Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761688
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761688/1
Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen 2026
Geldend van 19-05-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen 2026HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS EN DE BURGEMEESTER VAN GRONINGEN, IEDER VOOR ZOVER HET ZIJN BEVOEGDHEID BETREFT;
gelet op de Regeling opvang ontheemden Oekraïne, artikel 4, tweede lid van de Wet verplaatsing bevolking en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUITEN:
vast te stellen de “Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen 2026”.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
-
1. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
debiteur: ontheemde van wie wordt terug- en ingevorderd;
- b.
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
- c.
gezin: alle gezinsleden als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de Regeling;
- d.
inlichtingenplicht: verplichtingen als bedoeld in artikel 2a van de Regeling;
- e.
maandelijkse financiële toelage: financiële toelage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel b en artikel 12, eerste lid van de Regeling;
- f.
Regeling: Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
- g.
vermogen: bezittingen minus reële schulden, waarbij algemeen gebruikelijke gebruiksgoederen, de waarde van onroerend goed in Oekraïne en de terugvordering op grond van deze beleidsregels buiten beschouwing blijven;
- h.
vordering: terugvordering van de maandelijkse financiële toelage.
- a.
-
2. Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Regeling en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Maandelijkse financiële toelage
-
1. Het college verstrekt aan de ontheemde een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven, en een wooncomponent als de ontheemde in een particuliere woonvoorziening verblijft.
-
2. Inkomsten uit arbeid in Nederland of een ander land of een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet die de ontheemde of een meerderjarig gezinslid ontvangt, worden verrekend met de maandelijkse financiële toelage als bedoeld in het eerste lid, van het gehele gezin.
-
3. Onder loondervingsuitkering als bedoeld in het tweede lid wordt op grond van artikel 1, aanhef en onderdeel i van de Regeling verstaan:
- a.
een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet;
- b.
de Ziektewet;
- c.
de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- d.
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- e.
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
- f.
een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
- g.
een uitkering of inkomensvoorziening op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid van die wet;
- h.
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
- i.
de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
- a.
Artikel 3 Intrekken verstrekkingen
-
1. Het college trekt de verstrekkingen bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Regeling in, indien:
- a.
de opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
- b.
de ontheemde de gemeentelijke opvangvoorziening definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvangvoorziening is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen;
- c.
de ontheemde ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling;
- d.
de ontheemde een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen.
- a.
-
2. Het college trekt de verstrekkingen bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Regeling in, indien:
- a.
de particuliere opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
- b.
de ontheemde de particuliere opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de particuliere opvang is verschenen.
- a.
Artikel 4 Terugvordering
Het college maakt volledig gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering genoemd in artikel 7, zesde lid en artikel 13, derde lid van de Regeling.
Artikel 5 Aflossing en betalingsregeling
-
1. Uitgangspunt is dat een vordering binnen 6 weken wordt afgelost.
-
2. Indien de debiteur niet binnen 6 weken kan terugbetalen wordt uitstel van betaling verleend en wordt:
- a.
een betalingsregeling afgesproken waarbij de vordering binnen 3 jaar volledig wordt afgelost; of
- b.
een betalingsregeling afgesproken waarbij met betrekking tot het inkomen rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.
- a.
-
3. Vermogen van de debiteur en zijn gezin moet gebruikt worden voor de aflossing van de vordering, waarbij geldt dat:
- a.
voor een alleenstaande debiteur € 2.000,00 wordt vrijgelaten; en
- b.
voor een debiteur met gezin € 3.000,00 wordt vrijgelaten.
- a.
-
4. Voordat het college uitstel van betaling verleent, moet de debiteur gegevens verstrekken waaruit blijkt:
- a.
wat de hoogte van het inkomen is; en
- b.
dat het aanwezige vermogen van de debiteur en zijn gezin ontoereikend is om de vordering geheel of gedeeltelijk te voldoen.
- a.
Artikel 6 Dwanginvordering
Indien de debiteur niet voldoet aan de aflossingsverplichting als bedoeld in artikel 5 wordt overgegaan tot dwanginvordering.
Artikel 7 Kwijtschelding
-
1. Indien de vordering niet het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht, wordt het restant van de vordering kwijtgescholden als de debiteur:
- a.
gedurende 36 maanden volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; of
- b.
gedurende 36 maanden niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en het ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichting zal voldoen.
- a.
-
2. Indien de vordering het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht, wordt het restant van de vordering kwijtgescholden als de debiteur:
- a.
gedurende 120 maanden volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; of
- b.
gedurende 120 maanden niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en het ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichting zal voldoen.
- a.
-
3. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid worden perioden van verblijf in detentie of buitenland, waarin niet aan de betalingsverplichting is voldaan, niet meegeteld bij het bepalen van respectievelijk de 36- en 120-maandentermijn.
-
4. Het restant van een vordering wordt niet kwijtgescholden als de debiteur en zijn gezin over vermogen beschikt of op redelijke termijn over vermogen kan beschikken, waarbij geldt dat:
- a.
voor een alleenstaande debiteur € 2.000,00 wordt vrijgelaten; en
- b.
voor een debiteur met gezin € 3.000,00 wordt vrijgelaten.
- a.
-
5. De debiteur moet aantonen dat hij onvoldoende vermogen heeft om de restantvordering geheel of gedeeltelijk af te lossen. Daartoe verstrekt hij het college alle benodigde inlichtingen. Zonder deze informatie wordt geen kwijtschelding verleend
Artikel 8 Vrijwilligersvergoeding
De vergoeding die een ontheemde ontvangt die op vrijwillige basis werkzaamheden verricht in en rondom de gemeentelijke opvangvoorziening als bedoeld in artikel 11a, eerste lid van de Regeling, bedraagt € 14,00 per week.
Artikel 9 Overgangsbepaling
Besluiten die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn genomen op grond van de Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen, blijven van kracht voor zover toepassing van deze beleidsregels voor de belanghebbende ongunstiger zou uitpakken.
Artikel 10 Intrekking en inwerkingtreding
-
1. De “Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen” worden ingetrokken.
-
2. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2025.
-
3. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen 2026”.
Ondertekening
Gedaan te Groningen in de collegevergadering van 6 mei 2026
De burgemeester,
De secretaris,
TOELICHTING
Deze beleidsregels vervangen de Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen. Een belangrijke reden om de beleidsregels te vervangen is dat uitvoering van de Regeling met ingang van 1 januari 2025 geen bevoegdheid meer is van de burgemeester, maar van het college. Om die reden treden deze beleidsregels, waaraan het jaartal 2026 is toegevoegd ten opzichte van de oude beleidsregels, met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025.
In de Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen ontbrak een kader over invordering wanneer de financiële toelage (hierna: leefgeld) wordt teruggevorderd. In de uitvoering bestond daar wel behoefte aan. Daarom zijn daar in deze beleidsregels enkele artikelen over opgenomen. De artikelen 4 tot en met 7 zien op terug- en invordering. Daarnaast is artikel 3 gewijzigd. Het oude artikel 3 zag alleen op de maximale duur dat buiten de opvanglocatie verbleven mocht worden. In de uitvoering bestond behoefte aan een breder kader op grond waarvan het recht op verstrekkingen kon worden ingetrokken. In artikel 3 is aangesloten op de ruimte die de Regeling daarvoor biedt. In deze toelichting wordt daar verder niet op ingegaan.
Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 januari 2025. Besluiten die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn genomen blijven van kracht voor zover toepassing van deze beleidsregels voor de belanghebbende ongunstiger zou uitpakken. Dit volg uit artikel 9 waarin een overgangsbepaling is opgenomen.
Toelichting op artikel 4 tot en met 7
Deze beleidsregels zien onder andere op de bevoegdheid van het college om leefgeld terug te vorderen, die in de Regeling is vastgelegd (artikel 7, zesde lid en artikel 13, derde lid van de Regeling). Van die bevoegdheid wordt gebruik gemaakt (artikel 4). Daarbij geldt dat niet meer terug wordt gevorderd dan er is verstrekt. Het gaat om een zelfstandige grond om terug te vorderen. Dat betekent dat het recht op leefgeld niet eerst hoeft te worden ingetrokken of herzien. De vaststelling van het bedrag dat onverschuldigd is betaald moet in het terugvorderingsbesluit zelf worden gemotiveerd.
Voorafgaand aan het nemen van het terugvorderingsbesluit moet deugdelijk onderzoek worden gedaan (zorgvuldigheidsbeginsel). De belanghebbende wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om zijn visie te geven.
Omdat sprake is van een bevoegdheid om terug te vorderen, moet het evenredigheidsbeginsel worden toegepast. Dit betekent dat de belangen van de debiteur afgewogen moeten worden tegen de belangen van het college om terug te vorderen. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met hetgeen is bepaald in artikel 15, eerste lid van de Regeling. Hierin staat dat het college bij uitvoering van de Regeling rekening houdt met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.
Bij terug- en invordering moet rekening worden gehouden met hetgeen is bepaald in de Algemene wet bestuursrecht.
Ook kruimelbedragen worden terug- en ingevorderd.
Een vordering wordt niet automatische verrekend met het recht op leefgeld omdat daarvoor de wettelijke grondslag ontbreekt. Een inhouding op het leefgeld kan wel als dat expliciet is afgesproken in een betalingsregeling.
Bij terugvordering van ten onrechte verstrekt leefgeld op grond van de Regeling wegens schending van de inlichtingenplicht wordt geen bestuurlijke boete opgelegd. De Regeling biedt daarvoor geen grondslag.
Indien de debiteur de vordering niet binnen zes weken kan aflossen, wordt uitstel van betaling gegeven en wordt een betalingsregeling afgesproken (artikel 5). Er zijn twee opties. De eerste optie is een maandelijkse aflossing die is afgestemd op het volledig voldoen van de vordering binnen 36 maanden. De tweede optie is een betalingsregeling die met betrekking tot het inkomen is afgestemd op behoud van de beslagvrije voet. In dat geval kan afgesproken worden om in te houden op het leefgeld. Voor het recht op leefgeld speelt vermogen geen rol, maar het vermogen van de debiteur en zijn gezin moet wel gebruikt worden voor de aflossing. Een bescheiden vermogen wordt vrijgelaten. Vermogen is gedefinieerd in artikel 1, onderdeel g. Het gaat om alle bezittingen, met uitzondering van algemeen gebruikelijke bezittingen en de waarde van onroerend goed in Oekraïne. Onroerend goed in Oekraïne wordt buiten beschouwing gelaten omdat de debiteur niet in de positie mag komen om zijn huis te verkopen waardoor terugkeer bemoeilijkt wordt. Reële schulden worden in mindering gebracht, waarbij de schuld als gevolg van terugvordering van leefgeld op grond van deze beleidsregels buiten beschouwing blijft.
Indien de debiteur niet voldoet aan de betalingsverplichting wordt na aanmaning overgegaan tot dwanginvordering (artikel 6). Een dwangbevel, zoals gebruikt wordt onder Participatiewet, is niet mogelijk omdat daarvoor de wettelijke grondslag ontbreekt. Er moet een civiele procedure gestart worden bij de rechtbank om betaling af te dwingen (door middel van een dagvaarding).
De mogelijkheid om betaling van de vordering af te dwingen (invordering) verjaart vijf jaar na het nemen van het terugvorderingsbesluit, tenzij de verjaring is gestuit. De verjaring kan worden gestuit door het verzenden van een aanmaning.
Bij de invordering worden geen kosten en rente in rekening gebracht, tenzij het om dwanginvordering gaat.
Voor de mogelijkheid tot kwijtschelding is er een verschil tussen (terug)vorderingen die het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht en andere vorderingen (artikel 7). Indien de debiteur volledig aan de betalingsverplichting heeft voldaan is kwijtschelding bij schending inlichtingenplicht mogelijk na 120 maanden en in overige gevallen na 36 maanden. Indien gedurende deze periodes niet of niet volledig aan de betalingsverplichting is voldaan, is kwijtschelding alleen mogelijk als het aannemelijk is dat niet op enig moment alsnog aan de betalingsverplichting zal worden voldaan. Periodes van verblijf in detentie en buitenland tellen niet mee als niet aan de betalingsverplichting is voldaan. Indien er bij de debiteur en zijn gezin sprake is van vermogen dat gebruikt kan worden voor aflossing, vindt geen kwijtschelding plaats. Dit is aanvullend op artikel 5 indien het aanwezige vermogen niet eerder is gebruikt voor aflossing van de vordering. De debiteur moet inlichtingen over zijn vermogen verschaffen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl