Nota Reserves en Voorzieningen Gemeente Gouda 2023

Geldend van 20-05-2026 t/m heden

Intitulé

Nota Reserves en Voorzieningen Gemeente Gouda 2023

1. Inleiding

1.1 Reserves en voorzieningen

Bij de vaststelling van de Financiële Verordening 2019 van de gemeente Gouda, conform artikel 212 van de Gemeentewet (hierna te noemen de "Financiële Verordening"), werd de toezegging gedaan om de Nota Reserves en Voorzieningen eens in de 4 jaar bij te werken, wat heeft geleid tot de huidige nota.

De laatste versie van de nota reserves en voorzieningen van de gemeente Gouda werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 1 juli 2020. Na deze datum werden er bij de vaststelling van verschillende Planning & Control (P&C) documenten beslissingen genomen om reserves en voorzieningen samen te voegen, te herstructureren of op te heffen.

Reserves en voorzieningen leggen een beslag op het vermogen van de gemeente. Dit betekent dat het geld dat hiermee gemoeid is niet aan andere zaken kan worden uitgegeven (tenzij de raad een andere bestemming aan de reserve(s) geeft). Aan de ene kant moet voorkomen worden dat onnodig vermogen vastzit in reserves en voorzieningen. En aan de andere kant hebben reserves en voorzieningen een functie als buffer en kan er bijvoorbeeld gespaard worden voor grote projecten.

1.2 Doel nota reserves en voorzieningen

Om adequaat beheer te kunnen voeren over de reserves en voorzieningen, is het van belang dat er duidelijke beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels bestaan met betrekking tot de reserves en voorziening. Bovendien is het aan te bevelen om op regelmatige basis de bestaande reserves en voorzieningen te evalueren op hun relevantie, doeltreffendheid en noodzaak.

Het hoofddoel van deze nota is dan ook:

  • 1.

    Het verschaffen van inzicht in het wettelijk kader met betrekking tot reserves en voorzieningen.

  • 2.

    Het vastleggen van beleidsrichtlijnen en uitvoeringsregels, alsmede de handelwijze met betrekking tot reserves en voorzieningen.

  • 3.

    Het verstrekken van een actueel overzicht van de reserves en voorzieningen van de gemeente Gouda.

De nota reserves en voorzieningen fungeert als een instrument ter ondersteuning van de kaderstellende rol van de gemeenteraad.

1.3 Leeswijzer

Deze nota is opgebouwd volgens een duidelijke structuur. We beginnen met een overzicht van de huidige wettelijke voorschriften met betrekking tot reserves en voorzieningen (hoofdstuk 2). Daarna worden de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels in hoofdstuk 3 behandeld.

Hoofdstuk 2 behandelt de wettelijke kaders die de raad moet volgen en waar geen ruimte is voor eigen keuzes. Hoofdstuk 3 bevat 'Goudse' beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels, die met de goedkeuring van deze nota worden vastgesteld.

Bijlage 1 en 2 biedt een uitgebreide lijst van beschikbare reserves en voorzieningen. Bovendien zullen voorstellen ter heroverweging aan de gemeenteraad worden voorgelegd, gebaseerd op de beleidsprincipes en uitvoeringsrichtlijnen zoals geformuleerd in deze nota.

2. Wettelijk kader

2.1 Algemeen

Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat diverse bepalingen met betrekking tot reserves en voorzieningen. Hoewel reserves en voorzieningen vaak in dezelfde context worden genoemd, bestaat er een wezenlijk verschil tussen beide. Reserveren is in feite een vorm van sparen, meestal bedoeld om kosten op te vangen die niet direct uit de reguliere exploitatie kunnen worden gedekt. In principe kunnen reserves vrij worden aangewend, waarbij de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om een specifieke bestemming aan reserves toe te kennen en deze bestemming te wijzigen.

Voorzieningen daarentegen hebben een ander karakter. Deze worden gevormd vanwege verwachte verliezen of verplichtingen waarvan de omvang op de balansdatum weliswaar onzeker, maar redelijkerwijs te schatten is. De bestemming van voorzieningen kan niet door de gemeenteraad worden gewijzigd.

Het wettelijk kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door Artikel 212 van de Gemeentewet, Artikel 42 tot en met 45 van het BBV, en de Financiële verordening van de gemeente Gouda. Om een consistente toepassing van het BBV te bevorderen, is in deze nota rekening gehouden met praktijkvoorbeelden en richtlijnen die zijn ontwikkeld voor de toepassing van het BBV.

In dit hoofdstuk zijn zoals aangegeven de wettelijke kaders opgenomen, waarbij de raad geen keuze heeft.

In de onderstaande tabel is het onderscheid tussen reserves en voorzieningen samengevat:

Onderwerp

Reserve

Voorziening

Verantwoordelijkheid

De raad is bevoegd tot het instellen en beschikken

Het college is bevoegd tot het instellen en beschikken (en achteraf door raad, maar geen keuze door verplichtend karakter van voorzieningen)

Balanspositie

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Wijziging bestemming

Wel mogelijk (door raad)

Niet mogelijk

Opbouw (dotatie)

Het resultaat van baten en lasten leidt tot een dotatie aan de reserve. Een raadsbesluit is vereist. Directe toevoeging is niet toegestaan.

