straat aangelegd, een voorstraat, met daar achter achterstraten.
Aan het einde van de voorstraat werd een kerk gebouwd. Ook de indeling van de polder
was veel planmatiger dan in de middeleeuwen. De polder werd opgedeeld door lange,
kaarsrechte wegen. De stukken land ertussen werden weer opgedeeld in grote, rechthoekige
percelen. Hoewel alles strak was ingedeeld, waren de kronkelige restanten van kreken
nog wel goed zichtbaar in het landschap. In de drie eeuwen erna werd Noord-Beveland
stapsgewijs ingepolderd tot het eiland dat we nu kennen. Hier werden nog vier dorpen
gebouwd: Wissenkerke, Geersdijk, Kortgene en Kamperland. De jongste polder is de Spieringpolder
uit 1856.
De grote polders waren erg vruchtbaar. Er werden grote hoeveelheden landbouwproducten verbouwd, zoals aardappelen, suikerbieten (peeën), meekrap en vlas. Omdat Noord-Beveland een eiland was, waren haventjes onmisbaar voor het vervoer van landbouwproducten. Niet iedereen werd daar rijk van. De landbouwgrond was in handen van een relatief kleine groep rijke boeren. Zij woonden in grote boerderijen. De landarbeiders waren vaak arm en woonden in kleine arbeidershuisjes, ook in landarbeidersgehuchten als Plankendorp en Stroodorp. Dit leidde tot een samenleving waarin de verschillen tussen arm en rijk groot waren. Ook was er nog de rijke bestuurlijke klasse, zoals de familie Vader, bezitters van de buitenplaats Sorgwijck en een eigen grafveld op de begraafplaats van Wissenkerke.
De havens waren belangrijk voor de landbouw, maar natuurlijk ook voor het personenvervoer
en de visserij. Via veerdiensten stond het eiland in verbinding met Walcheren, Zuid-Beveland
en Schouwen. Deze werden overbodig door de aanleg van de Deltawerken en de Zeelandbrug.
Later keerden er weer veerdiensten terug, als recreatieve pontjes. De visserij profiteerde
in eerste instantie juist van de Deltawerken. Door de sluiting van het Veerse Gat
vertrok een deel van de Veerse en Arnemuidse vissersvloot naar Colijnsplaat, waar
een vissershaven en vismijn werden aangelegd. Deze visserij verdween later weer grotendeels,
maar hier kwamen wel innovatieve visbedrijven op land voor terug.
De zee bood kansen, maar ook bedreigingen. Aan de noord- en westkust van het eiland vonden vaak dijkdoorbraken en dus overstromingen plaats. Typerend hiervoor is het eiland Orisant, dat noordelijk van Colijnsplaat lag. Het werd in 1602 ingepolderd, maar verdween in 1639 definitief onder de golven. Om landverlies te voorkomen werden achter de dijken extra dijken gelegd, inlaagdijken. Het gebied ertussen, de inlaag, werd in de meeste gevallen gebruikt om grond af te graven, waarmee de dijk aangelegd werd. De inlagen bestaan daarom meestal uit natte natuurgebieden. Een latere vorm van kustverdediging zijn muraltmuurtjes, die op de dijk werden geplaatst. Ook werden coupures met vloedplanken toegepast, muren in dijkopeningen waartussen bij hoogwater balken konden worden geplaatst. De Noord-Bevelandse kennis van waterstaatkunde is ook internationaal bekend: De Colijnsplaatse ingenieur Johannis de Rijke was tussen 1873 en 1903 verantwoordelijk voor een groot aantal waterbouwkundige projecten in Japan.
De meest recente overstroming is de Watersnoodramp van 1 februari 1953. Door een combinatie van hoogwater en een zware noordwesterstorm braken op verschillende plekken in Zuidwest-Nederland de dijken door. Op Noord-Beveland gebeurde dat aan de zuidelijke kant van het eiland. In Kortgene vielen 49 slachtoffers door de overstroming. Colijnsplaat bleef wonderwel gespaard, doordat een groep mannen urenlang tegen de vloedplanken aanduwde en zo voorkwam dat deze doorbraken. Na het herstel van de dijken volgden jaren van grote veranderingen voor Noord-Beveland. Om nieuwe watersnoodrampen te voorkomen werden de Deltawerken aangelegd. In 1960 werd Noord-Beveland door de Zandkreekdam verbonden met Zuid-Beveland. Een jaar later volgde de Veerse Gatdam en ten slotte in 1986 de Oosterscheldekering. Ook werd in 1965 de Zeelandbrug geopend. Noord-Beveland was hierdoor geen eiland meer en was een stuk beter bereikbaar.
Dit betekende het einde van het geïsoleerde eiland. De betere bereikbaarheid zorgde
ervoor dat er meer toeristen naar Noord-Beveland kwamen. Boeren begonnen minicampings
en overbodige werkhavens werden jachthavens. Later werden ook grote vakantieparken
aangelegd. Ook het landschap veranderde na de ramp. Door herverkavelingen voor landbouwverbetering
werd het landschap nog uitgestrekter dan het al was. Ook was Noord-Beveland in 1955
de laatste regio van Zeeland die een waterleiding kreeg.
Noord-Beveland is, in vergelijking met andere delen van Zeeland, redelijk gespaard
gebleven tijdens oorlogen. Toen er in Midden-Zeeland werd gevochten in de Tachtigjarige
Oorlog stond het eiland nog onder water. In 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog,
werd Noord-Beveland zonder strijd door Duitsland bezet. Noord-Beveland werd een deel
van de Atlantikwall, een lange Duitse verdedigingslinie van bunkers langs de kust.
Aan de Onrustweg en in de duinen zijn nog bunkers te vinden uit deze periode. In de
vier jaar durende bezetting vielen in totaal 57 Noord-Bevelandse slachtoffers, de
meeste op andere plaatsen. Dit betreft bijvoorbeeld mensen die in concentratiekampen
omkwamen of militairen die elders op missie waren. Op het eiland zelf was een V1,
een langeafstandsbom, die op Kortgene viel de grootste ramp. Hierbij kwamen vijf mensen
om het leven. Na de bevrijding van Noord-Beveland in 1944 werd er nog doorgevochten,
want Schouwen-Duiveland was nog niet bevrijd. Het Duitse leger voerde beschietingen
uit op het bevrijde gebied, waarbij in Colijnsplaat nog drie slachtoffers vielen.
Er is nog heel veel erfgoed te vinden uit de periode van de herinpoldering van Noord-Beveland tot heden. De inpolderingsgeschiedenis is terug te zien in de ruime polders met kreekrestanten, voorstraatdorpen, grote boerderijen en kleine arbeidershuisjes op de dijken. Van het leven met het water op een geïsoleerd eiland resteren onder andere de haventjes, zoals het bietenhaventje van Geersdijk en de veerdam in Kamperland. De strijd tegen het water is ook goed zichtbaar in het landschap. Denk hierbij aan dijken met coupures, inlagen en nollen. De gevolgen van de Watersnoodramp van 1953 bepalen het Noord-Beveland van nu sterk. De Deltawerken en de Zeelandbrug zijn beeldbepalend voor het eiland, net als de ruilverkaveling en het toerisme. Naast de zichtbare gevolgen van de geschiedenis, leeft de geschiedenis ook voort in andere zaken. Zo herinneren monumenten aan gebeurtenissen, zijn er museumstukken die van Noord-Beveland afkomstig zijn en bevatten archieven informatie over de geschiedenis. Ook is er immaterieel erfgoed, zoals verhalen, streekdrachten en dialecten. In hoofdstuk 7.3 wordt hierop verder ingegaan.
5 Participatie
5.1 'Erfgoed is van en voor iedereen'
Participatie is een belangrijk element bij het opstellen van het erfgoedprogramma van Noord-Beveland. Erfgoed is een gedeeld bezit dat verbonden is met de identiteit, verhalen en waarden van de gemeenschap.
Het Verdrag van Faro, het internationale verdrag dat de rol van erfgoed in de samenleving
benadrukt, benoemt het belang van inclusieve betrokkenheid. Dit verdrag erkent dat
erfgoed niet alleen draait om bescherming, maar ook om de sociale en culturele betekenis
die mensen eraan toekennen.
5.2 Het participatieplan
Voorafgaand aan het participatietraject is er een dynamisch participatie- en communicatieplan opgesteld. Het plan geeft richting en zorgt ervoor dat belanghebbenden bij het programma in kaart zijn gebracht. Op deze manier is geborgd dat deze belanghebbenden tijdig en op een gestructureerde manier worden betrokken bij het proces. Daarmee wordt de kwaliteit van het programma versterkt en verbeterd door ruimte te bieden aan verschillende perspectieven en belangen. Het volledige communicatie- en participatieplan is te raadplegen in de bijlage.
Doel
Het Verdrag van Faro stelt de mens en de samenleving centraal, evenals hun relatie
met erfgoed. Dit principe vormt de basis voor een participatieve aanpak bij het opstellen
van het Programma Erfgoed. De doelstelling van de gemeente Noord-Beveland is om in
nauwe samenwerking met een diverse groep belanghebbenden tot een breed gedragen en
uitvoerbaar programma te komen. Waarbij de focus ligt op het benutten van de kennis
van (lokale) experts en de inzichten van inwonerss.
Faro/OPEN-Steunpunten
Het Verdrag van Faro, het internationale verdrag dat de rol van erfgoed in de samenleving
benadrukt, benoemt het belang van inclusieve betrokkenheid. Dit verdrag erkent dat
erfgoed niet alleen draait om bescherming, maar ook om de sociale en culturele betekenis
die mensen eraan toekennen.
Met gebruikmaking van een subsidie voor de Faro-pilot “participatie OPEN en Steunpunten”
zal binnen het opstellen van het Programma Erfgoed onderzocht worden hoe de verbinding
tussen gemeenten en hun erfgoedvrijwilligers kan worden versterkt. Het dynamisch participatie-en
communicatieplan gaf in het traject ruimte om te worden aangevuld met specifieke onderdelen
in het kader van de Faro-pilot. Gedurende het participatietraject bleek dat dit al
in grote mate voldoet aan de uitgangspunten van het Verdrag van Faro. Er was geen
aanleiding om het traject aan te vullen. De Faro-pilot, die in drie provincies wordt
uitgevoerd en nog volop in ontwikkeling is, kan interessante inzichten opleveren voor
de uitvoering van dit Programma Erfgoed zoals het betrekken van inwoners en organisaties
bij de uitvoering van verschillende acties. Daarmee kunnen kennis, kunde en capaciteit
door de samenleving worden ingezet en kan de betrokkenheid bij erfgoed worden vergroot.
Betrokkenen
Een analyse van de te betrekken partijen heeft geleid tot een indrukwekkende lijst.
Deze lijst is opgenomen in het participatie- en communicatieplan. De te betrekken
partijen zijn in vijf groepen op te delen:
-
Experts;
-
Eigenaren van rijksmonumenten;
-
Publiek (inwoners, dorpsraden, ondernemers);
-
Overheden;
-
Interne organisatie.
De mate van invloed en inzet van passende werkvormen en communicatiemiddelen zijn afgestemd op deze indeling.
Communicatiemiddelen
Om de inwoners en bezoekers effectief te bereiken en te betrekken bij de totstandkoming
van het Programma Erfgoed, zijn diverse communicatiemiddelen en kanalen ingezet. Hierbij
is gebruik gemaakt van de gemeentelijke communicatiekanalen om transparantie en betrokkenheid
te waarborgen. De communicatieaanpak is integraal opgenomen in het participatieplan
en sluit nauw aan bij de participatiestrategie. Mee-weten is namelijk een basisvereiste
om betrokken te zijn en om mee te kunnen doen. Om doelgroepen zo breed mogelijk te
informeren is gekozen voor gebruik van een mix van offline en online communicatiemiddelen.
Alle betrokken partijen zijn doorlopend in het proces geïnformeerd via de projectenpagina
op de gemeentelijke website en het participatieplatform Denk Mee Noord-Beveland. Verdere
middelen die zijn ingezet zijn: gemeentelijke publicaties in Het Gele krantje, ideeënbussen
in dorpshuizen, sociale media van de gemeente en Erfgoed Zeeland, drukwerk, kwartaalblad
de Peelander en een media-aftrap
Werkvormen
Er is voor een hybride participatieaanpak gekozen. Een combinatie van offline en online
werkvormen is ingezet om inbreng te verkrijgen vanuit de vijf groepen van betrokkenen.
Door de hybride aanpak is een breed bereik verkregen. Naast de basis informatieverstrekking
is per groep een participatiewerkvorm ingezet passend bij de groep, de participatievraag
en de mate van invloed en betrokkenheid. Hierbij valt te denken aan de diverse brainstormsessies
met de verschillende groepen, de zoektocht naar het verhaal van
Noord-Beveland via Denk Mee, gesprek met de Provincie, de themasessie voor de gemeenteraad
en het vragen van een reactie op het conceptprogramma. Deze middelen zijn uitvoerig
beschreven in het participatie- en communicatieplan. In de gedachte van Faro, zal
ook in de uitvoering van het programma passende participatie worden voorzien
Participatievragen
De volgende vragen zijn gesteld om gericht advies en inbreng te verkrijgen.
Inwoners, dorpsraden, ondernemers, experts:
-
Wat is het verhaal/de identiteit/het erfgoed van Noord-Beveland?
-
Welk(e) erfgoed(locaties) spreekt/spreken aan en hoe kunnen die beter benut worden?
-
Welk(e) erfgoed/monumenten wordt/worden bedreigd en wat zijn mogelijke oplossingen daarvoor?
-
Welke onderwerpen vindt u het belangrijkst?
-
Welke kansen ziet u? Hoe kunnen we het verhaal van Noord-Beveland beter vertellen?
-
Welke rollen kan de gemeente vervullen en wat kunt u zelf betekenen?
Monumenteneigenaren:
-
Ervaringen informatieverstrekking, vergunningen, subsidies, onderhoud, toezicht en handhaving, relatie gemeente, kansen en bedreigingen, verbeteringen.
Interne organisatie:
5.3 Resultaten van de participatie
Het participatietraject heeft veel opgebracht. Er is een opdeling gemaakt van deze opbrengsten, waarbij een splitsing is gemaakt tussen materieel en immaterieel erfgoed. En een overzicht van de kansen en bedreigingen en de mogelijke rol voor de gemeente die er wordt gesignaleerd.
De volgende afbeeldingen geven een weergave van de opbrengst van participatie gesplitst
per groep.








Vanuit deze opbrengst werden overkoepelende thema’s herkend voor het programma Erfgoed:
-
Het versterken van de keten;
-
Zorgvuldig omgaan met en vitaal houden van erfgoed;
-
Immaterieel erfgoed;
-
Digitaal erfgoed.
Binnen deze vier thema's is de opbrengst van de participatie in verschillende acties en in het uitvoeringsprogramma uitgewerkt.

6 Sterkte-zwakteanalyse
6.1 Inleiding
Voor het opstellen van een sterkte-zwakteanalyse is gebruik gemaakt van het beproefde SWOT-model, waarbij Sterke punten (Strenghts), Zwakke punten (Weaknesses), Kansen (Opportunities) en Bedreigingen (Threaths) in een schema tot uiting worden gebracht. Dit schema is hierna ingevuld, waarna per onderdeel een toelichting wordt gegeven.
6.2 Schema sterkte-zwakteanalyse
6.3 Toelichting sterke punten
Een motie uit 2022 en het Raadspuntenprogramma 2022-2026 tonen politiek draagvlak
voor erfgoedbeleid. De wethouder en ambtenaren hebben regelmatig contact met erfgoedeigenaren
en betrokkenen bij erfgoed. Hier speelt het voordeel van een kleine(re) gemeente:
veel betrokkenen kennen elkaar en zijn redelijk eenvoudig aanspreekbaar.
De gemeente stelde voor het Programma Erfgoed een Participatieplan Programma Erfgoed
2025 op. Aan de hand van dit plan is de participatie van inwoners, dorpsraden en vrijwilligers
maximaal ingezet. In de Omgevingsvisie 2030, vastgesteld in 2019, is cultuurhistorie
ondergebracht in een thema met natuur en landschap. Het benutten van erfgoed is hierin
een belangrijk uitgangspunt. De plannen voor het ontwikkelen van een Historisch Centrum
in Wissenkerke sluiten goed aan op het Programma Erfgoed. Dit centrum kan daarin in
de nabije toekomst een belangrijke rol vervullen. Het evalueren en actueel houden
van het archeologiebeleid sluit ook goed aan op het Programma Erfgoed.
6.4 Toelichting zwakke punten
De gemeente heeft nog geen integraal erfgoedbeleid. De focus ligt daardoor op wettelijke taken uit de Omgevingswet.
Mede door het beperkte aantal rijksmonumenten is de noodzaak van specialistische kennis
niet groot en daardoor beperkt van omvang. De Erfgoedverordening 2016 biedt de gemeente
de mogelijkheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen. De gemeente heeft van deze
mogelijkheid tot op heden geen gebruik gemaakt. Van de mogelijkheid voor inwoners,
dorpsraden en (erfgoed)vrijwilligers om mee te denken over het te ontwikkelen erfgoedbeleid
is beperkt gebruik gemaakt.
Overigens is bij deze participatiebijeenkomsten wel veel informatie opgehaald, die
is gebruikt bij het opstellen van het Programma Erfgoed. De gemeente Noord-Beveland
heeft binnen haar gemeentegrens geen museum. Wel draagt de gemeente bij aan het Historisch
Museum de Bevelanden. Richtlijnen voor PV-systemen op monumenten en binnen het beschermd
dorpsgezicht ontbreken.
6.5 Toelichting kansen
Tijdens de participatiebijeenkomsten bleek dat er bij inwoners en (erfgoed-)organisaties veel kennis is over het erfgoed op Noord-Beveland. Er ligt hier een kans om deze erfgoedkennis te benutten, zodat de gemeente haar eigen kennis hiermee kan aanvullen. Erfgoed beleefbaar en zichtbaar maken kan op vele manieren. Door actiever in te zetten op deelname aan erfgoedevenementen, erfgoedroutes en een erfgoedinvulling van het Historisch Centrum kunnen inwoners en bezoekers van het erfgoed genieten. Met behulp van een goede inventarisatie kunnen gemeentelijke monumenten aangewezen en beschermd worden. Eigenaren zullen moeten worden overtuigd van het nut van een dergelijke aanwijzing en tegenover het “opleggen van beperkingen” zullen compenserende maatregelen in het vooruitzicht moeten worden gesteld. Bijvoorbeeld gratis kennis, financiële ondersteuning en informatiebijeenkomsten. De gemeente heeft een goed voorzieningenniveau met relatief veel erfgoed in eigen bezit. Door een zorgvuldige analyse van dit vastgoed en een toekomstverkenning kan onrendabel erfgoed zoals kerken, boerderijen en molens worden ingebracht als alternatief voor nieuw- of verbouw van (maatschappelijke of zelfs commerciële) voorzieningen.
6.6 Toelichting bedreigingen
Een grote bedreiging voor het erfgoed is een onrendabele functie voor gebouwen als kerken, boerderijen en molens. Het is belangrijk om dit onrendabele erfgoed in kaart te brengen en onderzoek te doen naar de toekomstbestendigheid hiervan. Een landelijke subsidieregeling voor haalbaarheidsonderzoeken is door de gemeente en eigenaren tot op heden niet benut.
Bodemdaling en klimaatverandering vormen een bedreiging voor erfgoed. Denk aan funderingsschade
en waterschade. Dit is een wereldwijd vraagstuk dat in Nederland de aandacht van het
Rijk heeft. Als er geen passende acties voor overdracht en beleving van verhalen en
tradities worden ontworpen, is de kans groot dat verhalen en tradities verloren gaan.
Ook op het gebied van erfgoed zijn vrijwilligers onmisbaar maar moeilijk te vinden.
7 Ambities in thema's en acties
Thema's en acties
Noord-Beveland is een kleine monumentengemeente. Dit betekent minder dan 100 rijksmonumenten en een beperkt aantal beschermde stads- of dorpsgezichten. De gemeente telt 45 rijksmonumenten en één beschermd dorpsgezicht: het centrum van Colijnsplaat.
De gemeente bezit zes rijksmonumenten:
-
De kerktorens van Colijnsplaat, Kats en Kortgene
-
De Oude Molen in Colijnsplaat;
-
De waterpomp in Wissenkerke;
-
De veersteiger in Kamperland (recht van opstal, ondergrond eigendom Rijk).
De ambities gaan verder dan de wettelijke instandhouding van rijksmonumenten. Ook andere objecten, gebieden, landschapselementen verdienen bescherming. Tradities en gebruiken zijn het waard om beleefd en overgedragen te worden. Daarmee geeft de gemeente invulling aan haar niet-verplichte erfgoedtaken: “wat kan”.
De ambities zijn uitgewerkt in vier thema’s:
-
Het versterken van de keten;
-
Zorgvuldig omgaan met en vitaal houden van erfgoed;
-
Immaterieel erfgoed;
-
Digitaal erfgoed.
Aan elk thema zijn acties gekoppeld. Deze acties zijn gebaseerd op:
-
Inbreng van inwoners, dorpsraden en erfgoedorganisaties.
-
Wettelijke verplichtingen;
-
Trends en ontwikkelingen;
-
Relevante beleidskaders van de gemeente;
-
Kansen en bedreigingen.
De acties worden in de volgende hoofdstukken toegelicht.
7.1 Thema 1: Het versterken van de keten
7.1.1 Instandhouding beschermde monumenten - vergunningverlening, toezicht en handhaving
De instandhouding van rijksmonumenten is een wettelijke taak. De gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook het toezicht op en de handhaving van de instandhoudingsplicht van eigenaren van rijksmonumenten behoort tot de verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente heeft voor de in haar bezit zijnde rijksmonumenten een voorbeeldfunctie. Het verankeren van de taken en verantwoordelijkheden door het beschrijven en vaststellen van de werkprocessen is hierbij belangrijk, zeker als er door een beperkt aantal beschermde monumenten en gezichten geen sprake is van regelmatig terugkerende werkzaamheden. Het terug kunnen vallen op vastgestelde werkprocessen betekent dat in deze processen geen onderdelen van het proces worden vergeten en dat er een voorziening is getroffen voor het geval de reguliere vergunningverlener niet beschikbaar is (door ziekte, verlof, etc.).
Voor het uitvoeren van deze wettelijke taken is in principe voldoende kennis, kunde en capaciteit noodzakelijk. Voor kleinere monumentengemeenten is daarbij samenwerking met andere gemeenten of specialistische inhuur een mogelijkheid om voldoende kwaliteit in het proces in te kunnen zetten.
Acties:
1. Neem erfgoedtaken op in het organisatiemodel.
2. Onderzoek hoe je de noodzakelijke, nu aanwezige kennis, kunde en capaciteit structureel
borgt en zet een netwerk op voor aanvullende expertise.
3. Neem de activiteit “monumenten” op in de procesbeschrijving voor vergunningverlening,
toezicht en handhaving.
4. Leg het proces vast voor toezicht en handhaving op de instandhoudingsplicht van
rijksmonumenten. Hiermee wordt de kwaliteit van dit proces geborgd.
5. Richt een fysiek én digitaal loket in voor monumenteneigenaren en inwoners. Koppel
dit loket aan de loketfunctie van het Historisch Centrum.
7.1.2 Informatie(bijeenkomsten) voor monumenteneigenaren
Eigenaren van rijksmonumenten willen regelmatig contact met de gemeente. Zij hechten waarde aan bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen en waarderen onderling contact met andere eigenaren. Mogelijke onderwerpen zijn de reikwijdte en de omvang van de monumentenbescherming en de verduurzaming van het monument.
7.1.3 Restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan rijksmonumenten in gemeentelijk bezit
Eigenaren van rijksmonumenten hebben een instandhoudingsplicht. De gemeente houdt hierop toezicht en geeft zelf het goede voorbeeld. Dit kan door restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan rijksmonumenten in gemeentelijk bezit uit te voeren volgens de richtlijnen van Stichting ERM. Erkende restauratiebedrijven zijn verplicht deze richtlijnen te gebruiken.
7.1.4 Raakvlakken met andere beleidsvelden
Erfgoedbeleid hangt samen met omgevingsbeleid. Een belangrijk instrument is het gemeentelijk omgevingsplan, dat uiterlijk in 2031 moet worden vastgesteld. Tot die tijd geldt het tijdelijke omgevingsplan, bestaande uit bestemmingsplannen, verordeningen en de Bruidsschat (rijksregels).
In het nieuwe omgevingsplan komen regels over de fysieke leefomgeving, inclusief erfgoed
en cultureel erfgoed en werelderfgoed. Van werelderfgoed is in de gemeente Noord-Beveland
overigens geen sprake.
In de huidige bestemmingsplannen zijn beschermingsregels opgenomen voor archeologische
waarden, Colijnsplaat (beschermd dorpsgezicht), molens en molenbiotopen, landschappen
en waardevolle dijken.
De gemeente werkt aan de omzetting van het tijdelijke naar het nieuwe omgevingsplan.
Daarbij voert zij ook rijks- en provinciale instructieregels op het gebied van erfgoed
door en stelt zij maatwerkregels voor rijksmonumenten en hun omgeving vast. Ook welstand
wordt geïntegreerd.
De gemeente heeft een verordening vastgesteld voor de instelling van en advisering door de gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Hiermee voldoet zij aan de Omgevingswet.
7.2 Thema 2: Zorgvuldig omgaan met en vitaal houden van erfgoed
7.2.1 Inventariseren en aanwijzen gemeentelijke monumenten en gemeentelijke dorpsgezichten
Erfgoed vertelt het verhaal van Noord-Beveland. Dat verhaal gaat verder dan rijksmonumenten. Om ook dat erfgoed, en daarmee de identiteit van de gemeente Noord-Beveland, te behouden voor de toekomst is het wenselijk een inventariserend onderzoek te doen naar gebouwen en bouwkundige elementen uit de periode van de jongere bouwkunst (1850-1940), de wederopbouwperiode (1940-1965) en de post ‘65-periode (1965-1990). Niet uitgesloten moet worden dat ook ‘parels uit het verleden’ van voor 1850 boven komen drijven, omdat zij geen rijksmonument zijn.
De gemeente Noord-Beveland kent 45 beschermde rijksmonumenten. Op basis daarvan lijkt
een aantal van 20 tot 25 gemeentelijke monumenten een goede aanvulling te zijn. Dit
kunnen woonhuizen zijn, maar ook kerkelijke gebouwen, boerderijen, schuren, haventjes
en andere cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren. Een inventarisatie
van ca. 100 objecten, met zorgvuldig opgestelde criteria, is een goede basis om tot
een selectie over te gaan. Bij deze inventarisatie is inbreng van alle betrokkenen
van groot belang.
De inventarisatie kan ook aantonen dat (delen van) dorpskernen of landschapsstructuren
bescherming verdienen als gemeentelijk gezicht. De verordening biedt hiervoor ruimte.
De Heemkundige Kring De Bevelanden heeft aangeboden te helpen bij het inventariseren
van gebouwen en objecten in Noord-Beveland.
Acties:
9. Inventariseer waardevolle bouwkundige objecten en structuren met een focus op de
periode 1850–1990.
10. Stel selectiecriteria op om van een inventarisatie over te gaan naar een selectie.
11. Bepaal de lijst en wijs gemeentelijke monumenten aan. Bescherm waar nodig ook
dorpskernen of landschapsstructuren.
12. Stel compenserende maatregelen vast die de beperking van het eigenaarschap als
gevolg van de aanwijzing van het gemeentelijk monument compenseren.
13. Leg regels vast in het omgevingsplan voor gemeentelijke monumenten en gezichten
(artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving).
7.2.2 Benoemen landschappelijk waardevolle gebieden en elementen
Noord-Beveland bezit naast gebouwen ook waardevol landschappelijk erfgoed. Voorbeelden
zijn inlagen, oude polders, dijken, muraltmuren, bomen en coupures. De Omgevingsverordening
Zeeland verplicht opname van een deel daarvan in het omgevingsplan (artikel 5.45).
Daarnaast kan de gemeente zelf waardevolle gebieden, dorpsgezichten, structuren en
elementen aanwijzen.
Sommige onderdelen zijn al beschermd in bestemmingsplannen, andere nog niet. Monumentale
bomen staan op de Bomenlijst, maar deze lijst is verouderd (2009) en moet worden vernieuwd.
Hetzelfde geldt voor het Landschapsbeleidsplan uit 1998. Ook funerair erfgoed (begraafplaatsen)
vraagt om inventarisatie van waardevolle elementen zoals grafstenen, borden en groenaanleg.
Acties:
14. Neem de gebieden, structuren en elementen uit de Omgevingsverordening Zeeland
op in het omgevingsplan.
15. Actualiseer de Bomenlijst en neem beschermde bomen op in het omgevingsplan.
16. Inventariseer, selecteer en leg overig landschappelijk en aardkundig erfgoed vast
in het omgevingsplan.
17. Actualiseer het Landschapsbeleidsplan Noord-Beveland.
18. Breng funerair erfgoed, zoals grafstenen, -borden en groenaanleg, in kaart.
7.2.3 Erfgoed meewegen in ruimtelijke procedures/borging in omgevingsbeleid en uitvoering
De Omgevingswet verandert de omgang met erfgoed. Gemeenten moeten uiterlijk 1 januari 2032 alle bestemmingsplannen opnemen in één omgevingsplan. Erfgoedbescherming via verordeningen vervalt; alle beschermde objecten en gebieden moeten in het omgevingsplan staan met duidelijke regels. Ook moeten nu regels gesteld worden die de aantasting van de omgeving van beschermde monumenten voorkomen, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Daarnaast is participatie een belangrijke pijler van de Omgevingswet. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan betrekt de gemeente belanghebbenden vroegtijdig. Bij vergunningaanvragen ligt het initiatief voor participatie bij de aanvrager.
Acties:
19. Neem alle categorieën beschermd erfgoed (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten,
gezichten, omgevingen van monumenten, monumentale bomen, gebieden, landschapselementen
en structuren) met beschermende regels op in het omgevingsplan (artikel 5.130 Besluit
kwaliteit leefomgeving).
20. Neem, na evaluatie van het archeologiebeleid, gewijzigde archeologische verwachtingskaarten
en bijbehorende regels voor archeologisch onderzoek op in het omgevingsplan.
7.2.4 Onderzoeken toekomstperspectief onrendabel beschermd of beeldbepalend erfgoed
Veel erfgoed verloor de oorspronkelijke rendabele functie. Denk aan kerken, torens,
molens, boerderijen, industriële gebouwen en haventjes. Voor behoud zijn vaak nieuwe
functies nodig. De Kerkenvisie Noord-Beveland bracht al kerkgebouwen in kaart die
al herbestemd zijn of dat binnenkort moeten worden.
De gemeente onderzoekt ook andere categorieën gebouwen op toekomstbestendigheid. Hiervoor
is subsidie beschikbaar via de “Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten”.
Deze regeling geldt ook voor niet-rijksmonumenten en voor verduurzamingsonderzoeken.
Daarnaast bekijkt de gemeente haar eigen vastgoed en ontwikkelt per object een toekomstperspectief. Voorbeelden van nieuwe functies zijn kinderopvang in een boerderij of vrijetijdsvoorzieningen bij een molen. Maatwerk en professioneel onderzoek zijn daarbij onmisbaar.
Acties:
21. Ondersteun onderzoek de toekomstbestendigheid van beschermd of beeldbepalend erfgoed.
22. Analyseer gemeentelijk vastgoed en ontwikkel per object een toekomstperspectief
en een passend beheerplan.
23. Stimuleer professioneel onderzoek en vraag subsidies aan voor het toekomstperspectief
(en eventueel verduurzaming) van bedreigd erfgoed.
7.2.5 Raakvlakken met andere beleidsvelden
De gemeente actualiseert het archeologiebeleid. Uiterlijk 1 januari 2032 moeten (nieuwe) archeologische verwachtingskaarten en regels in het omgevingsplan zijn opgenomen.
Met het project Beach Archaeology (strandarcheologie) wil de gemeente samen met Erfgoed Zeeland, inwoners, toeristen, erfgoedorganisaties en andere deelnemers de bestaande collecties strandvondsten gaan inventariseren en bestuderen. Ook wordt gezocht naar manieren om de vondsten die ook nu nog steeds aanspoelen te verzamelen en te documenteren. Doel is om meer informatie te verkrijgen over hoe het landschap er in de Romeinse tijd uitzag.
Ook het omgaan met monumenten en varend erfgoed raken beleidsterreinen als Recreatie
& Toerisme en het Huisvestingsbeleid.
Het Klimaatprogramma 2022-2030 en de Subsidieregeling duurzaam bouwen 2019 stimuleren
de aanleg van zonnepanelen (PV-systemen). Deze regelingen bevatten geen richtlijnen
voor zonnepanelen (PV-systemen) op rijksmonumenten en panden in het beschermde dorpsgezicht.
Acties:
24. Onderzoek of een vrij toegankelijke “archeohotspot” gerealiseerd kan worden, waarbij
het onderzoek in het kader van Beach Archeology en ander archeologisch onderzoek voortgezet
kan worden en ondersteun dit door lezingen, workshops met experts en wetenschappelijk
onderzoek.
25. Stel richtlijnen vast voor PV-systemen op rijksmonumenten en in het beschermde
dorpsgezicht.
7.3 Thema 3: Immaterieel erfgoed
7.3.1 Wat is immaterieel erfgoed?
Tradities, gebruiken, verhalen, rituelen, ambachten en festiviteiten zijn voorbeelden van immaterieel erfgoed. Immaterieel erfgoed is minder tastbaar, maar speelt een belangrijke rol in de samenleving. Mensen ontlenen er een gevoel van identiteit en verbondenheid aan. Het brengt gemeenschappen samen en versterkt sociale banden.
Immaterieel erfgoed heeft een levend en dynamisch karakter. Het wordt van generatie op generatie doorgegeven, maar kan steeds aangepast worden aan de tijd. Daarom wordt het ook wel “levend erfgoed” genoemd.
7.3.2 Immaterieel erfgoed: opbrengst participatie en de Cultuurnota 2022-2026 over immaterieel erfgoed
We zien veel overlap in de vormen van immaterieel erfgoed die zijn ingebracht tijdens de participatiebijeenkomsten en het immaterieel erfgoed dat in de Cultuurnota is opgenomen.
-
Festiviteiten, rituelen en sociale praktijken;
-
Landbouwgeschiedenis en traditioneel vakmanschap;
-
Leven met en strijd tegen het water;
-
Verhalen vertellen, spreken en zingen;
-
Dialecten en identiteit;
-
Culinaire tradities;
-
Onderwijs en overdracht.
Een aantal maatregelen uit de Cultuurnota:Verhalen zichtbaar maken in de openbare ruimte, gekoppeld aan de Zeeuwse Erfgoedlijnen.
-
Kunst in de openbare ruimte, met link naar erfgoed en identiteit.
-
Ontwikkeling van digitale middelen om verhalen en geschiedenis te beleven.
Aanvullend op wat er al gedaan wordt op het gebied van immaterieel erfgoed, zet de gemeente de komende jaren (verder) in op de volgende onderdelen van het immaterieel erfgoed van Noord-Beveland:
7.3.3 De kracht van verhalen voor Noord-Beveland/ Verhalen verbinden
In Noord-Beveland zijn landschap, mensen en geschiedenis sterk verbonden. In elke
‘suukerpee’, dijk en elk dorpsfeest schuilen verhalen. Het vastleggen en delen van
deze verhalen gaat verder dan erfgoedbeheer. Het houdt identiteit en verbondenheid
levend, nu en in de toekomst.
Verhalen geven kleur aan geschiedenis en tradities. Ze maken gebruiken tastbaar en
toegankelijk voor jongeren, nieuwkomers en bezoekers. Voorbeelden zijn de jaarlijkse
bietentocht, de rol van water in het dagelijks leven en het sociale ritme van het
platteland. Verteld in woord, beeld en geluid vormen deze verhalen een krachtig middel
om trots en betrokkenheid te versterken.
Voor de gemeente Noord-Beveland betekent dit:
-
Lokale herinneringen en rituelen bundelen in een levend archief.
-
Storytelling inzetten als historische bron voor educatie, toerisme en gemeenschapsprojecten.
-
Generaties verbinden door verhalen van ouderen te combineren met de blik van jongeren.
-
Tradities en plekken digitaal toegankelijk maken via sociale media, QR-codes, podcasts of interactieve tentoonstellingen.
Verhalen vormen het hart van de cultuur. Door ze te verzamelen en te delen, groeit het verhaal van Noord-Beveland met elke stem, herinnering en elk moment.
Actie:
26. Gebruik Oral History als historische bron en werk voor methodieken en technieken samen met “Knooppunt Sprekende Geschiedenis” om verhalen te ontsluiten.
Verhalen verbinden
In 2023 werkte de regio De Bevelanden de Zeeuwse erfgoedlijnen verder uit binnen de
actielijn “Beleving op de Bevelanden”. Deze verhaallijnen sluiten aan bij de bredere
verhalen van het Geopark Schelde Delta en vormen een regionale verdieping op basis
van het unieke karakter van de vijf Bevelandse gemeenten. De zes verhaallijnen zijn: Schorren,
slikken en polders, Strijd tegen het water, Zwarte schuren en stoere paarden, Heren
en kerken, Sterk Beveland en Zilt en zoet.
De verhaallijnen brengen structuur in de vele verhalen van de regio. Ze zorgen voor
focus, samenhang en concrete handvatten om erfgoed en landschap te vermarkten. Op
lokaal niveau kunnen ze worden ingevuld met plaatselijke verhalen, producten en arrangementen.
Zo worden zowel inwoners als bezoekers gestimuleerd om ook minder bekende plekken
in het achterland te ontdekken.
Elke verhaallijn voert langs locaties die het thema tot leven brengen. Dat kunnen
musea zijn – laagdrempelige ‘instappunten’ met een informatie- en verwijsfunctie –
maar ook erfgoedlocaties en ondernemers, zoals het landbouwhaventje bij Kats of Boerderij
Land- en Zeezicht in Kamperland. De verhaallijnen fungeren als kapstokken waaraan
activiteiten, (muzikale) evenementen en bezienswaardigheden kunnen worden opgehangen.
Momenteel wordt, in het kader van de Interreg-subsidie “(Be)Leefbare Schelde”, een
toolkit voor ondernemers ontwikkeld rond de verhaallijn “Zilt en Zoet”. De gemeente
Noord-Beveland werkt hieraan mee. Daarnaast is een belevingsroute in ontwikkeling
die producenten en ondernemers met dit thema verbindt. Na oplevering van deze producten
kan dit model worden doorgetrokken naar de andere verhaallijnen.
7.3.4 Landbouwgeschiedenis, tradities, ambachten en dialecten
Noord-Beveland kent een rijke landbouwtraditie met gewassen als meekrap, vlas, aardappelen en suikerbieten. Landbouw speelt nog steeds een grote rol. Het Agrarisch Innovatie- en Kenniscentrum Rusthoeve in Colijnsplaat doet onderzoek naar gewassen die goed gedijen op de zuidwestelijke kleigronden, zoals uien, aardappelen, suikerbieten en granen. Regelmatig trekt Rusthoeve bezoekers tijdens open dagen.
Slogans als ‘van boer tot bord’ en ‘van grond tot mond’ benadrukken het belang van korte ketens en duurzame landbouw. Noord-Beveland kan zich hiermee positief onderscheiden, net als met de opkomende aquacultuur. Het meest typerende product van het eiland is de suikerbiet, die inwoners de geuzennaam ‘Peelanders’ gaf. Het project “Een Suikerbietensage” laat zien hoe erfgoed, tradities, dialect, landbouwgeschiedenis, onderwijs, ouderenzorg, kunst en storytelling samenkomen. Door dit soort projecten te koppelen aan plekken zoals landbouwhaventjes en boerderijen ontstaat een recreatieve route die kan eindigen met een culinaire beleving bij een lokale ondernemer. Een vergelijkbare aanpak is mogelijk voor vlas en meekrap, gewassen die opnieuw in de belangstelling staan. Creatieve jongeren kunnen met hun inbreng voor verrijking zorgen door ze te betrekken bij het ontwikkelen van activiteiten, evenementen en exposities. Het in opdracht van Erfgoed Zeeland uitgevoerde onderzoek “Oud en nieuw Zeeland: de blik van de creatieve industrie” uit 2023 bevat inspirerende ideeën. In het verleden had elk dorp één of meerdere meestoven. Het was in die tijd de enige vorm van “industrie”. Dit zou ook een bron van inspiratie kunnen zijn.
Ambachten speelden ook een belangrijke rol. Veel ervan zijn inmiddels verdwenen. Het ambacht van hoefsmid is alleen nog zichtbaar in travaljes in Colijnsplaat, Geersdijk, Kats, Kortgene en Kamperland. Soms is ook de smederij herkenbaar. Voor de Tweede Wereldoorlog waren travaljes gebruikelijk in Zeeuwse dorpen. De komst van de tractor maakte trekpaarden overbodig, waardoor ook het werk van hoefsmeden verdween. Historische wagenmakerijen, zoals die van de familie Zwigtman, maakten plaats voor moderne autogarages. Deze verhalen over verdwenen ambachten en hun locaties zijn goed gedocumenteerd en lenen zich voor avontuurlijke spoorzoekroutes voor jong en oud. Zo komen de verhalen weer tot leven.
De Zeeuwse dialecten worden vaak ingedeeld in Noord- en Midden-Zeeuwse en Zeeuws-Vlaamse dialecten. Op de Zeeuwse eilanden worden ze verder onderverdeeld op basis van de vroegere eilanden. Het dialect van Noord-Beveland brengen we onder bij de Noord-Zeeuwse dialecten omdat het eiland vanaf 1598 deels is herbevolkt is met bewoners van Schouwen-Duiveland en Tholen. Het dialect lijkt dus meer op die dialecten dan op die van Walcheren of Zuid-Beveland. Typisch is onder andere de uitspraak van oo van bomen (oage boamen) en sommige woorden zoals geluk en mug die een o-klank hebben (gelok, mohhe). Ondanks het sterke dialectverlies blijft een aantal oudere woorden nog wel bewaard (dulve, puut, …). Een voorbeeld van het gebruik van dialect is het hoorspel “Wissenkerke, uit de zee herrezen”. Opmerkelijk is dat het Noord-Bevelands volkslied niet in het dialect is geschreven, maar in het Nederlands. Daar ligt nog een uitdaging.
Acties:
29. Breng bestaande onderwerpen rond tradities, ambachten en dialecten overzichtelijk
bijeen. Bepaal de rijpheid, actualiteit, doelgroepen en inzet van media. Zoek koppelkansen
met bestaande initiatieven en betrek erfgoedgemeenschappen. Stel op basis hiervan
een meerjarig ontwikkelplan op en voer dit uit.
30. Maak de landbouwgeschiedenis beleefbaar en verbind deze aan actuele thema’s via
creatieve projecten, routes en arrangementen.
31. Werk samen met Stichting Vrienden van de Travalje, Stichting Het Werkend Trekpaard
en Zeeuwse hoefsmeden voor bijvoorbeeld het organiseren van demonstraties.
32. Zoek samen met Stichting Het Zeeuws Landschap en Stichting Landschapsbeheer Zeeland
naar activiteiten die de landbouwgeschiedenis en natuur samenbrengen.
33. Ontwikkel spoorzoekroutes voor jongeren over de ambachten die het eiland rijk
was.
34. Borg de resultaten van deze projecten in het digitale archief van het toekomstige
Historisch Centrum en gebruik deze als inspiratie voor nieuwe initiatieven.
7.3.5 Leven met een strijd tegen het water/herdenken
Water vormt het centrale thema van Noord-Beveland. De strijd tegen het water kende vele hoogte- en dieptepunten, zoals de Watersnoodramp van 1953 en de aanleg van de Deltawerken. Maar die strijd begon al veel eerder. Zo verzonk het Romeinse Ganuenta langzaam in de Oosterschelde. Tijdens de Sint-Felixvloed van 1530 ging het oude eiland grotendeels verloren. Toen men twee jaar later begon met herstel, werd dit werk opnieuw verwoest door de Allerzielenvloed van 1532. Pas bijna zeventig jaar later werd het eiland herwonnen op de zee, herdijkt en opnieuw ingepolderd. De polders uit die tijd zijn nog altijd herkenbaar aan hun strakke kavels, rechte wegen en geometrische dorpsstructuren.
In het landschap zijn nog steeds sporen van deze geschiedenis zichtbaar, zoals de inlagen aan de noordkust. In Colijnsplaat herinneren een tempel voor de godin Nehalennia en een Romeins handelsschip aan Ganuenta. Het Rampmonument ‘Houen Jongens’ en het Monument voor de Verdronken Dorpen getuigen van diverse watersnoodrampen. De uitdaging ligt in het zichtbaar maken van de onzichtbare geschiedenis, zoals archeologische vindplaatsen waaronder Emelisse, een verdronken dorp en parochie op Noord-Beveland, in de huidige Oud-Noord-Bevelandpolder. Nader onderzoek en reconstructies kunnen deze onzichtbare geschiedenis zichtbaar en beleefbaar maken.
De gemeente is bezig met de herontwikkeling van de haven van Colijnsplaat. Onderdeel daarvan is mogelijk een educatief infocentrum. Het rijk heeft hier een specifieke uitkering voor toegekend.
Acties:
35. Maak de watergeschiedenis beleefbaar en verbind deze aan actuele thema’s via creatieve
projecten, routes en arrangementen.
36. Ontwikkel spoorzoekroutes voor jongeren over de verschillende aspecten van de
watergeschiedenis. Koppel de bestaande lesbrief over de Watersnoodramp van 1953 en
de “verhalen over de watersnood” aan locaties in het landschap. Werk daarvoor samen
met het Watersnoodmuseum.
37. Stimuleer onderzoek naar de geschiedenis van Noord-Beveland en onderzoek of een
werkgroep van door de gemeente ondersteunde vrijwilligers hiervoor passend is.
38. Borg de resultaten van deze projecten in het digitale archief van het toekomstige
Historisch Centrum en gebruik deze als inspiratie voor nieuwe initiatieven.
7.3.6 Raakvlak met andere beleidsvelden
Erfgoed raakt aan meerdere beleidsterreinen, zoals Cultuur, Recreatie en Toerisme. Een belangrijke vorm is cultuurtoerisme. Bezoekers zijn daarbij geïnteresseerd in kunst, architectuur, archeologie, muziek, ambachten en lokale tradities. Dit gebeurt niet alleen in steden, maar ook op het platteland, bijvoorbeeld bij openluchtfestivals, kunstroutes of huizen van schrijvers. Culturele toeristen besteden vaak meer dan reguliere toeristen en versterken zo de lokale economie.
Door deel te nemen aan Open Monumentendag en andere erfgoeddagen zoals de Nationale Molendag en Open Kerkendag, maakt de gemeente erfgoed beleefbaar en zichtbaar. Omdat omliggende gemeenten veel aanbieden tijdens Open Monumentendagen, trekt een eigen Noord-Bevelandse dag op een ander moment waarschijnlijk meer bezoekers.
Ook Natuur & Landschap en Gezondheid hebben een sterke link met erfgoed. Het landschap van Noord-Beveland is grotendeels door mensen gevormd en zit vol verhalen. Tijd doorbrengen in deze omgeving draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid. Archeologie en archeologische terreinen versterken de beleving van landschap en geschiedenis, en dragen tegelijk bij aan de doelstellingen van het (geactualiseerde) archeologiebeleid.
Het betrekken van jonge generaties is essentieel. Omgevingseducatie in het primair onderwijs biedt hiervoor kansen. Het stimuleert samenwerking tussen scholen, organisaties en partners en vergroot waardering voor erfgoed.
7.4 Thema 4: Digitaal erfgoed
Musea, archieven en bibliotheken beheren steeds meer digitale objecten en vervullen
een rol als digitaal archief. Door samenwerking, digitalisering en het gebruik van
standaarden wordt digitaal erfgoed een vast onderdeel van ons cultureel erfgoed. Het
wordt toegankelijk voor een breed publiek.
Het Verdrag van Faro benadrukt het belang van digitale technologie om participatie
in erfgoed te bevorderen. In de digitale samenleving is erfgoedinformatie eenvoudig
te delen. Hierdoor bereiken we meer mensen (vooral jongere), die zelf kennis en verhalen
kunnen toevoegen. Zo ontstaat ruimte voor meerstemmige perspectieven en nieuwe vormen
van beleving. Digitale middelen vergroten daarmee de maatschappelijke waarde van erfgoed,
vooral wanneer erfgoedgemeenschappen actief meedoen.
Publieke toegang tot erfgoedinformatie blijft alleen duurzaam wanneer organisaties
en collecties samenwerken, ook over grenzen heen. Het “Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE)”
verbindt organisaties, samenwerkingsverbanden en individuen met deze ambitie.
Voor de periode 2025–2028 geldt een nieuwe Nationale Strategie Digitaal Erfgoed, waarin nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan immaterieel erfgoed, oral history en verhalen.
7.4.1 Inzet komende jaren
De gemeente Noord-Beveland ontsluit via haar website historische informatie over het
eiland. De vraag is of deze plek en vorm een breed publiek aanspreken. Dat vraagt
om nader onderzoek. De Gedragsprofielen Digitaal Erfgoed van het NDE bieden hiervoor
een goed uitgangspunt.
Binnen de gemeente zijn twee initiatieven veelbelovend voor het ontsluiten van online erfgoed:
Het historisch archief van Noord-Beveland is van grote waarde. Inwoners en onderzoekers gebruiken het al op kleine schaal. De vraag naar digitale beschikbaarheid groeit echter. Het nieuwe Historisch Centrum moet hierin voorzien met:
-
Een lees- en studiezaal;
-
Een (digitaal) museum;
-
Ruimte voor kleine (wissel)exposities;
-
Een werkplaats voor ontmoeting en samenwerking aan erfgoedprojecten.
Het Historisch Centrum richt zich niet alleen op inwoners en onderzoekers. Ook toeristen en recreanten krijgen er een plek om de geschiedenis van Noord-Beveland te beleven. Het centrum krijgt betekenis wanneer het principe van het “ecomusée” wordt toegepast:
-
Focus op de identiteit van het eiland;
-
Lokale participatie vanuit erfgoedgemeenschappen;
-
Aandacht voor welzijn en ontwikkeling van die gemeenschappen.
Daarnaast legt het centrum verbindingen met bezoekbare locaties, zoals dorpshuizen, waar programma’s en activiteiten kunnen plaatsvinden.
In combinatie met een website over de historie van Noord-Beveland ontstaat een krachtig geheel. Het Historisch Centrum en de website versterken de gemeentelijke dienstverlening en brengen het verleden visueel tot leven. Voor inwoners, scholieren, onderzoekers en toeristen betekent dit dat verhalen en publicaties thematisch en overzichtelijk samenkomen. Zo groeit de verbinding tussen onderwijs, geschiedenis, erfgoed, kunst en cultuur.
Acties:
40. Maak “Het verhaal van Noord-Beveland” voor een breed publiek beleefbaar door het
gebruik van “Podwalks” (zoals die over Johannis de Rijke en over de watersnoodramp
in Kortgene).
41. Voer onderzoek uit naar het bereik en gebruik van de historische informatie op
de gemeentelijke website. Gebruik de Gedragsprofielen Digitaal Erfgoed als basis voor
het ontwerp van de website erfgoedvannoordbeveland.nl.
42. Werk het Ontwikkelplan Historisch Centrum uit in een Programma van Eisen en een
schetsontwerp. Gebruik de Verhaallijnen van de Bevelanden als leidraad voor verbeelding
en verbinding.
43. Digitaliseer verhalen, foto’s en andere media projectmatig en thematisch om een
toekomstbestendig digitaal archief op te bouwen. Betrek daarbij ook particuliere collecties.
44. Plaats QR-codes bij erfgoedobjecten en verbind de QR-codes met de te ontwikkelen
website.
7.4.2 Raakvlakken met andere beleidsvelden
De Archiefwet wordt gemoderniseerd om beter aan te sluiten op het digitale tijdperk. Een belangrijke wijziging is de verkorting van de overbrengingstermijn van 20 naar 10 jaar. Hierdoor wordt overheidsinformatie sneller openbaar. De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2026.
Deze ontwikkeling biedt kansen voor Noord-Beveland. Het Historisch Centrum kan worden versterkt en verbreed met een brede erfgoedcomponent. Daarmee ontstaat ruimte voor samenwerking met andere beleidsterreinen, zoals Cultuur, Recreatie & Toerisme, Onderwijs en Welzijn.
Erfgoed spreekt een breed publiek aan en verbindt generaties, sectoren en gemeenschappen.
Een verbreed Historisch Centrum kan uitgroeien tot een dynamisch platform voor behoud,
beleving en benutting van erfgoed. Het wordt dan niet alleen een bewaarplaats van
documenten, maar ook een inspirerende plek voor educatie, ontmoeting en samenwerking.

8 Uitvoering, looptijd en evaluatie
8.1 Uitvoeringsplan voor zes jaar
Het Programma Erfgoed heeft een looptijd van zes jaar. Zo valt het binnen twee raads-
en collegeperiodes.
De eerste jaren richten zich vooral op:
-
Het actualiseren van beleidsstukken, zoals het landschapsbeleidsplan en de beschermde bomenlijst.
-
Het inventariseren, selecteren en aanwijzen van gemeentelijke monumenten.
-
Het uitwerken van incidentele activiteiten en maatregelen, zoals onderzoek naar het bereik en gebruik van de historische informatie op de gemeentelijke website.
Daarnaast kan de gemeente op korte termijn starten met administratieve maatregelen
en de organisatie van de Open Monumentendag.
Na deze eerste jaren volgt een periode waarin de gemeente ervaring opdoet met alle
activiteiten en maatregelen in het uitvoeringsprogramma.
De gemeente kan en wil het Programma Erfgoed niet alleen uitvoeren. Ook bij de uitvoering
is participatie belangrijk. Samen met inbreng van inwoners, (erfgoed)organisaties,
kerken, vrijwilligers en ondernemers wil de gemeente de actiepunten gaan uitvoeren.
8.2 Evaluatie
De systematiek van de Omgevingswet en de beleidscyclus van de Omgevingsvisie Noord-Beveland 2030 vragen om:
De jaarlijkse voortgang wordt opgenomen in het reguliere jaarverslag en de jaarrekening. De evaluatie vindt plaats binnen een half jaar na afloop van de looptijd. Deze evaluatie bevat:
8.3 Uitvoeringsprogramma 2026 t/m 2030
|
Actie |
Activiteit structureel |
Activiteit incidenteel |
Jaar/jaren van uitvoering |
benodigd budget structureel |
benodigd budget incidenteel |
|
Thema 'De keten versterken' |
|||||
|
1. |
|
Neem erfgoedtaken op in het organisatiemodel |
2026 |
|
€ 5.000 |
|
2. |
|
Onderzoek hoe je de noodzakelijke, nu aanwezige kennis, kunde en capaciteit structureel borgt en zet een netwerk op voor aanvullende expertise. |
2026 |
|
€5.000 |
|
3. |
|
Neem de activiteit 'monumenten' op in de procesbeschrijving voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. |
2026 |
|
€0 |
|
4. |
|
Leg het proces voor toezicht en handhaving op de instandhoudingplicht van rijksmonumenten. Hiermee wordt de kwaliteit van dit proces gebord. |
2026 |
|
€0 |
|
5. |
|
Richt een fysiek én digitaal loket in voor monumenteigenaren en inwoners. Koppel dit loket aan de loketfunctie van het Historisch Centrum. |
|
PM |
|
|
6. |
Organiseer jaarlijks minimaal één informatiebijeenkomst voor monumenteigenaren, ter inspiratie bij voorkeur op wisselende erfgoedlocaties. |
|
1x per jaar |
uit bestaande middelen |
|
|
7. |
Voer restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan gemeentelijke monumenten uit volgens de uitvoeringsrichtlijnen van Stichting ERM en geef daarmee het goede voorbeeld |
|
2026 e.v. |
|
€0 |
|
8. |
|
Neem uiterlijk in 2031 een beschermingsregime op voor cultureel erfgoed in het Omgevingsplan Noord-Beveland |
uiterlijk 2031 |
|
€0 |
|
Thema 'Zorgvuldig omgaan met en vitaal houden van erfgoed' |
|||||
|
9. |
|
inventariseer waardevolle bouwkundige objecten en structuren met een focus op de periode 1850-1990; |
2026-2028 |
|
€15.000
|
|
10. |
|
Stel selectiecriteria op om van een inventarisatie over te gaan naar een selectie. |
2026-2028 |
|
€3.000 |
|
11. |
|
Bepaal de lijst en wijs gemeentelijke monumenten aan. Bescherm waar nodig ook dorpskernen of landschapsstructuren. |
2026-2028 |
|
€40.000 |
|
12. |
|
Stel compenserende maatregelen vast die de beperking van het eigenaarschap als gevolg van de aanwijzing van het gemeentelijk monument compenseren. |
2026-2028 |
|
€2.000 |
|
|
Uitvoeren compenserende maatregelen |
|
2027 e.v. |
PM |
|
|
13. |
|
Leg regels vast in het omgevingsplan voor gemeentelijke monumenten en gezichten (artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving) |
2029-2031 |
|
€7.500 |
|
14. |
|
Neem de gebieden, structuren en elementen ui de Omgevingsverordening Zeeland op in het omgevingsplan |
2029-2031 |
|
€5.000 |
|
15. |
|
Actualiseer de Bomenlijst en neem beschermde bomen op in het omgevingsplan. |
2027-2031 |
|
€10.000 |
|
16. |
|
Inventariseer, selecteer en leg overig landschappelijk en aardkundig erfgoed vast in het omgevingsplan. |
2027-2031 |
|
€5.000 |
|
17. |
|
Actualiseer het Landschapsbeleidsplan Noord-Beveland |
2027-2031 |
|
€30.000 |
|
18. |
|
Breng funerair erfgoed, zoals grafstenen, borden en groenaanleg in kaart |
2026-2027 |
|
€5.000 |
|
19. |
|
Neem alle categorieën beschermd erfgoed (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, gezichten, omgevingen van monumenten, monumentale bomen, gebieden, landschapselementen en structuren) met beschermende regels op in het omgevingsplan (artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving). |
uiterlijk 2031 |
|
Uit budget omgevingsplan |
|
20. |
|
Neem, na evaluatie van het archeologiebeleid, gewijzigde archeologische verwachtingskaarten en bijbehorende regels voor archeologisch onderzoek op in het omgevingsplan. |
uiterlijk 2031 |
|
Uit budget omgevingsplan |
|
21. |
|
Ondersteun onderzoek de toekomstbestendigheid van beschermd of beeldbepalend erfgoed. |
2026 e.v. |
|
PM |
|
22. |
|
Analyseer gemeentelijk vastgoed en ontwikkel per object een toekomstperspectief en een passend beheerplan. |
2026 |
|
PM |
|
23. |
|
Stimuleer professioneel onderzoek en vraag subsidies aan voor het toekomstperspectief (en eventueel verduurzaming) van bedreigd erfgoed. |
2026 |
|
PM |
|
24. |
|
Onderzoek of een vrij toegankelijke “archeohotspot” gerealiseerd kan worden, waarbij het onderzoek in het kader van Beach Archeology en ander archeologisch onderzoek voortgezet kan worden en ondersteun dit door lezingen, workshops met experts en wetenschappelijk onderzoek. |
|
|
PM |
|
25. |
|
Stel richtlijnen vast voor PV-systemen op rijksmonumenten en in het beschermde dorpsgezicht. |
2026 |
|
Uit budget duurzaamheid |
|
Thema 'Immaterieel erfgoed' |
|||||
|
26. |
Gebruik Oral History als historische bron en werk voor methodieken en technieken samen met “Knooppunt Sprekende Geschiedenis” om verhalen te ontsluiten. |
|
2027 e.v. |
PM |
|
|
27. |
|
Gebruik de toolkit en de belevingsroute rond “Zilt en Zoet” als model voor uitwerking van andere verhaallijnen. |
2027 e.v. |
|
PM |
|
28. |
|
Ontwikkel per verhaallijn een kleine inspiratietentoonstelling in het toekomstige Historisch Centrum die bezoekers uitnodigt om op pad te gaan. |
2027 e.v. |
|
PM |
|
29. |
|
Breng bestaande onderwerpen rond tradities, ambachten en dialecten overzichtelijk bijeen. Bepaal de rijpheid, actualiteit, doelgroepen en inzet van media. Zoek koppelkansen met bestaande initiatieven en betrek erfgoedgemeenschappen. Stel op basis hiervan een meerjarig ontwikkelplan op en voer dit uit. |
2027 e.v. |
|
PM |
|
30. |
|
Maak de landbouwgeschiedenis beleefbaar en verbind deze aan actuele thema’s via creatieve projecten, routes en arrangementen. |
2028 |
|
PM |
|
31. |
|
Werk samen met Stichting Vrienden van de Travalje, Stichting Het Werkend Trekpaard en Zeeuwse hoefsmeden voor bijvoorbeeld het organiseren van demonstraties. |
2028 |
|
PM |
|
32. |
|
Zoek samen met Stichting Het Zeeuws Landschap en Stichting Landschapsbeheer Zeeland naar activiteiten die de landbouwgeschiedenis en natuur samenbrengen. |
2028 |
|
PM |
|
33. |
|
Ontwikkel spoorzoekroutes voor jongeren over de ambachten die het eiland rijk was. |
2028 |
|
PM |
|
34. |
Borg de resultaten van deze projecten in het digitale archief van het toekomstig Historisch Centrum en gebruik deze als inspiratiebron voor nieuwe initiatieven. |
|
2028 e.v. |
PM |
|
|
35. |
|
Maak de watergeschiedenis beleefbaar en verbind deze aan actuele thema’s via creatieve projecten, routes en arrangementen. |
2028 |
|
PM |
|
36. |
|
Ontwikkel spoorzoekroutes voor jongeren over de verschillende aspecten van de watergeschiedenis. Koppel de bestaande lesbrief over de Watersnoodramp van 1953 en de “verhalen over de watersnood” aan locaties in het landschap. Werk daarvoor samen met het Watersnoodmuseum. |
2028 |
|
PM |
|
37. |
Stimuleer onderzoek naar de geschiedenis van Noord-Beveland en onderzoek of een werkgroep van door de gemeente ondersteunde vrijwilligers hiervoor passend is. |
|
2028 |
PM |
PM |
|
38. |
Borg de resultaten van deze projecten in het digitale archief van het toekomstige Historisch Centrum en gebruik deze als inspiratie voor nieuwe initiatieven |
|
2028 e.v. |
PM |
|
|
39. |
Neem, in samenwerking met vrijwilligers(organisaties), deel aan Open Monumentendag of organiseer een soortgelijke dag. Neem actief deel aan erfgoeddagen zoals de Nationale Molendag en de Open Kerkendag en sluit aan bij bestaande evenementen zoals de havendagen in Colijnsplaat. |
|
2026 e.v. |
Uit bestaande budgetten |
|
|
Thema 'Digitaal erfgoed' |
|||||
|
40. |
|
Maak “Het verhaal van Noord-Beveland” voor een breed publiek beleefbaar door het gebruik van “Podwalks”(zoals die over Johannis de Rijke en over de watersnoodramp in Kortgene) |
2026 e.v. |
|
PM |
|
41. |
|
Voer onderzoek uit naar het bereik en gebruik van de historische informatie op de gemeentelijke website. Gebruik de Gedragsprofielen Digitaal Erfgoed als basis voor het ontwerp van de website erfgoedvannoordbeveland.nl. |
2026 e.v. |
|
PM |
|
42. |
|
Werk het Ontwikkelplan Historisch Centrum uit in een Programma van Eisen en een schetsontwerp. Gebruik de Verhaallijnen van de Bevelanden als leidraad voor verbeelding en verbinding. |
2026 e.v. |
|
€ 1.655.452 Beschikbaar voor renovatie oude Pastorie t.b.v. het Historisch Centrum |
|
43. |
|
Digitaliseer verhalen, foto’s en andere media projectmatig en thematisch om een toekomstbestendig digitaal archief op te bouwen. Betrek daarbij ook particuliere collecties. |
2026 e.v. |
|
PM |
|
44. |
|
Plaats QR-codes bij erfgoedobjecten en verbind de QR-codes met de te ontwikkelen website. |
2027 e.v. |
|
PM |
|
|
Website erfgoedvannoordbeveland.nl en digitaal verhalenarchief beheren |
|
2027 e.v. |
PM |
|
|
|
Digitaal verhalenarchief beheren |
|
2027 e.v. |
PM |
|
Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen
- Inspraaknotitie 1e concept Programma Erfgoed
-
/join/id/regdata/gm1695/2025/5513d93122c2448c9710622ed83587d6/nld@2026‑05‑18;07020076
- Participatie- en communicatieplan Erfgoed
-
/join/id/regdata/gm1695/2025/46bbcb0e9d424f9ea4e7740059959e0a/nld@2026‑05‑18;07020076
- Overzicht rijksmonumenten
-
/join/id/regdata/gm1695/2026/08e7c0c3ffa9420ebb8a5bf41bfc28cd/nld@2026‑05‑18;07020076
- Publieksversie Programma erfgoed
-
/join/id/regdata/gm1695/2026/f132a5866ff64d76914ba0bd3deedc14/nld@2026‑05‑18;07020076
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl