Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761763
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761763/1
Geldend van 13-05-2026 t/m heden
Programma Strategische visie toerisme en recreatie
Tholen, bewuste bestemming, natuurlijk in balans
Strategische visie toerisme en recreatie
Gemeente Tholen
Omgevingsprogramma toerisme en recreatie
Colofon
Status: Definitief
Datum: 6 mei 2025
Fotografie: Stichting Tholen Beter Bekend
Visuals: Steven Bouwens – Visueel Vergaderen
Tekst: Bij Reinder
Opmaak: Bij Reinder
Opdrachtgever: Gemeente Tholen
Postbus 51 4690 AB Tholen
T: 14 0166
E: gemeente@tholen.nl
I: http://tholen.nl

Opdrachtnemer:
Bij Reinder
Zandweg 10 4389 TK Ritthem
T: 06 428 244 39
E: info@bijreinder.nl
I: http://bijreinder.nl

Voorwoord
Voor u ligt de strategische visie toerisme en recreatie;
‘Tholen, bewuste bestemming, natuurlijk in balans’.
De afgelopen jaren is het toerisme op Tholen sterk toegenomen. Veel nieuwe bezoekers hebben Tholen ontdekt en zijn vaak aangenaam verrast door hetgeen Tholen allemaal te bieden heeft. Zoals in ons huidige beleidsprogramma ‘samen leven, ruimte geven’ is benoemd, zijn toerisme en recreatie dan ook niet meer weg te denken uit Tholen.
We zijn trots op het feit dat steeds meer toeristen Tholen weten te vinden voor een meerdaags verblijf of dagje uit. Toch zetten we de komende jaren niet meer zozeer in op groei, maar op toename in kwaliteit. Tholen zet in op het bieden van een bestemming waar bezoekers bewust voor kiezen vanwege het kunnen genieten van de rust en ruimte in een aantrekkelijk landschap en een kwalitatief goed aanbod op gebied van cultuur, erfgoed en natuur.
Het gemeentebestuur wil daarbij vooral inzetten op kleinschaligheid en kwaliteit en bestaande recreatieve voorzieningen verdienen daarbij een kwaliteitsimpuls. Als gemeente vervullen we hierbij de rol van gebiedsregisseur en aanjager. Dat doen we met kennis, menskracht en financiën. Waar nodig brengen we partijen samen. Immers, alleen samen met een groot aantal partners kunnen we toerisme en recreatie kwalitatief ontwikkelen.
Toerisme moet meerwaarde creëren voor landschap, cultuur en lokale economie, maar met name ook voor onze eigen inwoners. Want juist de eigen inwoners vormen de grootste gebruikersgroep van onze recreatieve voorzieningen.
Het is belangrijk dat onze inwoners de meerwaarde van toerisme en recreatie kunnen ervaren. Dit uit zich in een hoog voorzieningenniveau, een aantrekkelijke openbare ruimte en een beleefbaar en goed onderhouden landschap.
Op deze manier willen we het draagvlak voor toerisme in onze gemeente behouden en hopen we dat onze inwoners trots zijn op wat Tholen te bieden heeft en dit ook uitdragen als ware ambassadeurs!
Ik wens u veel plezier en inspiratie toe bij het lezen van deze visie!
Wethouder Hilde Moerland, portefeuillehouder toerisme & recreatie
Namens het college van de gemeente Tholen
Inhoudsopgave
Samenvatting
-
a.
8 Opgaven
-
1.
Toerisme en recreatie dragen bij aan gezondheid en leefbaarheid;
-
2.
Ruimtelijke kwaliteit beschermen en verbeteren;
-
3.
Toerisme en recreatie dragen bij aan welvaart en welzijn;
-
4.
Erfgoed, cultuur en natuur verbinden met toerisme en recreatie;
-
5.
Bijdragen aan een toekomstbestendige en aantrekkelijke vrijetijdssector;
-
6.
Gasten als inwoners beleven de gemeente Tholen optimaal;
-
7.
Het draagvlak voor toerisme behouden en versterken;
-
8.
Kaders geven voor groei in aanbod en aantal overnachtingen
-
1.
-
b.
Strategische visie met 3 pijlers
-
c.
Verblijfstoerisme
-
1.
Verbeteren bedbezetting;
-
2.
Verkleinen afhankelijkheid vaste gasten;
-
3.
Kwaliteitsverbetering bestaand aanbod;
-
4.
Camperplaatsen op bijzondere locaties;
-
5.
Stimuleren uitbreiding kleinschalig aanbod;
-
6.
Overnachtingsmogelijkheden bij particulieren;
-
7.
Verbod op (permanente) bewoning op recreatieparken.
-
1.
-
d.
Dagrecreatie
-
e.
Natuur en landschap
-
1.
Versterken en benutten van Oosterschelde;
-
2.
Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden behouden;
-
3.
Versterken landschapsbeleving;
-
4.
Versterken binnendijkse fiets- en wandelmogelijkheden;
-
5.
Meer voorzieningen in het landschap;
-
6.
Dorpsbosjes en randzones benutten voor wandelen, bewegen, spelen en ontmoeten.
-
1.
-
f.
Erfgoed en cultuur
-
g.
Marketing en informatievoorziening
-
1.
Continueren en consolideren samenwerking STBB;
-
2.
Marketing gericht op kort verblijf en seizoensspreiding;
-
3.
Benutten strategische ligging;
-
4.
Versterken ambassadeurschap en gastheerschapsnetwerk;
-
5.
Verrassende eilanddressing;
-
6.
Herkenbare Thoolse communicatie;
-
7.
Persoonlijke toeristische informatievoorziening.
-
1.
Inleiding
Algemeen
De eilanden Tholen en Sint Philipsland vormen een groenblauwe oase omgeven door de Oosterschelde, centraal gelegen tussen de metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen. De afgelopen jaren is het toerisme in de gemeente Tholen stevig gegroeid. Daarmee neemt de gemeente Tholen, na de Zeeuwse gemeenten aan de Noordzeekust, kijkend naar het aantal overnachtingen op jaarbasis, de eerste plaats in als toeristische bestemming in Zeeland.
De afgelopen jaren heeft de gemeente Tholen aan de hand van het toeristisch recreatief beleidsplan ‘van basis naar beleving’ geïnvesteerd in een aantrekkelijke omgeving en een hoog voorzieningenniveau voor inwoners, recreanten en toeristen. Op dit stevige fundament wil het gemeentebestuur de komende jaren voortbouwen. De gastvrijheidssector is een relevante sector op Tholen welke niet alleen van economische betekenis is, maar ook mede kleur en identiteit geeft aan Tholen en Sint Philipsland. Toerisme en recreatie levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid in de gemeente.
Met deze integrale strategische visie op toerisme en recreatie laat de gemeente Tholen zien op welke wijze zij toerisme en recreatie, in verbinding met de thema’s erfgoed, cultuur en natuur, de komende jaren wil door ontwikkelen. De inwoners van de gemeente Tholen staan hierbij voorop. Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat is de belangrijkste prioriteit hetgeen zich ook vertaalt in een aantrekkelijk recreatie- en bezoekklimaat. Inzet van het beleid is dat iedere inwoner van de gemeente Tholen de meerwaarde van toerisme en recreatie in de gemeente Tholen ervaart.
De manier waarop het gemeentebestuur hieraan uitvoering wil geven is terug te lezen in deze visie.
Participatie
Deze integrale strategische visie op toerisme en recreatie in de gemeente Tholen is het resultaat van een uitgebreid participatieproces. In verschillende interactieve bijeenkomsten is door het projectteam gesproken met ondernemers, betrokken organisaties, inwoners en medeoverheden. Hetgeen is opgehaald is getoetst bij deze betrokkenen en aan de hand hiervan is de richting bepaald. Ook de gemeenteraad is tijdens een tweetal bijeenkomsten betrokken bij de totstandkoming van deze visie.
Inwoners van de gemeente Tholen zijn op verschillende momenten betrokken. Tijdens het themagesprek over wonen en toerisme heeft een aantal inwoners waardevolle input geleverd. Het projectteam is daarnaast in Sint Annaland, Tholen, Poortvliet en Sint Maartensdijk met inwoners in gesprek gegaan op straat, aan de hand van een enquête. Daarnaast geeft het inwonersonderzoek naar draagvlak voor toerisme van HZ Kenniscentrum Kusttoerisme uit 2022 ook belangrijke input. Tenslotte zijn ook de resultaten van het (stage)onderzoek ‘natuur en recreatie op Tholen en Sint Philipsland’, waarbij eveneens een enquête is uitgezet, betrokken in het deel van de visie welke gericht is op natuur en landschap.
Status
De integrale visie op toerisme en recreatie in de gemeente Tholen heeft de status van Omgevingsprogramma voortvloeiend uit de Omgevingsvisie. Ruimtelijk relevante regels voortvloeiend uit de visie krijgen vervolgens hun beslag in het omgevingsplan.
Er is geen looptijd aan de visie gekoppeld. Deze is daarom van kracht tot er ander beleid door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Gekoppeld aan de visie stelt het college van burgemeester en wethouders een meerjarige uitvoeringsagenda op, welke jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld wordt.
Leeswijzer
De analyse behorend bij deze visie is opgenomen in de bijlage (Analyse). Deze analyse start met een terugblik op de vorige beleidsperiode (hoofdstuk evaluatie bestaand beleid) en een overzicht van de relevante lokale en provinciale beleidskaders (hoofdstuk beleidskader). Hierna volgt een trendanalyse met daarin de belangrijkste macro-economische ontwikkelingen en sectorale ontwikkelingen (hoofdstuk trendanalyse). De analyse sluit, aan de hand van de meest in het oog springende cijfers, af met een beeld van toerisme en recreatie in de gemeente Tholen (hoofdstuk Toerisme en recreatie op Tholen in beeld).
Vanuit deze analyse zijn in het hoofdstuk opgaven de voornaamste opgaven benoemd. Deze worden vervolgens vertaald naar de visie.
De visie bestaat uit een aantal onderdelen en start met de kern van de gemeentelijke visie op toerisme en recreatie (hoofdstuk Strategische visie voor toerisme en recreatie). Vervolgens komen thematisch de speerpunten aan bod. In volgorde zijn dit de thema’s verblijfstoerisme, dagrecreatie, natuur en landschap, erfgoed en cultuur en tenslotte marketing en informatievoorziening. Het document sluit af met een uitvoeringsprogramma, eveneens opgebouwd aan de hand van dezelfde vijf thema’s.
Opgaven
Vanuit de beleidsanalyse, de trendanalyse en de cijferanalyse (zie bijlage 1) zijn de volgende opgaven geformuleerd welke de onderlegger vormen onder het toeristisch recreatief beleid voor de komende jaren.
1. Toerisme en recreatie moeten bijdragen aan het bevorderen van de gezondheid van onze inwoners en (minimaal) bijdragen aan het op peil houden van de leefbaarheid.
2. De aanwezige ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving moet worden herkend, beschermd en waar mogelijk worden verbeterd bij de uitvoering van het toeristisch beleid. Ruimtelijke kwaliteit draagt immers ook bij aan de belevingswaarde.
3. Toerisme en recreatie moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners.
4. De thema’s erfgoed, cultuur en natuur moeten nadrukkelijk worden verbonden met toerisme en recreatie. Deze thema’s zijn immers de dragers van de identiteit van onze gemeente.
5. Het beleid moet bijdragen aan een toekomstbestendige en aantrekkelijke vrijetijdssector.
6. Zowel gasten als inwoners moeten de gemeente Tholen optimaal kunnen beleven.
7. Het draagvlak voor toerisme op Tholen moet worden behouden en waar mogelijk worden versterkt.
8. Het toeristisch beleid moet antwoord geven op de vraag welke ruimte er in de gemeente Tholen nog is voor groei. Dit geldt zowel voor groei qua aanbod, als groei van het aantal overnachtingen. Deze vraag wordt ook benaderd vanuit het perspectief van de gezamenlijke Zeeuwse opgave, welke ook landelijk geldt, om bezoekers meer te spreiden. Zowel in ruimtelijke zin als in tijd.
Strategische visie voor toerisme en recreatie

Toerisme vormt een belangrijke economische pijler voor de gemeente Tholen. Toerisme geeft kleur en levendigheid aan onze gemeente. Het toeristisch recreatieve karakter van Tholen is niet alleen van belang voor de toeristische sector, maar heeft ook meerwaarde bij het aantrekken van nieuwe inwoners en bedrijvigheid.
We zijn trots op het feit dat steeds meer toeristen Tholen weten te vinden, voor een vakantie, meerdaags verblijf of daguitstap. We zijn ons echter ook bewust van het feit dat de groei van het toerisme ook negatieve impact kan hebben op de leefbaarheid of het gevoel van ‘thuis zijn op Tholen’ van onze inwoners. Recreatieve infrastructuur en voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte en aantrekkelijk landschap zijn er allereerst voor onze eigen inwoners. Bezoekers van buiten de gemeente profiteren hiervan mee. Onze inwoners zijn immers de grootste gebruiksgroep van recreatieve voorzieningen.
In de volgende hoofdstukken schetsen we een uitgebreid toekomstbeeld met een daaraan gekoppeld uitvoeringsprogramma ten aanzien van toerisme en recreatie in de gemeente Tholen. Dit doen we aan de hand van de volgende thema’s:
1. Verblijfstoerisme
2. Dagrecreatie
3. Natuur en landschap
4. Erfgoed en cultuur
5. Marketing en informatievoorziening
Strategische visie: 3 pijlers
De kern van alles wat we doen en willen bereiken is terug te voeren op drie pijlers. Alle ambities en plannen zijn gelieerd aan deze drie pijlers. Deze vormen de kern van de strategische visie op toerisme en recreatie in de gemeente Tholen. Dit zijn:
1. We benutten de strategische ligging van Tholen in combinatie met de gebiedskwaliteiten en het lokale DNA voor toerisme en recreatie;
2. Toerisme creëert meerwaarde voor onze inwoners, het landschap, de lokale cultuur en de lokale economie;
3. We zetten in op kwaliteitsgericht ontwikkelen in balans met natuur en omgeving.
Hieronder lichten we elke pijler toe. In de volgende hoofdstukken worden per thema de speerpunten van de visie benoemd. Deze leiden vervolgens tot concrete acties in het uitvoeringsprogramma.
Strategische ligging in combinatie met gebiedskwaliteiten en DNA benutten voor toerisme
De strategische ligging van de gemeente Tholen te midden tussen de metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen in relatie tot de rust, de ruimte, de aanwezige natuur, het groenblauwe landschap, de Zeeuwse- en dorpse cultuur biedt volop kansen.
De gemeente Tholen ligt niet alleen strategisch tussen deze drie sterk verstedelijkte regio’s, maar onderscheidt zich ook door haar eigen gebiedskwaliteiten en het lokale DNA. Hierdoor is Tholen niet alleen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven of nieuwe inwoners maar ook voor een meerdaags bezoek, vakantie of daguitstap.
Toerisme creëert meerwaarde
We zetten in op behoud en versterking van het draagvlak voor toerisme en recreatie in de gemeente Tholen. Onze inwoners moeten de meerwaarde van toerisme en recreatie kunnen ervaren. Dit uit zich in een hoog voorzieningenniveau, een aantrekkelijke openbare ruimte en een beleefbaar aantrekkelijk en goed onderhouden landschap.
Bij activiteiten welke we uitvoeren op de verschillende thema’s hebben we juist onze inwoners voor ogen. Zij zijn immers een belangrijke gebruikersgroep. Bovendien dragen een aantrekkelijk landschap en mogelijkheden om te kunnen ontspannen in de eigen woonomgeving ook bij aan welzijn, gezondheid en geluk.
Toerisme vormt een relevante economische pijler binnen de gemeente. We zetten in op economische groei door toerisme via een toename van de bestedingen en een toename van werkgelegenheid in de sector.
Kwaliteitsgericht ontwikkelen
Groei is niet het doel, maar is het effect van investeringen die we doen. Daarom willen we het toeristisch recreatieve aanbod kwaliteitsgericht ontwikkelen. We zetten niet in op meer, maar vooral op beter. Dit zien we terug in overnachtingsmogelijkheden maar ook in voorzieningen en infrastructuur, zoals recreatieve routes.
Alleen onder die voorwaarde willen en kunnen we groeien. Groeien in het aantal overnachtingen en groeien in het aantal overnachtingsmogelijkheden. Elke vorm van groei vindt plaats langs de lijn van kwaliteitsgerichte ontwikkeling. Zo dragen we bij aan een vitale sector en een vitale economie.
Randvoorwaarden
Alvorens we deze visie vertalen naar concrete speerpunten benoemen we de randvoorwaarden. Deze hebben betrekking op de rol welke we hierin zelf willen vervullen, op het belang van goede data en onze visie op de financiële dekking.
De rol van de gemeente Tholen: gebiedsregisseur en aanjager
Het beleidsterrein van toerisme en recreatie is een terrein waarop veel verschillende partijen actief zijn. Datzelfde geldt voor het toeristisch recreatieve product. Bij iedere vakantie zijn immers een groot aantal aanbieders betrokken welke ieder voor zich verantwoordelijk zijn voor hun eigen aandeel. Een groot aantal partijen werkt zowel aan de aanbodzijde als op beleidsgebied en uitvoering van onze strategische visie samen. Denk aan accommodatieverschaffers, horeca-uitbaters, winkeliers, exploitanten van dagattracties, vrijwilligers in musea, promotie organisaties, terrein beherende organisaties, landschapspartners, medeoverheden enzovoort. Om de doelen te realiseren is het samenspel tussen al deze partijen van groot belang.
Als gemeente vervullen we hierbij de rol van gebiedsregisseur en aanjager. Dat doen we met kennis, menskracht en financiën. Een toegankelijke, flexibele en klantgerichte organisatie zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden.
Waar nodig brengen we partijen samen. Immers, alleen samen met een groot aantal partners kunnen we het toerisme en recreatie kwalitatief ontwikkelen. Hierbij is het soms nodig om over schaduwen heen te stappen en bij conflicterende belangen te zoeken naar de vraag: hoe kan ieders belang het beste gediend worden, waardoor landschap, natuur, cultuur, leefbaarheid, economie, bezoekers etc. er uiteindelijk beter van worden.
Meten is weten: het belang van goede data
Aan deze strategische visie ligt verschillende data ten grondslag. Deze data zijn in de voorgaande analyse ook benoemd. We hechten grote waarde aan deze data. Ten opzichte van gemeenten buiten Zeeland hebben we in onze gemeente en in de rest van Zeeland goed zicht op data. Kenniscentrum Kusttoerisme speelt hierbij als onderdeel van de toeristische uitvoeringsalliantie een belangrijke rol.
Ook in de toekomst willen we deze data blijven genereren en benutten. We zetten daarom structureel in op onderzoek zodat we ons beleid en de uitvoering daarvan datagericht kunnen bijsturen. Daarom monitoren we het draagvlak, de ontwikkeling van vraag en aanbod en de economische impact. Daarbij willen we inzicht in wie onze bezoekers zijn, wat hen drijft en hoe het aanbod en de omgeving worden gewaardeerd.
We gaan daarom een meerjarige onderzoekssamenwerking aan met Kenniscentrum Kusttoerisme. Waar mogelijk trekken we hierbij op met de Provincie Zeeland en andere Zeeuwse gemeenten. Hierdoor kan immers ook goed vergeleken worden tussen gemeenten en regio’s. Daarnaast zijn deze onderzoeksresultaten van toegevoegde waarde voor monitoring en bijsturing van het beleid. Zowel voor de periodieke evaluatie als voor de jaarlijkse Planning & Control cyclus.
Financieel perspectief
Ambities zijn vaak moeilijk te realiseren zonder financiële middelen. Financiële dekking voor de uitvoering van de verschillende plannen in de komende jaren koppelen we aan de extra opbrengsten uit toeristenbelasting. Hoewel de inkomsten uit toeristenbelasting een algemeen dekkingsmiddel zijn, is bij het vaststellen van (stapsgewijze) verhoging van de toeristenbelasting vanaf 2025 besloten de extra opbrengsten aan te wenden voor de uitvoering van het toeristisch beleid. Dit betekent dat naast de jaarlijkse begroting voor dit beleidsveld er extra middelen beschikbaar komen welke ten goede komen aan onze eigen inwoners en bezoekers.
Verblijfstoerisme

Het bestaande aanbod aan toeristische verblijfsmogelijkheden op Tholen en Sint Philipsland bestaat voornamelijk uit ligplaatsen in jachthavens (26%) en verblijfsrecreatieve eenheden op vakantieparken en campings (72%). Binnen deze laatste categorie betreft dit voornamelijk jaarplaatsen en verhuurchalets. Slechts 11,5% van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden op vakantieparken en campings bestaat uit toeristische kampeerplaatsen. Bijna 60% van het aanbod bestaat uit jaarplaatsen (voor eigen gebruik) en ongeveer 28% omvat vakantiehuizen en chalets welke (ten dele) verhuurd worden. De gemeente Tholen wijkt qua verblijfsaanbod af van de rest van Zeeland, met name als we kijken naar de verhouding tussen vaste gasten en toeristische gasten.
De afgelopen jaren (2019-2023) is het verblijfstoerisme in de gemeente Tholen sterk gegroeid met ongeveer 45% tot 494.400. Deze groei is ten dele te verklaren door de toename van het aantal verblijfsaccommodaties als gevolg van ontwikkelingen, bijvoorbeeld op de Oesterdam.Ten aanzien van verblijfstoerisme richten we ons op de volgende speerpunten:
1. We zetten in op groei van het verblijfstoerisme door het verbeteren van de bedbezetting;
2. We verkleinen de afhankelijkheid van vaste gasten;
3. We zetten in op kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod in plaats van het faciliteren van nieuwe parken of het toestaan van grote uitbreidingen;
4. We bieden de mogelijkheid camperplaatsen te realiseren op bijzondere locaties. Daarbij beschermen we onze jachthavens voor alternatieve invulling;
5. In het binnenland stimuleren we nieuwvestiging en uitbreiding van kleinschalige verblijfsaccommodaties;
6. We staan verblijfsmogelijkheden bij particulieren toe. Dit mag niet ten koste gaan van woonruimte en leefbaarheid;
7. Recreatieparken zijn bedoeld voor recreatief gebruik. Permanente of tijdelijke bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten staan we niet toe in een object met een recreatieve bestemming.
Speerpunt 1: We zetten in op groei van het verblijfstoerisme door het verbeteren van de bedbezetting
Analyse / achtergrond: Het toeristisch aanbod op Tholen en Sint Philipsland is weinig gevarieerd. Kijkend naar het aantal overnachtingen is hieraan gekoppeld ook zichtbaar dat een groot deel van de overnachtingen wordt gemaakt door vaste gasten. De groei in het aantal overnachtingen welke de afgelopen jaren is gerealiseerd is voornamelijk toe te schrijven aan de groei van het aantal vakantiehuizen, zoals op de Oesterdam.
Ontwikkelrichting en toelichting: Toekomstige groei willen we voornamelijk realiseren door de bezetting van toeristische bedden te versterken. Met name buiten het hoogseizoen is er groei mogelijk. Dit betekent dus niet meer overnachtingen als gevolg van uitbreiding van het aantal toeristische slaapplaatsen maar groei als gevolg van een betere jaarrond bezetting. Hierdoor wordt het bestaande aanbod versterkt en plukken ook andere bedrijven (zoals horeca, winkeliers, dagrecreatieve bedrijven) de vruchten van een groeiend aantal overnachtingen.
Naast een betere spreiding over het jaar zien we ook met name groeipotentieel door meer in te zetten op kort verblijf. De strategische ligging van Tholen maakt het eiland door het jaar heen aantrekkelijk voor een weekend weg, met het gezin, met vrienden of voor een familieweekend. Het accommodatieaanbod moet hierop zijn ingericht. Kort-verblijf-gasten met een hoog bestedingspatroon leveren ook een grote bijdrage aan de hiervoor genoemde deelsectoren.
Speerpunt 2: We verkleinen de afhankelijkheid van vaste gasten
Analyse / achtergrond: Het verblijfsaanbod in de gemeente Tholen is, in vergelijking tot andere Zeeuwse gemeenten, te eenzijdig. Hierdoor blijft Tholen achter qua toeristische overnachtingen en is de afhankelijkheid van vaste gasten groot. Hoewel vaste gasten economisch gezien qua bestedingen net zo goed waarde toevoegen aan de regionale economie is het bestedingspatroon ten opzichte van toeristische gasten verschillend.
Ontwikkelrichting en toelichting: In relatie tot het verbeteren van de bedbezetting willen we de afhankelijkheid van de vaste gast verkleinen. Wanneer jaarplaatsen vrij komen zien we liever een omvorming naar verhuurbare objecten of toeristische kampeerplaatsen dan handhaving van het bestaande aanbod. Daarmee wordt het aanbod toekomstgericht minder gelijkvormig. Hierbij leggen we verplichte verhuur van nieuw te realiseren verblijfsaanbod vast in het omgevingsplan.
Speerpunt 3: We zetten in op kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod in plaats van het faciliteren van nieuwe parken of het toestaan van grote uitbreidingen
Analyse / achtergrond: Het aantal verblijfsaccommodaties in de gemeente Tholen is het afgelopen decennium toegenomen tot bijna 3.100 verblijfseenheden met in totaal zo’n 11.400 slaapplaatsen. Ten opzichte van andere Zeeuwse gemeenten1 is het aantal slaapplaatsen per 1.000 inwoners en het aantal gebouwen met een logiesfunctie ten opzichte van het aantal gebouwen met een woonfunctie relatief hoog.
Ontwikkelrichting en toelichting: We zien binnen de gemeente Tholen geen ruimte voor de vestiging van nieuwe grootschalige vakantieparken of campings maar zetten in op verbetering van het bestaande aanbod. Enkel wanneer er sprake is van kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod is er een beperkte mogelijkheid tot groei van het aantal recreatieve verblijfseenheden. Wanneer er uitbreiding wordt toegestaan dient er sprake te zijn van onderscheidend aanbod in plaats van meer van hetzelfde. Hierbij wordt er een sterke verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit verlangd zodat een ontwikkeling ook bijdraagt aan een kwaliteitsimpuls voor de omgeving. Met oog op het toekomstgericht borgen van de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen nemen we in het omgevingsplan een verplichte centrale bedrijfsmatige exploitatie op, waarbij ook het meerjarig onderhoud van de inrichting (wegen, groen etc.) wordt gegarandeerd.
Speerpunt 4: We bieden de mogelijkheid camperplaatsen te realiseren op bijzondere locaties. Daarbij beschermen we onze jachthavens voor alternatieve invulling
Analyse / achtergrond: De verkoop en het bezit van campers zit al jaren in de lift. Camperaars hoeven niet zo nodig op campings te verblijven, ze zijn in grote mate zelfvoorzienend en zoeken ook graag elkaar op. Bijzondere overnachtingsplaatsen worden dan ook gewenst door deze doelgroep. De afgelopen jaren hebben we in de haven van Tholen een aantal camperplaatsen aangewezen. Deze blijken, gezien de goede bezetting, te beantwoorden aan een nog steeds toenemende vraag. De behoefte aan bijzondere verblijfsaccommodaties en het creëren van nieuwe verdienmodellen is in Nederlandse jachthavens op steeds meer plekken zichtbaar. Een deel van de ligplaatsen wordt hier dan ook ingewisseld voor drijvende accommodaties. Dit gaat ten koste van ligplaatsen voor passanten of vaste ligplaatsen van zeil- en motorjachten.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen het aantal camperplaatsen op Tholen uitbreiden en willen dit doen op een aantal bijzondere locaties waarbij een koppeling wordt gemaakt met een andere gebiedsontwikkeling. Realisatie en exploitatie is aan de markt, de gemeente heeft hierin slechts een stimulerende en voorwaardenscheppende rol (zoals het stellen van voorwaarden aan een goede sanitaire voorzieningen) en gaat zelf geen camperplaatsen exploiteren.
We vinden het niet wenselijk dat in de jachthavens van Sint Annaland, Tholen en Stavenisse een deel van de ligplaatsen wordt ingeruild voor ligplaatsen gericht op drijvende permanente verblijfsrecreatie, zoals drijvende chalets of havenlodges. Jachthavens zijn bedoeld als ligplaats voor zeil- en motorjachten. Zo houden we een scheiding tussen verblijfsrecreatie en watersport. Zeker met oog op het feit dat de jachthavens langs de Oosterschelde en het Schelde-Rijnkanaal voor watersporters populair zijn is er ook geen aanleiding hierin te zoeken naar nieuwe verdienmodellen. Ruimte voor verblijfsrecreatie gaat immers ten koste van ruimte voor ligplaatshouders of passanten en zorgt in een haven bovendien voor een andere dynamiek.
Speerpunt 5: In het binnenland stimuleren we nieuwvestiging en uitbreiding van kleinschalige verblijfsaccommodaties
Analyse / achtergrond: Het buitengebied van de gemeente Tholen wordt voor een belangrijk deel getekend en ingekleurd door agrariërs. Naast het feit dat het buitengebied een belangrijk productiegebied is, is dit ook voor het toerisme een aantrekkelijk verblijfsgebied. Rust en verbinding met het open agrarisch landschap zijn hier belangrijke pijlers. Als gevolg van schaalvergroting in de landbouw zijn verspreid over het landschap boerderijen verdwenen. Op deze percelen staat voormalige agrarische bebouwing welke nu veelal een woonfunctie heeft.
Ontwikkelrichting en toelichting: Met oog op een levendig platteland stimuleren we de vestiging en uitbreiding van kleinschalig aanbod in het binnenland. Dit kunnen kleinschalige kampeerterreinen, bijzondere verblijfsaccommodaties in het landschap of verblijfsobjecten in (voormalige) schuren of boerderijen zijn. Juist het realiseren van verblijfsaccommodaties op percelen met een voormalige agrarische bestemming kan bijdragen aan een levendig agrarisch landschap. Ook kunnen dergelijke verblijfsaccommodaties bijdragen aan de instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle panden in het buitengebied.
Ook op agrarische bedrijven kunnen verblijfsaccommodaties bijdragen aan een levendig agrarisch landschap. We zien echter geen aanleiding om verblijfstoerisme enkel te koppelen aan actieve agrarische bedrijven. Immers anders dan in andere regio’s in Zeeland is het voor agrariërs op ons eiland, vanwege de schaal van het agrarisch bedrijf, voor het voortbestaan niet noodzakelijk om te verbreden en naast inkomsten uit agrarische activiteiten ook inkomsten uit andere toeristen conflicteren met de agrarische bedrijfsvoering.
Speerpunt 6: We staan verblijfsmogelijkheden bij particulieren toe. Dit mag niet ten koste gaan van woonruimte en leefbaarheid
Analyse / achtergrond: De Tholenaren maken de gemeente Tholen voor een belangrijk deel tot wat het is. Bezoekers komen niet alleen voor het landschap naar het eiland, maar juist ook de sfeer en cultuur dragen ook bij aan het feit dat het goed vertoeven is op Tholen en Sint Philipsland. Ontmoetingen tussen inwoners en bezoekers versterken dit en is ook van belang voor het draagvlak voor toerisme in de gemeente. Inwoners mogen ook in financieel opzicht een graantje meepikken van de ontwikkeling van het toerisme op het eiland.
Ontwikkelrichting en toelichting: We staan verblijfsmogelijkheden bij particulieren ook in de toekomst toe. Dit kan door overnachtingsmogelijkheden aan te bieden in één of meerdere kamers in de eigen woning (Bed & Breakfast) of in een bijgebouw. We stellen hierbij wel kaders om te voorkomen dat dit tot overlast leidt bij omwonenden.
Ook voeren we op basis van de Wet Toeristische Verhuur een registratieplicht in. Dit laatste is zowel met oog op het kunnen heffen van toeristenbelasting als handhaving (bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid) van belang. Registratie kan ook worden gebruikt voor het reguleren van het aantal overnachtingen. Vooralsnog is er geen aanleiding om hierin regulerend op te treden.
Er mogen geen woningen aan de voorraad worden onttrokken ten behoeve van het realiseren van toeristische verblijfsaccommodaties. Uitzondering hierop vormen cultuurhistorisch waardevolle panden of panden welke (dreigen te) verkrotten en welke aantoonbaar geen woonfunctie hebben of kunnen krijgen. Het herbestemmen en renoveren van deze panden voor recreatief gebruik draagt bij aan de aantrekkelijke uitstraling van de bebouwde ruimte, zowel in de kernen als in het buitengebied.
Speerpunt 7: Recreatieparken zijn bedoeld voor recreatief gebruik. Permanente of tijdelijke bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten staan we niet toe in een object met een recreatieve bestemming
Analyse / achtergrond: de woningmarkt staat onder druk en we zien dat steeds meer arbeid wordt verricht door arbeidsmigranten. Deze huisvestingsbehoefte kan leiden tot vermenging van verblijfsrecreatie en permanente of tijdelijke bewoning. In het land is zichtbaar dat dit leidt tot een achteruitgang van vakantieparken. Ondertussen gaan er vanuit Den Haag geluiden op om, in de strijd tegen de woningnood, permante bewoning op recreatieparken mogelijk te maken.
Ontwikkelrichting en toelichting: Woningen zijn bedoeld om in te wonen en recreatieparken zijn bedoeld voor recreatie. Een vermenging van functies vinden we onwenselijk. Permanente of tijdelijke bewoning van objecten met een recreatieve functie staan we niet toe. Ditzelfde geldt ook voor het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten of tijdelijke werknemers. (Tijdelijke) bewoning op recreatieparken doet afbreuk aan het recreatieve karakter en de vakantiebeleving en zorgt voor een ongewenste dynamiek. Het beleid voor huisvesting van seizoenarbeiders biedt juist ruimte om seizoenarbeiders goed te kunnen huisvesten.
Hotelaccommodaties vormen een uitzondering op bovenstaande. Hierin is zakelijk gebruik wel toegestaan, dit betreft echter kort verblijf (één of een aantal nachten).
Dagrecreatie

Het beleid voor toerisme en recreatie is er niet alleen voor de bezoekers vanuit Nederland of het buitenland die Tholen bezoeken voor een of meerdere dagen. Juist de eigen inwoners van de gemeente vormen de grootste gebruikersgroep van onze recreatieve voorzieningen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld recreatieve routenetwerken, de strandjes langs de Oosterschelde, musea, horeca etc. De meeste vrijetijdsactiviteiten worden ondernomen in de eigen woonomgeving. Iedere inwoner trekt er gemiddeld drie keer per week op uit in de eigen woongemeente: om te wandelen, te fietsen, uit eten te gaan, een museum te bezoeken of te winkelen.
Uit de cijfers met betrekking tot dagtoerisme komt dit ook duidelijk naar voren. Becijferd is dat de Tholenaren zelf verantwoordelijk zijn voor ruim 80% van de vrijetijdsactiviteiten. Hierin zijn de cijfers van uitstapjes door verblijfstoeristen niet meegenomen, maar duidelijk is dat recreatieve voorzieningen zoals fiets- en wandelroutes er niet alleen liggen voor bezoekers maar zeker ook voor de eigen inwoners.
Als het gaat om dagrecreatieve voorzieningen hebben we dus onze eigen inwoners, dagbezoekers uit binnen- en buitenland en toeristen voor ogen.
We richten ons met betrekking tot dagrecreatie op de volgende speerpunten:
1. We houden (en brengen waar wenselijk) de basis verder op orde door in te zetten op goede recreatieve infrastructuur en een hoog voorzieningenniveau;
2. We verstevigen het netwerk van pontjes over de Oosterschelde;
3. We zetten in op een dagrecreatieve ‘altijd-weer-voorziening’ welke aansluit bij het karakter van Tholen;
4. We verbeteren het voorzieningen- en onderhoudsniveau van de strandjes langs de Oosterschelde;
5. We versterken de verbinding tussen de woonboulevard Poortvliet en het eiland.
Speerpunt 1: We houden (en brengen waar wenselijk) de basis verder op orde door in te zetten op goede recreatieve infrastructuur en een hoog voorzieningenniveau
Analyse / achtergrond: Vanuit het vorige toeristische beleid hebben we ons ingezet voor het verbeteren van de basisinfrastructuur ten behoeve van recreatie. Zo zijn in 2024 tientallen bankjes geplaatst langs recreatieve routes en zijn bij het strandje in Sint Annaland de mobiele chemische toiletten ingeruild voor een zelfreinigende automatische toiletunit. Toiletbezoekers betalen hier voor het gebruik van het toilet, maar kunnen hierdoor wel rekenen op een schoon toilet.
Naast openbare voorzieningen maken ook niet-openbare voorzieningen zoals musea, attracties, een gevarieerd winkelaanbod en horeca een belangrijk onderdeel uit van de recreatieve infrastructuur.
Ontwikkelrichting en toelichting: We blijven zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardig netwerk aan recreatieve voorzieningen. Dit varieert van fiets- en wandelroutenetwerken tot informatieborden. En van bankjes tot duiktrappen. We blijven daarom voldoende budget uittrekken voor het onderhoud aan deze voorzieningen waarbij we ons inzetten voor een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke uitstraling. Ook blijven we investeren in de realisatie van uitbreiding van de voorzieningen. Als onderdeel hiervan breiden we het aantal zelfreinigende toiletunits uit. Dit is prettig voor zowel strandbezoekers, wandelaars, fietsers en duikers. Voor deze laatste doelgroep hebben we extra oog voor goede faciliteiten, zoals omkleedruimte.
Hierbij geven we aandacht aan recreatieve voorzieningen gericht op het water, we investeren in visvoorzieningen en het geschikt maken van watergangen voor o.a. suppen en kanovaren.
We willen een breder gebruik van de veersteigers bij Gorishoek en Anna Jacobapolder mogelijk maken, door deze ook te gebruiken als aanlegsteiger voor passanten (met een maximale verblijfsduur). Hierdoor waarborgen we de continuïteit en rechtvaardigen investeringen in deze steigers. Een nieuw aan te leggen steiger in Sint Philipsland kan ook eenzelfde functie krijgen. Bij het intensiveren van gebruik hebben we specifiek aandacht voor veiligheid van gebruikers zodat bijvoorbeeld duikers en boten elkaar niet in de weg zitten.
Om de aantrekkelijkheid van het dagrecreatieve aanbod te versterken draagt de gemeente Tholen bij aan de versterking van de lokale musea.
Speerpunt 2: We verstevigen het netwerk van pontjes over de Oosterschelde
Analyse / achtergrond: Voor de aanleg van de Deltawerken was Tholen enkel met de rest van Zeeland verbonden via een netwerk van pontjes. Om op Tholen te komen zijn de pontjes al lang niet meer nodig, maar voor recreanten vormt het Zeeuwse netwerk van pontjes in de zomermaanden nog steeds een prettige verbinding tussen Gorishoek en Yerseke, tussen Sint Annaland en Zierikzee of tussen Anna Jacobapolder en Zijpe. De pontjes vormen niet alleen een prettige verbinding maar maken het ook mogelijk de Oosterschelde in al haar schoonheid te beleven.
Ontwikkelrichting en toelichting: We vinden het belangrijk dat ook in de toekomst de pontjes kunnen blijven varen, niet alleen in de maanden juli en augustus maar juist ook in de bij fietsers en wandelaars populaire schouderseizoenen. Een aantrekkelijk dagrecreatief aanbod draagt immers ook bij aan seizoen verlenging. We zetten in op versteviging van het pontjesnetwerk door de inkomsten voor schippers via subsidie en gegarandeerde inkomsten te vergroten. Naast het verstevigen van het pontjesnetwerk willen we een hop on hop off veerdienst mogelijk maken langs de kust van Tholen en Sint Philipsland (zie hoofdstuk landschap en natuur).
Speerpunt 3: We zetten in op een dagrecreatieve ‘altijd-weer voorziening’ welke aansluit bij het karakter van Tholen
Analyse / achtergrond: Zeker bij slecht weer ontbreekt het in de gemeente aan ‘altijd-weer-voorzieningen’. Hierdoor trekken bezoekers vaak de brug over naar attracties of voorzieningen buiten de gemeente Tholen. De wens is, met name vanuit inwoners, nadrukkelijk geuit om een dagrecreatieve voorziening te realiseren op Tholen met een regionale aantrekkingskracht.
Ontwikkelrichting en toelichting: We ondersteunen de wens om een dagrecreatieve voorziening in de gemeente Tholen te realiseren. Dit zou een voorziening moeten zijn waar gespeeld en gegeten kan worden, bij voorkeur gekoppeld aan het kunnen beleven van het agrarisch karakter van Tholen. Het is echter niet primair aan de gemeente Tholen om een dergelijke voorziening te realiseren. Door deze wel te benoemen als wens kunnen we wel een beweging in gang zetten. We juichen de vestiging van een dergelijke dagrecreatieve voorziening dan ook toe en zullen een verzoek hiertoe met een positieve blik benaderen en waar mogelijk stimuleren.
Speerpunt 4: We verbeteren het voorzieningen- en onderhoudsniveau van de strandjes langs de Oosterschelde
Analyse / achtergrond: De ligging aan de Oosterschelde is niet alleen voor watersporters, fietsers of wandelaars aantrekkelijk maar heeft ook aantrekkingskracht op zwemliefhebbers en zonaanbidders. Met name de strandjes van Sint Annaland en bij de Bergse Diepsluis trekt inwoners en bezoekers van buiten de gemeente. De kleinere strandjes bij Gorishoek, Sint Philipsland en Stavenisse hebben een ander karakter, maar worden ook in de zomer goed benut door inwoners en bezoekers.
Zeker op zomerse dagen kan het druk zijn op de strandjes. Dit zorgt met name in Sint Annaland voor parkeerdruk.
Ontwikkelrichting en toelichting: We zetten ons in voor het verbeteren van het voorzieningenniveau op en rond de strandjes. Daarnaast intensiveren we het onderhoud.
Hoewel er door een deel van de inwoners en door, in het participatieproces betrokken, ondernemers en organisaties gepleit is voor maatregelen zoals betaald parkeren kiezen we hier niet voor. Voordeel van betaald parkeren zou zijn dat ook dagbezoekers meebetalen aan voorzieningen en onderhoud van de strandjes. De nadelen wegen echter niet op tegen de voordelen. Naast het feit dat de invoering en handhaving van een betaald parkeersysteem kostbaar zijn (de situatie is immers enkel ‘problematisch’ op zomerse dagen), treft het invoeren van betaald parkeren niet alleen bezoekers van buiten de gemeente maar ook Tholenaren die niet op loopafstand van het strandje wonen. Dit is onwenselijk. Bovendien is het risico reëel dat het invoeren van betaald parkeren zorgt voor verschuiving van parkeren naar de woonwijken. Dit is ongewenst. We zetten daarom in op goede verwijzing en goede parkeervoorzieningen in combinatie met sturende maatregelen.
Speerpunt 5: We versterken de verbinding tussen de woonboulevard Poortvliet en het eiland
Analyse / achtergrond: De woonboulevard Poortvliet heeft een grote aantrekkingskracht op bezoekers die op een straal van ongeveer 45 minuten rondom Tholen wonen. Vanuit Breda, Antwerpen of Rotterdam is het eiland binnen deze tijd bereikbaar. Hoewel de bezoekers van de woonboulevard primair komen om meubels te kijken of te kopen willen we de kracht van de woonboulevard benutten en meer verbinden met onze gemeente.
Bijzonder is namelijk dat de woonboulevard op een plek is gevestigd waar in de omgeving de oudste tekenen van bewoning van de regio zijn gevonden. Bij archeologische opgravingen rondom Poortvliet zijn diverse sporen uit de late ijzertijd en Romeinse tijd gevonden. Hierbij is onder andere een huisplattegrond inclusief historische fragmenten van kralen en armbanden (juwelen) gevonden welke duidt op bewoning in de late prehistorie. Het is dan ook niet meer dan logisch om juist op deze plaats op zoek te gaan naar nieuwe meubelen.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de verbinding tussen de woonboulevard en het eiland nadrukkelijker zichtbaar maken. Door bezoekers van de woonboulevard te attenderen op de omgeving kan de verbinding tussen de woonboulevard en de omgeving worden versterkt. Hierbij kunnen bezoekers worden verleid om Tholen en Sint Philipsland ook recreatief te ontdekken.
Natuur en landschap

