Besluit van de burgemeester van de gemeente Den Helder, houdende een Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder

Geldend van 19-05-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit van de burgemeester van de gemeente Den Helder, houdende een Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder

De burgemeester van de gemeente Den Helder;

gehoord de beraadslaging met de driehoek;

gelet op;

  • artikel 151c Gemeentewet;

  • artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening gemeente Den Helder 2021; en

  • Aanwijzingsbesluit publiek cameratoezicht gemeente Den Helder;

overwegende dat:

  • de burgemeester in het belang van de openbare orde op grond van artikel 151c Gemeentewet en artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021 bevoegd is om voor bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op openbare plaatsen;

  • het cameratoezicht voldoet aan de eisen die artikel 151c Gemeentewet stelt aan het instellen van cameratoezicht;

  • de belangen van de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en opsporen van strafbare feiten in het onderhavige geval zwaarder wegen dan het individuele belang van de burgers;

  • het uitoefenen van cameratoezicht onderdeel is van een breder pakket aan maatregelen ter vergroting van de leefbaarheid en veiligheid;

  • het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de bevoegdheidsverdeling en beheer van de camerabeelden.

besluit:

de volgende nadere regels vast te stellen:

(Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder)

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    beeldinformatie: de door het publiek cameratoezicht verkregen en geregistreerde filmbeelden;

  • b.

    beheer: de zorg voor de continuïteit van het publiek cameratoezicht;

  • c.

    beheerder: de gemeente Den Helder;

  • d.

    camerasysteem: het geheel aan camera’s, monitoren, opnameapparatuur, verbindingsapparatuur, bekabeling en bevestigingen;

  • e.

    cameratoezicht: toezicht met behulp van het camerasysteem;

  • f.

    DPIA: Data Protection Impact Assessment;

  • g.

    incident: een waargenomen strafbaar feit, ongeval of andere gebeurtenis die vraagt om optreden.

  • h.

    mobiele camera: een camera welke flexibel kan worden ingezet en niet is gebonden aan een vaste locatie;

  • i.

    operationeel regisseur: de politie;

  • j.

    operationele regie: de operationele uitvoering bij het gebruik van het publiek cameratoezicht;

  • k.

    opslaglocatie: server in operationeel beheer van de operationeel regisseur;

  • l.

    Regionale Toezicht Centrale (RTC): de ruimte waar de opnameapparatuur is ondergebracht en waar de beelden op monitoren (live) bekeken kunnen worden;

  • m.

    technisch beheerder: de partij die de camera’s levert en het technisch onderhoud verricht, waaronder begrepen het (ver)plaatsen van de camera’s;

  • n.

    vaste camera: een camera welke gebonden is aan een vaste locatie en is aangesloten op een vaste verbinding;

Artikel 2. Doel

Het doel van publiek cameratoezicht is:

  • a.

    handhaving van de openbare orde en het voorkomen van verstoring daarvan;

  • b.

    de identificatie en vervolging van verdachten van strafbare feiten door de daarvoor verantwoordelijke autoriteiten.

Artikel 3. Plaatsingscriteria

Onder criteria voor de inzet van vast en mobiel cameratoezicht wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    er is sprake van (gevaar voor) verstoring van de openbare orde;

  • b.

    er is een evenwichtige verhouding tussen inzet van cameratoezicht en de geconstateerde criminaliteit en overlast;

  • c.

    er wordt voorafgaand aan inzet afgewogen of het geformuleerde doel met minder ingrijpende maatregelen behaald kan worden;

  • d.

    publiek cameratoezicht is onderdeel van een groter pakket aan maatregelen die zijn getroffen om openbare ordeverstoring tegen te gaan;

  • e.

    voorafgaand aan of onverwijld na de plaatsing van een camera wordt een DPIA uitgevoerd.

Artikel 4. Opname beeldinformatie

De camera’s zijn 24 uur per dag operationeel. De kwaliteit van de beelden is zodanig dat ook op nachtelijke opnamen het gefilmde duidelijk te onderscheiden is.

Artikel 5. Taken en verantwoordelijkheden

  • 1. De plaatsing van cameratoezicht geschiedt onder verantwoordelijkheid van de beheerder.

  • 2. Het functioneel beheer geschiedt onder verantwoordelijkheid van de operationeel regisseur.

  • 3. Het dagelijks beheer van het camerasysteem wordt uitgevoerd door de operationeel regisseur en de bevoegde medewerkers in de regionale toezichtcentrale.

  • 4. Het technisch beheer van het camerasysteem geschiedt door de leverancier van het systeem onder verantwoordelijkheid van de beheerder.

  • 5. De leverancier draagt er zorg voor dat het camerasysteem periodiek wordt gecontroleerd op verzoek van de beheerder. Defecten worden zo spoedig mogelijk hersteld.

  • 6. De bevoegde medewerkers van de operationeel regisseur bedienen het camerasysteem en kunnen beeldinformatie inzien. Zij gaan integer om met de beeldinformatie, in het bijzonder met betrekking tot de privacy van personen.

  • 7. De operationeel regisseur zorgt ervoor dat er zorgvuldig met het beeldmateriaal wordt omgegaan wanneer dit in verband met een incident moet worden veiliggesteld. Indien de aard van het incident dit vraagt, meldt de operationeel regisseur dit aan de beheerder.

Artikel 6. Uitkijken en bediening camerasysteem

  • 1. Bevoegd tot het bedienen van het camerasysteem alsmede het live uitkijken van de beelden zijn:

    • a.

      politiefunctionarissen voor de uitoefening van hun wettelijke taken in geval zij voor het uitkijken geautoriseerd zijn en hiervoor een opleiding hebben gevolgd;

    • b.

      de bevoegde medewerkers van de Regionale Toezicht Ruimte;

    • c.

      technisch beheerder, indien dat functioneel noodzakelijk is, uitsluitend met toestemming van de operationeel regisseur.

  • 2. Onder het bedienen van de apparatuur wordt ook begrepen het terugkijken van digitale opnamen en het vastleggen van beeldinformatie op en USB-stick, DVD, (micro)SD-card of een andere wijze van datatransport.

  • 3. In geval derden inzicht willen in publieke camerabeelden beroept men zich op artikel 19 Wet Politiegegevens.

  • 4. De politie mag zonder tussenkomst van de Officier van Justitie beschikken over de camerabeelden en kan deze indien noodzakelijk toevoegen aan een strafrechtelijk dossier.

  • 5. De advocaat ontvangt, indien noodzakelijk en relevant, een kopie van het strafrechtelijke dossier met een uitwerking van de camerabeelden.

  • 6. Indien de advocaat de uitwerking van de camerabeelden wantrouwt, kan deze een verzoek tot inzage van de originele camerabeelden doen bij de rechter-commissaris.

Artikel 7. Gebieden

De gebieden voor de inzet van publiek cameratoezicht zijn door de burgemeester aangewezen in het Aanwijzingsbesluit publiek cameratoezicht gemeente Den Helder (hierna: Aanwijzingsbesluit).

Artikel 8. Vast cameratoezicht

  • 1. In de gebieden in het Aanwijzingsbesluit kunnen vaste camera’s worden geplaatst.

  • 2. Vaste camera’s worden geplaatst voor de duur van zes jaar.

  • 3. Er vindt iedere twee jaar evaluatie plaats waarbij de vaste camera’s worden getoetst op de plaatsingscriteria genoemd in artikel 3.

Artikel 9. Mobiel cameratoezicht

  • 1. In de gebieden in het Aanwijzingsbesluit kunnen mobiele camera’s worden geplaatst.

  • 2. Mobiele camera’s worden geplaatst voor een periode tot zes maanden waarna evaluatie plaatsvindt.

  • 3. Indien uit omstandigheden blijkt dat verlenging vereist is, kan de mobiele camera twee keer met maximaal zes maanden verlengd worden.

  • 4. In afwijking van het derde lid kan een mobiele camera langer worden geplaatst indien:

    • a.

      reeds toestemming is verleend voor het plaatsen van een vaste camera; en

    • b.

      de vaste camera niet kan worden geplaatst wegens (tijdelijk) gebrek aan voorzieningen.

  • 5. Indien uit evaluaties blijkt dat vast cameratoezicht nodig is, kan de mobiele camera worden vervangen door een vaste camera, bedoeld in artikel 8.

Artikel 10. Integriteit en privacy

  • 1. In de gebieden in het Aanwijzingsbesluit kunnen mobiele en vaste camera’s worden geplaatst.

  • 2. De aanwezigheid van cameratoezicht wordt kenbaar gemaakt door middel van kenbaarheidsborden op diverse grensplaatsen van de aangewezen gebieden.

  • 3. Teneinde inbreuk op privacy van burgers te beperken, worden de camerabeelden deels gemaskeerd voor uitkijken. De operationeel regisseur geeft de technisch beheerder opdracht tot maskeren van de beelden.

  • 4. De in artikel 5, eerste lid, genoemde functionarissen gaan vertrouwelijk en integer om met de (beeld)informatie die zij tot zich krijgen met het cameratoezicht in verband met de privacy van derden.

Artikel 11. Opslaglocatie en termijnen

  • 1. Beeldinformatie wordt direct opgeslagen op een harde schijf of server welke in beheer is bij de operationeel regisseur. De medewerkers van de regionale toezichtcentrale zorgen ervoor dat de overdracht van camerabeelden aan recherche in dit geval noodzakelijk is voor opsporingsonderzoek.

  • 2. Opslag van camerabeelden vindt plaats conform wettelijke termijnen:

    • a.

      ten hoogste vier weken, met uitzondering van beelden waarop strafbare feiten zijn vastgelegd en beelden die door de politie en Openbaar Ministerie worden ingezet voor de opsporing en vervolging van de verdachte(n);

    • b.

      ongebruikte beelden worden na vier weken automatisch vernietigd.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze uitvoeringsregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 13. Citeertitel

Deze uitvoeringsregeling wordt aangehaald als: ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de burgemeester op 4 mei 2026.

De burgemeester van de gemeente Den Helder,

J.A. (Jan) de Boer

De gemeentesecretaris,

K. (Koen) van Veen

De burgemeester besluit: 1. Tot vaststelling van de herziene ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’; 2. Tot vaststelling van het herziene ‘Aanwijzingsbesluit gebieden publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’; 3. De lokale driehoek te informeren inzake het herziene Aanwijzingsbesluit en de herziene Uitvoeringsregeling, alvorens over te gaan tot vaststelling; 4. De ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht in de gemeente Den Helder 2020’ en het ‘Aanwijzingsbesluit gebieden publiek cameratoezicht 2020’, zoals vastgesteld op 26 november 2020, in te trekken bij de inwerkingtreding van de herziene ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’ en het ‘Aanwijzingsbesluit gebieden publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’.

Toelichting bij Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder

Algemeen

Middels diverse maatregelen probeert de burgemeester de veiligheid te waarborgen. Desondanks blijven zich incidenten voordoen die openbare ordeverstoring met zich meebrengen. Vaak vinden de incidenten plaats in bepaalde risicogebieden, maar soms variëren de locaties. De burgemeester is op grond van artikel 151c Gemeentewet in combinatie met artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening Den Helder 2021, bevoegd om in het belang van de handhaving van de openbare orde publiek cameratoezicht in te zetten.

In 2019 heeft een onderzoek plaatsgevonden waarbij het nut en de noodzaak tot inzet van publiek cameratoezicht is onderzocht. Binnen dit onderzoek zijn zowel professionals als (een deel van) de inwoners van de gemeente Den Helder gevraagd om hun inbreng. Hieruit komt naar voren dat publiek cameratoezicht een goede toevoeging vormt op de bestaande maatregelen die de openbare orde moeten waarborgen. In deze ‘Uitvoeringsregeling publiek cameratoezicht gemeente Den Helder’ is vastgelegd welke voorwaarden worden gesteld aan de inzet van publiek cameratoezicht binnen gemeente Den Helder.

Artikelsgewijs

Artikel 2. Doel

Het doel van cameratoezicht is handhaving van de openbare orde en veiligheid. Onder handhaving van de openbare orde valt ook de algemene, bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeentelijke samenleving. Cameratoezicht heeft bij uitstek een preventieve werking, zodat ongewenste situaties (overlast) wordt voorkomen. De wetenschap dat er gebruik wordt gemaakt van cameratoezicht kan personen ervan weerhouden in de publieke ruimte de orde te verstoren. Door inzet van camera’s wordt bovendien het veiligheidsgevoel bevordert.

Artikel 3. Plaatsingscriteria

De burgemeester trekt het cameratoezicht in zodra de inzet van de camera(’s) niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. De inzet van het cameratoezicht wordt periodiek geëvalueerd. Hierbij worden de camera’s in ieder geval getoetst op nut en noodzaak. Indien blijkt dat de rechtvaardigingsgrond aan het cameratoezicht is ontvallen, wordt het cameratoezicht verplaatst of stopgezet.

De inzet van cameratoezicht dient gerechtvaardigd te zijn ten opzichte van de omvang van de criminaliteit, onveiligheid en/of de overlast (proportionaliteit). Dit betekent dat de burgemeester per geval beoordeelt of de inbreuk die het cameratoezicht maakt op de persoonlijke levenssfeer van inwoners en bezoekers van de gemeente evenredig is aan het te bereiken doel. Onder het maken van een inbreuk valt niet alleen het filmen van de personen in een cameragebied, maar ook de bewaartermijnen van de beelden.

De inzet van het cameratoezicht mag niet op zichzelf staan. De inzet van cameratoezicht dient gerechtvaardigd te zijn doordat de verstoring van de openbare orde niet met andere minder ingrijpende maatregelen voldoende teruggedrongen kan worden (subsidiariteit). Voorbeelden van alternatieve maatregelen zijn het intensiveren van toezicht door politie en boa’s, aanpassen van de openbare ruimte (verlichting, groenvoorziening) een groeps- of persoonsgerichte aanpak voor overlastgevers, opleggen van gebiedsverboden of het organiseren van bewonersbijeenkomsten. Dit wordt per geval afgewogen.

Een Data Protection Impact Assessment (DPIA) is een instrument om de privacy-risico's van gegevensverwerking in kaart te brengen zodat de gemeentemaatregelen kan nemen om deze risico's te verkleinen tot een acceptabel risiconiveau. De plaatsing van camerabeelden kan een privacyrisico met zich meebrengen. Om die reden is het uitvoeren van een DPIA verplicht voorafgaand aan het plaatsen van zowel een vaste als mobiele camera. In spoedeisende gevallen kan een DPIA na afloop van de plaatsing van een camera plaatsvinden.

Artikel 5. Taken en verantwoordelijkheden

De gemeente is verantwoordelijk voor de inzet van cameratoezicht, zoals de plaats en de duur van cameratoezicht. De politie is verantwoordelijk voor de verwerking van de camerabeelden. De politie en de gemeente hebben contact over de camerabeelden indien dat nodig is voor de handhaving van de openbare orde.

Artikel 6. Uitkijken en bediening camerasysteem

De technisch beheerder kan de camerabeelden inzien onder instructies van de politie.

Derden kunnen op grond van artikel 19 Wpg incidenteel camerabeelden verstrekt krijgen indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang. Hieronder valt: het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, handhaven van de openbare orde, het verlenen van hulp aan degenen die dit nodig hebben, het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving. Het belang dat gediend wordt met de verstrekking van de gegevens wordt afgewogen tegen het belang van de persoonlijke levenssfeer van degene op wie de politiegegevens betrekking hebben.

Zodra een verdachte is geconstateerd op camerabeelden, kan het noodzakelijk en relevant zijn dat diens advocaat daarvan een kopie ontvangt. De verdachte heeft namelijk recht op inzage en afschrift van de processtukken op grond van artikel 30 en 32 Wetboek van Strafvordering.

Artikel 7. Gebieden

De burgemeester heeft voor zowel vast als mobiel cameratoezicht gebieden binnen de gemeente aangewezen. Binnen de aangewezen gebieden in het Aanwijzingsbesluit is het mogelijk om vast en mobiel cameratoezicht in te zetten. Daarnaast is informatie over de camera’s beschikbaar op de website van gemeente Den Helder.

Artikel 8. Vast cameratoezicht

De bevoegdheid tot de inzet van cameratoezicht is niet beperkt tot een wettelijk verankerde maximale tijdsduur. Er wordt altijd geprobeerd om met zo min mogelijk camera’s het beoogde doel te behalen binnen het aangewezen gebied. Dit betekent dat er niet onnodig veel of lang camera’s geplaatst worden.

Iedere twee jaar vindt evaluatie plaats om te beoordelen of de camera’s noodzakelijk zijn in het belang van de handhaving van de openbare orde. Na iedere evaluatie wordt besloten of afschalen nodig is, of dat de camera’s blijven staan, gelet op de noodzakelijkheid. Als zich (dreigende) ordeverstoringen blijven voordoen binnen een gebied waar de camera staat, wordt bijvoorbeeld besloten tot behoud van de vaste camera. Ook indien uit de samenleving behoefte blijkt te zijn aan publiek cameratoezicht zal sneller worden besloten tot behoud van de camera.

Artikel 9. Mobiel cameratoezicht

Met mobiel (flexibel) cameratoezicht kunnen (zich verplaatsende) ordeverstoringen beter worden bestreden. Als gezegd is de bevoegdheid tot inzet van cameratoezicht niet beperkt tot een wettelijk verankerde maximale tijdsduur. De gemeente Den Helder is met het oog op de lokale situatie zelf het beste in staat om te beoordelen in welke vorm en voor welke duur de inzet van cameratoezicht, met inachtneming van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, op de meest efficiënte manier kan plaatsvinden. De burgemeester bepaalt derhalve de tijdsduur van de gebiedsaanwijzing. De tijdsduur is vastgesteld in het Aanwijzingsbesluit publiek cameratoezicht gemeente Den Helder.

Deze plicht om een bepaalde tijdsduur vast te leggen laat onverlet dat de burgemeester de gebiedsaanwijzing dient in te trekken indien op enig moment het cameratoezicht niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde.

Met artikel 4, derde lid, wordt met de mobiele camera een overbruggingsmogelijkheid geboden. Dit is bijvoorbeeld nodig bij vertraagde of langdurige werkzaamheden door een derde partij, waardoor het niet mogelijk is om de camera aan te sluiten op voorzieningen, zoals elektriciteit.

Artikel 10. Integriteit en privacy

In artikel 151c, vierde lid, van de Gemeentewet is vastgelegd dat het gebruik van camera’s kenbaar moet zijn. Burgers moeten in elk geval in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat zij op beelden kunnen voorkomen zodra zij het gebied betreden dat valt binnen het bereik van de camera’s. Door het goed zichtbaar plaatsen van kenbaarheidsborden waarop wordt aangeven dat in het betrokken gebied sprake is van cameratoezicht, kan het publiek op deze mogelijkheid worden geattendeerd. Overigens houdt het kenbaarheidsvereiste niet in dat de camera’s altijd zichtbaar moeten zijn.

Om de privacy van de inwoner te waarborgen wordt een deel van het beeld gemaskeerd. Dit betekent dat een oppervlakte vervaagd of afgeschermd kan worden ter waarborging van privacy. Camerabeelden worden bijvoorbeeld gemaskeerd als woningen van binnen zichtbaar zijn.

Artikel 11. Opslaglocatie en termijnen

Camera’s op basis van de Gemeentewet zijn primair bedoeld voor handhaving van de openbare orde. Indien concrete aanleiding bestaat dat camerabeelden noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten, kunnen de camerabeelden ten behoeve van opsporing veiliggesteld worden. De camerabeelden blijven in geval van strafbare feiten bewaard zolang dat nodig is voor het opsporen en vervolging van strafbare feiten. De camerabeelden worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het te bereiken doel van de bewaring.