De storting in een voorziening komt direct ten laste van de exploitatie.

Aanwending (onttrekking)

Resultaatbestemmend (wordt begroot). Directe onttrekking is niet toegestaan.

Rechtstreeks ten laste van de voorziening (balansmutatie)

Rentebijschrijving

Volgens BBV is bijschrijving toegestaan

Niet toegestaan

Financiële onderbouwing

Niet verplicht, wel gewenst

Wel verplicht

Toetsing

Eigen verantwoordelijkheid

Door accountant in het kader van controle op jaarrekening

Indeling

  • 1.

    Algemene reserve

  • 2.

    Bestemmingsreserve

  • 1.

    Risico’s (art. 44 lid 1a en 1b BBV)

  • 2.

    Egalisatie van kosten (art. lid 1c BBV)

  • 3.

    Toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor heffing wordt geheven (art. 44 lid 1d BBV)

  • 4.

    Van derden verkregen middelen die specifiek bestemd moeten worden (art. 44 lid 2 BBV)

2.2 Reserves

Reserves zijn een onderdeel van het eigen vermogen. Vanuit een bedrijfseconomisch perspectief kunnen reserves vrij worden aangewend. Met andere woorden, tot het moment van feitelijke toewijzing kan te allen tijde worden besloten om de reserve op te heffen en de middelen voor een ander doel in te zetten.

Wettelijk kader

In artikel 43 BBV worden reserves onderscheiden naar twee soorten reserves:

  • 1.

    Algemene reserve: dit betreft een reserve waarvoor geen specifieke bestemming is vastgesteld. De algemene reserve dient als een financiële buffer en wordt aangewend om algemene risico's op te vangen. Het heeft het karakter van een spaarpot en fungeert als een buffer, bijvoorbeeld om mogelijke exploitatieverliezen te dekken.

  • 2.

    Bestemmingsreserves: dit zijn reserves waarvoor de gemeenteraad een specifieke bestemming heeft bepaald. Binnen de bestemmingsreserves kunnen er ook reserves zijn die zijn ingesteld ter dekking van de kapitaallasten van de gedane investeringen.

    Een bestemmingsreserve kapitaallasten moet van voldoende omvang zijn om de kapitaallasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken. Om de volledige kapitaallasten aan de bestemmingsreserve kapitaallasten te kunnen onttrekken, moet het saldo van de bestemmingsreserve kapitaallasten gelijk zijn aan de boekwaarde van de desbetreffende activa. (BBV notitie MVA 2020)

Functies reserves

Reserves hebben altijd een specifiek doel en vervullen daarnaast een bepaalde functie. We kunnen de volgende functies onderscheiden:

Bufferfunctie

Reserves dienen als een financiële buffer om onvoorziene (incidentele) uitgaven op te vangen die noodzakelijk zijn, maar niet zijn meegenomen in de begroting. Daarnaast stellen deze reserves de gemeente in staat om noodzakelijke aanpassingen geleidelijk door te voeren, in plaats van abrupte en ingrijpende veranderingen te moeten doorvoeren.

Egalisatiefunctie

Reserves kunnen worden ingesteld om de lasten en baten over meerdere jaren gelijkmatig te verdelen. Dit voorkomt schommelingen in het resultaat en zorgt voor een meer stabiele financiële situatie.

2.3 Voorzieningen

De vorming van voorzieningen is in het BBV dwingender voorgeschreven dan de vorming van reserves. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en in stand houden daarvan zijn binnen het BBV (art. 44) aan strikte regelgeving gebonden.

Wettelijk kader

Voorzieningen worden op verplichte basis gevormd voor de volgende doeleinden, zoals vastgesteld in artikel 44, leden 1a tot en met 1d van het BBV:

  • 1.

    Risicovoorzieningen, voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's (artikel 44, leden 1a en 1b van het BBV).

  • 2.

    Egalisatievoorzieningen, voorzieningen ter egalisering van kosten (artikel 44, lid 1c van het BBV).

  • 3.

    Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven zoals bepaald in artikel 35, lid 1, onder b van het BBV (artikel 44, lid 1d van het BBV).

  • 4.

    Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de besteding gebonden is (artikel 44, lid 2 van het BBV).

Ook zijn de volgende bepalingen van toepassing vanuit het BBV:

  • Het is niet toegestaan om voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume (artikel 44, lid 3 van het BBV).

  • Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (artikel 45 van het BBV).

  • Het BBV staat niet toe dat een voorziening een negatieve stand heeft.

Hierna zullen de verschillende soorten voorzieningen nader worden toegelicht.

Risicovoorzieningen (artikel 44 leden 1a en 1b van het BBV)

Risicovoorzieningen worden ingesteld voor verplichtingen en risico's.

Deze voorzieningen hebben betrekking op min of meer onzekere verplichtingen die op een later tijdstip tot schulden kunnen leiden, zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter en vergelijkbare situaties (artikel 44, lid 1a van het BBV). Ook omvatten ze voorzieningen die een schatting vormen van de kosten die voortkomen uit risico's die verband houden met de bedrijfsvoering, zoals juridische geschillen, reorganisaties, en andere soortgelijke zaken (artikel 44, lid 1b van het BBV). Schulden en transitoria vallen niet onder de noemer 'voorzieningen', omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang van de verplichting.

De wettekst (artikel 44 leden 1a en 1b van het BBV), benadrukt als belangrijke randvoorwaarde voor het vormen van deze voorzieningen dat de verplichtingen, verliezen, risico’s redelijkerwijs in te schatten dienen te zijn. Als dit niet het geval is maakt het risico onderdeel uit van het weerstandsvermogen en wordt dit risico toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Egalisatievoorzieningen, voorzieningen ter egalisering van kosten (artikel 44 lid 1c van het BBV)

Deze voorzieningen worden ingesteld om de kosten die in de tijd onregelmatig worden gemaakt, zoals groot onderhoud, te egaliseren. Het is optioneel om dergelijke voorzieningen in te stellen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • -

    De kosten waarvoor de voorziening wordt ingesteld, zullen in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, maar de oorsprong van deze kosten ligt (deels) in het huidige begrotingsjaar of in een eerdere begrotingsperiode.

  • -

    Het doel van de voorziening is om de lasten gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren.

Indien de beslissing wordt genomen om een voorziening in te stellen, dienen aan een aantal vereisten te worden voldaan. De Commissie BBV heeft in haar notitie betreffende materiële vaste activa enkele stellige uitspraken gedaan, die als volgt luiden:

  • -

    Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan. De raad stemt in met de kaders en de jaarlijkse voeding van de voorziening.

  • -

    Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken.

  • -

    Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud.

Het beheerplan dient financieel te zijn getoetst. Tevens moeten het beheerplan, de stand van de voorziening en de dotatie eraan op elkaar aansluiten. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening voor groot onderhoud dus niet toegestaan. Wel is het dan mogelijk om een bestemmingsreserve te vormen.

Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 eerste lid, onder b. (artikel 44 lid 1d van het BBV)

Door middel van de voorziening ex artikel 44, lid 1, sub d BBV kan worden gespaard voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze voorziening wordt ingezet zodra een gemeente overgaat tot uitgaven ten behoeve van de daadwerkelijke vervangingsinvesteringen. Deze investeringen worden geactiveerd, waarop vervolgens de voorziening in mindering wordt gebracht. Indien er daarna nog een boekwaarde resteert van de oorspronkelijke investering dan wordt de restwaarde geactiveerd en afgeschreven. Netto activeren is dus alleen verplicht, indien gebruik is gemaakt van een artikel 44, lid 1, sub d van het BBV voorziening voor vervangingsuitgaven.

Verplichtingen derden (artikel 44, lid 2 van het BBV)

Deze voorzieningen worden gevormd door bijdragen van derden, waartegenover verplichtingen staan, waaraan de gelden moeten worden besteed.

Toelichting afvalstoffen en rioolheffing

Dit artikel waarborgt dat bijdragen van burger via tarieven in bepaalde gevallen specifiek gereserveerd blijven voor lasten behorende bij die activiteit van de gemeente. Met dit artikel kan de raad ook sturen op gelijkmatige ontwikkeling van tarieven door een egalisatievoorziening te vormen.

3. Beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels

Dit hoofdstuk bevat de specifieke beleidsuitgangspunten voor reserves en voorzieningen. Tevens worden hierin de uitvoeringsregels voor reserves en voorzieningen vermeld. De raad heeft de bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van deze beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels. In tegenstelling tot de genoemde wettelijke kaders in hoofdstuk 2, heeft de raad de bevoegdheid om ‘Goudse’ beleidsuitgangspunten en uitvoeringsregels vast te stellen.

3.1 Beleidsuitgangspunten

Hierna worden de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de reserves en voorzieningen geformuleerd:

Reserves:

  • 1.

    Geen reserves voor mogelijke risico's

    Reserves worden niet ingesteld voor potentiële risico's. Zoals eerder vermeld bij 2.3 voorzieningen, dient voor reële risico's een risicovoorziening te worden ingesteld. Voor risico's die niet voldoen aan de eisen waaraan een voorziening mag worden getroffen, wordt geen afzonderlijke bestemmingsreserve ingesteld. Hiervoor dient de algemene reserve. Dit risico wordt zo nodig nader toegelicht in de paragraaf over weerstandsvermogen en risicobeheersing.

  • 2.

    Opheffen van reserves bij realisatie van het doel of veranderingen

    Reserves worden opgeheven wanneer het geformuleerde doel is bereikt, of op basis van veranderingen waarbij het oorspronkelijke doel niet meer van toepassing is of de reserve is uitgeput.

  • 3.

    Opheffen bestemmingsreserves en claims na twee jaar zonder transacties

    Bestemmingsreserves komen te vervallen als er gedurende twee jaar geen toevoegingen of onttrekkingen hebben plaatsgevonden, tenzij er een bewuste afweging en onderbouwing is om de claim/specifieke reserve te handhaven. Jaarlijks wordt hier apart over gerapporteerd bij de jaarrekening.

  • 4.

    Vrijkomende middelen bij opheffing gaan naar de algemene reserve

    Bij opheffing van reserves worden de vrijgekomen middelen toegevoegd aan de algemene reserve.

  • 5.

    Geen rente toerekenen aan reserves

    Er wordt geen rente toegerekend aan reserves.

  • 6.

    Opheffen en instellen van reserves expliciet vermelden in raadsvoorstel

    Het opheffen en instellen van reserves moet expliciet worden vermeld in het betreffende raadsvoorstel.

Voorzieningen:

  • 7.

    Streven naar egalisatievoorzieningen voor groot onderhoud

    Voor groot onderhoud van kapitaalgoederen wordt gestreefd naar het gebruik van egalisatievoorzieningen.

  • 8.

    Jaarlijkse evaluatie van voorzieningen en verwerking in Planning & Control documenten

    Jaarlijks worden de balansstanden van de voorzieningen geëvalueerd, en eventuele aanpassingen worden zoveel mogelijk verwerkt in de betreffende Planning & Control documenten.

  • 9.

    Het definitief opheffen van voorzieningen expliciet vermelden in het raadsvoorstel

    Het definitief opheffen van een voorziening dient expliciet vermeld te worden in het betreffende raadsvoorstel.

3.2 Uitvoeringsregels reserves

3.2.1 Instellen

Voor het instellen van een reserve zijn onderstaande uitvoeringsregels van toepassing:

  • -

    In het onderliggende raadsvoorstel moeten de volgende gegevens zijn opgenomen (indien van toepassing):

    • o

      Het doel waarvoor de reserve wordt ingesteld;.

    • o

      De gewenste of noodzakelijke minimale en/of maximale omvang.

    • o

      De start- en einddatum van de reserve. Indien einddatum niet bekend is, wordt de einddatum gekoppeld aan het jaar waarin de nota reserves & voorzieningen opnieuw dient te worden herijkt.

    • o

      De omvang en de wijze van storten en onttrekken.

  • -

    De beoogde omvang voor het instellen van een bestemmingsreserve bedraagt tenminste € 250.000. Dit bedrag kan eventueel ook op termijn behaald worden.

  • -

    De minimale looptijd van een reserve is twee jaar.

3.2.2 Mutaties reserves

  • -

    Toevoegingen

    • Toevoegingen aan reserves worden door de raad goedgekeurd via de Planning & Control documenten (kadernota, begroting, tussentijdse rapportages en de jaarstukken) of via een apart raadsbesluit.

    • De verwerking van de toevoegingen vindt plaats tot het maximumbedrag dat door de raad is goedgekeurd via de begroting. Voor bedragen boven dit maximum is een expliciet raadsbesluit vereist.

  • -

    Onttrekkingen

    • Onttrekkingen aan reserves worden door de raad goedgekeurd via de Planning & Control documenten (kadernota, begroting, tussentijdse rapportages en de jaarstukken) of via een apart raadsbesluit.

    • Verwerking van de onttrekkingen vindt plaats tot maximaal het bedrag dat via de begroting door de raad is goedgekeurd. Daarboven is een raadsbesluit vereist.

    • Onttrekkingen mogen niet tot gevolg hebben dat de reserve negatief wordt.

    • Lasten die worden gedekt door een onttrekking uit een reserve, dienen in principe incidenteel van aard te zijn, omdat een reserve eindig is. Daarom moeten structurele lasten structureel worden gedekt in de begroting. Incidentele lasten of uitgaven die zich over een beperkt aantal jaren voordoen, kunnen echter wel worden gefinancierd uit een reserve. Voor bestemmingsreserves, die bedoeld zijn voor dekking van kapitaallasten, geldt hierop een uitzondering.

3.2.3 Opheffen / wijzigen

De gemeenteraad neemt, al dan niet op voorstel van het college, beslissingen over wijzigingen in het doel van reserves of de opheffing ervan. Hierbij zijn de volgende criteria van toepassing:

  • -

    Het oorspronkelijke doel waarvoor de reserve is ingesteld, is gerealiseerd of is niet langer van toepassing.

  • -

    De vooraf bepaalde looptijd van de reserve is verstreken.

  • -

    Gedurende een periode van twee opeenvolgende jaren heeft er geen mutatie plaatsgevonden in de reserve, tenzij er een bewuste afweging en onderbouwing is om de claim/specifieke reserve te behouden.

  • -

    De balansstand van de reserve bedraagt € 0.

Tenzij de raad anders bepaalt, valt na het opheffen van de reserve het saldo vrij ten gunste van de algemene reserve. Het opheffen een reserve moet expliciet worden vermeld in het raadsvoorstel.

3.2.4 Budgethouder

Elke bestemmingsreserve wordt toegewezen aan één budgethouder.

3.3 Uitvoeringsregels voorzieningen

3.3.1 Instellen

Zoals eerder vermeld in de wettelijke kaders met betrekking tot voorzieningen, vereist de wet dat voor specifieke calamiteiten voorzieningen worden ingesteld. Voor verdere details wordt verwezen naar sectie 2.3.2. In het geval van een egalisatievoorziening voor groot onderhoud dient dit echter afzonderlijk te worden vastgesteld door de raad. Het is van essentieel belang dat er een recent beheerplan beschikbaar is.

Het college heeft de bevoegdheid om voorzieningen in te stellen, op te heffen, en over voorzieningen te beschikken, met uitzondering van de instelling van een egalisatievoorziening voor groot onderhoud. Hiertoe geldt een speciale procedure.

3.3.2 Mutaties voorzieningen

Wanneer de omvang van een voorziening het noodzakelijke niveau overschrijdt, komt het surplus ten goede aan de exploitatie. Tekorten in de voorziening moeten worden aangevuld.

Het is een vereiste dat elke voorziening wordt onderbouwd met een berekening van de onderliggende verplichting of het risico. Als er een mogelijkheid bestaat dat een risico zich voordoet en de omvang niet goed kan worden ingeschat, is het niet toegestaan om een voorziening te creëren (zie 2.3 onderdeel risicovoorzieningen). In dat geval moet het risico worden opgenomen in de paragraaf 'weerstandsvermogen & risicobeheersing' als onderdeel van de begroting en jaarrekening.

Stortingen

  • -

    Stortingen worden gebaseerd op de noodzakelijke omvang.

  • -

    Voorzieningen voor het egaliseren van kosten worden afgestemd op de kaders die zijn vastgesteld door de raad (op basis van beheerplannen).

  • -

    Stortingen worden als lasten in de exploitatie opgenomen. In geval van (verwachte) tekorten dienen de voorzieningen te worden aangevuld.

Aanwendingen

  • -

    Aanwendingen worden rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt.

  • -

    Het is niet toegestaan om de voorziening aan te wenden voor doeleinden anders dan waarvoor deze is gevormd.

Afwijkingen in de geraamde onttrekkingen/bestedingen of dotaties dienen te worden gemeld in tussentijdse rapportages en moeten uiteindelijk als toelichting worden opgenomen in de jaarstukken.

3.3.3 Opheffen / wijzigen

Een voorziening wordt opgeheven in de volgende situaties:

  • -

    Als de verplichting en/of het risico waarvoor de voorziening is ingesteld, is komen te vervallen. - Als het doel van de voorziening niet langer bestaat of verandert.

  • -

    In het geval van een egalisatievoorziening voor groot onderhoud wordt deze opgeheven als er geen recent beheerplan beschikbaar is of als het beheerplan niet voldoet aan de overige gestelde eisen.

Na het opheffen van een voorziening, valt het saldo vrij ten gunste van de exploitatie.

3.3.4 Overige uitvoeringsregels

  • -

    Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichtingen of voorzienbare verliezen. Een uitzondering hierop is de voorziening voor wethouderspensioenen, die wordt gewaardeerd op de contante waarde. Dit is conform de systematiek die genoemd is in de ‘Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)’.

  • -

    Indien er sprake is van een egalisatievoorziening voor groot onderhoud, dan bestaat de verplichting om binnen de vijf jaar het beheerplan tussentijds bij te stellen, indien het beheerplan in belangrijke mate niet meer aansluit bij de actuele situatie van staat van het onderhoud.

3.3.5 Budgethouder

Elke voorziening wordt toegewezen aan één budgethouder.

4. Bijlagen

4.1 Bijlage 1: Overzicht reserves

Omschrijving

Programma

Begrote boekwaarde 0101-2024

(bedragen x € 

1.000)

Doel

Toevoeging

Onttrekking

Looptijd reserve (einddatum)

Minimale / maximale omvang

Reserve (co)financiering in regionale projecten

1

620

Aanpak regionale projecten die gezamenlijk worden gefinancierd.

Eenmalig bij het vormen van de reserve.

Besteding regionale projecten.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Revitalisering Goudse Poort

1

376

Vrije deel van de reserve dat kan worden ingezet ten behoeve van de infrastructuur in de Goudse Poort.

Eenmalig.

Op grond van een raadsbesluit.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve afschrijvingslasten Revitalisering Goudse Poort.

1

514

Dekking van de afschrijvingslasten voor gedane investeringen voor infrastructuur in de Goudse Poort.

Eenmalig, op basis van de boekwaarde van de investeringen.

Dekking van de afschrijvingskosten.

N.v.t.

Omvang van de reserve moet gelijk zijn aan de boekwaarden van de investeringen.

Reserve

Onderwijshuisvesting

1

1.811

Eenmalige exploitatiekosten van IHP en dekking toekomstige kapitaallasten.

Opbrengst verkoop voormalige bouwlocaties en financiële voordelen combinatiegebruik scholen.

Eenmalige exploitatiekosten van het IHP gedurende de looptjd van het IHP en daarna mogelijk de dekking van structurele kapitaallasten.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Investeringen riool

2

0

Voordelig resultaat op riool beschikbaar houden voor bepaling rioolheffing.

1.130.000 eenmalig bij tweede bgw 2020.

onttrekking van het volledige bedrag staat geraamd in 2023.

31-12-2023

N.v.t.

Reserve Investeringen afval

2

100

Voordelig resultaat op afval beschikbaar houden voor bepaling afvalstoffenheffing.

260.000 eenmalig bij tweede bgw 2020 en 100.000 bij resultaatbestemming 2022.

Zal in 2024 onttrokken worden t.b.v.. Uitgaven in het product afval.

31-12-2024

N.v.t.

Reserve

Duurzaamheidsfonds

2

5.000

Het verstekken van duurzaamheidsleningen waardoor doelgroepen in staat zijn om investeringen te doen in het verduurzamen van hun gebouw of woning. (Zie Raadsbehandeling 27 sept 2023Verordening Duurzaamheidsfonds, dossiernummer 7397).

Vanuit het Bestuursakkoord in 2023 € 5 mln. beschikbaar gesteld. Via de PenC cyclus kan besloten worden om aanvullende middelen beschikbaar te stellen.

De uitvoering van de regeling is ondergebracht bij het SVN

(Stimuleringsfonds

Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten). Zij toetsen de aanvraag en beschikken op basis van de criteria zoals door de raad van Gouda vastgesteld.

Gezien het revolverend karakter van deze reserve kan de looptijd op voorhand niet bepaald worden.

Minimaal € 5 mln.

Reserve klimaat, energie en duurzame mobiliteit

2

1.748

Het meerjarig beschikbaar hebben van middelen programma Energie en Klimaat, ook in het kader van het CO2-neutraal maken van Gouda / aanpak Duurzame Mobiliteit.

Vanuit de voorstellen resultaatbestemming jaarrekening en / of de reguliere P&C-cyclus. Programmamiddelen dienen

beschikbaar te blijven voor dit

doel en kunnen niet automatisch vrijvallen ten gunste van de algemene middelen.

Via de reguliere P&C-cyclus.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve afschrijvingslasten vervangingsinvesteringen openbare ruimte

3

16.394

Reserve gevormd voor de jaarlijkse dekking van afschrijvingskosten van een aantal vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte.

N.v.t. reserve loopt af in 2062

Onttrekking is gelijk aan de afschrijvingskosten van een aantal reeds gedane vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte.

2062

Omvang van de reserve moet gelijk zijn aan de boekwaarden van de vervangingsinvesteringen.

Omschrijving

Programma

Begrote boekwaarde 0101-2024

(bedragen x € 

1.000)

Doel

Toevoeging

Onttrekking

Looptijd reserve (einddatum)

Minimale / maximale omvang

Reserve parkeren

3

583

Dekking van kosten voor aanleg van (vervangende) parkeerplaatsen, het treffen van parkeer regulerende maatregelen en andere voorzieningen in het kader van het betaald en/of belanghebbenden parkeren.

De reserve wordt gevoed door afkoopsommen die moeten

worden betaald als bij de afgifte van bouwvergunningen niet (volledig) kan worden voldaan aan de normering van het aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein.

Ter dekking van de kosten van de aanleg van (vervangende) parkeerplaatsen, het treffen van parkeer regulerende maatregelen en andere voorzieningen in het kader van het betaald en/of belanghebbenden parkeren.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Wijkontwikkeling

3

2.280

Dekking van de kosten van

wijkontwikkelingsprojecten. Het doel van de wijkontwikkeling is om de leefbaarheid in de wijken te verbeteren door het uitvoeren van fysieke projecten in samenspraak met de bewoners. Het gaat daarbij om de herinrichting van de openbare ruimte, maar ook om verbetering van de woningvoorraad. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de twee betrokken woningbouw corporaties.

De kosten en opbrengsten die de gemeente hiervoor maakt worden vanaf 2004 verrekend via de reserve wijkontwikkeling. Jaarlijks wordt aan de hand van het verwachte projectverloop van deze reserve een prognose gemaakt.

Indien sprake is van een hogere opbrengst dan de kosten.

Indien sprake is van een lagere opbrengst dan de kosten .

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Zuidelijk stationsgebied

3

644

Dekking van de plankosten in het project Zuidelijk stationsgebied.

Eénmalig bij de vorming van de reserve (2016).

Op basis van werkelijk gemaakte kosten (bijvoorbeeld o.a. plankosten) voor het zuidelijk stationsgebied.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Nog uit te voeren wzh Bolwerk

3

373

Dekking van de kosten van nog uit te voeren civieltechnische werken en bijbehorende plankosten van de voormalige grondexploitatie Bolwerk.

Eenmalig bij de vorming van de reserve.

Op basis van werkelijk gemaakte kosten voor deze (civieltechnische) werken.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve versnellen woningb+(gebieds)transform atie

3

7.981

Versnellen van de woningbouw.

Incidentele storting op basis van raadsbesluit.

Dekking kosten verstrekte subsidies (en ander lasten, zoals bijvoorbeeld personele inzet ten gevolge van versnelling woningbouw).

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Groenfonds

3

2.031

Realiseren van nieuw groen en water in samenhang met het Klimaatadaptatieplan.

Ontwikkelaars dienen minimaal 15% "groen" in hun plannen op te nemen. Bij onderrealisatie van dit percentage wordt een afkoop "Groen" in rekening gebracht die ten gunste komt van het Groenfonds.

Dekking kosten verstrekte subsidies "groen" en dekking gemeentelijke lasten. Het betreft hier met name de dekking van de kosten van gemeentelijke

"groenfondsprojecten" .

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Omgevingswet

3

514

Dekking van de meerkosten (ten opzichte van de reguliere exploitatie) met betrekking tot beleid en werkwijze "Omgevingswet".

Aanvullende dotaties en onttrekkingen via de reguliere PenC-cyclus. De door het rijk beschikbaar gestelde middelen in verband met (de implementatie van) de omgevingswet worden via de PenC cyclus toegevoegd aan deze reserve.

Dekking van de meerkosten (ten opzichte van de reguliere exploitatie) met betrekking tot

beleid en werkwijze "Omgevingswet", via de reguliere PenC-cyclus.

Vijf jaar na invoering Omgevingswet.

N.v.t.

Omschrijving

Programma

Begrote boekwaarde 0101-2024

(bedragen x € 

1.000)

Doel

Toevoeging

Onttrekking

Looptijd reserve (einddatum)

Minimale / maximale omvang

Reserve ZeroEmissieZone

3

930

Dekking van incidentele (exploitatie- en investerings) lasten gerelateerd aan de invoering van de Zero Emissie Zone.

Via de reguliere P&C-cyclus. De door het rijk beschikbaar gestelde ZES-middelen komen, voor zover geen SiSa-regeling, ten gunsten van deze reserve.

Via de reguliere P&C-cyclus.

Twee jaar na afronding van de invoering zeroemissiezone.

N.v.t.

Reserve Groot onderhoud vastgoed

3

2.415

Het doel van de reserve is het reserveren van de vrijgevallen middelen (€ 2.787.000) uit de 4 voorzieningen groot onderhoud (gemeentelijke gebouwen en panden, huis van de stad, schouwburg en parkeergarage), in afwachting van het opstellen van nieuwe MJOP’s voor deze 4 onderwerpen. Zolang de nieuwe MJOP's niet zijn vastgesteld wordt het meerjarig planmatig onderhoud uit deze reserve betaald.

jaarlijks bedrag gebaseerd op basis van de oude MJOP's.

Uitgaven ten aanzien van het groot onderhoud.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Incidentele herstelacties openbare ruimte

3

2.400

Doel is intensiveringsslag op het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte.

N.v.t. Reserve is gevormd bij het bestemmen van het jaarrekeningresultaat 2022.

Onttrekking zal plaatsvinden o.b.v. een plan dat afdeling BOR maakt. Dit plan is nog niet gereed.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Maatsch Opvang, vrouwenopv en besch.

wonen

4

6.381

De gemeente Gouda krijgt als centrumgemeente via decentralisatie-uitkeringen van het Rijk middelen voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Deze middelen worden regionaal ingezet. Eventuele overschotten worden toegevoegd aan deze bestemmingsreserve op grond van het raadsbesluit van 20 juni 2012 resp. 6 juli 2016 (jaarstukken 2015). Ook wordt deze reserve ingezet ten behoeve van deze centrumtaken. - Gezien de beoogde overgang van de centrumtaken naar de GR per 1 januari 2025, beslist de raad tot dat moment alleen over besteding van deze reserve op voordracht van het BOSD.

Overschotten tussen de van het Rijk ontvangen middelen en de uitgaven.

Kosten voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, beschermd wonen en maatregelen ter voorkoming van intramurale zorg en versnellen van de uitstroom.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Programma Vluchtelingenopvang

4

7.389

Beschikbaar gestelde rijksmiddelen beschikbaar houden t.b.v. (opvang) vluchtelingen.

Via de reguliere P&C-cyclus.

Via de reguliere P&C-cyclus.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Niet Gesprongen Explosieven WO2

5

703

Dekking van de kosten van onderzoek naar en het opruimen van niet gesprongen explosieven uit de

Tweede Wereldoorlog (WO2) voor Lombok-terrein.

N.v.t.

Onttrekking vindt plaats op basis van de gemaakte kosten.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Cultuur en erfgoedfonds

5

281

Het meerjarig beschikbaar houden van de middelen uit het cultuur- en erfgoedfonds.

Op grond van een raadsbesluit.

Op grond van een raadsbesluit.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve Waterfonds

5

1.955

Uitbreiden historisch water in de binnenstad, verbeteren van vaarverbindingen, waar van toepassing geïnspireerd door de ambities vanuit de Watervisie van de Wateralliantie. (Zie RB 08-022023).

Via de reguliere PenC cyclus.

Zie RB 08-02-2023, via de reguliere PenC cyclus.

N.v.t.

N.v.t.

Reserve

Organisatieontwikkeling

7

555

Dekking van kosten van reeds in gang gezette en toekomstige organisatieontwikkelingen.

Op grond van een inschatting van toekomstige kosten.

Kosten van organisatieontwikkelingen.

N.v.t.

N.v.t.

Algemene Reserve

8

31.604

Het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers.

Positieve

jaarrekeningresultaten of incidentele bijdragen/meevallers.

Negatieve

jaarrekeningresultaten en incidentele tekorten/tegenvallers op de begroting.

N.v.t.

Relatie met benodigd weerstandsvermogen.

4.2 Bijlage 2: Overzicht voorzieningen

Omschrijving

Programma

Begrote boekwaarde 01-01-2024

(bedragen x € 

1.000)

Doel

Toevoeging

Onttrekking

Voorziening onderhoud Burg. Martenssingel 15

1

169

Egaliseren van uitgaven voor groot onderhoud van de Burgemeester Martenssingel 15.

Jaarlijks een vast bedrag zodat het meerjarig onderhoud kan worden uitgevoerd.

Uitgaven ten aanzien van het groot onderhoud.

Voorziening verwerking afvalstoffen

2

180

Egaliseren van de afvalstoffenheffing tarieven.

Indien sprake is van een hogere opbrengst dan de kosten.

Indien sprake is van een lagere opbrengst dan de kosten.

Voorziening riolering (spaardeel)

2

5.583

Sparen voor investeringen in riolering.

Vanuit tariefopbrengsten, voor het sparen voor investeringen.

voor dekken van de investeringen in riool.

Voorziening riolering (egalisatiedeel)

2

2.954

Egaliseren van de rioolheffing tarieven.

Vanuit tarief opbrengsten indien sprake is van hogere opbrengst dan de kosten.

Indien sprake is van een lagere opbrengst dan de kosten.

Voorz. verhuurdersonderhoud Schouwburg

3

0

Egaliseren van uitgaven voor groot onderhoud.

Op basis van een meerjarenonderhoudsplan.

Uitgaven ten aanzien van het groot onderhoud.

Voorz. Onderh. gem gebouwen en objecten

3

0

Egaliseren van uitgaven voor groot onderhoud.

Op basis van een meerjarenonderhoudsplan.

Uitgaven ten aanzien van het groot onderhoud.

Voorziening Groot onderhoud openbare ruimte

3

5.005

Egalisatie meerjarige kosten groot onderhoud openbare ruimte.

Toevoeging gebeurt ten laste van de exploitatie op basis van het actuele door de Raad vastgestelde Beheerplan Groot Onderhoud en Vervanging Openbare Ruimte.

Onttrekking gebeurt op basis van het actuele door de Raad vastgestelde Beheerplan Groot Onderhoud en Vervanging Openbare Ruimte.

Voorziening onderhoud Stationsgarage

3

0

Egaliseren van uitgaven voor groot onderhoud Stationsgarage.

Op basis van het meerjarenonderhoudsplan.

Uitgaven ten aanzien van het groot onderhoud o.b.v. MJOP.

Voorziening afkoopsom OH Steinse Groen

3

38

Egaliseren van de onderhoudskosten.

Eenmalig door een bijdrage van de provincie .

Jaarlijks een twaalfde deel voor het onderhoud.

Voorziening pijporgel aula begraafplaats

4

52

Deze voorziening heeft betrekking op een legaat dat door de gemeente Gouda wordt beheerd. Het legaat dient gebruikt te worden voor de aanschaf en het onderhoud van het pijporgel op de begraafplaats IJsselhof te Gouda.

Eénmalig door legaat.

Uitgaven conform legaat worden rechtstreeks ten laste van deze voorziening geboekt.

Voorziening spaaruren verlof

7

590

Dekking voor toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit de binnen de organisatie opgebouwde spaaruren.

Bij stijging van de loonkosten en opgebouwde spaaruren.

Opname van de spaaruren.

VZ pensioenaanspr (voormalig) wethouders

7

5.566

Treffen van een voorziening voor het uitbetalen van pensioen aan gewezen wethouders.

Op basis van een jaarlijks uit te voeren (actuariële) berekening wordt de hoogte van de toevoeging bepaald.

Uitkering van pensioenen vindt rechtstreeks plaats ten laste van de voorziening.

Voorziening onderhoud Huis van de Stad

7

0

Egaliseren van uitgaven voor groot onderhoud van het huis van de stad.

Op basis van het meerjarenonderhoudsplan.

Uitgaven ten aanzien van het groot onderhoud.

Ondertekening