Voorbereidingsbesluit fase vier Bornsche Maten 2026

Deze regeling is juridisch onderdeel van Omgevingsplan gemeente Borne.
Geldend van 15-05-2026 t/m heden

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van de hoofdregeling van het omgevingsplan afwijken van deze voorbeschermingsregels gelden alleen de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Voorbeschermingsregels

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden of fokken van dieren.

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroep-aan-huis daaronder niet begrepen.

bestemmingsplan b

Het bestemmingsplan zoals genoemd in de voorrangsbepaling onder b wordt bedoeld het bestemmingsplan Buitengebied Borne

bestemmingsplan c

Het bestemmingsplan zoals genoemd in de voorrangsbepaling onder c wordt bedoeld het bestemmingsplan Algemene Herziening Borne, Hertme, Zenderen, herziening De Horsten 

bestrijdingsmiddelen gevoelige functies

Alle functies met gebouwen behoudens de agrarische bedrijvigheid.

biociden

biociden als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, van verordening (EU) Nr. 528/2012

gewasbeschermingsmiddelen

gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

Het voorbereidingsbesluit is van toepassing binnen het werkingsgebied Voorbereidingsbesluit fase vier Bornsche Maten.

Hoofdstuk 2 Bouw- en gebruiksactiviteiten agrarische bedrijven

Afdeling 2.1 Toepassingsbereik

Artikel 2.1 Toepassingsbereik

De voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het werkingsgebied Beperking agrarische bedrijven.

Afdeling 2.2 Gebruiksactiviteiten

Artikel 2.2 Verbod op nieuwe agrarische gebruiksactiviteiten

Artikel 2.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit agrarisch gebruik

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2eerste lid wordt alleen verleend als:

  • a.

    Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de locatie fase vier niet onevenredig aangetast wordt.

Artikel 2.4 Indienningsvereisten omgevingsplanactiviteit agrarisch gebruik

  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.2eerste lid worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b.

      een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

      • 1.

        de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;

      • 2.

        de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;

      • 3.

        de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

      • 4.

        de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en

      • 5.

        het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

  • 2.

    Tevens wordt een rapport verstrekt waaruit blijkt dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de locatie fase vier niet onevenredig aangetast wordt.

Afdeling 2.3 Omgevingsplan activiteit bouwwerken

Artikel 2.5 Bijzondere aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op artikel 22.35 van het omgevingsplan wordt bij een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 het omgevingsplan een onderbouwing verstrekt waaruit blijkt dat aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 2.6 wordt voldaan. 

Artikel 2.6 Bijzondere beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op artikel 22.29 het omgevingsplan wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 het omgevingsplan alleen verleend als:

  • a.

    Het gaat om bouw- of gebruiksactiviteiten die in overeenstemming zijn met de degels van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet; en

  • b.

    Wordt voldaan aan de voorwaarde dat et woon- en leefklimaat ter plaatse van de locatie fase vier niet onevenredig aangetast wordt.

Afdeling 2.4 Omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk

Artikel 2.7 Bijzondere aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid

In aanvulling op artikel 3.7.8 van de bestemmingsplannen b en c wordt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.7 de bestemmingsplannen b en c een onderbouwing verstrekt waaruit blijkt dat aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 2.8 wordt voldaan.

Artikel 2.8 Bijzondere beoordelingsregels binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid

In aanvulling op artikel 3.7.8  van de bestemmingsplannen b en c wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.7 de bestemmingsplannen b en c alleen verleend als:

  • a.

    Het gaat om gebruiksactiviteiten die in overeenstemming zijn met de regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet; en

  • b.

    Wordt voldaan aan de voorwaarde dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de locatie fase vier niet onevenredig aangetast wordt.

Hoofdstuk 3 Voorbeschermingsregels gebruik gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Artikel 3.1 Toepassingsbereik

De voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het werkingsgebied spuitzone.

Artikel 3.2 Aanwijzing vergunningsplichtige gebruiksactiviteit gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

  • 1.

    Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning gewasbeschermingsmiddelen en biociden te gebruiken ten behoeve van uitoefening van een agrarisch bedrijf binnen de locatie spuitzone.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 1 jaar. 

Artikel 3.3 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning activiteit gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.2 wordt een onderbouwing verstrekt waaruit blijkt dat aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3.4 wordt voldaan. Deze onderbouwing bevat ten minste;

  • a.

    de locatie waar de onder 3.2 bedoelde vergunning op ziet;

  • b.

    frequentie van het toepassen van de middelen, en;

  • c.

    inzicht in de middelen die worden toegepast;

Artikel 3.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning activiteit gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

De omgevingsvergunning zoals genoemd in artikel 3.2 wordt alleen verleend mits de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of van het verblijfsklimaat van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies ter plaatse van de locatie fase vier.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 4.1 Overgangsrecht

Deze regels zijn niet van toepassing op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regels en die in overeenstemming zijn met de regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan.

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Toelichting