Besluit van de commissaris van de Koning in Zeeland en Gedeputeerde Staten van Zeeland, houdende Besluit mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Provincie Zeeland

Geldend van 16-05-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-05-2026

Intitulé

Besluit van de commissaris van de Koning in Zeeland en Gedeputeerde Staten van Zeeland, houdende Besluit mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Provincie Zeeland

Besluiten van de commissaris van de Koning in Zeeland en Gedeputeerde Staten van Zeeland, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft, op 12 mei 2026, kenmerk 823250 houdende vaststelling Besluit mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Provincie Zeeland.

De commissaris van de Koning in Zeeland en Gedeputeerde Staten van Zeeland, ieder voor wat betreft zijn bevoegdheden, overwegende dat:

  • Gedeputeerde Staten op 16 december 2025 hebben besloten tot vaststelling van het herijkte sturingsconcept “Samenwerken aan het Zeeland van de toekomst”, de nieuwe hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie en het Plan van aanpak reorganisatie 2025–2026;

  • deze besluiten zijn uitgewerkt in de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris Provincie Zeeland 2026 (RAO), welke leidend is voor de organisatorische toedeling van taken en verantwoordelijkheden;

  • per 1 mei 2026 een nieuwe hoofdstructuur in werking treedt met een tweehoofdige concerndirectie, vijf domeinen en drie concerneenheden;

gelet op:

  • artikel 99, van de Provinciewet;

  • artikel 158, eerste lid, onderdeel c en d, van de Provinciewet;

  • artikel 176, eerste en tweede lid, van de Provinciewet;

  • artikel 3:42 en de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek;

  • artikel 25, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de Ondernemingsraden.

Besluiten vast te stellen:

Besluit mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Provincie Zeeland.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    andere werkende: degene die op basis van een andere rechtsverhouding dan een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht voor de Provincie Zeeland, zoals een stagiair, vrijwilliger, uitzendkracht of werkervaringsplaatsmedewerker;

  • b.

    cao: cao provinciale sector;

  • c.

    commissaris: de commissaris van de Koning in Zeeland;

  • d.

    driefasenmodel: het model als bedoeld in artikel 9.1.1 van de cao;

  • e.

    gedeputeerde staten: het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland;

  • f.

    hiërarchisch leidinggevende: de functionaris die op grond van de vigerende RAO is belast met hiërarchische aansturing van werknemers en/of andere werkenden;

  • g.

    lokale rechtspositieregeling: een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regeling die de arbeidsvoorwaarden of arbeidsomstandigheden van werknemers en andere werkenden nader regelt, al dan niet op grond van de cao;

  • h.

    RAO: de vigerende Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris Provincie Zeeland;

  • i.

    secretaris/algemeen-directeur: de ambtenaar die ingevolge artikel 99 en artikel 100 van de Provinciewet de functie bekleedt van secretaris en die tevens fungeert als algemeen directeur van de ambtelijke organisatie;

  • j.

    werkgever: Provincie Zeeland als publiekrechtelijke rechtspersoon, tevens werkverschaffer ten aanzien van andere werkenden;

  • k.

    werknemer: degene die op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam is voor de Provincie Zeeland.

Artikel 2 Open mandaat, volmacht en machtiging

  • 1. Gedeputeerde Staten verlenen aan de secretaris/algemeen-directeur mandaat voor het nemen van besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging voor het verrichten van feitelijke handelingen, voor zover deze verband houden met de uitoefening van het werkgeverschap/opdrachtgeverschap ten aanzien van werknemers en andere werkenden, voortvloeiend uit de wet, de cao en de lokale rechtspositieregelingen, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van artikel 3 zijn voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.

  • 2. De commissaris verleent aan de secretaris/algemeen-directeur volmacht om de provincie te vertegenwoordigen bij het verrichten van de privaatrechtelijke rechtshandelingen waartoe op grond van het eerste lid mandaat is verleend.

  • 3. De commissaris verleent aan de secretaris/algemeen-directeur machtiging voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met het werkgeverschap als bedoeld in het eerste lid, waaronder het vertegenwoordigen van de provincie ter zitting van (geschillen)commissies en gerechtelijke instanties.

  • 4. Gedeputeerde Staten verlenen aan de commissaris mandaat en machtiging om de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, uit te oefenen voor zover deze de rechtspositie van de secretaris/algemeen-directeur betreft, met uitzondering van:

    • a.

      de aanwijzing van de secretaris als bedoeld in artikel 99 van de Provinciewet;

    • b.

      schorsing en ontslag van de secretaris/algemeen-directeur.

  • 5. Het mandaat, de volmacht en de machtiging als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid omvatten tevens de bevoegdheid tot het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen die verband houden met de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheid.

  • 6. De uitoefening van de in dit besluit verleende bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de toepasselijke wettelijke bepalingen, de cao, de lokale rechtspositieregelingen, het provinciaal beleid en door Gedeputeerde Staten of de commissaris gegeven instructies als bedoeld in artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3 Bevoegdheden voorbehouden aan Gedeputeerde Staten

  • 1. Het mandaat, de volmacht en de machtiging aan de secretaris/algemeen-directeur, bedoeld in artikel 2, hebben geen betrekking op:

    • a.

      besluiten waarvoor op grond van de Wet op de ondernemingsraden voorafgaande instemming of advies van de ondernemingsraad is vereist, met uitzondering van:

      • het aanwijzen van een preventiemedewerker als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;

      • het groepsgewijze werven of inlenen van arbeidskrachten;

      • invoering of wijziging van een belangrijke technologische voorziening;

      • het verstrekken en het formuleren van een adviesopdracht aan een deskundige buiten de onderneming betreffende de in artikel 25 lid 1 van de Wet op de Ondernemingsraden genoemde aangelegenheden;

    • b.

      het vaststellen, wijzigen of intrekken van lokale rechtspositieregelingen, voor zover deze betrekking hebben op:

      • nadere regels over de vergoeding van reis- en verblijfkosten, verhuis- en pensionkosten, dienstkleding en andere kosten in verband met de functievervulling;

      • het stellen van nadere regels voor arbeidsmarkttoelage en bindingspremie inclusief het bepalen van de groepen van werknemers aan wie de arbeidsmarkttoelage en bindingspremie kan worden toegekend;

      • het vaststellen van een afwijkende toelage onregelmatige dienst voor een werknemer of groep werknemers;

      • het aanwijzen van doelen voor het Individueel Keuzebudget;

      • het vaststellen van een collectieve werktijdenregeling;

      • het vaststellen van een lijst van werkzaamheden die onder bezwarende omstandigheden worden uitgevoerd;

    • c.

      het vaststellen van nadere regels betreffende de procedure en de personele gevolgen van reorganisaties, voor zover niet strijdig met het driefasenmodel;

    • d.

      het vaststellen van een Sociaal Plan;

    • e.

      het vaststellen van integriteitsbeleid, voor zover dit niet reeds onder sub a valt:

    • f.

      beslissingen naar aanleiding van een klacht op grond van de Klachtenregeling LKOG betreffende de secretaris/algemeen-directeur, de concerndirecteur of de domeindirecteur of beslissingen waarbij wordt afgeweken van het advies van de klachtencommissie.

Artikel 4 Ondermandaat, ondervolmacht en machtiging

  • 1. De secretaris/algemeen-directeur kan ter uitoefening van het aan hem verleende mandaat, volmacht en de machtiging schriftelijk ondermandaat, ondervolmacht en -machtiging verlenen aan een hiërarchisch leidinggevende en/of een functionaris van de Provincie Zeeland.

  • 2. De secretaris/algemeen directeur kan ook ondermandaat, ondervolmacht en machtiging verlenen aan ingehuurd personeel en externen indien dat voor de uitvoering noodzakelijk is.

  • 3. Het verlenen van ondermandaat, ondervolmacht en -machtiging geschiedt zo nodig onder het stellen van aanvullende voorwaarden en beperkingen die de secretaris/algemeen-directeur nodig acht.

  • 4. Elk verleend ondermandaat, ondervolmacht en -machtiging wordt door de secretaris/algemeen-directeur vastgesteld, bekendgemaakt in het Provinciaal Blad en opgenomen in een ondermandaatregister.

Artikel 5 Vervanging

Bij afwezigheid van een functionaris, als bedoeld in artikel 2 of 4, vindt waarneming voor de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden plaats conform de vigerende Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris Provincie Zeeland. In aanvulling op het voorgaande kan een afdelingsmanager of poulemanager zich bij afwezigheid laten vervangen door een domeindirecteur van dat domein.

Artikel 6 Uitoefening mandaat, volmacht en machtiging

  • 1. De uitoefening van de bevoegdheden die op basis van dit besluit in (onder)mandaat, (onder)volmacht en machtiging zijn gegeven, geschieden binnen de grenzen van de bij of krachtens de vigerende Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris Provincie Zeeland vastgestelde taken, met inachtneming van het ter zake geldende wet en provinciale beleids- en uitvoeringsregels.

  • 2. Het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op aangelegenheden met financiële of mogelijke financiële gevolgen, geschiedt met inachtneming van de vigerende Regeling aanwijzing budgethouders en budgetbeheer Provincie Zeeland.

  • 3. Een bevoegdheid wordt niet uitgeoefend, indien het een besluit betreft waarbij de mandaathouder, de gemachtigde, de gevolmachtigde een persoonlijk c.q. zakelijk belang heeft.

  • 4. De machtiging tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling inhouden, komt toe aan elke functionaris in dienst van en/of werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Provincie Zeeland, voor zover die binnen de normale uitoefening van zijn functie passen.

Artikel 7 Informatie- en rapportage

  • 1. De secretaris/algemeen-directeur stelt de commissaris of Gedeputeerde Staten in kennis van besluiten waarvan hij/zij moet aannemen dat kennisneming door de commissaris of Gedeputeerde Staten van belang is.

  • 2. De functionarissen aan wie ondermandaat, ondervolmacht en machtiging is verleend, stellen de secretaris/algemeen-directeur in kennis van besluiten waarvan zij moeten aannemen dat kennisneming door de secretaris/algemeen-directeur van belang is.

Artikel 8 Ondertekeningsmandaat

  • 1. Gedeputeerde Staten staan de commissaris toe de ondertekening van stukken die van het college uitgaan op te dragen aan de secretaris/algemeen-directeur of een of meer hiërarchisch leidinggevenden en/of functionarissen van de Provincie Zeeland.

  • 2. Het mandaat omvat tevens de ondertekening van het genomen besluit.

Artikel 9 Ondertekening

  • 1. Een besluit ‘in mandaat’ wordt als volgt ondertekend:

    gedeputeerde staten van Zeeland,

    namens deze,

    gevolgd door:

    de handtekening,

    de naam van gemandateerde, en

    de functieaanduiding

  • 2. Een van de commissaris van de Koning uitgaand document wordt als volgt ondertekend:

    de commissaris van de Koning in Zeeland,

    namens deze,

    gevolgd door:

    de functieaanduiding,

    de handtekening, en

    de naam van de gevolmachtigde.

  • 3. Indien de ondertekenaar afwezig is, tekent de daarvoor bevoegde vervangende functionaris de brief onder de naam en de functieaanduiding van de afwezige functionaris. De vervangende functionaris zet bij zijn handtekening de aanduiding ‘b.a.’ of “wnd”. (bij afwezigheid of waarnemend).

Artikel 10 Intrekking oude besluiten

Het Volmacht- en machtigingsbesluit personele aangelegenheden commissaris van de Koning Zeeland 2021 en het Besluit Bevoegdheidsverdeling personele aangelegenheden Provincie Zeeland 2021 worden ingetrokken. De intrekking heeft geen gevolgen voor de reeds genomen besluiten op basis van het ingetrokken besluit.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als "Besluit mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Provincie Zeeland".

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de commissaris van de Koning in Zeeland en Gedeputeerde Staten van Zeeland op 12 mei 2026.

Gedeputeerde Staten van Zeeland,

de voorzitter,

H.M. de Jonge

de secretaris,

drs. M.C.J. Franken

De Commissaris van de Koning in Zeeland,

H.M. de Jonge

Toelichting behorende bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Provincie Zeeland

Werkgever

Uit de Ambtenarenwet 2017 en de cao provinciale sector volgt dat de publiekrechtelijke rechtspersoon de provincie de werkgever is van genormaliseerde ambtenaren in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Het arbeidsrecht schrijft niet voor welke personen binnen een (publiek- of privaatrechtelijke) rechtspersoon de werkgever vertegenwoordigen. De rechtspersoon is de werkgever. De wijze waarop die rol wordt ingevuld hangt af van het interne beheer van de organisatie en de regels die daarop van toepassing zijn.

Dit Besluit heeft uitsluitend betrekking op verlening van mandaat, volmacht en machtiging voor bevoegdheden van de commissaris en Gedeputeerde Staten op personele aangelegenheden in de rol van werkgever/werkverschaffer, te weten het toepassen van de wet, cao provinciale sector en door Gedeputeerde Staten vastgestelde lokale rechtspositieregelingen op werknemers en andere werkenden binnen de Provincie Zeeland. Onder werkverschaffer/andere werkenden wordt verstaan de rechtsverhouding die de Provincie als werkverschaffer aangaat met een niet-werknemer, zoals een stageovereenkomst met een stagiair, een vrijwilligersovereenkomst met een vrijwilliger, een werkervaringsplaatsovereenkomst met een werkervaringsplaatsmedewerker etc. Onder andere werkenden wordt niet verstaan de commissaris van de Koning, gedeputeerden, statenleden en/of commissieleden.

Dit besluit heeft geen betrekking op medewerkers die werkzaam zijn op de griffie. Voor de rechtspositie van de griffier en griffiemedewerkers is Provinciale Staten bevoegd op grond van de artikelen 104 en 104e van de Provinciewet. Dit besluit heeft evenmin betrekking op werknemers van de provinciale Rekenkamer, wier arbeidsovereenkomst op grond van artikel 79j van de Provinciewet wordt aangegaan door Gedeputeerde Staten op voordracht van de voorzitter van de Rekenkamer en door de commissaris wordt ondertekend.

Vertegenwoordiging

De provincie heeft rechtspersoonlijkheid op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek en kan rechtshandelingen verrichten. Privaatrechtelijke rechtshandelingen worden door de provincie als rechtspersoon verricht. Publiekrechtelijke rechtshandelingen worden door de bestuursorganen van de provincie verricht. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen die worden verricht door de rechtspersoon de provincie (artikel 158, eerste lid, onderdeel d, van de Provinciewet). Deze bevoegdheid kan door Gedeputeerde Staten in mandaat worden verleend aan de secretaris/algemeen-directeur of andere functionarissen.

De commissaris van de Koning is bevoegd de provincie te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 176, eerste lid, van de Provinciewet). Op grond van het tweede lid kan de commissaris deze bevoegdheid opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Voor het aangaan van een overeenkomst is dus zowel een mandaat nodig van Gedeputeerde Staten (voor het beslissen om een overeenkomst aan te gaan) als een volmacht van de commissaris om de overeenkomst te ondertekenen. Beide zijn geregeld in dit besluit.

Onderscheid mandaat, machtiging en volmacht

Er zijn verschillende vormen van vertegenwoordiging: mandaat, machtiging en volmacht. Hieronder wordt uitleg gegeven over het onderscheid tussen de begrippen mandaat, machtiging en volmacht.

Mandaat

In de Algemene wet bestuursrecht is in afdeling 10.1.1 een algemene regeling opgenomen over mandaat. In artikel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder mandaat verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Met andere woorden: degene aan wie mandaat wordt verleend (= de gemandateerde) krijgt de bevoegdheid om een besluit te nemen dat geldt als een besluit van het bestuursorgaan dat het mandaat heeft verleend. De functionaris heeft dan 'mandaat'. Het door de gemandateerde genomen besluit geldt dan ook als een besluit van het bestuursorgaan en heeft dezelfde juridische gevolgen als een door het bestuursorgaan zelf genomen besluit.

Mandaat heeft alleen betrekking op het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. In deze wet wordt onder besluit verstaan “een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling”. Het bestuursorgaan dat mandaat heeft verleend (= de mandaatgever) blijft volledig verantwoordelijk voor het besluit dat in mandaat is genomen.

Machtiging

Van machtiging is sprake bij het verrichten van feitelijke handelingen. Feitelijke handelingen zijn geen privaatrechtelijke handelingen of besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

Feitelijke handelingen zijn bijvoorbeeld het geven van informatie of het voeren van het woord in een juridische procedure. Soms wordt het begrip machtiging ook wel gebruikt als verzamelbegrip voor de verschillende vormen van vertegenwoordiging.

Volmacht

Volgens het Burgerlijk Wetboek wordt onder volmacht verstaan: de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten (artikel 3:60, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). Een door de gevolmachtigde "binnen de grenzen van zijn bevoegdheid in naam van de volmachtgever verrichte rechtshandeling treft in haar gevolgen de volmachtgever" (artikel 3:61, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). Volmacht heeft altijd betrekking op privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals bijvoorbeeld het ondertekenen van een overeenkomst of convenant. Evenals bij machtiging geldt dat de mandaatregeling van afdeling 10.1.1 van de Awb van overeenkomstige toepassing is wanneer een bestuursorgaan volmacht verleent. De commissaris van de Koning is bestuursorgaan in de zin van de wet.

Het aangaan van een overeenkomst

Het aangaan van een overeenkomst is een privaatrechtelijke rechtshandeling waarbij in de regel de provincie partij is. Het gaat daarbij om de Provincie als privaatrechtelijke rechtspersoon en niet om Gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning als bestuursorganen. Omdat de Provincie als bestuursorgaan niet bestaat, zijn Gedeputeerde Staten op grond van de Provinciewet bevoegd om te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 158, eerste lid sub d).

Voor het aangaan van een overeenkomst is dus zowel een mandaat nodig van Gedeputeerde Staten (voor het beslissen om een overeenkomst aan te gaan) als een volmacht van de commissaris van de Koning om de overeenkomst te ondertekenen. Beide zijn geregeld in dit Besluit.

Open mandaat en beperkingen

Het mandaat aan de secretaris/algemeen-directeur is open geformuleerd: hij is bevoegd alle werkgeversbeslissingen te nemen, tenzij een bevoegdheid expliciet is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten (artikel 3). Deze systematiek is gekozen omdat: (1) bij wijzigingen in wet, cao of lokale regelingen het mandaatbesluit niet hoeft te worden aangepast; en (2) bevoegdheden, conform de sturingsfilosofie, zo laag mogelijk in de organisatie te beleggen.

De voorbehouden in artikel 3 betreffen bevoegdheden die vanwege hun beleidsmatige, financiële of strategische karakter bij Gedeputeerde Staten moeten blijven, waaronder de meeste WOR-plichtige besluiten, lokale rechtspositieregelingen en reorganisatie- en integriteitsbeleid. Ten aanzien de WOR-plichtige besluiten die zijn gemandateerd aan de secretaris/algemeen directeur geldt onverkort het advies- of instemmingsrecht van de ondernemingsraad.

Onder wet wordt verstaan: de voor personele aangelegenheden relevante bepalingen van nationale, Europese en internationale regelgeving, waaronder in ieder geval de Grondwet, de Provinciewet, de Algemene wet bestuursrecht, het Burgerlijk Wetboek, de Ambtenarenwet 2017, de Wet op de ondernemingsraden en overige voor personele aangelegenheden relevante arbeidsrechtelijke, bestuursrechtelijke, privacyrechtelijke, medezeggenschapsrechtelijke en socialezekerheidsrechtelijke regelgeving.

Ondermandaat, ondervolmacht en machtiging

Op grond van artikel 10:9 van de Awb is voor het verlenen van ondermandaat toestemming van de mandaatgever vereist. In artikel 4, eerste lid, wordt deze toestemming door Gedeputeerde Staten en de commissaris op voorhand verleend. De secretaris/algemeen-directeur bepaalt vervolgens aan welke functionaris, voor welke bevoegdheden ondermandaat, ondervolmacht en machtiging wordt verleend.

Vervanging

Bij afwezigheid van een functionaris, als bedoeld in artikel 2 en 4, vindt waarneming plaats conform de vigerende Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris Provincie Zeeland. In afwijking van deze regeling geldt dat een afdelingsmanager of poulemanager zich ook kan laten vervangen door een domeindirecteur van dat domein.