Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761772
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761772/1
Beleidsregel standplaatsen gemeente Hillegom 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 21-05-2026
Intitulé
Beleidsregel standplaatsen gemeente Hillegom 2026Het college van Hillegom:
Gelet op
Artikelen 5:17 tot en met 5:20 van de Algemene plaatselijke verordening Hillegom 2024:
Besluiten:
Vast te stellen de ‘Beleidsregel standplaatsen gemeente Hillegom 2026’;
1. Aanleiding wijziging
De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vereist een actualisatie van het standplaatsenbeleid van de gemeente Hillegom. Deze wet introduceert een integrale aanpak van de fysieke leefomgeving, wat aanpassing van bestaande beleidsregels noodzakelijk maakt. Daarnaast brengen nieuwe eisen vanuit het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBG BOP) veranderingen met zich mee voor de inrichting en het gebruik van standplaatsen. Het bijwerken van het beleid is essentieel om te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en om een veilige, toegankelijke en goed georganiseerde openbare ruimte te waarborgen.
2. Leeswijzer
Deze notitie begint met een samenvatting voor een snelle kennismaking met de inhoud. Hoofdstuk 1 biedt een overzicht van het juridisch kader dat van toepassing is op de beleidsregels. In hoofdstuk 2 worden het beleid en de recente wijzigingen ten opzichte van eerdere versies uiteengezet. Hoofdstuk 3 gaat in op de financiële aspecten, zoals leges en precariobelastingen. Het toezicht en de handhaving worden behandeld in hoofdstuk 4, met aandacht voor naleving van de regels. Tot slot bespreekt hoofdstuk 5 de communicatie en de inwerkingtreding van het vernieuwde beleid.
Hoofdstuk 1 Juridisch kader
Algemene Plaatselijke Verordening
In hoofdstuk 5, afdeling 5.4 van de APV zijn vier artikelen opgenomen die betrekking hebben op standplaatsen. Dit betreft de artikelen 5:17 tot en met 5:20 van de APV. De volledige teksten van deze artikelen zijn opgenomen in bijlage 1.
Een standplaats wordt in artikel 5:17, eerste lid van de APV als volgt gedefinieerd:
“Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.”
Artikel 5:17, tweede lid van de APV geeft aan dat onder standplaats niet wordt verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of weekmarkt, of een vaste plaats op een evenement.
Een standplaatsvergunning kan worden verleend op grond van artikel 5:18, lid 1 van de APV. Op grond van voornoemd artikel is het verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
In artikel 5:18, lid 2 en 3 van de APV staat dat een standplaatsvergunning kan worden geweigerd als:
- a.
dit in strijd is met het omgevingsplan;
- b.
de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving, niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
- c.
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
De Omgevingswet
Aansluiting bij de Omgevingswet
Uit artikel 1.2 van de Omgevingswet volgt dat de Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Het hebben of innemen van een standplaats hoeft niet verplicht gereguleerd te worden in het omgevingsplan, tenzij de gemeente van mening is dat standplaatsen ruimtelijke gevolgen hebben die regulering vereisen. Volgens artikel 2.1 van het Omgevingsbesluit wordt een activiteit als een omgevingsplanactiviteit beschouwd als deze leidt tot een wijziging van de fysieke leefomgeving. Aangezien kramen en andere middelen op een standplaats eenvoudig verplaatsbaar zijn, zal dit niet altijd als een wijziging van de fysieke leefomgeving worden gezien, maar dit is afhankelijk van de lokale situatie en gemeentelijke afwegingen.
De maatschappelijke doelen van de wet zijn: het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (artikel 1.3 Omgevingswet). Om ervoor te zorgen dat een standplaats voldoet aan die eisen die daarvoor gesteld zijn in de Omgevingswet en de APV, zoals het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, bescherming van het milieu en een goede omgevingskwaliteit kunnen de regels voor het hebben en innemen van een standplaats gesteld worden met het oog op:
- •
het bevorderen van de verkeersveiligheid
- •
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte
- •
het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte
- •
het beperken van hinder
- •
het behouden van een goed woon- en leefklimaat
De beleidsregels zijn opgesteld in overeenstemming met de APV en de Omgevingswet. De beleidsregels beogen concrete normen te geven ter bescherming van de in de APV opgenomen belangen. De aangewezen locaties zijn niet in strijd met het geldende bestemmingsplan en Omgevingsplan. Ook zijn er geen zwaarwegende planologische belangen waardoor de afwijking van de geldende bestemming onaanvaardbaar wordt.
Economische motieven
In het kader van bovengenoemde toetsingsgronden kunnen geen economische motieven worden meegenomen. Het is niet toegestaan om bijvoorbeeld te bepalen dat er slechts 1 bloemenkraam mag staan. Economische motieven kunnen alleen onderdeel van toetsing zijn als het verzorgingsniveau voor de consument binnen de gemeente of een deel van de gemeente in gevaar komt.
Brandveiligheid
Met de inwerkingtreding van het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBG BOP) per 1 januari 2024 zijn de brandveiligheidsregels voor ‘overige plaatsen’, zoals tenten, evenemententerreinen en tribunes, landelijk geharmoniseerd. Dit besluit vervangt grotendeels de bepalingen uit de gemeentelijke Brandbeveiligingsverordening 2012, die daardoor (grotendeels) is komen te vervallen. Voor onderwerpen die niet door het BBG BOP worden geregeld, blijven gemeentelijke regels echter van kracht. De eisen van brandveiligheid voor standplaatsen zijn hierop aangepast.
Standplaatshouders moeten voldoen aan de landelijke eisen zoals vastgelegd in het BBG BOP en aan eventuele aanvullende voorschriften van de gemeente Hillegom voor specifieke situaties, bijvoorbeeld bij gefrituurde of gebraden etenswaren. In de bijlage bij dit beleid zijn de resterende gemeentelijke vereisten opgenomen, voor zover deze niet door het BBG BOP worden geregeld. Het besluit is in te zien via de volgende link: Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBG BOP).
Andere wet- en regelgeving
Andere wet- en regelgeving – behalve de bepalingen die in de standplaatsvergunningen zelf worden genoemd – die op standplaatsen van toepassing is:
- •
Omgevingswet - regelt de fysieke leefomgeving en de activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor deze leefomgeving (artikel 1.2 Omgevingswet). Het hebben of innemen van een standplaats hoeft niet verplicht gereguleerd te worden in het omgevingsplan, omdat dit geen wijziging van de fysieke leefomgeving betreft (artikel 2.1 Omgevingsbesluit). De kramen of andere middelen die worden gebruikt op een standplaats zijn immers eenvoudig verplaatsbaar. De maatschappelijke doelen van de wet zijn het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (artikel 1.3 Omgevingswet). Voor zover de regels beogen het milieu en de fysieke veiligheid te beschermen, passen deze binnen de doelen van de Omgevingswet.
- •
Overgangsrecht - stelt dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet het overgangsrecht van toepassing is op omgevingsvergunningen die onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn verleend. Bestaande vergunningen blijven geldig en worden van rechtswege omgezet naar een omgevingsvergunning onder de Omgevingswet. Voor lopende procedures blijft het oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. Dit zorgt ervoor dat de overgang naar de Omgevingswet soepel verloopt zonder verlies van reeds verleende rechten of voorschriften.
- •
Warenwet - stelt regels met betrekking tot een goede hoedanigheid en aanduiding van waren, hygiëne en degelijkheid van producten.
Hoofdstuk 2 De beleidsregels
2.1 Algemeen
Het geactualiseerde beleid is vastgelegd in een aantal beleidsregels. Onder dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen.
2.2 Schaarse vergunningen
1. Definitie
Standplaats: standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van de APV:
“Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.”
2. Schaarse vergunningen
Standplaatsvergunningen zijn zogenoemde schaarse rechten. Schaarse rechten zijn relevant omdat bestuursorganen deze (bijvoorbeeld een standplaatsvergunning) verdelen: het verlenen van een recht aan de één betekent in omstandigheden van schaarste het niet-verlenen van dat recht aan een ander. Schaarse rechten zijn het onderwerp van recente ontwikkelingen in Europese wetgeving (Dienstenrichtlijn) en Europese en nationale jurisprudentie.
Op 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een nationale rechtsnorm erkend die bepaalt dat het gemeentebestuur bij de verdeling van schaarse vergunningen aan alle potentiële gegadigden gelijke kansen moet bieden. Dit houdt in dat vergunningen niet langer voor onbepaalde tijd mogen worden verleend en dat er een transparante verdelingsmethodiek moet worden toegepast. Wacht- en anciënniteitslijsten worden niet langer gehanteerd, waardoor nieuwe gegadigden gelijke kansen krijgen om mee te dingen naar beschikbare vergunningen.
De vergunningen voor onbepaalde tijd worden omgezet naar vergunningen voor bepaalde tijd, met een eenmalige maximale duur van vijftien jaar. Dit is vijf jaar langer dan de maximale duur van nieuwe vergunningen voor bepaalde tijd. Het onderscheid wordt gemaakt omdat nieuwe ondernemers, voordat zij een vergunning aanvragen, weten welke vergunningsduur van toepassing is. Vrijwel alle ondernemers kunnen hun investeringen binnen de maximale vergunningsduur van tien jaar terugverdienen. Voor ambulante handelaren ligt de gemiddelde terugverdientijd tussen de negen en twaalf jaar. Voor bestaande ondernemers geldt dat zij een vergunning hadden voor onbepaalde tijd en nu worden geconfronteerd met een vergunning voor bepaalde tijd. Na het afwegen van belangen is besloten tot een ruimere vergunningsduur voor deze groep ondernemers. De reeds afgegeven vergunningen voor bepaalde tijd, met een duur variërend van een tot tien jaar, worden niet omgezet.
2.3 Indieningsvereisten
2.3.1 Vereisten bij de aanvraag
-
1. Vergunning tot het innemen van een standplaats wordt – al dan niet indirect – verleend aan een natuurlijke persoon die als zelfstandig ondernemer het verkopen van waren of het aanbieden van diensten via een standplaats heeft dan wel wenst te hebben en als zodanig is ingeschreven in het Handelsregister en rechthebbende is op het perceel.
-
2. Vergunning tot het innemen van een standplaats met als doel maatschappelijk/sociaal-culturele activiteiten of activiteiten op het gebied van volksgezondheid kunnen ook worden verleend aan een niet- natuurlijk persoon die als organisatie/stichting/vereniging het verkopen van waren of het aanbieden van diensten met een maatschappelijke/sociale/culturele functie via een standplaats heeft dan wel wenst te hebben en als zodanig is ingeschreven in het Handelsregister en rechthebbende is op het perceel.
-
3. Om rechthebbende op een perceel te zijn, dient men de door de gemeente opgelegde precariorechten te hebben voldaan en dient de aanvrager toestemming te hebben verkregen van de eigenaar van het perceel waarop de standplaats wordt ingenomen.
-
4. De aanvraag voor een standplaatsvergunning bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten:
- •
Naam, adres en woonplaats;
- •
Een kopie van een ID-kaart dan wel paspoort;
- •
Inschrijfnummer in het Handelsregister;
- •
De locatie die men wenst in te nemen inclusief de afmetingen van de standplaats;
- •
De periode en dag dat de standplaats wordt ingenomen;
- •
Het doel van de inname van de standplaats, inclusief de branche indien de aanvraag een vaste standplaatsvergunning betreft;
- •
Een omschrijving van de verkoopwagen, de afmetingen daarvan, en recente foto’s.
- •
2.4 Inschrijving en procedure
2.4.1. Vaste standplaatsen
-
1. Als er een vaste standplaats vrij komt, wordt dit door het college openbaar bekend gemaakt en worden kandidaten voor de vrijgekomen vaste standplaats uitgenodigd om een vergunningsaanvraag in te dienen. Indien er meer vergunningsaanvragen zijn dan beschikbare standplaatsen, wordt een transparante selectieprocedure toegepast. Er wordt geen wachtlijst bijgehouden, en de criteria voor toewijzing worden vooraf duidelijk gecommuniceerd.
-
2. Selectie van een gegadigde vindt plaats door toekenning van maximaal honderd punten aan iedere aanvraag. Een selectiecommissie kent de punten toe aan de hand van de volgende criteria:
- a.
het assortiment vormt een toevoeging aan het reeds bestaande aanbod: maximaal 30 punten;
- b.
de algemene uitstraling van de uitstalling: maximaal 20 punten;
- c.
het gebruikte verkoopmateriaal: maximaal 20 punten;
- d.
de ondernemer houdt zich bezig met duurzaamheidsaspecten: maximaal 10 punten;
- e.
de sollicitatiebrief en de motivering van de aanvraag: maximaal 10 punten;
- f.
referenties: de aanvrager heeft geen problemen met andere gemeenten, bijvoorbeeld betalingsachterstanden of disciplinaire problemen: maximaal 10 punten.
- a.
-
3. In het geval er één aanvraag is, vindt de selectieprocedure niet plaats en wordt de standplaats toegewezen aan de aanvrager, mits deze voldoet aan de eisen gesteld aan de vergunning.
-
4. De selectiecommissie draagt de aanvrager met het hoogst aantal punten voor aan het college als gegadigde voor de verlening van de vergunning. Het college verleent de vaste standplaatsvergunning aan de gegadigde. Indien sprake is van aanvragers met een gelijk hoogste aantal punten, wordt geloot tussen deze aanvragers. Aan de gegadigde die wordt ingeloot, wordt de vergunning verleend.
2.4.2 Standplaatslocaties
-
1. Burgemeester en wethouders wijzen vaste en tijdelijke plaatsen aan waarop een standplaats ingenomen mag worden. Vaste plaatsen kunnen voor een bepaalde periode worden ingenomen, met een vergunningsduur die voor een specifieke tijd is vastgesteld. Tijdelijke plaatsen kunnen voor een kortere periode worden ingenomen.
-
2. Standplaatsen kunnen worden ingenomen op de volgende locaties:
Locatie
Aantal
Bijzonderheden
Vast of tijdelijk?
Henri Dunantplein
2
-
Vast en tijdelijk
Beschrijving standplaatsen:
Standplaats 1: Achter de horeca-inrichting
Standplaats 2: Nabij kunstwerk
Hoofdstraat
1
Oliebollenkraam
Vast en tijdelijk
Beschrijving standplaats:
Naast de Maartenskerk
Jonkheer Mockkade
1
-
Vast en tijdelijk
Beschrijving standplaats:
t.o. ingang supermarkt
Het Palet
2
-
Vast en tijdelijk
Beschrijving standplaats:
Standplaats 1: op het trottoir aan de Abellalaan net voor het verbrede gedeelte / kruising Mesdaglaan
Standplaats 2: op het trottoir aan de Abellalaan net voor het verbrede gedeelte / kruising Mesdaglaan
Parkeerterrein ‘de Vosse’
1
Alleen voor maatschappelijk/sociaal-culturele activiteiten of activiteiten op het gebied van volksgezondheid.
Vast en tijdelijk
Beschrijving standplaats: De standplaats bevindt zich op het parkeerterrein van “De Vosse”. Deze standplaats is alleen voor het gebruik van bijvoorbeeld de bus van het bevolkingsonderzoek. De standplaats is goed bereikbaar met zowel fiets als auto.
-
3. In bijlage 3 zijn op plattegronden alle vaste standplaatslocaties weergegeven. Deze bijlage maakt onderdeel uit van de beleidsregel.
-
4. Voor de verkoop van kerstbomen wordt de mogelijkheid geboden om één extra tijdelijke standplaats in te nemen. De vergunning wordt verleend op aanvraag. Het college beoordeelt aan de hand van de artikelen 1:8 en 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening Hillegom of de aangevraagde locatie geschikt is. De verkoop van kerstbomen mag uitsluitend plaatsvinden in de periode vanaf 6 december tot en met 24 december.
-
5. Indien op een bepaalde locatie een weekmarkt wordt georganiseerd, wordt voor die dag op die locatie geen standplaatsvergunning afgegeven.
2.5 Toewijzen van standplaatsen
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het proces voor het verlenen van standplaatsvergunningen gewijzigd. Er wordt nu integraal gekeken naar alle aspecten van de fysieke leefomgeving bij de beoordeling van een vergunningaanvraag of initiatief voor een standplaats. Initiatiefnemers dienen aan te geven of en hoe zij participeren bij hun aanvraag. De benadering is veranderd van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’, wat betekent dat de gemeente meer adviserend optreedt en denkt in mogelijkheden.
- 1.
Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:
- a.
de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;
- b.
een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;
- c.
de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder van het innemen van standplaats mag gebruiken;
- d.
het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;
- e.
dat de vergunninghouder zelf zorgdraagt voor de inzameling en de afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert;
- f.
de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt;
- g.
welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan;
- h.
welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan;
- i.
de vergunningsduur.
- a.
- 2.
Een standplaatsvergunning wordt verleend voor hele dagen.
- 3.
Een standplaatsvergunning wordt voor bepaalde tijd afgegeven, met een maximale duur van vijftien jaar voor vergunningen die voorheen onbepaalde tijd geldig waren. Dit is vijf jaar langer dan de maximale duur van nieuwe vergunningen, die voor maximaal tien jaar worden verleend.
- 4.
De vergunninghouder of een in dienst zijnde medewerker dient de standplaats persoonlijk in te nemen. De standplaats mag niet aan een ander worden afgestaan of in gebruik worden gegeven. In geval van bijzondere omstandigheden (bijv. langdurige ziekte) kan het college van dit voorschrift afwijken
- 5.
De vergunninghouder welke een niet natuurlijk persoon is, dient een aan de organisatie verbonden natuurlijk persoon aan te wijzen, welke de standplaats in neemt.
- 6.
Het voornoemde is niet van toepassing voor het innemen van een tijdelijke standplaats.
- 7.
Het college kan een vergunning, al dan niet op verzoek van de aanvrager, voor een kortere periode verlenen, indien bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
- 8.
Toewijzing van een tijdelijke standplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.
2.6 Gebruik van de standplaats
- 1.
De vergunninghouder mag geen goederen uitstallen, verkopen of afleveren dan wel diensten aanbieden op een andere plaats en buiten de aangeduide tijden, dan waarvoor hem vergunning is verleend.
- 2.
De afmeting van de verkoopgelegenheid mag een frontbreedte van maximaal 15 strekkende meter hebben en de maximale oppervlakte mag 40 vierkante meter bedragen. Voor de verkoop van kerstbomen geldt geen maximale omvang, dit wordt per situatie beoordeeld door het college.
- 3.
Als de verkoopgelegenheid niet voor het publiek geopend is, dient deze verwijderd te zijn. Dit is niet van toepassing op de verkoop van kerstbomen en oliebollen. In bijzondere omstandigheden kan het college ervoor kiezen om van deze verplichting af te wijken.
- 4.
De vergunninghouder mag binnen een cirkel van 10 meter van zijn standplaats reclameborden plaatsen, mits hierdoor de veiligheid van het verkeer niet in gevaar komt en/of de doorgang voor het verkeer niet gehinderd wordt.
- 5.
Het is de vergunninghouder verboden zich met een voertuig op de niet voor voertuigen bestemde delen van de weg te bevinden of daar een voertuig aanwezig te hebben, behoudens ten behoeve van het laden en lossen van goederen.
- 6.
Indien gebruik wordt gemaakt van verwarming-, kook-, en baktoestellen, dan dient te worden voldaan aan alle wettelijke verplichtingen op het gebied milieu en dienen de brandbeveiligingsvoorschriften als vermeld in bijlage 2 bij deze beleidsregels te worden nageleefd.
- 7.
De standplaats kan niet worden ingenomen indien het terrein waarop de standplaats wordt ingenomen, wordt aangewend voor bijzondere evenementen. Zulks ter beoordeling van het college. Bij vorengenoemde situatie meldt het college dit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken voor het evenement, aan de vergunninghouder. Er bestaat geen recht op restitutie van rechten of andere vergoeding van kosten of gederfde inkomsten.
2.7 Dagen en tijden waarop de standplaats mag worden ingenomen
Hieronder is een tabel opgenomen met de dagen en tijden waarop standplaats mag worden ingenomen:
|
Dag van de week |
Begintijd |
eindtijd |
|
Maandag t/m woensdag |
09.00 uur |
18.00 uur |
|
Donderdag (inclusief koopavond) |
09.00 uur |
21.00 uur |
|
Vrijdag en zaterdag |
09.00 uur |
18.00 uur |
|
Zon- en feestdagen |
12.00 uur |
18.00 uur |
Het college kan bij de verkoop van kersbomen afwijken van bovengenoemde tijden als de situatie dit toelaat.
2.8 Het aanzien, de hygiëne en de reiniging van de standplaats
- 1.
De vergunninghouder is verplicht om de standplaats en de directe omgeving van de standplaats schoon te houden, zulks ter beoordeling van het college. Daarom dient de vergunninghouder er voor te zorgen dat er voldoende afvalbakken bij de standplaats aanwezig zijn.
- 2.
De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat de standplaats en de directe omgeving van de standplaats schoon wordt achtergelaten.
- 3.
Indien de vergunninghouder handelt in strijd met het onder het tweede lid bepaalde, dan heeft het college het recht om op kosten van de vergunninghouder de schoonmaakwerkzaamheden te laten uitvoeren.
- 4.
De vergunninghouder dient de door de gemeente gemaakte kosten binnen dertig dagen na ontvangst van de rekening te betalen.
2.9 Beëindiging standplaats/intrekking standplaatsvergunning
- 1.
De vergunningen voor het innemen van een vaste standplaats kan te allen tijde worden ingetrokken, indien een of meerdere voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd.
- 2.
Het innemen van een tijdelijke standplaats wordt beëindigd, nadat de termijn waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken.
- 3.
Met inachtneming van artikel 1:6 onder d van de APV is intrekken van de vergunning mogelijk, indien onregelmatig of langere tijd achtereen, anders dan door overmacht, geen standplaats is ingenomen. Daarbij wordt een tijdsduur van een periode van 3 maanden als maatstaf gehanteerd, tenzij de vergunning is afgegeven ten behoeve van een tijdelijke plaats en de in de vergunning genoemde periode is verlopen.
2.10 Hardheidsclausule
- 1.
Het college kan van deze beleidsregels afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
- 2.
In de gevallen waarin deze beleidsregels niet of onvoldoende voorzien, beslist het college.
Hoofdstuk 3 Financiële aspecten
3.1 Algemeen
Aan de standplaatsvergunningen zijn kosten verbonden. Deze kosten hebben betrekking op de vergunningverlening (leges), het in gebruik nemen van gemeentegrond (precario) en op sommige locaties het afnemen van elektra (stroomkosten).
3.2 Leges
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een standplaats dient de aanvrager leges te betalen. De bedragen zijn gebaseerd op de Legesverordening en zien slechts op de administratieve kosten voor vergunningverlening. Het tarief wordt bepaald voor de duur van de vergunning. Dit kan voor de duur van een dag, een maand of een jaar worden gerekend.
3.3 Stroomkosten
Ieder jaar wordt de “Verordening op de heffing en invordering van marktgeld Hillegom” en de daarin opgenomen nieuwe tarieven voor het jaar daarop door de raad vastgesteld. Sommige standplaatslocaties zijn uitgerust met stroomkasten. Dat geldt voor de locaties Jonkheer Mockkade en Henri Dunantplein. Deze tarieven worden door het team Financiën, cluster administratie jaarlijks opgelegd en geïnd.
Hoofdstuk 4 Toezicht en handhaving
4.1 Toezicht en handhaving in Hillegom
De gemeente Hillegom maakt op grond van belangrijkheid en de beschikbare handhaving capaciteit keuzes bij het handhaven van beleidsonderdelen. Er worden prioriteiten gesteld en op de hoogste prioriteiten wordt gehandhaafd. Aangezien de standplaatshouders mede het straatbeeld bepalen in Hillegom, wordt er actief gehandhaafd op standplaatshouders.
Het standplaatsenbeleid wordt actief gehandhaafd. Dat geldt met name voor illegale inname van een standplaats, maar ook het innemen van een standplaats op niet vergunde dagen, locaties of uren van de dag door vergunning houdende standplaatshouders.
4.2 Buitengewone opsporingsambtenaar
De Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA’s) zijn bevoegd tot de handhaving van het standplaatsenbeleid.
De BOA ’s controleren de standplaatshouders wekelijks in hun rondes. Aangezien de meeste standplaatshouders al vele jaren in Hillegom een standplaats innemen, kennen zij de regels en houden zich daar ook veelal aan. Echter gebeurt het nog wel eens dat standplaatshouders meer plaats innemen dan aan hen vergund is. Daar wordt met ingang van dit beleid strenger en vooral actief tegen opgetreden, aangezien de openbare ruimte schaars is, de parkeerdruk hoog en er maximaal 40 vierkante meter ingenomen mag worden.
Terrasspijkers worden gebruikt voor het aangeven van de contour van de standplaats. Hierdoor is voor iedereen duidelijk hoe groot het oppervlak is waarop standplaats mag worden ingenomen. Toezicht en handhaving wordt hierdoor relatief eenvoudig.
Indien een BOA constateert dat een standplaatshouder in overtreding is, wordt de overtreder aangesproken c.q. voorgelicht. Dat wil zeggen dat aan de standplaatshouder mondeling zal worden uitgelegd welke regel hij overtreedt en hoe deze overtreding ongedaan kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld indien een standplaatshouder illegaal standplaats inneemt, wordt hij altijd verzocht weg te gaan, na notering van zijn gegevens, maar wordt hij wel gewezen op de eventuele mogelijkheid tot het indienen van een vergunningaanvraag.
4.3 Bestuursrechtelijke handhaving
Als aanspreken niet helpt, zijn er zwaardere middelen om op te treden, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van last onder bestuursdwang. Hierbij wordt aangesloten bij de geldende beleidsafspraken inzake aanschrijvingen, het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang en het feitelijk opleggen van een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang.
Hoofdstuk 5 Overgangsrecht, communicatie en inwerkingtreding
5.1 Overgangsrecht
Vergunningen voor onbepaalde tijd worden omgezet naar vergunningen voor bepaalde tijd, met een maximale duur van vijftien jaar. Dit biedt bestaande ondernemers extra ruimte om hun investeringen terug te verdienen. De omzetting gebeurt ambtshalve, zonder selectieprocedure of kosten voor vergunninghouders. Reeds afgegeven vergunningen voor bepaalde tijd blijven ongewijzigd.
5.2 Communicatie
Na de bestuurlijke vaststelling wordt het standplaatsenbeleid bekendgemaakt door publicatie op www.overheid.nl Daarnaast wordt het beleid digitaal ter inzage gelegd via www.omgevingswet.overheid.nl en is het beschikbaar bij de balie van de gemeente Hillegom. Huidige en toekomstige standplaatsvergunninghouders worden niet direct voorzien van de notitie, maar verwezen naar de gemeentelijke website voor verdere informatie.
5.3 Citeertitel
Dit beleid wordt aangehaald als: “Beleidsregel standplaatsen gemeente Hillegom 2026”.
5.4 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt de dag na bekendmaking in werking. Het “Standplaatsenbeleid gemeente Hillegom 2014” wordt ingetrokken.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 18 november 2025,
Het college van burgemeester en wethouders,
Dhr. R. ter Hark
Burgemeester
Dhr. M. Witkamp
Secretaris
Bijlage 1: Artikelen van de APV die betrekking hebben op het standplaatsenbeleid gemeente Hillegom 2026
Afdeling 5.4. Standplaatsen
Artikel 5.17. Definitie
- 1.
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
- 2.
Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5.18. Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een het Omgevingsplan.
- 3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van de APV kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
- 4.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.19. Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5.20. Afbakeningsbepalingen
- 1.
Artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
- 2.
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Bijlage 2: Brandveiligheid voorwaarden voor het gebruik van een standplaats.
(Markt)kramen:
- –
In de vrije doorgang tussen standplaatsen onderling en tussen standplaatsen en gevels mogen geen obstakels worden geplaatst.
- –
(Tui-)draden en/of elektriciteitskabels welke over de weg worden gespannen moeten op een hoogte van minimaal 4,20 meter worden aangebracht.
- –
Kabels en slangen op de grond moeten worden afgedekt of afgeplakt om struikelen te voorkomen. Indien het gaat om elektriciteitskabels, dan mogen deze slechts door de lucht worden aangebracht met een minimale hoogte van 4,20 meter.
Mobiele bakwagens;
- –
Een mobiele bakwagen moet beschikken over een geldig keuringscertificaat, deze moet bij de wagen aanwezig zijn.
- –
Een mobiele bakwagen moet op tenminste 5 meter van een gebouw worden geplaatst. Als de bakwagen tegen een blinde gevel wordt geplaatst, geldt deze minimale afstand niet. De afstand tussen de bakwagen en naastgelegen kramen moet tenminste 2 meter bedragen.
Gasinstallaties:
- –
De gasslangen mogen niet langer zijn dan 1,5 meter en moeten in goede staat van onderhoud verkeren, mogen niet uitgedroogd zijn of andere beschadigingen vertonen. Gasslangen waarop de productiedatum is aangegeven mogen niet ouder zijn dan 2 jaar. Gasslangen waarop het vervangingsjaar is aangegeven moeten voor het einde van dat jaar zijn vervangen.
- –
De gasdrukregelaar mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
- –
De gezamenlijke inhoud van alle aanwezige gasflessen mag maximaal 115 liter zijn.
- –
De ruimte waarin gasflessen staan moet voldoende geventileerd zijn.
Kleine blusmiddelen:
- –
Aanwezige blusmiddelen moeten zichtbaar, gemakkelijk bereikbaar en direct gebruiksklaar zijn.
- –
In de nabijheid van het baktoestel moet een passend deksel of blusdeken aanwezig zijn.
- –
Blusmiddelen moeten tweejaarlijks worden onderhouden, gekeurd en verzegeld zijn.
(Mobiele) ruimteverwarmingstoestellen:
- –
Een ruimteverwarmingsinstallatie moet zodanig worden gebruikt en opgesteld dat (brand)gevaar oplevert. De vloer rondom het verwarmingstoestel moet tenminste 2 meter worden vrijgehouden. Een niet-elektrisch verwarmingstoestel in een besloten ruimte moet beschikken over een correcte rookgasafvoer en er mag geen onvolledige verbranding plaatsvinden.
Bijlage 3: Plattegronden met de locaties van de standplaatsen.
Henri Dunantplein
2 standplaatsen
Hoofdstraat
1 standplaats
Jonkheer Mockkade
1 standplaats
Het Palet
2 standplaatsen
Parkeerterrein ‘de Vosse’
1 standplaats
NB: Enkel bedoeld voor activiteiten op het gebied van maatschappelijk/sociaal-culturele activiteiten of activiteiten op het gebied van volksgezondheid.
Bijlage 4: De voorschriften verbonden aan een standplaatsvergunning
De voorschriften verbonden aan een standplaatsvergunning
- 1.
De vergunning staat op naam. De vergunning kan niet door iemand anders gebruikt worden.
- 2.
Een standplaats moet binnen de maximale afmeting van de standplaats blijven. Onder de maximale afmeting worden de fysieke middelen (kar, kraam, uitstallingen en objecten) gerekend, die van direct belang zijn voor het aanbieden van de goederen of diensten. De auto/vrachtwagen van de standplaatshouder moet worden geplaatst in de daartoe bestemde parkeervakken. Vrachtwagens vallen onder grote voertuigen en mogen alleen op speciaal aangewezen plaatsen parkeren, conform het Aanwijzingsbesluit parkeren van grote voertuigen en de Plattegrond parkeren grote voertuigen Hillegom.
- 3.
De toezichthouder of een andere daartoe aangewezene bepaalt de maximale afmeting van de standplaats op het moment dat deze nog niet is vastgelegd in een GIS-tekening dan wel in het straatwerk is gemarkeerd.
- 4.
De standplaats mag u innemen op de volgende tijdstippen:
Dag van de week
Begintijd
eindtijd
Maandag t/m woensdag
09.00 uur
18.00 uur
Donderdag (inclusief koopavond)
09.00 uur
21.00 uur
Vrijdag en zaterdag
09.00 uur
18.00 uur
Zon- en feestdagen
12.00 uur
18.00 uur
- 5.
U gebruikt de standplaats niet eerder dan één uur voor de verkoop.
- 6.
U ontruimt de standplaats binnen één uur na de verkoop. Bij een vergunning voor aaneengesloten dagen mag u de wagen laten staan onder de voorwaarde dat de verkoopwagen tenminste één dag per week niet aanwezig is en deze ook niet blijft staan als er geen verkoop is op de volgende dag. Uiteraard moeten losse voorwerpen zoals reclame-uitingen en prullenbakken wel dagelijks opgeruimd worden.
- 7.
Van de ontruimplicht vermeld in 6. kan een ruimere ontheffing worden gevraagd.
- 8.
U heeft de vergunning en deze voorwaarden aanwezig bij de standplaats. Dit mag ook een kopie zijn. Of u heeft ze digitaal op een tablet, telefoon of laptop. U volgt aanwijzingen van de gemeente, politie of brandweer goed en direct op.
- 9.
Wij behouden ons het recht voor wijziging te brengen in de standplaats, dan wel nadere voorwaarden te verbinden aan deze vergunning.
- 10.
U laat het terrein en de directe omgeving van het terrein in dezelfde staat achter als waarin u deze vond. U ruimt alles goed op. U haalt al het afval weg. En u voert het afval af naar een afvalinzamelaar. Is het terrein beschadigd? Dan meldt u dat en repareert u dit of betaalt u de kosten om dit te herstellen.
- 11.
U dekt kabels en leidingen voor de verkoopinrichting af zodat niemand daarover kan vallen
- 12.
Indien u afvalwater loost dan doet u dit via het vuilwaterriool.
- 13.
De verkoopinrichting mag op geen enkele wijze aan opstallen of vaste voorwerpen zijn verbonden, noch zijn aangesloten op de openbare nutsvoorzieningen zonder dat daarvoor schriftelijk door burgemeester en wethouders toestemming is verleend.
- 14.
U of een bij u in dienst zijnde werknemer moet de standplaats innemen; u mag deze dus niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
- 15.
U of een bij u in dienst zijnde werknemer mag zich laten bijstaan.
- 16.
De werknemer dient een verklaring van u te kunnen overleggen waaruit het dienstverband blijkt.
- 17.
U bent verplicht er zorg voor te dragen dat de standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.
- 18.
Indien u op de standplaats eet- en drinkwaren voor de consumptie gereed maakt dan zet u aan de voorzijde van het verkooppunt twee korven of bakken van voldoende grootte voor het inwerpen van afval. Het is toegestaan om binnen de standplaatslocatie statafels en parasols voor het ter plaatse nuttigen van eet- en drinkwaren, alsook een reclame-uiting te plaatsen.
- 19.
Indien u voortijdig het gebruik van de vergunning beëindigt dan meldt u dat schriftelijk aan burgemeester en wethouders.
- 20.
De standplaats voldoet aan het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. U zorgt dat u dit besluit goed kent. Ook houdt u zich hier goed aan. U vindt het besluit op http://wetten.overheid.nl/BWBR0040068/
In het besluit leest u onder andere de (bouw)technische regels over brandveiligheid, elektrische installaties, organisatie en veilig gebruik. U leest hier ook de regels voor onder andere bijeenkomsttenten, kampeermiddelen, mobiele bakkramen, gasinstallaties, bluswatervoorzieningen, bereikbaarheid voorhulpdiensten en de basishulpverlening. Deze regels gelden in het hele land.
Optioneel: Toestemming laten staan verkoopwagen
- 21.
U mag uw verkoopinrichting laten staan. Wij verlenen u daarvoor toestemming op basis van het Standplaatsenbeleid. Ruimt u wel de losse objecten op?
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl