Mandaatregeling gemeente Texel 2026

Geldend van 20-05-2026 t/m heden

Intitulé

Mandaatregeling gemeente Texel 2026

Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester de gemeentesecretaris en de afdelingsmanagers van de gemeente Texel, ieder voor zover het hun of zijn bevoegdheden betreft;

Gelet op de Gemeentewet en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

vast te stellen de navolgende

Mandaatregeling van de gemeente Texel 2026.

Artikel 1. Definities

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

College

Het college van burgemeester en wethouders

Gemeentesecretaris

De secretaris van de gemeente Texel, tevens algemeen directeur

Afdelingsmanager

De manager van een afdeling van de gemeentelijke organisatie

Teamleider

De manager van een team van de gemeentelijke organisatie, vallend onder een Afdeling(smanager)

De heffings- en invorderingsambtenaar

De ambtena(a)r(en) als bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de gemeentewet

Mandaat

De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen

Volmacht

De bevoegdheid om namens een andere persoon of (publiekrechtelijke) rechtspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten

Machtiging

De bevoegdheid tot het namens een andere persoon of (publiekrechtelijke) rechtspersoon verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn

Bijlage

Een bijlage behorende bij deze regeling

  • 2. Deze regeling is niet van toepassing indien en voor zover het treasurystatuut en de budgethoudersregeling van de gemeente voorzien in een regeling voor overdracht van bevoegdheden.

Artikel 2 Volmacht, machtiging en ondermandaat

  • 1. Verlening van mandaat houdt mede in de verlening van volmacht en machtiging. Deze regeling en de bijlagen zijn op de verlening van volmacht en machtiging van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Verlening van ondermandaat is slechts mogelijk voor zover dat uit deze regeling of de bijlagen blijkt.

  • 3. De artikelen 1, 2, eerste lid, 3, 8 en 9 en de bijlagen van deze mandaatregeling zijn van overeenkomstige toepassing op ondermandaat.

Artikel 3 Mandaat

  • 1. Mandaat volgens deze regeling en de bijlagen wordt niet verleend in de gevallen als bedoeld in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. De mandaatgever kan een mandaat met inachtneming van deze regeling en de bijlagen geheel of gedeeltelijk wijzigen en/of intrekken.

  • 3. De mandaatgever kan de gemandateerde instructies geven betreffende de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.

  • 4. De gemandateerde neemt in ieder geval de in bijlage 1 genoemde instructies in acht.

Artikel 4 Mandaat externen

  • 1. De verlening van mandaat aan ambten of personen, die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, is voorbehouden aan het bestuursorgaan.

  • 2. Een mandaat als bedoeld in het eerste lid:

    • a.

      behoeft de instemming van de gemandateerde;

    • b.

      behoeft in voorkomend geval de toestemming van degene onder wiens verantwoordelijkheid de gemandateerde werkt;

    • c.

      wordt in bijlage 2 opgenomen.

Artikel 5 Exclusief mandaat aangewezen functionarissen

Aan de in bijlage 3 genoemde functionarissen wordt met uitsluiting van anderen mandaat verleend om de in die bijlage genoemde bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 6 Mandaat gemeentesecretaris

Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend om de aan het college en de burgemeester toegedeelde overige bevoegdheden uit te oefenen, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in bijlage 4.

Artikel 7 Ondermandaat afdelingsmanager / ondergeschikten

  • 1. De gemeentesecretaris verleent voor de op grond van artikel 6 gemandateerde bevoegdheden ondermandaat aan de afdelingsmanagers, met uitzondering van de in bijlage 5 genoemde bevoegdheden.

  • 2. Een in ondermandaat verkregen bevoegdheid, als bedoeld in het eerste lid, kan door een afdelingsmanager slechts worden uitgeoefend binnen de reikwijdte van de taakvelden van de afdeling waarvan hij manager is.

  • 3. Een afdelingsmanager kan een door hem ingevolge het eerste lid verkregen bevoegdheid ondermandateren aan een ondergeschikte, niet zijnde een teamleider. De in het tweede lid genoemde beperking is van overeenkomstige toepassing. Een aan een ondergeschikte verleend ondermandaat wordt schriftelijk vastgelegd in een afzonderlijk ondermandaatbesluit.

  • 4. De gemeentesecretaris kan voor de op grond van artikel 6 gemandateerde bevoegdheden ook een ondermandaat verlenen aan ondergeschikten, niet zijnde een afdelingsmanager/teamleider.

Artikel 8 Ondermandaat teamleiders

Het door de gemeentesecretaris verleende ondermandaat aan de afdelingsmanagers als bedoeld in artikel 7, eerste lid, mag ook uitgeoefend worden door een teamleider, met uitzondering van de in bijlage 6 genoemde bevoegdheden.

Een in ondermandaat verkregen bevoegdheid, als bedoeld in het eerste lid, kan door een teamleider slechts worden uitgeoefend binnen de reikwijdte van de taakvelden van het betreffende team.

Van dit ondermandaat wordt geen gebruik gemaakt indien dit door de betreffende afdelingsmanager waaronder de teamleider valt, expliciet besloten is.

Artikel 9 Ondertekening

  • 1. Uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid blijkt, voor zover mogelijk, uit de ondertekening van het besluit of stuk.

  • 2. De ondertekening, als bedoeld in het eerste lid, luidt in voorkomend geval:

    • a.

      ‘namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel’, gevolgd door de functieaanduiding, naam van de ondertekenaar en een handtekening;

    • b.

      ‘namens de burgemeester van de gemeente Texel’, gevolgd door de functieaanduiding, naam van de ondertekenaar en een handtekening.

  • 3. De ondertekening van besluiten en stukken namens het college in de hoedanigheid van werkgever luidt in voorkomend geval:

    • a.

      bij arbeidsovereenkomsten

  • In de aanhef: De publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Texel te Den Burg, hierbirechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer M. Pol hierna te noemen: ‘Werkgever’,

  • Bij de ondertekening: Namens de werkgever, de afdelingsmanager ----.

    • b.

      bij alle andere stukken

  • Namens de werkgever, de afdelingsmanager -------.

Artikel 10 Slotbepalingen

  • 1. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt de ‘Mandaatregeling gemeente Texel 2021’ ingetrokken.

  • 2. Ondermandaten die zijn verleend op grond van eerdere mandaatregelingen vervallen gelijktijdig met bovengenoemde regeling.

  • 3. Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 4. Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatregeling gemeente Texel 2026.

Ondertekening

Vastgesteld op 21 april 2026.

Het college van burgemeester en wethouders van Texel,

De secretaris, de burgemeester,

Drs. E. Wolfkamp, M. Pol Msc

De burgemeester van Texel,

M. Pol Msc

De secretaris van de gemeente Texel,

Drs. E. Wolfkamp

De manager van Afdeling Advies en Ondersteuning

M. Karman

De manager van Afdeling Sociaal Domein,

S. Vonk

De manager van Gemeentewerken,

J.J. Brouwer

De manager Beleid en VTH,

R. Westbroek

Bijlage 1

Instructies die ingevolge artikel 3, vierde lid, van de regeling door een gemandateerde bij de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid in ieder geval in acht worden genomen.

  • 1.

    Van een (onder)mandaat wordt geen gebruik gemaakt, indien de mandaatgever te kennen heeft gegeven de bevoegdheid zelf te willen uitoefenen.

  • 2.

    In geval van (onder)mandaat met betrekking tot het nemen van een besluit, waarbij een verzoek of aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, voert de gemandateerde overleg met het lid van het college wiens portefeuille het betreft. Datzelfde geldt als een besluit wordt genomen waarbij een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5:2 Awb wordt opgelegd.

  • 3.

    Van een (onder)mandaat wordt geen gebruik gemaakt dan na voorafgaand overleg met, en verzoek om nadere instructie aan, de (onder)mandaatgever indien het te nemen besluit:

    • a.

      (aanmerkelijke) politieke of bestuurlijke gevolgen heeft;

    • b.

      leidt tot afwijking van vastgesteld beleid of van een bestendige bestuurlijke praktijk;

    • c.

      tot ingrijpende financiële gevolgen leidt, bijvoorbeeld in de vorm van meerjarenverplichtingen of overschrijding van het budget met meer dan 10%;

    • d.

      volgens extern ingewonnen advies tot voor de gemeente ongunstige gevolgen leidt;

    • e.

      leidt tot afwijking van een extern ingewonnen advies;

    • f.

      samenhangt met ondermandaat aan meerdere afdelingsmanagers en/of ondergeschikten en daarbij geen onderlinge overeenstemming bestaat.

  • 4.

    In geval van (onder)mandaat met betrekking tot het nemen van een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, wordt hiervan pas gebruik gemaakt nadat hierover overleg is gevoerd met het lid van het college wiens portefeuille het betreft, tenzij de aanvraag past in de beoordelingsregels van het omgevingsplan met betrekking tot een binnenplanse afwijking of wijziging en ook niet in strijd is met ander beleid en een advies van de commissie Omgevingskwaliteit of andere adviezen van externe adviseurs.

  • 5.

    Ondertekening van enig document door middel van een (stempel)afdruk van een zogeheten handtekeningenstempel of door middel van een ingescande handtekening is slechts toegestaan:

    • a.

      op bijlagen behorende bij een besluit, zoals tekeningen en kaarten, indien het besluit zelf is voorzien van de vereiste originele handtekening(en);

    • b.

      bij een mailing of correspondentie aan een (on)bepaalde groep van adressanten, waaronder ook uitnodigingen voor een hoorzitting of receptie worden gerekend. De mailing of correspondentie mag echter geen besluit bevatten als bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht;

    • c.

      op de volgende besluiten of documenten:

  • Parkeervergunningen en inrij-ontheffingen;

  • Ontvangstbevestigingen;

    • d.

      in alle gevallen waarin originele ondertekening door de functionaris of diens vervanger(s) niet of niet tijdig mogelijk is en de functionaris die bevoegd is het betreffende document te ondertekenen hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.

Bijlage 2

Bevoegdheden die ingevolge artikel 4 van de regeling door het bestuursorgaan gemandateerd worden aan ambten of personen, die geen deel uitmaken van de gemeentelijke organisatie.

  • I.

    Dagelijks bestuur Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

  • Dit mandaat is opgenomen in het ‘Mandaatbesluit Omgevingsdienst Noord-Holland Noord 2022 (getekend 15 augustus 2023)’.

  • II.

    Hulpofficier van Justitie

  • 1a. Aan de Hulpofficier van Justitie wordt door de burgemeester mandaat verleend tot uitoefening van de in lid b genoemde bevoegdheden, indien de hulpofficier is opgeleid om het risico-taxatie-instrument huiselijk geweld (RiHG) af te nemen en de daarin gestelde afwegingen te maken.

  • 1b. Overige mandaten verleend aan de Hulpofficier van Justitie:

Omschrijving bevoegdheid

Gebaseerd op

Bijzondere voorwaarden

Opleggen huisverbod

1. Uitvoeren Wet tijdelijk huisverbod;

2. Het nemen van een besluit om geen tijdelijk huisverbod op te leggen.

Artikel 2 lid 1 juncto artikel 3 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod

Bij 2: In de gevallen waarin het RiHG een negatieve uitkomst geeft

Overleg Bureau Jeugdzorg

Het ingeval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, alvorens te besluiten tot het wel of niet opleggen van een huisverbod, overleg plegen met Bureau Jeugdzorg

Artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 3 Wet tijdelijk huisverbod

Mededeling huisverbod

Het mededelen van een huisverbod en de consequenties van niet-naleving daarvan aan huisgenoten van de uit huis geplaatste, de aangewezen instantie voor advies en/of hulpverlening en Bureau Jeugdzorg

Artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 8 Wet tijdelijk huisverbod

In geval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan

Spoedeisende situatie

Ingeval van een dermate spoedeisende situatie dat het huisverbod niet tevoren op schrift gesteld kan worden: het huisverbod mondeling aanzeggen aan de uit huis te plaatsen persoon

Artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 7 Wet tijdelijk huisverbod

  • III.

    Politie in verband met gebiedsontzeggingen

  • Aan de ambtenaren van politie wordt mandaat verleend voor het opleggen van een gebiedsontzegging als bedoeld in artikel 2:78, lid 1, van de APV.

  • Het mandaat is vindbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-203390.html

  • IV.

    Kredietbank Nederland

  • Aan de directeur van de Kredietbank Nederland te Leeuwarden wordt mandaat verleend voor:

  • 1.

    het doen van een verzoek aan de rechtbank om ten behoeve van een natuurlijke persoon de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken, als bedoeld in artikel 284, lid 4 van de Faillissementswet;

  • 2.

    het verstrekken van een verklaring met betrekking tot de Wet Schuldsanering natuurlijke personen op grond van artikel 285, lid 1, sub f van de Faillissementswet.

  • V.

    Wegsleepregeling

  • Aan de politiechef van de politie-eenheid Noord-Holland wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van de in de artikelen 170 tot en met 174 van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde wegsleepbevoegdheden. De politiechef voornoemd kan deze bevoegdheden ondermandateren aan de politieambtenaren van de politie-eenheid Noord-Holland, onder door hem/haar aan te geven instructies en uitvoeringsnormen.

  • Aan de directeur van het bedrijf Schoenmaker Autoschade, Wezenland 4-6 te Den Burg, wordt mandaat verleend om:

  • na verkregen opdracht van de bevoegde functionaris, als bedoeld in de daartoe met het bedrijf gesloten wegsleepovereenkomst, een voertuig weg te slepen en over te brengen naar de daarvoor bestemde bewaarplaats en dit voertuig aldaar in bewaring te stellen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 170, lid 1 van de Wegenverkeerswet;

  • een proces-verbaal op te maken krachtens artikel 5:29, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, met inachtneming van de daartoe in artikel 5 van het Besluit wegslepen van voertuigen gestelde vereisten voor het proces-verbaal;

  • in een daartoe aangelegd register aantekening te houden van de gevallen waarin de onder artikel 2 sub a. van genoemd besluit bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend, een en ander zoals bedoeld in artikel 170, vierde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

  • het bedrag dat als kosten – verbonden aan de toepassing van bestuursdwang – verschuldigd is, te innen, een en ander overeenkomstig de vereisten zoals gesteld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 171, tweede lid van de Wegenverkeerswet en de artikelen 5 en verder van het Besluit wegslepen van voertuigen;

  • de beschikking tot toepassing van bestuursdwang bekend te maken, een en ander zoals bedoeld in artikel 170, eerste lid en artikel 171 van de Wegenverkeerswet;

  • bij weigering van betaling door de rechthebbende op het weggesleepte voertuig gebruik te maken van het aan de gemeente toekomende retentierecht.

  • De genoemde bevoegdheden komen tevens toe aan de medewerkers van het bedrijf die daartoe door de directeur voornoemd separaat worden aangewezen.

  • VI.

    Behandeling bezwaarschriften

  • Onverminderd het ter zake bepaalde in de ‘Verordening commissie bezwaarschriften’ wordt aan de secretaris van de commissie bezwaarschriften voor de gemeenten Texel en Hollands Kroon – ook voor het geval deze in dienst is van de gemeente Hollands Kroon – en zijn/haar plaatsvervangers mandaat verleend voor alle besluiten (anders dan de beslissing op bezwaar zelf) en handelingen die moeten worden genomen c.q. verricht in het kader van de behandeling van bezwaarschriften die zijn gericht aan een bestuursorgaan van de gemeente Texel. Daartoe behoort in ieder geval de bevoegdheid tot verdaging van de beslistermijn, zoals die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 7:10, lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • VII.

    Uitvoering regeling Beschermd wonen en opvang

  • Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder wordt mandaat verleend – met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat – voor het nemen van besluiten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), in verband met de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht of de bij of krachtens deze wetten gestelde (nadere) regels, voor zover er sprake is van een behoefte aan beschermd wonen en opvang, als bedoeld in artikel 2.3.5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wmo;

  • het aanwenden van rechtsmiddelen en het voeren van verweer in de ruimste zin van het woord met betrekking tot de onder punt 1 genoemde besluiten.

  • Aan het mandaat kunnen instructies worden verbonden die de mandaatgever van belang acht voor het uitoefenen van het mandaat in een bijzonder geval.

  • Op verzoek van de mandaatgever verstrekt de gemandateerde – periodiek of in een bijzonder geval – inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

  • VIII.

    Uitvoering BBZ en IOAZ

  • Aan het bestuur en de directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie van de Gemeenschappelijke Regeling Zaffier (Zelfstandigenloket) wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten ter uitoefening van de bevoegdheden die nodig zijn in verband met de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO).

  • Voor dit mandaat gelden de beperkingen en voorschriften die in deze mandaatregeling zijn opgenomen.

  • Het mandaat geldt voor:

Omschrijving bevoegdheid

Bijzondere voorwaarden, beperkingen en toelichting

Het doen van meldingen en mededelingen, alsmede het nemen van besluiten op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

voor zover het mandaatgebied betreffend

Verrichten overige publiekrechtelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen

voor zover het mandaatgebied betreffend

Verrichten van feitelijke handelingen, waaronder uitbesteden van werkzaamheden of activiteiten die nodig zijn om tot een besluit te komen

Voor zover het mandaatgebied betreffend, ondermandaat is niet toegestaan

Besluiten op grond van Titel 4.4 Awb bestuurlijke geldschulden

Voor zover besluit voortvloeit uit werkzaamheden die vallen onder reikwijdte mandaatverlening

Beslissingen tot verlenging of opschorting van de termijn tot het geven van een beschikking op grond van artikel 4:14 of 4:15 Algemene wet bestuursrecht

Voor zover beslissing voortvloeit uit werkzaamheden die vallen onder reikwijdte mandaatverlening

Besluiten op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de bij en krachtens die wet vastgestelde regelgeving

Besluiten op grond van de Participatiewet

Voor zover beslissing voortvloeit uit een (aanvraag van een) uitkering of een vordering/krediet ingevolge het Bbz 2004

Besluiten op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de bij en krachtens die wetten vastgestelde regelgeving

Mandaat geldt alleen voor toekenningsbesluit formeel en materieel recht en vaststellen vermogen op grond van de IOAZ

Besluiten inzake dwanginvordering bestuursrechtelijke geldschulden

Voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Verlenen kwijtschelding niet afgelost krediet en besluiten tot afboeken oninbare bedragen bedrijfskrediet ingevolge Bbz 2004

Ondermandaat voor bedragen vanaf € 10.000 slechts toegestaan aan afdelingshoofden;

Ondermandaat voor bedragen tot € 10.000. slechts toegestaan aan medewerkers met een coördinator-functie

Besluiten tot het voeren van gerechtelijke (incasso)procedures

Voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Aangaan incassocontract met gerechtsdeurwaarder

Voor zover het contract betrekking heeft op vorderingen/kredieten in het kader van de Bbz 2004; ondermandaat niet toegestaan

Het verlenen van incasso-opdrachten (incl. het voeren van incassoprocedures) aan de gerechtsdeurwaarder

Voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Het treffen van schikkingen (dan wel verlenen van toestemming daartoe aan de gerechtsdeurwaarder) met debiteuren tijdens incassoprocedures

Voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Besluiten (dan wel verlenen van toestemming daartoe aan gerechtsdeurwaarder) tot afgifte rentebeschikkingen (art. 4:99 Algemene wet bestuursrecht)

Voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Namens gemeente optreden (met recht van substitutie en assumptie) in rechte voor zover sprake is van invorderingsprocedures, verzetsprocedures en executiegeschillen op grond van de Participatiewet en voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Ondermandaat is voorbehouden aan algemeen directeur/eigenaar van gerechtsdeurwaarderskantoor Van der Meer & Philipsen te Alkmaar

Het treffen van schikkingen met debiteuren voor zover ter incasso overgedragen en voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Ondermandaat is voorbehouden aan algemeen directeur/eigenaar van gerechtsdeurwaarderskantoor Van der Meer & Philipsen te Alkmaar

Het besluiten tot afgifte van rentebeschikkingen voor zover ter incasso overgedragen en voor zover er sprake is van een vordering/krediet in het kader van de Bbz 2004

Ondermandaat is voorbehouden aan algemeen directeur/eigenaar van gerechtsdeurwaarderskantoor Van der Meer & Philipsen te Alkmaar

  • Het TOZO-mandaat is vindbaar via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR655392/1.

  • IX.

    Verlening huisvestingsvergunningen door Woontij

  • Aan de directeur van de Stichting Woontij wordt mandaat verleend voor

    • a.

      het verlenen, weigeren en intrekken van huisvestingsvergunningen als bedoeld in de Huisvestingsverordening Texel.

    • b.

      het toepassen van de artikelen 4:18 en 4:20 van de Awb (Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen).

  • Het verlenen van ondermandaat aan medewerkers van de Stichting Woontij is toegestaan. Het mandaat beperkt zich tot de bij Woontij in eigendom c.q. beheer zijnde woningen.

  • X.

    Duurzaam bouwloket

  • Aan de directeur van Duurzaam Bouwloket B.V. wordt mandaat verleend tot het namens en onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders nemen van besluiten ter uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in de Subsidieregeling.

  • Het mandaatbesluit is vindbaar via Mandaatregeling Duurzaam Bouwloket uitvoering Subsidieregeling Isolatieaanpak energiearmoede gemeente Texel 2023

  • XI.

    Integraal Zorg Akkooord

  • Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn wordt mandaat verleend om in het kader van het IZA de bevoegdheden en werkzaamheden uit te oefenen binnen de bestaande bestuurlijke en ambtelijke samenwerkingsstructuur in de zorgkantoorregio.

  • Het mandaatbesluit is vindbaar via Mandaatbesluit Integraal Zorgakkoord (IZA) gemeente Hoorn d.d. 26 maart 2024

Bijlage 3

Bevoegdheden die ingevolge artikel 5 van de regeling met uitsluiting van anderen worden gemandateerd aan bepaalde functionarissen.

  • I.

    Crisissituaties

  • Aan de crisisfunctionarissen in dienst van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, te weten de Officier van Dienst Bevolkingszorg en de Algemeen Commandant Bevolkingszorg, wordt – in geval van een crisissituatie als omschreven in het Regionaal Crisisplan – mandaat verleend om te besluiten tot het verrichten van:

  • rechtshandelingen inzake (ver)huren van roerende zaken;

  • rechtshandelingen inzake opdrachtverlening en aanneming van werken als bedoeld in artikel 7:750 BW;

  • rechtshandelingen inzake opdrachtverlening en aanneming van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW (dienstverlening);

  • overige privaatrechtelijke handelingen voor zover nodig ter uitvoering van de werkzaamheden zoals genoemd in het Regionaal Crisisplan;

  • tot en met een totaalbedrag van € 50.000.

  • Ondermandaat aan de Coördinator Acute zorg en de Coördinator Herstelzorg is toegestaan.

  • Het mandaat behelst tevens de bevoegdheid om genoemde (rechts)handelingen daadwerkelijk te verrichten.

  • Het Besluit mandaat, volmacht en/of machtiging crisisorganisatie onderdeel Expertteam bevolkingszorg 2021 is vindbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-195355.html.

  • II.

    Havenbeveiligingswet

  • Het is wenselijk om de uitvoering van de in de Havenbeveiligingswet neergelegde taken te mandateren aan daartoe aangewezen havenveiligheidsfunctionarsissen (Port Security Officers)

  • Als Port Security Officer (PSO) zijn aangewezen:

  • De medewerkers van de Afdeling Beleid, belast met de taken van Algemene Openbare Orde en Veiligheid

  • De teamleider Uitvoering van de Afdeling Gemeentewerken

  • De (beoogd) directeur Havens

  • Aan de hierboven genoemde medewerkers wordt, door de Port Security Authority (PSA), zijnde de burgemeester van Texel, mandaat en machtiging verleend om besluiten te nemen respectievelijk handelingen te verrichten als bedoeld in de Havenbeveiligingswet.

Bijlage 4

Bevoegdheden die ingevolge artikel 6 van de regeling niet voor mandaat aan de gemeentesecretaris in aanmerking komen.

  • A.

    Bestuurlijk-juridische aangelegenheden

    • 1.

      Het doen van voorstellen aan de gemeenteraad.

    • 2.

      Het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht aan het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester, tenzij deze het advies van de commissie bezwaarschriften geheel volgen, of het een besluit betreft om een bezwaar ‘kennelijk niet ontvankelijk’ of ‘kennelijk ongegrond’ te verklaren. Hierbij geldt dat een beslissing op bezwaar altijd genomen moet worden door een medewerker met een hogere rang dan degene die het primaire besluit heeft genomen.

    • 3.

      Het nemen van besluiten naar aanleiding van ingediende klachten die zijn gericht tegen het functioneren van de gemeentesecretaris.

    • 4.

      Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels.

    • 5.

      Het nemen van besluiten in afwijking van bij besluit vastgesteld beleid.

    • 6.

      Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s.

    • 7.

      Het nemen van besluiten op verzoeken om nadeelcompensatie.

    • 8.

      Het nemen van besluiten gericht tot:

      • a.

        de gemeenteraad;

      • b.

        enig ander bestuursorgaan, orgaan, persoon en college als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de met rechtspraak belaste organen als bedoeld in het tweede lid onder c en d;

      • c.

        de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis.

    • 9.

      Het nemen van besluiten tot niet-invordering van bedragen hoger dan € 5.000 (tot invordering van belastingen is de invorderingsambtenaar bevoegd).

    • 10.

      Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 151b, 151c, 154a, 154b en 172 tot en met 176a Gemeentewet.

    • 11.

      Het nemen van besluiten op grond van de Wet tijdelijk huisverbod.

    • 12.

      Het verlenen van mandaat aan externen.

    • 13.

      Het nemen van besluiten betreffende het instellen van beroep en hoger beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

    • 14.

      Het nemen van besluiten op principeverzoeken (vooroverleg omgevingsvergunning) waarbij wordt gevraagd medewerking te verlenen om af te wijken van het Omgevingsplan.

  • Aanbestedingen

  • Het nemen van besluiten in afwijking van het vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid.

  • Overeenkomsten

  • 1.

    Het nemen van besluiten tot het aangaan van PPS-verhoudingen, convenanten en bestuursovereenkomsten en tot daartoe strekkende intentieverklaringen.

  • 2.

    Het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarvan de financiële waarde de toegekende budgetten met meer dan 10% overstijgt.

  • 3.

    Het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten indien:

    • a.

      op grond van de Gemeentewet het college de gemeenteraad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de gemeenteraad daarom heeft verzocht;

    • b.

      op grond van de Gemeentewet de gemeenteraad in de gelegenheid moet worden gesteld wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben.

  • 4.

    Het nemen van besluiten tot garantie, borgstelling en dergelijke, hoe ook genaamd.

  • 5.

    Het nemen van besluiten betreffende ontbinding van een overeenkomst.

  • 6.

    Het nemen van besluiten tot weigering van de onder 1 tot en met 5 genoemde (rechts)handelingen.

  • 7.

    Het vaststellen van tarieven voor commerciële dienstverlening aan derden.

Civiele procedures

  • 1.

    Het nemen van besluiten betreffende het al dan niet instellen van civielrechtelijke (spoed)procedures) en aanwenden van rechtsmiddelen, zoals hoger beroep en dergelijke.

  • 2.

    Het nemen van besluiten betreffende alternatieve geschilbeslechting, zoals arbitrage en dergelijke.

Overige privaatrechtelijke aangelegenheden

  • 1.

    Het nemen van besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, en tot fusie, omzetting en dergelijke van rechtspersonen.

  • 2.

    Het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen.

  • 3.

    Het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van een aanbod tot sponsoring.

  • 4.

    Het nemen van besluiten tot het al dan niet aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

  • 5.

    Het nemen van besluiten op verzoeken om schadevergoeding hoger dan € 5.000, ingeval daarvoor geen dekking wordt geboden ingevolge de verzekeringspolis.

  • 6.

    Het nemen van besluiten met betrekking tot de koop en verkoop van grond en onroerende zaken, tenzij dit past binnen de vastgestelde beleidsregels voor de verkoop van snippergroen en ongeregeld grondgebruik of opgenomen is in een grondexploitatieplan.

  • B.

    Personeelsaangelegenheden

    • 1.

      Het nemen van besluiten betreffende aanstelling, schorsing, ontslag, salaris en toelagen van de gemeentesecretaris/directeur.

    • 2.

      Het nemen van besluiten betreffende ontslag van de afdelingsmanagers en de controller.

    • 3.

      Het nemen van besluiten tot vaststelling van LOGA-circulaires.

    • 4.

      Het nemen van besluiten betreffende toestemming tot het vervullen van nevenfuncties als bedoeld in de CAO-gemeenten voor zover betrekking hebbende op de gemeentesecretaris.

  • C.

    Overige aangelegenheden

    • 1.

      Het nemen van besluiten tot benoeming van personen als vertegenwoordiger van de gemeente in bestuursorganen en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

    • 2.

      Het nemen van besluiten tot benoeming van personen in adviesorganen van het college.

    • 3.

      Het nemen van besluiten tot benoeming van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 c.q. 84 van de Gemeentewet.

Bijlage 5

Bevoegdheden die ingevolge artikel 7 van de regeling niet voor ondermandaat aan afdelingsmanagers in aanmerking komen.

  • A.

    Bestuurlijk-juridische aangelegenheden

    • 1.

      Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

    • 2.

      Besluiten betreffende intrekking van een subsidie of andere wijziging van een bestaande subsidieverhouding.

    • 3.

      Het nemen van besluiten tot niet-invordering van bedragen hoger dan € 1.500 (tot invordering van belastingen is de invorderingsambtenaar bevoegd).

    • 4.

      Het behandelen van en het nemen van besluiten op klachten die zijn gericht tegen (het functioneren van) een afdelingsmanager.

  • B.

    Personeelsaangelegenheden

    • 1.

      Het nemen van besluiten betreffende toestemming tot het vervullen van nevenfuncties als bedoeld in de CAO-gemeenten voor zover betrekking hebbende op de afdelingsmanagers.

    • 2.

      Het toepassen van hardheidsclausules van alle door het college vastgestelde (uitvoerings-)regelingen.

Bijlage 6

Bevoegdheden die ingevolge artikel 8 van de regeling niet voor ondermandaat aan teamleiders in aanmerking komen.

  • A.

    Bestuurlijk-juridische aangelegenheden

    • 1.

      Het behandelen van en het nemen van besluiten op klachten die zijn gericht tegen (het functioneren van) een teamleider.

    • 2.

      Het nemen van beslissingen op bezwaar

  • B.

    Personeelsaangelegenheden

    • 1.

      Het nemen van besluiten betreffende aanstelling, schorsing en ontslag van ondergeschikten.

Toelichting op de Maandaatregeling gemeente Texel

  • 1.

    Algemene toelichting

Inhoud

In het algemene deel van deze toelichting wordt kort ingegaan op begrippen en uitgangspunten. In de artikelsgewijze toelichting wordt nader aandacht besteed aan de hantering van deze begrippen en de uitwerking van de uitgangspunten in de mandaatregeling en de bijlagen.

Mandaat, delegatie en attributie

Titel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreft mandaat, delegatie en attributie. Deze begrippen worden in het publiekrecht gehanteerd om duidelijk te maken op welke manier een bevoegdheid wordt verkregen.

Bij attributie gaat het om toekenning door een regeling van een nieuwe bestuursbevoegdheid. Bij delegatie en mandaat laat een bestuursorgaan een bevoegdheid door een ander uitoefenen. Bij delegatie wordt de bevoegdheid overgedragen en verliest het bestuursorgaan zeggenschap, de gedelegeerde besluit zelfstandig. Bij mandaat laat het bestuursorgaan zijn bevoegdheid door een ander uitoefenen (maar mag dat ook zelf nog doen) en blijft het bestuursorgaan verantwoordelijk voor die bevoegdheidsuitoefening.

Mandaat, volmacht en machtiging

Deze regeling gaat primair over mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen (artikel 1 van de regeling en artikel 10:1 Awb). Doorgaans worden bevoegdheden aan ambtenaren gemandateerd maar mandaat kan ook worden verleend aan personen of ambten, die geen deel uitmaken van de gemeentelijke organisatie (externen). De gemandateerde handelt namens de mandaatgever en de in mandaat genomen besluiten worden aan het bestuursorgaan toegerekend, bijvoorbeeld ook voor wat betreft bezwaar en beroep. Dat geldt ook voor ondermandaat, waarbij een gemandateerde een bevoegdheid ‘doormandateert’ (artikel 2).

Mandaat is een vorm van vertegenwoordiging wat betreft het nemen van (publiekrechtelijke) besluiten. Daarnaast speelt privaatrechtelijke of feitelijke vertegenwoordiging een rol. Het kan nodig zijn dat bijvoorbeeld ambtenaren privaatrechtelijke rechtshandelingen verrichten (volmacht) of handelingen die geen besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling zijn (machtiging). Daarom impliceert (onder)mandaatverlening op grond van deze regeling dat tevens volmacht en machtiging worden verleend en dat de regeling en de bijlagen op de drie genoemde vertegenwoordigingsvormen van overeenkomstige toepassing zijn (artikel 2; zie verder de artikelsgewijze toelichting). Hierna wordt verder de term ‘mandaat’ gehanteerd, tenzij het meer in het bijzonder over volmacht of machtiging gaat.

Kort samengevat:

Attributie

Een wet geeft een (publiekrechtelijke) bevoegdheid aan een bestuursorgaan. Gemeentelijke bestuursorganen zijn de raad, het college en de burgemeester.

Delegatie

Een bestuursorgaan dat een bevoegdheid heeft, laat de uitvoering van die bevoegdheid aan een ander (lager) bestuursorgaan - en heeft die bevoegdheid daarna zelf niet meer.

Mandaat

Een bestuursorgaan dat een bevoegdheid heeft laat dit uitvoeren door een ander in zijn naam – en behoud de bevoegdheid om zelf te besluiten als hij dat wenst.

Mandaat

Gaat over het uitoefenen van een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het nemen van besluiten in de zin van 1:3 Awb

Volmacht

Het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling (besluit) in naam van een ander

Machtiging

Het verrichten van privaatrechtelijke (feitelijke) handelingen (geen besluiten) namens een ander. Voorbeeld: het college kan een privaatrechtelijk besluit nemen om een overeenkomst aan te gaan. De burgemeester is dan wettelijk gezien bevoegd om de overeenkomst te ondertekenen namens de gemeente. Zowel de besluitvorming kan aan een ander overgelaten worden (volmacht) als de ondertekening (via een machtiging)

Wat is niet in deze mandaatregeling opgenomen?

Deze regeling betreft niet:

  • a.

    bevoegdheden van andere organen dan het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester;

  • b.

    bevoegdheden waarvan het mandaat elders is geregeld;

Ad a: De mandaatregeling ziet uitsluitend op mandatering van bevoegdheden van het college en van de burgemeester. Voor zover er binnen de gemeentelijke organisatie verder nog bevoegdheden worden gemandateerd, moeten daarvoor aparte regelingen worden gemaakt en geraadpleegd.

Ad b: Bestaan er mandaatmogelijkheden op grond van een specifieke regeling, dan heeft een dergelijke regeling ‘voorrang’ boven deze meer algemene mandaatregeling.

Systematiek mandaatregeling

Doorgaans bevat een mandaatregeling een (zeer uitgebreide) opsomming van bevoegdheden, wettelijke grondslagen en personen/ambten aan wie bevoegdheden zijn gemandateerd. Voordeel daarvan is met name, dat precies kan worden opgezocht wie waartoe bevoegd is. Nadelig zijn vaak de lengte en onoverzichtelijkheid van een dergelijke mandaatregeling, naast het gegeven dat deze als gevolg van wijzigingen in de regelgeving snel ‘veroudert’ en daarmee een nogal arbeidsintensieve onderhoudsdiscipline vergt.

In deze mandaatregeling is voor wat betreft de bevoegdheden van het college en van de burgemeester gekozen voor een beknoptere en minder onderhoudsgevoelige systematiek, die bovendien beter aansluit op het principe van integraal management. Hierbij ligt de nadruk op slagvaardigheid van de gemeentelijke organisatie, met als uitgangspunt dat bevoegdheden in beginsel op een zo laag mogelijk niveau worden uitgeoefend. Het college en het Managementteam hebben dit uitgangspunt vastgelegd in de notitie “Regie, naar en slagvaardiger en compactere organisatie” en het (vervolg)organisatieplan “Dienstverlenend, compact en wendbaar” (september 2013). Een aanzienlijk deel van de bevoegdheden van het college en de burgemeester gaat in mandaat naar de gemeentesecretaris. Tegelijkertijd gaat het merendeel van die bevoegdheden in ondermandaat naar de afdelingsmanagers/teamleiders. Daarna resteert de mogelijkheid tot verder ondermandaat door afdelingsmanagers aan ondergeschikten.

Systematiek mandaat college/burgemeester in hoofdlijnen

Het college en de burgemeester beschikken over een reeks van bevoegdheden. Sommige daarvan kunnen niet in mandaat of ondermandaat worden gegeven. Voor zover dat wel kan, is het in de gevolgde systematiek een kwestie van ‘afpellen’.

Eerst wordt bezien welke bevoegdheden voor mandatering buiten de gemeentelijke organisatie in aanmerking komen (externen; vgl. bijvoorbeeld OD NHN) en welke binnen de gemeente exclusief aan bepaalde functionarissen moeten worden gemandateerd (bijvoorbeeld aan de officier van dienst bevolkingszorg tijdens een GRIP 1 of hoger e.d.).

De resterende bevoegdheden worden in principe zo laag mogelijk in de organisatie ‘gelegd’. Deels rechtstreeks, doordat deze regeling zelf een ruim mandaat en ondermandaat benoemt ten behoeve van de gemeentesecretaris en de afdelingsmanagers en de teamleiders. Deels indirect, doordat de afdelingsmanagers vervolgens aan ondergeschikten kunnen ‘doormandateren’.

De bevoegdheden worden in eerste instantie gemandateerd aan de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris mandateert de bevoegdheden vervolgens door aan de afdelingsmanagers, tenzij een bevoegdheid hiervan is uitgezonderd (artikel 7 en bijlage 5). De afdelingsmanagers zijn vervolgens bevoegd de bevoegdheden door te mandateren aan ondergeschikten (artikel 7). Het besluit van de afdelingsmanager om bevoegdheden door te mandateren aan ondergeschikten (ondermandaat) wordt schriftelijk vastgelegd.

Wanneer is mandaat niet mogelijk?

Er gelden 2 belangrijke uitzonderingen op de ‘ruime’ mandateringssystematiek, te weten:

  • 1.

    wettelijk: artikel 3 lid 1 van de regeling verwijst naar artikel 10:3 Awb dat mandatering uitsluit voor zover dat blijkt uit een wettelijk voorschrift,

  • indien de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet en in een aantal specifiek genoemde gevallen (artikel 10:3, tweede, derde en vierde lid, Awb; zie ook de artikelsgewijze toelichting op artikel 3 lid 1 van de regeling).

  • 2.

    ingevolge de artikelen 6 en 7 lid 1 van de regeling c.q. de bijlagen 4 en 5: hierin is opgesomd welke bevoegdheden niet door het bestuursorgaan aan de gemeentesecretaris worden gemandateerd respectievelijk welke bevoegdheden niet door de gemeentesecretaris aan de afdelingsmanagers worden ondergemandateerd (en dus ook niet kunnen worden ‘doorgemandateerd’ aan ondergeschikten).

Waar moet een (onder)mandaatgever onder meer op letten?

  • 1.

    Nagaan of een (onder)mandaat kan worden verleend. De regeling en de bijlagen bevatten beperkingen en ook artikel 10:3 Awb noemt een aantal belangrijke uitzonderingen.

  • 2.

    Overleg in geval van twijfel: elke regeling bevat begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Er kunnen zich situaties voordoen waarin onduidelijk is of een bevoegdheid gemandateerd is of voor ondermandaat in aanmerking komt. Wanneer verzet de aard van een bevoegdheid zich bijvoorbeeld tegen mandaatverlening? Wat is precies bedoeld met de uitzonderingen in de bijlagen 4 en 5?

  • Overleg is essentieel voor oplossing van dergelijk problemen. Raadpleeg voor interpretatie of uitleg ingeval van verlening van ondermandaat bijvoorbeeld de mandaatgever (bestuursorgaan) of de ‘hogere’ ondermandaatgever (gemeentesecretaris/afdelingsmanager) en meer in het algemeen de gemeentelijke juristen. De uitkomst daarvan kan bijvoorbeeld ook zijn dat de regeling en/of de bijlagen moeten worden aangepast.

  • 3.

    Overleg bij voornemen tot (onder)mandaat: elk voornemen om een (onder)mandaat te verlenen, te wijzigen of in te trekken moet voor overleg schriftelijk worden voorgelegd aan de afdelingsmanager die het onderwerp mandaat in zijn takenpakket heeft (thans: Advies & Ondersteuning).

  • 4.

    Onderhoud: belangrijk is dat de mandaatregeling en de bijlagen niet gedateerd raken. Elke verlening, wijziging of (gehele of gedeeltelijke) intrekking van een (onder)mandaat wordt schriftelijk gemeld aan de onder 3 bedoelde afdelingsmanager, die zorg draagt voor het bijhouden van de regeling met bijlagen. Naar verwachting zijn de ondermandaten van de afdelingsmanagers aan ondergeschikten het meest onderhoudsgevoelige onderdeel.

  • 5.

    Bekendmaking: zonder publicatie treedt een (onder)mandaat niet in werking. De onder 3 bedoelde afdelingsmanager draagt zorg voor bekendmaking in het Gemeenteblad van de regeling en de bijlagen.

  • 6.

    Instructies geven: bij (onder)mandaat kunnen instructies voor de uitoefening van de bevoegdheid worden gegeven. Deze worden schriftelijk omschreven en in het betreffende besluit opgenomen. In artikel 3, lid 4 en in bijlage 1 is een aantal instructies genoemd, die door de gemandateerde in ieder geval in acht moeten worden genomen. Eventueel te geven (aanvullende) instructies mogen daarvan niet afwijken.

Waar moet een (onder)gemandateerde onder meer op letten?

  • 1.

    Reikwijdte van de bevoegdheid: handelen buiten het (onder)mandaat betekent onbevoegd – en daarmee niet rechtsgeldig – handelen. Daarom moet altijd worden bezien welke grenzen er gelden.

  • 2.

    Ondermandaat aan meerdere afdelingsmanagers/ondergeschikten: meer algemene bevoegdheden kunnen vaak door meerdere afdelingsmanagers in ondermandaat worden uitgeoefend, zoals het aangaan van overeenkomsten of ingeval van integrale advisering. Een afdelingsmanager ziet er op toe dat de bevoegdheid uitsluitend wordt uitgeoefend binnen de taakvelden van de afdeling waarvan hij hoofd is (artikel 7 lid 2). Eenzelfde taakvelden-beperking geldt voor ondergeschikten (artikel 7 lid 3).

  • 3.

    Instructies opvolgen: voor de uitoefening van bevoegdheden in (onder)mandaat gelden algemene instructies. Daarbij is in een aantal gevallen terugkoppeling in ieder geval vereist (artikel 3 lid 4 en bijlage 1; zie verder de artikelsgewijze toelichting). Daarnaast kunnen er aanvullende instructies gegeven zijn. Ingeval van twijfel of onduidelijkheid raadpleegt de gemandateerde altijd de mandaatgever. Van instructies mag niet worden afgeweken. In plaats daarvan kan aan de mandaatgever worden gevraagd om de instructies aan te passen.

  • Tegelijk mandaat gemeentesecretaris en ondermandaat afdelingsmanagers/teamleiders.

  • In de gekozen decentrale benadering (integraal management) vormt ondermandaat aan de afdelingsmanagers en teamleiders een belangrijke schakel. Van belang is echter dat ook de gemeentesecretaris als hoofd van de ambtelijke organisatie desgewenst zelf de bevoegdheden (in mandaat) kan uitoefenen en ook aanwijzingen kan geven over de manier waarop dat gebeurt. Dit is de reden dat de betreffende bevoegdheden niet rechtstreeks aan de afdelingsmanagers zijn gemandateerd.

  • Op grond van artikel 7 lid 1 dient de gemeentesecretaris de in mandaat verkregen bevoegdheden ‘door te mandateren’ aan de afdelingsmanagers en teamleiders. Daarom wordt deze regeling voor de effectuering van dat onderdeel separaat door de gemeentesecretaris en de afdelingsmanagers ondertekend.

II. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Definities

Lid 1

De gedefinieerde begrippen behoeven nauwelijks toelichting.

Een voorbeeld van een privaatrechtelijke rechtshandeling betreft het sluiten van een overeenkomst.

Bij een handeling, die geen besluit en geen privaatrechtelijke rechtshandeling is, kan men bijvoorbeeld denken aan een niet-schriftelijke beslissing, zoals de feitelijk handhaving van de openbare orde.

Lid 2

Het Treasurystatuut van de gemeente en de budgethoudersregeling van de gemeente bevatten ook toedelingen van bevoegdheden aan medewerkers/functies. Deze regelingen blijven onverkort van kracht en gaan voor op de mandaatregeling. Treasury-bevoegdheden kunnen niet op grond van de mandaatregeling worden gemandateerd. Voor (on)mogelijkheden in dat verband moet men het Treasurystatuut raadplegen.

Artikel 2 Volmacht, machtiging en ondermandaat

Lid 1

In deze regeling en bijlagen wordt mandaat verleend om publiekrechtelijke besluiten te nemen, volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en machtiging om handelingen te verrichten die geen besluit en geen privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Op grond van de schakelbepaling van artikel 10:12 Awb zijn de mandaatbepalingen van afdeling 10.1.1 Awb van overeenkomstige toepassing op de verlening van volmacht en machtiging. Lid 1 maakt duidelijk dat ook het bepaalde in de regeling en de bijlagen van overeenkomstige toepassing is. Is bijvoorbeeld mandaatverlening op grond van de artikelen 6 en 7, lid 1 c.q. bijlagen 4 of 5 niet mogelijk, dan is er ook geen sprake van volmacht of machtiging.

Volmacht is geregeld in de artikelen 3:60 e.v. van het Burgerlijk Wetboek en is de privaatrechtelijke ‘tegenhanger’ van mandaat. Bij bijvoorbeeld het aangaan van een overeenkomst handelt ‘de gemeente’, als rechtspersoon naar burgerlijk recht. Voor zover er in bijlagen 4 en 5 geen uitzondering is vermeld, kunnen overeenkomsten door de gemeentesecretaris, afdelingsmanagers (en na verder ondermandaat door ondergeschikten) worden aangegaan.

De (formele) ondertekening van overeenkomsten is verder een bevoegdheid van de burgemeester, tenzij deze aan een ander opdraagt om de gemeente namens hem te vertegenwoordigen (artikel 171, lid 2, van de Gemeentewet). Die opdracht ligt deels in deze regeling en de bijlagen besloten. Betreft het een gemandateerde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan, dan mogen deze tevens op decentraal niveau worden ondertekend. Overeenkomsten die niet in (onder)mandaat mogen worden afgedaan, worden door de burgemeester ondertekend (tenzij deze voor het betreffende geval alsnog een opdracht verleent). Zie verder nog de toelichting op bijlage 4 en artikel 8, lid 1.

Lid 2

Ingevolge artikel 10:9, eerste lid, Awb kan een mandaatgever toestaan dat ondermandaat wordt verleend.

Lid 2 maakt duidelijk dat ondermandaat alleen mogelijk is voor zover dat in de regeling en de bijlagen is aangegeven.

In het algemeen geldt verder dat een bevoegdheid die men niet heeft, ook niet in ondermandaat kan worden gegeven. Zo mag bijvoorbeeld een afdelingsmanager op grond van bijlage 5 geen subsidie intrekken en kan hij die intrekkingsbevoegdheid ook niet ondermandateren.

Lid 3

Artikel 10:9, tweede lid, Awb regelt dat de mandaatbepalingen van afdeling 10.1.1 Awb van overeenkomstige toepassing zijn op ondermandaat. In aanvulling daarop bepaalt lid 3 dat de regeling en de bijlagen (waar mogelijk) eveneens overeenkomstig op ondermandaat worden toegepast.

Artikel 3 Mandaat (bijlage 1)

Lid 1

In de algemene toelichting is al aandacht besteed aan de vraag wanneer een (onder)mandaat niet kan worden verleend. Naast de in deze regeling en bijlagen vervatte beperkingen speelt hier artikel 10:3 Awb een belangrijke rol. Mandatering (en daarmee ook ondermandaat) is niet toegestaan indien een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Ook noemt artikel 10:3 Awb een aantal concrete voorbeelden (bijvoorbeeld de vaststelling van algemeen verbindende voorschriften, een beperking ingeval van het beslissen op een bezwaarschrift e.d.).

Alvorens tot (onder)mandaat wordt overgegaan moet steeds worden nagegaan of dit wordt belet of beperkt:

  • 1.

    doordat mandaatverlening in een andere regeling is opgenomen;

  • 2.

    door de regeling of de bijlagen;

  • 3.

    op grond van de in artikel 10:3 Awb genoemde voorbeelden;

  • 4.

    door een ander wettelijk voorschrift of

  • 5.

    doordat de aard van de te mandateren bevoegdheid zich daartegen verzet.

De eerste 3 voorwaarden spreken voor zich. Bij ‘wettelijk voorschrift’ onder 4 kan met name gedacht worden aan de regeling, waarin de te mandateren bevoegdheid is opgenomen (bijvoorbeeld een subsidieregeling). Dergelijke uitzonderingen komen overigens niet vaak voor. Bij het uitzonderingscriterium onder 4 gaat het, als aangegeven in de algemene toelichting, om een te interpreteren begrip. Gaat het om een ‘ingrijpende’ bevoegdheid? Concrete beoordelingsrichtlijnen zijn niet te geven, waardoor het aankomt op inschattingsvermogen, een zorgvuldige en voorzichtige benadering en – ingeval van enige twijfel – in ieder geval op overleg.

Lid 2

Op grond van artikel 10:8 Awb kan een mandaatgever een mandaat te allen tijde intrekken. Wie het meerdere mag – verlenen en intrekken – mag ook het mindere. Lid 2 maakt duidelijk dat een (onder)mandaat ook gedeeltelijk kan worden ingetrokken en tevens (geheel of gedeeltelijk) kan worden gewijzigd.

Intrekking van een algemeen mandaat moet schriftelijk geschieden, aldus het tweede lid van artikel 10:8 Awb. In artikel 3, lid 2 van de regeling is dat niet uitdrukkelijk vermeld. Dat is niet nodig aangezien elke verlening, wijziging en gehele of gedeeltelijke intrekking van een (onder)mandaat in de regeling en/of bijlagen moet worden opgenomen. Daarmee wordt sowieso aan de eis van schriftelijkheid voldaan.

Leden 3 en 4

Bij de uitoefening van een bevoegdheid in (onder)mandaat moeten uiteraard de geldende (wettelijke) regelingen, beginselen van behoorlijk bestuur en beleidsregels in acht genomen worden. De leden 3 en 4 gaan over de instructies die daarnaast kunnen worden gegeven – dit is ook bepaald in artikel 10:6 Awb - en eveneens opgevolgd moeten worden (zie ook de algemene toelichting).

Instructies kunnen algemeen gelden maar ook voor een of meer bepaalde gevallen worden gegeven, zo volgt uit lid 3. Lid 4 verwijst naar bijlage 1, waarin een aantal algemene instructies is opgenomen. Deze moeten hoe dan ook in acht worden genomen en aanvullende instructies mogen niet tot afwijking daarvan dwingen.

Bijlage 1

Indien en zodra een bestuursorgaan aangeeft een bevoegdheid zelf te willen uitoefenen, wordt van een (onder)mandaat geen gebruik gemaakt. In bepaalde andere gevallen (zie onder nummer 2 van bijlage 1) geldt een verplichting tot terugkoppeling, waarbij aan de (onder)mandaatgever om nadere instructie wordt gevraagd.

Te denken valt aan aanzienlijke politieke of bestuurlijke gevolgen die in redelijkheid van het in (onder)mandaat te nemen besluit te verwachten zijn. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als het besluit leidt tot negatieve berichtgeving in de media of als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren. Ook wordt gewezen op situaties waarin besluitvorming in (onder)mandaat zal leiden tot afwijking van een extern ingewonnen advies of van beleid respectievelijk een bestendige bestuurlijke praktijk. Voorts ingeval van budgetoverschrijding van meer dan 10% of andere ingrijpende financiële gevolgen. Tevens wordt genoemd de situatie waarin uit een extern ingewonnen advies blijkt dat het te nemen besluit tot ongunstige gevolgen leidt of kan leiden en het geval waarin naar verwachting een gerechtelijke procedure op het besluit zal volgen. Tot besluit vindt ook terugkoppeling en verzoek om nadere instructie plaats indien hoofden of andere medewerkers van verschillende afdelingen eenzelfde bevoegdheid in ondermandaat uitoefenen (bijvoorbeeld bij integrale advisering) maar er onderling geen overeenstemming is over de manier waarop.

Sommige instructies zijn in bijlage 1 ten overvloede opgenomen omdat er in die gevallen (eigenlijk al) geen sprake is van een bevoegdheid die in (onder)mandaat kan worden uitgeoefend. Denk bijvoorbeeld aan handelen in afwijking van vastgesteld beleid (bijlage 1, nr. 3b). Die categorie is immers van mandaat uitgezonderd (bijlage 4, onder A, Bestuurlijk-juridische aangelegenheden, nr. 5). Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor budgetoverschrijding (bijlage 1, nr. 3c), meer in het bijzonder bij het aangaan van overeenkomsten (uitgezonderd van mandaat in bijlage 4, onder A, Bestuurlijk-juridische aangelegenheden, Overeenkomsten, nr. 2). Deze instructies zijn voor de overzichtelijkheid niettemin in bijlage 1 vermeld.

Ook voor het aspect ‘instructies’ geldt tot slot dat de gekozen omschrijvingen daarvan vaak niet vastomlijnd en daarmee voor (verschillende) uitleg vatbaar zijn. Dit vergt inschattingsvermogen van, en een zorgvuldige en voorzichtige benadering door, de betrokken gemandateerden. Hoofdregel is ook hier, dat liever het zekere voor het onzekere wordt genomen en overleg wordt gevoerd in geval van twijfel of vragen.

Artikel 4 Mandaat externen (bijlage 2)

Lid 1

De bevoegdheid tot verlening van mandaat aan externen komt (zelf) niet voor mandaat in aanmerking. Volgens lid 1 kan alleen een bestuursorgaan een dergelijk mandaat geven aan een ambt of persoon die bijvoorbeeld geen deel uitmaakt van de gemeentelijke organisatie. Dit is (ten overvloede maar voor alle duidelijkheid) tevens opgenomen in bijlage 4.

Bij externen kan het bijvoorbeeld gaan om openbare lichamen op basis van gemeenschappelijke regelingen, waaraan de uitvoering van gemeentelijke diensten/taken (uitkeringen, subsidies, milieutoezicht e.d.) is opgedragen. Het gaat hier niet om detacheringskrachten e.d.

Lid 2

Voor mandaat aan externen, waarbij de gemandateerde niet onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever werkzaam is, noemt artikel 10:4 Awb een voorwaarde. De gemandateerde moet met het mandaat instemmen. In voorkomende gevallen is ook instemming nodig van degene, onder wiens verantwoordelijkheid de gemandateerde valt.

Bijlage 2

Mandaten aan externen zijn genoemd c.q. opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling. Voor de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD) geldt dat verwezen wordt naar het meest recent gepubliceerde mandaatbesluit, waarin een uitgebreid overzicht van bevoegdheden en wettelijke grondslagen is opgenomen. Ook wordt daarin een aanvullende instructie gegeven (toestemming van het bestuursorgaan in geval van handhaving of een voornemen daartoe).

Voorts zijn aan de hulpofficier van justitie bepaalde bevoegdheden van de burgemeester op grond van de Wet tijdelijk huisverbod gemandateerd.

Artikel 5 Mandaat aangewezen functionarissen (bijlage 3)

Lid 1

Het bestuursorgaan mandateert op grond van deze regeling bepaalde bevoegdheden rechtstreeks aan specifieke functionarissen, dus niet ´via´ de gemeentesecretaris. Dit hangt samen met de aard van de betreffende bevoegdheden.

Bijlage 3

Deze mandaatverlening, die overigens zelden voorkomt, wordt in bijlage 3 opgenomen. Te denken valt met name aan calamiteitsituaties (brand, regionale incidentbestrijding e.d.). Soms moet met spoed een overeenkomst worden gesloten voor bijvoorbeeld het treffen van noodvoorzieningen waarmee verdere nadelige gevolgen van een incident kunnen worden voorkomen of beperkt.

Artikel 6 Mandaat gemeentesecretaris (bijlage 4)

Lid 1

In de algemene toelichting is al aangegeven dat deze bepaling de eerste belangrijke stap vormt om te bereiken dat bevoegdheden in beginsel op een zo laag mogelijk niveau in de gemeentelijke organisatie worden uitgeoefend.

Veel bevoegdheden van het college en van de burgemeester gaan, voor zover niet aan externen of exclusief aan specifieke functionarissen binnen de gemeente gemandateerd, in mandaat naar de gemeentesecretaris als hoofd van de ambtelijke organisatie. Een bestuursorgaan kan de gemeentesecretaris instructies geven voor de manier waarop een bevoegdheid moet worden uitgeoefend.

Bijlage 4

Decentrale bevoegdheidsuitoefening is regel en in een beperkt aantal gevallen houdt het bestuursorgaan de besluitvorming aan zichzelf. Deze uitzonderingen zijn in bijlage 4 opgenomen en behoeven nauwelijks nadere toelichting. Het betreft over het algemeen ‘zware’ bevoegdheden, waarvan de uitoefening ingrijpende consequenties kan hebben en die zich naar hun aard niet of minder goed lenen voor (onder)mandaat.

Denk bij personeelsaangelegenheden bijvoorbeeld aan ontslag of schorsing van de gemeentesecretaris. Maar bijvoorbeeld ook aan het aangaan van overeenkomsten waarmee de financiële waarde van toegekende budgetten met meer dan 10% wordt overschreden e.d.

Aandacht vragen nog de bevoegdheden waarvoor in andere regelingen een specifieke wettelijke (vertegenwoordigings-)regeling bestaat. Men zie in bijlage 4 bijvoorbeeld onder A, Bestuurlijk-juridische aangelegenheden, nr. 11 tot en met 13. Het betreft hier bevoegdheden van de burgemeester die met name de openbare orde betreffen (o.a. ook aanwijzing veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht, bestuurlijke ophouding e.d.). De artikelen 177 en 178 Gemeentewet bevatten bijzondere regels met betrekking tot het verlenen van machtigingen en het overdragen van bevoegdheden door de burgemeester. Door opneming van deze categorieën in bijlage 4 wordt duidelijk dat de betreffende bevoegdheden niet aan de gemeentesecretaris worden gemandateerd (en dus evenmin aan de afdelingsmanagers/teamleiders en verder worden ‘doorgemandateerd’).

Er kan hierbij bijvoorbeeld sprake zijn van extern mandaat, zoals ingeval van de Wet tijdelijk huisverbod (bijlage 4 onder A, Bestuurlijk-juridische aangelegenheden, nr. 12), zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling (onder II, hulpofficier van justitie). Voor de overzichtelijkheid is deze categorie in bijlage 4 gehandhaafd om duidelijk te maken dat eventuele overige, nog niet aan de hulpofficier van justitie gemandateerde bevoegdheden niet naar de gemeentesecretaris, afdelingsmanagers, en verder ‘gaan’.

Verder is voor wat betreft de ondertekening van overeenkomsten bij de toelichting op artikel 2 lid 1 al gewezen op de bijzondere vertegenwoordigingsregeling van artikel 171 lid 2 Gemeentewet. Deze ondertekening is een bevoegdheid van de burgemeester, maar hij kan een ander opdragen om de gemeente namens hem te vertegenwoordigen. Deze bevoegdheid is niet in bijlage 4 uitgezonderd. Is de bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan gemandateerd, dan mogen deze tevens op decentraal niveau worden ondertekend. Echter, overeenkomsten die niet in (onder)mandaat mogen worden afgedaan, worden door de burgemeester ondertekend (tenzij deze voor het betreffende geval alsnog een opdracht verleent).

Artikel 7 Ondermandaat afdelingsmanagers/ondergeschikten (bijlage 5)

Leden 1 en 2

Voor een zo decentraal mogelijke bevoegdheidsuitoefening in de organisatie geldt als tweede stap het tegelijk met het ruime mandaat aan de gemeentesecretaris (artikel 6) ‘doormandateren’ van de meeste van de bevoegdheden aan de afdelingsmanagers.

Heeft de gemeentesecretaris voor deze bevoegdheden instructies van het bestuursorgaan gekregen, dan legt hij deze instructies ook op aan de afdelingsmanagers. Ook kan hij andere instructies opleggen.

Omdat de afdelingsmanagers en teamleiders dezelfde bevoegdheden in ondermandaat krijgen, moet voorkomen worden dat zij in ‘elkaars vaarwater’ terecht komen. Daarom bepaalt lid 2 zekerheidshalve dat een bevoegdheid alleen mag worden uitgeoefend binnen de taakvelden van het betreffende team.

Als er tussen de afdelingsmanagers/teamleiders geen overeenstemming bestaat over de vraag wie, waarvoor, welke bevoegdheid op welke manier precies in ondermandaat kan uitoefenen, geldt op grond van de instructies in bijlage 1 een terugkoppelverplichting, waarbij voor de oplossing van het probleem om een nadere instructie wordt gevraagd.

Lid 3

De derde en laatste stap in het kader van integraal management betreft de mogelijkheid voor afdelingsmanagers om bevoegdheden ‘door te leggen’ naar medewerkers/ondergeschikten. Daarbij kan het om verstrekkende aangelegenheden gaan. Denk bijvoorbeeld aan besluiten inzake aanbesteding (gunning en het aangaan van overeenkomsten) met vergaande financiële verplichtingen.

De afdelingsmanagers maken ieder voor zich een afweging en leggen hun voornemens tot ondermandaat schriftelijk voor aan de afdelingsmanager tot wiens taakveld het onderwerp ‘mandaat’ behoort (thans: Advies & Ondersteuning). Gelden er voor de afdelingsmanagers instructies van het bestuursorgaan en/of de gemeentesecretaris, dan gelden deze bij ondermandaat ook voor de betreffende medewerker(s). Voorts kan een afdelingsmanager aanvullende instructies geven voor de manier waarop een bevoegdheid moet worden uitgeoefend.

Tot besluit speelt de bij de toelichting op lid 2 besproken taakvelden-beperking ook voor de medewerkers van de teams.

Lid 4

De gemeentesecretaris kan op grond van lid 4 ook een bevoegdheid rechtstreeks ondermandateren aan een ondergeschikte die geen afdelingsmanager is.

Bijlage 5

Een beperkt aantal bevoegdheden, opgenomen in bijlage 5, ‘blijft bij’ de gemeentesecretaris. Deze betreffen met name bepaalde personeelsaangelegenheden en worden daarom niet lager in de organisatie ‘gelegd’. Verder gaat het om besluiten tot intrekking van subsidies, wijziging van reeds bestaande subsidieverhoudingen en niet-invordering van bedragen hoger dan € 1.500.

Artikel 8

Dit artikel regelt de ondermandatering aan de teamleiders. Dit geldt dan voor besluiten die vallen binnen het werkveld van het betreffende team. En uiteraard blijft de afdelingsmanager bevoegd, zowel om zelf te besluiten, als om aanwijzingen te geven over de uitvoering van het ondermandaat. De afdelingsmanager kan altijd besluiten dat een bepaalde bevoegdheid niet door de teamleider kan worden uitgeoefend.

Bijlage 6

Bevoegdheden genoemd in bijlage 6 worden niet in ondermandaat door teamleiders uitgevoerd:

Klachten tegen de teamleider

Beslissingen op bezwaar

Beslissingen over personeelsaangelegenheden.

Artikel 9 Ondertekening

Lid 1

Artikel 10:10 Awb bepaalt dat een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. In artikel 8 van de regeling is dit uitgewerkt in ondertekeningsvoorschriften. De bevoegdheid om in mandaat besluiten te nemen, impliceert tevens de bevoegdheid tot ondertekening namens het bestuursorgaan. In lid 1 wordt met betrekking tot ondertekening niet alleen over ‘besluit’ maar ook over ‘stuk’ gesproken. Voor dat laatste gaat het bijvoorbeeld om de ondertekening van een overeenkomst (zie verder de toelichting op artikel 2 lid 1 en op bijlage 4).

Lid 2

In het tweede lid is aangegeven, hoe de ondertekening moet luiden. Daarvan mag niet worden afgeweken. Ook in geval van ondermandaat wordt namens het bestuursorgaan ondertekend.

Als een bevoegdheid door het bestuursorgaan aan de gemeentesecretaris is gemandateerd, deze is ‘doorgemandateerd’ aan een afdelingsmanager en vervolgens aan een ambtenaar, tekent de ambtenaar (uitsluitend) namens het bestuursorgaan. Eventuele ‘tussenschakels’ in de mandatering blijven onvermeld.

Overigens bestaat in de praktijk nogal eens verwarring tussen de bovenstaande ondertekening (ontleend aan artikel 10:10 Awb) en het zgn. ‘ondertekeningsmandaat’ (op grond van artikel 10:11 Awb). Dit laatste is niet in deze mandaatregeling opgenomen. Bij een ‘ondertekeningsmandaat’ gaat het niet om een in mandaat genomen besluit maar om een besluit van het bestuursorgaan zelf. Het bestuursorgaan laat dat besluit vervolgens door een ander ondertekenen. Dit komt weinig voor.

Artikel 10 Slotbepalingen

Lid 1

Deze mandaatregeling vervangt alle eerder vastgestelde mandaatregelingen. De bestaande ondermandaatregelingen aan de teamleiders vervallen eveneens, nu het ondermandaat aan de teamleiders in deze regeling is opgenomen. Bestaande ondermandaten verleend aan medewerkers, tot stand gekomen onder een eerdere versie van deze regeling, blijven van kracht.

De externe mandaten, tot stand gekomen onder een eerdere versie van deze regeling, blijven van kracht en zijn opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.