De eilanden Tholen en Sint Philipsland liggen midden in het Oosterscheldegebied. Ook op de eilanden is veel natuur te vinden. De natuur op en rond Tholen en Sint Philipsland, het agrarisch landschap, de openheid en weidsheid van het landschap vormen de eigenheid van de gemeente Tholen. Dit wordt zowel door inwoners als door bezoekers van Tholen en Sint Philipsland hoog gewaardeerd.
De landschapsidentiteit komt voort uit de ontstaansgeschiedenis in samenhang met het proces van aanslibbing, bedijking en periodieke overstromingen. Het landschap van de gemeente Tholen bestaande uit getijdengeulen, slikken, schorren en polders is kenmerkend in de Zeeuwse Delta. Door de ligging op de grens van zout en zoet water en op de grens van kleigrond en zandgrond neemt ze ook binnen het UNESCO Geopark Scheldedelta een unieke en centrale plaats in.
Voor toerisme en recreatie op Tholen en Sint Philipsland zijn het landschap en de natuur de belangrijkste dragers. Juist met oog op het toeristisch recreatieve karakter van de eilanden zijn behoud, bescherming en ontwikkeling of versterking van het landschap van groot belang. Toerisme en recreatie kunnen bovendien ook bijdragen aan de opgaven voor het landschap.
We zetten in op de volgende speerpunten met het primaire doel bij te dragen aan het behoud, bescherming en ontwikkeling van het landschap. Hierbij willen we het landschap benutten als drager voor recreatief medegebruik:
1. We versterken de relatie tussen de Oosterschelde en de eilanden en benutten de natuurwaarden van dit Natura2000 gebied voor toerisme en recreatie. Hierbij hechten we grote waarde aan rust voor de natuur in relatie tot ruimte voor mensen;
2. Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden willen we behouden en waar toegestaan uitbreiden. Op kwetsbare plekken waar bezoekers binnendijks geleid worden hebben we nadrukkelijk aandacht voor natuurbeleving, informatievoorziening en een aantrekkelijke overgang van buitendijks naar binnendijks;
3. We versterken de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het landschap en de natuur op Tholen en Sint Philipsland;
4. We verbinden de buitendijken nadrukkelijk met het binnendijkse landschap en versterken de belevingswaarde en landschappelijke waarde van het binnendijkse landschap;
5. We breiden het voorzieningenniveau in het landschap voor fietsers, wandelaars en duikers uit met aantrekkelijke rustpunten, oplaadvoorzieningen en informatiepunten. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor het versterken van de belevingswaarde;
6. De dorpsbosjes en de overgang tussen de dorpen en het open landschap versterken we met groen en benutten we veel meer voor wandelen (al dan niet met de hond), bewegen, spelen en ontmoeten.
Speerpunt 1: We versterken de relatie tussen de Oosterschelde en de eilanden en benutten de natuurwaarden van dit Natura2000 gebied voor toerisme en recreatie. Hierbij hechten we grote waarde aan rust voor de natuur in relatie tot ruimte voor mensen
Analyse / achtergrond: De eilanden Tholen en Sint Philipsland zijn omgeven door de Oosterschelde en vormen, vanuit west Brabant en Zuid-Holland, de poort naar de Oosterschelderegio. De voormalige eilanden zijn immers de meest oostelijke ingang tot dit Natura2000 gebied en Nationaal Park. Van hieruit kunnen recreanten de Oosterschelderegio verkennen. Het landschap van dit bijzondere Natura2000 gebied in haar huidige vorm is grotendeels beïnvloed als gevolg van overstromingen. De aanleg van de deltawerken na de watersnood van 1953 en het herstel van dijken heeft het landschap ingrijpend veranderd. Tholen en Sint Philipsland waren weer veilig achter de dijken en de verbinding via dammen met Reimerswaal en Schouwen-Duiveland maakte dat de eilanden ook fysiek met de rest van Zeeland werden verbonden. Bovendien ontstonden er nieuwe vormen van recreatie rondom het eiland: dijkrecreatie. Zeker na de laatste dijkversterkingen zijn de mogelijkheden voor recreatie op de dijk toegenomen, met name voor fietsers.
Het water, de schorren en slikken en de dijken rondom Tholen en Sint Philipsland zijn belangrijk voor verschillende soorten flora en fauna. Daarnaast vormt de Oosterschelde een belangrijke economische levensader voor de visserij en de schaal- en schelpdierensector, maar net zo goed voor bedrijven die rondvaarten aanbieden op de Oosterschelde. Ook menig recreant komt aan zijn trekken op of onder water. Door er te watersporten, te vissen of te duiken.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen nadrukkelijker de koppeling leggen tussen de Oosterschelde met haar natuurwaarden en recreatiemogelijkheden en onze gemeente. Dit doen we door recreanten bewust te maken van wat de Oosterschelde te bieden heeft op het gebied van flora en fauna.
Niet alle dijktrajecten langs de Oosterschelde zijn toegankelijk voor f ietsers. Om het rondje Tholen langs de Oosterschelde te completeren of het mogelijk te maken om deze in etappes op te delen willen we het pontjesnetwerk uitbreiden met een hop-on-hop-off veerdienst.
Bij alles wat we doen hechten we grote waarde aan rust voor de natuur in relatie tot ruimte voor mensen. Kwetsbare natuur is gebaat bij rust om te herstellen of plaats te bieden aan kwetsbare soorten. Ruimte voor mensen gaat uit van het principe: medegebruik waar mogelijk, afgesloten voor mensen waar dat moet.
Speerpunt 2: Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden willen we behouden en waar toegestaan uitbreiden. Op kwetsbare plekken waar bezoekers binnendijks geleid worden hebben we nadrukkelijk aandacht voor natuurbeleving, informatievoorziening en een aantrekkelijke overgang van buitendijks naar binnendijks
Analyse / achtergrond: Het rondje Tholen is geroemd en wordt hoog gewaardeerd, maar is ook al jaren een splijtzwam tussen natuur en recreatie. Niet op alle plekken is het mogelijk om rond het eiland te fietsen (Wandelen is op de afgesloten dijktrajecten wel toegestaan, hier is namelijk sprake van bestaande recreatieve activiteiten in een Natura2000 gebied hetgeen niet wordt verboden. Fietsers of wandelaars hebben in onze optiek geen andere mate van verstoring ten opzichte van elkaar. Iedere vorm van menselijke aanwezigheid brengt een bepaalde mate van verstoring met zich mee. Loslopende honden zijn hier ongewenst). Delen van dijktrajecten zijn gedurende het gehele jaar afgesloten om de natuur op deze plaatsen te beschermen en vogels de ruimte te geven om te broeden, hun jongen groot te brengen en te foerageren.
Ontwikkelrichting en toelichting: Hoewel de wens om het rondje Tholen buitendijks helemaal rond te kunnen maken bij verschillende partijen blijft bestaan en we het zeker omarmen als dit (al is het maar in delen van het jaar) ooit mogelijk wordt, benaderen we deze wens wel met een realistische blik en met een blik gericht op de natuur. Immers de natuur met haar rijkdom aan flora en fauna maakt Tholen tot een aantrekkelijke plek om er te wonen, te ondernemen of te recreëren.
Uitbreiding van de buitendijkse fietsmogelijkheden is geen must, we geven prioriteit aan het verbeteren van de overgang van buitendijks naar binnendijks en op het verbeteren van de informatievoorziening op de overgangspunten. Aan de oostzijde van Tholen liggen op en rondom de dijken mogelijkheden om fietsmogelijkheden uit te breiden.
Speerpunt 3: We versterken de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het landschap en de natuur op Tholen en Sint Philipsland
Analyse / achtergrond: De gemeente Tholen is niet alleen buitendijks aantrekkelijk maar ook binnendijks is het landschap met daarin polders, dijken, kreken en dorpen en stadjes het beleven meer dan waard. Waar na de dijkversterkingen sinds de ramp van 1953 de eilanden veilig zijn gelegen achter de dijken en de landbouw in grote mate beeldbepalend is voor hoe de gemeente er in de 21e eeuw uitziet, heeft de recreatie zich met name geconcentreerd langs de oevers van de Oosterschelde. Het Thoolse binnenland herbergt echter genoeg schoonheid en verborgen verhalen om te worden ontdekt en belicht.
Ontwikkelrichting en toelichting: Dat mensen voor bloeiende tulpenvelden of velden vol bloemen waar zaden geteeld worden ook op Tholen terecht kunnen is voor velen onbekend. De variatie aan teelten maakt dat het binnenland in de verschillende seizoenen anders kleurt en er ook telkens anders uitziet. Door de verschillende teelten (van zaad tot eindproduct) in het landschap meer zichtbaar te maken vergroten we het bewustzijn van het belang van het agrarisch productielandschap en versterken we de belevingswaarde. Ook stimuleren we de verkoop van lokale producten.
Om de aantrekkelijkheid en beleefbaarheid van het landschap verder te versterken hebben we nadrukkelijk aandacht voor het terugbrengen van landschapselementen welke als gevolg van schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn verdwenen. Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) welke in 2025 wordt opgesteld vormt hiervoor de basis. Recreatief medegebruik is ondergeschikt aan doelen om het landschap te versterken. De recreatieve beleefmogelijkheden kunnen echter wel een vliegwieleffect hebben waarmee landschappelijke ontwikkelingen gestalte krijgen.
Speerpunt 4: We verbinden de buitendijken nadrukkelijk met het binnendijkse landschap en versterken de belevingswaarde en landschappelijke waarde van het binnendijkse landschap
Analyse / achtergrond: Tholen en Sint Philipsland zijn door de eeuwen heen ontstaan en uit zee gewonnen door inpoldering en omdijking. Hierdoor is het karakteristieke landschap ontstaan met binnendijken en een robuuste zeedijk rondom het eiland. Na de laatste dijkversterking is een groot deel van de buitendijken uitgerust met kwalitatief goede en aantrekkelijke (fiets)infrastructuur. Binnendijks zijn mensen echter veelal aangewezen op het netwerk van polderwegen. Deze wegen zijn primair bedoeld als erfontsluitingsweg en worden, zeker in het oogstseizoen, intensief gebruikt door agrariërs met grote landbouwvoertuigen. Recreatief medegebruik is hier mogelijk, maar dit brengt wel de nodige gevaren met zich mee. Enkel langs de grotere wegen liggen vrij liggende fietspaden. Met oog op verkeersintensiteit zijn deze fietspaden niet per se aantrekkelijk voor recreatief gebruik.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen in het landschap meer f iets- en wandelroutes ontwikkelen waarmee de binnendijkse recreatiemogelijkheden worden uitgebreid en aan aantrekkelijkheid winnen. Het binnendijkse landschap is immers een waardevolle groene recreatiezone, zowel voor onze inwoners als voor onze bezoekers. Dit betreffen geen fiets- of wandelpaden langs wegen, maar juist een aantrekkelijke verbinding langs watergangen of over dijken. Door het ontvlechten van fiets- en wandelroutes van polderwegen leveren we bovendien een bijdrage aan een verkeersveilige fiets- en wandelbeleving en een veiliger werkklimaat voor agrariërs. Bij het samenstellen van routes en het verleggen van knooppuntennetwerken hebben we ook nadrukkelijk aandacht voor verkeersveiligheid van alle gebruikersgroepen en voor natuurwaarden.
Speerpunt 5: We breiden het voorzieningenniveau in het landschap voor fietsers, wandelaars en duikers uit met aantrekkelijke rustpunten, oplaadvoorzieningen en informatiepunten. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor het versterken van de belevingswaarde
Analyse / achtergrond: De afgelopen jaren hebben we als gemeente geïnvesteerd in het opwaarderen van het voorzieningenniveau voor f ietsers en wandelaars. Het aantal bankjes is sterk uitgebreid en met name in de kernen zijn informatiepanelen geplaatst in een herkenbare uniforme stijl.
Ontwikkelrichting en toelichting: Naast het onderhouden van bestaande voorzieningen zetten we in op uitbreiding van het voorzieningenniveau met extra banken en picknicktafels langs recreatieve routes. Ook realiseren we servicepunten voor fietsers.
Op de mooiste duiklocaties rondom Tholen en Sint Philipsland zorgen we voor kleed- en rustfaciliteiten. Daarnaast dragen we hier ook zorg voor informatievoorziening.
Speerpunt 6: De dorpsbosjes en de overgang tussen de dorpen en het open landschap versterken we qua groen en benutten we veel meer voor wandelen (al dan niet met de hond), bewegen, spelen en ontmoeten
Analyse / achtergrond: In de Omgevingsvisie is aangegeven dat we de groene randzones rondom de kernen willen versterken. In het nog op te stellen landschapsontwikkelingsplan werken we dit verder uit. Deze gebieden zijn niet alleen van belang voor klimaatadaptatie maar vormen ook aantrekkelijke recreatiezones, zeker ook voor de inwoners van de kernen. Hierin kan worden gewandeld, de hond worden uitgelaten, worden gesport of gespeeld.
Ontwikkelrichting en toelichting: We leggen een koppeling tussen het recreatiebeleid en het nog op te stellen landschapsontwikkelingsplan door boven op de landschapscreatie en de infrastructuur een extra plus toe te voegen aan deze overgangszones.
Erfgoed en cultuur

Toerisme en recreatie zijn nauw verbonden met erfgoed en cultuur. Sterker nog, vrijwel alle toeristische bestemmingen, wellicht uitgezonderd de bestemmingen in de bergen of aan zee, hebben zich als zodanig kunnen ontwikkelen vanwege hun sterke en onderscheidende cultuur of het natuurlijke en gebouwde erfgoed.
Het grondgebied van de gemeente Tholen kent een rijke geschiedenis. De oudste sporen van bewoning die in de gemeente zijn gevonden dateren uit de vroege prehistorie. Recente archeologische vondsten duiden op bewoning van het gebied wat voorheen uit kleine eilanden bestond. Op korte afstand van elkaar zijn vondsten gedaan uit de vroege prehistorie tot de ijzertijd en tot de Romeinse tijd.
Het ligt dan ook voor de hand dat de geschiedenis met haar veelheid aan verhalen de belangrijkste drager vormt om toerisme en recreatie verder te ontwikkelen en meer inhoud te geven.
Onze erfgoedvisie is leidend als het gaat om het behoud en de versterking van erfgoed. In dit deel van de visie gaan we met name in op het benutten van erfgoed ten behoeve van het toeristisch recreatief product en de versterking van een aantal specifieke onderdelen verspreid over de gemeente. Daarom bevat dit deel van de visie niet een compleet overzicht van beeldbepalende gebouwen. Deze hebben uiteraard ook allemaal hun waarde voor toerisme en recreatie omdat ze mededrager zijn van het verhaal van onze gemeente.
We richten ons binnen het thema erfgoed en cultuur op de volgende speerpunten:
1. Iedere kern onderscheidt zich met een eigen verhaal. Deze verhalen vormen de basis waarvan uit we activiteiten ontplooien en de ruimtelijke kwaliteit van de historische kernen verbeteren. Hierbij betrekken we de lokale gemeenschap nadrukkelijk;
2. We herstellen en versterken de vesting van de stad Tholen;
3. De verdronken stad Reymerswael vormt onze 10e kern en herbergt bijzondere onontdekte en onbekende verhalen. Deze verhalen maken we zichtbaar en beleefbaar via een unieke bezoekersexperience;
4. Kunst en cultuurbeleving verbinden we meer met toerisme en recreatie met oog op seizoensverbreding en het kunnen aantrekken van nieuwe doelgroepen.
Speerpunt 1: Iedere kern onderscheidt zich met een eigen verhaal. Deze verhalen vormen de basis waarvan uit we activiteiten ontplooien en de ruimtelijke kwaliteit van de historische kernen verbeteren. Hierbij betrekken we de lokale gemeenschap nadrukkelijk.
Analyse / achtergrond: Iedere kern op Tholen herbergt eigen verhalen en heeft dan ook een eigen thema meegekregen. Per kern is vanuit het voorgaande toeristisch beleid voor het volgende thema gekozen.
• Anna Jacobapolder: Ruum oord
• Oud-Vossemeer: Dorp van Roosevelt
• Poortvliet: Verrassend Centraal
• Scherpenisse: Bron van het eiland
• Sint Annaland: Bruisend dorp aan de Oosterschelde
• Sint Maartensdijk: Oranjestad
• Sint Philipsland: Ronde van Flupland
• Stavenisse: Leven met het water
• Tholen: Vestingstad, rijk aan cultuur en water.
Het oude stadhuis van Tholen is vanaf 2025 ingericht als bezoekerscentrum. Hier worden bezoekers geïnspireerd om de verschillende kernen te bezoeken. Hierbij wordt ter inspiratie van iedere kern een tip van de sluier opgelicht ten aanzien van het thema en de highlights. Van hieruit worden bezoekers verwezen naar de musea in de gemeente. Insteek is om vanuit de musea ook naar musea in andere kernen te verwijzen, zodat de samenhang tussen de musea in de gehele gemeente (als gezamenlijke dragers van het verhaal van Tholen en Sint Philipsland zichtbaar wordt.
In sommige kernen is de thematisering al verder vormgegeven dan in andere. Zo wordt in Oud-Vossemeer door verschillende partijen gewerkt aan het project Four Freedoms als onderdeel van het thema Oud Vossemeer: Dorp van Roosevelt. Een onderzoek gericht op het uitdragen van het gedachtegoed van de Roosevelts en specifiek de Four Freedoms is in uitvoering. De uitkomsten zijn specifiek gericht op Oud-Vossemeer maar kunnen ook gebruikt worden als blauwdruk voor het versterken van de thematisering in andere kernen.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de benoemde thema’s per kern verder versterken en zichtbaar maken. Deze vormen de basis voor activiteiten. Samen met inwoners van iedere kern willen we meer inhoud geven aan deze thema’s zodat deze zowel door inwoners als bezoekers krachtiger beleefd kunnen worden en meer zichtbaar worden in het straatbeeld. Dit kan bijvoorbeeld door de organisatie van evenementen of activiteiten of door het aankleden van de openbare ruimte.
Vanuit de musea verspreid over het eiland wordt ook naar musea in andere kernen verwezen. Hierdoor wordt de samenhang tussen de musea in de gehele gemeente, als gezamenlijke dragers van het verhaal van Tholen en Sint Philipsland, zichtbaar.
Speerpunt 2: We herstellen en versterken de vesting van de stad Tholen.
Analyse / achtergrond: De afgelopen jaren hebben we op verschillende manieren aandacht besteed aan Tholen als vestingstad. Onder andere door het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden en organisatie van activiteiten als onderdeel van het samenwerkingsverband Zuiderwaterlinie. Wie echter Tholen binnenrijdt ervaart niet direct dat de kern van de stad omgeven is door vestingwallen.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de vesting fysiek meer zichtbaar maken en qua belevingswaarde versterken. Dit doen we door in aanvulling op reguliere werken extra aandacht te geven aan de plaatsen waar de toegangspoorten naar de stad hebben gestaan en door de wallen meer zichtbaar te maken. Daarnaast zetten we in op het beleefbaar maken van het verhaal van de vesting en uitbreiding van activiteiten.
Speerpunt 3: De verdronken stad Reymerswael vormt onze 10e kern en herbergt bijzondere onontdekte en onbekende verhalen. Deze verhalen maken we zichtbaar en beleefbaar via een unieke bezoekersexperience
Analyse / achtergrond: De verdronken stad Reymerswael hoort bij het eiland Tholen en vertelt een belangrijk deel van de geschiedenis van de regio. Ze vormt dan ook de 10e kern van het eiland, ook al is ze grotendeels verdwenen onder de Oesterdam. Momenteel werken we al aan het zichtbaar maken van het verhaal van deze verdronken stad. Hierbij realiseren we in eerste instantie een kleinschalig bezoekerscentrum waar we het verhaal van de verdronken stad vertellen. Ook komt hier een kleinschalige (pop-up) horecavoorziening. Lopende deelprojecten zijn ook het realiseren van getijdebakken in de vorm van voormalige fundamenten, picknicktafels met tentoonstelling van vondsten en een pilot zoet en zout water uitwisseling.
Sinds 2024 mag de Vlaams-Nederlandse Schelde Delta zich een Unesco Geopark noemen. Deze delta is een uniek grensoverschrijdend estuarium, een gebied waar de getijden van de Noordzee duwen en trekken aan de loop van de Schelde, en waar zout water overloopt in zoet water. De Schelde loopt als blauwe draad door het Geopark. Het Geopark behelst een gebied van 5.500 km² wat zich uitstrekt over de provincies Zeeland en Noord-Brabant in Nederland, en West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen in België. Vanwege de ligging van Tholen (centraal in het gebied, op de grens van klei en zand en aan de boorden van de Oosterschelde) leent het eiland zich goed voor de vestiging van een bezoekerscentrum.
Ontwikkelrichting en toelichting: Juist in de stad Reymerswael komt het verhaal van een landschap wat door de geschiedenis heen is gevormd door de veranderende loop van de Schelde samen. In onze optiek leent de landtong bij de Bergse Diepsluis zich voor de vestiging van een (iconisch) bezoekerscentrum. In dit bezoekerscentrum draait het om het verhaal van het ontstaan van het Schelde Delta Estuarium, het ontdekken van de smaken en producten uit het gebied en van waaruit bezoekers het Geopark (ook buiten onze gemeente) kunnen ontdekken. Hierbij zoeken we naar koppelkansen waarbij natuur, erfgoed en bezoekersbeleving zodanig met elkaar worden verbonden dat niet alleen de belevingscomponent maar ook erfgoed en natuur worden versterkt.
Speerpunt 4: Kunst en cultuurbeleving verbinden we meer met toerisme en recreatie met oog op seizoensverbreding en het kunnen aantrekken van nieuwe doelgroepen
Analyse / achtergrond: De organisatie van evenementen zoals de jaarlijkse kunstroute is van meerwaarde voor het toerisme op het eiland. Zeker wanneer zulke evenementen buiten het hoogseizoen worden georganiseerd kunnen ze als instrument dienen voor seizoensverbreding.
Ontwikkelrichting en toelichting: Een goede programmering is van belang zodat culturele evenementen niet hoeven te concurreren met andere typen evenementen of met culturele evenementen in de omgeving van Tholen. Door dergelijke evenementen vooral in het schouderseizoen te programmeren, kan hiervan een stimulerende werking uitgaan op dagrecreanten en verblijfstoeristen van buiten Tholen. Het Cultuurplein vervult hierbij in afstemming met Stichting Tholen Beter Bekend een belangrijke rol. Naast het feit dat toeristen af kunnen komen op kunst en cultuur willen we dat de verbinding tussen toerisme en cultuur ook wordt versterkt door deze meer actief naar de bezoeker toe te brengen.
Marketing en informatie

Al sinds 2016 zet de Stichting Tholen Beter Bekend zich in om de gemeente Tholen te promoten. Dit doen ze samen met de gemeente Tholen en ondernemers uit de gemeente Tholen. Het doel is om (potentiële) bezoekers en haar eigen inwoners te informeren over alles wat er jaarrond te beleven is op Tholen en Sint Philipsland. Dit doen zij onder de noemer Eiland Tholen.
In de voorgaande delen van de visie hebben we geschetst op welke wijze we het toerisme en het aanbod in de gemeente Tholen willen ontwikkelen en versterken. In dit deel gaan we specifiek in op welke wijze we het onderscheidende aanbod willen benutten en uitdragen. Hierin speelt de Stichting Tholen Beter Bekend een belangrijke rol als verbindende schakel tussen gemeente, ondernemers, gastheren, ambassadeurs, inwoners, recreanten en gasten.

We richten ons met betrekking tot marketing en informatievoorziening op de volgende speerpunten:
1. Stichting Tholen Beter Bekend is de destinatie marketingorganisatie (DMO) voor Tholen, we continueren de samenwerking. Hierbij borgen we de marketingactiviteiten vanuit samenwerkingsverbanden. Eventuele aanvullende middelen ten behoeve van toeristische activiteiten of projecten worden op projectbasis verleend;
2. In de toeristische marketing richten we ons op de ‘gast die bij ons past’: bezoekers die actief willen zijn te midden van rust, groen en cultuurhistorie. Hierbij leggen we de focus op het stimuleren van kort toeristisch verblijf en het beter benutten van de potentie van Tholen als aantrekkelijke bestemming buiten het hoogseizoen. Hierbij maken we Tholen ook beter bekend in het buitenland;
3. We maken in onze marketing en communicatie nadrukkelijk gebruik van onze strategische ligging als groen-blauwe-oase tussen de Randstad, de Brabantse stedenring en Antwerpen;
4. Ondernemers, inwoners en vaste gasten van Tholen zijn onze belangrijkste ambassadeurs. We versterken de band tussen onze ambassadeurs en Tholen en versterken het gastheerschapsnetwerk;
5. Door middel van ‘eilanddressing’ dragen we de onderscheidende kwaliteit en de identiteit van Tholen op verrassende wijze uit in het landschap en in de kernen;
6. We zetten ons in voor een herkenbare Thoolse huisstijl in alle vormen van informatievoorziening. Hiervoor zoeken we ook nadrukkelijk de samenwerking met terrein beherende organisaties;
7. We zetten in op versterking van persoonlijke toeristische informatievoorziening aansluitend op de wensen van de individuele bezoeker. We zijn zichtbaar op de plaatsen waar gasten samenkomen en verblijven. Hier bieden we inspiratie en informatie.
Speerpunt 1: Stichting Tholen Beter Bekend is de destinatie marketingorganisatie (DMO) voor Tholen, we continueren de samenwerking. Hierbij borgen we de marketingactiviteiten vanuit samenwerkingsverbanden. Eventuele aanvullende middelen ten behoeve van toeristische activiteiten of projecten worden op projectbasis verleend
Analyse / achtergrond: De Stichting Tholen Beter Bekend is opgericht om de bekendheid van Tholen te vergroten via promotie op basis van het DNA van Tholen. Inmiddels is de stichting steeds meer ingebed geraakt in onze gemeente en vormt zij een waardevol samenwerkingsverband tussen de gemeente Tholen, brancheorganisaties en ondernemers binnen alle bedrijfssectoren in onze gemeente. De Stichting Tholen Beter Bekend wordt gefinancierd vanuit een gemeentelijke subsidie en ledenbijdragen van ondernemers uit de domeinen recreëren, werken/ ondernemen en wonen.
We zijn trots op wat de stichting de afgelopen jaren heeft neergezet en bereikt binnen de sectoren recreëren, werken/ ondernemen en wonen op Tholen. Waar andere gemeenten in Zeeland sinds het stoppen van VVV Zeeland eind 2020 worstelden met de regionale marketing en toeristische informatievoorziening, heeft de samenwerking tussen partijen op Tholen niet geleid tot een vacuüm. De resultaten van de inzet van de stichting zijn zichtbaar als we kijken naar de positieve ontwikkeling van het toerisme in de afgelopen jaren in onze gemeente.
Ontwikkelrichting en toelichting: We continueren de samenwerking met en financiering van de Stichting Tholen Beter Bekend. Een eventuele verhoging van de bijdrage koppelen we aan het jaarplan welke haar oorsprong vindt in deze visie. Hiermee kunnen we de ambities uit deze visie ten aanzien van marketing en Als toeristische bestemming staat Tholen niet op zichzelf. We hechten daarom grote waarde aan goede samenwerking tussen onze gemeente en andere samenwerkingsverbanden, zoals samenwerking in Zeeuws verband (via Merkorganisatie Zeeland) als samenwerking met gemeenten op de Brabantse Wal of binnen het samenwerkingsverband van het Geopark. Op het gebied van marketing, promotie en toeristische informatie vinden we deze samenwerkingen belangrijk en intensiveren we deze.
Speerpunt 2: In de toeristische marketing richten we ons op de ‘gast die bij ons past’: bezoekers die actief willen zijn te midden van rust, groen en cultuurhistorie. Hierbij leggen we de focus op het stimuleren van kort toeristisch verblijf en het beter benutten van de potentie van Tholen als aantrekkelijke bestemming buiten het hoogseizoen. Hierbij maken we Tholen ook beter bekend in het buitenland
Analyse / achtergrond: Het brede aanbod op Tholen is gericht op een brede doelgroep, maar als we inzoomen zien we dat we ons met name onderscheiden in de combinatie van een groen landschap te midden van de Oosterschelde waar je nog ver kunt kijken zonder storende bebouwing, waar het nog echt stil kan zijn en waar je uren kunt lopen zonder veel mensen tegen te komen. Hoewel veel gemeenten en regio’s propageren dat rust en ruimte hen uniek maakt, durven we wel te stellen dat juist deze combinatie van ruimte en rust (wat dus niet betekent dat er niks te doen is) in combinatie met de ligging, Tholen uniek maakt.
Ontwikkelrichting en toelichting: In onze marketing richten we ons op (potentiële) bezoekers die juist deze combinatie van rust en ruimte weten te waarderen. Actief bezig zijn, weg van de massa, in een groen landschap. Boordevol cultuurhistorie en verhalen, waar het water nooit ver weg is. Genietend van de rust en de ruimte en het eigen karakter van de eilanden en haar bewoners. In de uitingen richten we ons juist op dit type gast omdat deze zo goed bij Eiland Tholen past.
Hierbij positioneren we Tholen als aantrekkelijke bestemming voor een kort toeristisch verblijf, juist ook buiten het hoogseizoen. Het aanbod op Tholen, de ligging van de gemeente en het veranderend vakantiegedrag van mensen (korter en vaker weg) en de trend ten aanzien van het sociale aspect van een vrienden- of familieweekend zijn een ideale mix waarop we willen inspelen. Dit sluit ook aan bij de doelstelling om de afhankelijkheid van vaste gasten te verkleinen en de bedbezetting door het seizoen heen te versterken. Daarbij richten we ons meer dan eerst ook op buitenlandse bezoekers. Zeker voor Duitsers die een bezoek aan Zeeland brengen is Tholen toch net een uur dichterbij dan de Noordzeekust en ook voor Belgen is Tholen een dichtbij-de-deur-bestemming, maar toch compleet anders dan de eigen regio.
Speerpunt 3: We maken in onze marketing nadrukkelijk gebruik van onze strategische ligging als groen-blauwe-oase tussen de Randstad, de Brabantse stedenring en Antwerpen.
Analyse / achtergrond: De strategische ligging van Tholen als groenblauwe oase te midden van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen is niet alleen van belang voor Tholen als aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven of om er te wonen. Ook voor het toerisme is deze strategische ligging van groot belang.
Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de strategische ligging van de gemeente Tholen nog meer benutten. Waar Zeeland het imago heeft dat het ver weg is, is Tholen vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen binnen een uur te bereiken met de auto. En de regio is niet alleen dichtbij, het is ook nog eens een andere wereld. Te midden van regio’s waar files aan de orde van de dag zijn, waar er altijd geluid is en waar het leven zich 24/7 in een hoog tempo afspeelt ligt een gebied waar donker nog echt donker is, waar rust echt gepaard gaat met stilte en waar het enige oponthoud veroorzaakt wordt doordat je achter een trekker rijdt. Tholen vormt wat dat betreft een oase met ruimte, een groen landschap en water altijd dichtbij.
Speerpunt 4: Ondernemers, inwoners en vaste gasten van Tholen zijn onze belangrijkste ambassadeurs. We versterken de band tussen onze ambassadeurs en Tholen en versterken het gastheerschapsnetwerk.
Analyse / achtergrond: Geen campagne kan op tegen authentieke verhalen. Authentieke verhalen van mensen die op Tholen ondernemen, werken, wonen of regelmatig verblijven. Zij zijn de belangrijkste ambassadeurs van onze gemeente.
Ontwikkelrichting en toelichting: Om het ambassadeurschap te versterken is het allereerst van belang dat onze eigen inwoners, ondernemers en vaste gasten Tholen en Sint Philipsland kennen en waarderen. We zetten ons ervoor in om Eiland Tholen niet alleen bekend te maken buiten Tholen maar juist ook binnen de eigen gemeente. Daarbij versterken we ook het gastheerschapsnetwerk.
Speerpunt 5: Door middel van ‘eilanddressing’ dragen we de onderscheidende kwaliteit en de identiteit van Tholen op verrassende wijze uit in het landschap en in de kernen.
Ontwikkelrichting en toelichting: De identiteit en onderscheidende kwaliteit van Eiland Tholen willen we meer zichtbaar maken, juist ook binnen de gemeente Tholen zelf. Het lokale DNA en het agrarische karakter/ landschap van Tholen willen we hierbij meer benadrukken. We ‘kleden de gemeente aan’ op markante plaatsen en op verrassende plekken.
Doel van deze vorm van ‘eilanddressing’ is dat we de identiteit en het onderscheidend vermogen van Tholen en Sint Philipsland beter zichtbaar maken op en buiten de gemeente en ‘eilanddressing’ inzetten als marketingtool en versterking van het ambassadeurschap.
Speerpunt 6: We zetten ons in voor een herkenbare Thoolse huisstijl in alle vormen van informatievoorziening. Hiervoor zoeken we ook nadrukkelijk de samenwerking met terrein beherende organisaties
Analyse / achtergrond: De afgelopen jaren is al een belangrijke stap gezet in het creëren van één uniforme huisstijl in informatieborden welke verspreid over de gemeente staan. Dit betreffen bijvoorbeeld informatiepanelen van de wandelommetjes en bij unieke bezienswaardigheden. Deze zijn allemaal in een herkenbare Thoolse huisstijl gerealiseerd. Met name in het buitengebied komt een veelvoud aan stijlen voor, iedere terrein beherende organisatie heeft eigen borden. Zeker langs de Oosterschelde komt een diversiteit aan borden en stijlen samen. Waar het gaat om borden met regelgeving of aanduiding van een gebied is dit niet bezwaarlijk.
Ontwikkelrichting en toelichting: Voor informatieborden gericht op toeristische informatie of gebiedsinformatie streven we één uniforme Thoolse stijl na. Dit komt de herkenbaarheid en het uitdragen van één krachtig verhaal ten goede.
Speerpunt 7: We zetten in op versterking van persoonlijke toeristische informatievoorziening aansluitend op de wensen van de individuele bezoeker. We zijn zichtbaar op de plaatsen waar gasten samenkomen en verblijven. Hier bieden we inspiratie en informatie
Analyse / achtergrond: Iedere gast is uniek en heeft zijn eigen interesses. Het is dan vaak ook een zoektocht om juist die activiteit te vinden die aansluit bij iemands persoonlijke interesse of een activiteit welke aansluit bij het weertype van dat moment. Informatievoorziening is niet meer gebonden aan een bepaalde locatie of aan openingstijden van een informatiepunt of de persoonlijke kennis van een medewerker. In feite heeft iedere consument 24/7 en overal toegang tot alle informatie. Of iemand zich nu voorbereidt op een verblijf op Tholen vanuit een woonadres midden in Antwerpen of op een campingstoel zit voor de caravan op één van de campings op Tholen. Hetgeen de consument zoekt en kan vinden mag echter wel verschillen afhankelijk van de plaats, het interessegebied en het moment waar de gast zich in de klantreis bevindt.
Ontwikkelrichting en toelichting: We faciliteren dat de database en website van Eiland Tholen steeds ‘slimmer’ wordt waardoor deze op de gebruiker gerichte informatie kan verschaffen afhankelijk van zijn locatie, interessegebied, het weer etc. Daarnaast zorgen we er ook voor dat we de toeristische informatievoorziening op het eiland, bij voorkeur gekoppeld aan het gastheerschapsnetwerk, verder versterken. Hiermee realiseren we dat toeristische informatie breed en laagdrempelig beschikbaar is voor gasten die het eiland bezoeken. Hierbij geven we ook specifieke aandacht aan het cultureel aanbod, waaronder de musea.
Uitvoeringsprogramma
In de vorige hoofdstukken zijn per thema de speerpunten benoemd aan de hand van een ontwikkelrichting. In dit laatste hoofdstuk komt per speerpunt aan de orde op welke manier de gemeente Tholen hieraan, samen met partners, uitvoering wil geven.
Dit uitvoeringsprogramma vormt de basis onder een uitvoeringsagenda waarin het college jaarlijks laat zien welke acties worden uitgevoerd, wat deze acties kosten en welke partijen hierbij betrokken zijn.
Financiële dekking hiervoor wordt allereerst gevonden vanuit de meeropbrengsten voortvloeiend uit de stapsgewijze verhoging van de toeristenbelasting, waarover de gemeenteraad eind 2024 heeft besloten.
De actualisatie van de uitvoeringsagenda gebruikt het college allereerst om te laten zien wat er al is uitgevoerd en welke plannen er op de agenda staan. Deze actualisatie is ook van belang voor het eventueel verkrijgen van aanvullende middelen bij de gemeenteraad.
De in de visie en in het uitvoeringsprogramma genoemde punten leiden niet in alle gevallen tot directe actie welke een plaats krijgt in de uitvoeringsagenda. Bij het opstellen van het omgevingsplan is het van belang de genoemde uitgangspunten ruimtelijk/ juridisch te borgen of de visie als toetsingskader te gebruiken bij het toetsen van een aanvraag om af te wijken van het omgevingsplan.
Verblijfstoerisme
Speerpunt 1: verbeteren bedbezetting
Het verbeteren van de bedbezetting over het seizoen heen betreft allereerst de verantwoordelijkheid van individuele recreatieondernemers. Inzetten op seizoen spreiding kan onderdeel zijn van individuele en gezamenlijke marketing (via Stichting Tholen Beter Bekend) (zie hoofdstuk marketing en informatievoorziening). Ook het aanbod aan activiteiten en de programmering van evenementen is een factor waarmee de gemeente aantrekkelijker kan zijn voor verblijf buiten het traditionele hoogseizoen (zie hoofdstuk dagrecreatie en het hoofdstuk cultuur en erfgoed). Tenslotte vormt ook het type accommodaties wat op parken aanwezig is een factor waarmee de bedbezetting kan worden verbeterd, dit ligt binnen de invloedssfeer van ondernemers, maar ook regelgeving is hiervoor van belang (zie kwaliteitsverbetering van bestaand aanbod).
Speerpunt 2: verkleinen afhankelijkheid vaste gasten
Aanbod voor vaste gasten zal op Tholen zeker wel blijven bestaan, de vraag naar jaarplaatsen is er immers. Wanneer nieuwe jaarplaatshouders kiezen voor een jaarplaats op Tholen willen we dat het gasten zijn die bewust kiezen voor Tholen vanwege haar ligging, aanbod aan activiteiten, natuur en cultuur, kwaliteit en ruimte. Met oog op de vitaliteit van het aanbod willen we voorkomen dat het eiland slechts aantrekkelijk is als alternatief voor de Noordzeekust vanwege de prijs of het verdwijnen van jaarplaatsen aan de Noordzeekust. Een duidelijke propositie van de (gezamenlijke) accommodatie verschaffers, in samenwerking met Stichting Tholen Beter Bekend, is hiervoor van belang. Om te voorkomen dat nieuwe verblijfsaccommodaties (bedrijfsmatig aanbod) alleen door vaste huurders of eigenaren worden gebruikt leggen we in het omgevingsplan verplichte verhuur van nieuw te realiseren verblijfsaanbod vast.
Speerpunt 3: Kwaliteitsverbetering van bestaand aanbod in plaats van nieuwvestiging of uitbreiding Sint Maartensdijk: Gebiedsvisie Pluimpot
Planologisch gezien is er, op basis van de Omgevingsvisie ten zuiden van Sint Maartensdijk nog ruimte voor uitbreiding van het aantal verblijfseenheden. Ten opzichte van de plafonds in het (tijdelijk) omgevingsplan is het aantal aanwezige accommodaties hier lager. Ten dele is er in dit gebied sprake van verouderd aanbod. Hierbij blijft de ruimtelijke kwaliteit van het verblijfsgebied achter en is er sprake van een versnipperd en verkaveld geheel.
De planologische ruimte willen we enkel benutten wanneer er sprake is van een integrale gebiedsontwikkeling waarbij het bestaande aanbod ten dele wordt geherstructureerd en eenheden in een nieuw landschap worden geplaatst. Hierbij is het belangrijk dat er landschapsgericht wordt ontworpen en beheerd (ook in te behouden parkdelen) Hierdoor kan er gerecreëerd worden in een groene omgeving, maar wordt er ook meerwaarde gecreëerd voor landschap en natuur. Verbinding met de Oosterschelde is hierbij van belang zodat een verblijfsrecreatieve ontwikkeling, het verbeteren van het landschap ook kan bijdragen aan de instandhoudingsdoelen van kwetsbare flora en fauna in het Natura2000 gebied.
Samen met de recreatiesector en landschapspartners willen we komen tot een integrale gebiedsvisie voor het natuur- en recreatiegebied rondom de Pluimpot. Hierin neemt een visie op het landschap een belangrijke positie in.

We bieden boven op het bestaande planologisch plafond een beperkte uitbreidingsruimte van maximaal 15% ten aanzien van het per terrein vastgelegde plafond. Voorwaarde om deze ruimte in te mogen vullen is dat er naast uitbreiding sprake dient te zijn van herstructurering van het bestaande park. Herstructurering en een beperkte uitbreiding dienen hierbij samen te gaan met landschapsproductie. Ofwel ruimte voor meer eenheden in het gebied is alleen mogelijk wanneer het verblijfsrecreatief gebied integraal onderdeel uitmaakt van een verbeterd landschap. Dit is in lijn met de Omgevingsvisie waarin gesteld is dat:
1. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is slechts mogelijk als het nieuw uit te breiden terrein:
-
a.
Integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap;
-
b.
De dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap;
-
c.
En het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is;
2. Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk als er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van de bestaande en toekomstige accommodatie.
Hierbij zetten we in op een divers aanbod met zowel plaats voor vaste gasten als voor toeristische gasten en een aantrekkelijk, beleefbaar en toegankelijk landschap voor verblijfsgasten en dagrecreanten (fietsers, wandelaars en bezoekers van het strandje). Verblijfsrecreatie dient hierbij onderdeel te zijn van het landschap. Harde grenzen tussen functies worden hierbij verzacht.
In het gebied zijn verschillende bestemmingsplannen van kracht (zie tabel 1). Binnen het totale gebied is er planologisch ruimte voor 1.353 toeristische verblijfseenheden. Hiervan mogen er maximaal 592 permanent aanwezige kampeermiddelen (stacaravans, chalets etc.) (43,8%) zijn en 682 recreatiewoningen of - appartementen (50,4%). Ten opzichte van het bestaande aantal betekent dit een toename van 291 eenheden (ofwel 27,4%).
|
Naam |
Bestemmingsplan |
Bestemming recreatief (ha) |
Maximumaantal standplaatsen kampeermiddel |
Waarvan maximaalaantal permanente standplaatsen |
Planologische ruimte t.o.v. werkelijk aanwezig |
|
De Muie |
Verblijfsrecreatieterreinen |
13,7115 ha |
272 |
242 |
Geen |
|
De Zeester |
Verblijfsrecreatieterreinen |
2,01567 ha |
106 |
100 |
Geen |
|
Gorishoek/ De Hoeve |
Verblijfsrecreatieterreinen |
6,3856 ha |
293 + 161 |
250 + 16 |
43 |
|
Zeeuwse Parel |
Vakantiepark De Pluimpot |
20,3043 ha |
440 + 462 |
440 + 46 |
125 |
|
Wulpdal |
Recreatiepark Wulpdal |
12,1288 ha |
1673 |
167 |
123 |
|
Brasserie de Zeester |
Buitengebied Tholen (bestemming horeca) |
- |
134 |
n.v.t. |
Geen |
1Maximaal 16 recreatiewoningen
2Maximaal 440 recreatiewoningen en 16 particuliere recreatiewoningen
3Maximaal 167 recreatiewoningen
4Maximaal 13 recreatieappartementen
Tabel 1: Overzicht verblijfsrecreatieterreinen rondom De Pluimpot
Nadrukkelijk hebben we hierbij ook aandacht voor de ontsluiting van het gebied ten oosten van de Pluimpot. Dit moet nadrukkelijk onderdeel zijn van de gebiedsvisie. Verkeersmaatregelen moeten de toegang voor autoverkeer tot het gebied verbeteren, de aantrekkelijkheid en veiligheid van fietsers vergroten en de dorpskernen ontlasten van doorgaand autoverkeer.
De steiger bij Brasserie de Zeester kan dienen als passantensteiger voor een nader te bepalen maximumaantal schepen. Als onderdeel van de gebiedsvisie brengen we in beeld (zowel technisch, op het gebied van wetgeving en beheer) op welke wijze het gebruik van de steiger geïntensiveerd kan worden zodat er ook aan de zuidzijde van Tholen mogelijkheden zijn om aan te leggen met een zeilboot of motorschip (ten behoeve van passanten).
Sint Annaland: kwaliteitsverbetering en landschapsproductie
Het verblijfstoerisme in en rond Sint Annaland concentreert zich voornamelijk in en rond de jachthaven en op het naastgelegen Chaletpark de Krabbenkreek. Op basis van het bestemmingsplan is er op de Krabbenkreek plaats voor maximaal 150 recreatieve wooneenheden, er zijn er 147 op het terrein aanwezig. Een ruimtelijke en beperkte uitbreiding van het aantal eenheden staan we enkel toe, binnen de kaders van het provinciaal beleid en onze Omgevingsvisie.
Dit betekent dat er enkel sprake mag zijn van een beperkte uitbreiding van het aantal eenheden (samen met een ruimtelijke uitbreiding) wanneer deze gepaard gaat met een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande aanbod. Hierbij moet een uitbreiding worden geplaatst in een (nieuw) toegankelijk landschap waardoor ook wandelaars en f ietsers uit Sint Annaland en gasten van buiten het park van het landschap kunnen genieten. Het Stallandsebos zal geen onderdeel uitmaken van het verblijfsrecreatief gebied. Dit bos willen we behouden en zo mogelijk uitbreiden als wandel en beweeggebied van onze inwoners en verblijfstoeristen. Een eventuele uitbreiding van het bos kan wel onderdeel zijn van een uitbreiding van het verblijfsrecreatief gebied. Een ruimtelijke uitbreiding moet gepaard gaan met verdunning van het bestaande aanbod en nieuwe eenheden dienen qua dichtheid en omvang passend te zijn in het landschap. Dit betekent dat er meer ruimte dient te zijn voor groen en er dus een lager bebouwingspercentage geldt. De maximale toegestane uitbreidingsruimte van het aantal eenheden leggen we vast op maximaal 15% ten opzichte van het planologisch plafond (totaal maximaal 172).
Daarbij vinden we het belangrijk dat verkeers- en parkeerproblemen rond de haven en het strand worden meegenomen bij planvorming. Zo ontstaat er meerwaarde voor het verblijfstoerisme, voor de leefbaarheid en voor de bereikbaarheid van het dorp.
Een (beperkte) uitbreiding van het aantal accommodaties kan hierbij fungeren als kostendrager. Hierbij zien we een uitbreiding dus niet als een nieuw park, maar is dit gekoppeld aan kwaliteitsverbetering van het bestaande park, de publieke ruimte en het landschap.
Overige verblijfsconcentraties
Voor de recreatieparken bij Stavenisse en Strijenham geldt dat er enkel onder voorwaarde van kwaliteitsverbetering en verduurzaming sprake mag zijn van ruimtelijke uitbreiding met een toename van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden wanneer er elders in de gemeente verblijfseenheden daadwerkelijk (en planologisch) worden gesaneerd. Een op zichzelf staande toename van het aantal verblijfseenheden is hier niet gewenst. Zo stimuleren we dat minder vitaal aanbod verdwijnt.
Ruimtelijke uitbreiding zonder toename van het aantal eenheden is in lijn met de Omgevingsvisie en binnen de kaders van het provinciaal beleid, toegestaan wanneer het nieuw uit te breiden terrein integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap, de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is. Daarbij is het belangrijk dat de overgang tussen landschap en verblijfsrecreatie wordt verzacht. Een dergelijke ontwikkeling kan bijdragen aan vitalisering van het bestaande aanbod waarbij een bestaand verblijfsrecreatieterrein wordt uitgedund (dus minder bebouwing per hectare) en er meer ruimte is voor landschap, biodiversiteit en een toename van de belevingswaarde (voor zowel de gebruiker als de omgeving).
De uitgangspunten worden vertaald in ruimtelijke regels en opgenomen in het omgevingsplan. Met oog op het toekomstgericht borgen van de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen nemen we in het omgevingsplan een verplichte centrale bedrijfsmatige exploitatie op, waarbij ook het meerjarig onderhoud van de inrichting (wegen, groen etc.) wordt gegarandeerd.
Speerpunt 4: camperplaatsen op bijzondere locaties
Een mogelijke locatie om een aantal camperplaatsen te realiseren zien we nabij de Bergse Diepsluis op de Oesterdam. In overleg met Rijkswaterstaat onderzoeken we de mogelijkheden en de voorwaarden voor de realisatie van camperplaatsen als onderdeel van een op te stellen gebiedsvisie voor de Bergse Diepsluis. Hierin hebben we aandacht voor de verhouding tussen (het beheer van) de sluis, dagrecreatie, voorzieningen, verblijfsmogelijkheden en de ontwikkeling van een bezoekerscentrum voor de verdronken stad Reymerswael.
Een mogelijke locatie om een aantal camperplaatsen te realiseren zien we nabij de Bergse Diepsluis op de Oesterdam. In overleg met Rijkswaterstaat onderzoeken we de mogelijkheden en de voorwaarden voor de realisatie van camperplaatsen als onderdeel van een op te stellen gebiedsvisie voor de Bergse Diepsluis. Hierin hebben we aandacht voor de verhouding tussen (het beheer van) de sluis, dagrecreatie, voorzieningen, verblijfsmogelijkheden en de ontwikkeling van een bezoekerscentrum voor de verdronken stad Reymerswael.
Wanneer er mogelijkheden voor het vestigen van camperplaatsen zijn schrijven we hiervoor een tender uit.
Naast dergelijke camperplaatsen is er bij het vestigen van een kleinschalig kampeerterrein op een (voormalig) agrarisch bedrijf ook mogelijkheid om specifiek in te zetten op de doelgroep camperaars. Dit geldt ook voor bestaande reguliere kampeerterreinen.
Voor de jachthavens nemen we in het omgevingsplan het verbod op het gebruiken van ligplaatsen voor waterlodges/ drijvende chalets op.
Speerpunt 5: Stimuleren uitbreiding kleinschalig aanbod in het binnenland
Het kunnen toevoegen van verblijfsaccommodaties aan terreinen op een voormalige agrarische bestemming kan de aantrekkelijkheid van een dergelijk perceel vergroten of bijdragen aan de instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle panden. Belangrijk hierbij is te borgen dat het bieden van ruimte niet leidt tot verrommeling van het landschap. Een goede landschappelijke inpassing is dus van belang.
We voorzien de volgende mogelijkheden op een perceel met een agrarische bestemming of een woonbestemming. Deze mogelijkheden, met specifieke gebruiksregels (passend binnen het provinciaal beleid), leggen we vast in het omgevingsplan.
• Een kleinschalig kampeerterrein is gekoppeld aan een agrarisch bedrijf toegestaan tot een maximum van 35 eenheden (onder de huidige regels is dit 25). Hierbij hechten we grote waarde aan een goede landschappelijke inpassing in relatie tot het ruimtegebruik. Gekoppeld aan het aantal kampeerplaatsen leggen we hierbij een minimale perceeloppervlakte vast. Voor een woonbestemming wijzigen we dit van maximaal 15 tot maximaal 25 eenheden.
• Het maximumaantal permanent aanwezige kampeermiddelen (chalets tot 75 m2, safaritenten, etc.) bij een kleinschalig kampeerterrein is toegestaan tot een maximum van 20% van het aantal eenheden met een maximum van 5 (als onderdeel van de genoemde 35 eenheden of als op zichzelf staand initiatief). Ook hier geldt een goede landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde.
• Buitenom een kleinschalig kampeerterrein maken we kleinschalige nieuwvestiging van verblijfsaccommodaties in het buitengebied mogelijk tot een maximum van 15 eenheden. Hierbij zien we vooral ruimte voor bijzondere verblijfsobjecten welke geïntegreerd worden in het landschap. Dit betekent dat er hierbij niet altijd sprake hoeft te zijn van een kampeerterrein maar dat erin bijvoorbeeld een boomgaard ook een aantal vaste recreatieve verblijfsobjecten kunnen worden geplaatst. Hierbij geldt dat (anders dan bij een kleinschalig kampeerterrein welke al toegestaan is onder de huidige functie) een functiewijziging naar recreatie noodzakelijk is.
• In bijgebouwen op een terrein met een (voorheen) agrarische functie is het toegestaan om verblijfsaccommodaties te realiseren (tot een maximum van 15 eenheden). Voorwaarde hierbij is dat het gebruik passend is in het landelijk gebied. Zeker in panden met een cultuurhistorische waarde kan dit bijdragen aan de instandhouding van dergelijke gebouwen. Het is onwenselijk dat dergelijke gebouwen verdwijnen. Het vervangen van een cultuurhistorisch waardevol pand of bijgebouw door een modern gebouw waarin vervolgens accommodaties worden gerealiseerd is niet mogelijk.
Speerpunt 6: Overnachtingsmogelijkheden bij particulieren
We leggen in het omgevingsplan (of indien wenselijk in een aparte beleidsregel Overnachten bij Tholenaren) regels vast met betrekking tot overnachtingsmogelijkheden bij particulieren (bestemming wonen, binnen en buiten de bebouwde kom). Zo moet parkeren op eigen terrein kunnen plaatsvinden en nemen we een maximaal bebouwingsoppervlak3 en een minimale afmeting tussen een bijgebouw (inclusief terras) tot het naastgelegen perceel op.
We voeren we op basis van de Wet Toeristische Verhuur een registratieplicht in en leggen dit vast in het omgevingsplan. We onderzoeken of het invoeren van een digitaal nachtregister hiervoor een passend instrument is. Hierbij brengen we in beeld of dit instrument van meerwaarde kan zijn voor recreatieondernemers (zowel vanuit de optiek van de ondernemer als voor de heffing van toeristenbelasting).
In de woonvisie is opgenomen dat we het onttrekken van woningen aan de voorraad ten behoeve van verblijfsrecreatie willen voorkomen. Controle en handhaving van panden welke dreigen te verkrotten en aantoonbaar geen woonfunctie hebben en dus kunnen worden ingezet als toeristische verblijfsaccommodatie vormt een taak van de gemeente Tholen. Hierbij is het belangrijk om ontwikkelingen te monitoren zodat hierop, indien nodig, tijdig kan worden bijgestuurd.
Speerpunt 7: Verbod op (permanente) bewoning op recreatieparken We leggen het verbod op permanente of tijdelijke bewoning op recreatieparken vast in het omgevingsplan.
Dagrecreatie
Speerpunt 1: De basis op orde
We zorgen ervoor dat de basis van recreatieve infrastructuur op orde blijft. Deze zorg betekent dat we ook in de toekomst voldoende budget blijven uittrekken voor het onderhoud aan deze voorzieningen waarbij we ons inzetten voor een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke uitstraling. Wat kapot is wordt binnen een korte termijn gerepareerd of vervangen. Daarnaast blijft er budget beschikbaar voor het uitbreiden van recreatieve voorzieningen: zowel in de kernen als langs recreatieve routes.
Als onderdeel hiervan breiden we het aantal zelfreinigende toiletunits uit naar de Bergse Diepsluis en Gorishoek. In de toekomst willen we dit nog verder uitbreiden naar andere toeristische hotspots.
We breiden in de binnenwateren de mogelijkheid om te vissen uit door de aanleg van vissteigers (ook toegankelijk voor mensen met een beperkte mobiliteit). Hiervoor inventariseren we de staat van bestaande steigers en stellen in afstemming met gebruikers van een VISpas een uitvoeringsplan op.
In de haven van Tholen vernieuwen we de trailerhelling zodat bootbezitters hier een goede toegang tot het water hebben. Waar de haven in Tholen met oog op waterveiligheid (in relatie tot beroeps- en pleziervaart) niet geschikt is om te suppen zijn verschillende binnenwateren dit wel. Een deel van de watergangen lenen zich voor suptochten of kanotochten. Aandachtspunt hierbij is de waterkwaliteit. In afstemming met de waterbeheerder gaan we na welke wateren geschikt zijn hiervoor. Door bij de kruisende wegen overstapsteigers te realiseren kunnen watersporters eenvoudig ‘ klunen’.
Investeringen in steigers gaan bij voorkeur via een publiek private samenwerking, waarbij een koppeling wordt gelegd tussen subsidie en crowdfunding of bijdragen vanuit een mogelijke commerciële exploitant. We onderzoeken de haalbaarheid hiervan.

Naast de fysieke instandhouding van voorzieningen dragen we ook blijvend zorg voor een goede digitale vindbaarheid en toegankelijkheid van informatie over voorzieningen. Daarbij moet het ook eenvoudig zijn om suggesties te doen voor verbetering van voorzieningen of het melden van gebreken.
Speerpunt 2: een robuust pontjesnetwerk
De pontjes worden al jaren in de vaart gehouden dankzij de grote inzet van schippers, maar de kosten kunnen niet volledig worden gedekt uit de inkomsten uit kaartverkoop, zeker gelet op de weergevoeligheid van de dienstverlening. Om de pontjes in de vaart te houden verstrekken we als gemeente (in afstemming en samenwerking met de gemeenten aan ‘de overkant’) subsidie. Dit willen we continueren. Om het netwerk te verstevigen treden we in overleg met de schippers en buurgemeenten over de uitbreiding van de dienstverlening en het verhogen van de subsidie. Een mogelijkheid hierbij is om naast de subsidie ook een bepaald aantal tickets af te nemen welke we kunnen verstrekken aan inwoners van de gemeente (bijvoorbeeld vrijwilligers om hen te bedanken voor hun inzet of mensen voor wie een recreatieve uitstap niet vanzelfsprekend is). Ook stimuleren we accommodatieverschaffers om al voor aanvang van het seizoen een bepaald aantal tickets af te nemen voor hun gasten. Hierdoor zijn schippers al zeker van een deel van de inkomsten.
Speerpunt 3: Een dagrecreatieve voorziening voor jong en oud, Tholenaar en bezoeker
Om de eventuele vestiging van een dergelijke dagrecreatieve voorziening te stimuleren treden we in overleg met Impuls Zeeland. Zij hebben goed zicht op de markt en op eventuele (potentiële) initiatiefnemers.
Een mooi voorbeeld van dergelijk type bedrijf is te vinden in ’s-Heer Arendskerke bij ’t Klokuus. Een dergelijke voorziening zou zowel op Tholenaren zelf als op bezoekers vanuit de regio aantrekkingskracht kunnen hebben.
Speerpunt 4: Strandjes van hoog niveau
Ten aanzien van uitbreiding van het voorzieningenniveau zorgen we voor meer en grotere afvalbakken, een goede toegang via trappen (en indien mogelijk) een hellingbaan ten behoeve van mensen die niet goed ter been zijn of mensen met kinderwagens en een schoon zandstrand. Daarbij willen we bij de strandjes zwemtrappen en zwemsteigers realiseren welke de aantrekkelijkheid vergroten. In het hoogseizoen verhogen we daarom het beheer van het strand zodat er geen zwerfafval in de Oosterschelde of in de openbare ruimte terecht komt. Met oog op veiligheid van bezoekers verwijderen we hier, waar mogelijk, ook stenen en oesterschelpen. Door zorg te dragen voor voldoende parkeerfaciliteiten nabij het havenplateau en een goede verwijzing in combinatie met een parkeerverbod (en handhaving hierop) in de bermen zorgen we voor het beperken van parkeeroverlast. Daarnaast zijn sturende maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld de invoering van een blauwe zone. Hierdoor worden langparkeerders verplicht om buiten de ‘hotspots’ te parkeren.
Bij de strandjes bieden we de mogelijkheid om via een standplaatsvergunning eten en drinken te verkopen. Bij de Bergse Diepsluis onderzoeken we of er, liefst in combinatie met een bezoekerscentrum (zie visie cultuur en erfgoed), een horecapaviljoen (seizoen of permanent) kan worden gevestigd, naar voorbeeld van Bar Goed in Perkpolder. We juichen het toe als er in combinatie met een standplaats of paviljoen ook verhuur van parasols, windschermen of bedjes kan plaatsvinden. Het initiatief hiervoor ligt echter bij de markt.
In afstemming met Rijkswaterstaat en natuurorganisaties onderzoeken we of we de strandjes kunnen voorzien van nieuw zand en of het mogelijk is deze te vergroten. Hierdoor is er meer ruimte voor bezoekers.
Speerpunt 5: Woonboulevard Poortvliet verbinden met Tholen
We gaan met de eigenaren in gesprek om deze verbinding fysiek zichtbaar te maken en stellen middelen beschikbaar voor de uitvoering. Dit kan bijvoorbeeld binnen in de woonboulevard waarbij bezoekers op een laagdrempelige manier worden gewezen op de historische context van de plek. Hierbij kan gedacht worden aan een ‘mini-museum’ in de woonboulevard. Daarbij kunnen op of nabij de vindplaats de contouren van de voormalige boerderij zichtbaar worden gemaakt en een informatiepunt in het landschap worden ingericht, ook weer verbonden met recreatieve routes.
Ook kan andersom de woonboulevard profiteren van het toerisme. Bijvoorbeeld door in een verblijfsaccommodatie te proefslapen in een bed van Woonboulevard Poortvliet en gebruik te maken van meubels in bijvoorbeeld de horeca. Zo kan het eiland fungeren als showroom voor de woonboulevard.
Natuur en landschap
Speerpunt 1: Versterken en benutten van de Oosterschelde
Op verschillende plekken maken we dit zichtbaar, bijvoorbeeld via vogelkijkschermen of kijkhutten met aanvullende informatie gekoppeld aan de fiets- en wandelroutes. Om de onderwaterwereld zichtbaar te maken laten we bij de duiktrappen interactieve informatie zien over het onderwaterleven. Zo kan een ‘landrecreant’ als het ware meeduiken met de duikers in de Oosterschelde.
We onderzoeken de mogelijkheid een hop-on-hop-off veerdienst te ontwikkelen. Deze veerdienst vaart niet naar de overkant maar legt aan langs de steigers rondom het eiland. Zo kan een fietser bijvoorbeeld van Tholen richting Gorishoek fietsen en vanaf daar de boot pakken naar Stavenisse om vervolgens via Sint Annaland en Sint Philipsland door te fietsen tot Anna Jacobapolder. Daar stapt hij weer op om terug te varen naar de Bergse Diepsluis. Op deze manier beleeft hij de Oosterschelde en het eiland van de andere kant en kan hij bovendien afgesloten dijktrajecten ‘omzeilen’.
Om dit mogelijk te maken is het van belang dat bestaande steigers toegankelijk worden gemaakt en beter worden benut (Bergse Diepsluis, Gorishoek, Anna Jacobapolder en Sint Annaland). Daarbij moet ook het aantal steigers worden uitgebreid (Stavenisse, Sint Philipsland). Deze hop-on-hop-off Oosterscheldebeleving heeft een nauwe relatie met het pontjesnetwerk en de voorzieningen welke hiervoor nodig zijn. In het hoofdstuk dagrecreatie is dit onderdeel van ook verder uitgewerkt.
Speerpunt 2: Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden behouden
Door het verbeteren van de overgang van buitendijks naar binnendijks en door het verbeteren van de informatievoorziening op de overgangspunten kunnen recreanten op een aantrekkelijke en soepele wijze naar ‘binnen’ worden geleid.
Hier kan bijvoorbeeld een koppeling gemaakt worden met de wens om vogelkijkschermen uit te breiden. Een inspirerend voorbeeld vormt de vogelkijkpoort nabij Yerseke. Het afsluiten van dijktrajecten met hekken of betonblokken doet afbreuk aan de beleving en de landschappelijke uitstraling en heeft weliswaar een verkeer werende werking maar draagt niet bij aan het draagvlak voor rust- en natuurgebieden.

Wanneer fietsers eenvoudig van het dijktraject af worden geleid met goede infrastructuur, beleefpunten én gebruik kunnen maken van aantrekkelijke routes binnendijks wint het rondje Tholen, dat bestaat uit een combinatie van de mooiste buitendijkse en binnendijkse routes , aan belevingswaarde aan aantrekkingskracht. Daarnaast is het belangrijk dat de informatie over routes en afgesloten dijkvakken eenvoudig en uniform online vindbaar is.
Uitbreiding van de fietsmogelijkheden op en langs de dijken aan de oostzijde van Tholen draagt bij aan het kunnen beleven van de Linie van de Eendracht langs het Schelde-Rijnkanaal. Met name tussen Oud-Vossemeer en Tholen is het wenselijk de mogelijkheden uit te breiden. Ditzelfde geldt voor het traject langs het Zoommeer ten zuiden van Tholen. We treden in overleg met beherende organisaties en pachters over de mogelijkheden van uitbreiding van fietsroutes over deze trajecten.
Speerpunt 3: Versterken landschapsbeleving op Tholen en Sint Philipsland
Om de variatie aan Thoolse teelten meer zichtbaar te maken in de verschillende seizoenen breiden we het aantal gewasborden uit. Er zijn nu een aantal (soms verouderde) borden beschikbaar, deze vernieuwen we en het gebruik ervan intensiveren we. De locaties van de borden wisselen per seizoen, een perceel wordt immers niet telkens voor hetzelfde gewas gebruikt. Door op de gewasborden hierbij ook digitaal het verhaal van de landbouwer over het product zichtbaar te maken geven we de Thoolse gewassen letterlijk een gezicht. Daarnaast stimuleren we ook de mogelijkheid om producten van het land, in het land te kunnen kopen. Dit kan uiteraard bij de boer op het erf (in een kraampje of in een automaat).
Om de verkoop van lokale producten te stimuleren en faciliteren creëren we op verschillende plekken op Tholen en Sint Philipsland een zogenaamde BOP: een boerderij ontmoetingsplaats. Op zo’n locatie kan de bezoeker een verzameling aan Thoolse producten vinden in een automatenwand, hierin kunnen agrariërs uit de omgeving zelf hun producten aanbieden. Ook zijn hier de verhalen van de verschillende gewassen leesbaar en beleefbaar. Hier vinden mensen ook verhalen over hoe de agrarische sector omgaat met klimaatverandering en aandacht heeft voor biodiversiteit en hoe mensen daar ook zelf aan kunnen bijdragen. Tenslotte vormt een BOP een startpunt voor routes voor fietsers en wandelaars waar mensen hun auto kunnen parkeren (en opladen) en van daaruit vertrekken. We willen starten met een eerste pilot BOP op een boerenerf, van hieruit kunnen we het concept evalueren en uitrollen. Door gebruik te maken van bestaande erven hoeven er geen aparte parkeerterreintjes in het landschap te worden aangelegd, deze zouden het landschap immers ontsieren.

Om de aantrekkelijkheid en beleefbaarheid van het landschap verder te versterken hebben we nadrukkelijk aandacht voor het terugbrengen van landschapselementen welke als gevolg van schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn verdwenen. Denk aan houtachtige of kruidachtige elementen. Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) welke in 2025 wordt opgesteld vormt hiervoor de basis. Uitgangspunt van het landschapsontwikkelingsplan is om het de polderstructuur en landschappelijke kwaliteit te versterken, daarnaast moet hierdoor het landschap meer klimaat adaptief worden en de biodiversiteit worden gestimuleerd. Dat zijn de primaire doelen, recreatief medegebruik is hier ondergeschikt aan. De recreatieve beleefmogelijkheden kunnen echter wel een vliegwieleffect hebben waarmee landschappelijke ontwikkelingen gestalte krijgen.
In het landschapsontwikkelingsplan geven we aan welke locaties geschikt zijn om een landschappelijke opwaardering te krijgen. Vanuit de visie op toerisme en recreatie geldt het uitgangspunt dat recreatief medegebruik het landschap kan versterken. Het landschap wordt echter niet primair vanuit het oogpunt van recreatief gebruik ingericht en versterkt. De mogelijkheden voor recreatief medegebruik kan echter wel een extra stimulans zijn om de natuur te versterken. Gebieden welke met oog op recreatief medegebruik extra interessant zijn, zijn de Winkelzeesche watergang tussen Sint Annaland en Stavenisse, de Pluimpot ten zuiden van Sint Maartensdijk en de oevers van het Schelde-Rijnkanaal met oog op het beleven van de Eendrachtlinie.
Speerpunt 4: Versterken binnendijkse fiets- en wandelmogelijkheden
Verschillende binnendijken lenen zich voor de aanleg van een recreatiepad, bijvoorbeeld bestaande uit een waterdoorlatende halfverharding. Hiermee wordt een extra belevingswaarde toegevoegd aan het dijkenlandschap en het kunnen beleven van het verhaal van omdijking en inpoldering omdat bezoekers het landschap vanaf de dijk anders beleven dan van achter de dijk. Immers het zicht op de dijkenloop en het zicht op polders zijn fundamenteel verschillend ten opzichte van een polderweg welke het landschap doorkruist. Ook kan er op een dijk meer een koppeling worden gelegd met struweel en andere dijkbeplanting dan langs de vaak kale polderwegen. Er worden immers andere eisen gesteld aan verkeersveiligheid op dergelijke paden. Ook dit draagt bij aan de belevingswaarde van het landschap, bovendien heeft dijkbeplanting ook een wind werende werking. Een groot deel van de dijken is verpacht, zowel om er te hooien als om er schapen te laten grazen. Door gebruik te maken van vee roosters (al dan niet in combinatie met een klaphek) kunnen recreanten toegang krijgen tot een dijktraject en schapen op de dijk worden gehouden. Een recreatief dijkpad heeft gevolgen voor het hooiland, immers er is minder areaal beschikbaar.
Een dijk zou zich in beginsel lenen voor de aanleg van een recreatiepad wanneer hierop een pad aangelegd kan worden van schelpen (of een ander type halfverharding) met een breedte van 2,5 meter. Omdat de dijken niet het eigendom zijn van de gemeente Tholen treden we in overleg met beheerders en pachters om de mogelijkheden te verkennen en werken we criteria uit ten aanzien van welke dijken en oevers geschikt zouden zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan stabiliteit, eigendoms- en pachtsituatie en ligging ten opzichte van en verbinding met bestaande routes. Hierbij moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met aanwezige natuurwaarden. Ook moeten hierbij afspraken worden gemaakt over de manier waarop eventuele pachters hiervoor een vergoeding krijgen. In het landschapsontwikkelingsplan maken we een selectie van dijken welke zich potentieel lenen voor recreatief medegebruik in relatie tot versterking van het landschap.
Naast de dijkpaden zetten we in op het realiseren van recreatiepaden (dus voor fietsers en wandelaars) langs een aantal watergangen en het openhouden en uitbreiden van boerenlandpaden als onderdeel van het wandelnetwerk. Dit doen we in afstemming met Landschapsbeheer Zeeland als beheerder van de routenetwerken. Door de aanleg van dergelijke paden kan het percentage onverharde paden worden verhoogd en hoeven wandelaars minder langs of over de weg te lopen. In het buitengebied streven we naar een minimaal percentage van 30% routes over onverharde paden.
Speerpunt 5: Meer voorzieningen in het landschap
Bij het uitbreiden van voorzieningen plaatsen we naast de ‘traditionele’ banken ook verhaal-banken of verhaaltafels: banken en tafels waarbij de rugleuning of het tafelblad worden benut als informatiedrager. Dit kan in de vorm van geschreven informatie zijn, historische afbeeldingen of in een spelvorm. Daarnaast kan hierbij ook een koppeling worden gelegd met lokale kunstenaars waardoor de banken en tafels ook benut kunnen worden voor kunstuitingen. Zo ontstaat een galerie in het landschap welke tijdens een fiets- of wandeltocht beleefd kan worden.
Op een aantal plaatsen zetten we ook servicepunten met daarbij openbare oplaadpunten voor elektrische fietsen, goede f ietsenstallingen, fietsservicepunt (met hierin reparatiemateriaal voor f ietsers) en watertappunt. Dit is met name aantrekkelijk bij pleisterplaatsen of een punt waar verschillende routes samenkomen. In eerste instantie gaat het hierbij om de haven van Sint Annaland, Gorishoek en Tholen. Ook kan een servicepunt gekoppeld worden aan de eerdergenoemde BOP of aan andere pleisterplaatsen gekoppeld aan bestaande voorzieningen, zoals het Roosevelt informatiecentrum in Oud-Vossemeer of museum de Meestoof in Sint-Annaland.
Op de mooiste duiklocaties rondom Tholen en Sint Philipsland zorgen we voor kleed- en rustfaciliteiten (al dan niet in combinatie met de zelfreinigende toiletunits, zie dagrecreatie speerpunt 1). Daarnaast dragen we hier ook zorg voor informatievoorziening. Deze is zowel gericht op duikers als op niet-duikers.
Speerpunt 6: Dorpsbosjes en randzones benutten voor wandelen, bewegen, spelen en ontmoeten
We voegen een extra plus aan de dorpsbosjes en randzones toe door vanuit het recreatiebeleid te investeren in natuurlijke speelvoorzieningen en de aanleg van fysieke wandel- en fietspaden en beweeg- of trimroutes die gebruik maken van deze infrastructuur.
Erfgoed en cultuur
Speerpunt 1: Ieder dorp of stad een eigen verhaal
Voor ieder dorp stellen we een jaarlijks budget beschikbaar waarmee invulling kan worden gegeven aan het versterken van de thema’s. We vinden het hierbij belangrijk dat initiatieven ‘van onderop’ komen en niet van bovenaf door de gemeente worden opgelegd. De wijze waarop aan ieder dorp een budget beschikbaar wordt gesteld en de kaders waarbinnen deze kunnen worden besteed leggen we vast in een aparte beleidsregel.
Daarnaast kan door het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van met name historische straten of pleinen ook de aantrekkingskracht van de verschillende kernen worden versterkt. Door uit te gaan van passende bestrating, passende verlichting etc. kan de ruimtelijke kwaliteit worden verbeterd. Dergelijke maatregelen staan echter los van initiatieven die vanuit het dorp ontstaan en waarvoor vanuit de toeristische visie middelen beschikbaar worden gesteld. Deze initiatieven en versterking van de ruimtelijke kwaliteit (als onderdeel van onderhouds- en vervangingswerken) kunnen elkaar echter wel versterken.
Speerpunt 2: Versterken van de vesting
Om de zichtbaarheid van de vesting te versterken maken we poorten zichtbaar in het straatwerk of reconstrueren we delen hiervan. Vanuit onderhoudsbudgetten is hier nauwelijks ruimte voor, maar een extra plus is met oog op versterking van de belevingswaarde en zichtbaarheid van de vesting gewenst.
Ook de vestingwallen maken we meer zichtbaar. Op veel plaatsen zijn de vestingwallen immers niet goed herkenbaar. Onder andere via een beplantingsplan willen we de wallen meer zichtbaar maken, zowel wanneer men over de wallen loopt als wanneer men er van buiten de vesting of vanuit de vesting op kijkt. Hierbij gaan we zeker niet rigoureus kappen en snoeien, juist ook met oog op klimaatadaptatie en ecologie. Bij werken hebben we nadrukkelijk aandacht voor de cultuurhistorische omgeving en de belevingswaarde van de vesting.
Op verschillende plaatsen maken we het verhaal van de vesting zichtbaar en beleefbaar. Naast de kanonnen die al op een aantal plaatsen staan doen we dit door bijvoorbeeld de contouren van soldaten welke ook kunnen worden gebruikt als verhalenvertellers (bijvoorbeeld via een QR-code of als onderdeel van een wandelroute). Zeker op en langs de vestingwallen geven we ook bij de speeltuinen extra aandacht aan de historie van de vesting. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar een tweetal terreinen aan de zuidzijde van de vesting: de Oesterputten en het terrein aan de Gemaalweg. Voor deze terreinen stellen we een inrichtingsplan op waarbij naast landschappelijke kwaliteit ook nadrukkelijk aandacht wordt gegeven aan thematisering in relatie tot de vesting. De vesting is het meest zichtbaar van bovenaf. De toren van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk leent zich goed om de contouren van de vesting van bovenaf te bekijken. Regelmatige openstelling van de kerk met torenbeklimming kan, door middel van toegangsheffing, ook bijdragen aan de instandhouding van het gebouw. In de toren kan ook het verhaal van de vesting verteld worden.
Tenslotte versterken we de zichtbaarheid van de vesting ook via jaarlijkse evenementen, zoals Vestingdagen of sportwedstrijden. Denk bijvoorbeeld aan een vestingloop of skatetour over de geasfalteerde paden welke op de wallen liggen.
Speerpunt 3: Reymerswael: van verdronken stad tot bezoekerscentrum
We brengen in kaart welke mogelijkheden er in samenwerking met het Geopark Scheldedelta zijn om een iconisch bezoekerscentrum te ontwikkelen en dragen bij aan het opstellen van een businesscase.
Speerpunt 4: Kunst en cultuur als instrument voor seizoensverbreding
Vanuit de toeristische inkomsten stellen we middelen beschikbaar voor specifieke activiteiten die de culturele programmering nadrukkelijker verbinden met het toerisme. Activiteiten die specifiek gericht zijn op seizoensverbreding hebben hierbij een streepje voor.
Naast het feit dat toeristen af kunnen komen op kunst en cultuur kan de verbinding tussen toerisme en cultuur ook worden versterkt door deze meer actief naar de bezoeker toe te brengen. In het oog springende activiteiten als een kunstroute waarbij schilderijen of foto’s in het landschap worden geplaatst, het aanbieden van workshops door kunstenaars op verblijfsrecreatieterreinen of live muziek- of entertainment (bijvoorbeeld door een lokale muziekgroep, een dichter of straattheatergezelschap) op markante plaatsen kan de verbinding tussen toerisme en kunst en cultuur versterken.
Marketing en informatievoorzieningen
Speerpunt 1: Continueren en consolideren samenwerking met Stichting Tholen Beter Bekend
Dankzij het continueren van de samenwerking met en financiering van de Stichting Tholen Beter Bekend wordt door de gemeente blijvend geïnvesteerd in de promotie van Tholen. Hiermee kunnen we de onderdelen ten aanzien van marketing en informatievoorziening uit het uitvoeringsprogramma realiseren.
Een eventuele verhoging van de subsidie is primair gericht op uitvoering van projecten uit de visie. Basis voor de subsidie vormt het jaarplan welke het stichtingsbestuur jaarlijks opstelt als onderligger bij de subsidieaanvraag.
Door juist ook bij deze projecten de expertise van de stichting te benutten voorkomen we dat het aanbod versnippert en borgen we dat projecten ook onderdeel worden van het complete Thoolse verhaal.
Bij de uitvoering maken we nog meer gebruik van beschikbare data, onder andere van de onderzoeken van Kenniscentrum Kusttoerisme. Door continu te monitoren krijgen we beter inzicht in de behoeften van de doelgroep en de bekendheid met- en waardering van het aanbod. Op basis hiervan kan het jaarlijks uitvoeringsprogramma worden bijgesteld.
Stichting Tholen Beter Bekend is binnen gemeentegrens overstijgende samenwerkingsverbanden primair verantwoordelijk voor het verbinden van content en campagnes zodat het verhaal van Tholen breder wordt uitgedragen en het toeristisch recreatieve profiel van Tholen hierdoor versterkt wordt. De inzet hiervoor maakt onderdeel uit van de bestaande dienstverlening en beschikbare uren. De bijdragen aan samenwerkingsverbanden worden gefinancierd vanuit de gemeente Tholen en komen dus niet ten laste van de begroting van de stichting.
Speerpunt 2: Marketing gericht op de ‘gast die bij ons past’ en inzetten op kort verblijf en seizoensspreiding
In de marketingcampagnes van Stichting Tholen Beter Bekend zetten we specifiek in op kort verblijf, de nabijheid van Tholen en het specifieke Thoolse aanbod. Daarnaast faciliteert de stichting individuele ondernemers om hierop aan te sluiten in hun eigen uitingen.
Speerpunt 3: Benutten van de strategische ligging van Tholen
In onze marketing maken we gebruik van onze kwaliteiten en strategische ligging, juist door ook in omliggende stedelijke regio’s zichtbaar te zijn met verrassende campagnes die appelleren aan het positieve gevoel dat de groenblauwe oase gelegen tussen de steden oproept bij mensen.
Speerpunt 4: Versterken ambassadeurschap en gastheerschapsnetwerk
Ambassadeurschap: Via een mix aan materialen, zoals een nieuwe wandel- of fietsroutekaart welke huis-aan-huis verspreid wordt, online campagnes, organisatie van evenementen zoals de Thoolse Fiets-4 Daagse inspireren we Tholenaren, ondernemers en vaste gasten om Tholen en Sint Philipsland op een nieuwe manier te ontdekken. Vervolgens bieden we hun ook instrumenten (of Thools) om dit vernieuwd enthousiasme ook te delen met anderen.
Via het periodiek uitgevoerde inwonersonderzoek monitoren we het draagvlak voor het toerisme, dit helpt ook om in beeld te hebben op welke thema’s of plaatsen de waardering achterblijft of onder druk staat. Aan de hand hiervan kan ook de focus verlegd worden ten aanzien van het ambassadeurschap.
Gastheerschap: Dit gastheerschapsnetwerk bestaat uit een groep ondernemers en medewerkers in (voornamelijk toeristische) bedrijven die zijn opgeleid tot gastheer of gastvrouw voor Eiland Tholen. Een waardevol onderdeel van de gastheerschapstraining is de uitwisseling tussen deelnemers waardoor gasten ook naar andere bedrijven verwezen worden, simpelweg omdat mensen activiteiten en ondernemingen hebben leren kennen. Met oog op wisselende personeelssamenstelling en gelet op het veranderende aanbod willen we de gastheerschapstraining iedere 2 jaar herhalen. Hierdoor breiden we het netwerk van gastheren en gastvrouwen uit en voorkomen we dat informatie wegzakt.
Speerpunt 5: Verrassende ‘eilanddressing’
We ‘kleden de gemeente aan’ op markante plaatsen en op verrassende plekken. Dit doen we structureel met bijvoorbeeld banieren bij de 5 ‘ingangen’ van Tholen en Sint Philipsland en door de aankleding van bijvoorbeeld trafo-kasten in de kernen. Ook verbinden we dit met de activiteiten vanuit de verschillende kernen gekoppeld aan de thema’s per kern (zie hoofdstuk erfgoed en cultuur).
Daarnaast willen we op verrassende wijze op wisselende locaties en op telkens weer een nieuwe manier unieke elementen van Eiland Tholen laten zien door (delen van) gebouwen of objecten te wrappen verspreid over de gemeente. Door telkens weer te verrassen vallen we op en bewerkstelligen dat erover gesproken wordt en beelden worden gedeeld via social media. Zo kan de zichtbaarheid en daarmee de impact vergroot worden, juist ook buiten Tholen.
Stichting Tholen Beter Bekend wordt primair verantwoordelijk voor eilanddressing, zowel voor de structurele invulling als de jaarlijkse ‘verrassingen’. Dit doet de stichting in nauwe afstemming met ondernemers. Hierbij inspireert zij ondernemers om hierop in te spelen met hun bedrijf.
Speerpunt 6: Herkenbare Thoolse communicatie
We treden in overleg met partijen die tot nog toe eigen borden plaatsen, ook wanneer deze niet in het directe beheergebied van de gemeente Tholen staan. Het toewerken naar één uniforme herkenbare huisstijl zal gefaseerd gebeuren, bij voorkeur gebeurt dit bij een reguliere vervanging of aanpassing van bebording of bij nieuwplaatsing. Hier draagt de gemeente ook financieel bij aan deze borden, waardoor er voor gebiedspartners ook een voordeel geboden wordt.
Speerpunt 7: Persoonlijke toeristische informatievoorziening
We faciliteren dat de database en website van Eiland Tholen steeds ‘slimmer’ wordt waardoor deze op de gebruiker gerichte informatie kan verschaffen afhankelijk van zijn locatie, interessegebied, het weer etc. Specifiek hebben we hierbij aandacht voor de digitale ontsluiting van erfgoed in onze gemeente zodat waardevol erfgoed ook onderdeel wordt van de database.
Door het netwerk van laagdrempelige (bemenst en onbemenst) informatiepunten te versterken zorgen we dat informatie ook offline vindbaar en zichtbaar is. We leggen hierbij telkens de verbinding met de website. We zetten in op maximaal 3 informatiepunten met daarnaast verspreid over het eiland folderpunten. Ter versterking van het gastheerschapsnetwerk verstrekken we, als onderdeel van de subsidieafspraken met de stichting Tholen Beter Bekend, voor de bemenste informatiepunten een maximale jaarlijkse vergoeding voor exploitatie. De gemeente draagt bij nieuwe informatiepunten eenmalig financieel bij aan inrichting en aankleding van de informatiepunten zodat er een duidelijk herkenbare uitstraling is.
Bijlage: Analyse
Evaluatie bestaand beleid
Het beleidsplan voor toerisme en recreatie dateert uit 2019 en had als titel ‘van basis naar beleving’. In dit beleidsplan waren de volgende strategische doelen opgenomen:
-
a.
Het aantrekken van dag- en verblijfsrecreanten moet een impuls geven aan de bestedingen. Dit draagt bij aan groei van de werkgelegenheid en aan de instandhouding of uitbreiding van het voorzieningenniveau. De kwaliteit en kwantiteit van het toeristisch product zorgen ervoor dat de bezoeker het zodanig naar zijn zin heeft, dat hij terugkomt en/of Tholen bij anderen aanbeveelt. De groei van het toerisme moet in balans zijn met het behoud van de unieke Thoolse kenmerken (Thools DNA) authenticiteit, weidsheid en ongereptheid.
-
b.
In de bestuursopdracht promotie en acquisitie is de doelstelling bepaald om op een termijn van 10 jaar 5% meer toeristen te trekken, dit is een stijging van 1.400 overnachtingen per jaar.
Voortvloeiend uit de strategische doelen zijn de beleidsuitgangspunten geformuleerd welke de basis vormen onder de actieagenda.
1. Het DNA van Tholen c.q. de identiteit van de kernen vormt de basis van het toeristisch beleid.
2. De bekendheid van Tholen moet worden vergroot zodat het toeristisch product van Tholen meer voor het voetlicht komt.
3. De gemeente investeert in meer en betere voorzieningen op het gebied van wandelen, fietsen en (onder)watersport in en rondom het Nationaal Park Oosterschelde.
4. De Oosterschelde vormt een belangrijke basis voor activiteiten, zowel op het gebied van natuur als cultuurhistorie. De gemeente focust zich op de Oosterschelde.
5. Bij het ontwikkelen van activiteiten staat authentieke beleving centraal.
6. Samenwerking met en tussen toeristische partners is erg belangrijk.
7. Er is ruimte voor uitbreiding en nieuwvestiging van verblijfsrecreatie, daarnaast gaat er aandacht uit naar kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod.
8. Er is ruimte voor ontwikkeling van dagrecreatief aanbod.
Naast deze 8 beleidsuitgangspunten is er ook beleidsmatig aandacht gegeven aan de realisatie van camperplaatsen, de realisatie van een cruisesteiger, het verbinden van toerisme met de landbouw, het verbeteren van mogelijkheden voor sportvisserij en het creëren van overnachtingsmogelijkheden bij particulieren.
Vanuit deze beleidsdoelen is een actieagenda opgesteld waaraan sinds 2019 uitvoering is gegeven. Hierin waren de volgende acties opgenomen:
1. Verdere vormgeving Thoolse infopunten en het faciliteren van ‘gastheren’ en de promotie hiervan.
2. Voorzieningen realiseren langs wandel- en fietsroutes (bankjes, picknicktafels, opstappunten).
3. Deelname innovatievouchers ter stimulering van kwaliteitsverbetering recreatiebedrijven.
4. Verdere ontwikkeling belevingsconcepten, o.a. verhalen verdronken stad Reimerswaal, parelroutes.
5. Ontwikkelen entreepunten NPO.
6. Ontwikkelen van regio brede arrangementen voor riviercruises.
7. Voorzieningen realiseren voor sportvisserij in binnenwateren.
8. Verbinden van recreatie en sport door o.a. bestaande evenementen als 7-dorpentocht of wielerevenementen uit te breiden en hiermee meer bekendheid te genereren.
In de periode van 2019 tot en met 2023 zijn alle actiepunten uitgevoerd. Ook de groeidoelstelling ten aanzien van het aantal overnachtingen (+5% in 10 jaar) is ruimschoots behaald (sinds 2019 +45%). Hieronder staan de belangrijkste resultaten genoemd.
- De gemeente Tholen heeft deelgenomen aan de provinciale subsidieregeling waarmee 5-sterren fietsvoorzieningen zijn gerealiseerd.
- Door Impuls Zeeland is het project Innovatievouchers vrijetijdssector uitgevoerd. Er zijn aan drie ondernemers vouchers toegekend. De innovatievouchers zijn een instrument om ondernemers in de vrijetijdssector te ondersteunen bij hun innovatievragen.
- Langs de Oosterschelde is een belevingspunt gerealiseerd gekoppeld aan de verdronken stad Reymerswael.
- In samenwerking met Stichting Tholen Beter Bekend is als onderdeel van het gastheerschapsnetwerk een netwerk van informatiepunten en folderpunten uitgerold.
- De gemeente heeft zich positief uitgesproken over deelname aan gezamenlijke Zeeuwse marketing. Een organisatie hiervoor is nog niet opgericht.
Naast de uitvoering van de acties zijn ook nog verschillende andere acties en projecten uitgevoerd vanuit het toeristisch budget waarmee is bijgedragen aan de realisatie van de doelen.
- Lidmaatschap van Zuiderwaterlinie met oog op vormgeving van projecten rondom de Linie van de Eendracht.
- Aansluiting bij de Nederlandse vereniging van vestingsteden en het ontplooien van verschillende activiteiten ter promotie van de stad Tholen als vestingstad.
Bij de behandeling van de kadernota 2024 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarmee het college opdracht heeft gekregen in 2024 aan de slag te gaan met het opstellen van een integrale strategische visie op toerisme & recreatie. In deze integrale visie moet de koppeling worden gelegd tussen het toeristisch recreatief beleid en de werkvelden cultuur, erfgoed en natuur. De gemeenteraad heeft hierbij aangegeven grote waarde te hechten aan de betrokkenheid van inwoners, ondernemers en andere stakeholders in het proces.
Beleidskader
Lokaal beleid
Omgevingsvisie
De strategische visie op toerisme en recreatie geldt als Omgevingsprogramma onder de Omgevingsvisie. Deze Omgevingsvisie is in 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Omgevingsvisie hebben we voor de langere termijn op hoofdlijnen vastgelegd wat de ambitie, beleidsdoelen en maatregelen zijn voor de fysieke leefomgeving van de gehele gemeente Tholen.
Uitgangspunt voor de Omgevingsvisie is dat het beleid een positieve bijdrage moet leveren aan 3 met elkaar samenhangende pijlers, namelijk:
1. Bevorderen van de gezondheid in de woon- en werkomgeving;
2. Op peil houden en verbeteren van de leefbaarheid;
3. Het herkennen, beschermen en zo mogelijk verbeteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving.
Daarbij liggen de volgende (voor toerisme en recreatie relevante) ambities ten grondslag aan de Omgevingsvisie:
- Vitale kernen met een goed leef- en woonklimaat, een gezonde, groene, rustige en veilige woonomgeving, met plekken om te bewegen, te recreëren en te ontmoeten;
- Goede, bereikbare en betaalbare zorg en andere voorzieningen voor alle inwoners;
- Een vitaal platteland met rust en ruimte, waar de kwaliteit van het landschap, het water en de cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar zijn en waar agrariërs op een gezonde manier kunnen ondernemen.
- Een gemeente die haar ruimtelijke kwaliteiten benut ten aanzien van rust, ruimte, cultuurhistorie in de kernen en het buitengebied, landschap en water voor recreatie door eigen inwoners en voor toerisme;
- Een gemeente waar het goed ondernemen is, die voldoende op de bevolking afgestemde werkgelegenheid heeft (een gezonde woonwerkbalans);
- Een duurzame, klimaat adaptieve en circulaire gemeente waar met als uitgangspunt het behouden en verbeteren van de kwaliteit van het landschap.
Voor het thema toerisme en recreatie is op basis van de drie pijlers en de ambities de volgende strategie bepaald: We streven naar het kwalitatief versterken en uitbreiden van de mogelijkheden voor toerisme gericht op natuur, rust, ruimte en cultuurhistorie onder andere in de kernen, en in samenhang hiermee streven we naar het kwalitatief versterken en uitbreiden van de mogelijkheden voor recreatie voor eigen inwoners. Dit doen we onder andere door het versterken van fiets- en wandelroutes (ook buitendijks), het verder versterken/verbeteren van de voorzieningen op de Oesterdam/Bergse Diepsluis en op andere strandjes en door het beter het beleefbaar maken van het Thools erfgoed.
Het accent van de verblijfsrecreatie ligt in/nabij de kernen Sint Annaland en Sint Maartensdijk. Voor de verblijfsrecreatie wordt vooral gestreefd naar een verdere kwaliteitsverbetering waarbij bestaande problemen en overlast met maatregelen worden verminderd.
Beleidsprogramma 2022-2026 – ‘Samen leven, ruimte geven …’
In het beleidsprogramma 2022-2026 staat de inwoner van de gemeente Tholen centraal, zowel in beleidsvorming als in uitvoering, zodat de gemeente samen met haar inwoners aan de toekomst kunnen bouwen.
De kwaliteit van leven in de kernen wordt mede bepaald door de aanwezigheid van voldoende voorzieningen. Daarom wil de gemeente het toerisme stimuleren om het draagvlak voor de voorzieningen te versterken.
De gemeente Tholen wil investeren in ruimtelijke kwaliteit, waarmee ook de cultuurhistorische waarden (zowel binnen als buiten de kernen) kan worden versterkt. Hierbij gaat ook specifieke aandacht uit naar het landschap. Inzet is om meer aandacht te hebben voor biodiversiteit en ecologie.
Het streven is om de authentieke kwaliteiten van het Zeeuwse en het Thoolse landschap zoveel mogelijk te beschermen en waar mogelijk te versterken. Het zicht op en over de Oosterschelde wil de gemeente zo vrij mogelijk houden. De landbouw blijft op Tholen een factor van belang. Uitgangspunt is dat boeren kunnen boeren met respect voor landschap en natuur zodat ook toekomstige generaties een gezonde basis van bestaan hebben.
Hierbij is het van belang de intrinsieke waarde van het open landschap te beschermen. De gemeente Tholen heeft immers door zijn uitgestrekte openheid nog de rust en de ruimte die elders in het land steeds schaarser wordt. Tholen heeft mooie natuurgebieden, zowel binnen-, als buitendijks. Het Thoolse landschap zou nog aan waarde kunnen winnen door het landschap verder te ontwikkelen, door rekening te houden met de gevolgen van de klimaatverandering (‘klimaatadaptatie’) en door de biodiversiteit te vergroten.
Recreatie en toerisme zijn niet meer weg te denken uit Tholen. Bezoekers uit binnen- en buitenland zoeken in toenemende mate de Zeeuwse kusten op. Dat is ook in Tholen goed merkbaar. De rust, de ruimte, de zilte zeelucht en de kwaliteit van het landschap, worden gewaardeerd door de eigen inwoners, maar zeker ook door bezoekers die de drukke Randstad, en de Brabantse en Vlaamse steden ontvluchten. Met de ontwikkeling van natuur en landschap, en cultuurhistorie zijn er nog veel mogelijkheden om het toerisme uit te breiden. Het gemeentebestuur wil daarbij vooral inzetten op kleinschaligheid en kwaliteit. Bestaande toeristisch-recreatieve voorzieningen verdienen daarbij een kwaliteitsimpuls.
De bekendheid van Tholen als toeristische bestemming moet worden versterkt. De inzet van de stichting Tholen Beter Bekend is hiervoor van groot belang, maar om een groter bereik te krijgen is aansluiting bij de Zeeuwse Marketing organisatie gewenst. Ook andere samenwerkingsverbanden op het gebied van recreatie en toerisme, zoals de Zuidelijke waterlinie, de Eendrachtlinie en aansluiting bij de Nederlandse Vereniging voor Vestingsteden, zijn interessant als impuls die de samenwerking ‘over de brug’ kunnen versterken. Ook wordt geïnvesteerd in voorzieningen voor inwoners en bezoekers. Om meer bezoekers te trekken, ook in de Thoolse binnenstad, wordt de beweging gemaakt van basis naar beleving. Hierbij wordt het toegankelijk maken van de combinatie tussen cultuurhistorische waarden en natuurwaarden als ijzersterke combinatie gezien.
Overige lokale visies
Het beleid voor toerisme en recreatie heeft nauwe samenhang met andere beleidsterreinen. Voor onze gemeente is hierbij de samenhang met het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving van belang. Naast de Omgevingsvisie en het beleidsprogramma lichten we daarom specifiek nog een aantal visies uit, namelijk de erfgoedvisie, de kerkenvisie en de visie Tholen, gastvrije vesting aan het water.
Erfgoedvisie
Het ‘verhaal van Tholen’ vormt de onderlegger onder de gemeentelijke erfgoedvisie. In het ‘verhaal van Tholen’ speelt de omgang met het water een belangrijke rol. Vanuit dit verhaal zijn verschillende erfgoedthema’s geïdentificeerd die voor de gemeente van belang zijn: archeologisch, agrarisch, landschappelijk, maritiem, religieus en muzikaal erfgoed. Met de erfgoedvisie wil de gemeente inspiratie en richting geven aan de gezamenlijke omgang met het Thoolse erfgoed. Zowel in het heden als in de toekomst.
In de erfgoedvisie zijn een aantal speerpunten gedefinieerd waarbij in relatie tot het beleid voor toerisme en recreatie met name het speerpunt ‘de kracht van erfgoed benutten’ van belang is. Dit speerpunt heeft onder andere betrekking op het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed.
Er is sprake van een wisselwerking tussen de erfgoedvisie en de visie op toerisme en recreatie. Enerzijds vormt erfgoed een belangrijke drager voor toerisme en recreatie. Erfgoed maakt immers onderdeel uit van bijvoorbeeld recreatieve routes. Goed onderhouden erfgoed draagt bij aan een beleefbare en aantrekkelijke omgeving. Vanuit toeristisch oogpunt is het dan ook van belang om het erfgoed te benutten. Anderzijds kan toerisme ook bijdragen aan de instandhouding of opwaardering van erfgoed, door hier juist ook een belevingscomponent aan toe te voegen. Door de wisselwerking tussen de twee beleidsvelden kunnen bijvoorbeeld financiële middelen gegenereerd worden voor én het benutten van erfgoed én het versterken, herstellen of beschermen van erfgoed.
Naast het erfgoed geldt deze zelfde wisselwerking ook tussen toerisme en recreatie en met erfgoed verwante onderdelen van de cultuursector, waaronder de musea.
Kerkenvisie
Een belangrijk onderdeel van het erfgoed in de gemeente Tholen bestaat uit religieus erfgoed. Daarnaast maakt het geloof ook belangrijk onderdeel uit van het lokale DNA, dit uit zich bijvoorbeeld in de breed gedragen zondagsrust in de gemeente. Met name monumentale kerkgebouwen zijn ook een wezenlijk onderdeel van het beleefbare erfgoed. Instandhouding van dit erfgoed is dan ook van groot belang. Hoewel het aantal kerkgebouwen wat qua voortbestaan bedreigd wordt op Tholen beperkt is, is in de visie wel nagedacht over het eventueel herbestemmen van kerken. Voor de instandhouding van leegstaand of leegkomend religieus erfgoed kan het interessant zijn om ook na te denken over een toeristische herbestemming. Voorbeelden van restaurants of overnachtingsmogelijkheden in religieus erfgoed zijn er in het land legio.
Tholen, gastvrije vesting aan het water
Specifieke aandacht is ook uitgegaan naar de vestingstad Tholen. In de visie Tholen, gastvrije vesting aan het water is vastgelegd dat de gemeente invulling wil geven aan het meer zichtbaar en beleefbaar maken van de vesting. Van hieruit heeft de gemeente, samen met ondernemers en betrokken partners, aandacht voor de algehele verzorging en visualisering van het vestingstadje, met hierbij een knipoog naar het verleden. Daarbij moeten ook de vestetuin, vestingstad en het havenplateau nadrukkelijker met elkaar worden verbonden.
Provinciaal beleid
Toekomstbeeld Bestemming Zeeland 2030
Samen met de toeristische sector en de toeristische uitvoeringsalliantie (Economische Impuls Zeeland en Kenniscentrum Kusttoerisme) en in samenspraak met de 13 Zeeuwse gemeenten stelde de Provincie Zeeland in 2021 voor de bestemming Zeeland het toekomstbeeld 2030 op. Dit toekomstbeeld betreft een gezamenlijke Zeeuwse vertaling van Perspectief 2030 welke in opdracht van het rijk is opgesteld door het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). Het toekomstbeeld is vervolgens vertaald in de Zeeuwse Omgevingsvisie.
Door het NBTC is in Perspectief 2030 gesteld dat bij de toekomstbestendige ontwikkeling van het toerisme in Nederland uitgangspunt is dat toerisme en recreatie moet bijdragen aan welvaart en welzijn van alle Nederlanders. Daarbij wordt geschetst op welke manier het toerisme zich naar verwachting toekomstgericht zal ontwikkelen. Het NBTC gaf hierbij voor kustprovincies richting 2030 een forse groeiprognose af wat betreft het aantal te verwachten bezoekers.
Deze verwachte groei komt samen met vele andere uitdagingen en transities op de vrijetijdssector af. Deze bieden aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een waardevolle vrijetijdssector.
De gezamenlijke ambitie van de Zeeuwse overheden en de toeristische sector is om te zorgen voor een vrijetijdssector die in balans met de samenleving en de omgeving doet bloeien. Voor het bereiken van deze balans zijn drie pijlers essentieel:
1. Toerisme draagt positief bij aan de omgeving en de samenleving;
2. De vrijetijdssector is toekomstbestendig;
3.Inwoner en gast hebben een optimale beleving.
Verbonden aan de gezamenlijke ambitie en de drie pijlers zijn een 13 tal thematische ambities benoemd welke de onderlegger vormen onder een gezamenlijke uitvoeringsagenda waar ook de gemeente Tholen haar handtekening onder gezet heeft.
1. De inwoners van Zeeland kennen en ervaren de meerwaarde van de vrijetijdssector voor de Zeeuwse samenleving en omgeving.
2. Zeeland ontvangt gasten die de kwaliteiten van Zeeland waarderen. Deze gasten worden vooraf aan en tijdens hun bezoek optimaal geïnformeerd en gefaciliteerd.
3. De vrijetijdssector heeft groot onderscheidend vermogen en is lokaal verbonden.
4. De natuur is beleefbaar, beschermd en versterkt.
5. Cultuur is jaarrond beleefbaar voor inwoner en gast.
6. De vrijetijdssector draagt positief bij aan het verduurzamen van de regio.
7. Toerisme draagt bij aan optimale voorzieningen in de openbare ruimte voor gasten én inwoners.
8. Er zijn voldoende duurzame vervoersmogelijkheden om Zeeland te ontdekken, zodat iedereen zijn auto zo veel mogelijk laat staan.
9. Het toerisme drukt niet meer op de woningmarkt voor de Zeeuwse inwoner.
10. De brede maatschappelijke waarde van de vrijetijdssector wordt vergroot en erkend.
11. De sector speelt met behulp van lokale verbinding en duidelijke regelgeving op verantwoorde manier in op nieuwe kansen en ontwikkelingen.
12. Zeeland is ook buiten het hoogseizoen aantrekkelijk en de unieke kwaliteiten van het laagseizoen worden beleefd met bijpassende, kleinschalige activiteiten.
13. Werkgevers en werknemers ervaren dat de arbeidsmarkt in balans is.
De voor de gemeente Tholen relevante punten krijgen aandacht in deze strategische visie. Gezien het verschillende karakter van onze gemeente ten opzichte van bijvoorbeeld de kustgemeenten zijn de problematiek en uitdagingen voor Tholen van een andere aard. Onze gemeente kan wel een rol spelen in de gezamenlijke opgave, welke er ook landelijk ligt, om bezoekers meer te spreiden.
Zeeuwse Omgevingsvisie
In de Zeeuwse Omgevingsvisie is recreatie als één van de hoofdpijlers van de Zeeuwse economie en als één van de kernkwaliteiten omschreven. Voor het toerisme is de volgende doelstelling geformuleerd: In 2030 is Zeeland een bestemming waar ondernemers en bewoners de maatschappelijke meerwaarde van toerisme ervaren, gasten en bewoners betekenis kunnen geven aan hun vrije tijd en toekomstbestendig ondernemerschap en landschap samengaan. Recreatie en toerisme zijn belangrijke economische dragers voor Zeeland. De vrijetijdsector draagt wezenlijk bij aan maatschappelijke opgaven en heeft een hoog voorzieningenniveau tot gevolg, zowel in de steden als in de kleine kernen.
Gekoppeld aan de ze doelstelling zijn een viertal sub thema’s benoemd:
1. Een optimale beleving van Zeeland in alle seizoen en alle regio’s
De Zeeuwse geografie met afwisseling van land, water en overkanten voegt aan alle andere voorzieningen een extra dimensie toe. Daarbij is het aantrekkelijke en afwisselende landschap het ‘decor van beleving’ voor gasten. Ondernemingen in de recreatieve sector zetten in op het behoud en versterking van het gedifferentieerde aanbod en een spreiding van gasten in zowel tijd als ruimte. De toeristische infrastructuur en toegankelijkheid van alle verschillende vormen van activiteiten en routes is in de basis op orde en het beheer en onderhoud is van een goede kwaliteit. Voor bezoekers kan de infrastructuur de beleving op de rand van land en water versterken.
2. De vrijetijdssector is toekomstbestendig
Bedrijven in de toeristische sector moeten aantrekkelijk blijven voor bezoekers en inwoners en inspelen op veranderende omstandigheden in de markt en omgeving. Vanuit de overheid worden innovatief en toekomstgericht ondernemerschap gestimuleerd. Voor (nieuwe) ontwikkelingen wordt uitgegaan van verschillende kwaliteitsaspecten. Deze zijn gericht op ruimtelijke kwaliteit, economische haalbaarheid, markt en onderscheidend vermogen en sociaal-maatschappelijke bijdrage en draagvlak. Kleinschaliger initiatieven, zoals bijvoorbeeld kleinschalig kamperen, boerderijwinkels of particulieren met kleinere vormen van verblijfsrecreatie of een theetuin, zijn een waardevolle aanvulling op het reguliere aanbod.
Het beleid voor kleinschalig kamperen, het verbod op permanente bewoning op (uitbreidingen van) verblijfsrecreatieterreinen en de plicht tot centraal bedrijfsmatige exploitatie op (uitbreidingen van) verblijfsrecreatieterreinen blijft bestaan. Daarnaast blijft vermenging van reguliere verblijfsrecreatie met tijdelijke reguliere huisvesting ongewenst, omdat dit ten koste gaat van het product.
Het streven naar een divers aanbod, de (verwachte) toenemende recreatiedruk en de behoefte aan enige ontwikkelruimte in de vrijetijdssector, in combinatie met de schaarse ruimte in Zeeland en het ruimtebeslag door andere gebruikers, vraagt om zorgvuldige afwegingen. De in de Zeeuwse Kustvisie opgenomen kwaliteitsaspecten gelden ook voor de recreatie in de overige delen van Zeeland.
3. De sector levert een positieve bijdrage aan de omgeving en aan de samenleving
De leefomgeving is het fundament waarop het toerisme in Zeeland zich kan ontwikkelen. Tegelijkertijd heeft toerisme hierop allerlei effecten, zowel positieve als negatieve. Om de aantrekkelijkheid van Zeeland als bestemming te behouden, óók met de verwachte toename van het aantal gasten, zet de sector in op kwaliteit en flexibiliteit. Ook bij kleinere vormen van verblijfsrecreatie, zoals de toename van het aantal particuliere verhuurders is er aandacht voor de effecten op de leefomgeving.
4. De essentiële onderleggers voor de Bestemming Zeeland 2030 zijn aanwezig
De sector zet in op een krachtige kennisinfrastructuur rondom toerisme. Dit moet leiden tot meer kennis over behoeften en motieven van bezoekers, de ontwikkeling van toerisme in Zeeland, de maatschappelijke betekenis en de effecten op de leefomgeving en van beleidskeuzes.
Omgevingsverordening Zeeland
De Zeeuwse Omgevingsvisie is vertaald in de Omgevingsverordening Zeeland. Voor gemeenten zijn hierin diverse instructieregels opgenomen. Deze dienen uiteindelijk hun beslag te krijgen in het lokale omgevingsplan. Met betrekking tot recreatie is onderstaand een overzicht opgenomen van de relevante instructieregels (artikel 5.1.5).
• Artikel 5.23 Verblijfsrecreatie buiten de kustzone
In een omgevingsplan wordt een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein alleen toegelaten in stedelijk gebied. Daarbuiten is dat enkel mogelijk wanneer in het omgevingsplan is gemotiveerd dat wordt voldaan aan een viertal kwaliteitsaspecten (op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, economische haalbaarheid, onderscheidend vermogen en sociaal maatschappelijke bijdrage). Ook geldt een uitzondering wanneer nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein al is opgenomen in het omgevingsplan.
• Artikel 5.25 Verbod op permanent wonen
In het omgevingsplan dienen regels te worden opgenomen gericht op het voorkomen van permanente bewoning van verblijfsrecreatieve objecten.
• Artikel 5.26 Centrale bedrijfsmatige exploitatie
Uitgangspunt is dat er op een verblijfsrecreatieterrein sprake is van centrale bedrijfsmatige exploitatie. Dat betekent dat er sprake moet zijn van centrale verhuur. Hiermee wordt duurzaam beheer en onderhoud van een terrein geborgd.
• Artikel 5.27 kleinschalig kamperen
De mogelijkheden voor een kleinschalig kampeerterrein zijn uitgebreid. Een kleinschalig kampeerterrein mag maximaal 35 kampeermiddelen toelaten, waarvan ten hoogte 20% (tot een maximum van 5) permanent aanwezig is.
• Artikel 5.28 jachthavens en waterrecreatie
Nieuwe ligplaatsen voor pleziervaart moeten met name in bestaande jachthavens worden gerealiseerd om zodoende overaanbod te voorkomen en gericht op kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod.
Gezamenlijk Zeeuws afwegingskader verblijfsaccommodaties
De Provincie Zeeland werkt samen met de Zeeuwse overheden, natuurorganisaties en de toeristische sector aan een gezamenlijk afwegingskader verblijfsaccommodaties. Dit als uitvloeisel van de gezamenlijke uitvoeringsagenda bij het Toekomstbeeld Bestemming Zeeland 2030.
Doel van het gezamenlijke afwegingskader is om allereerst afspraken te maken over een uniforme wijze van afwegen en een eenduidig gebruik van begrippen in omgevingsplannen. Bijkomend effect is dat er ook afspraken worden vastgelegd over (beperking van) ontwikkelmogelijkheden, met daarbij specifieke aandacht voor het Zeeuwse achterland. Als gevolg van de afspraken uit de Zeeuwse Kustvisie zijn immers gemeenten in het achterland geconfronteerd met inperking van ontwikkelmogelijkheden. De uitkomsten van het Zeeuws afwegingskader leiden tot aanpassing van de instructieregels voor gemeenten in de Omgevingsverordening Zeeland en dienen op termijn ook lokaal te worden ingebed in het omgevingsplan.
Vanuit de gemeente Tholen volgen we het proces met aandacht en zijn wensen en knelpunten ingebracht. De visie op verblijfsrecreatie als onderdeel van deze strategische visie op toerisme en recreatie gaat op een aantal punten dan ook verder dan de huidige mogelijkheden van de Omgevingsverordening Zeeland. Deze visie is opgesteld vanuit de verwachting dat de Omgevingsverordening op een aantal punten zal worden aangepast vanuit het doorlopen proces. Naar verwachting wordt de verordening per 2026 of in de loop van 2026 aangepast.
Trendanalyse
De toekomstgerichte ontwikkeling van het toeristisch product en het daaraan verbonden toeristisch beleid worden beïnvloed door externe factoren. Hierbij gaat het om macro-economische ontwikkelingen welke invloed hebben op het consumentengedrag maar ook om sectorale ontwikkelingen. Deze bieden kansen maar geven anderzijds ook beperkingen of vormen een bedreiging voor de ontwikkeling van het toeristisch product. In dit hoofdstuk passeren de belangrijkste en meest relevante trends en ontwikkelingen de revue.
Macro-economische ontwikkelingen
Woningbouwopgave en strijd om de ruimte
Ook in Zeeland en in de gemeente Tholen staat de woningmarkt onder druk. Dit is het gevolg van een hoge vraag en een beperkt aanbod. Dit stuwt de woningprijzen op, hetgeen zorgt voor minder mogelijkheden voor starters. De druk op de woningmarkt heeft ook invloed op het toerisme in de gemeente Tholen. Voldoende betaalbare woningen zijn van belang voor werknemers in de gastvrijheidssector, zeker ook voor jongeren. Wanneer er geen vestigingsmogelijkheden zijn voor jongeren zich te vestigen in de gemeente, verhoogt dit te druk op de arbeidsmarkt.
Daarnaast legt de noodzaak om nieuwe woningbouwlocaties te ontwikkelen ook druk op de toch vaak al schaarse ruimte. Juist de randen van dorpen lenen zich in potentie voor uitbreiding van het woningaanbod, maar dit zijn ook de gebieden waarin gerecreëerd wordt.
Tekort aan menskracht
De Nederlandse arbeidsmarkt staat onder druk. De berichten over een tekort aan menskracht domineerden de afgelopen jaren de media. In vrijwel alle sectoren is er sprake van een personeelstekort. Dit heeft gevolgen voor de dienstverlening. In de horeca bijvoorbeeld kiezen ondernemers er noodgedwongen voor om het aantal couverts te beperken of een aantal dagen gesloten te blijven. Meer dan misschien welke sector draait het in de gastvrijheidssector om intermenselijk contact. De mogelijkheden om technologisering in te zetten als alternatief voor menselijk contact zijn beperkt en de vraag is ook of de consument dit wenselijk vindt. Voor ondernemers is het de uitdaging om ondanks een krappe personeelsbezetting wel telkens een hoge kwaliteit te blijven bieden en gasten te verrassen.
Krapte op de arbeidsmarkt heeft in landelijk gebied wellicht nog wel een grotere impact dan in stedelijk gebied, zeker ook gezien de relatie met het tekort aan betaalbare woningen en een kleiner wordende groep jongeren. Zeker in de gastvrijheidssector is de afhankelijkheid van parttime medewerkers en jongeren groot. Hoewel een stad als Bergen op Zoom dichtbij is, is de bereikbaarheid vanwege het ontbreken van adequaat openbaar vervoer (met name in de avonduren) een belemmering voor het kunnen aantrekken van jonge medewerkers van buiten Tholen.
Stikstofbeperkende maatregelen en biodiversiteit onder druk
Het stikstofprobleem heeft ook gevolgen voor het toerisme, met name in natuurgebieden welke vaak grenzen aan populaire vakantiebestemmingen. De stikstofuitstoot heeft invloed op de biodiversiteit en het behoud van natuurgebieden die juist aantrekkelijk zijn voor bezoekers. Niet alleen de kwaliteit van de natuur staat als gevolg hiervan onder druk, maar ook de belevingswaarde. Een afname van biodiversiteit kan de aantrekkingskracht van bepaalde gebieden verminderen. Tegelijkertijd kan strengere regelgeving ervoor zorgen dat projecten vertraagd worden of worden belemmerd.
Veranderende bevolkingssamenstelling
De bevolkingssamenstelling verandert. Langzaam maar zeker vergrijst de Nederlandse en Europese bevolking. In 2001 was nog maar 16 procent van de bevolking 65 jaar of ouder, bijna 25 jaar later is dit al opgelopen tot boven de 20 procent. De komende decennia jaar zal de bevolking steeds grijzer worden. Enerzijds doordat de levensverwachting toeneemt, anderzijds doordat de groep 50-plussers van nu straks ook richting de 65+ gaan. Dit biedt kansen voor de gastvrijheidssector. Deze doelgroep beschikt immers over meer vrije tijd, zowel voor dagbezoek als voor meerdaags bezoek.
Aandacht voor duurzaamheid
Consumenten zijn zich steeds bewuster van hun footprint. Ook in de vrijetijdssector speelt duurzaamheid een steeds belangrijkere rol. In verblijfsconcepten en horeca worden steeds meer duurzame initiatieven genomen. De signalen over opwarming van de aarde, zeespiegelstijging en de invloed van duurzame keuzes van consumenten op de eigen leefomgeving zijn talrijk.
De vraag naar duurzame accommodaties groeit, evenals de initiatieven voor verduurzaming van de sector. Duurzaamheid zal steeds minder een keuze zijn maar gewoonte worden. Ook richting de toekomst zal naar verwachting de aandacht voor het maken van duurzame keuzes toenemen. Voor ondernemers is het noodzakelijk om mee te blijven bewegen in deze trend. Niet alleen om economisch gezien toekomstbestendig te zijn maar ook om een bijdrage te leveren aan een duurzame leefomgeving.
Sectorale ontwikkelingen
Draagvlak voor toerisme staat onder druk
Het draagvlak voor toerisme staat op steeds meer plaatsen onder druk. Steeds meer toeristische bestemmingen worden geconfronteerd met een groeiende bezorgdheid en weerstand die inwoners ervaren ten aanzien van de toenemende toeristische druk.
Jarenlang werd een groei van het toerisme als motor van de economie beschouwd. Er is echter een toenemende aandacht voor de negatieve effecten van toerisme. Denk bijvoorbeeld aan overlast voor bewoners, stijgende huizenprijzen, druk op infrastructuur, schade aan het milieu of het verlies van culturele eigenheid.
Door de groeiende bezorgdheid over deze impact wordt steeds meer belang gehecht aan duurzaam, bewust en lokaal gericht toerisme. Hierbij moeten het belang van de lokale gemeenschap, het milieu en de bezoeker beter in balans worden gebracht. Initiatieven om toeristen meer te spreiden over verschillende regio’s of over het jaar, worden steeds vaker gezien als noodzakelijke maatregelen om het draagvlak voor toerisme te behouden.
Veranderd vrijetijdsgedrag na corona
De coronacrisis waar we enkele jaren geleden mee te kampen hebben gehad heeft een grote impact gehad op het vrijetijdsgedrag. Mensen trokken er massaal op uit in de eigen woonomgeving, wandelen en fietsen won aan populariteit en het entertainment buitenshuis verschoof naar thuisentertainment. Door de coronacrisis waren mensen gedwongen om zich in en rond hun eigen huis te bewegen. Dit heeft geleid tot een zekere herwaardering van de eigen woonomgeving. Ook na de pandemie is zichtbaar dat consumenten de vrijetijdsbesteding dicht bij huis blijven besteden en dat de waardering van het aanbod van natuur, horeca, winkels en attracties in de eigen omgeving blijvend is.
Als gevolg van de coronacrisis is de duidelijke grens tussen werk en vrije tijd verschoven doordat online en hybride werken niet tijd- of plaatsgebonden is. Werken kan net zo goed in de vrije tijd en na een ochtend werken kun je er prima ’s middags op uit. Dit heeft een positief effect op de spreiding van vrijetijdsactiviteiten en zorgt voor minder pieken. Ook het aanbod aan digitale belevingen – en de gewenning bij mensen om hier gebruik van te maken – is toegenomen. Live entertainment heeft een duidelijke voorkeur, maar verrijking met digitale middelen of het toepassen van digitale middelen met oog op gemak (zoals een QR-code om te bestellen) zijn inmiddels ingeburgerd.
In de vrijetijdsbesteding is ook het gezelschap steeds belangrijker. Het er samen met vrienden of familie op uit trekken wordt gewaardeerd, zeker omdat dit tijdens de pandemie slechts beperkt mogelijk was. De coronacrisis heeft dan ook gezorgd voor een hernieuwde waardering van sociale verbanden.
Toenemende vraag naar en herwaardering van streekproducten
Mensen hebben er steeds meer genoeg van dat voedsel de hele wereld over gesleept wordt. Niet alleen de prijs speelt nog een rol in het maken van voedselkeuzes. Er is een toenemende vraag naar authentiek en ambachtelijk geproduceerd eten. Streekproducten voorzien in deze behoefte. Op steeds meer plaatsen kunnen consumentenproducten uit de eigen streek vinden. Niet alleen bij boerderijwinkels of op het erf van de boer zelf maar ook bij de supermarkt.
Consumenten willen weten waar hun product vandaan komt, het gaat niet alleen om de smaak maar ook om beleving, duurzaamheid en de lokale verbinding. De omzet van boerderijverkoop is in 10 jaar tijd meer dan verdubbeld. Het gebruik van producten uit de eigen regio wint niet alleen aan populariteit bij consumenten maar wordt ook steeds meer toegepast in de horeca.
Storytelling: het belang van een goed verhaal
Het vertellen van verhalen is zo oud als de mensheid. Toch is het een trend welke niet onbenoemd mag blijven. Het belang van verhalen speelt namelijk een belangrijke rol in de customer journey. Denk bijvoorbeeld aan ervaringen van andere gebruikers voor overnachtingsadressen, restaurants of activiteiten. Gebruikers hechten grote waarde aan de ervaring van anderen.
Storytelling speelt ook een belangrijke rol in het overbrengen van informatie. Mensen zitten niet te wachten op alleen maar feitjes en jaartallen, deze beklijven immers niet. De mogelijkheden om verhalen op een interactieve en aantrekkelijke manier te vertellen zijn eindeloos, niet alleen via mobile devices maar ook via elementen in het landschap. Een goed verhaal blijft hangen en wordt ook doorverteld. Door de inzet van storytelling krijgt informatie daarmee een plaats betekenis en wordt de verbinding gezocht met de bezoeker.
Technologisering: digitale belevingen
De technologische ontwikkelingen nemen al decennialang een vlucht en hebben ook een grote invloed op het vrijetijdsgedrag van mensen. Vrijwel iedereen heeft altijd en overal toegang tot het internet via zijn of haar smartphone. Deze wordt gebruikt om te zoeken, te plannen, te boeken en ervaringen te delen. Een bijzondere ervaring staat nog voordat deze is afgelopen al op social media. Ook het belang van waarderingssites wint nog steeds aan populariteit. Voor ondernemers is het daarom steeds meer van belang om te blijven verrassen en de verwachtingen te overtreffen.
Ook tijdens de beleving spelen digitale middelen een grote rol. De mogelijkheden welke onze devices bieden blijven evolueren. Verrijking met behulp van technologie kan zorgen voor een rijkere en meer meeslepende ervaring. Virtual Reality en Augmented Reality zoals we dat nu kennen zullen volgens experts nog grote ontwikkelingen doormaken. Digitale belevingen zijn meer een toegevoegde waarde dan een vervanging voor een fysieke beleving.
Toenemend aanbod van bijzondere overnachtingen
In de verblijfsrecreatieve sector zien we steeds meer campers op de weg. De stijging van het aantal campers geeft noodzaak om ook het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden hierop aan te passen. Enerzijds kunnen camperaars terecht op de reguliere campings, maar ook in het buitengebied is het van belang om na te denken over het faciliteren van deze groeiende doelgroep.
Ook de vraag naar en het aanbod van bijzondere overnachtingsconcepten neemt toe. Er is sprake van een stijgende vraag naar grote en luxe vakantiehuizen voor multi-generatie vakanties. Als tegenhanger is de toenemende vraag naar kleine duurzame woningen waar mensen één kunnen worden met de natuur. Consumenten verlangen niet zozeer naar dertien in een dozijn concepten maar zijn op zoek naar unieke ervaringen. Voor ondernemers biedt dit kansen om een uniek en onderscheidend aanbod te creëren. Uitdaging hierbij is om telkens weer te blijven vernieuwen zodat bijzonder ook bijzonder blijft.
Toerisme en recreatie op Tholen in beeld
Om te komen tot een herijking van het toeristisch beleid voor onze gemeente is het belangrijk zicht te hebben op de ‘staat van het toerisme’. Jaarlijks verzamelt en analyseert HZ Kenniscentrum Kusttoerisme (onderdeel van HZ University of Applied Sciences) cijfers over het toerisme op Tholen en in de rest van Zeeland. Hierdoor zijn we goed in staat om een beeld te schetsen van het toerisme in onze gemeente, ook in relatie tot de rest van Zeeland. Door in de visieontwikkeling gebruik te maken van deze cijfers kunnen we koersen op data in plaats van op ‘onderbuikgevoelens’. In dit hoofdstuk komen de belangrijkste cijfers aan bod aan de hand van een viertal thema’s: aanbod, vraag, impact en draagvlak. Een actueel en volledig overzicht van beschikbare data is te raadplegen via de website van het Kenniscentrum Kusttoerisme.
Aanbod
Het verblijfstoerisme op Tholen en Sint Philipsland concentreert zich voornamelijk langs de oevers van de Oosterschelde. In totaal bieden aanbieders van verblijfsaccommodaties in de gemeente 11.420 slaapplaatsen aan, verspreid over 3.110 recreatieve eenheden. Binnen de provincie Zeeland betekent dit 3,28% van het totaal. Hoewel dit verhoudingsgewijs slechts een klein getal is binnen het grote geheel, betekent dit wel dat Tholen na de 4 gemeenten aan de Noordzeekust het meeste aantal slaapplaatsen heeft.
Als we deze cijfers afzetten tegen 2020 (toen is er eerder onderzoek gedaan naar het logiesaanbod in de gemeente Tholen) is zichtbaar dat het aantal slaapplaatsen met ongeveer 5% is toegenomen. Het aantal ligplaatsen in de jachthavens is in de periode 2020-2023 gelijk gebleven, het aantal slaapplaatsen in hotels, pensions of B&B’s is met 3,6% gestegen (dit betreft echter slechts een zeer klein deel van het aanbod) en het aantal slaapplaatsen in de categorie verblijfsrecreatie (vakantiewoningen, campingplaatsen etc.) is in de afgelopen jaren gestegen met 5,1%
Wanneer we inzoomen op het aanbod dan is zichtbaar dat een groot gedeelte van het aantal logiesaccommodaties bestemd is voor (of gebruikt wordt door) vaste gasten. Maar liefst 80% van het aanbod bestaat uit jaarplaatsen, particulier eigendom van vakantiewoningen en vaste ligplaatsen. Over heel Zeeland gezien betreft dit 54% en in bijvoorbeeld de Bevelandse gemeenten 64%.



Vraag
Als we inzoomen op de vraag is één van de meest belangrijke cijfers het aantal toeristische overnachtingen. Dit aantal is in de periode 2019-2023 sterk gegroeid met ongeveer 45% van 340.900 in 2019 naar 494.400 in 2023. Vanwege de coronapandemie liet het aantal overnachtingen in 2020 een dip zien, de groei is in 2023 ten opzichte van 2022 wel afgevlakt. Met een groei van 5% wijkt de gemeente Tholen wel af van het Zeeuwse cijfer, hier was de groei namelijk ongeveer 1%.

Wanneer we inzoomen op de verdeling van het aantal toeristische overnachtingen in 2023 over de verschillende toeristische accommodatietypen dan is het, gelet op het aanbod, niet geheel verrassend dat vaste gasten een belangrijk aandeel innemen, zoals zichtbaar is in figuur 5. Vaste gasten (op jaarplaatsen (rood), in tweede woningen (geel) en op vaste ligplaatsen (groen) zijn verantwoordelijk voor ongeveer 57% van het aantal overnachtingen.
Qua toeristische overnachtingen zorgt de particuliere woningverhuur (met name op vakantieparken zoals Wulpdal) voor de meeste overnachtingen (roze). Ook de bungalowparken (donkerblauw) en campings (paars) nemen een relatief groot deel van de vraag voor hun rekening (respectievelijk 12% en 9%).
Naast toeristisch verblijf is ook dagbezoek voor de toeristisch-recreatieve sector op Tholen van groot belang. Het aantal dagbezoekers is de afgelopen jaren nog relatief onzichtbaar geweest. In 2023 zijn op basis van het continu vrijetijdsonderzoek voor het eerst gerichte schattingen gedaan van het aantal dagbezoekers. Door het kenniscentrum kusttoerisme is becijferd dat in 2023 op Tholen ruim 3,6 miljoen vrijetijdsactiviteiten zijn ondernomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een recreatieve fietstocht, een wandeling, een bezoek aan een museum, winkelen of een bezoek aan een meubelboulevard. Het grootste deel van deze vrijetijdsactiviteiten (78%) is ondernomen door eigen inwoners. Dit cijfer laat zien dat recreatief beleid niet alleen relevant is voor bezoekers van buiten de gemeente, maar zeker ook voor eigen inwoners. Immers zij zijn een belangrijke gebruiker van de recreatieve infrastructuur om erop uit te trekken in de vrije tijd, om te sporten of vrienden te ontmoeten.

Impact
Toerisme en recreatie zorgt voor werkgelegenheid en bestedingen van toeristen en dagbezoekers dragen bij aan de lokale economie. Toeristische overnachtingen leveren ook een bijdrage aan de gemeentekas in de vorm van toeristenbelasting.
Wanneer we inzoomen op de werkgelegenheid dan zien we dat de gastvrijheidssector in de gemeente Tholen verantwoordelijk is voor ongeveer 5% van het aantal banen. Dit aantal is in de afgelopen jaren (2019-2023) iets toegenomen van 4,4% naar 5,1%. Het aantal banen in de gastvrijheidssector bedroeg in 2023 ongeveer 400 banen (ruim 200 FTE). Wanneer we dit vergelijken met andere gemeenten dan is zichtbaar dat het aandeel banen in de gastvrijheidssector achterblijft bij het Zeeuws gemiddelde (10%) en het aandeel in Zeeuwse steden als Middelburg of Vlissingen. Dit verschil is met name te verklaren door het grote aantal horeca-adressen in stedelijk gebied.
In 2023 bedroegen de totale regionale bestedingen door losse toeristische verblijfsbezoekers en vaste gasten bijna € 24,5 miljoen. Meer dan de helft van de bestedingen ( 57%) wordt door vaste gasten gedaan. De bestedingen door dagbezoekers (of bestedingen tijdens vrijetijdsactiviteiten) zijn becijferd op € 105 miljoen op Tholen. Dit betreffen uitgaven voor entreegelden, maar ook bestedingen die gedurende de dag worden gedaan, bijvoorbeeld in de horeca. Inwoners van Tholen hebben hierin een belangrijk aandeel (ca. 64%).
Wanneer we het hebben over impact is het ook interessant in te zoomen op de verhouding tussen wonen en toerisme. Zo telt de gemeente Tholen relatief veel slaapplaatsen per 1.000 inwoners. In 2022 bedroegen dit er 431 per 1.000 inwoners. Hiermee zit Tholen boven het gemiddelde van de Zeeuwse gemeenten welke niet aan de Noordzeekust liggen (gemiddeld 151 slaapplaatsen per 1.000 inwoners).
Tholen wordt geroemd om de rust en de ruimte. Als we inzoomen op de toeristische en recreatieve dichtheid dan is deze stelling ook te onderbouwen. Tholen telt ongeveer 10 overnachtingen per dag per km2 en 15 dagbezoeken per dag per km2. De recreatiedichtheid in de gemeente is dan ook onder het Zeeuws gemiddelde (respectievelijk 33 overnachtingen en 43 dagbezoeken per dag per km2)
Draagvlak
Zoals ook al bleek uit de trendanalyse is er toenemende aandacht voor het draagvlak voor toerisme. Monitoring van het draagvlak is van belang om de balans tussen toerisme en leefbaarheid te kunnen peilen en hierop te kunnen acteren.
In de gemeente Tholen heeft kenniscentrum kusttoerisme in zowel 2019 als 2022 een inwonersonderzoek gedaan. Hierbij zijn inwoners uit alle kernen bevraagd. Met name op gemeentelijk niveau geeft het herhaalonderzoek een goede basis om het draagvlak te kunnen monitoren.
Het grootste deel van de inwoners in de gemeente Tholen is positief over het toerisme (55%) of staat hier neutraal tegenover (26%), 19% van de inwoners is het oneens met de stelling ‘Over het algemeen gaat het in mijn gemeente de goede kant op met toerisme’. Wel maakt een groter deel (27%) zich zorgen over de toekomstgericht ontwikkeling van het toerisme.
De meerderheid van de inwoners vindt het aantal bezoekers dat doorgaans naar de gemeente Tholen komt goed, een kwart van de inwoners is van mening dat er te weinig bezoekers naar de gemeente komen. Dit is opvallend meer dan het aantal inwoners (12%) dat van mening is dat er te veel mensen naar Tholen komen.
Ten opzichte van 2019 is de steun voor het toerisme licht gedaald. De ervaren positieve impact is daarbij iets gedaald (van 3,5 naar 3,3 – op een schaal van 0 tot 5), terwijl de ervaren negatieve impact licht is toegenomen (van 2,7 naar 2,9 – op een schaal van 0 tot 5). Deze cijfers zijn voor de Zeeuwse gemeenten welke niet aan de kust liggen vergelijkbaar. Het cijfer met betrekking tot de ervaren negatieve impact is in Tholen aanzienlijk minder negatief is dan in de kustgemeenten (3,6).
Wanneer we kijken naar de steun voor het toerisme in de gemeente Tholen dan is het merendeel van de inwoners hier positief over. Ongeveer een vijfde deel van de inwoners staat neutraal tegenover de stellingen met betrekking tot de steun voor toerisme, eveneens een vijfde deel staat hier negatief tegenover. In het figuur op de volgende pagina zijn de resultaten opgenomen van de stellingen uit het inwonersonderzoek 2022 welke betrekking hadden op de steun voor toerisme.

Kijkend naar de impact dan is met name zichtbaar dan inwoners van mening zijn dat het aantal bezoekers de lokale economie versterkt en zorgt voor een hogere levensstandaard van de Thoolse inwoners. Daarnaast zijn inwoners positief over de bijdrage van toerisme aan de leefbaarheid, het behoud van de culturele identiteit en het erfgoed en de aanwezigheid van winkel- en horecagelegenheden.
Ervaren negatieve impact heeft met name betrekking top een toename van het zwerfafval in de gemeente en ervaren verkeersproblemen.
Gedurende het participatieproces om te komen tot deze strategische visie op toerisme en recreatie is een niet-representatieve enquête gehouden onder inwoners van de gemeente. De uitkomsten van deze enquête onderschrijven het inwonersonderzoek. De helft van de geënquêteerden geeft aan meerwaarde te ervaren door toerisme, een derde deel geeft aan dat toerisme geen afbreuk doet aan het woonplezier maar hier ook niets aan toevoegt. Het grootste deel (69%) van de geënquêteerden heeft wel gemerkt dat het toerisme op Tholen de afgelopen jaren gegroeid is. Toch zou er wat hen betreft nog steeds groei mogen plaatsvinden. Dit zou jaarrond mogen (55%), alleen in het laagseizoen (8%) of juist in het hoogseizoen (13%). 24% van de ondervraagden geeft aan dat er geen verdere groei zou moeten plaatsvinden.

Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl